Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 mei 2013 tot 7 mei 2013

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

 

 

De Klacht van den Oude

 

Ik word aan 't oud zijn niet gewend.

De lichtelaaie die 'k heb gekend

zit nog te diep in mijne knoken

en blijft mij dag en nacht bestoken.

 

Mij beetren heb ik steeds gewild,

en menig, menig uur verspild

aan op te zien naar ginder boven,

aan bidden leeren en gelooven.

 

Helaas, ik schaam mij en beken

dat ik wel diep verdorven ben.

Want God en Ziel en andere dingen

waarvoor de menschen psalmen zingen,

 

Geweten, Vaderland in nood,

de Sterrenhemel en de Dood,

het wil, het wil tot mij niet spreken,

wat ik ook tracht het ijs te breken.

 

Maar waar ik wèl toe ben bereid,

dat is voor elke jonge meid

zooals er honderdduizend loopen,

de kleeren van mijn lijf verkoopen

           

en heel mijn huis en heel mijn vrouw.

Ik zou het doen, en geen berouw

zou in mijn oogen staan te lezen,

en 't zou nochtans een misdaad wezen.

 

Wanneer ik langs de huizen trek

loert men mij na, als ware ik gek,

alsof mijn plannen en mijn zonden

op mijnen rug te lezen stonden.

 

Ik ben een schurk, ik ben een hond,

geen rustplaats waard in heil'gen grond,

en 'k wil een hoog rantsoen betalen

voor elken bundel zonnestralen:

 

Maar laat mij doen met eigen vuur

wat ik verkies, zoolang ik duur.

En plaag ons niet: mij arme stakker,

en Satanlief, mijn laatste makker.

 

 

 

De zee

 

Wat een machtig en woelerig deinen
van baar op baar,
bruisend opstaand en bruisend verdwijnend
over elkaar.

De stemklank der mensen die zingen
maakt mij zo wrang;
van verouderde krachtloze dingen
spreekt mij hun zang.

Doe uw geesten mij bouwen een woning
diep in uw schoot,
waar ik zingen zal als barenkoning
tot mijne dood.

Want geen keel die aan wal uwe zangen
ooit navertelt,
en geen mensenbrein ooit zal vervangen
uw effen geweld.

 

 

 

 1387762-c3a08e99f3d26dcbdd68ff7a54ca0bdc.jpg

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Standbeeld in Antwerpen 

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

 

Uit: The Wind from the East (Vertaald door Samantha Schnee)

 

“Sara Gomez had watched the whole scene from her bedroom window, closed tightly against the wind. She was fastening the shutters when she spotted the figure of a tall, brunet man in the distance, followed closely by a girl who was also brunette, hair falling at her shoulders and with the disproportionately long legs of a child who has just had a growth spurt. She studied them closely because that day, the 13th of August, a Sunday, the stores were closed and the Levanter was blowing, a combination of circumstances that obliged her to take her leisure against her will. She had been very busy in recent weeks. Furnishing a new house, what with its infinite details and her perfectionist's streak-which forced her to consider every detail essential-was turning out to be a much more time-consuming task than she had expected. Once she finally found a cheese grater she liked, she realized that she needed a garlic press, and when she found that, she noticed that the mirror in the guest bathroom was too small or that she couldn't let another day pass without mosquito-netting for each bedroom. Time was flying by in the parking lots of shopping centers, the summer was slipping rapidly away, along with the seaside heat that she had pursued to this place, a landscape so different from the city where she had been born and raised, where she had spent the unremarkable fifty-three years of her life. For this reason she had decided not to let a single sunny morning pass without swimming in the sea, nor any fair afternoon without walking along the damp sand at low tide until she had left the last sunbather far behind. September's proximity agitated her. Despite the fact that she couldn't remember making a decision that had pleased her so much as the purchase of that house, she didn't yet know what it was like to spend October next to the ocean, in a village where the taxis didn't have meters and where you could walk any place.”


 1387762-6f7440633b6b4c1b23c43c97ec6d0579.jpg

Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

 


De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook alle tags voor Christoph Marzi op dit blog.

 

Uit: Lyra

 

„Von dort, wo er stand, konnte er die Apostle Islands sehen, zweiundzwanzig Eilande, die ihren Namen den französischen Missionaren aus dem siebzehnten Jahrhundert verdankten, die sich in dieser Gegend angesiedelt und irrtümlicherweise nur zwölf Inseln gezählt hatten. Da draußen gab es noch immer viele Schiffe, die Duluth ansteuerten, weil sie dort festmachen konnten.
Danny seufzte.
Davon sollte er singen. Genau davon wollte er singen.
Von den Männern, die nach Hause kommen. Von der glasklaren Liebe, die sie in den Augen ihrer Frau erkennen, von dem Glück, das jedes Wort sogar im Streit verheißt.
Danny schüttelte den Kopf.
Das dunkle schulterlange Haar trug er jetzt offen, der Vollbart, der zwischenzeitlich sein Gesicht bedeckt hatte, war wieder verschwunden und nur ein schmales Kinnbärtchen geblieben. Um den Hals trug er ein Lederband mit einem Stein, den Sunny ihm geschenkt hatte.
Seit Wochen hatte er nicht mehr arbeiten können.
Billy Ray Asther, sein Agent aus Nashville, hatte ihm vor nicht mal einer Stunde die Hölle heißgemacht: "Du hast gerade vier Songs, und wir brauchen mindestens zehn."
"Ich weiß." Er hatte aufgelegt, einfach so.
Billy Ray würde jetzt wütend in seinem Büro auf und ab laufen und allerlei Schimpfwörter benutzen, um die derzeitige Situation von Dylan's Dogs, Dannys Band, gebührend darzustellen. Treffend würden sie allemal sein, dessen war Danny sich sicher.
Erschöpft betrachtete er den Leuchtturm, in dem er lebte.
Er krallte sich an einer felsigen Anhöhe fest und war nicht ganz so hoch wie die Leuchttürme weiter nördlich, an den kanadischen Ufern des großen Sees.
Sunny und er hatten ihn gekauft, weil niemand ihn haben wollte.
Sie hatten mit den Restaurationsarbeiten begonnen und sich auf diese Art und Weise langsam ein Zuhause geschaffen. Viele Räume waren noch nicht fertig, weil sie im letzten Jahr mit Dylan's Dogs auf Tour gewesen waren.
Dazu war dann noch ein Studioalbum gekommen, eine Hommage an Pete Seeger - und, so viel sei angemerkt, kein schlechter Erfolg.“

 

 

 1387762-d63aecdda2d3bde192cc0d51829f2ca8.jpg

Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

 

 


De Surinaamse schrijver
Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zie ook alle tags voor Edgar Cairo op dit blog.

 

Uit: Djari / Erven

 

“Zonsopkomst had altijd iets van wakker worden uit slaap: een flits en een onthulling tegelijk. En o wee je gebeente als ze je kregen! Buurman van de zusterappels was van zichzelf een vriendschappelijk man. Ma' zie je, z'n vrouw baja! Ze kon d'r buurtkinderen, die leba's, nie uítstaan! Zelf had ze geen enkele. Jaloezie? Nee!

Voorwaar, bij Jaja's honderd kleinkleinkinderen niet! Maar dat ze haar niet telden, hun vrijpostigheid...! Om te durven te komen op dat stukje erf dat je had...! Om je als grootmens ongehoorzaam te wezen...! Met hun langgerektgierigaardse vreetsmoel midden in hun aangelaat!

De appels vlogen in Gunno's hemd, nadat hij binnen twee woorden was gaan staan boomschudden. Een rijpe oogst verdween achter zijn nek, tussen hemd en rug, gestuit door kont en broekriem. Drew drukte: mmmm, mmm. Het prikkeldraad moest wijd opengesperd blijven voor in geval van nood op onverdachte komst!

Sipisapa! Snelle Gunno hoorde ochtendkuchen. Tijgerkatsnel dook hij met een sprint tussen de draadmond die daar wijdgesperd stond voor 'em.

Aan zijn erfkantviel hij recht op z'n smoel. Maar dat was niet zo erg. Weg was weg! Buiten de handen van buurman die nu zijn houten achterdeur openkrekte.

‘Jongens, ik wáárschuw júllie! Dalek nemen ze die voetaarde waarop jullie hebben gelopen om met kwaaie geest te werken! Wáárom is júllie hoofd zo hard?! ’Mamsi's waarschuwing, telaat alweer in de gedachten! Want buurman stond recht te kijken in hun smoel: hij tjekte!

Nog voordat ze op hem konden reageren, klonk een wreeddadig soort gegrouw achter ze: Me jezes! Pappa Bochum! Zijn fiets, waarmee hij net het zijhuis verliet, vloog op het viertal. Bringering! Brambram! Ze renden voor hun leven. In een gloeiend moment had hij, telaat op voor z'n werk, de ochtenddieven schóón gekregen.”

 

 

 1387762-7360044f830d9c4bbaf71ab4e9be827a.jpg

Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)

 

 

 


 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

 

Durchgearbeitete Landschaft

 

Hier sind wir durchgegangen

Mit unseren Werkzeugen

 

Hier stellten wir etwas Hartes an

Mit der ruhig rauchenden Heide

 

Hier lagen die Bäume verendet, mit nackten
Wurzeln, der Sand durchlöchert
Bis in die Adern, umzingelt der blühende Staub

 

Mit Stahlgestängen, aufgerissen die Orte
Überfahren mit rohen Kisten, abgeteuft die teuflischen
aaaaaSchächte mitleidlos

 

Ausgelöffelt die weichen Lager, zerhackt, verschüttet,
aaaaazersiebt, das Unterste gekehrt nach oben und
aaaaadurchgewalkt und entseelt und zerklüftet

 

Hier sind wir durchgegangen.

 

Und bepflanzt mit einem durchdringenden Grün
Der Schluff, und kleinen Eichen ohne Furcht

 

Und in ein plötzliches zartes Gebirge
Die Bahn, gegossen aus blankem Bitum

 

Das Restloch mit blauem Wasser
Verfüllt und Booten: der Erde
Aufgeschlagenes Auge

 

Und der weiße neugeborene Strand
Den wir betreten

 

Zwischen uns.

 

 

 

 1387762-a2a4fa4b88c59fb4fbec1617f1ffa328.jpg

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 


De Engelse dichter en schrijver
Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

 

Saul (Fragment)

 

I.

Said Abner, ``At last thou art come! Ere I tell, ere thou speak,
``Kiss my cheek, wish me well!'' Then I wished it, and did kiss his cheek.
And he, ``Since the King, O my friend, for thy countenance sent,
``Neither drunken nor eaten have we; nor until from his tent
``Thou return with the joyful assurance the King liveth yet,
``Shall our lip with the honey be bright, with the water be wet.
``For out of the black mid-tent's silence, a space of three days,
``Not a sound hath escaped to thy servants, of prayer nor of praise,
``To betoken that Saul and the Spirit have ended their strife,
``And that, faint in his triumph, the monarch sinks back upon life.

II.

``Yet now my heart leaps, O beloved! God's child with his dew
``On thy gracious gold hair, and those lilies still living and blue
``Just broken to twine round thy harp-strings, as if no wild beat
``Were now raging to torture the desert!''

 

 

 

 1387762-16288bfb26ee436ac1aacee36b383b1f.jpg

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret door Rudolph Lehmann, 1890

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Libris Literatuurprijs 2013 voor Tommy Wieringa

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa heeft de Libris Literatuur Prijs 2013 gewonnen voor zijn roman "Dit zijn de namen". De winnaar werd maandagavond in het Amstel Hotel in Amsterdam bekendgemaakt door Clairy Polak, voorzitter van de jury. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

 

Uit: Dit zijn de namen

 

“Allemaal waren ze  alleen op weg gegaan, toeval had ze bij elkaar gebracht, niemand was verantwoordelijk voor een ander. Zo lang je kon lopen, behoorde je tot de groep, zolang je kon lopen, maakte je haar sterker. Als de groep voor haar afzonderlijke leden moest gaan zorgen, verzwakte ze. Altruïsme betekende haar einde. Strikt eigenbelang vergrootte de kans op overlevering.

(…)

 

Hij weet dat ze vooruitgeschoven posten zijn van hun familie, hun dorp, hun gemeenschap. In hun voetspoor reist een onzichtbaar gezelschap van vaders, moeders, broers, zusters, ooms en tantes en neven en nichten mee. Op hen is alle hoop gevestigd. Zij zijn het pioniersgewas - alles kun je ze aandoen, honger, dorst, hitte en kou, ze zullen alles overleven.'

(…)

De kandelaar wees hem zijn plaats in het verleden. Hij herinnerde hem aan het kind dat hij was, dat door de slaapkamer van zijn ouders sloop en de voorwerpen in het hoekkastje in zich opnam, en vertelde hem dat hij geboren was uit een joodse vrouw, die haar afkomst verborgen had gehouden- zoals ze ook de menora onder de voile had weggemoffeld. Hij twijfelde niet meer- hij zou een jood zijn- nee, hij was er een. Dat was zijn plaats in de wereld, deel van een volk, van een gemeenschap. Een op één na uitgestorven gemeenschap. Dat hij ergens bij hoorde, dat was de ontroering.

(…)

De rabbijn had gezegd dat  elke Jood, waar en wanneer hij ook ter wereld was, zichzelf moest beschouwen als een vluchteling uit Egypte, een zwerver in de woestijn, zo belangrijk waren de vlucht en de veertig zwerfjaren voor het volk van Israël. Elke voetstap van een Jood herinnerde aan de uittocht en voerde hem terug tot de geboorte van een volk in de woestijn.”

 

 

 1387494-0132d7e7a4f44c4ce18e99c607e33268.jpg

Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

Geschreven door Romenu om 08:48 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Zelf-verandering

 

Ik ben te veel een mens geweest,
Een mens, die gilde en klaagde en schreide,
Die dronk zijn glas en vierde feest
En diep-gevoelde dingen zeide.

Nú ben ‘k een delicaat artiest,
Verliefde van zijn fantasieën,
Maar die zich ’t allerliefst verliest
In zijn kokette melancholieën…

Melancholie-om wie? om wat?…
Ik weet niets meer, kan niets meer voelen
Dan zoet gespeel met dit en dat
Van rijmen, zachte, klare, koele.

 

 

 

Geen tranen zullen op mijn graf-stee vallen

 

Geen tranen zullen op mijn graf-stee vallen,
Maar lachen onderdrukt-half, of zacht-luid,
En vele mensen zullen vuisten ballen
Tegen dit mens, dat dan niets meer beduidt.

Zij zullen elkaar aanstoten in zacht mallen
Om mij, arm mens, die sprak zó hooglijk-luid
In 't Leven Mijn, die leefde van geluid
Alleen, en van veel opstaan na veel vallen.

O 't Leven is één Melancholie
Van veel verlangen en veel krijgen, om weer
Te grijpen naar het aller-onverkrijgbaarst,

Hoog in de wolken zwemend, onbereikbaarst
Geluk. Geluk? O Mens, wat zijt gij dom weer:
Heel 't Leven is Eén reine Melodie.

 

 

 

 

Infernale impressies

 

De gekken zitten in hun kerkgebouw
Als stomme mummiën: met stenen ogen
Staren ze onwendbaar langs de lage bogen
En horen van Geloof en Liefde en Trouw

Uit 's herders mond, die kalmpjes staat en nauw
Iets hoorbaars voor een oirbaar mens kan pogen
Te geven aan de onzaal'gen, die bedrogen
Om 's werelds eêlste goed, zien lauw en flauw.

Dan kerend zaal-waarts naar mijn vreemde voêr,
Denk ik gedwee: 'k ben een verloren worm maar,
En ga dan stil wat schrijven of wat lezen.

Maar mèt begint het hortende rumoer,
Lawaaiend langs de wanden of 't een storm waar...
Mensen, aanschouw: ik word als een van dezen.

 

 

 

 1387048-bb75200ed61e28353b849635424f55ea.jpg

Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

 

 

 

 


De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist
Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook alle tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

 

Uit: The Nanny and the Iceberg

 

“There's a reason why I've refused to show you my face, to meet you when you've come to New York to visit. The first thing you asked for when we reconnected through the Internet. "Send me a photo, please send me a photo, to see how much you've changed since I left for Seattle." What I didn't want you to know is that it hasn't changed. Not at all. That it's the same face you last saw walking out the door of your parents' house nine years ago. At twenty-four, I look like I'm still fifteen. Easy to deceive you, tell you I looked thirty, thirty-five.

Not the only lie. I'm not American. Fooled you when we first met, when we almost—and kept on fooling you when we hooked up again to couple in cyberspace. Didn't want you to know I was Chilean. I came here from Chile when I was five. Me and my mother. Exiled. That's the mystery country I returned to eighteen months ago. That long dagger of a country on the Pacific Ocean. Means the end of the world in Quechua, Chile does. Even the Peruvian Indians thought it was too far away, too inaccessible and destitute to be conquered. Driest desert on earth, the Atacama, to the north; the Andes forbidding safe passage to the east; to the west that ocean, with no land for thousands of miles, except for the tiny isle of Juan Fernández, where poor Robinson Crusoe was shipwrecked, and Easter Island and then nothing until Polynesia. And to the south ... I went there, to the mythical continent south of the south, first to Patagonia, then to Antarctica: I went to the white continent that for most of humanity's history did not even exist on a map. Only in dreams. I watched an iceberg being hacked from that floating mountain in Paradise Bay as the snow flurries licked my face and I tricked my father into telling me how he had fucked more women on this planet than any other man alive. As we watched that ice nobody had ever seen before in human history.”

 

 

 1387048-c308138bd09f2f4b2120322b3d9c4d88.jpg

Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

 

Kein Unterschlupf

 

Nicht sich verstecken

vor den Dingen

der Zeit

in die Liebe

 

Aber auch nicht

vor der Liebe

in die Dinge

der Zeit

 

 

 

Traurigkeit die jeder kennt

 

Man weiß von vornherein, wie es verläuft.

Vor morgen früh wird man bestimmt nicht munter.

Und wenn man sich auch noch so sehr besäuft:

die Bitterkeit, die spült man nicht hinunter.

 

Die Trauer kommt und geht ganz ohne Grund.

Und angefüllt ist man mit nichts als Leere.

Man ist nicht krank. Und ist auch nicht gesund.

Es ist, als ob die Seele unwohl wäre.

 

Man will allein sein. Und auch wieder nicht.

Man hebt die Hand und möchte sich verprügeln.

Vorm Spiegel denkt man: "Das ist dein Gesicht?"

Ach, solche Falten kann kein Schneider bügeln.

 

Vielleicht hat man sich das Gemüt verrenkt?

Die Sterne ähneln plötzlich Sommersprossen.

Man ist nicht krank. Man fühlt sich nur gekränkt.

Und hält, was es auch sei, für ausgeschlossen.

 

Man möchte fort und findet kein Versteck.

Es wäre denn, man ließe sich begraben.

Wohin man blickt, entsteht ein dunkler Fleck.

Man möchte tot sein. Oder Gründe haben.

 

Man weiß, die Trauer ist sehr bald behoben.

Sie schwand noch jedes Mal, so oft sie kam.

Mal ist man unten, und mal ist man oben.

Die Seelen werden immer wieder zahm.

 

Der Eine nickt und sagt: "So ist das Leben."

Der andre schüttelt seinen Kopf und weint.

Wer traurig ist, sei's ohne Widerstreben!

Soll das ein Trost sein? So war's nicht gemeint.

 

 

 

 1387048-6fefa82b41fae72159944e137a04b8b2.jpg

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook alle tags voor Yasushi Inoue op dit blog.

 

Uit: Almost Transparent Blue (Vertaald door Nancy Andrew)

 

“I took a fragment of glass about the size of my thumbnail out of my pocket and wiped the blood off it. The little fragment with its smooth hollow reflected the brightening sky. Under the sky stretched the hospital and far away the tree-lined street and the town. The horizon of the shadowy reflected town made a delicate curving line. Its curves were the same, the same as the time I'd almost killed Lilly on the runway in the rain, that white curved line that burned for an instant with the thunder. Like the wave-filled foggy horizon of the sea, like a woman's white arm, a gentle curve.

All the time, since I didn't know when, I'd been surrounded by this whitish curving.

The fragment of glass with the blood on its edge, as it soaked up the dawn air, was almost transparent.

It was a boundless blue, almost transparent. I stood up, and as I walked toward my own apartment, I thought, I want to become like this glass. And then I want to reflect this smooth white curving myself. I want to show other people these splendid curves reflected in me.

The edge of the sky blurred with light, and the fragment of glass soon clouded over. When I heard the songs of birds, there was nothing reflected in the glass, nothing at all.

Beside the poplar in front of the apartment lay the pineapple I'd thrown out yesterday. From its moist cut end there still drifted the same smell.

I crouched down on the ground and waited for the birds.

If the birds dance down and the warm light reaches here, I guess my long shadow will stretch over the gray birds and the pineapple and cover them.”

 

 

 1387048-8db39d300d30771946462cd576085dca.jpg

Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 

 

 


De Zweedse dichter en schrijver
Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog

 

 

Cable Ship

 

We fished up the Atlantic cable betweeen Barbados and Tortuga,
held up our lanterns
and patched over the gash on its back,
fifteen degrees north and sixty-one west.
When we put our ears to the gnawed part
we heard the murmuring of the cable.
One of us said: ‘It’s the millionaires in Montreal and St John´s
discussing the price of Cuban sugar
and the lowering of our wages.’

We stood there long, thinking, in a lantern circle,
we patient cable-fishers,
then lowered the mended cable
back to its place in the sea.

 

 

Vertaald door Robin Fulton

 

 

 

Listeners

 

I was small in the days of listening –
the old ones sat around the hearth
rocking their supposed sins toward
the final day, when a
crucified saviour would wash them clean. –

 

The cat purred, the fire burned, the chimney dampers howled, –
someone sang the blows and lamented the song
about the maid who stepped on the loaf of bread.
Late autumns toothless mouths told
of leprous marsh grain and
the bitter flower of the ergot.
I froze at my childhood’s hearth.

 

 

Vertaald door Lars Nordström

 

 


1387048-2de173b1424cc491f07c2461e43b290a.jpg
Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)




Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2012 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Gouden Boekenuil 2013 voor Oek de Jong


De Nederlandse schrijver
Oek de Jong heeft de Gouden Boekenuil 2013 gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Pier en oceaan. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

 

Uit: Pier en oceaan

 

“Aan het eind van de middag liep Abel met zijn polsstok het weiland in, gevolgd door zijn broertje.
Het was of er iets in de lucht hing vanaf de dag dat de verhuizing was aangekondigd. Abel had zichzelf van een stok voorzien en met een oud aardappelmes tekens in de bast gesneden, geïnspireerd door een oudere jongen in de buurt die zo’n stok bezat. Zijn moeder had het griezelig gevonden zoals hij tekens kerfde in de bast van die stok en hem er van boven tot onder mee bedekte. Hij nam zijn stok mee naar bed en betastte in het donker de tekens. De stok leek hem te beschermen. Maar op deze laatste dag had hij ervan afgezien om het ding bij zich te hebben.
Abel liep het weiland in. Hij droeg zijn polsstok niet op zijn schouder, maar sleepte hem achter zich aan door het gras, zodat hij vanaf de weg niet te zien zou zijn. Naast hem liep Otto, die een hompje klei kneedde. Hij zou er een paard van maken. Al dagen was hij bezig om paarden van klei te maken.
Ze liepen, waadden soms haast, door het gras, dat tot hun heupen reikte, rood en geel van zuring en boterbloem. De zon daalde, maar brandde nog steeds op hun gezicht. Hoog boven hen hing een leeuwerik in de lucht. Hij zong onophoudelijk, een hartstochtelijk en stralend gekweel, nu eens dichtbij, dan weer wat verderaf. Abel hoorde de wind, het gras dat langs zijn laarzen en de polsstok ritste en de vogel hoog in de lucht. Een vage angst greep hem aan. Hij keek om naar de huizen, maar hij kon al niet meer terug.

Ze liepen naar de sloot die er ‘altijd was geweest’. In zijn kleine universum was dit een van de meest geheimzinnige plekken. Bijna alle sloten liepen recht door het land, maar deze kronkelde. Hij was niet door mensen gegraven. Een van de oudere jongens had gezegd dat hij er ‘altijd was geweest’. Het was een oude geul uit de tijd dat de zee door een netwerk van geulen nog diep doordrong in het land. Het was de kronkeling die dit water voor de jongen op een onzegbare manier geheimzinnig maakte. Het weiland liep er wat omhoog – ook dat was anders. En het water was breder en dieper. Toen Abel ervoor stilstond en een windvlaag over het water zag strijken, werd hij nog banger. Het was of hij hier niet hoorde.”

 

 

 1387020-9de1ac7d06a7910d52ece6be22715974.jpg

Oek de Jong (Breda, oktober 1952)


Geschreven door Romenu om 17:39 Reageer op dit bericht

Hélène Gelèns

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel “niet beginnen bij het hoofd” verscheen in 2006 en haar tweede bundel “zet af en zweef” in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. Ze schreef ook het libretto voor het oratorium “Voices”, gecomponeerd door André Arends, dat in 2007 verscheen.

 

stamel de naam!

adem rustig in en uit, adem in
en uit, denk aan de naamdrager, in en uit
in en uit, goed zo, in en spreek de naam uit

hap naar de naam, probeer te happen
naar de naam als naar adem, zo ongeveer:
haphap, happen naar de naam, haphap

niet hoesten, happen haphap, niet hoesten
adem rustig in en uit, adem in
en uit, niet hoesten, adem in adem in

snak naar adem als naar de drager van de naam
hap naar adem, probeer te happen
naar adem, je moet nog stamelen, hap! hap!

 

en nu

verklaar je de dood aan je verraad

hoe? ga je het vermoorden met ware woorden
in braafheid of gebeden smoren
ga je het vergelden met zelfkastijding

of lach je het weg

ga je het verdelgen met ditjes en datjes
onder drukdrukdruk bedelven
ga je

 

 1540833-d09115fc2d7be711f8db1c595a3dace0.jpg
Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten