Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 oktober 2013 tot 2 oktober 2013

Dimitri Verhulst, Göran Sonnevi, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

 

Uit: De laatkomer

 

‘Haar vrees voor het vacuüm illustreerde zij dit keer door mijn hele kleine en sowieso reeds beklemmende kamertje vol te stouwen met kadertjes. En in die kadertjes: foto’s van haarzelf! Moniek met echtgenoot. Moniek met kroost. Moniek met echtgenoot en kroost. Moniek solo. Niet één spontaan kiekje dat was terug te vinden in haar selectie. De ijskoningin van de pose liet zich het liefst van al portretteren in een decor van bloemen of struiken. Ze had ook de eigenaardige tic deze bloemen of struiken te moeten aanraken voor de camera. Heel lullige foto’s levert dat op, een vrouw die stokstijf met een bevroren tandpastareclameglimlach de lens aangaapt en onderwijl in een mimosa knijpt.

(…)

 

Ik was geen onbekende voor die boekhandelaar; ongeveer een kwart van onze boekenkast was gevuld met spul dat uit zijn winkel kwam. Hij had in totaal vast een vakantie of twee met het hele gezin overgehouden aan mijn bellettristische vraatzucht. Dus kende hij best wel mijn dada’s en had ie redenen te over om zijn bedenkingen te hebben bij mijn plots opgewekte interesse voor overschotels, origamifiguren en tuinmeubelen. Maar een boekhandelaar krijgt niet alle dagen een dementerende over de vloer, en crisis was het voor iedereen, voor een kleine zelfstandige nog zo zeer, en hij greep de gelegenheid om nog een laatste keer aan mij te verdienen met beide pollen beet en verkocht mij de goorste troep.

(…)

 

Hoewel volkomen opzettelijk, is het zeer tegen mijn zin dat ik iedere nacht opnieuw in mijn bed schijt. Mij te verlagen tot deze zelfconterende daad is waarlijk de lastigste consequentie van de ietwat zotte levensweg die ik op mijn oude dag ben ingeslagen. Maar ik zou mijn verplegers en verpleegsters achterdochtig stemmen indien ik het in mijn slaap droog hield. Wens ik niet uit mijn rol van seniele grijsaard vallen, dan heb ik geen andere keus dan op regelmatige basis mijn luiers te bevuilen. Want dat is het inderdaad: een rol. Ik ben helemaal niet zo dement als ik mijn omgeving doe geloven!”

 

 

1469554-384167dd0f27d5578623f584562f74bf.jpg 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

 

 

 


De Zweedse dichter en vertaler
Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.

 

Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)

 

XLIX

 

Now the enclaves are being opened   One after another, where people
have lived shut in, under grenade fire, month
after month, for years   Half-starved, many physically
injured; some with shattered psyches   Children
perhaps forever locked into psychoses
I see their gentle smiles, their helplessness
As if they’d been whirled out into a Hades of Chance
A girl’s milk teeth shine   Her eyes be-
speak hopelessness   That which is nameless

The brain’s enormously split-up time, in continual
integration, which is itself the prerequisite,
the basis for all integration   Just so, the one is created
Just so, the unity of all life is created   We will suffer the consequences

The human vortices, in the torrent of dreams, uncontrolled
In pain, disappointment, joy   While the ground gives
way; we hang onto trees, other beings
in gliding toward the flux; its ever more powerful surge
The Brownian motion in each human brain;
we construct its order   As if awakened,
fresh, after lovemaking, you say, love To what?
To what sort of surrender   Time   Silence   Time
The embittered are watching us   As if unable
at any moment to see the lesser evil   I understand them
But I don’t want to be like them   Here now is warmth
In the cold that is freedom’s I shall love you warm
And you me   Interference   Toward destruction
                                            or consummation. . .

 

 

 

 1469554-3e234b0205625b03e34e8a6823bdb818.jpg

Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Graham Greene werd geboren op 2 oktober 1904 in Berkhamsted, Hertfordshire. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Graham Greene op dit blog.

 

Uit: Our Man in Havana

 

‘Did you torture him?’
Captain Segura laughed. ‘No. He doesn’t belong to the torturable class.’
‘I didn’t know there were class-distinctions in torture.’
‘Dear Mr Wormold, surely you realize there are people who expect to be tortured and others who would be outraged by the idea. One never tortures except by a kind of mutual agreement.’
‘There’s torture and torture. When they broke up Dr Hasselbacher’s laboratory they were torturing …?’
‘One can never tell what amateurs may do. The police had no concern in that. Dr Hasselbacher does not belong to the torturable class.’

 

 

1469554-be9eb91d705f60d99a8f29235e720f2c.jpg
Alec Guiness en James Wormold in de film “Our Man in Havana” uit 1959

 


‘Who does?’
‘The poor in my own country, in any Latin American country. The poor of Central Europe and the Orient. Of course in your welfare states you have no poor, so you are untorturable. In Cuba the police can deal as harshly as they like with émigrés from Latin America and the Baltic States, but not with visitors from your country or Scandinavia. It is an instinctive matter on both sides. Catholics are more torturable than Protestants, just as they are more criminal. You see, I was right to make that king, and now I shall huff you for the last time.’

(…)

 

“I don't care a damn about men who are loyal to the people who pay them, to organizations...I don't think even my country means all that much. There are many countries in our blood, aren't there, but only one person. Would the world be in the mess it is if we were loyal to love and not to countries?”

 

 

 1469554-88eff2b2c8f07a6c64a2f308bd6f4e85.jpg

Graham Greene (2 oktober 1904 – 3 april 1991)

 

 

 


De Amerikaanse dichter en essayist
Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

 

Gray Room

 

Although you sit in a room that is gray,
Except for the silver
Of the straw-paper,
And pick
At your pale white gown;
Or lift one of the green beads
Of your necklace,
To let it fall;
Or gaze at your green fan
Printed with the red branches of a red willow;
Or, with one finger,
Move the leaf in the bowl--
The leaf that has fallen from the branches of the forsythia
Beside you...
What is all this?
I know how furiously your heart is beating.

 

 

 

The Snow Man

 

One must have a mind of winter
To regard the frost and the boughs
Of the pine-trees crusted with snow;

And have been cold a long time
To behold the junipers shagged with ice,
The spruces rough in the distant glitter

Of the January sun; and not to think
Of any misery in the sound of the wind,
In the sound of a few leaves,

Which is the sound of the land
Full of the same wind
That is blowing in the same bare place
For the listener, who listens in the snow,
And, nothing himself, beholds
Nothing that is not there and the nothing that is.

 

 

 

1469554-dabd8e17d59a2a70adc96d66207196c7.jpg 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Gryphius (gelatiniseerde naam van Andreas Greif) werd geboren op 2 oktober 1616 in Glogau (Silezië). Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Gryphius op dit blog.

 

 

Menschliches Elende

 

Was sind wir Menschen doch? ein Wohnhaus grimmer Schmerzen
Ein Ball des falschen Glücks, ein Irrlicht dieser Zeit,
Ein Schauplatz herber Angst, besetzt mit scharfem Leid,
Ein bald verschmelzter Schnee und abgebrannte Kerzen.

 

Dies Leben fleucht darvon wie ein Geschwätz und Scherzen.

Die vor uns abgelegt des schwachen Leibes Kleid
Und in das Toten-Buch der großen Sterblichkeit
Längst eingeschrieben sind, sind uns aus Sinn und Herzen.

 

Gleich wie ein eitel Traum leicht aus der Acht hinfällt,
Und wie ein Strom verscheust, den keine Macht aufhält:
So muss auch unser Nam, Lob, Ehr und Ruhm verschwinden,

 

Was itzund Atem holt, muss mit der Luft entfliehn,
Was nach uns kommen wird, wird auch ins Grab nachziehn.
Was sag ich? wir vergehn wie Rauch von starken Winden.

 

 

 

 1469554-e5871333f92a406b6658d1f006b56f8b.jpg

Andreas Gryphius (2 oktober 1616 - 16 juli 1664)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht

In Memoriam Tom Clancy


In Memoriam Tom Clancy

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy is gisteren overleden. De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook alle tags voor Tom Clancy op dit blog.

 

Uit: The Teeth of The Tiger

 

"Your treatment of your men is generous in its praise, Captain. Why?"

That made Caruso blink. "Sir, they did very well. I could not have expected more under any circumstances. I'll take that bunch of Marines up against anybody in the world. Even the new kids can all make sergeant someday, and two of them have 'gunny' written all over them. They work hard, and they're smart enough that they start doing the right thing before I have to tell them. At least one of them is officer material. Sir, those are my people, and I am damned lucky to have them."

"And you trained them up pretty well," Broughton added.

"That's my job, sir."

"Not anymore, Captain."

"Excuse me, sir? I have another fourteen months with the battalion, and my next job hasn't been determined yet." He'd happily stay in Second Force Recon forever. Caruso figured he'd screen for major soon, and maybe jump to battalion S-3, operations officer for the division's reconnaissance battalion.

"That Agency guy who went into the mountains with you, how was he to work with?"

"James Hardesty, says he used to be in the Army Special Forces. Age forty or so, but he's pretty fit for an older guy, speaks two of the local languages. Doesn't wet his pants when bad things happen. He—well, he backed me up pretty well."

The TS folder went up again in the M-2's hands. "He says here you saved his bacon in that ambush."

"Sir, nobody looks smart getting into an ambush in the first place. Mr. Hardesty was reconnoitering forward with Corporal Ward while I was getting the satellite radio set up. The bad guys were in a pretty clever little spot, but they tipped their hand. They opened up too soon on Mr. Hardesty, missed him with their first burst, and we maneuvered uphill around them. They didn't have good enough security out. Gunny Sullivan took his squad right, and when he got in position, I took my bunch up the middle. It took a total of ten to fifteen minutes, and then Gunny Sullivan got our target, took him right in the head from ten meters. We wanted to take him alive, but that wasn't possible the way things played out." Caruso shrugged. Superiors could generate officers, but not the exigencies of the moment, and the man had had no intention of spending time in American captivity, and it was hard to put the bag on someone like that. The final score had been one badly shot-up Marine, and sixteen dead Arabs, plus two live captives for the Intel pukes to chat with. It had ended up being more productive than anyone had expected. The Afghans were brave enough, but they weren't madmen—or, more precisely, they chose martyrdom only on their own terms.”

 

 

 1469498-10166b08adeb75780f408bae587abbe0.jpg

Tom Clancy (12 april 1947 – 1 oktober 2013)

Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Khlaid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

 

Uit:  Lehrjahre im Schnitzelparadies (Vertaald door Franca Fritz)

 

»Ist das alles? Ist das schon alles?« Lautstärke und Klang meiner Stimme erinnern wohl an ein Transistorradio, dessen Batterien fast leer sind. Wachsam beobachten meine Augen das Messer, das sich dank Amimuns unkontrollierter Energie immer mehr in Richtung meiner Brust vorzittert.
   Seine Ohren wackeln, glühend rot vor Wut. »Was soll denn sonst noch sein, Spülwurm? Was ist mit euch Jungs los? Euch haben sie wohl schon völlig auf ihre Seite gezogen, mit diesen komischen, faden Weißbrot- und Weihnachtsmannmärchen. Aber mich kriegen sie nicht!« Er schlägt sich kräftig gegen die Brust. Eine harte Faust küsst das Schneidbrett. Vorderzähne graben sich in die Unterlippe. »Ich bin und bleibe ein maro, Nordip, außer ich gewinne zwanzig Millionen Mäuse im Lotto. Typen wie ihr macht uns nur lächerlich. Ihr mit eurem Gelehrtengequatsche. Und was hat dir das gebracht? Du schrubbst hier Pfannen und Töpfe. Aber sieh dir mal die Chinesen oder die Türken an - über die spricht oder schreibt niemand, keine Zeitung, kein einziger Fernsehsender, niemand weiß, was die machen. Denen ihr Leben ist denen ihr Leben. Sie verkaufen sich nicht selbst, verstehsdu. Sie haben alle ihre eigenen Läden, arbeiten füreinander, unterstützen sich gegenseitig, bewahren ihren Stolz und that's it.« Er schluckt. Der Apfel in seiner Kehle hüpft auf und nieder. »Zwischen die kriegt keiner auch nur einen Fingerbreit. Hast du schon mal irgendjemand über die meckern hören? Oder hast du ... Spülwurm, dummer kahler Pickelhering... hast du vielleicht schon mal einen Chinesen mehr Niederländisch reden hören als >Sambal dazu<? Und alle rufen: >Prima, ja, machen Sie es ruhig scharf... ja, prima, lecker... leckres chinesisches Essen ... < Die sind stolz. Die sagen nur das, was nötig ist. Aber ihr... ihr Kahlköppe, ihr müsst ja mal wieder ein Riesentheater um uns machen, euch selbst verleugnen, eure Seele an Schitan verkaufen, Couscous für sie aufwärmen und sogar die Teller noch ablecken, euch anpassen und auch so ... auch so ein Weißbrot-Aromie werden wollen. Ich schwör dir, noch keine zwanzig Jahre und ihr sitzt allesamt mit 'nem String am Hintern mit euren Kindern rund um ein geräuchertes grinsendes ekliges Dreckschwein und singt fröhlich Weihnachtslieder wie: Morgen, Kinder, wird's was geben ... «

 

 

 1469058-c7a1dbe5e4a28924785b5d42ea55cdfe.jpg

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Wallraff op mijn blog.

 

Uit: Schwarz auf Weiß

 

“Es muss wohl an meinem Aussehen liegen. Ich bin schwarz. Auf dem Kopf trage ich eine Perücke mit krausen schwarzen Haaren. Aber, das hat mich schon bei meinen Recherchen als Türke »Ali«

verblüfft, die meisten schauen nicht so genau hin und nehmen einem eine Verkleidung bereitwillig ab, auch wenn man ein eigenartiges »gebrochenes Deutsch« spricht wie ich in meiner Rolle als

»Ali« oder sich eben als »Schwarzer« ausgibt.

Ein Jahr lang reise ich immer wieder als »Schwarzer« durch die deutschen Lande, in Ost und West. Ich will auf Straßen festen mitfeiern, suche eine Wohnung, unternehme einen Bootsausflug, versuche einen Campingstellplatz mit meiner »schwarzen Familie« zu mieten, will in Diskos, in Kneipen, mische mich unter Fußballfans und spreche bei Behörden vor.

Wie lebt es sich als Schwar zer in Deutschland? Das will ich heraus finden.

Ist die Vorstellung vom unverbesserlich fremdenfeindlichen deutschen Wesen nur noch ein Klischee? Wird mein schwarzes Alter Ego das tolerante Deutschland kennen lernen, wie es zuletzt anlässlich der Fußball weltmeisterschaft 2006 so gepriesen wurde? Oder werde ich umgekehrt entdecken müssen, dass das von der Boulevardpresse so gern gepflegte Schreckbild vom Schwarzen als Dealer, Asylbetrüger und Kriminellen die Stimung im Lande prägt? Ich will den Lackmustest auf die Stimmung im Lande machen und bin neu gierig und besorgt zu gleich.

Diese Rolle zu spielen entsprang keiner Augenblickslaune. Schon vor Jahren hatte ich einen ersten Anlauf gemacht, das Vorhaben aber wieder abgebrochen, weil ich glaubte, es nicht bewältigen zu können. Nicht, weil diese Rolle anmaßend wäre gegenüber schwarzen Migranten oder schwarzen Deutschen. Jede meiner Rollen ist auf eine bestimmte Art anmaßend. Ohne diesen Schritt auf »fremdes« Terrain, das eigene Ich zu überwinden, um ein anderer zu werden, ist meine Art der verdeckten Recherche nicht möglich. Nein, der Grund für mein Zögern lag in der Befürchtung begründet, dass man mich zu rasch »enttarnen« könnte.”

 

 

1469058-76f791fc45bbd29e85caf66abc9ba39c.jpg 

Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

Cover

 

 

 

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

 

Juni-ochtend

 

't Is vroeg. Ik sta voor de open deur,
Nauwelijks bewust, in stil verpozen,
en mijmerend drinkt mijn blik de kleur
Van anjers, leliën en rozen.

Dan, vredig, fluistert hart naar geest
(Zo leest een vrome zijn getijden):
'Alles is rein, en alles feest,-
Het wenkt ook ons nog tot verblijden.'

 

 

 

 

Laat mij nog éénmaal

 

Laat mij nog éénmaal met U gaan:
Uw woord was mij zo strelend zacht!
Beween nog eens mijn stille waan,
Mijn liefde en droef verborgen klacht.

Laat mij nog éénmaal met U gaan
En luistren naar dit teer gerucht,
Dat uit U schreit in traan na traan
Om 't leed, waarvan mijn peinzen zucht.

Laat ons nog éénmaal samenstaan -
De wereld wenkt zo grijs, zo wijd...
Geef mij nog éénmaal, vóór wij gaan,
Uw troostende barmhartigheid.

Eén enkle maal: dan zal Uw hart
Vergeten wat gij thans beschreit -
Mijn droefenis die zwijgend mart,
Mijn smart die om Uw droefheid lijdt.

Geef mij nog ééns Uw koele hand:
Dan zal 'k voor altijd van U gaan,
En dwalen langs 't verlaten land,
En klagen van mijn laatste waan.

 

 

 

 1469058-622d827485c2846f2c5d52993ffb7f8c.jpg

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

Breukelen 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Israël Querido werd geboren in Amsterdam op 1 oktober 1872. Zie ook alle tags voor Israël Queriodo op dit blog.

 

Uit: Kunstenaarsleven

 

“- Weg d'r mee, weg, wèg... weg d'r mee, kerel! Nièt dichterbij!

Ze gilde als 'n dolle in hallucinatie-stuip, de oude weduwe Hoenders. - Ontsteld duwde ze zich achteruit in haar leunstoel, en, de armen naar voren gestoken, graaiden haar magere, doorpeesde handen in gruwbaren angst en afschuw rond d'r heen.

Haar zoon Ko stond kalm vóór d'r. Naast de in den raamhoek geschoven tafel, z'n sarrend-leuk gezicht plooiloos-rustig, gebaarde hij komiekerig, telkens tartend-zacht 't egeltje op z'n hand verwiegelend. -

Wat beduusd van haar lawaai, struikelde hij 'n eindje achteruit, al schuwer en bedremmelder door haar aansterkend gekrijsch.

- Stil toch lieve mins, schreeuw soo niet... de bure salle denke, dat 'k m'n wijfje van jetje geef! Kijk 'reis an, 't is maar 'n onnoosel stekelmannetje... niks meer as 'n groote tandeborstel...

Maurice Fleury, de buur-van-drie-hoog, stapte nèt de trap op, hoorde 't gegil en gekrijsch van de onde vrouw, kwam ontsteld, zonder kloppen de kamer inloopen, met bangen kijk vragend, wat er gebeurde.

- Niks an 't handje, amise! Aldegaar larie en apekool van m'n moesie, m'n liefe moesie, lachte Ko ironiseerend... 't is een doodnuchter, kaal beesie met 'n harretje van goud en hij heb beloofd m'n belasting te betale... en 't is d'r 'n beesie, 'n schuinsmesjeerder die selfs mit geen vlieg hommeles maakt... Sòo! Sòo!

- Nou maar kerel, als je moeder d'r nou zoo bang van is, smak 't ding dan weer wèg, zei goeiig Maurice, blij, dat 't zoo'n onbeduidend redentje was, waarvoor moeder Hoenders 't huis bij elkaar geschreeuwd had. Maar Ko bleef staan wiegelen 't dierke op z'n groote bloedlooze handen en schuw keek Fleury naar de wegkrimpende angsthouding van de oude vrouw op d'r leunstoel in den hoek.”

 

 

 1469058-eb51625ea7dc35c7eefc32d7b61af65a.jpg

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

 

 

 

 

De Franse dichter Charles Cros werd geboren in Fabrezan op 1 oktober 1842. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Charles Cros op mijn blog.

 

 

Madrigal (sur un carnet d'ivoire)

 

Mes vers, sur les lames d'ivoire
De votre carnet, font semblant
D'imiter la floraison noire
Des cheveux sur votre cou blanc.

Il faudrait d'immortelles strophes
A votre charme triomphal,
Quand dans un tourbillon d'étoffes
Vous entrez follement au bal.

Le sein palpite sous la gaze
Et, fermés à demi, les yeux
Voilent leurs éclairs de topaze
Sous la frange des cils soyeux.

Willis parisienne, empreinte
D'un charme inquiétant, mais doux,
J'attends, voluptueuse crainte,
La mort, si je valse avec vous.

 

 

 

Conquérant

 

J'ai balayé tout le pays
En une fière cavalcade ;
Partout les gens se sont soumis,
Ils viennent me chanter l'aubade.

Ce cérémonial est fade ;
Aux murs mes ordres sont écrits.
Amenez-moi (mais pas de cris)
Des filles pour la rigolade.

L'une sanglote, l'autre a peur,
La troisième a le sein trompeur
Et l'autre s'habille en insecte.

Mais la plus belle ne dit rien ;
Elle a le rire aérien
Et ne craint pas qu'on la respecte.

 

 

 

 1469058-6b61e438d093e712116391b98af05930.jpg

Charles Cros (1 oktober 1842 - 9 augustus 1888)

 

 

 

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

 

Omo

 

We were fourteen

and the two of us went camping

and you smuggled into my tent

and we smuggled

and in the morning your smile was a joy

but when we were back at school

because I was a boy

and so were you

we had to keep it under the covers

otherwise the others

would have taken out their fears on us

but it was our fear as well

and back at the school

even when there was no one else near

all we ever spoke about was football.

 

 

 

Classic

 

In the radio interview

the former Classics student

asked me about the similarity between

my writings and those of Aristotle.

I said I didn't know there was such a similarity.

When she asked how useful my Sociology degree had

been,

I answered that it had taught me how to felt tip

my idea of a potato on to a sheet of transparent plastic,

then compare it with the real world

by placing it over an existing potato,

and she said, 'that's Plato'.

 

 

 

1469058-0ae652caaceb100fb0ad0680e4bc0328.jpg 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:36 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten