Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 september 2013 tot 30 september 2013

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Eli Wiesel, Roemi

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

 

Uit: De bewonderde meester

 

“Ik evenwel, die op school tegen mijn zin kennis had moeten maken met Reinier van Genderen Stort, Aart van der Leeuw en de vroege Van Schendel, ik greep Else Böhler uit de doos en sleepte haar mee naar mijn jongenskamer om haar te verslinden, daartoe verleid door een passage die ik, in mijn moeders bijzijn nog wel, had gelezen en die ik u nu niet mag onthouden, omdat, als er dan toch van navolging moet worden gesproken, het onder meer die regels uit het park- en vijverbestaan van de verliefden waren die ik maar al te graag wilde navolgen, niet in geschrifte weliswaar maar in de praktijk.

(…)

 

“Die gebaarde lippen mogen mij nu wat vreemd voorkomen, ze wonden mij toen verschrikkelijk op. Dat wilde ik ook wel eens voelen en ondergaan. Althans, dat verbeeldde ik me, want de gelegenheid had zich al vaak genoeg voorgedaan zonder dat ik er gebruik van had gemaakt. Mijn vriend en klasgenoot Wim, kersvers teruggekeerd uit de Oost waar Vestdijk wel als arts maar niet als schrijver was doorgedrongen, tenzij bij de vriendin van mijn moeder, Wim dan, opgegroeid onder de sarong van de baboe, zoals hij met een raar lachje zei, geestelijk lang niet zo sterk ontwikkeld als lichamelijk, waarvan hij me meer dan eens de bewijzen gaf, welnu, Wim was de zoon van ouders die er een Duits dienstmeisje op nahielden, Agnes, dik, rond, üppig zoals dat in haar taal heet, het haar als een koptelefoon over haar schedel tegen haar oren gewonden, wat in het Duits weer wordt aangeduid met Schnecken. De taal is gans een volk. Agnes deed meer dan Kuchen bakken, schelden en Lieder galmen, allemaal keihard trouwens, ze vond overdag ook tijd in haar kamertje op zolder te verdwijnen wanneer wij daar aan het knutselen waren op de werkbank van Wims overleden grootvader. Door de openstaande deur konden we zien hoe ze haar haren ontbond, citroenig van couleur, om de Schnecken voor enige tijd hun vrijheid te hergeven. Wim hielp haar daar graag en vaardig bij, en ging zelfs wat verder, op zoek naar de diertjes die, hoe traag ook, blijkbaar al onder haar kleding waren gevlucht. Het tafereel zou mij toch aan Johan en Else moeten herinneren, maar niets daarvan, ik keek niet eens meer toe en timmerde verder aan mijn werkstuk. Literatuur en leven waren gescheiden gebieden, en dat ze in de loop van de tijd in elkaar verward zijn geraakt, Vestdijk zou de laatste zijn om me daarover terecht te wijzen, zelf immers van mening dat verbeelding en werkelijkheid vrijwel onzichtbaar in elkaar overvloeien.”

 

 

 1468406-3f9e9188d5a46b4c81cc0adbedd5c51a.jpg

Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.

 

Uit: Breakfast at Tiffany's

 

“It never occurred to me in those days to write about Holly Golightly, and probably it would not now except for a conversation I had with Joe Bell that set the whole memory of her in motion again.

     Holly Golightly had been a tenant in the old brownstone; she'd occupied the apartment below mine. As for Joe Bell, he ran a bar around the corner on Lexington Avenue; he still does. Both Holly and I used to go there six, seven times a day, not for a drink, not always, but to make telephone calls: during the war a private telephone was hard to come by. Moreover, Joe Bell was good about taking messages, which in Holly's case was no small favour, for she had a tremendous many.

    

 

1468406-380c6e515a5ec599b34ff92608fb0208.jpg 

Audrey Hepburn en George Peppard als Holly en Paul in de film uit 1961

 Of course this was a long time ago, and until last week I hadn't seen Joe Bell in several years. Off and on we'd kept in touch, and occasionally I'd stopped by his bar when passing through the neighbourhood; but actually we'd never been strong friends except in as much as we were both friends of Holly Golightly. Joe Bell hasn't an easy nature, he admits it himself, he says it's because he's a bachelor and has a sour stomach. Anyone who knows him will tell you he's a hard man to talk to. Impossible if you don't share his fixations, of which Holly is one. Some others are: ice hockey, Weimaraner dogs, Our Gal Sunday (a soap serial he has listened to for fifteen years), and Gilbert and Sullivan – he claims to be related to one or the other, I can't remember which.

     And so when, late last Tuesday afternoon, the telephone rang and I heard 'Joe Bell here,' I knew it must be about Holly. He didn't say so, just: 'Can you rattle right over here? It's important,' and there was a croak of excitement in his froggy voice.

     I took a taxi in a downpour of October rain, and on my way I even thought she might be there, that I would see Holly again.”

 

 

 1468406-edea344d6b1dabc96e99af7f0825040b.jpg

Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)

In 1948 

 



De Nederlandse dichter en schrijver
Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

 

 

Afscheid van Japan

 

De dag overweldigt de wijd-open ramen
met het morgenlichten der zee;
berglanden, vloten, eilanden zonder namen,
de kersentuinen van Jokohama
stromen en sneeuwen voorbij ...

ik voel mij gesterkt en tot reizen gereed;
vermoeidheid en slaap zijn verwaaid als mist in de wind ...
— waar gaat gij heen ? —
naar het land dat mijn hart heeft bemind
en de zee die zijn kusten omdruist ...

nu is het er zomer; nog in de herfst ben ik thuis. —

 

 

 

 

Drie verzen voor een dode III

 

Soms, dwalend over heuvels, hoor ik uwe stem. —
meestal op stille ongerepte plekken
waar de natuur nog iets gevangen houdt
van haar voormenselijke zuiverheid.
soms aan een water, soms ook in het woud.
maar op de rotsen met de zachte wieren
die onweerstaanbaar aan uw haar doen denken
vrees ik u telkenmaal te gaan herkennen
in de gedaante van een vluchtend hert.

maar waartoe kwelt gij mij? gij weet
dat ik nog niet tot sterven ben bereid;
ik kan geen afstand doen, noch van mijzelve
noch van mijn wrevel en opstandigheid.

misschien ben ik verdoemd; wanneer reeds nu de dood
mij plotseling in de rug zou overvallen
dan zou ik, stervend met de honderdtallen,
neerstorten in de Poelen, heet en rood.

en daar, juist daar — een prooi der helse koren —
vervolgt mij nog het hemelse verwijt van uwe stem
een lieflijk lied, verschriklijk om te horen
o, klinkende bazuin van 't nieuw Jeruzalem.

 

 

 

Verbittering

 

De namen van wie eens mijn vrienden waren
werden tot as tussen mijn tanden, en ik spuw ze uit.
eenzaam schijnt men te moeten zijn in deze dode landen,
het leven dooft in kaars na late nachtkaars uit.

 

 

 

1468406-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)

In 1933 

 

 

 

 

De Chinese schrijfster en scenariste Zhang Ailing (ook wel Eileen Chang) werd geboren op 30 september 1920 in Shanghai. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Zhang Ailing op dit blog.

 

Uit: Love in a Fallen City (Vertaald door Karen Kingsbury)

 

“On the day he was to move in, Zhenbao left work just after dusk. He and his brother were busy supervising the coolies as they carried the trunks in, and Wang Shihong was standing arms akimbo in the doorway, when a woman walked in from the room behind. She was washing her hair, which was all lathered up with shampoo, the white curls standing high on her head like a marble sculpture. “While the workmen are here,” she said to Shihong, holding her hair with her hands, “have them arrange all the furniture and things. It’s no use asking our majordomo to help: he’ll just make excuses—if he’s not in the mood he won’t do anything.”

“Let me introduce everyone,” said Wang Shihong. “Zhenbao, Dubao, my wife. I believe you haven’t met yet?”

The woman withdrew her hand from her hair to shake hands with the guests, but seeing the shampoo on her fingers, she hesitated. She nodded and smiled instead, then wiped her fingers on her dressing gown. A little shampoo splashed the back of Zhenbao’s hand. Instead of rubbing it off, he let it dry there. The skin puckered up slightly, as if a mouth were lightly

sucking at the spot.

Mrs. Wang turned and went back into the other room. Zhenbao directed the workers as they moved the bed and wardrobe, but he felt troubled, and the sucking sensation was still there. His mind wandered as he headed to the bathroom to wash his hands, thinking about this Mrs. Wang. He’d heard that she was an overseas Chinese from Singapore who, when she was studying in London, was quite a party girl. She and Wang Shihong got married in London, but Zhenbao had been too busy to attend the wedding.Seeing her was much better than hearing about her: under her white, shampoo-sculpted hair was a tawny gold face, the skin glistening and the flesh so firm that her eyes rose at a long upward slant, like the eyes of an actress. Her striped dressing gown, worn without a belt, hugged her body loosely, and the black-and-white stripeshinted at her figure, each line, each inch, fully alive.”

 

 

 1468406-86e4cc32a22818f315d77bda7fe217af.jpg

Zhang Ailing (30 september 1920 - 8 september 1995)

 

 

 



De Joods-Roemeens-Frans-Amerikaanse schrijver
Eli Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Eli Wiesel op dit blog.

 

Uit: Days of Remembrance

 

2004
I remember: Late May 1944, the Russians were so near my town that, at night, we could hear their guns thunder. Germany needed every vehicle, every train, every military unit to stop the Red Army. But absolute priority was given the murder of Jews. Four transports left my town during the last part of May 1944, shortly before D-Day. When the train stopped at a small town named Auschwitz, we could never imagine that the name will enter history and move it to remorse and shame.

...let us remember those who suffered and perished then, those who fell with weapons in their hands and those who died with prayers on their lips, all those who have no tombs: our heart remains their cemetery.

 

 

 1468406-ed358917af9802817fe7d46d5d177e54.jpg

Eli Wiesel (Sighet, 30 september 1928)

 

 

 

 

 

De Perzische dichter en soefistisch mysticus Jalal ad-Din Rumi (of Roemi) werd geboren op 30 september 1207 in Balkh. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Roemi op dit blog.

 

Uit: Het wetende hart

 

Laten we omdat het laat is en regent naar huis gaan, naar huis.

Een uitnodiging aan alle vrienden: op huis aan, naar huis.

Hoe lang hangen we nog als verbannen uilen rond de ruïnes?

Op huis aan, naar huis.

Vrienden met stralend gemoed, laten we ons ondanks alle blinden naar

huis begeven, naar huis.

Jullie, die redelijk en op je hoede zijn,

verontrust óns hart niet met al je zorgen. Op huis aan, naar huis.

Hoe lang nog dit liefdesspel met droombeelden uit het paradijs?

Net als de mieren zagen jullie de graankorrels, niet de oogst.

Op huis aan, naar huis.

Vraag niet naar het hoe en waarom,

laat het grazen maar over aan het vee.

Op huis aan, naar huis.

In dat huis is mystieke muziek voor het besnijdenisfeest

maar alleen voor wie zuiver zijn. Op huis aan, naar huis.

Sjams van Tabrîz heeft een huis gebouwd voor wie naakt is.

Op huis aan, naar huis.

 

 

 

Vertaald door Sipko den Boer

 



1468406-e325e30c0a3bdae8ffa93c3b41f4d676.jpg
Roemi (30 september 1207 - 17 december 1273)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook
mijn blog van 30 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Uit: Autobiografische flitsen en fratsen

 

„Meteen toen ik geboren werd, en dat was snel - op bijzonder voorspoedige manier overigens, met vaart & elan, zoals dat mijn geslacht, en ‘geslacht’ bedoel ik hier dus ook in de betekenis van familie, voorzaten, afstamming, kenmerkt sinds de oudste bekende van mijn voorvaderen, de Katwijkse hoefsmid Wullem Haewynckelscz, in 1432 tijdens de woede van een der meest zondvloedachtige stormen & watersnoden, die uw land, lezer (kom hier, dat ik u aan mijn borstkas druk!), ooit ofte immer geteisterd ofte gekweld hebben, schaterlachend aan land kroop uit de kolkende bruinebonensoep die Noordzee heet en door verscheidene dichters nauwlettend in de kijkerd wordt gehouden met het oog op de dampen van eeuwigheid die er wel vanaf slaan, de blanke kop der duinen over, - werd ik zonder veel kapsones bij mijn kladden gegrepen en op de laatste plaats aan tafel gezet, naast mijn reeds levende broers en zusjes. Het was natuurlijk even wennen. De eerste uren schijn ik er wat zakkig bij gezeten te hebben; mijn oudste zus, momenteel als Wagnerzangeres verbonden aan het conservatorium van Kiew, pleegt tijdens onze schaarse ontmoetingen nog herhaaldelijk bij de blote herinnering in hatelijk schaterlachen uit te barsten, zodat er heel wat glaswerk smelt. Ik schijn nog geheel glibberig geweest te zijn, toestanden man, toestanden op het platteland, en mijn ruggegraat moet associaties losgeslagen hebben met die we kennen van een in- & uitgeblikte moot zalm, de roze koningin der rivieren. Maar al spoedig had ik de zelfbeheersing van voor mijn geboorte hervonden, en timmerde ik om het hardst met mijn houten lepel op de houten tafel, terwijl ik in koor met mijn broertjes en zusjes van voor de oorlog een lied eruit brulde van levenslust en honger. Dit lied is later opgetekend, en heeft maandenlang boven aan de hitparade gestaan in Joegoslavië, het geboorteland van Frédéric Chopin.

Mijn vader zag zoiets gaarne. Ik zal hem erg meegevallen zijn, omdat hij van de trappartijen, die ik voor de bevalling in de buikholte van mijn moeder, een sterke vrouw, aanrichtte, vaak deerlijk geschrokken was, en de indruk had overgehouden dat er een kudde bizons naderde.“  

 

 

 1467657-892cfa7345b722318f2bc788978c8703.jpg

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

 

 

 

 

De Bulgaarse dichter en schrijver Hristo Smirnenski werd geboren op 29 september 1898 in Koukoush. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Hristo Smirnenski op dit blog.

 

 

The Red Squadrons

 

Heralds of a happier day rousing wonder and dismay -
Powerful squadrons rush in close array.
In the morning sad and gray, like flocks of birds of prey
Shrapnels fall in their midst or fall astray.

A horse rears high, neighing loud, and the fighter fair and proud,
Collapses pierced by a piece of lead.
The frightened horse stops short, gives out a violent snort,
Then, dashing on, leaves death bury its dead.

A thousand flowing manes and tails stream o'er hills and dales,
Like whirlwinds squadrons after squadrons fly,
Hoofs that barely touch the ground fill the air with a ringing sound,
And raise bronze-coloured veils across the glaring sky.

By the willows weeping sadly, hidden guns are spurting madly,
Waves of bloody fire clash, and chest meets chest.
In a ruthless human storm, steel draws blood - alive and warm;
Just a skirmish, then the squadron rushes off to join the rest.

Fly on, fearless squadrons, fly! Trample down deceit and lie.
All the world's amazed by your heroic deed,
And all the men, with fits clenched firm, are watching resolute and stern,
Prepared to fight and die for their sacred creed.

Struck by a primeval fright and blinded by the gushing light,
The mouldy structure of injustice crumbles down,
Crushing underneath its weight envy, enmity and hate,
The soulless canons of the cross and crown.

Fly on fearless through the rain of bullets, fire, death and pain;
You, happy harbingers of sunny days,
Declare through the stormy roar that the slaves are waging war,
The red victorious waves have set the earth ablaze!

And when the burning castle crashes, burying in ashes
Rot and shame, dismount your horses, bend your knee,
And reverently kiss the earth to greet the joyous birth
Of justice, love and happiness, of man for ever free!

 

 

 1467657-e922815562927c13af2e791238a6a3d0.jpg

Hristo Smirnenski (29 september 1898 – 18 juni 1923)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Elizabeth Gaskell werd geboren op 29 september 1810 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Eilzabeth Gaskell op dit blog.

 

Uit: The Life of Charlotte Brontë

 

“The parsonage stands at right angles to the road, facing down upon the church; so that, in fact, parsonage, church, and belfried school-house, form three sides of an irregular oblong, of which the fourth is open to the fields and moors that lie beyond. The area of this oblong is filled up by a crowded churchyard, and a small garden or court in front of the clergyman's house. As the entrance to this from the road is at the side, the path goes round the corner into the little plot of ground. Underneath the windows is a narrow flower-border, carefully tended in days of yore, although only the most hardy plants could be made to grow there. Within the stone wall, which keeps out the surrounding churchyard, are bushes of elder and lilac; the rest of the ground is occupied by a square grass plot and a gravel walk. The house is of grey stone, two stories high, heavily roofed with flags, in order to resist the winds that might strip off a lighter covering. It appears to have been built about a hundred years ago, and to consist of four rooms on each story; the two windows on the right (as the visitor stands, with his back to the church, ready to enter in at the front door) belonging to Mr. Bronte's study, the two on the left to the family sitting-room. Everything about the place tells of the most dainty order, the most exquisite cleanliness. The door-steps are spotless; the small old - fashioned window-panes glitter like looking-glass. Inside and outside of that house cleanliness goes up into its essence, purity.

The little church lies, as I mentioned, above most of the houses in the village; and the graveyard rises above the church, and is terribly full of upright tombstones. The chapel or church claims greater antiquity than any other in that part of the kingdom; but there is no appearance of this in the external aspect of the present edifice, unless it be in the two eastern windows, which remain unmodernised, and in the lower part of the steeple.“

 

 

 1467657-f3976e7ed10c00706a1e44686d220c3f.jpg

Elizabeth Gaskell (29 september 1810 – 12 november 1865)

Miniatuur door William John Thomson, 1832

 




 

De Spaanse dichter en filosoof Miguel de Unamuno y Jugo werd geboren op 29 september 1864 in Bilbao. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Unamuno y Jugo op dit blog.

 

 

Sonnet I


At Aldehuela de Yeltes
by the Lake of El Cristo
a night of full moon.

 

White night wherein the crystal water
sleeps still on its lake bed
while a round full moon
that guides a host of stars

 

keeps watch, and in the terse
mirror a round ilex is mirrored,
white night wherein the water
cradles the highest, deepest counsel.

 

It is a shred of heaven Nature
holds embraced in its arms,
a shred of heaven that came to rest

 

and in the night's silence prays
the prayer the lover says who yields
but to that love, his only wealth

 

 

 

Sonnet II

 

When on a lake of clouds the moon
wandering sails above the sea,
a beam of livid counsel reaches
to my soul, a fleeting cloud.

 

Thus gliding and adrift,
that lunar boat's a sickle mowing
clouds of hopes. O sad endeavour,
where fault piles up on fault!

 

You rise and wax, mysterious moon,
wane and die, a meagre light,
pallid mirror of mortal fate;

 

sad, you show us ever the one face,
and even in this nook your cradle rocks,
water that laps the Sahara's feet.

 

Vertaald door Michael Smith

 

 

 

 1467657-baa6a82275cfb0083a341d01bbed8570.jpg

Miguel de Unamuno (29 september 1864 – 31 december 1936)
Portret door
José Gutiérrez Solana, 1936


 


De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

 

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

 

„Toen dit nu beredderd was, besteedde hij drie of vier dagen, om een gepasten en welluidenden naam voor zijn strijdros te bedenken. Het arme beest had wel meer gebreken, dan een gulden centen en een pond wichtjes heeft, aan zijn lijf, maar Don Quichot was toch van oordeel, dat de hengst, daar die voortaan een edelen en beroemden ridder zou dragen, ook volstrekt een naam moest hebben, die met zijne nieuwe roeping en waardigheid strookte. Hij koos en koos weer, snuffelde al zijne ridder- en heldengeschiedenissen door en kwam na veel wikken en wegen tot het besluit, om aan zijn knol den liefelijken en welluidenden naam van Rocinante te geven.

Na het afdoen van deze hoogst gelukkige aangelegenheid viel hem in, dat ook hij zelf aan zijn ouden eerlijken naam een deftigen staart moest hechten, en besloot hij dus, in ’t vervolg als manhaftig en dapper ridder onder den naam van Don Quichot van La Mancha op te treden.

Nu eindelijk zoo de hoofdzwarigheden overwonnen waren, nu zijne wapenrusting blank gepoetst, Rocinante gedoopt en hij zelf van een deftigen naam voorzien was, nu haperde er alleen nog maar aan, dat hij, gelijk alle dolende ridders vóór hem, naar eene schoone dame rondzag, tot wier eer en verheerlijking de te verrichten groote daden moesten bedreven worden.

“Een dolend ridder,” sprak hij bij zich zelf, “is een onding zonder ridderlijke liefde. Hij is een boom zonder blad en bloesem, een lichaam zonder ziel en geest. Hoe toch, als ik nu op mijne tochten een reus ontmoet en hem door de kracht van mijn arm en van mijne dapperheid in het stof neerwerp of hem van den kop tot de teenen in tweeën hak, moet ik hem dan niet naar iemand heen zenden, om den roem mijner dapperheid te verkonden en door heel de wereld te verbreiden? En tot wien kan ik hem beter zenden, dan tot de uitverkorene dame van mijn hart, gelijk in alle tijden ieder avontuurlijk ridder er eene bezeten heeft? Ik moet en wil eene aangebedene van mijn hart en van mijne gedachten vinden!”

 

 

 1467657-e7f631db3b326df9f61c4bbf831ecd71.jpg

Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)

Standbeeld van Don Quichot en Sancho Panza in Albacete, Castilië-La Mancha




Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:55 Reageer op dit bericht

Akram Assem, Ingrid Noll, Colin Dexter, Lanza del Vasto

De Afghaanse schrijver en historicus Akram Assem werd geboren op 29 september 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Akram Assem op dit blog.

 

Uit: The Sword of Allah


“Khalid and the tall boy glared at each other. Slowly they began to move in a circle, the gaze of each fixed intently upon the other, each looking for an opening for his attack and each wary of the tricks that the other might use. There was no hostility in their eyes-just a keen rivalry and an unshakeable determination to win. And Khalid found it necessary to be cautious, for the tall boy was left-handed and thus enjoyed the advantage that all left-handers have over their opponents in a fight.

Wrestling was a popular pastime among the boys of Arabia, and they frequently fought each other. There was no malice in these fights. It was a sport, and boys were trained in wrestling as one of the requirements of Arab manhood. But these two boys were the strongest of all and the leaders of boys of their age. This match was, so to speak, a fight for the heavy-weight title. The boys were well matched. Of about the same age, they were in their early teens. Both were tall and lean, and newly formed muscles rippled on their shoulders and arms as their sweating bodies glistened in the sun. The tall boy was perhaps an inch taller than Khalid. And their faces were so alike that one was often mistaken for the other.

Khalid threw the tall boy; but this was no ordinary fall. As the tall boy fell there was a distinct crack, and a moment later the grotesquely twisted shape of his leg showed that the bone had broken. The stricken boy lay motionless on the ground, and Khalid stared in horror at the broken leg of his friend and nephew. (The tall boy's mother, Hantamah bint Hisham bin Al Mugheerah, was Khalid's first cousin.)”


 1467654-68f1def043a0790b4557946f12eca430.jpg

Akram Assem (Kabul, 29 september 1965)

 

 

 

 

De Duitse (detective)schrijfster Ingrid Noll werd geboren op 29 september 1935 in Shanghai. Zie ook alle tags voor Ingrid Noll op dit blog.

 

Uit: Über Bord

 

“Amalias träumerisches Sonnenbad wurde jäh unterbrochen. Ellen kam in den Garten gelaufen und rief »Zieh dir was über, wir bekommen gleich Besuch!« Ihre Tochter schaute träge hoch und hatte wenig Lust, ihr Top gegen ein T-Shirt einzutauschen.
»Wer denn?«, fragte sie.
»Ein Mann hat gerade angerufen, ich kenne ihn nicht. Er heißt Dornenvogel oder Dornkaat oder so ähnlich und will etwas Privates besprechen, er tat sehr geheimnisvoll«.
Jetzt horchte die misstrauische Großmutter ebenfalls auf. »Muss ich mich etwa auch umziehen?«, fragte sie. Ellen musterte ihre alte Mutter, die in ihrem Grünzeug zwar keine besonders gute Figur machte, aber zwischen Moos und Gras nicht weiter auffiel.
Auch Amalia wollte lieber liegen bleiben, doch ihre Neugier war erwacht. Ein Bote von der Lotteriegesellschaft?
»Ist der Dornenvogel aus der Nachbarschaft?«, fragte sie, aber Ellen schüttelte bloß den Kopf und rannte wieder ins Haus, um auf die Schnelle ein wenig aufzuräumen.
Es klingelte eine halbe Stunde später.”

 

 

 1467654-800b0a1ce020431a3a43282a7647dab1.jpg

Ingrid Noll (Shanghai, 29 september 1935)

 

 

 

 

De Britse schrijver Colin Dexter werd geboren op 29 september 1935 in Stamford, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Colin Dexter op dit blog.

 

Uit: The Remorseful Day

 

“He reached for the binoculars now and focused on an interesting specimen pecking away at the grass below the peanuts: a small bird, with a greyish crown, dark-brown bars across the dingy russet of its back, and paler underparts. As he watched, he sought earnestly to memorize this remarkable bird's characteristics, so as to be able to match its variegated plumage against the appropriate illustration in the Guide.
Plenty of time for that though.
He leaned back once more and rejoiced in the radiant warmth of Schwarzkopf's voice, following the English text that lay open on his lap: "You holy Art, when all my hope is shaken . . ."

When, too, a few moments later, his mood of pleasurable melancholy was shaken by three confident bursts on a front-door bell that to several of his neighbors sounded considerably over-decibeled, even for the hard-of-hearing.”

 1467654-a31096f17c312fab5169ca2b102a7d8a.jpg

Colin Dexter (Stamford, 29 september 1935)

Hier rechts met John Thaw (Inspecteur Morse)

 

 

 

 

 

De Italiaanse filosoof, dichter, artiest, en geweldloos activist Lanza del Vasto werd geboren in San Vito dei Normanni op 29 september 1901. Zie ook alle tags voor Lanza del Vasto op dit blog.

 

 

L'inquiétante image

 

Les arbres que je vois sont de vrais arbres,
Verts dans le noir, et frissonnant très haut
Au creux du ciel grand que la lune marbre.
L'eau, où le vent se trace et se prolonge,
Lèche l'arche du pont et fuit, vraie eau.
Et les femmes qui marchent sur la terre,
Elles sont : ô stupeur du solitaire.
Et tout ceci, que je touche ce soir,
Est plus profond et plus secret qu'un songe,
Et trouble, et plus décevant qu'un espoir.
Image, ô toi belle aux cœurs inquiets,
O deux fois belle image, toi qui es.

 

 

 

Femme

 

Femme, le vent est doux entre tes dents,
La mer s'approche et vie dans tes paupières. ;
Femme, ton corps de nuage et de pierre
Porte la vie et son arbre au-dedans,
Et la nuit chante aux rameaux de tes veines :
Signe de chair, à l'oubli de tes plages,
A leur blancheur, notre appel et nos peines
Ont déposé leur coquillage.

 

 

 

 1467654-f567f98a51c36f5a7f6634a1fb6ad3ee.jpg

Lanza del Vasto (29 september 1901 – 5 januari 1981)

Geschreven door Romenu om 15:50 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Hella Haasse


Herinnering aan Hella Haasse

 

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is vandaag precies twee jaar geleden overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

 

Uit: Oeroeg

 

“Oeroeg en ik, spelend en op speurtocht in de wildernis – Oeroeg en ik, gebogen over ons huiswerk, over postzegelverzamelingen en verboden boeken – Oeroeg en ik, onveranderlijk samen, in alle ontwikkelingsstadia van kind tot jonge man.

(…)      

 

…maar hoe kon ik in weinig woorden uitleggen wie en wat Oeroeg was? Oeroeg was mijn vriend, vrijwel sinds mijn geboorte het enige levende wezen in mijn omgeving met wie ik iedere fase in mijn bestaan, iedere gedachte, iedere gewaarwording gedeeld had. En dat niet alleen. Oeroeg was meer. Oeroeg betekende – hoewel ik dat toen niet onder woorden kon brengen – het leven op en om Kebon Djati, de bergtochten, het spelen in de tuinen en op de stenen in de rivier, het reizen met de trein, het schoolgaan – het abc van mijn kinderleven.”

(…)

 

“Ik had bij deze mensen nooit het gevoel een buitenstaander te zijn, integendeel. Zelfs in die vervallen desawoning, op een modderig stuk erf, voelde ik mij meer op mijn gemak dan in de holle, schemerdonkere kamers van ons huis. Als ik, na afloop van zo’n bezoek, met Oeroeg de steenachtige weg naar de onderneming afdaalde, scheen het me toe, als had ik afscheid genomen van mijn eigen familie.”

(…)

 

“Ik zei dat ik niet naar school wilde, indachtig aan het stilzitten en ondervragen. Mijn moeder somde de geneugten van mijn toekomstige staat op, maar het vooruitzicht van te leren lezen, rekenen en schrijven had voor mij weinig aantrekkelijks. ‘Gaat Oeroeg mee?’ vroeg ik, toen zij uitgesproken was. Mijn moeder zuchtte. (…) ‘Wees toch niet zo dom. Oeroeg is immers een inlandse jongen.’ ‘Hoeft hij niet naar school?’ hield ik vol. Mijn moeder stond op en kuste mij vluchtig op de wang. ‘Misschien wel,’ zei ze vaag. ‘Naar een ander soort van school, natuurlijk. Ga nu slapen. (…) Je moet nu niet meer in de kampong gaan spelen,’ zei ze, op de wat geprikkelde nerveuze toon die naderende hoofdpijn aankondigde. ‘Je vader heeft het niet graag. Laat Oeroeg hier komen, als je dat prettig vindt. Slaap wel.’”

 

 

 1468004-ec2938e779f3b53747e4d6a6aca691ad.jpg

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten