Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 september 2013 tot 24 september 2013

Mark Boog, A.L. Snijders, F. Scott Fitzgerald, Shamim Sarif, Hendrik Tollens

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Mark Boog op dit blog.

 

 

Het gietijzer van stations...

 

Het gietijzer van stations, het glas, je handen.
Deze schoonheid is breekbaar, is te ontkennen,

maar overtreft ons. Ik ben klein in je nabijheid
als een tor in het hoge gras, dapper ploeterend -

in de verte ben ik groter, spookhuis, het vervormde
beeld in de gekromde spiegel. Spinnenweb, skelet,

gehuil van witte geesten, onecht als alle dagen,
vals als jij. Maar wij schrikken zo snel niet meer,

wij laten ons nog slechts elkaar op het lijf jagen.
We reizen van ons vandaan, elke dag, zo ver

als we durven, met het oog op bestemming. Niets
minder dan dat. Ik zie je van verre komen, gaan.

 

 

 

Atleet

 

Alle ramen zijn open. De geluiden van binnen en buiten
mengen zich; mengen zich met het licht en de gedachten.

Uiterst verwonderlijk is deze lijdzaamheid. Met handen
waarin geen zand en ogen onder leden wachten we lang.

Het zeggen is bijkomstig. In de verste stilste hoeken
is er plaats voor, tussen het gebeuren, naast het wachten.

Er beweegt zich een atleet door de gangen van het huis,
langs de kamers waarin we zitten, er klinkt voorbijgaan.

 

 

 

 1464562-79d0709011297ae9f1e892214b1fea35.jpg

Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller) werd geboren op 24 september 1937 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 20 novemberr 2010 en eveneens alle tags voor A.L. Snijders op dit blog.

 

Uit: Het Huwelijk

 

“De ceremoniemeester van het huwelijksfeest heeft gevraagd of ik iets realistisch wil zeggen. Ik bedenk dat je alleen het huwelijk van je ouders van binnenuit kent, en dat van jezelf. Van alle andere huwelijken ken je slechts de buitenkant. Daarom wend ik me voor een volledig beeld tot de poëzie en kom meteen bij Het Huwelijk van Willem Elsschot, het bekendste gedicht uit onze literatuur. De moeilijkheid is dat alle vrouwen die ik ken het onaangenaam vinden, het verval van de vrouw, de spijt van de man. Maar voor mij zijn dat details, de hoofdzaak is de weemoed, de stille kracht die onbenoembaar is, en superieur aan de woede en de spijt. Dus lees ik op het feest, nadat iemand aan het glas heeft getikt, het vijfde couplet voor om een ieder stil te houden en mijn gelijk te halen. Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. Later op de avond, na het dansen, word ik aangesproken door een zestienjarig meisje dat me vertelt dat het gedicht juist die week op school is behandeld en dat de leraar de nadruk heeft gelegd op de mislukking, op het beeld van de man die bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten, een godvergeten en vervaarlijke' aanblik bood. Ik zeg: Leraren geven een aanzet, jij moet het verder zelf doen. Hang het gedicht boven je bed, lees het honderd keer, maak zelf een voorlopige keuze, en laat die altijd voorlopig blijven.”

 

 

 1464562-d4eb6925a8d55e78e14840888411fb6c.jpg

A.L. Snijders (Amsterdam, 24 september 1937)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Francis Scott Fitzgerald werd geboren op 24 september 1896 in Saint Paul, in de staat Minnesota. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor F. Scott Fitzgerald op dit blog.

 

Uit: The Great Gatsby

 

“And so with the sunshine and the great bursts of leaves growing on the trees, just as things grow in fast movies, I had that familiar conviction that life was beginning over again with the summer.

There was so much to read, for one thing, and so much fine health to be pulled down out of the young breath-giving air. I bought a dozen volumes on banking and credit and investment securities, and they stood on my shelf in red and gold like new money from the mint, promising to unfold the shining secrets that only Midas and Morgan and Maecenas knew. And I had the high intention of reading many other books besides. I was rather literary in college — one year I wrote a series of very solemn and obvious editorials for the “Yale News.”— and now I was going to bring back all such things into my life and become again that most limited of all specialists, the “well-rounded man.” This isn’t just an epigram — life is much more successfully looked at from a single window, after all.

 

 

 1464562-e68da6b0a0a918f2a50410fe39a56e84.jpg

Leonardo DiCaprio (Jay Gatsb)y en Carey Mulligan (Daisy) in de film uit 2013

 

 

It was a matter of chance that I should have rented a house in one of the strangest communities in North America. It was on that slender riotous island which extends itself due east of New York — and where there are, among other natural curiosities, two unusual formations of land. Twenty miles from the city a pair of enormous eggs, identical in contour and separated only by a courtesy bay, jut out into the most domesticated body of salt water in the Western hemisphere, the great wet barnyard of Long Island Sound. They are not perfect ovals — like the egg in the Columbus story, they are both crushed flat at the contact end — but their physical resemblance must be a source of perpetual confusion to the gulls that fly overhead. To the wingless a more arresting phenomenon is their dissimilarity in every particular except shape and size.

I lived at West Egg, the — well, the less fashionable of the two, though this is a most superficial tag to express the bizarre and not a little sinister contrast between them. My house was at the very tip of the egg, only fifty yards from the Sound, and squeezed between two huge places that rented for twelve or fifteen thousand a season.”

 

 

 1464562-37972ab511b21ef461bb9300c6b6b55d.jpg

F. Scott Fitzgerald (24 september 1896 - 21 december 1940)

Fitzgerald hier met vrouw  Zelda en dochter Scottie in 1927

 

 

 

De Britse schrijfster en filmmaakster Shamim Sarif werd geboren op 24 september 1969 in Londen. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Shamim Sarif op dit blog.

 

Uit: The World Unseen

 

“Miriam held the baby close and thought that Amina herself lived a very different life from her own.

“You ‘ve been on the Garden Route?” she asked, her tone wistful.

Amina nodded. “Twice,” she said.

Miriam turned and sat the baby down amongst her toys on the floor behind the counter, pausing to touch her soft hair.

“I’ve never been anywhere,” she said, straightening up. “Only to Pretoria.”

Miriam hardly noticed the girl move, but suddenly Amina was standing right before her, with only the counter top between them.

“Come with me to Cape Town,” she offered, and her tone was one that Miriam recognised from before, flirtatious and laughing. She was looking Miriam directly in the eyes, and then she looked, disconcertingly, at her mouth. Miriam pulled back, for Amina was standing so close to her that she could catch the fresh scent of her, a scent that she still remembered well from the night the girl had stayed over. Miriam said nothing, but came out from behind the counter and went back to her spot by the open door.

“Come with me,” said Amina again, more serious this time. “It would be company for me. And we could take turns with the driving.”

“I can’t drive,” said Miriam.

Amina considered this. “Well, I don’t really need help with the driving…”

“I can’t go with you,” Miriam told her abruptly. “I have a husband and three children and a shop to look after.” She looked away, and they were both silent, listening to the rain and the blues tune that floated out from the radio.”

 

 

 1464562-40bf08adb0e8a3a7e5e4dc0c946529b4.jpg

Shamim Sarif (Londen, 24 september 1969)

Hier met zangeres en actrice  Leonie Casanova

 


 

De Nederlandse dichter Hendrik Tollens werd op 24 september 1780 te Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 24 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Tollens op dit blog.

 

 

Het roosje

 

Een jonge tuinman kweekte teder
Een roosje, dat zijn bloembed droeg;
Behoedde 't wel voor buiig weder,
En gaf het warmte en vocht genoeg.

't Was eindlijk zeldzaam schoon ontloken,
En menig had en kocht het graag:
‘Het is voorlang mij reeds besproken’
Was elk bescheid op elke vraag.

Nu plukt hij 't zorglijk van de stengel,
En laat er mee naar 't landhuis gaan,
En de eedle vrouw, een jeugdige engel,
Nam zelf het bloempje lachende aan.

‘Hoe laat hij,’ sprak zij, ‘hoe zich noemen,
Die mij dat kostbaar roosje zendt?’ -
‘Hij is een vriend van schone bloemen:
Meer’, sprak de knaap, ‘is me onbekend.’

En toen zij rondreed in haar wagen,
De boezem met de bloem getooid,
Toen zag de tuinman 't uit de hagen,
En blijder sloeg hem 't harte nooit.

 

 

 

 1464562-1774976bd925a28924153b5a9d09f744.jpg

Hendrik Tollens (24 september 1780 -21 oktober 1856)

Zilveren penning bij zijn 70ste verjaardag

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2012 deel 2 en ook mijn blog van 24 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Joke van Leeuwen

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Haar vader was theoloog en het grote gezin Van Leeuwen verhuisde regelmatig.Ze woonde onder meer in Amsterdam, Brussel, Zetten en Maastricht. Sinds 2002 woont ze voor een tweede maal in Antwerpen. In het ouderlijk huis van Joke van Leeuwen werd veel gelezen, muziek gemaakt en toneel gespeeld. Als achtjarige schreef en tekende zij al een eigen huiskrant. Zij studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Hogeschool Sint-Lukas Brussel in Schaarbeek, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.  In 1978 publiceerde ze haar eerste kinderboek en won ze op het Camerettenfestival alle prijzen waardoor ze meteen in het officiële cabaretcircuit verzeild raakte. Ze bleef er zes jaar, daarna zette ze deze activiteiten, met grotere professionaliteit maar minder frequent, voort op literaire festivals, feestelijke middagen, voorleesavonden en conferenties en middels theatertournees van beperkte duur. In 2004 kwam ze weer officieel terug in de theaters, met programma's waarin ze cabaret, literatuur en beeld combineert.  Daarnaast maakt ze ook schilderijen en is ze actief als illustrator en schrijver van (kinder-)boeken. Voor volwassenen scheef ze in 2008 “Alles nieuw” - een geïllustreerde roman; maar ook gedichtenbundels zoals “De tjilpmachine” (1990), en “Wuif de mussen uit” (2006). De verzamelde gedichten “Fladderen voor de vloed” verschenen in 2007.In 2010 werd “Iep!” verfilmd.

 

 

Zei ze

 

Zei ze hadden we nieuwe ontferming

besteld wij, ze zouden die brengen,

de nieuwe ontferming, op vrijdag.

Zeggen ze vrijdag kan het op zaterdag.

Zeggen we ja, maar dan wel in

de morgen. Zeggen ze gaat niet,

dat gaat niet, de morgen. Zegt mijn

man goed, dan kom ik die zelf halen,

zaterdag dan in de morgen, dat kan?

Ja dat kan, zeggen ze. Komt hij daar,

zaterdag, nergens ontferming. Zegt hij

hoezo niet, die zou er toch wezen?

Nee nee, die is er niet, komt u maar

vrijdag. Zegt hij wat vrijdag, ik moet

die meteen. Zeggen ze gaat niet, die

is nog niet binnen Zegt hij u zei toch

dat die er nu was? Zeiden ze

moeten we zeggen van niet dan,

wilt u dat horen,

van zeggen van niet?

 

 

 

 

Ik was veel kleiner dan de stad...


Ik was veel kleiner dan de stad
en schrok nog van bedelaars
waar altijd iets niet meer aan zat.
De winkels waren hemelhoog met
witte bergen onderbroeken, waarin
gegraaid werd van het zoeken tot
handen hadden. Ik vergat de weg
die ik niet had geleerd en
liep verkeerd. een vrouw gerimpeld
van bestaan, vroeg of ik met haar op
wou gaan, want anders viel zij om.
We liepen samen krom,
als een gezinnetje van zotten.
Zij wist de weg, ik droeg haar oude botten.

 

 

 

 

Andermans hond

 

Ik ging niet wandelen met de hond,
de hond ging wandelen met mij.
Kijk, zei hij, kijk, zo doe je dat:
je snuffelt wat, je kruipt eens
onder groen, je doet daar wat je
daar moet doen, je kwispelt -
nee dat kun je niet - loopt achterna
wat vleugels heeft, je rolt je op je
ene zij, je andere zij, je ene zij,
je mond staat op de tocht, je zoekt
in woorden naar een geur, bij grenzen
naar vreemd vocht, hoort woest geroep
van groepen mens als blaffen aan,
verstaat alleen je naam
en Lig en Koest en Af.

 

 

 

1484634-0d45133c46823691fcd8895d7dbf5d8d.jpg 

Joke van Leeuwen  (Den Haag, 24 september 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Peter Drehmanns, Antonio Tabucchi, Mary Coleridge, Jaroslav Seifert, Leni Saris

De Nederlandse dichter en schrijver Peter Drehmanns werd op 22 september 1960 in Roermond geboren. Zie ook alle tags voor Peter Drehmanns op dit blog.

 


Hedendaags reisadvies

 

De dagen korten
het duister dikt in
de messen spitsen zich toe
de pantoffels staan te smachten
de open haard gaapt
de ochtend ligt te rotten
de dood rochelt zich rond.

 

In het ruggenmerg doolt een dwerg,
het bloed danst een boerenklucht
en op de perrons, de grijze perrons
groeit het bankroet.

 

Struikel in het rond nu
de wereld is van gebroken glas,
ren weg als je kunt, bemachtig
een vrijbrief van de voddenkoopman,
neem de vrachtboot naar doorgangsoord B.
speel verstekeling tussen de meeuwen.

 

Ga aan land, ga
liggen en rol jezelf weg,
honderdvierenveertig pond uitlek-
gewicht en wat loopgravenletsel
van een verlangen dat heenging
op 29 februari van het schrikkeljaar
negentienzoveel.

 

 

 

 

Dit gedicht

 

zie dit ontstoken oog

omklonterd door vliegenfamilies

ziedend zoemend

driest zoekend naar rijm

naar het zweet van een betekenis

 

dit kommaloos tasten

naar waar het bindvlies barst

dit wriemelen te midden

van wat nog geen plaats heeft

 

gevonden tussen het pus

en het slijm van de syntaxis

opgeschud door een wild nee

een steigeren in de hitte

 

van het moment dat bloeddorstig

op verlossing wacht.

 

 

 

 

 1464034-a43fca3d91f5e8746d126144ee601587.jpg

Peter Drehmanns (Roermond, 22 september 1960)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Antonio Tabucchi op dit blog.

 

Uit: The Missing Head (Vertaald door Patrick Creagh)

 

“Yes, those were the days of El Rey. But now? Now that they were forced to wander, now that Spain made their lives impossible, and in Portugal, their place of refuge, things were perhaps even worse, now that they no longer had the means of making trinkets and mantillas, now that they had to get by as best they could with begging and petty theft, what sort of a fucking king was he, Manolo the Gypsy? King of a shitheap, is what he repeated to himself.

The Town Council had granted him that litter-strewn patch of land on the outskirts of town, just beyond the last outlying villas, but merely as an act of charity. He would never forget the face of the town clerk who signed the concession, with an air of condescension together with commiseration, for a twelve-month grant of land at peppercorn rent… and let Manolo remember that. The Council made no commitment to provide commodities of any kind, not so much as water and electricity, and as for shitting they could do it in the woods, after all gypsies were used to that, and they would manure the soil, and they must be careful, because the police were on to their small traffickings, and were keeping their eyes peeled.

King of a shitheap, thought Manolo, with those pasteboard hovels roofed with galvanized iron, streaming with damp in winter and ovens in summer. The dry, spick and span grottoes of the Granada of his youth no longer existed, this place here was a refugee camp, or worse, a concentration camp, thought Manolo, king of a shitheap.

“What is El Rey about at this hour of the morning, O afflicted spirit of our Andalusian dead?”

His wife was now well awake, her eyes wide open. With her grey hair spread over her breast, as she always arranged it for sleep after removing all the hairpins, and that pink nightshift she slept in, she looked like a ghost herself.”

 

 

1464034-cc71f349fe2f7998319cc53b6798bffe.jpg 

Antonio Tabucchi (Pisa, 23 september 1943)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Mary Colderidge op dit blog.

 

 

After St. Augustine

 

Sunshine let it be or frost,
Storm or calm, as Thou shalt choose;
Though Thine every gift were lost,
Thee Thyself we could not lose.

 

 

 

Blue and White


BLUE is Our Lady’s colour,
White is Our Lord’s.
To-morrow I will wear a knot
Of blue and white cords,
That you may see it, where you ride
Among the flashing swords.

O banner, white and sunny blue,
With prayer I wove thee!
For love the white, for faith the heavenly hue,
And both for him, so tender-true,
Him that doth love me!

 

 

 

 1464034-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg

Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)

 

 

 

 

 

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in de arbeiderswijk Žižkov in Praag. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Jaroslav Seifert op dit blog.

 

 

An Umbrella from Piccadilly

 

If you're at your wits' end concerning love
try falling in love again —
say, with the Queen of England.
Why not!
Her features are on every postage stamp
of that ancient kingdom.
But if you were to ask her
for a date in Hyde Park
you can bet that
you'd wait in vain.

 

If you've any sense at all
you'll wisely tell yourself:
Why of course, I know:
it's raining in Hyde Park today.

 

When he was in England
my son bought me in London's Piccadilly
an elegant umbrella.
Whenever necessary
I now have above my head
my own small sky
which may be black
but in its tensioned wire spokes
God's mercy may be flowing like
an electric current.

 

I open my umbrella even when it's not raining,
as a canopy
over the volume of Shakespeare's sonnets
I carry with me in my pocket.

 

But there are moments when I am frightened
even by the sparkling bouquet of the universe.
Outstripping its beauty
it threatens us with its infinity
and that is all too similar
to the sleep of death.
It also threatens us with the void and frostiness
of its thousands of stars
which at night delude us
with their gleam.

 

The one we have named Venus
is downright terrifying.
Its rocks are still on the boil
and like gigantic waves
mountains are rising up
and burning sulphur falls.

 

We always ask where hell is.
It is there!

 

But what use is a fragile umbrella
against the universe?
Besides, I don't even carry it.
I have enough of a job
to walk along
clinging close to the ground
as a nocturnal moth in daytime
to the coarse bark of a tree.

 

All my life I have sought the paradise
that used to be here,
whose traces I have found
only on women's lips
and in the curves of their skin
when it is warm with love.

 

All my life I have longed
for freedom.
At last I've discovered the door
that leads to it.
It is death.

 

Now that I'm old
some charming woman's face
will sometimes waft between my lashes
and her smile will stir my blood.

 

Shyly I turn my head
and remember the Queen of England,
whose features are on every postage stamp
of that ancient kingdom.
God save the Queen!

 

Oh yes, I know quite well:
it's raining in Hyde Park today.

 

 

 

Vertaald door Ewald Osers

 

 

 

 1464034-0a9e01c21be4a2421af187da9fa58274.jpg

Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Leni Sariswerd geboren in Rotterdam op 23 september 1915. Zie ook mijn blog van 23 september 2010 en eveneens alle tags voor Leni Saris op dit blog.

Uit: Zoals de zeemeeuw vliegt....

“Langzaam liep ze de oprijlaan door en dan beklom ze het terras, de fijne hoge hakjes tikten op de stenen. Met genoegen gebruikte ze de prachtige koperen klopper. Myra, een van de jonge dienstmeisjes, deed open. Het stugge gezichtje werd vriendelijk. Mevrouw Runne was een autoriteit in de huishouding op "De Vier Winden," en van Tessa hielden ze allemaal, omdat ze zo'n zonnig levensblij kind was.
"Dag, juffrouw Tessa," zei ze. "Mevrouw is in de tuinkamer. Juffrouw Francis is gekomen en...... "
De zin werd niet afgemaakt, want de deur van de tuinkamer ging open en Dion en Tessa stonden voor het eerst sinds jaren tegenover elkaar.
Tessa zag nu een heel lange jongeman, met koele donkere ogen en buitengewoon zelfverzekerd. Iemand, die veel had gereisd, zich gemakkelijk bewoog in welk gezelschap dan ook en het leven bekeek met kritische blik. Dion constateerde dat de kleine wilde Tessa opgegroeid was tot een aantrekkelijk meisje.
"Tessa.... zeemeeuwtje!" Dions snelle glimlach, die het donkere gezicht stralend en goed maakte, flitste een ogenblik over de trekken, die aristocratisch waren als die van zijn grootmoeder.
"Een zeemeeuw ben ik helaas niet meer." Tessa's kleine hand lag een ogenblik in de zijne, haar ogen waren ernstig en verwonderd. "Ik mis de zee nog iedere dag en als het stormt en de kruinen van de bomen wild heen en weer zwaaien, dan vind ik het maar surrogaat voor storm aan zee."

 

 

 1464034-a62dbde7dd1e8d962b20854bd4fab37a.jpg

Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)

Cover

Geschreven door Romenu om 20:52 Reageer op dit bericht

In Memoriam Hugo Raes


In Memoriam Hugo Raes

 

 

De Belgische schrijver Hugo Raes is maandag op 84-jarige leeftijd overleden. De Belgische schrijver Hugo Raes werd geboren in Antwerpen op 26 mei 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Raes op dit blog.

 

Uit: Bankroet van een charmeur

 

“Soms was hij onbetrouwbaar ontdekte ik stilaan. Hij loog soms tergend. Tergend omdat hij mij onderschatte. Uit veel bluf bestond hij wist ik al lang, en had ik ook aanvaard, niemand is volmaakt, maar zijn fundamenten waren ‘shakier’ dan ik dacht. En dat was voor mij een voldoening, en ook een teleurstelling. Ik trachtte de onoverwinnelijke, de charmeur tot de juiste proporties te herleiden.

Later zag ik hem dagenlang niet. Toen dook hij op in onze contactkroeg en deed weer een fantastisch verhaal over een nieuwe vrouw: ‘Ze is in de steek gelaten door haar vent, heeft twee kinderen, is bepaald lelijk, maar totaal vrij en heeft geld en dat kan ik altijd gebruiken. En ze wil zich steeds maar uitkleden. Een uitkledingscomplex zou ik zeggen. In de auto doet ze haar bustehouder uit langs de mouwen, knoopt haar bloese open. Ze wil me altijd meetronen naar haar kamer, begint zich op slag uit te kleden, staat daar te draaien en te smeken: streel me, streel dat lijf van me. Maar z'is te lelijk om te doen.’

Op een dag had hij één van de drie firma's opgezegd. Hij had geen tijd meer, zei hij, maar het was omdat hij steeds maar beloofde die en die bezoeken af te leggen en contacten op te nemen, en het bleef uitstellen, dat ze naar een nieuwe man uitkeken.

Geleidelijk ging hij bergaf, met een sadistisch genoegen bijna, maar werd ook vermoeider. Er waren twee jaar verlopen sinds wij begonnen waren samen op rooftocht uit te gaan. Hij leed aan de maag nu. In 't begin hield hij het voor mij verborgen, maar het duurde niet lang, of hij nam zijn poeders, aanvankelijk met water, dan met bier, in mijn bijzijn.

‘Ik denk dat jij wat meer zou moeten rusten’, raadde ik hem aan. Hij sliep soms een hele nacht niet, of zelfs twee niet. En hij was mijn oprechte vriend. Later zou ik ondervinden dat hij mij achter mijn rug klein maakte en zo oninteressant mogelijk. Een verweer dat inslaat bij de vrouwen en ook bij vele mannen. Ik heb geleerd sedertdien dat alle vrienden zo zijn, ze zijn alle egoïsten, iedereen staat alleen, en toch hebben we vrienden om de illusie te hebben dat we niet alleen staan. Ik had een goed hart, zei hij. Maar wat is ‘goed’? Hij had ook een groot hart. Een groot, goed, zacht, meevoelend en smerig en jaloers en haatdragend hart. We maakten ruzie soms in een herberg, en ik tartte hem, maar hij kon alles verdragen. Hij veegde de spons met groots gebaar over deze overspannen woorden. 's Anderendaags dronken we als de beste vrienden die we waren. Verder lachten we, of voelden ons grijs en versleten of rot.”

 

 

 1464623-ec58582529fa1c1dd5e0e2a0ff817eb2.jpg

Hugo Raes (26 mei 1929 – 23 september 2013)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten