Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 juni 2013 tot 27 juni 2013

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Marcus Jensen

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Lucille Clifton overleed op 13 februari van dit jaar. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

 

good times

 

my daddy has paid the rent
and the insurance man is gone
and the lights is back on
and my uncle brud has hit
for one dollar straight
and they is good times
good times
good times

my mama has made bread
and grampaw has come
and everybody is drunk
and dancing in the kitchen
and singing in the kitchen
of these is good times
good times
good times

oh children think about the
good times

 

 

 

seeker of visions

 

what does this mean.
to see walking men
wrapped in the color of death,
to hear from their tongue
such difficult syllables?
are they the spirits
of our hope
or the pale ghosts of our future?
who will believe the red road
will not run on forever?
who will believe
a tribe of ice might live
and we might not?

 

 

 

1417088-bf0f1470a4b9209ad55be6e4099f30a8.jpg 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook alle tags voor Rafael Chirbes op dit blog.

 

Uit: La belle écriture (Vertaald door Denise Laroutis)

 

« Alors tu es né. Je voulais un fils, sans savoir très bien pourquoi. Peut-être pour qu’il y ait quelqu’un dans la famille qui voie le monde sans toute cette boue que les dernières années nous avaient collée dessus ; même pas, probablement :juste parce que je devenais vide, que ta sœur grandissait à toute vitesse et ne voulait plus venir au cinéma avec moi ; et que ton père s’éloignait de moi comme si nous vivions dans la mer tandis que le courant de l’eau pouvait faire de nous ce qu’il voulait et que notre volonté ne comptait pas.

(…)

 

Peut-être que j’avais commencé moi aussi à reporter sur toi la rancune têtue qu’avait ton père et que je me laissais écraser par l’orgueil. J’ai réussi à te faire partir de Bovra pour tes études et j’ai commencé à te perdre. Pendant les vacances, tu arrivais à la maison avec des amis qui nous semblaient lointains, même si, déjà, les années passant nous avaient tous remis à niveau et que les temps terribles n’étaient plus qu’un souvenir. Je te voyais écrire quelquefois et, malgré moi, je me rappelais ses cahiers à elle. Je pensais : « La belle écriture, c’est le déguisement des mensonges. » Les mots qui coulent tout seuls. Elle avait raison. En marge de son chemin ne restait que ce que, dans ses cahiers, elle appelait « petitesse » et « stupide manque d’ambition ».

 

 

 1417088-42b6cb082dc56f16547140e98ea5538e.jpg

Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook alle tags voor Potgieter op dit blog.

 

Uit: Het Rijks-Museum te Amsterdam

 

“Onwillekeurig verkeerde mijn aanhef in eene lofspraak op de verzameling schilderijen van het rijks-museum te Amsterdam; op die der eerste zaal, de historiële portretten, zoo ge wilt. Ik vraag er niet voor om verschooning. Of zijn iederen Hollander, die meermalen de breede trappen van het Trippenhuis opklom, niet dergelijke gedachten door het hoofd gegaan; of klopt het hart van den inheemschen liefhebber niet sneller bij de voorstelling, in welker midden hij zich daar weder bevinden zal, dan wanneer hij in den vreemde zijnen cicerone in eene galerij van antieken, in een kabinet der zuidelijke school vergezelt? Sta mij toe, den onderscheiden indruk door vlugtige trekken in schets te brengen, ten einde de poging me vrijware van de blaam van partijdigheid. O het is een beurtelings weelderig stemmend of huiveringwekkend genot, den blik te laten rusten op de vergoddelijking des ligchaams, aan den beitel der Grieken, in de verwezenlijking hunner idealen van kracht en van schoon, gelukt; – de heroën van Homerus treden aan het licht, tot voor ons, misdeelden, wien ze in alle vertalingen duister bleven; – de studie der oude, de schier eenige beeldhouwkunst, deelt eenen zin voor volkomenheid van vormen mede, welke u levenslang dreigt te martelen, als gij dien te eenzijdig botviert. Eere, wien eere toekomt! Waar hij ook de som uwer genietingen verminderen zou, vrees dit bij de Italianen niet. Rafaël bevredigt dien, Rafaël, wiens scheppingen de graveernaald u slechts behoeft te hebben vertolkt, om u te doen erkennen, dat de vlugt des kunstenaars hooger stijgen kan dan tot zedelijk wordens gelouterde zinnelijkheid. Ontzag greep u aan bij de standbeelden dier goden, wier verhevene rust het bewustzijn hunner kracht aanschouwelijk maakte; maar hoe het de moedig gebogen hoofd der madonna alle verheffing onzer natuur beschaamt, in zijne verkondiging van het beginsel des geloofs! Zie den Christus, en de katholieke kunst overwint de heidensche; de liefde, het noodlot, en echter, Hollander, hervormde, als ge zijt, aanbidder in geest en in waarheid, als gij streeft te worden, weigert ge u prijs te geven aan den indruk van afschaduwingen, die, waartoe het verheeld? op u geene onbetwistbare zegepraal kunnen behalen; welke gij slechts wantrouwend geniet. Anders dan als eene openbaring van het hemelsche, hadt de kunst zich het eerst aan uwe blikken vertoond; andere snaren dan die, welke een voorspel van het toekomende ruischen, pleegde zij in uw gemoed aan te roeren; en zoo ik aarzel, het van alle bekrompenheid vrij te pleiten, dat gij haar, als stemme uit den hoogen, gehoor ontzegt, uw prijs stellen op de vervulling van hare aardsche roeping, is deugd.”

 

 

 1417088-bbfcb66de15c7c54955781aa633f97fd.jpg

Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

Het Rijksmuseum 

 

 


 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook alle tags voor Kees Ouwens op dit blog.

 

 

Hou je mond toch

 

Mijn vader en ik hebben elkaar altijd aangekeken over
een wijdste tussenruimte heen

 

Om de waarheid te zeggen: onze blikken meden elkaar
in dat niemandsland

 

Geen kamer, geen zaal, geen wereldruim bood plaats
genoeg voor onze gezichtsvelden, als zij zich in elkaar
uitstrekten over een afstand, groter dan de horizon
binnen de perken kon houden

 

En onze ogen, als het niet om aan te zien was in een
vertrek – waar ik hem trof maar naar zijn vrouw vroeg in
de namiddag – dat ik niet naar zijn hand was gezet ook als
het zich toedroeg andersom: dat hij navraag deed naar mijn
moeder bij zijn binnenkomst, ontweken elkaar wegen
de landmijn, het stelselmatige toeval, de kans op het snijpunt
van hogere welvaart en mindere scholing dan te bekostigen
was na de oorlog, dat zij te laat voor elkaar opzij gingen,
het geweld uit de weg alle kanten op ijlings, waarlangs zij
elkaar maar konden ontgaan om elkaar te verdragen, als
die maar tegengesteld waren lijnrecht

 

Staande aan zijn bed heb ik zijn lijf aangegrepen
uiteindelijk om, waar hij dwars was komen te liggen in het
gedrang van zijn afweer, het recht te sjorren in lijn met
zijn bedding, tot zijn wrak in de stroomrichting lag van de
dingen hun loop, zoals men het uitdrukt, en waarvan mij
getoond werd, dat het onvermijdelijk is dat zij
hun gang nemen.

 

Door mijn voorbehoud heen naar hem toegebogen,
riep ik zijn verlorenheid aan met het woord
dat ik mij niet heugde hem gezegd te hebben ooit,
en dat, lettergreep ongelijkluidend herhaald, als een
tweeling uit mijn mond viel, en geheten was: Papa

 

En zijn gezicht, de ogen gesloten, liet zich de eer betonen
van mijn stem, en nam die aan met een glimlach,
gereed en verzoenlijk als die van de zuigeling, uit zijn
wieg verheven ver voor het omkeren van de rollen,
en lieflijker, neem ik aan, dan deze kon opbrengen toen

 

 

 

1417088-261ee98e1cfbe96ae02e0b6dab47ce21.jpg 

Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Marcus Jensen op dit blog.

 

Uit: Grün und Blau

„Neben meinem Stuhl warten sie in langer Reihe, legen ihre Schwänze auf die Vorderpfoten, die Spitzen ringeln sich über ihre Zehen wie kleine Pelzmuffe, es ist noch früh. Alle haben sich den ganzen Tag frei genommen, nicht nur die von der Müllhalde oder die aus den feuchten Hinterhöfen, auch welche aus der Vorstadt, aus den feinsten Gegenden, gekämmte, einige mit Schleifchen, sogar solche, die noch nie eine Wohnung verlassen haben, sind für heute ausgerissen, stehen ängstlich zwischen den anderen und schauen sich um. Der weite graue Parkplatz, den sie höchstens von ihren Fenstern aus sehen konnten, so ist er also wirklich, hart und kalt, aber sie haben es gewollt. Die anderen trösten sie und kneifen beruhigend die Augen zu: Es ist ja für alle das erste Mal. Ich schaue auf die Uhr: Bald öffnen die Geschäfte. Drei Somalis starren sprungfertig auf die Stuhlkante, eine Perserin findet noch Staub auf ihrer Flanke und leckt schnell darüber, Kurzhaarige zucken nervös mit den Ohren, nur die Siamesinnen bleiben völlig bewegungslos, schließen nicht einmal die Augen. Dann öffne ich die beiden Metalleimer. Die Deckel lösen sich mit einem Knacken, auf den Innenseiten glänzen Grün und Blau, ich schleudere sie weit über den Parkplatz, scheppernd schlagen sie auf den Asphalt. Alle schauen, was ich mit den Eimern mache. Ich stelle sie neben meine Füße und nehme zwei Tapezierpinsel, breit wie meine Hände, um die Eimer durch zu rühren. Es geht schnell, die Farbe ist dünn und geschmeidig, die Haarpinsel saugen sich voll im sattesten Ton, tropfend hebe ich sie hoch und zeige sie allen. Was für Grün und Blau!

Sie reißen die Augen auf, manche öffnen ihre Mäuler, aber es darf nicht einen Laut geben, sofort kreuze ich die Pinsel übereinander, und alle bleiben ruhig. Mit dem Grün zeige ich auf die Reihe, und der erste ist ein dicker Getigerter, der kaum die Kraft findet hoch zu springen. Seine Flanken zittern, er zögert, sein Blick fährt auf und ab zwischen dem Boden und der Stuhlkante. Aber ein Grün soll er werden. Er spannt seine schlaffen Muskeln, erinnert sich an bessere Zeiten und springt auf meinen Schoß. Er schnuppert am Pinsel. Grün für ihn.”

 

 

 1417088-8e4978fb89384543f36a44fc74b6caeb.jpg

Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)

In 2007

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Jacqueline van der Waals, Aimé Césaire, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Branwell Brontë

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

 

Bij ’t venster

 

Het windje, zoel van bloemengeuren, streek
Mij langs de warme wangen, zwaar en loom,
De bijen gonsden om de lindeboom,
Vlak bij mijn open venster, en ik keek
 
Doelloos naar buiten, waar ik bij de heg
Aan de andere zijde van de eikenlaan,
Je moeder langzaam langs haar bloemen gaan,
En toeven zag en uitzien langs de weg.
En, toen je kwam, en, toen je naast elkaar

Naar binnen ging, en zij, de slanke vrouw,
Het hoofd omhoog hief - o, ik wist, hoe blauw
Die ogen blonken onder 't grijze haar -;
Toen dacht ik, hoe ik ook wel graag tot jou
Eens zó had willen opzien - even maar.

 

 

 

 

Kastanjes

 

Het is een heldere dag in mei,
De wind waait lustig, de zon schijnt blij
Op bloeiende paarse seringen,
En gouden regens in gele tooi
En alles is zo mooi, zo mooi!
En alle vogels zingen!

En zie hoe blauw de hemel blauwt
Boven de weiden geel als goud,
De zonnige, bloeiende landen,
En zie de kastanjebomen daar staan!
Daar groeien witte kaarsjes aan,
Wat zullen die kaarsjes aardig staan
Wanneer ze van avond branden!

 

 

 

 

Sonnetten zijn vol liefde

 

Sonnets are full of love
Chr.
Rossetti

Sonnetten zijn vol van liefde, dus ik zal
Mijn hoogste liefde ook in sonnetvorm uiten,
Niets weet ik dan die liefde, niets staat buiten
Niets boven haar - zij is mij 't een en 't al.

Zo liefde zwijge, waar ze in d'enge hal
Van aardse min de liefste aan 't hart mag sluiten,
Of stijgend, waar gedachte en woorden stuiten
Verstommen voor Gods stille woordenval....

Daar, waar de liefde liefdes doel verloor,
Of waar de liefde twijfelt aan zichzelven,
Daar spreekt haar stem en vult de luchtgewelven
Met klang en klaagt de hoge heemlen door...

Sonnetten zijn vol liefde en liefsverlangen,
Hoe dieper droefenis, hoe zoeter zangen.

 

 

 

1416619-3d5d3a688d02239c87fa670e447b81f8.jpg 

Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)

 

 

 

 

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

 

 

Soleil et eau

 

Mon eau n’écoute pas

mon eau chante comme un secret

Mon eau ne chante pas

mon eau exulte comme un secret

Mon eau travaille

et à travers tout roseau exulte

jusqu’au lait du rire

Mon eau est un petit enfant

mon eau est un sourd

mon eau est un géant qui te ti

ent sur la poitrine un lion

ô vin

vaste immense

par le basilic de ton regard complice et somptueux

 

 

 

 

Nocturne d’une nostalgie

 

                                rôdeuse

oh rôdeuse

 

à petits pas de cicatrice mal fermée

à petites pauses d’oiseau inquiet

sur un dos de zébu

 

nuit sac et ressac

 

à petits glissements de boutre

à petites saccades de pirogue

sous ma noire traction à petits pas d’une goutte de lait

 

sac voleur de cave

ressac voleur d’enfant

 

                             à petite lampe de marais

 

ainsi toute nuit toute nuit

des côtes d’Assinie des côtes d’Assinie

le courant ramène sommaire

 

           toujours

 

et très violent

 

 

 

 1416619-1529b1974ed52e3393d315e19c8a1265.jpg

Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yves Beauchemin werd geboren op 26 juni 1941 in Rouyn-Noranda, Quebec. Zie ook alle tags voor Yves Beauchemin op dit blog.

 

Uit: Du sommet d'un arbre

 

« J'écoutai encore un moment, bus mon verre d'eau et ressortis dehors en courant. Mais deux minutes plus tard, ce fut plus fort que moi, j'entrai de nouveau dans la maison et je m'assis dans un coin.
- Qu'est-ce que tu as? demanda ma mère, intriguée.
Moi? Rien. Juste un peu fatigué.
En fait, j'attendais que le fameux thème de la marche revienne et me refasse son effet d'hélicoptère.
Il finit par revenir. Je montai de nouveau dans l' espace. C'était ça. À côté de ça, il n'y avait pas grand-chose dans la vie qui importait vraiment.
Aujourd'hui, à 41 ans, je n'ai pas changé. La semaine dernière, Yves Beauchemin, le petit garçon caché dans un adulte, mari, père de deux enfants, écrivain et propriétaire, s'est acheté un jouet pour connaître un peu plus souvent l'effet d'hélicoptère.
Succombant à la mode, il s'est acheté un de ces walkman avec système Dolby, écouteurs superlégers et tout le bataclan. Loin de moi l'idée de me promener avec mon appareil dans la rue! Je me sens peu de propension à circuler dehors, l'oeil légèrement agrandi, opérant des mélanges capiteux concertos-grondements d'autobus. Non. Je me suis acheté un walkman pour meubler le vide de mes soirées de chambre d'hôtel quand mes tournées de commis-voyageur de la littérature me retiennent loin de chez moi. Pour atténuer les effets du sevrage de musique classique qui me saisit chaque été quand nous prenons nos vacances à la campagne ou sur le bord de la mer. Pour être sûr, où que je me trouve, d'obtenir ma ration quotidienne de musique, un peu comme ce drogué qui traîne avec lui sa trousse d'aiguilles et de seringues. L'effet d'hélicoptère, voilà le hic. Je n'ai pas du tout honte de ma dépendance. J'en suis fier. Elle aide le petit garçon à continuer de vivre en moi. N'est-ce pas pour connaître de temps à autre des effets semblables ( il y en a plusieurs sortes, je suppose, selon les individus) que les hommes acceptent d'avancer, jour après jour, dans cette vie un peu insipide que la société industrielle trace devant nous avec un peu plus de précision à chaque décennie et qui me rappelle ces autoroutes où on file à 100 kilomètres à l'heure en bâillant?
L'effet d'hélicoptère: j'y reviendrai.”

 

 

1416619-836d98970ba5584ab2ff6d8b4c6245c3.jpg 

Yves Beauchemin (Rouyn-Noranda, 26 juni 1941)

 

 

 

 


De Duitse schrijfster
Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zie ook alle tags voor Elisabeth Büchle op dit blog.

 

Uit: Wohin der Wind uns trägt

 

„Der warme Wind strich über die Wiese und setzte spielerisch die Blütenköpfe der Gänseblümchen, der Veilchen und des Klees in Bewegung. Die Rasenfläche wurde von einem Bach begrenzt, der sich wie ein silbern glänzendes Band durch die Landschaft schlängelte. Sein klares Wasser floss leise murmelnd durch das steinige Bachbett, vorbei an den violett blühenden Magnolienbäumen.

Entlang des Baches waren mehrere mit weißen Tischdecken überzogene Tische aufgestellt. Auf ihnen standen Unmengen von verschiedenen Kuchen, rot schimmernde Beerenbowle, blitzende Kristallgläser und dazwischen mit Orchideenblüten geschmückte Schalen für die Gäste von Natasha Steinmanns Geburtstagsfeier bereit.

An der flachen Uferböschung hatten es sich Joanna Steinmann und ihre Freundin Linda Fowler bequem gemacht. Joanna hatte sich ihrer Schuhe und Strümpfe entledigt und ließ die Füße im

Wasser baumeln.

Langsam lauter werdende Stimmen verrieten, dass sich die Gäste, die zunächst im Salon des Hauses empfangen worden waren, den im Schatten der Bäume aufgestellten Köstlichkeiten

näherten.

Joanna zog eilig ihre Füße aus dem angenehm kühlen Wasser und versuchte umständlich, die Strümpfe über die feuchten Füße zu ziehen, bevor einer der Gäste sie so sah.

„Beeil dich bitte, Jo. Simon Bryant ist schon fast hier. Bitte, beeil dich!“, flüsterte Linda aufgeregt.

Joanna presste die Lippen aufeinander, um nicht zu lachen.

Die Siebzehnjährige wusste, wie sehr ihre gleichaltrige Freundin für den Erben der Bryant-Plantage schwärmte. Simon hatte vor Kurzem West Point abgeschlossen und hielt sich für einige Zeit in ihrem Distrikt auf, bevor auch er – wie so viele andere Männer – nach Mexiko in den Krieg ziehen würde.

„Ich bin es doch, die keine Schuhe anhat, also beruhige dich, Linda.“

 

 

 1416619-39916c21755042b3cefa11436bb75053.jpg

Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Laurence Edward Alan "Laurie" Lee werd geboren in Stroud, Gloucestershire op 26 juni 1914. Zie ook alle tags voor Laurie Lee op dit blog.

 

Uit: Cider with Rosie

 

“I WAS set down from the carrier's cart at the age of three; and there with a sense of bewilderment and terror my life in the village began.
    The June grass, amongst which I stood, was taller than I was, and I wept. I had never been so close to grass before. It towered above me and all around me, each blade tattooed with tiger-skins of sunlight. It was knife-edged, dark, and a wicked green, thick as a forest and alive with grasshoppers that chirped and chattered and leapt through the air like monkeys.
   I was lost and didn't know where to move. A tropic heat oozed up from the ground, rank with sharp odours of roots and nettles. Snow-clouds of elder-blossom banked in me sky, showering upon me the fumes and Rakes of their sweet and giddy suffocation. High overhead ran frenzied larks, screaming, as though the sky were tearing apart.
   For the first time in my life I was out of the sight of humans. For the first time in my life I was alone in a world whose behaviour I could neither predict nor fathom: a world of birds that squealed, of plants that stank, of insects that sprang about without warning. I was lost and I did not expect to be found again. I put back my head and howled, and the sun hit me smartly on the face, like a bully.
   From this daylight nightmare I was awakened, as from many another, by the appearance of my sisters. They came scrambling and calling up the steep rough bank, and parting the long grass found me. Faces of rose, familiar, living; huge shining faces hung up like shields between me and the sky; faces with grins and white teeth (some broken) to be conjured up like genii with a howl, brushing off terror with their broad scoldings and affection. They leaned over me - one, two, three - their mouths smeared with red currants and their hands dripping with juice.”

 

 

 1416619-a5aa7a5a6685b66b8ddc8bebb9f421c9.jpg

Laurie Lee (26 juni 1914 – 13 mei 1997)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Pearl S. Buck werd geboren in Hillsboro West-Virginia, op 26 juni 1892. Zie ook mijn blog van 26 juni 2010 en eveneens alle tags voor Pearl S. Buck op dit blog.

 

Uit: The Child Who Never Grew

 

“I happened to take her little right hand to guide it in writing a word.  It was wet with perspiration.  I took both her hands and opened them and saw they were wet.  I realized then that the child was under intense strain, that she was trying her very best for my sake, submitting to something she did not in the least understand, with an angelic wish to please me.  She was not really learning anything. 

.. . . She might after much effort be able to read a little, but she could never enjoy books.  She might learn to write her name, but she would never find in writing a means of communication.  Music she could hear with joy, but she could never make it. “

(…)

 

I left her all alone for three years and that, I know now, was wrong for me to have done.  It was wrong for her and for me.  After all, she had never been separated from me before and for it to be so sudden and so complete was hard on us both.  True I paid a woman friend to go and see her, and she reported to me each month, but it was not the same as visiting her myself.  I vowed I would go back and see her at least once a year.”

 

 

 1416619-ba05b483bd31c0fe4cbd87c80e485ece.jpg

Pearl S. Buck (26 juni 1892 – 6 maart 1973)
In 1972

 

 

 

De Engelse dichter en schilder Branwell Brontë werd op 26 juni 1817 geboren in Thornton, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Branwell Brontë op dit blog.

 

 

The Cottager's Hymn

 

I.
My food is but spare,
And humble my cot,
Yet Jesus dwells there
And blesses my lot:
Though thinly I'm clad,
And tempests oft roll,
He's raiment, and bread,
And drink to my soul.


II.
His presence is wealth,
His grace is a treasure,
His promise is health
And joy out of measure.
His word is my rest,
His spirit my guide:
In Him I am blest
Whatever betide.

 

 

 

1416619-5d350f79692871652a7e965a616074b0.jpg 

Branwell Brontë (26 juni 1817 – 24 september 1848)

Landscape with cottage, river and bridge door Branwell Brontë

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 22:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten