Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 november 2013 tot 2 november 2013

Am Allerseelentage (Annette von Droste-Hülshoff)


Bij Allerzielen

 

 

1487236-20b42e3316c5955173989e466261ae00.jpg 

Allerseelentag auf dem Hedwigskirchhof door Franz Skarbina, 1896

 

 

 

Am Allerseelentage

 

"Es kömmt die Stunde, in welcher Alle,
die in den Gräbern sind, die Stimme des Sohnes
Gottes hören werden"

Die Stunde kömmt, wo Tote gehn,
Wo längst vermorschte Augen sehn.
O Stunde, Stunde, größte aller Stunden,
Du bist bei mir und läßt mich nicht,
Ich bin bei dir in strenger Pflicht,
Dir atm' ich auf, dir bluten meine Wunden!

Entsetzlich bist du, und doch wert;
Ja meine ganze Seele kehrt
Zu dir sich, in des Lebens Nacht und Irren
Mein fest Asyl, mein Burggebiet
Zu dem die zähe Hoffnung flieht,
Wenn Angst und Grübeln wie Gespenster irren.

Wüßt' ich es nicht, daß du gewiß
In jener Räume Finsternis
Liegst schlummernd wie ein Embryo verborgen,
Dann möcht' ich schaudernd mein Gesicht
Verbergen vor der Sonne Licht,
Vergehn wie Regenlache vor dem Morgen.

Verkennung nicht treibt mich zu dir;
Mild ist die strengste Stimme mir,
Nimmt meine Heller und gibt Millionen.
Nein, wo mir Unrecht je geschehn,
Da ward mir wohl, da fühlt' ich wehn
Dein leises Atmen durch der Zeit Äonen.

Doch Liebe, Ehre treibt mich fort
Zu dir als meinem letzten Port,
Wo klar mein Grabesinnre wird erscheinen.
Dann auf der rechten Waage mag
Sich türmen meine Schuld und Schmach
Und zitternd nahn mein Kämpfen und mein Weinen.

Vor dir ich sollte Trostes bar
Zergehen wie ein Schatten gar;
Doch anders ist es ohne mein Verschulden.
Zu dir als zu dem höchsten Glück
Wie unbeweglich starrt der Blick,
Und kaum, kaum mag die Zögerung ich dulden.

Doch da sich einmal Hoffnung regt,
So wird die Hand, die sie gelegt
In dieses Busens fabelgleichen Boden,
Sie wird den Keim, der willenlos
Und keinem Übermut entsproß,
Nicht wie ein Unkraut aus dem Grunde roden.

Wenn kömmt die Zeit, wenn niederfällt
Der Flitter, den gelegt die Welt,
Talent und Glück, ums hagere Gerippe:
Da steht der Bettler, schaut ihn an!
Dann ist die Zeit, um Gnade dann
Darf zitternd flehen des Verarmten Lippe.

Dann macht nicht schamrot mich ein Tand,
Dann hat gestellt die rechte Hand
Mich tief und ärmlich, wie ich es verdienet,
Dann trifft mich wie ein Dolchstoß nicht
Hinfort ein Aug' voll Liebeslicht:
Ich bin erniedriget und bin gesühnet.

 

 1487236-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burg Hülshoff

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:11 Reageer op dit bericht

Désanne van Brederode, E. du Perron, Odysseas Elytis, Kees van den Heuvel, Thomas Mallon

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.

 

Uit: Stille zaterdag

 

“De straat die Sara had willen oversteken, leidde niet naar de overdekte winkelstraat, waar de bakker zat, de supermarkt, de groentezaak. Bovendien had ze haar grote canvas boodschappentas thuisgelaten. Het kon goed zijn dat ze wat verstrooid was geweest. Ze had in geen jaren meer een viergangendiner bereid.
‘Nerveus?’
‘Dat niet. Ik geloof wel dat ze er zin in had. Maar een perfectioniste als zij... Ze was die ochtend al om half zeven opgestaan, om het zilver te poetsen, dat soort dingen. Noem het een inhaalslag.’ Iedereen wist waar de weduwnaar op doelde. Bijna zeven jaar lang was hij huisman geweest, misschien tegen wil en dank, maar toch in elk geval zonder morren. Zijn Sara moest haar roeping kunnen volgen.
In de schoudertas van het slachtoffer waren sleutels gevonden. Van haar fiets, de auto, van het woonhuis aan de rand van het centrum en het tweede huis in Gelderland. Haar portemonnee en paspoort zaten erin, haar rijbewijs, een blikje anijssnoepjes, een opgevouwen zakdoek, een etui met daarin een lippenstift, een poederdoos, een oogpotlood. Verder de boodschappenlijst voor twee paasdagen, een gidsje over wijnen, en een boek met de titel Navolging van de Duitse theoloog en verzetsman Dietrich Bonhoeffer, in een Nederlandse vertaling.
Let wel: geen afscheidsbrief. Om geruchten dat het hier mogelijk een geslaagde zelfmoordpoging betrof de kop in te drukken, werd een paar dagen later in alle artikelen uitvoerig beschreven wat Sara Mijland ten tijde van het ongeluk op haar lichaam droeg. Niets wees erop dat ze met plannen rondliep. In haar jaszak zat alleen een kassabon van de chocolaterie die ze twee dagen eerder had bezocht. Vierhonderd gram paaseitjes, gemengd, en een ‘Luxe Geschenkhaas, wit, pralinevulling’. Bij elkaar opgeteld nog geen twintig euro. Waarom iemand zulke vertrouwelijke informatie had gelekt, werd in weer andere stukken aan de orde gesteld.”

 

 

1487233-a371074938454ba82541c4b794750fb6.jpg 

Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

 

Uit: Het Land van Herkomst

 

»Je stelt het bijna als contrast voor zijn Uebermensch en als zodanig ben ik het althans met je eens. Maar het is begrijpelijk dat hij de eersterangsmens niet prediken kon; voor de verloren God moest hij blijkbaar zelf iets ongewoons geven - alsof een eersterangsmens trouwens al niet ongewoon was, ongewoner dan de Ueberfeldwebel die zijn recept altijd in Duitsland heeft opgeleverd. God meteen vervangen door de mens was hèm blijkbaar ook te kras, vandaar dit compromis, dit broertje van de halfgod, - en het geknoei van de anderen daarbovenop.’

Maar wat Wijdenes vooral hindert, is de politieke betekenis in dit alles. Als het tot knoeien komt, is het politieke geknoei altijd het ergste. Hij wordt opeens een verwoed verdediger van de geest. De afschuwelijkheid van deze tijd, volgens hem, is dat ieder behoorlijk mens, of hij het wil of niet, politiek schijnt te denken en te spreken, dat ieder menselijk getuigenis een politieke betekenis krijgt. Men zou haast eindigen met zichzelf te verraden en in duivelsnaam dan maar mee te huilen om een dictatuur, onder voorwaarde dat men daarna met rust gelaten werd, voldoende althans om lak te hebben aan al de specialisten van het staatsbestel. ‘Ik zeg het natuurlijk, zegt hij met een plotselinge humor die zich op zijn puntig gezicht openbaart in een studentikoze brede grijns, omdat ik wel weet dat ik, wat mijzelf betreft, toch nooit behoefte krijg aan sterkere fratsen dan die een dictatuur ook nog wel toelaat...’

‘Maar je protesteert tòch?’

‘Natuurlijk; in laatste instantie verdragen wij intellectuelen het minst van alles wat onze gedachtenvrijheid bedreigt. Ik weet dat ik geen exhibitionist ben en moet zelfs hopen dat de dictatuur mij belet zoiets te worden. Ik weet, of vermoed, dat ik anarchistische vrijheid nooit verlangen zal om burengerucht te maken na 11 uur. Ik ben geen anarchist en jij evenmin, omdat we ons al geen ogenblik kunnen voorstellen dat wij in de anarchie zouden kunnen leven; wij hebben ook daarvoor niet genoeg de middelen meer van de volmaakte bosjesman. Maar we verdragen niet dat een paar vlerken die we alleen kunnen verachten om hun ideologische prestaties ons met de knuppel in de hand gaan voorschrijven wat we denken moeten. En dus, opeens, in deze tijd van politieke hoogspanning - jaja - merken we dat we verwoed anti-nazi zijn, dat we liever alles willen dan een fascistische Nietzsche-vervalsing.’

 

 

 1487233-528b47945e7ce8a334ab5335770b2543.jpg

E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)

Portret in brons door  Sylvia Willink-Quiël

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

 

 

Sporen

 

Daar stapt hij in, de jongen van mijn dromen,

Ik zeg: ‘De reis wordt leuker dan ik dacht’

Hij haalt verbaasd zijn schouders op en lacht

Inmiddels is de trein op gang gekomen

 

Zijn schoonheid is een bron van inspiratie

De dichter in me gaat op avontuur

Ik noem hem ‘prins’ en ‘drager van het vuur’

Ik roem zijn charme, prijs op rijm zijn gratie

 

Hij krijgt niet eens de kans te protesteren

Ik dicht: ‘Je ogen glanzen glinsterzwart’

Hij schudt bedeesd het hoofd maar ik volhard:

‘Zelfs Eros wekte nimmer zo’n begeren’

 

De trein remt af; hij komt nu overeind

Hij stamelt :’Ne te entiendo’ en verdwijnt.

 

 

 

Billet-doux

 

O lief, het leven zonder jou is hard

Ik ben al zeven weken lang van slag

Ik mis je ieder uur van elke dag

En dan de nacht: zo bitterkoud en zwart.

 

Verloren is de tijd van drinkgelag

Musea, films, roulette, golf, biljart,

Romantisch uit gaan eten à la carte

Of weekends weg (Oostende, Echternach)

 

Ach, kom terug, ik wil weer blijde dagen

Ik wil opnieuw op Ameland verdwalen

En samen duiven van de Dam verjagen

 

Ik zal je warm en liefdevol onthalen

Dan kun je mij naar hartenlust weer plagen

En ook die duizend piek terugbetalen.

 

 

 

 1487233-688da9f4b0f806cee1ad2884c3f9a4f2.jpg

Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)

 

 

 

 

De Griekse dichter Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.

 

 

For Efessos

 

Freely beside me the vineyards are running and unbridled

Remains the sky. Wildfires trade pinecones and one

Donkey bolts uphill

               for a little cloud

St. Heracleitos’s day and something’s up

That even noses can’t diagnose:

Tricks of a shoeless wind snagging the hem

Of Fate’s nightgown and leaving

Us in the open air of capricorns

               exposed

Secretly I go with all the loot in my mind

For a life unbowed from the beginning. No candles no

               chandeliers

Only a gold anemone’s engagement for a diamond

Feeling its way to where? Asking what? Our moon’s half-

               shadow needs

You to console even the graves

Homoethnic or not. The crux is that the scent of earth

Lost even to bloodhounds

With its weeds onions and creeks

Must be restored to its idiom

 

So what! A word contains you peasant of night’s green

Efessos! Forefather sulphur phosphorus your fourteenth

               generation

Inside the orange groves gold words

Sharing the scalpel’s chisel

Tents as yet unpitched

                           others midair

Lost poles suddenly grinding. Sermons

Rise from the seafloor of the facing coves

Twin scythes for theater or temple

Fresh valley springs and other curly streams

Of thus and so. If ever wisdom

Planned circles of clover and dog grass

Another world might live just as before

               your fingerprint

 

Letters will exist. People will read and grab

History’s tail once more. Just let the vineyards gallop and the sky

               remain

Unbridled as children want it

With roosters and pinecones and blue kites

               flags

On Saint Heracleitos’s day

                                       child’s is the kingdom.

 

 

 

Vertaald door Olga Broumas

 

 

 1487233-c2666056d74c49d3cbb976f75bf1d30a.jpg

Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)

 

 

 



De Amerikaanse schrijver en criticus Thomas Mallon werd geboren op 2 november 1951 in Glen Cove, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Mallon op dit blog en eveneens mijn blog van 2 november 2010

 

Uit: Watergate

 

“In her room inside the czar's apartments, Pat Nixon, jet-lagged at 4:30 a.m., lay awake and looked toward a crack in the velvet curtains. The White Nights wouldn't really come for another month, and Moscow wasn't Leningrad, but the glow outside had nothing to do with dawn. It was the same strange silvery light that had persisted all night and been shining even when the state dinner ended at ten-thirty. The sky reminded her, oddly enough, of the ones she used to walk beneath in the Bronx on rainy autumn twilights back in the early thirties, looking south toward Manhattan. She'd leave the X-ray machine she'd tended all day and, with her coat pulled tight and never more than a dollar in her pocket, head down Johnson Avenue in search of dinner, often just a slice of apple pie and coffee. She could no longer remember the names of the nuns she'd lived with atop the TB hospital, but could still recall what she would think while walking on nights that looked like this one: Maybe I won't try to get back to California; maybe I'll seek my life right here.

She wondered whether Mrs. Khrushchev, now a widow, still lived in the dacha she and Dick had lunched at back in '59. There was probably no more chance of her having been allowed to keep it than there had been of her being at the dinner tonight. When Pat had raised that second possibility with Kissinger, he'd pompously informed her that it was out of the question, and that she should be grateful for the political progress signified by Nikita Khrushchev's having been merely retired instead of shot.

What a show Mrs. K had made, a dozen years ago, of not trying on the hat that Pat and the other ladies had presented her with at a luncheon in Washington, when the Khrushchevs returned the Nixons' visit to Russia. She'd said she would accept the hat only so that back home it could be copied for the masses of Soviet women! Oh, put it on, dear, they'd all cajoled, and they eventually did succeed in raising a smile from her plump face. But, no, they never saw her try it on.”

 

 

 1487233-ebe58fb7142fc035eecf2c8f1eb87037.jpg

Thomas Mallon (Glen Cove, 2 november 1951)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e november ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:06 Reageer op dit bericht

Bilal Xhaferri, Augusta Peaux, Jules Barbey d'Aurevilly, Leo Perutz, Daniil Andreyev

De Albanese dichter en schrijver Bilal Xhaferri werd geboren op 2 november 1935 in Ninat bij Konispol Zie ook alle tags voor Bilal Xhaferri op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

 

Janina in the Fall

 

Watery vale – the lake of Janina
Slouches in the morning mist,
Curved like tumuli, gull wings skit o’er the islet,
The wind bedecks the lanes and alleys with broad leaves,
Exotic mosques, neglected daughters of the Orient,
Pose sadly before Western tourists.
Come from beyond barb-wired border, the sons of Pyrrhos
Pace the port, heads bowed, under the lofty planes.

 

Autumn as bare as mini-skirted maidens
Rubs against the bearded, mossy walls,
There, where Frosina once fled from Ali Pasha
And plunged into the lake’s frigid waters.
Janina, too, timeworn and abandoned,
Sinks slowly into the lake
In its former, now forgotten glory,
To the muffled beat of war drums.
It subsides, as will new Joannina with its neon lights,
Under streams of cars careening down the asphalt streets,
Under its fresh hotels, the Xenia, Paladion,
To the ringing of bells and the chanting of psalms.

 

Watery vale - the lake of Janina,
Sways softly in the morning haze.
Come from beyond barb-wired border, the sons of Pyrrhos
Pace, heads bowed, in the plane-treed alleys,
Pensive their thoughts, seething their sorrow.

 

 

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 

 1487231-ab3573aee1c828e56e86941316af3617.jpg

Bilal Xhaferri (2 november 1935 – 14 oktober 1986)
Detail van een momument

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Augusta Guerdina Peaux werd geboren in Simonshaven op 2 november 1859. Zie ook alle tags voor Augusta Peaux op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

 

In de duinen

 

Daar is het blanke zonlicht overal
en vult de dag zijn beker tot de rand .
Hij spiedt de kleuren, die in 't fijn kristal
spelen, als in een kelk van diamant .
Lichtdruppen storten in een parelval ;
hij ziet niet, hoe zijn achteloze hand
de blanke lichtdauw spilt, een zilverval
van zon op witgrijs zilvermos en zand .
Stil ligt hij in de diepe duinendel
- een krekel sjirpt, blank zaagje, fijn getand -
Hij ligt te turen naar het kleurenspel
en 't dof oud-zilver van de schaduwkant .

 

 

 

Verlaten weg

 

De eenzaamheid op zonbeschenen wegen
is erger dan die in de schemer sluipt,
kom haar niet op de volle middag tegen
als zij met huiverkilte uw hart bekruipt.

Zij is en is er niet, zij is doorschenen
gelijk een spooksel van het levend licht,
maar alle leven is uit haar verdwenen
en dood staart uit haar wezenloos gezicht.

Toch houdt zij u in sterke greep gevangen
en trekt een tovercirkel om u heen
en bant u buiten menselijk verlangen
en laat u met verstorvenheid alléén.

 

 

 

1487231-71150f6fc195e516564f98d4c80a662f.jpg
Augusta Peaux (2 november 1859 - 23 februari 1944)

Simonshaven

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Leo Perutz werd geboren op 2 november 1882 in Praag. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Leo Perutz op dit blog.

 

Uit: Nachts unter der steinernen Brücke

 

„Als sie an das Ende der Belelesgasse gekommen waren und die Friedhofsmauer zu ihrer Linken sahen, blieb Jäk-kele-Narr stehen und deutete auf die Tür des Flickschusters Gerson Chalel.

»Sicherlich«, sagte er, »ist des Schusters Blümchen noch wach. Ich will ihr aufspielen das Lied: ›Sechs Jahre erst zähl’ ich, das Herzist mir fröhlich‹, so wird sie zur Tür herauskommen und auf der Gasse tanzen.«

Koppel-Bär wachte auf aus einem Traum von einer warmen Rettichsuppe mit kleinen Fleischbrocken darin.

»Du bist ein Narr«, brummte er. »Wenn der Messias kommt und die Kranken heilt, – du wirst ein Narr bleiben. Was schert mich des Schusters Blümchen? Was soll mir ihr Tanzen? Ich bin krank vor Hunger in allen meinen Glie-dern.«

»Wenn du bist krank vor Hunger, so nimm ein Messer, schleif es und häng dich auf«, sagte Jäckele-Narr, und dann nahm er seine Geige vom Rücken und begann zu spielen.

Aber soviel er auch spielte, des Schusters Töchterchen wollte nicht kommen. Jäckele-Narr ließ die Geige sinken und dachte nach. Dann ging er über die Gasse und blickte durch das offene Fenster in des Schusters Stube.

Sie war dunkel und leer, die Stube, aber aus der Kammer kam ein Lichtschein, und Jäckele-Narr sah den Schuster und sein Weib, die saßen auf niederen Schemeln einander gegenüber und sangen die Sterbegebete für ihr Kind Blümchen, das sie am Tag zuvor begraben hatten.

»Sie ist tot«, sagte Jäckele-Narr. »So ist denn der Schuster auch vom Himmel herab auf die harte Erd’ gefallen. Ich habe nichts und möchte doch alles dafür geben, nur daß sie noch am Leben wär’. So klein war sie, und doch war es mir, wenn ich sie sah, als wär’die Welt in ihrem Aug’. Fünf Jahre war sie alt und muß nun auch die kalte Erde kauen.«

»Wenn der Tod zu Markt geht, kauft er alles«, murmelte Koppel-Bär. »Nichts ist ihm zu klein, nichts zu gering.«

 

 1487231-46ea652977d5f61a417774cf55439879.jpg

Leo Perutz (2 november 1882 – 25 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en moralist Jules Amédée Barbey d'Aurevilly werd geboren op 2 november 1808 in Saint-Sauveur-le-Vicomte (Manche). Zie ook alle tags voor Jules Barbey d'Aurevilly op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Uit: Les Diaboliques

 

“Dans la plupart de ces petites villes que nous traversâmes, les réverbères, ce luxe tardif, étaient rares, et on y voyait certainement bien moins que sur les routes que nous venions de quitter. Là, du moins, le ciel avait sa largeur, et la grandeur de l'espace faisait une vague lumière, tandis qu'ici le rapprochement des maisons qui semblaient se baiser, leurs ombres portées dans ces rues étroites, le peu de ciel et d'étoiles qu'on apercevait entre les deux rangées des toits, tout ajoutait au mystère de ces villes endormies, où le seul homme qu'on rencontrât était - à la porte de quelque auberge - un garçon d'écurie avec sa lanterne, qui amenait les chevaux de relais, et qui bouclait les ardillons de leur attelage, en sifflant ou en jurant contre ses chevaux récalcitrants ou trop vifs... Hors cela et l'éternelle interpellation, toujours la même, de quelque voyageur, ahuri de sommeil, qui baissait une glace et criait dans la nuit, rendue plus sonore à force de silence :

“ Où sommes-nous donc, postillon ?... ” rien de vivant ne s'entendait et ne se voyait autour et dans cette voiture pleine de gens qui dormaient, en cette ville endormie, où peut-être quelque rêveur, comme moi, cherchait, à travers la vitre de son compartiment, à discerner la façade des maisons estompée par la nuit, ou suspendait son regard et sa pensée à quelque fenêtre éclairée encore à cette heure avancée, en ces petites villes aux moeurs réglées et simples, pour qui la nuit était faite surtout pour dormir. La veille d'un être humain, - ne fût-ce qu'une sentinelle, - quand tous les autres êtres sont plongés dans cet assoupissement qui est l'assoupissement de l'animalité fatiguée, a toujours quelque chose d'imposant.”

 

 

1487231-73198bc290cdec75c33ee89a261e6116.jpg
Jules Barbey d'Aurevilly (2 november 1808 – 23 april 1889)

 





De Russische dichter, schrijver en Christelijk mysticus
Daniil Leonidovich Andreyev werd geboren op 2 november 1906 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Daniil Andreyev op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Uit: The Rose of the World

 

“The purpose of this book is to set out that worldview in an exhaustive manner, helping the reader to see how, though dealing with the preternatural, it at the same time holds the key to understanding current events and the fate of each of us. This is a book that, if God saves it from destruction, will be laid, as one of many bricks, in the foundation of the Rose of the World, at the base of a Community of all humanity.
There exists an entity that for many centuries has proclaimed itself the lone, steadfast unifier of all people, shielding them from the danger of all-out warfare and social chaos. That entity is the state. Since the end of the tribal period, the state has been of vital necessity at every historical stage. Even hierocracies, which attempted to replace it with religious rule, simply became variations of the selfsame state. The state bonded society together on the principle of coercion, and the level of moral development necessary to bond society together on some other principle was beyond reach. Of course, it has been beyond reach even until now, and the state has remained the only proven means against social chaos. But the existence of a higher order of moral principles is now becoming evident, principles capable not only of maintaining but also of increasing social harmony. More important, methods for accelerating the internalization of such principles are now taking shape.
In the political history of modern times, one can distinguish two international movements diametrically opposed to one another.”

 

 

1487231-187cc54115a0246240f146668c1ab3a7.jpg 

Daniil Andreyev (2 november 1906 – 30 maart 1959)

Geschreven door Romenu om 14:02 Reageer op dit bericht

Charlotte Mutsaers

De Nederlandse schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942 als dochter van de kunsthistoricus Barend Mutsaers, die werkzaam was aan de Universiteit Utrecht. Na haar gymnasiumopleiding ging ze eerst Nederlands studeren in Amsterdam, waarna ze docente Nederlands werd aan het Hoger beroepsonderwijs. Ondertussen doorliep ze de avondopleiding tekenen en schilderen aan de Gerrit Rietveld Academie, eveneens in Amsterdam. Kort na haar eindexamen in schilderen en vrije grafiek werd ze vrijwel onmiddellijk als docente schilderen aan deze academie benoemd. Ze heeft er meer dan tien jaar les gegeven. Behalve schilderijen en grafiek heeft Mutsaers ook postzegels ontworpen, illustraties gemaakt voor de Boekenbijlage van Vrij Nederland en talloze boeken van een omslag voorzien.

Haar schilderijen werden onder meer geëxposeerd bij Piet Clement, in het Frans Hals Museum te Haarlem, het Gemeentemuseum van Arnhem, de Nieuwe Kerk te Amsterdam en Museum de Beyerd te Breda. In 2008 kreeg zij een grote overzichtstentoonstelling in de Venetiaanse Galerijen van Oostende. Op de tentoonstelling Paraat met pen en penseel in het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag in 2010 werd Mutsaers' dubbeltalent belicht. Rond haar veertigste begon Mutsaers met schrijven. In 1983 was ze te gast bij de eerste uitzending van Hier is... Adriaan van Dis. Op 7 juni 1992 trad zij op in het VPRO-programma Zomergasten. Op 2 april 2010 heeft de NPS de documentaire De wereld van Charlotte Mutsaers uitgezonden, een film van Suzanne Raes. In mei 2010 kreeg Mutsaers voor haar literaire verdiensten de P.C. Hooftprijs uitgereikt.

 

Uit: Koetsier Herfst

 

“De dag na mijn vijftigste verjaardag droomde ik dat ik gewurgd werd. Ik wou de wurgende handen losmaken van mijn nek maar dat ging niet, het waren de handen van mijzelf. Toen heb ik gedacht: ik leef verkeerd. Als ik zo doorga, verknal ik gegarandeerd mijn hele toekomst.
Nog geen uur later ben ik mijn geluk gaan zoeken in het Vondelpark. En blijkbaar was ik erg gemotiveerd want ik had het in no time gevonden.
Ach, als geluk toch eens iets blijvends was. Maar wacht, laat ik me eerst even voorstellen.
Gegroet lezer. Ik draag geen pacemaker, ik voel overal nattigheid, ik draag altijd pyjama’s in bed, mijn zwarte haar wordt nog nauwelijks grijs, ik zwem in oud geld en ontbeer dus diplomatie en handelsgeest, ik voel me van geen enkel dier de meerdere, ik ben van mening dat Jorma Ollila een van de grootste denkers is van deze tijd, ik heb een vrouw bemind die wegliep met Bin Laden, mijn heftigste angst is bij mijn dood door niemand omringd te zijn, mijn beroep is schrijver en ik heet Maurice Maillot. Aangenaam.
Mijn ouders behoorden tot de eerste prisoners of compassion. Ik hield zielsveel van ze maar heb ze helaas niet anders gekend dan in het gevang. Ze hadden levenslang omdat ze in de zomer van 1953 het Duitse circus Kalthoff hadden opgeblazen. Het ging om een nijlpaard. Zijn naam was Benkali. De circusdirectie wou van hem af omdat hij vanwege zijn vergevorderde leeftijd geen kunstjes meer kon vertonen, en had zijn bassin opgewarmd tot meer dan honderd graden. Zo werd Benkali levend gekookt en kon Kalthoff een forse poet van de verzekering incasseren.
Bij deze aanslag kwamen eenenzestigmensen om. Spijt hebben mijn ouders nooit betuigd. Al hun medeleven is naar het nijlpaard uitgegaan.
Ik was nog maar net geboren. Mijn familie wou toen niets meer van me weten en transporteerde me met wieg en al naar Ruud en Agaath van Zanten-Kolf, een kinderloos patriciërsechtpaar in de Amsterdamse Lomanstraat.
Voor het leven getekend maar wel met een bankrekening”.

 

 

1488752-4a3f419467f805910216748ed6b5e94f.jpg 

Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Am Allerheiligentage (Annette von Droste-Hülshoff)


Bij Allerheilgen

 

 

 1486660-79cb2a33ea3407a174f597bf34c50451.jpg

Allerheiligen door Albrecht Dürer,1511

Altaarstuk in Landau

 

 

 

Am Allerheiligentage

 

"Selig sind die Armen im Geiste"

Selig sind im Geist die Armen,
Die zu ihres Nächsten Füßen
Gern an seinem Licht erwarmen
Und mit Dienerwort ihn grüßen,
Fremden Fehles sich erbarmen,
Fremden Glückes überfließen:
Ja, zu ihres Nächsten Füßen
Selig, selig sind die Armen.

Selig sind der Sanftmut Kinder,
Denen Zürnen wird zum Lächeln
Und der Milde Saat nicht minder
Sprießt aus Dorn und scharfen Hecheln,
Deren letztes Wort ein linder
Liebeshauch durch Todesröcheln,
Wenn das Zucken wird zum Lächeln:
Selig sind der Sanftmut Kinder.

Selig sind, die Trauer tragen
Und ihr Brot mit Tränen tränken,
Über eigne Sünde klagen
Und der fremden nicht gedenken,
An den eignen Busen schlagen,
Fremder Schuld die Blicke senken:
Die ihr Brot mit Tränen tränken,
Selig sind, die Trauer tragen.

Selig, wen der Durst ergriffen
Nach dem Rechten, nach dem Guten
Mutig, ob auf morschen Schiffen,
Mutig steuernd nach den Fluten,
Sollte unter Strand und Riffen
Auch das Leben sich verbluten:
Nach dem Rechten, nach dem Guten,
Selig, wen der Durst ergriffen.

Die Barmherzigen sind selig,
So nur auf die Wunde sehen,
Nicht erpressend kalt und wählig
Wie der Schaden mocht' entstehen,
Leise schonend und allmählich
Lassen drin den Balsam gehen:
So nur nach der Wunde sehen,
Die Barmherzigen sind selig.

Überselig reine Herzen,
Unbefleckter Jungfraun Sinnen,
Denen Kindeslust das Scherzen,
Denen Himmelshauch das Minnen,
Die wie an Altares Kerzen
Zündeten ihr klar Beginnen:
Unbefleckter Jungfraun Sinnen,
Überselig reine Herzen.

Und des Friedens fromme Wächter
Selig, an den Schranken waltend
Und der Einigkeit Verfechter
Hoch die weiße Fahne haltend,
Mild und fest gen den Verächter,
Wie der Daun die Klinge spaltend:
Selig, an den Schranken waltend,
Selig sind des Friedens Wächter.

Die um dich Verfolgung leiden,
Höchster Feldherr, deine Scharen,
Selig, wenn sie Alles meiden,
Um dein Banner sich zu wahren!
Mag es nie von ihnen scheiden,
Nicht in Lust noch in Gefahren!
Selig, selig deine Scharen,
Selig, die Verfolgung leiden!

Und so muß ich selig nennen
Alle, denen fremd mein Treiben,
Muß, indess die Wunden brennen,
Fremden Glückes Herold bleiben.
Wird denn nichts von dir mich trennen,
Wildes, saftlos, morsches Treiben?
Muß ich selber mich zerreiben,
Wird mich Keiner selig nennen?

 

 

 

 1486660-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burg Hülshoff

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:17 Reageer op dit bericht

80 Jaar Huub Oosterhuis, Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Ilse Aichinger


80 Jaar Huub Oosterhuis

 

 

De Nederlandse priester, theoloog en dichter Huub Oosterhuis werd geboren in Amsterdam op 1 november 1933. Huub Oosterhuis viert vandaag zijn 80e verjaardag. Zie ook alle tags voor Huub Oosterhuis op dit blog en  ook mijn blog van 1 november 2010

 

 

Tijd van leven

 

Tijd van vloek en tijd van zegen

tijd van droogte tijd van regen

dag van oogsten tijd van nood

tijd van stenen tijd van brood.

Tijd van liefde, nacht van waken

Uur der waarheid dag der dagen

Uur de waarheid dag der dagen

Toekomst die gekomen is

woord dat vol van stilte is.

 

Tijd van troosten tijd van tranen

tijd van mooi zijn tijd van schamen

tijd van jagen nu of nooit

van hopen dat nog ooit.

Tijd van zwijgen zin vergeten

van nergens blijven niemand weten

tijd van kruipen angst en spijt

zee van tijd en eenzaamheid.

 

Wie aan dit bestaan verloren

nieuw begin heeft afgezworen

wie het houdt bij wat hij heeft

sterven zal hij ongeleefd.

Tijd van leven om met velen

Brood en ademtocht te delen

wie niet geeft om zelfbehoud

leven vindt hij honderdvoud.

 

 

 

Lied aan het licht

 

Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan.

koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig zijn

niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.

 

Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen en elk z´n naam in vrede draagt.

 

Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eerstgeboren licht, laatste woord van Hem die leeft.

 

 

 

Zijn onvergankelijk testament

 

Zijn onvergankelijk testament:
Dat Hij ons in de dood nog kent
de dagen van ons leven
ten dode opgeschreven
ten eeuwig leven omgewend.

 

 

1486659-931e6976053d8bee5c9d66021afa3e6f.jpg 

Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952.Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

 

Zes makers van de teloorgang

 

Zes makers van de teloorgang:
de gebroeders Oud en Eenzaam,
de b.v. Ziekte, de firma Dood,
het duo Armoe/Honger, slaan
in draf mij, hoge hindernis, over

de zusjes Hoop Doet Leven echter
doen mij nog alle dagen aan,
ook als hun rigide minnaars
Hartstocht en Radeloos
elkaar te lijf gaan

's nachts met broertje Zelf
op strooptocht door de boswei,
vang ik het antwoord van
een glimworm, sla dat
in kelders op voor later

Aan die broze weelde
bind ik me zoals de zon
die in de avondschemer
aan een koppel fietsers
haken blijft.

 

 

 

Grensgebied

 

In het halfduister van de A-6
struint tussen zwerfvuil
iets geelogigs

Twee werelden die elkaar kruisen:
de gebaande en de naakte
de gekooide en de wilde
de verzadigde en de hongerige

Vos die ik was
mens die ik werd

 

 

 

 1486659-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

 

 

Behalve een engel

 

Behalve een engel
valt alles wat men omhoogwerpt
weer op de grond

weer op de grond
valt alles wat men omhoogwerpt
behalve een engel

 

 

 

Afscheid

 

Lief kind

 

Ik weet
Dat je nog niet slaapt
Maar ligt te luisteren

 

Het is niet de wind
Die je om de bomen hoort ruizen
Maar je naam

 

Het zijn niet de regendruppels
Die je hoort vallen
Maar het verlangen

 

Het zijn niet de schelpen
Die heen en weer rollen op de vloedlijn
Maar de herinneringen

 

Verloren speelgoed
Vergeten woorden
Weggeraakt zonlicht
Maar nu weer begonnen

 

Het zijn niet de dingen van nu
Die je hoort gebeuren
Maar dingen van vroeger

 

Zo zullen we altijd bij elkaar zijn
Alles is al eens eerder gebeurd

 

 

 

 1486659-f3a2d918a64c96f5d1212bfb11339ac0.jpg

Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Uit: Spiegelgeschichte

 

„Sie tragen deinen Sarg durch die zweite Einfahrt über den Hof in die Leichenhalle. Dort wartet der  leere Sockel schwarz und schief und erhöht, und sie setzen den Sarg darauf und öffnen ihn wieder,  und einer von ihnen flucht, weil die Nägel zu fest eingeschlagen sind. Diese verdammte Gründlichkeit!

Gleich darauf kommt auch der junge Mann und bringt den Kranz zurück, es war schon hohe Zeit.  Die Männer ordnen die Schleifen und legen ihn vorne hin, da kannst du ruhig sein, der Kranz liegt  gut. Bis morgen sind die welken Blüten frisch und schließen sich zu Knospen. Die Nacht über bleibst  du allein, das Kreuz zwischen den Händen, und auch den Tag über wirst du viel Ruhe haben. Du  wirst es später lange nicht mehr fertig bringen, so still zu liegen. Am nächsten Tag kommt der junge Mann wieder. Und weil der Regen ihm keine Tränen gibt, starrt er ins Leere und dreht die Mütze zwischen seinen Fingern. Erst bevor sie den Sarg wieder auf das Brett heben, schlägt er die Hände vor das Gesicht. Er weint. Du bleibst nicht länger in der  Leichenhalle. Warum weint er? Der Sargdeckel liegt nur mehr lose, und es ist heller Morgen. Die Spatzen schreien fröhlich. Sie wissen nicht, dass es verboten ist, die Toten zu erwecken. Der junge  Mann geht vor deinem Sarg her, als stünden Gläser zwischen seinen Schritten. Der Wind ist kühl und  verspielt, ein unmündiges Kind. Sie tragen dich ins Haus und die Stiegen hinauf. Du wirst aus dem Sarg gehoben. Dein Bett ist frisch  gerichtet. Der junge Mann starrt durch das Fenster in den Hof hinunter, da paaren sich zwei Tauben und gurren laut, geekelt wendet er sich ab.

Und da haben sie dich schon in das Bett zurückgelegt. Und sie haben dir das Tuch wieder um den  Mund gebunden, und das Tuch macht dich so fremd. Der Mann beginnt zu schreien und wirft sich  über dich. Sie führen ihn sachte weg. „Bewahret Ruhe!“ steht an allen Wänden, die Krankenhäuser  sind zur Zeit überfüllt, die Toten dürfen nicht zu früh erwachen.“  

 

 

 1486659-39aa4f9a5f86e152e918113a4c5c48e6.jpg

Ilse Aichinger (Wenen, 1 november 1921)

 

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:13 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten