Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 november 2013 tot 6 november 2013

Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

 

Uit: Flesh And Blood

 

“He could wait until harvest time and descend triumphantly, carrying an eggplant or a pepper, perhaps a tomato. He could walk through the autumn dusk to the house where his mother would be laying out supper for his father and brothers. The light would be at his back, hammered and golden. It would cut into the dimness of the kitchen as he threw open the door. His mother and father and brothers would look at him, the runt, of whom so little was expected. When he stood in the vineyard looking down at the world—the ruins of the Papandreous‘ farm, the Kalamata Company‘s olive groves, the remote shimmer of town—he thought of climbing the rocks one day to find green shoots pushing through his patch of dust. The priest counseled that miracles were the result of diligence and blind faith. He was faithful.
And he was diligent. Every day he took his ration of water, drank half, and sprinkled half over his seeds. That was easy, but he needed better soil as well. The pants sewn by his mother had no pockets, and it would be impossible to steal handfuls of dirt from his father‘s garden and climb with them past the goats‘ shed and across the curving face of the rock without being detected. So he stole the only way he could, by bending over every evening at the end of the workday, as if tying down one last low vine, and filling his mouth with earth. The soil had a heady, fecal taste; a darkness on his tongue that was at once revolting and strangely, dangerously delicious. With his mouth full he made his way up the steep yard to the rocks. There was not much risk, even if he passed his father or one of his brothers. They were used to him not speaking. They believed he was silent because his thoughts were simple. In fact, he kept quiet because he feared mistakes. The world was made of mistakes, a thorny tangle, and no amount of cord, however fastidiously tied, could bind them all down. Punishment waited everywhere. It was wiser not to speak.”

 

 

 1489692-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg

Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 




De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

 

Uit: Der Mann ohne Eigenschaften

 

„Über dem Atlantik befand sich ein barometrisches Minimum; es wanderte ostwärts, einem über Rußland lagernden Maximum zu, und verriet noch nicht die Neigung, diesem nördlich auszuweichen. Die Isothermen und Isotheren taten ihre Schuldigkeit. Die Lufttemperatur stand in einem ordnungsgemäßen Verhältnis zur mittleren Jahrestemperatur, zur Temperatur des kältesten wie des wärmsten Monats und zur aperiodischen monatlichen Temperaturschwankung. Der Auf- und Untergang der Sonne, des Mondes, der Lichtwechsel des Mondes, der Venus, des Saturnringes und viele andere bedeutsame Erscheinungen entsprachen ihrer Voraussage in den astronomischen Jahrbüchern. Der Wasserdampf in der Luft hatte seine höchste Spannkraft, und die Feuchtigkeit der Luft war gering. Mit einem Wort, das das Tatsächliche recht gut bezeichnet, wenn es auch etwas altmodisch ist: Es war ein schöner Augusttag des Jahres 1913.

Autos schossen aus schmalen, tiefen Straßen in die Seichtigkeit heller Plätze. Fußgängerdunkelheit bildete wolkige Schnüre. Wo kräftigere Striche der Geschwindigkeit quer durch ihre lockere Eile fuhren, verdickten sie sich, rieselten nachher rascher und hatten nach wenigen Schwingungen wieder ihren gleichmäßigen Puls. Hunderte Töne waren zu einem drahtigen Geräusch ineinander verwunden, aus dem einzelne Spitzen vorstanden, längs dessen schneidige Kanten liefen und sich wieder einebneten, von dem klare Töne absplitterten und verflogen. An diesem Geräusch, ohne daß sich seine Besonderheit beschreiben ließe, würde ein Mensch nach jahrelanger Abwesenheit mit geschlossenen Augen erkannt haben, daß er sich in der Reichshaupt- und Residenzstadt Wien befinde. Städte lassen sich an ihrem Gang erkennen wie Menschen. Die Augen öffnend, würde er das gleiche an der Art bemerken, wie die Bewegung in den Straßen schwingt, bei weitem früher als er es durch irgendeine bezeichnende Einzelheit herausfände. Und wenn er sich, das zu können, nur einbilden sollte, schadet es auch nichts. Die Überschätzung der Frage, wo man sich befinde, stammt aus der Hordenzeit, wo man sich die Futterplätze merken mußte. Es wäre wichtig, zu wissen, warum man sich bei einer roten Nase ganz ungenau damit begnügt, sie sei rot, und nie danach fragt, welches besondere Rot sie habe, obgleich sich das durch die Wellenlänge auf Mikromillimeter genau ausdrücken ließe; wogegen man bei etwas so viel Verwickelterem, wie es eine Stadt ist, in der man sich aufhält, immer durchaus genau wissen möchte, welche besondere Stadt das sei. Es lenkt von Wichtigerem ab.”

 

 

 1489692-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg

Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

 

Uit: Vrij man 

 

“Ik kijk op een oude kaart van Rotterdam, mijn geboortestad. Daar heb ik mijn hoofdpersoon geplaatst. Met opzet. Amsterdam beheerst ons beeld van de Gouden Eeuw. De grachtengordel getuigt tot op de dag van vandaag van de bloei van de stad. Ik woon er zelf. De buurt is een dorp. Het leven is er net zo bruisend en intiem als toen. Maar de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën was groter. Er waren meer steden van belang: Dordrecht, Leiden, Haarlem, Delft, Hoorn, Enkhuizen, Middelburg, en ja, nadrukkelijk ook Rotterdam. Ik wil een verhaal vertellen dat speelt in de zeventiende eeuw, en dat clichés vermijdt. De proloog van het boek speelt zich dan wel af in het New York van nu, het echte verhaal begint in het Rotterdam van toen.

De stad staat als een driehoek op de rivier. Het water is de brede basis, in ieder opzicht de levensader van de stad. De oude Laurenskerk is het stoere hart. Aan de kant van de Coolvest zijn de nieuwe huizen van rijke kooplieden gebouwd. Aan de kant van de Hoogstraat wat stegen en sloppen, het gasthuis. In de haven wemelen de schepen en scheepjes. De geur van brak water. Kooplieden en schippers uit alle windstreken. Wacht even, ik ben al te ver... Ik moet terug. Niet praten over geuren en kleuren en pittoreske tafereeltjes. Kijken. Net zo lang kijken tot ik kan zien. Kijken tot ik kan zien hoe het was. Ik kijk urenlang, vooral naar kaarten en prenten, de koele weergevers van de werkelijkheid, en verplaats me in iemand voor wie dat alles gewoon was, voor wie de stad noch een geschiedenis noch een toekomst had.

Ik moet veel afleren.

Ik ben doordrenkt van zeventiende-eeuwse beelden. Uit alle historieplaten, schilderijen, beschrijvingen, romans, is een composietbeeld ontstaan dat het clair-obscur van Rembrandt verbindt met het boertige van Jan Steen en de intimiteit van Vermeer, dat de hoofsheid van Hooft koppelt aan de barokke taal van Vondel en de amoureusheid van Bredero. Het is het Holland van de Ruysdaelluchten en de Avercampwinterlandschappen.”

 

 

 1489692-16260683ca5a009a85a37429f3ee15a4.jpg

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 





De Surinaamse dichteres en schrijfster
Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

 

 

Positie

 

Wat ik al niet heb kunnen krijgen!

- verstoten afgeweerd.

Gemaakt en gebroken heb ik gedaan

wat ik zelf wou;

 

niemand is aansprakelijk,

aan niemand gaf ik het recht

zich in te laten met mijn daden

die dieper raken dan mijn huid.

 

Heel lang geleden

bestond zij, de liefde: een tabbetje,

een rif, een atòl,

ver van de praatjes en de leugens

ging zij, een korjaal, méé met de stroom.

 

Toen op een morgen werd ik wakker

de stilte gehaakt in mijn keel;

starende kamers in starend verbazen

en uit dat staren ontstond een steen.

 

 

 

Te zijn...

 

Te zijn

een vleugje zoet van sinaasappelbloesems

heel even maar echt genoeg om

in je wakker te maken een vogelconcert

zo luid alsof het orkest de toetsen de stokken

en de halzen uit de zalven boven de stammen

komt.

 

Te zijn

 

dansend oranje in een wijde cirkel

van strookjes

een rinkelende hand een vragende hand

mijzelf te beheren met de glimlach van een eigenaar

die loopt over vreemde terreinen.

 

 

1489692-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg 

Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

 



 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

 

Uit: In het land der blinden is Le Roy koning (Over De ziener van Simon Vestdijk)

 

“Zo te zien had Vestdijk, toen hij in 1958 De ziener schreef, geen oog voor de maatschappelijke werkelijkheid. Hij liet zijn verteller (en zijn lezers) de zonderling Le Roy, de lerares Frans, Rappange, haar leerling Dick Thieme Backer en nog wat nevenfiguren, in het vizier nemen. Het aangeboden kijkgat staat een scherp, maar begrensd zicht toe. De aandacht wordt gevestigd op de innerlijke werkelijkheid en op de veruitwendiging daarvan in het geïsoleerde gedrag van de individuele personages of in de omgang van twee of drie, een enkele keer vier van hen. Zo is Le Roy in het eerste hoofdstuk de enige toeschouwer tijdens het spel van de kaatsers Van der Meulen en Roukema. Als Dick in het slothoofdstuk op het station afscheid neemt van Rappange, is het perron eerst leeg, later is er een vrouw en een kind, twee conducteurs, één fabrikant. Tussendoor bespiedt Le Roy vrijende paartjes en als hij weer eens in elkaar geslagen wordt, schiet Dick hem ter hulp. Zelfs dan zijn er niet echt vier personen: Le Roy onttrekt zich aan het gezelschap door zich bewusteloos te houden en zodra een andere gluurder naar voren treedt, vlucht het paartje. De uitzondering vormt het conclaaf van de directeur met drie leraren. Alhoewel: de gezaghebbendste van het drietal, Brouwers, stelt zich nadrukkelijk afzijdig op.

Ogenschijnlijk is De ziener allesbehalve een sociale roman. De mensen die erin optreden hebben veel weg van de postzegels van Le Roy: ‘Het waren kleine wereldjes, die zich van de grote wereld hadden afgezonderd, kleine spiegels die hun herkomst nog maar weerkaatsten op een fantastisch vereenvoudigde en daarbij merkwaardig belangeloze wijze.’ (170). Centraal in Vestdijks visie staan die ‘autonome’ personages. De wereld is hooguit aanwezig als achtergrond, als herinnering aan hun herkomst. Althans op het eerste gezicht. Bij nader inzien blijkt de autonomie deels schijn of op zijn minst net zo paradoxaal als Le Roy’s postzegels”:

 

 

 1489692-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg

Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Bert Wagendorp, Hanns-Josef Ortheil, Anna Maria van Schurman, Hans Sachs

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Joyce Maynard op dit blog.

 

Uit: Mijn zusje (Vertaald door Anke ten Doeschate)

 

“De plaats waar mijn zusje en ik opgroeiden lag in de schaduw van Mount Tamalpais, ten noorden van San Francisco. We woonden in een alweer tamelijk oud nieuwbouwhuis aan eenstraat die Morning Glory Court heette. Ons huis lag in een woonwijk bij een afslag van Route 101, zo’n dertien kilometer

van de Golden Gate Bridge. Er reden bussen naar San Francisco. De brug markeerde de toegang tot een andere wereld, al wisten we dat er soms ook mensen van afsprongen. Maar voor ons had de stad net zo goed op de maan kunnen liggen.

Onze vader was opgegroeid in de stad, in North Beach waar ze volgens hem de beste tomatensaus ter wereld maakten. Dat was de plek waar de hippies voor hun Summer of Love waren samengekomen, waar Janis Joplin ooit door de Haight had gelopen, waar de karakteristieke trams rondreden, waar Lombard Street langs prachtige, pastelkleurige, victoriaanse huizen kronkelde en

waar een andere Patty – Hearst – enkele jaren eerder als lid van de Symbionese Liberation Army met een M1 Carbine de Hibernia Bank was binnengegaan.

Later kochten rocksterren huizen aan de overzijde van de snelweg, maar in die tijd was het zeker nog geen hippe plek. Ooit zou een periode aanbreken dat er hoge muren rondom de percelen werden opgetrokken met waarschuwingsbordjes die inbrekers op alarmsystemen attendeerden. Maar nu vertrouwde men elkaar nog. Onze tuinen liepen in elkaar over en werden niet door heggen of hekwerken gescheiden. Meisjes als wij konden  van het ene naar het andere eind van de straat rennen zonder dat de zolen van onze Keds het asfalt hoefden te raken. Alle buren gingen met elkaar om en maar weinig mensen deden hun achterdeur op slot.”

 

 

1489073-aaa252f4450091553b8574bfeda22bd6.jpg 

Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Stichmann werd op 5 november 1983 in Bonn geboren. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Stichmann op dit blog.

 

Uit: Jackie in Silber (Alleinstehende Herren)

 

“Paul klingelt um drei. Er trägt seine Pizzabotenuniform, nimmt  dir den Staubwedel aus der Hand, klopft dir damit lustig auf  den Kopf und fragt: »Wo ist der Korn?« Kurz darauf kommt  auch Henneberg. Ihr seid drei Freunde in der Welt. Du wirst  gebraucht, man erwartet Schlagfertigkeiten. Wer kann so  schön potztausend sagen wie du? Keiner ja wohl, und darauf  kommt es an. Nach der ersten Runde Memory wird Henneberg symbolisch. Er nennt die Weiber einen Kühlschrankverein, dumpf summend, voller Milch und Wurst. Dazu hebt er  den Finger. Auch Paul guckt weinerlich. Und jetzt kommt  dein Spruch: »Das ist eben so. Wer wären wir, wären wir  nicht alleine? Wer will Kaffeemaschine oder Engel sein? Es ist  wie beim Memory, Pärchen kommen raus. Trinken wir noch

einen, das Leben ist lang.« Da gucken sie dich an, und ihre  Tränen trocknen. Du bist der Ramba-Zamba-Mann.

Später fragst du: »Jungens, wollen wir mal spazieren gehen?« Aber da ist es schon Abend, und die Jungens sind weg.  Also gehst du alleine raus, Spaziergang ist schön. Da stehen die Sterne am Himmel, für jeden Menschen einer. Da wirfst du Steinchen an Lieselottes Fenster, bis sie den Kopf herausstreckt: »Neinneinnein!«

Du denkst: Neinneinnein? Warum nicht einfach mal Ja?

Wach auf, steh auf, geh bummeln. Sieh die neuesten Kettensägen im Fenster. Riech im Bücherladen den Schöner-Leben-Duft, kauf  Die tausend tollsten Witze. Ein Vorrat an Witz lässt

die Frauen miauen. Und anschließend in den Vogelladen.

So ein kleiner Franz oder Fritz im Käfig. Was würde denn der Verkäufer empfehlen? Einen Sittich oder Piepmatz, eine Macke oder Meise? Paul sagt: »Das müssen Sie schon selbst wissen, mein Herr.« Und du nimmst erst mal nur den Käfig, das ist ja schon mal nichts.“



1489073-1b9314e74e488e2322c0b7869ef3861e.jpg
Andreas Stichmann (Bonn,5 november 1983)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

 

Uit: Ventoux

 

“Op de namiddag van een van de eerste januaridagen van 1982 kwam hij als een soort geestverschijning bij ons huis de stoep op gereden. Joost op een racefiets, een wit-blauwe Gazelle. Ik keek alsof ik getuige was van de wederkomst van de Heer. Er kwamen wolkjes uit zijn mond, want het was maar een paar graden boven nul. Hij had een witte Peugeottrui aan en grijnsde toen hij mijn stomverbaasde blik ontwaarde.

Toen zag ik plotseling paniek in zijn ogen, vertwijfelde bewegingen met zijn benen en een arm en daarna viel hij om. Het was de bekende hulpeloze val van de beginnende fietser die zijn toeclips te strak heeft aangetrokken. De eerste val en meteen de domste uit het repertoire, de val die je te kijk zet als sullige beginneling.
Ik liep naar buiten. ‘Klotedingen,’ zei Joost terwijl hij de riempjes losmaakte. ‘Je breekt je poten voor je een kilometer hebt gereden.’
Ik hielp hem overeind. Hij wreef over zijn knie. ‘Vind je ervan?’
‘Mooie fiets. Zijn er geen krassen op gekomen?’
‘Champion Mondial.’ Hij wees naar de regenboogstreepjes op de buis. ‘Eén jaar oud, nauwelijks op gefietst.’ De blauwe kabels van de remmen kwamen hoog boven het stuur uit.
Joost wees naar een hendel op het eind van de beugel. ‘Niet meer van die commandeurs op de buis, maar schakelen met de handen aan het stuur. Stuk veiliger.’
Ik had het met Joost nooit eerder over een fiets gehad. Wel over De Renner, dat hij op mijn aanraden had gelezen. Best een aardig boek, vond hij, maar de drang om ook zelf op een racefiets te gaan zitten had het bij hem niet losgemaakt.”

 

 

 1489073-22ad858f44e94a3df85743d56c9ac5ed.jpg

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns-Josef Ortheil op dit blog.

Uit: Die große Liebe

 

“Plötzlich das Meer, ganz nah, eine graue, stille, beinahe völlig beruhigte Fläche. Ich reckte mich auf und schaute auf die Uhr, zwei, drei Stunden hatte ich vielleicht geschlafen, jetzt war früher Morgen, kurz nach Fünf, ein Juli-Morgen an der italienischen Adria-Küste. Ich hatte das Meer einfach vergessen, jahrelang hatte ich es nicht gesehen, jetzt lag es mir wie eine weite Verheißung zu Füßen, unaufdringlich und groß, als bekäme ich mit ihm zu tun. Noch war die Sonne nicht da, der Himmel noch graublau und fahl, am Strand keine Bewegung, kein einziger Mensch, nur hier und da einige verlassene, verstreut stehende Liegestühle, Kinderspielzeug, Gerümpel, die schiefen, zusammengeklappten Sonnenschirmpilze, Liegengebliebenes ... Doch all das reichte schon, mich zu erregen, es war eine meinen ganzen Körper erfassende Erregung, wie sie mich nach langen Nachtfahrten in Zügen oft in der Morgenfrühe befiel.
Zwei weitere Fahrgäste teilten das Zugabteil mit mir, ein stiller, keinen Laut von sich gebender Japaner und ein junger Schweizer, der sich in der Nacht umgezogen und schlafen gelegt hatte, als wäre er noch immer ein wenig bei sich zu Haus. Ich kletterte vorsichtig über die steifen, schlafenden Körper und trat auf den Gang, ruhig und schnell glitt der Zug durch die Landschaft, in der Ferne die grünen Olivenhügel des Südens, mit einem Mal spürte ich mein aufgeregt klopfendes, hellwaches Herz. Im Waschraum wusch ich mir durchs Gesicht, dann schaute ich, als müßte ich mich vergewissern, durch das heruntergezogene Fenster der Waggontür noch einmal hinaus. Das Meer! ..., ja, das Meer, die Überraschung hielt an, der Eindruck stimmte, am liebsten wäre ich ausgestiegen, um jetzt, sofort, am Meer entlangzugehen, stundenlang, den ganzen Morgen, wie schön wäre es, dachte ich, so anzukommen, irgendwo ausgespuckt und gleich in der Weite verschwindend.“

 

 

 1489073-ddd6870a3072d5c71281701700d6487d.jpg

Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen op 5 november 1607. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Anna Maria van Schurman op dit blog.

 

Uit: Brief aan prinses Elizabeth van Bohemen

 

“Mevrouw,

Ik kan de buitensporige vreugde en tevredenheid die ik voelde toen ik de brief die Uwe Hoogheid mij genadiglijk heeft willen schrijven, ontving, niet onder woorden brengen. Want behalve de inventio, de gezichtspunten en de zinsbouw die de oren van de grootste geleerden zouden behagen, is het me een wonderlijk plezier geweest om te zien waarmee uw overvloedige geest zich bezighoudt. Wat mij betreft: ik zou graag aan alle wensen van Uwe Hoogheid tegemoet willen komen. Hoewel ik niet bij benadering kan hopen om aan haar opdrachten volledig te beantwoorden, zal ik ten minste proberen om de toewijding en de liefde die ik haar toedraag te tonen.

Wat betreft die schrijvers die ons het meeste het genie en de karakters van belangrijke personen hebben laten zien, aanvaardt men in het algemeen dat Xenophon erg goed het leven van Cyrus de eerste koning van de Perzen heeft beschreven,533 hoewel het lijkt of hij zich soms meer bekommerd heeft om de elegantie en de schoonheid van zijn werk dan om de waarheid met betrekking tot zijn onderwerp. Alexander die later het koninkrijk van de Grieken begon, is uitstekend beschreven door Q. Curtius maar deze vlecht gewoonlijk in z'n verhaal vuur, wapens en bloedige overwinningen in.534 Voor compacte, intensieve studie vind ik niets meer geschikt dan Plutarchus die ons de meest beroemde mannen als in een volmaakt schilderij de een na de ander voorstelt en daarbij een serieuze en zeer mooie vergelijking tussen de Grieken en de Romeinen te geven.535 Suetonius heeft ons de twaalf Romeinse keizers naar de werkelijkheid beschreven wier levens (ik heb het over het grootste gedeelte van hen) zo wonderbaarlijk zijn dat wij het meest getroffen worden door de grote tegenstellingen in karakter.”

 

 

 1489073-4a599c1841bcc0eb1fff7e1b1602dec5.jpg

Anna Maria van Schurman (5 november 1607 – 4 of 14 mei 1678)

Portret door Jan Lievens, 1649

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Sachs werd op 5 november 1494 in Nürnberg geboren als zoon van een kleermaker. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Sachsop dit blog.

 

 

Die wittembergisch nachtigal, die man iez höret überal (Fragment)

 

Wacht auf, es nahent gen dem tag!

ich hör singen im grünen hag

ein wunnikliche nachtigal;

ir stim durchklinget berg und tal.

die nacht neigt sich gen occident,

der tag get auf von orient,

die rotbrünstige morgenröt

her durch die trüben wolken get,

daraus die liechte sunn tut blicken,

des mones schein tut sie verdrücken;

der ist iez worden bleich und finster,

der vor mit seinem falschen glinster

die ganzen hert schaf hat geblent,

das sie sich haben abgewent

von irem hirten und der weid

und haben sie verlaßen beid,

sind gangen nach des mones schein

in die wiltnus den holzweg ein,

haben gehört des leuen stim

und seint auch nachgefolget im,

der sie gefüret hat mit liste

ganz weit abwegs tief in die wüste.

da habens ir süß weid verloren,

hant geßen unkraut, distel, doren;

auch legt in der leu strick verborgen,

darein die schaf fielen mit sorgen.

 

 

 1489073-da4d46699c010e99a4a8e387128a60c1.jpg

Hans Sachs (5 november 1494 -19 janauari 1576)

Monument in Neurenberg

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn blog van 5 november 2011deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten