Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 7 juli 2013 tot 8 juli 2013

Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Lucifer

 

Schroevend als een buizerd naar grote hoogte

daal ik af in het denkend licht.

 

Wat is niets zien anders dan kreng

en nergens steun voor de glijvlucht

 

opent de dood. Aaseter

 

die zich haakt in de vacht, klauwend

rolt om en om in het stof.

 

 

 

Beeldend

 

Geblinddoekt stap ik uit de rots

die mijn vernietiging bevat. Breekbaar

linnen dat mij standhoudt,

 

het zijn mijn handen die hij schetst,

het is mijn mond die in zijn naam

verandert, tot een zwaluw

 

de zeeëngte kan oversteken. Duizeling-

wekkend herken ik mijzelf

in de stilte die mijn stap besluit.

 

Aan de rand brengen is beginnen

door te breken: de dag als een

opening scheert langs mij heen, leidt mij in.

 

 

 

 

In nova fert animus

 

Zijn ogen ontmoeten zijn ogen.

Achter mij staat hij. Peinzend

streelt het lemmet de oorschelp.

Mijn polsslag drupt in zijn hand.

 

Alleen in de spiegel is uitzicht

waarin ik opspring. Voorover

 

valt alles in zijn mes

naar een bestaan zonder schaduw.

 

 

 

1423209-d59622a81fecdcc00699cf70750a3534.jpg 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

 

 

 

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook alle tags voor Walter Hasenclever op dit blog.

 

 

Wenn manchmal in den wünschetollen Nächten

 

Wenn manchmal in den wünschetollen Nächten
Mein Blut mich quält, weil Du es zu Dir riefst,
Dann greife ich in Deines Haares Flechten,
Und küsse sacht die Stelle, wo Du schliefst.

Und höre, wie Du träumst, und werde selig,
Und weiß: Du bist wie ich. Und ich wie Du.
- - - - - - - - - - - -  und mählich
Singt sich mein Herz zur Ruh.

 

 

 

 

Den Jammer einer leeren Zeit

 

Den Jammer einer leeren Zeit
Streich mir aus meinem Haar,
Und etwas Güte und Frömmigkeit
Küsse mir in mein Haar,

Und etwas weiche, milde Nacht
Gib mir in Deinem Schoß,
Dann regnet, was so traurig macht,
Leise von uns los.

 

 

 

 

Frauen

 

IV

Du bist gewohnt die Welt als Spiel zu sehn.
Du schöne Frau - Du kommst aus fernen Ländern,
Die ich nur ahne; Deine Glieder gehn
Im leisen Duft von seidenen Gewändern.

Wer bist Du denn? Dein Haar ist fein und lose
Und so verschlungen wie ein Mädchenhaar,
Und manchmal neigst Du Dich wie eine Rose,
Die leuchtend und voll Sommerabend war.

Und was Du rührst wird tönend und voll Leben.
Bist Du ein Traum, ein Märchen, ein Gedicht?
Du schöne Frau - Dir ist ein Glanz gegeben
Oder ein Rausch - ich weiß es nicht.


1423209-2826eccfd43e8ab552214be0da85a2f0.jpg 

Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940) 

  

 

 


De Engelse schrijver en dichter
Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

 

 

The Faun Sees Snow for the First Time

 

Zeus,
Brazen-thunder-hurler,
Cloud-whirler, son-of-Kronos,
Send vengeance on these Oreads
Who strew
White frozen flecks of mist and cloud
Over the brown trees and the tufted grass
Of the meadows, where the stream
Runs black through shining banks
Of bluish white.

Zeus,
Are the halls of heaven broken up
That you flake down upon me
Feather-strips of marble?

Dis and Styx!
When I stamp my hoof
The frozen-cloud-specks jam into the cleft
So that I reel upon two slippery points ...

Fool, to stand here cursing
When I might be running!

 

 

 

1423209-d1293cdf80af2bbbc8ca8c029d91fd68.jpg 

Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook alle tags voor Jean Ray op dit blog.

 

Uit: La choucroute

 

“Je me trouvais seul sur le quai. Il faisait nuit. J’entendais au loin le hululement sinistre d’une chouette. Un vent léger me faisait frissonner et faisait tournoyer quelques feuilles mortes sur le quai. Soudain, je sentis une odeur étrange. Je ressentis comme une présence derrière moi. Je me retournais brutalement et me trouvais face à face avec un homme. J’étais surpris de ne pas l’avoir entendu arriver. Il était d’une telle maigreur qu’il semblait n’avoir que la peau sur les os. J’avais l’étrange impression de pouvoir voir à travers son corps. Il était très pâle et donnait l’impression de flotter au dessus du sol. Il portait des habits troués. Reprenant courage je lui dis : « Bonsoir, comment vous appelez-vous ?
 Je m’appelle Edward et vous ?
 
Moi, c’est Vincent !
 Que faîtes-vous ici ? Où allez-vous ?
 Eh bien... connaissez-vous un endroit pour dormir ?
 Je vous conseille de quitter rapidement cette ville car vous y êtes en grand danger.
 Pourquoi ? » Comme il ne me répondais pas, je me dirigeais vers le quai pour attendre le prochain train. « Ca ne sert à rien d’attendre. Aucun train n’est passé ici depuis la nuit de l’accident.
 Quel accident ? N’ayant pas de réponse, je me retournais et m’aperçus avec stupeur que l’homme avait disparu !
L’odeur étrange aussi d’ailleurs. Pris de panique, je décidais aussitôt de quitter les lieux. N’ayant aucun repère, perdu au milieu de la forêt, je longeais les rails et marchais longtemps espérant voir apparaître un train. Il y en avait bien un qui m’avait déposé !”

 

 

 1423209-ce5cc13b9b2aea064a14f1b7d6b5db6a.jpg

Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook alle tags voor Julius Mosen op dit blog.

 

 

The Legend Of The Crossbill (From The German Of Julius Mosen)

 

On the cross the dying Saviour
Heavenward lifts his eyelids calm,
Feels, but scarcely feels, a trembling
In his pierced and bleeding palm.

And by all the world forsaken,
Sees he how with zealous care
At the ruthless nail of iron
A little bird is striving there.

Stained with blood and never tiring,
With its beak it doth not cease,
From the cross 't would free the Saviour,
Its Creator's Son release.

And the Saviour speaks in mildness:
'Blest be thou of all the good!
Bear, as token of this moment,
Marks of blood and holy rood!'

And that bird is called the crossbill;
Covered all with blood so clear,
In the groves of pine it singeth
Songs, like legends, strange to hear.

 

 

 

Vertaald door Henry Wadsworth Longfellow

 

 

 

1423209-687334de419b57dd3d41e37e48cb3cf4.jpg 

Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Anoniem portret, rond 1830

 

 

 

 


De Franse dichter en schrijver
Jean de La Fontainewerd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry inChampagne. Zie ook alle tags voor Jean de La Fontaine op dit blog.

 

 

De kikker die even groot als een os wilde zijn

 

Een os stond in de wei te dromen bij een beek
En zag hoe daar vlakbij een kikker hem bekeek.
Hij was zichtbaar jaloers, niet groter dan een ei,
Maar kwaakte kwaad:
"Kijk, kijk! 'k Word net zo groot als jij!"
De os sloeg met zijn staart en stond zich te verbazen.
De kikker rekte zich, begon zich op te blazen.
Hij blies en blies, hield zich even in
En vroeg: "Is dit geen goed begin?
Ben ik op weinig tijd niet reuze aangekomen?"
De os zei: "Boe!" En bleef maar voor zich uit staan dromen.

De kikker wond zich op, begon met nieuwe moed
Hij voelde alles spannen. "Is het nu nog niet goed?"
"Boe!" deed de os bedroefd. "Het lijkt er echt niet op.
Niet groter dan een pad, maar met een dikke kop!"
Nu werd de kikker woest, hij duwde, blies en balde
Zijn spieren plots zo hard dat hij aan flarden knalde

De wereld barst van waan en nijd
Om wie de snelste auto rijdt
Het grootste huis. De verste reis.
Ach, is dat allemaal wel wijs?

 

 

 1423209-c81288b7c90617e847f0b9a42f22b7cd.jpg

Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Micha Hamel

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Hamel studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (1988-1994); daarnaast heeft hij ook een jaar filosofie gestudeerd in Amsterdam. Hij volgde een compositiecursus in het Tanglewood Music Center, in de Verenigde Staten. Zijn composities schreef hij vooral in opdracht van de Slagwerkgroep Den Haag, het Ives Ensemble, het Schönberg Ensemble en het Nieuw Ensemble. Tevens heeft hij een aantal stukken geschreven in opdracht van een aantal Engelse dansgroepen.

Als dirigent heeft Hamel carrière gemaakt bij het Nederlands Balletorkest, het Radio Symfonie Orkest en bij de Slagwerkgroep Den Haag. In 1997 kreeg hij de Bernard Haitink Beurs voor een assistent-dirigentschap van het Radio Filharmonisch Orkest. Hamel was chef-dirigent van het Noordhollands Philharmonisch Orkest van september 2000 tot aan de opheffing in 2002. In 2004 debuteerde hij bij het orkest van de RAI in Turijn. Naast zijn werk in de muziek heeft Hamel in 2004 zijn eerste dichtbundel uitgebracht, “Alle enen opgeteld”. Hiervoor ontving hij in 2005 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2006 heeft hij zijn tweede bundel uitgegeven, “Luchtwortels” en in 2010 de derde, “Nu je het vraagt”.

 

 

Vader en zoon

 

Ik vertel hem niet dat het leven leuk is,
opdat hij later niet in verslaving vlucht.

 

Mijn kind, het meeste zeg ik niet. Hoe mytisch
het vaderlijk zwijgen ook worden mag, ik verkies
de aalmoes van het bestaan woordeloos te delen.

 

Op een speeltoestel een vrouw
in meisjeskleren met haar kind
als kortgerokte verleidster verkleed.

 

Ook als kleuter had ik het niet zo op kleuters.
Schreeuwerig volk, ongecoördineerd, onmachtig
zich behoorlijk te uiten of mij te verstaan.

 

Hierom vermijd ik nu volwassenen liefst.
Wij keren ons af van de wipkippen
en trappen een blikje voor ons uit.

 

Heerlijk grijpt de leegte om zich heen,
het regent knikkerputjes in het zand.
Belangrijker is de hand, een hand die leidt, die je
op het hoofd kunt voelen als een zegen levenslang.

 

Mijn vader, die het niet tot Sinterklaas, God of opa schopte,
had handen van gele eelt, van zalmkleur zijn mijn zoons.
Ze omklemmen de beddenspijlen, ik
voel de kriebelbaard op mijn wang.

 

In de zandbak graaf ik naarstig
mijn weg naar hem terug, en vind plots
de laatste spuit die hem werd toegediend.

 

Geen steek brengt mij terug naar
de dag dat mijn ik herboren werd,
en gretig beleven we samen de schrik die
griezeldoods vriendschap versmaadt.

 

 

 

 1485235-91f25b29bf167687918b5a566a9d024e.jpg

Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tim Krabbé, Lion Feuchtwanger, Ivo Victoria, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl


Bij de Tour de France

 

 

1422677-a0bb87ff8525bc18ee5e08da7346e650.jpg

Mark Casvandish en Chris Froome in de Tour van 2012




Uit: Das Rennen (Vertaald door Susanne George)


„Nach rechts. Anstieg über 5 Kilometer zum Causse Méjean. Ich habe mich ein Stück nach hinten fallen lassen; ich bin in der Mitte des Feldes.
Durcheinander. Ein Fahrer schaltet, trifft daneben, fliegt fast über seinen Lenker, flucht. Zwanzig Fahrer vor mir, eine ganze Straße voll. Ich erkenne Lebusque, ein Segelflugzeug zwischen den Staren.
Bei Anstiegen reißen sofort die schlimmsten Löcher auf, ich muss hindurch. Schwankend halte ich nach Durchlässen Ausschau. Panik, dass sie mich allein lassen, noch spüre ich meine Pedale nicht. Ich tippe ein Hinterrad an, ich schlingere, ein anderer stößt sich von mir ab, ich lande im Straßengraben, kein platter Reifen. Flitz flitz. Zwei Fahrer weg. Mit einigen wenigen Tritten fahren sie aus meinem Rennen davon. Reilhan und Guillaumet. Die echten Klassefahrer - zwischen den Rennen mache ich mir nur selbst etwas vor. Sie sind sofort gut weggekommen. Am Berg zu attackieren ist äußerst effektiv, aber auch das Schwerste, was es gibt. Bahamontes, Fuente konnten das zwanzigmal hintereinander, wie rammelnde Kaninchen. Alle Kletterer guten Durchschnitts warnen einander vor dieser Sorte von Männern. Nicht dranhängen. Doch dranhängen? Dann ziehen sie noch mal an, sie lassen dich am Gummiband krepieren. Doch währenddessen werde ich namenlos Zehnter. Ich muss mich damit abfinden. Ich kann nur tun, was ich tue, und so weitermachen.
Ich bin nun vorne in unserem halb ausgerissenen Feld gelandet. Dritte Position. Dort bleibe ich; die beiden vor mir fahren schnell genug. Nach einer Weile wird mir klar, wer sie sind: Lebusque und Kléber, nebeneinander. Lebusque auf den Pedalen stehend mit einer riesigen Übersetzung, aber trotzdem gleichmäßig. Kléber sitzend. Halb neben mir stampfend, ächzend, aber überraschend, Barthélemy.
Allmählich finde ich einen Rhythmus. Klettern ist ein Rhythmus, ein Rausch, man muss die Proteste seiner Organe beschwichtigen.“

 

 1422677-d5a70f4b1bd789a00adb9c4a97375e0a.jpg

Tim Krabbé (Amsterdam, 13 april 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

 

Uit: Erfolg

 

„Nun aber konnte Kaspar Pröckl nicht mehr an sich halten. So harte Worte er sonst für seine Landsleute fand: was dieser Westschweizer [Tüverlin) und dieser Dollarscheißer [Potter] sich erdreisteten, ging ihm zu weit. Zornig erklärte er, was da Herr Potter sage über den Mangel an Ethos unter den Deutschen, das stelle die Dinge auf den Kopf. Zuviel Ethos hätten sie, das sei ja gerade das Saudumme. Immer bei ihrem Ethos packte die herrschende Schicht die Beherrschten, immer mit ethischen Argumenten kriege sie sie klein. Kein Volk auf der Erde schlage sich soviel mit ethischen Skrupeln herum wie das deutsche. Wo andere den geraden Weg vor sich sähen, mache es sich den Weg krumm vor lauter Skrupeln. Kaum hätten die Deutschen eine Revolution angefangen, so stoppen sie die Revolution auch schon ab, weil sie sich erst überlegen müssen, ob sie denn auch fair sei.

(…)

 

"Die Bayern knurrten, sie wollten leben wie bisher, breit, laut, in ihrem schönen Land, mit einem bisschen Kultur, einem bisschen Musik, mit Fleisch und Bier und Weibern und oft ein Fest und am Sonntag eine Rauferei. Sie waren zufrieden, wie es war. Die Zugreisten sollten sie in Ruhe lassen, die Schlawiner, die Saupreussen, die Affen, die gselchten."

(…)

 

"Meineid, Hm, drei Jahre gibt es dafür. Ihn, Klenk, haben auch die missliebigen Bilder nicht gestört. Von mir aus hätt der Krüger Subdirektor bleiben können, bis er schwarz wird. Er selber hat Sinn für Bilder. Nur frech werden, Herr Doktor, das hätten sie nicht sollen. Sich mokieren, die Regierung kann sie am Arsch lecken, das, Herr Doktor Krüger, lass ich mir, Otto Klenk, nicht gefallen. Wenn's um bayrische Dinge geht, mein Lieber, da kennen wir kein Genieren."

 

 

 1422677-ccfaaae36e1e51bcf1b06666ffa6f621.jpg

Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

 

 

 

 


De Vlaamse schrijver
Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey)werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem(Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

 

Uit: Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalf-jarigen won

 

“Edegem, Kontich, Rumst.
Op de schaal der verloren levens is het een stijgende curve, een triumviraat, verbonden door de treurnis die Mechelse Steenweg heet (...)
'Er heeft nooit een Mariabeeld ook maar een traan gelaten, geen lamme is er met dartele pasjes naar buiten komen dansen, geen blinde die het licht heeft gezien. Maar het had gekund. En daar mogen Edegemnaren zich graag aan optrekken, aan dingen die hadden gekund.'
 

(…)

 

“Eigenlijk ben ik een zanger. Het is moeilijk te vergeten wie je dacht dat je was, en te accepteren wie je bent. Maar ik moet toch iets zijn? De gedachte alleen al, dat ik van nu af aan niets zou zijn, zoals iedereen.’

(…)

 

‘Onwetendheid legt de realiteit zelden een strobreed in de weg. Men is gelukkig. Zonder er naar te streven. Het is geluk, geluk zonder verdienste, maar geluk. Het geluk dat ik nooit heb gewild en dus ook nooit heb gehad. Ik moest per se slim zijn.”

 

 

 1422677-0caf06fcb1b950a308e72b1f26bb1b1a.jpg

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook alle tags voor alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

 

A Cloud In Trousers – epilogue

 

Your thoughts,
dreaming on a softened brain,
like an over-fed lackey on a greasy settee,
with my heart's bloody tatters I'll mock again;
impudent and caustic, I'll jeer to superfluity.

Of Grandfatherly gentleness I'm devoid,
there's not a single grey hair in my soul!
Thundering the world with the might of my voice,
I go by - handsome,
twenty-two-year-old.

Gentle ones!
You lay your love on a violin.
The crude lay their love on a drum.
but you can't, like me, turn inside out entirely,
and nothing but human lips become!

Out of chintz-covered drawing-rooms, come
and learn-
decorous bureaucrats of angelic leagues.

and you whose lips are calmly thumbed,
as a cook turns over cookery-book leaves.

If you like-
I'll be furiously flesh elemental,
or - changing to tones that the sunset arouses -
if you like-
I'll be extraordinary gentle,
not a man, but - a cloud in trousers!

 

 

 

 1422677-bc7e69a15cf21b1ad31479e77585eec6.jpg

Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook alle tags voor Clemens Haipl op dit blog.

 

Uit: Goodbye Rock’n’Roll. Eine Vätergeschichte in 256 E-Mails (Samen met Max Witzigmann)

 

„Und von wegen gesund: Weil wir nicht gewusst haben, was auf uns zukommt, auf keinen Fall aber auf einschlägige Erfahrungen zurückgreifen konnten, haben wir einen Geburtsvorbereitungskurs gemacht. Der allein ist schon einige Worte wert.

Geburtsvorbereitungskurs ist nicht nur ein langes Wort, sondern im Prinzip ein bisschen wie Schule. Man trifft dort auf einen breiten Querschnitt verschiedener Menschentypen. Wäre Verena nicht sowieso schwanger gewesen, hätte ich sie gebeten, so zu tun als ob und sich einen Polster unter den Pullover zu stecken. Ich hätte das wunderbare Szenario des zweitaügigen Geburtsvorbereitungskurses ungern vermisst. In einem bemerkenswert unspektakulären Seminarraum oder Turnsaal - so genau weiss ich nicht, was das war - haben wir ca. zehn andere Paare getroffen, die ich mir mit steigender Begeisterung stundenlang ansehen könnte. Gemeinsam war allen ein weiblicher Part mit einen phänomenalen Bauch, aber abgesehen davon war es, wie wenn Noah sämtliche Life-style-Klischees auf seine Arche retten wollte.“

 

 

 1422677-a436e7c0c6f21d0583bed0bcfb420b43.jpg

Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)

Max Witzigmann (links) en Clemens Haipl

 

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:12 Reageer op dit bericht

Jeff VanderMeer, Reinhard Baumgart, Kuno Bärenbold, János Székely

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Scott VanderMeer werd geboren op 7 juli 1968 in Belfont, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Jeff VanderMeer op dit blog.

 

Uit: Finch

 

“The Partial turned and saw Finch’s gaze. “Nothing in that room, Finch. It’s all in here.” He gestured through the doorway. Light shone out, caught the dark glitter of the Partial’s skin where tiny fruiting bodies had taken hold. Uncanny left eye. Of course.
“And you are?” Finch asked.
The Partial frowned. “I’m—”
Finch brushed by him without listening, got pleasure out of the push of his shoulder into the Partial’s side. The Partial smelled like sweetly rotting meat, walked in behind him, stood there.
Everything was golden, calm, unknowable for a second. Then Finch’s eyes adjusted to the light from the large window and he saw: living room, kitchen. A sofa. Two wooden chairs. A small table, an empty vase with a rose design. And two bodies lying on the pull rug next to the sofa. One human, male, one gray cap without legs.
His boss Heretic stood there, framed by the window. Wearing his familiar gray robes and gray hat. Finch had never learned the gray cap’s real name. The series of clicks and whistles sounded like “heclereticalic” so Finch called him “Heretic.”
“Hello, Finch,” Heretic said, in the moist glottal attempt at human speech used by all of its kind. “Just in time.”

 

 1422672-c3bfa88358f1f2b06bd489fe09a3e453.jpg

Jeff VanderMeer (Belfont, 7 juli 1968)

 

 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en literatuurcriticus Reinhard Baumgart werd geboren op 7 juli 1929 in Breslau. Zie ook alle tags voor Reinhard Baumgart op dit blog.

 

Uit:Damals, ein Leben in Deutschland

 

„Und so lag ich da auf dem Bauch und Teppich und blätterte mich durch die Berliner und Münchener Illustrierte oder verfolgte mit der Taschenlampe, denn auch das Licht war zur Vorsicht ausgeschaltet, unter Blitz und Donner weiter die Linien der Familien Jonas und

Scheller in die Tiefe der Zeiten. Sie führten alle westwärts, nach Halberstadt, nach Braunschweig und Weimar, an den Rhein oder den Neckar. Aus dem tiefen Westen waren diese Ahnen alle in dieses Schlesien gekommen, und vom Westen, vom Westen als einem Zufluchts-

ort begann ich bald zu träumen. Dort im Westen, sah und las ich, hatten sich Ende des 15. Jahrhunderts unsere Vorfahren sogar vereinigt mit den Vorfahren von Goethes Mutter, der geborenen Textor.

Kichernd kletterte die Großtante aus dem Schrank: Na, was haste denn nu wieder entdeckt? Im Mai 45 wurde sie in ein russisches Lager verschleppt, wo sie sich umbrachte. Ich ahne nicht, warum man die alte, wahrscheinlich verwirrte Frau internieren mußte. Aber möglich, daß sie die Rote Armee mit einem leuchtenden Parteiabzeichen auf der Rüschenbluse begrüßt hat.

Seltsam wie Tante Helene waren einige in der alten Familie meiner Mutter. Ihre eigene Mutter, die reiche Tochter der Schellers vom Gut Borganie nebenan, hatte immerhin sechs Kinder geboren, darunter nur einen Sohn, der sich auswuchs zu einem Zwei-Meter-zehn-Mann.“

.

 

 1422672-a8a011e0573a4e5b8855918390b09b53.jpg

Reinhard Baumgart (7 juli 1929 – 2 juli 2003)

Breslau, raadhuis

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Kuno Bärenbold werd geboren op 7 juli 1946 in Pfullendorf. Zie ook alle tags voor Kuno Bärenbold op dit blog.

 

Uit: Susanne

 

“Liegt es am Wesen von Susanne, dass hart gesottene und grimmig dreinschauende Männer in ihrer Gegenwart freundliche und menschliche Züge zeigen, dass sie sich öffnen und gar liebliche Sätze über ihre Lippen bringen? Oder ist die Ursache für diesen ungewohnten Vorgang nur darin zu suchen, dass Susanne weiblichen Geschlechts ist? Anzunehmen ist freilich, dass ihr Gang Männerherzen höher schlagen lässt. Mit unaufdringlicher Eleganz - und dennoch aufreizend, spaziert sie durchs Lager. Ihr fülliger Hintern wippt von links nach rechts, ausschwenkend wie der Anhänger eines Lastzuges auf holpriger Straße. Ein wahrer Genuss ist´s, ihren Gang zu beobachten!

Sogar des Lagerleiters militärisch knappen Kommandos verstummen bei diesem wundervollen Anblick. Arbeiter unterbrechen ihre Tätigkeit, schnalzen mit der Zunge, werfen sich übereinstimmende Blicke zu, suchen das Gespräch mit Susanne. Für Augenblicke verwandeln sich ihre sonst finsteren Mienen in warmherzige Gesichter, über die bisweilen ein strahlendes Lächeln huscht. Völlig unerwartet weicht die bedrückende und oft trostlose Leere im Lager, diese schwer zu ertragende Kälte und Gleichgültigkeit der Arbeiter einer befreienden und wohl tuenden Atmosphäre. Einer Stimmung, in der unausgesprochen ihr Sehnen nach menschlicher Nähe und Wärme mitschwingt.“

 

 

1422672-79e7123ee74502d915aad937858a03ab.jpg 

Kuno Bärenbold (7 juli 1946 – 6 mei 2008)

 

 

 

 


De Hongaarse schrijver en draaiboekaureur
János Székely werd geboren op 7 juli 1901 in Boedapest. Zie ook alle tags voor János Székely op dit blog.

 

Uit: Der arme Swoboda (Vertaald door Leon Scholsky)

 

„Swoboda war vierzehn, als »Mamiiinka« starb.

Das war 1905 gewesen. Glückliche Zeiten, wie die Geschichtsschreiber der Habsburgermonarchie behaupten. Die einfache Bevölkerung hingegen muß wohl Scheuklappen getragen haben, denn sie ver- mochte weit und breit nicht zu erkennen, wie glücklich sie war. Ein Jahr nach »Mamiiinkas« Tod wäre das Waisenkind in jenen himmlischen Zeiten des Friedens und des Wohlstands beinahe verhungert.

Holzfäller fanden den Jungen im Wald, blutig geprü- gelt von einem zornigen Gutsbesitzer, der ihn beim Aprikosenstehlen erwischt hatte. Danach nahm ein gütiger Bauer den Knaben bei sich auf und ließ ihn zehn Stunden am Tag arbeiten für einen Kanten Brot und das Privileg, neben den Kühen im Stall zu schlafen.

Als Swoboda das Wehrdienstalter erreichte hatte, bekundete der Staat zum ersten Mal Interesse an ihm, schenkte ihm ein Gewehr und sorgte für sein leibliches Wohl in der Hoffnung, eine nützliche Begabung zu fördern, die, sollten die Zeiten es erfordern, aus ihm einen Mörder machen würde. Die Investition zahlte sich aus. Zwei Jahre später brach der Krieg aus, und es herrschte große Nachfrage an Knallköpfen. Swoboda erwarb sich einen gan-

zen Strauß an Auszeichnungen; 1915 traf ihn jedoch eine Kartätsche. Er wurde mit achtzehn Splittern im Körper in die Heimat zurückverfrachtet. Als die meisten entfernt waren und die Wunden mehr oder weniger verheilt, schickte man ihn in ein Soldaten- heim in der kleinen Stadt.“

 

 

 1422672-3034890cff151d9c33f3b6db6d8b2047.jpg

János Székely (7 juli 1901 – 16 december 1958)
Cover

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:58 Reageer op dit bericht

Miroslav Krleza, Ludwig Ganghofer, Joseph Winckler, Hasan Abidi

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Miroslav Krleza op dit blog.

 

Uit: The Banquet in Blitva (Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

 

“But who are we who live while our Blitva has not perished? I, Nielsen, and that Blitvinian they've arrested and whom they're leading in chains across the empty square, under the monument of the Blitvinian genius. In a rubber raincoat that poor bugger passed by, pale and upright, defiant, surrounded by a patrol of cuirassiers, and from under his left shoulder blade, as though drawn in bright red lipstick (almost cadmium), over the muddy and drenched rubber flowed perpendicularly an intensely red stream of fresh human blood. It was morning. A gray, dark, guttering, slimy, antipathetic, muddy Blitvinian morning, and in the distance, from around the corner, where stood the frowning scaffolding of a new five-story building, from the new Blitvinian corso came the sound of "Tango-Milango" from the Hotel Blitvania. That the Hotel Blitvania, as Barutanski's headquarters, had served as a central torture chamber during the years '17, '18, and '19 and that in the cellars of that accursed hotel several hundred people had been slaughtered was known to all in the city and over the whole of Blitva, and for years people made a detour around it in silence and with bowed heads, but today, on that very same place of execution, they were dancing the Tango-Milango.

In the newspapers of that mythical period, when Barutanski ruled from that accursed hotel as the first Protector, one might read in some texts consisting of cleverly infiltrated lines, between two or three words, timidly and cautiously, hints that once again someone had been massacred in the Hotel Blitvania, that someone had given evidence in court from a stretcher, that someone had been blinded, that someone had had needles stuck under his nails, and another with broken joints, but today it was all forgotten, today the Hotel Blitvania had been renovated as a first-class hotel.”


1422670-a4278b00fd03576b062591baae62575c.jpg 

Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Albert Ganghofer werd op 7 juli 1855 geboren in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Ludwig Ganghofer op dit blog.

 

Uit: Edelweisskönig

 

„An den Kastanienbäumen, die das Wohnhaus umringten, sprosste das Laub, und die jungen Blätter lispelten im lauen Wind. Dazu das Gurren der Tauben und das Glucksen der Hühner. Aus der Schmiede tönte Hammerschlag, und in der offenen Scheune klang, von einer kräftigen Mädchenstimme gesungen, die muntere Weise eines Liedes.

Der Tag wollte sinken. In zarter Bläue blickte der Himmel herunter durch die klare Luft, in die sich vom Dach des Finkenhofes der Rauch emporkräuselte mit langsamen Wirbeln. Zu diesem Hofe passte der Bauer, ein Zweiundvierzigjähriger, dessen hohe, feste Gestalt den jüngeren Jäger um einen halben Kopf überragte. Er machte ein gutes Bild: in der schwarzledernen Bundhose mit den dunkelblauen Strümpfen, in der grünen Weste mit den kleinen Hirschhornknöpfen und in dem weissen Hemd mit den gebauschten Ärmeln. Auf breiten Schultern sass ein energischer Kopf mit klugen, lebhaften Augen; sie waren braun wie das Haar; ein kurzer Bart umkräuselte die Wangen; Kinn und Oberlippe waren rasiert, und man sah einen Mund, der ebenso freundlich reden wie streng befehlen konnte.

Neben diesem Bauern war der Jäger wie das Kind einer anderen Rasse. Seine Gestalt schien beweisen zu wollen, dass Knochen und Sehnen zur Bildung eines menschlichen Körpers völlig ausreichen. Die mit blanken Kappennägeln beschlagenen Schuhe, in denen die nackten Füsse staken, mochten schwere Pfunde wiegen. Zwischen den grauen Wadenstutzen und der verwetzten Lederhose waren die braunen Kniescheiben bedeckt mit zahlreichen Narben.“

 

 

 1422670-5af020ba9c8814d236f508de80064503.jpg

Ludwig Ganghofer (7 juli 1855 – 24 juli 1920)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Alfred Josef Werner Winckler werd op 7 juli 1881 in Bentlage bij Rheine geboren. Zie ook alle tags voor Josef Winckler op dit blog.

 

Uit: Eiserne Sonette

 

Und Christus stand, spät abends, starr den Blick,

Und sah der hartgefurchten Volksgesichter

Gedränge wachsen; und das Volk kam dichter

An ihn heran aus Bäuchen der Fabrik.

Bergpredigt hielt er, und vom Himmelreich

In goldnen Bildern fand er wunderbare,

Traumhafte Worte, ach, die einzig wahre

Erlösung sei: ihr Kindlein, liebet euch!

»Wir wolln nicht Jenseits, Liebe nicht – du Knecht

Der Pfaffen, gib uns Brot und Recht, nur Recht!«

So brüllt das Volk. Verlassen abseits stand,

Aus seinen offnen Wunden quoll das Blut,

Der Märtyrer aus dem verlornen Land.

Ihn graute jener Notdurft, Gier und Wut.

 

 

 

Nun stehn wir über Wolken. Herzklopfend, dampfend.

Und schauen rundum. Die heißen Lenden

Zittern; wir schaudern, in den Händen

Atemlos die Stöcke krampfend.

Und keine Stimme tönt im Firmamente,

Nichts, nur Licht. Die Sonne spritzt, blitzt, funkelt

Unsäglich herrlich, olympisch, nie verdunkelt.

Daunenweiße Nebel schimmern um die

Gletscher-Wände.

Und wieder sausen wir in klirrenden Weiten

Durch Mulden, an Halden, unendlich wie

Vögel schweifen, und trinken Ewigkeiten.

Der Firnwind bläst uns an die bronznen Backen,

Wir stoßen die Pickstöcke sprühend, hui!

Und sausen talwärts mit gestreckten Nacken.

 

 

 1422670-266d8e6a8d308fe6d58401a6b78811f7.jpg

Josef Winckler (7 juli 1881 – 29 januari 1966)

 

 



De Pakistaanse dichter, schrijver en journalist Hasan Abidi werd geboren op 7 juli 1929 in Jaunpur in Uttar Pradesh. Zie ook alle tags voor Hasan Abidi op dit blog.

 

Uit: Life spent in madness was not in vain / though many a pain the heart endured. (Bespreking van zijn biografie door Murtaza Razvi)

 

“Nothing would have summed up the life and times of Hasan Abidi more aptly than Faiz’s couplet, “Junoon mein jitni bhi guzri bakaar guzri hai / Agarche dil pe kharabi hazaar guzri hai”. (Life spent in madness was not in vain / though many a pain the heart endured.)
A thoroughbred gentleman, journalist, poet and political activist, Hasan Abidi sahib was humility personified. In the Dawn office in Karachi, he sat quietly in his room, mulling over heaps of Urdu books that waited on his desk to be adjudged for a review or an extract in the pages of Books & Authors. A knock on the door, and by the time you entered his room, you found him already on his feet to greet you. Outside the office, you often spotted him walking on a pavement along a busy thoroughfare, holding his bag containing literary notes under the arm. If you offered him a lift, he always thanked you for the courtesy, insisting he only had to go a few steps and would manage on his own.
Each and every book that rolled into the office for his perusal got his undivided attention, as did every poetry or prose recital in the city that he was invited to. Often, he was the only one to turn up for the reading by a new or a relatively less-known writer or poet. The respect he reserved for all human beings was unmatched, and he showed it not by praising a given person to his face, but by being a keen listener. These are rare traits to be found in one man; indeed as rare as was the man, Hasan Abidi.”

 

 

1422670-56c0a395af83f998c0569968f68def86.jpg
Hasan Abidi (7 juli 1929 – 6 september 2005)

Geschreven door Romenu om 13:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten