Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 oktober 2013 tot 4 oktober 2013

Cynthia Mc Leod, Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Charles Frazier, Gabriel Loidolt

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri Mc Leod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia Mc Leod op dit blog.

 

Uit: Hoe duur was de suiker?

 

“Levi Fernandez, die nu 45 jaar oud was, was vanaf zijn 12e jaar, toen zijn vader overleed, alleen opgevoed door zijn strenge moeder. Zij beheerde zelf plantage Hébron en bepaalde en regelde alles. Alles en iedereen had ze keurig in bedwang: de plantage, het huishouden, de slaven, haar zoon.... Tenminste dat had ze gedacht, tot hij weigerde om te trouwen met Rachaël Mozes de Meza, het Joodse meisje dat ze vanaf die geboren was, voor hem had bepaald. Als een vurig jong paard had de 20-jarige Levi Fernandez tegenover zijn moeder gestaan. Hij trouwde niet met Rachaël, de dochter van zijn moeders beste vriendin, die twee jaar jonger was dan hij en die hij al vanaf zijn kinderjaren kende. Hij trouwde niet met haar, want hij hield van iemand anders, de 17-jarige Elizabeth Smeets, dochter van een legerofficier, nog pas 2 jaar in de kolonie, zonder geld, zonder plantage en bovendien een christin. Toen was de weduwe Fernandez voor het eerst er niet in geslaagd haar zoon haar wil op te leggen. Nadat Levi echter met zijn Elizabeth was getrouwd, was zijn moeder direkt verhuisd, terug naar Joden-Savanna, haar geboortegrond. Plantage Hébron die haar zoon sedert zijn 18e jaar rechtens toekwam, verliet ze, ‘omdat ze niet van plan was om met dat christenmens onder één dak te wonen’.

Pas 9 jaar later kwam ze weer naar de plantage en dat was ter gelegenheid van de begrafenis van haar schoondochter Elizabeth, die was overleden enkele dagen na de geboorte van haar dochtertje, dat ook de naam kreeg van Elizabeth, en aldus Elza werd genoemd. Had de weduwe Fernandez toen misschien gedacht en gehoopt dat ze weer de teugels van plantage Hébron in handen zou krijgen? Had ze zichzelf al gezien, de scepter zwaaiende, regerende over de slaven, het huishouden, haar zoon, de kinderen, de toen 8-jarige David, 6-jarige Jonathan en de baby Elza? Dat gebeurde echter niet. Levi was beleefd en correct tegen zijn moeder, maar de plantage was van hem en zijn bazige moeder kon op Joden-Savanna blijven. De kinderen werden goed verzorgd door Ashana, de lijfslavin van zijn overleden vrouw en de dochter van Ashana, de 18-jarige Maisa. Toen Elizabeth overleed had Maisa net haar 2e zoontje aan de borst en het was dus geen enkel probleem om het net geboren dochtertje van de misi er bij te nemen. En zo was plantage Hébron ruim 7 jaar gebleven zonder meesteres, maar met Ashana en Maisa in huis die voor alles zorgden.”

 

 

1470779-7286a08ae40b7f69bf3c131dbdf0519c.JPG 

Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

 

Uit: Pier en oceaan

 

‘Laat mij eens voelen,’ zei hij.
Otto gaf hem de lauw aanvoelende klei, die door het kneden zacht en soepel was geworden. Abel hield van klei. Hij hield er zoveel van dat hij eens een stuk in zijn mond had gestoken om te proeven hoe het smaakte. Met zijn rug naar de sloot, de zachte klei in zijn handen, zittend naast zijn broertje, werd hij rustiger. Hij rook aan de klei.
Maar de sloot trok. Hij liep erheen en ging op zijn buik liggen om erin te kijken. Onder het wateroppervlak zag hij een vredige wereld, waarin het zonlicht als goudstof tussen de planten zweefde. Hij kwam overeind en zette zijn polsstok in de sloot, alleen maar om het gevoel te hebben dat hij in elk geval eenmaal zijn polsstok had gezet in de sloot die ‘er altijd was geweest’. Zwarte modder wolkte op. Hij stond te spelen met zijn pols, duwde hem vaster in de bodem, trok hem los, spattend met water. Hij liep achteruit. Nog steeds was het alleen maar spelen. Otto zat met zijn rug naar hem toe.
Niemand zag hem. Hij was alleen. De sloot trok hem meer en meer, en toen gaf hij toe. Hij wist dat hij zijn ongeluk tegemoet rende, want de sloot was te breed voor hem, en toch kon hij niet stilhouden. Hij was het niet zelf die daar rende, afzette en sprong. Pas toen de pols halverwege bleef steken in de modder en hij boven het water hing, was hij het weer zelf. Hij zag zijn broertje in het gras zitten, met zijn rug naar hem toe, hij hoorde de leeuwerik, de wind. Nog een lange seconde was alles zoals het was geweest toen hij op de kant stond – toen moest hij loslaten. De koelte van het water was aangenaam. Terwijl hij zonk, voelde hij zijn bloes opbollen. Er streken waterplanten langs zijn handen, langs zijn gezicht. Om zich heen zag hij wazige vormen, troebel geel licht. Toen hij voor de eerste maal boven water kwam, zag hij zijn broertje op de kant staan. Hij zakte weer onder water. Met een van zijn graaiende handen voelde hij de polsstok, die hij al vergeten was. Hij raakte hem kwijt, maar had hem opeens toch weer vast, hij kwam weer bovendrijven, hoestend door het water dat hij binnen had gekregen, zag Otto op de kant staan, nog onbereikbaarder dan de eerste keer, ver weg al, en hij zonk weer. Zijn laarzen vol water maakten hem zwaar.”

 1470779-ca8b8c6e09d07aa72942b868290e00e9.jpg

Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

Hier met Abdelkader Benali (links)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

 

Uit: Sur la musicalité du vide 2

 

Humer l’espace autour d’une fleur

 

Se souvenir des choses

Qui n’auront lieu que demain

 

*

 

Mettre le feu à notre vie

Pour que la partie qui ne brûle pas

Nous apparaisse

 

*

 

Deux pétales rapprochés avec le pied

Un improbable papillon

 

*

 

Suicide

 

L’homme attend pour plonger

Que son ombre soit prête

 

*

 

Un coquelicot :

 

Des fragments de papier japon

Cousus entre eux

 

 

 

 1470779-894d985a1a4e66d8fe1a49a2ef3bb37b.jpg

Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 oktober 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Charles Frazier op dit blog.

 

Uit: Thirteen Moons

 

“I saw a pretty one go by the other day. Yellow as a canary and trimmed with polished brass. It had a windshield like an oversized monocle, and it went ripping by at a speed that must have been close to a mile a minute. The end of the driver’s red scarf flagged straight out behind him, three feet long. I hated the racket and the dust that hung in the air long after the automobile was gone. But if I was twenty, I’d probably be trying to find out where you buy one of those fast bastards.
The night has become electrified. Midevening, May comes to my room. The turn of doorknob, click of bolt in hasp. The opening door casts a wedge of yellow hall light against the wall. Her slender dark hand twists the switch and closes the door. Not a word spoken. The brutal light is message enough. A clear glass bulb hangs in the center of the room from a cord of brown woven cloth. New wires run down the wall in an ugly metal conduit. The bare bulb’s little blazing filament burns an angry cloverleaf shape onto my eyeballs that will last until dawn. It’s either get up and shut off the electricity and light a candle to read by, or else be blinded.
I get up and turn off the light.
May is foolish enough to trust me with matches. I set fire to two tapers and prop a polished tin pie plate to reflect yellow light. The same way I lit book pages and notebook pages at a thousand campfires in the last century.

m reading The Knight of the Cart, a story I’ve known since youth. Lancelot is waiting where I left him the last time. Still every bit as anguished and torn about whether to protect his precious honor or to climb onto the shameful cart with the malefic dwarf driver, and perhaps by doing so to save Guinevere, perhaps have Guinevere for his own true love. Choosing incorrectly means losing all. I turn the pages and read on, hoping Lancelot will choose better if given one more chance. I want him to claim love over everything, but so far he has failed. How many more chances will I be able to give him?”

 

 

1470779-b3173acb3094bed7e68e02cc2bb5e685.JPG 

Charles Frazier (Asheville, 4 oktober 1950)

 

 

 


De Oostenrijkse schrijver
Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.


Uit: Die irische Geliebte

 

“Immerhin, Ende Januar, als alles blühte wie in Zentraleuropa erst Wochen später, wußte ich, wie Laura Grey küßte:
Sie fühlte sich gar nicht so steif an, wie ich mir immer vorgestellt hatte, wenn sie mit ihrem straff gekämmten Pferdeschwanz, meist mit einer Perlenkette um den Hals, mit farblos lackierten Nägeln in die Studentenmensa gestöckelt kam. Ich hatte das Gefühl, daß sie aufblühte. Ich jedenfalls war aufgeblüht.
Anfangs hatte sie nichts mit mir zu tun haben wollen, was über eine Tasse schalen Kaffees in der Mensa hinausging - obwohl ich ihr nicht unsympathisch war, wie sie zugab. Anfangs versuchte sie sogar, mir aus dem Weg zu gehen: Nach einer längeren Pause, in der sie für mich unauffindbar gewesen war, sah ich sie mit ihrer Tochter zwei Mal beim Lunch, als ich mich gerade auf dem Weg zu einer Vorlesung befand. Die beiden winkten mir zu, wir wechselten einige Worte, ich merkte mir die Zeit der unerwarteten Begegnungen.
Als ich eine Woche später, jedes Mal ein paar Minuten früher, in der Mensa erschien, tauchte Laura nicht mehr auf, als habe sie meine Taktik durchschaut. Sogar in ihrem Büro war sie nicht anzutreffen.”

 

 

 1470779-4c721770bb74f963f7b8ff587ab84b1d.jpg

Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)

Eibiswald

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Coen Peppelenbos

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. In Raalte bezocht hij ook het Florens Radewijns College. Daarna studeerde hij Neerlandistiek in Groningen. Zijn doctoraalscriptie ging over de dichter A. Marja, uit wiens gedichten Peppelenbos samen met Nick ter Wal in oktober 2008 een bloemlezing samenstelde. Vanaf 1988 is hij werkzaam in het onderwijs. Sinds 1991 is hij als docent verbonden aan de NHL Hogeschool. Hij is co-auteur van drie verschillende literatuurmethodes voor het middelbaar en hoger onderwijs. Vanaf 1995 recenseert hij literatuur voor de Leeuwarder Courant. Zijn officiële debuut verscheen in maart 2007 onder de titel “Sing Sing”. In juni 2008 publiceerde hij “Victorie”, een roman waar zijn geboortedorp Raalte goed in te herkennen is. Peppelenbos was tot maart 2009 hoofdredacteur van het literair tijdschrift Tzum, dat hij in 1998 oprichtte. Met Doeke Sijens schreef hij de romans “Tavenier” (2003) en “Harde actie” (2005). Van 2003 tot 2006 stelde hij poëtische wandelingen samen door Amsterdam, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht. Hij treedt geregeld op bij literaire festivals. Op Roze Zaterdag 2011 verschenen de, met Corrie Joosten samengestelde, bloemlezingen “Hij zag een kameraad in je” en “Zacht gezicht aan zacht gezicht”, over vriendschappen tussen respectievelijk mannen en vrouwen.

 

Witte Veder

Als ik later klein word
dan wil ik graag indiaan zijn
met een fors torso boven
en een lendenlapje onder.

Mijn moeder kreeg haar eerste
wee bij de dameskapper.
Dat had een teken moeten zijn.

Ik wil een stoere naam: Dappere Bison
of Sterke Spier en van me afslaan
als de grote jongens het voetbalveld
innemen, het enige doel veroveren,
mijn broer op het gras nagelen
en van mij Hijgend Hert maken
dat om zijn moeder roept.

Waarom gaat schaamte langer mee dan geluk?

Als padvinder verdwaalde ik, elk spoor
dat ik zocht liep dood in een overvol hoofd.
Hoe kwam het dat de indianen altijd verloren
bij de strijd om het fort op zolder,
het fort van plastic palen,
ze in verhalen en op tv
altijd aan de horizon verdwenen.
Elke keer moest ik wenen,
heimelijk verliefd op Witte Veder.

 

 

 1572563-7825d3e7e3b368b7c4b95ed301c8e498.jpg
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin

 

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.


Uit: Post Mortem

 

“Als een blinde zocht hij met gestrekte armen naar de handdoek. Zijn ogen openen zou het prikken erger maken.
Hoe lang was het geleden dat hij shampoo in zijn ogen had gekregen? Hij kon het zich niet herinneren. In zijn kindertijd, allicht. Misschien had hij wel vaker shampoo in zijn ogen, betere shampoo, die niet prikte. Of was dit ouder worden, kleinzerig? Zou hij straks de shampoo van Renée moeten gebruiken, geurend naar aardbei?
Je bent veertig, dacht Emiel Steegman. Veertig is niet oud.
Tot overmaat van ramp hing niet één handdoek aan het verchroomde rekje boven de radiator, binnen bereik. Steeds probeerde hij anderen, door het goede voorbeeld te geven, door handdoeken op te hangen aan het rekje, duidelijk te maken hoe zij hem met eenvoudige dingen een plezier konden doen. Hij faalde.
Zijn boodschap was niet duidelijk. Ze meenden dat hij steeds hún een plezier deed. Op den duur vonden zij het normaal.
Wat zou Otto Richter hiertegen beginnen? De beroemde, bestverkopende schrijver genoot vanzelfsprekend de voordelen van zijn gezegende leeftijd, wat echter toen hij veertig was? Had hij dan al een jongere, onderdanige vrouw, die nauw op dingen als handdoeken lette? Wat als het humeur van Richter door een handdoek danig werd verstoord, dat de woorden hem de rest van de dag in de steek lieten? Het was simpelweg ondenkbaar. Hij had een huishoudster in dienst. Net zoals de weidse etage die hij toentertijd betrok in het rijkste kwartier van de hoofdstad, maakte het niet uit of hij zich een huishoudster kon veroorloven. Een schrijver, dat was toch iemand die de wereld naar zijn hand zette?

Een flits van Tereza, zijn eigen vrouw, ze had een met kant afgezette voorschoot om, een kapje op het hoofd, meer niet; ze kwam niet voor de handdoek.
Hij wimpelde zijn gedachte af, er was geen tijd, maar hij voelde zich al minder door haar nalatigheid ontzet dan voordien.”

 

 

1470118-b5b435fe51577a53c84dbedf03a8d051.jpg 

Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

 

Uit: Burr

 

[After the Great Fire of New York, December 17, 1835:] Like everyone else in the city, I was awake the whole night. Half the First Ward has burned down.

It was Dante's Hell: ice and fire together. A horrible racket of bells pealing, of fire-engines clattering, of houses collapsing. At midnight the sky was like a red dawn. Today every New Yorker who knows how to read mentions The Last Days of Pompeii.

I am thankful that I won't be required to describe what I saw. Memory too crowded with fiery images. Wall Street in flames. A freezing wind full of fire--an anomaly.

Suddenly the new Merchants' Exchange vanishes in a long wave of flame. A moment later I was able to see through the walls to the statue beneath the dome of Alexander Hamilton [in the church graveyard.]

From nowhere, a half-dozen young sailors raced into the building and tried to save the statue. They pulled the figure off its pedestal but then the police forced them out of the building just in time for with a hissing sigh the dome fell in and Hamilton was seen no more (his would-be rescuer was a young officer from the Navy Yard--a banker's son, who else?).

A group of Irish approached [Leggett and I] and said, "They'll be making no more of them five-per-cent dividends, with they now?".... Leggett grinned and gave [the speaker] a thumbs-up.

In the side streets the shopkeepers were gloomily digging among the ashes to see what the fire had spared. In Pearl Street there are miles of scorched cloth stacked on the side-walls. In Fulton Street furniture. Nearly every street like an open bazaar of ruined good. The poor steal whatever they can, particularly food...as do the pigs, who have declared themselves a national holiday and are now rampant.... The only contented sound in the city is their squeaking and snorting as they turn up delicacies where once were taverns, grocery shops, homes."

 

 

 1470118-692c991cdd148103330e62583b6ffe1f.jpg

Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

 

Uit: De teleurgang van den Waterhoek

 

„Over de uitgestrekte meerschvlakte spreidt het zonnelicht en de stilte, één geworden in het tijdelooze van den zomernamiddag. Door de ruimte hoog en wijd - tusschen 't blauwe hemelveld en 't groen van den bodem - wiebelt de aamlooze lucht als de deining van groot water, en op de zonnesnaren gonst het leven als een verre droomzang. Alle dingen blijven aan hun zelf overgelaten, in zware rust, broeiend in 't stoken der felle hitte.

De vent die stapaan den gerswegel volgt, ontwaart eerst de Schelde wanneer hij vlak bij den oever staat. Tusschen de toegetrechterde handen roept hij luide naar den overkant:

‘Aho! Aho!’

Na een tijd wachtens verschijnt de veerman, maakt de pont los en trekt, de handen beurtelings overslaand, bij den ketting de boot naar den anderen oever toe. De reiziger springt in, en onder 't varen meent hij iets te moeten zeggen, om de stilte te breken.

‘Warm weer.... Eens dat de brug er ligt, zal het toch veel gemak meebrengen.’

Op dat woord snakt den veerman den kop om:

‘Brug? Welke brug?’

‘'k Heb mij laten gezeggen dat hier eene brug over de Schelde komt.’

‘Er zal nog veel water voorbijstroomen eer dàt gebeurt, man.’

‘Ik heb het alevel voor de waarheid gehoord - van menschen die 't beweren te weten....’

‘Da'k wist dat ge waarheid spreekt, 'k smeet u hier bij uw verdommenis in 't water!’

De man keek verwonderd op, onthutst, reikte vreesachtig het veergeld en zoo gauw de pont tegen den oever stiet, sprong hij aan wal, den barm op, en ging zonder om te kijken.

‘Zeg aan uwen bruggemaker dat hij met deken Broeke zal te doen hebben.’

In dien vreemden reiziger zag Broeke ineens de verpersoonlijkte macht die uit 't onbekende, hier het werk der destructie zou komen verrichten; dat stookte zijn wrok aan, en met die dreiging meende hij 't kwaad dat hem beangstigde, te kunnen afweren.“

 

 

 1470118-495f41dea21e1f889b478d8870fcad35.jpg

Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)

Portret door Modest Huys,1915

 

 


De Franse schrijver
Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

 

Uit: Le Grand Meaulnes

 

“Meaulnes, avec précaution, allait poser d'autres questions, lorsque parut à la porte un couple charmant: une enfant de seize ans avec corsage de velours et jupe à grands volants; un jeune personnage en habit à haut col et pantalon à élastiques. Ils traversèrent la salle, esquissant un pas de deux; d'autres les suivirent; puis d'autres passèrent en courant, poussant des cris, poursuivis par un grand pierrot blafard, aux manches trop longues, coiffé d'un bonnet noir et riant d'une bouche édentée. Il courait à grandes enjambées maladroites, comme si, à chaque pas, il eût dû faire un saut, et il agitait ses longues manches vides. Les jeune filles en avaient un peu peur; les jeunges gens lui serraient la main et il paraissait faire la joie des enfants qui le poursuivaient avec des cris perçants. Au passage il regarda Meaulnes de ses yeux vitreux, et l'écolier crut reconnaître, complètement rasé, le compagnon de M. Maloyau, le bohémien qui tout à l'heure accrochait les lanternes.

Le repas était terminé. Chacun se levait.

 

 

1470118-91a95062a5bcd4b811cb5f790a3fa3cb.jpg
Nicolas Duvauchelle en Jean-Baptiste Maunier in de film
Le Grand Meaulnes uit 2006

 

 

Dans les couloirs s'organisaient des rondes et des farandoles. Une musique, quelque part, jouait un pas de menuet... Meaulnes, la tête à demi cachée dans le collet de son manteau, comme dans une fraise, se sentait un autre personnage. Lui aussi, gagné par le plaisir, se mit à poursuivre le grand pierrot à travers les couloirs du Domaine, comme dans les coulisses d'un théâtre où la pantomime, de la scène, se fût partout répandue. Il se trouva ainsi mêlé jusqu'à la fin de la nuit à une foule joyeuse aux costumes extravagants. Parfois il ouvrait une porte, et se trouvait dans une chambre où l'on montrait la lanterne magique. Des enfants applaudissaient à grand bruit... Parfois, dans un coin de salon où l'on dansait, il engageait conversation avec quelque dandy et se renseignait hâtivement sur les costumes que l'on porterait les jours suivants...”

 

 

 1470118-2acc0c97e472a3f684bc0e73f646de82.jpg

Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)




De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

 

The Night

 

The tired day droops, slowly waning ,

The noisy waves are now tranquil.

The sun has set, the moon is sailing

Above the world, absorbed and still.

 

The valley listens to the babbles

Of peaceful river in the dale.

The forest, dark and bending, slumbers

To warbling of the nightingale.

 

The river, listening in and fondling,

Talks with the banks in quiet hush.

And up above resounds,а a-rolling,

The merry rustle of the rush.

 

 

 

The Stars

 

Stars little stars, youТre so high and so clear!

What have you got in you, so fascinating?

Stars, deep in thought, so discreet you appear,

What is the power that makes you so tempting?

 

Stars, little stars, youТre so dense and so solid!

What is it that makes you so great and alluring?

How can you,а heavenlyа bodies, afford it:

Stirring a thirst and desire for learning?

 

Why, as you shine, are youа nice and inviting

Into your wide open arms, on the instant?

Pleasing the heart, so benign and enticing,

Heavenly stars, so remote and so distant!

 

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 

 1470118-23e49aec8fb73dfcf4ed3781c1ca42eb.jpg

Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)

Monument in Moskou

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:06 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten