Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 november 2013 tot 15 november 2013

Jan Telouw, Wolf Biermann, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Lucien Rebatet

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

 

Uit: De koning van Katoren
 

'Eindelijk, na weken, als blijkt dat ze het toch niet eens worden, besluiten ze te loten. Ze bellen om Gervaas. ‘Breng een dobbelsteen,’beveelt minister de Seer. Gervaas, die voelt dat het om Stach gaat, brengt bezorgd een dobbelsteen in een leren beker. ‘Een een of een twee is zijn hoofd er af,’zegt de Seer. ‘Drie of vier is verbanning. Vijf of zes is opdrachten. Gervaas, werp de dobbelsteen!’ Bevend schudt de oude man de steen in het bekertje. Dan zet hij de beker omgekeerd op tafel. Het ontbreekt hem aan moed hem op te lichten. Het duurt minister Pardoes allemaal veel te lang. Driftig licht hij de beker op. ‘Een zes,’zegt hij. ‘Dat betekent dat de jongen zijn zeven opdrachten krijgt.’

(…)

 

“Daar zit hij. De stenen zijn hard en koud, maar wie zou daar op letten? Even nog blijft het doodstil, alsof de mensen niet kunnen geloven dat hij rustig in leven blijft. Dan maakt hij een lange neus tegen de ministers en een oorverdovend gejuich breekt los. Vijfhonderd maal zwaaien de mensen hun armen omhoog en roepen hoera, nadat de burgemeester van Decibel heeft geschreeuwd: ‘’LEVE DE KONING VAN KATOREN!” Bij de tweehonderdste maal beginnen de lippen van minister Broeder zachtjes mee te trillen. Bij de tweehonderdvijftigste maal gaat een arm van minister Pardoes voorzichtig meedoen. Bij de driehonderdste maal staat geen van de ministers meer helemaal stil en klinkt er een soort ondergronds gebrom uit hun gelederen. Bij de driehondervijftigste maal komen hun handen al ter hoogte van hun oren en de laatste honderd maal hoerahen ze mee, net als gewonen Katorenen.”

 

 

 1495038-8c43e22937a11b6101ef57f382e703f7.jpg

Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

 

 

 

 

 

De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.

 

 

Ermutigung

 

Du, laß dich nicht verhärten

In dieser harten Zeit

Die all zu hart sind, brechen

Die all zu spitz sind, stechen

Und brechen ab sogleich

 

Du, laß dich nicht verbittern

In dieser bittren Zeit

Die Herrschenden erzittern

– sitzt du erst hinter Gittern –

Doch nicht vor deinem Leid

 

Du, laß dich nicht erschrecken

In dieser Schreckenszeit

Das wolln sie doch bezwecken

Daß wir die Waff

en strecken

Schon vor dem großen Streit

 

Du, laß dich nicht verbrauchen

Gebrauche deine Zeit

Du kannst nicht untertauchen

Du brauchst uns, und wir brauchen

Grad deine Heiterkeit

 

Wir wolln es nicht verschweigen

In dieser Schweigezeit

Das Grün bricht aus den Zweigen

Wir wolln das allen zeigen

Dann wissen sie Bescheid.

 

 

 

 1495038-718157a1838d361373f047f7528f01bf.jpg

Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)

 

 

 

 

 

De Britse dichter en schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook alle tags voor J. G. Ballard op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: What I Believe (Fragment)

 

I believe in my own obsessions, in the beauty of the car crash, in the peace of the submerged forest, in the excitements of the deserted holiday beach, in the elegance of automobile graveyards, in the mystery of multi-storey car parks, in the poetry of abandoned hotels.

I believe in the forgotten runways of Wake Island, pointing towards the Pacifics of our imaginations.

I believe in the genital organs of great men and women, in the body postures of Ronald Reagan, Margaret Thatcher and Princess Di, in the sweet odors emanating from their lips as they regard the cameras of the entire world.

I believe in madness, in the truth of the inexplicable, in the common sense of stones, in the lunacy of flowers, in the disease stored up for the human race by the Apollo astronauts.

I believe in nothing.

I believe in the impossibility of existence, in the humour of mountains, in the absurdity of electromagnetism, in the farce of geometry, in the cruelty of arithmetic, in the murderous intent of logic.

 

I believe in the gentleness of the surgeon's knife, in the limitless geometry of the cinema screen, in the hidden universe within supermarkets, in the loneliness of the sun, in the garrulousness of planets, in the repetitiveness or ourselves, in the inexistence of the universe and the boredom of the atom.

 

 

 1495038-c65f9f72d7086a12ca22aca6a10c5627.jpg

J. G. Ballard (15 november 1930 - 19 april 2009)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook alle tags voor Gerhart Hauptmann op dit blog.

 

Uit: Gerhart Hauptmann (Biografie door Paul Schlenter)

 

„Am 15. November 1862 wurde im schlesischen Kurort Obersalzbrunn dem Hotelbesitzer Robert Hauptmann von seiner Ehefrau Marie, geborenen Straehler, ein Sohn geschenkt, der am Neujahrstage 1863 in der Taufe die Namen Gerhart Johann Robert erhielt. Herr Robert Hauptmann besaß in Obersalzbrunn als Erbstück der eigenen Eltern den stattlichen Gasthof »Zur Preußischen Krone«. Er hatte eine der Töchter des fürstlich plessischen Brunneninspektors Ferdinand Straehler geheiratet. So hielten ihn doppelte Familienbande in dem ländlichen Badeort fest. Bei seiner strengen Ordnungsliebe leitete er das Haus, das er beträchtlich ausbaute, so sehr zur Zufriedenheit verwöhntester Gäste, daß ihm die fürstliche Verwaltung eines Tages auch die Pacht des Brunnenhofs und des Kurhauses antrug. Er sagte nicht nein, und so war ihm fast alles, was in Salzbrunn gutes Quartier und gute Pflege bot, eine Zeitlang anheimgegeben. Nach einigen Jahren aber löste er aus eigenem Willen dieses wenig ergiebige Pachtverhältnis auf und begnügte sich mit seiner Preußischen Krone. Der Kurort, dem er 1865 mit Mühe, Kosten und persönlichen Opfern auch die Gasanstalt gründete, dessen Gemeinwohl er hob und förderte, wurde nicht bloß vom deutschen, sondern noch mehr vom polnischen höchsten Adel besucht.

Ems, Reichenhall und andere Konkurrenzbäder lagen in jener Zeit des schwachen Eisenbahnverkehrs den östlichen Magnaten zu fern; an Algier und Ägypten war für Hals- und Brustleidende vollends nicht zu denken. So sammelte sich in den Salzbrunner Hotels ein ebenso anspruchsvoller wie zahlungsfähiger Kundenkreis. Robert Hauptmann und seine tüchtige Frau wußten diesen Ansprüchen zu genügen, ohne die Zahlungsfähigkeit ihrer Gäste auszunutzen. Die Gäste, mochten sie hoher oder niedriger Geburt sein, fanden in ihren Wirten ehrenfeste, an Bildung des Geistes und Herzens nie unter ihnen stehende Leute, die sich über Welt und Leben eine eigne Meinung gebildet hatten und ohne Zudringlichkeit, aber auch ohne Unterwürfigkeit, mehr bewirtend als bedienend, im wohlgebauten Hauswesen walteten.“

 

 

 1495038-42df3f797a3cbf71c3f9941a5d4a6b3c.jpg

Gerhart Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946)

In 1890

 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Lucien Rebatet werd geboren op 15 november 1903 in Moras -en- Valloire, Drôme. Zie ook alle tags voor Lucien Rebatet op dit blog.

 

Uit: Les Etrangers en France

 

“Tous les journalistes, au cours de leur carrière, ont reçu quelques lettres datées de Port-au-Prince, de Fort-de-France, et dont la signature, au prénom fleuri, ne laisse aucun doute sur la race du correspondant. Je pourrais en citer pour ma part une demi-douzaine. Elles contiennent, en termes divers, les mêmes doléances, vives, surtout en Haïti. Ces braves gens se plaignent que nous les négligions. Nous ne leur adressons que des rossignols de librairie, des films éculés, dont ils sentent très bien le ridicule. Hollywood, au contraire, les inonde de ses derniers succès. Mais ils ne veulent pas apprendre l’anglais. Ces noirs refusent, aussi rigoureusement que les Canadiens, de se laisser américaniser. Cette fierté, ce souci de leurs vieilles traditions françaises, sont très touchants. Si nous demeurons, aux îles comme dans tous les autres pays, incapables d’organiser notre propagande, nous avons offert une assez large compensation aux Antillais, sujets français ou non, en ouvrant à leurs fils, surtout depuis la guerre, nos écoles et nos universités.
Ces grands et joyeux garçons, très communicatifs, beaucoup plus mêlés que les Jaunes à la vie de leurs camarades blancs, constituent, avec les troupiers, l’essentiel de la colonie noire de Paris (trois ou quatre mille membres environ). Le reste de cette colonie est formée par un petit prolétariat de manœuvres, de chauffeurs, d’artisans, enfin par la troupe des messieurs dont les occupations hésitent entre le jazz, la boxe et le vagabondage spécial.
Je parlais, au début de cette enquête, du cosmopolitisme nécessaire du Quartier Latin.
Rien ne le justifie mieux, en apparence, que le cas de ces exotiques. On peut se demander pourtant si l’accueil, de plus en plus large, qui leur est fait, répond exactement à leurs intérêts. Nos universités devraient recruter, parmi les étudiants de l’extérieur, ceux qui ont déjà acquis chez eux une formation équivalant à notre licence, et qui viennent surtout nous demander un perfectionnement, une spécialité, ceux qui, par leur intelligence ou leur état de fortune, sont appelés à jouer dans leur pays un rôle de premier plan.”

 

 

 1495038-938cb26504350f2c4fa40e0dc7730e81.JPG

Lucien Rebatet (15 november 1903 - 24 augustus 1972)

 

 

 

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Clemens J. Setz

De Oostenrijkse schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz, waar hij nog steeds woont . In 2001 begon hij met een opleiding voor docent wiskunde en Duits aan de Karl-Franzens Universiteit in Graz. Naast de studie werkte hij als vertaler en publiceerde hij gedichten en korte verhalen in tijdschriften en bloemlezingen. Zijn debuutroman “Söhne und Planeten”, gepubliceerd in 2007 haalde de shortlist van de aspekte-literatuurprijs. In 2008 werd hij uitgenodigd voor de Ingeborg Bachmann-prijs, en won hij de Ernst-Willner-Prijs met de novelle “Die Waage” . In 2009 werd zijn tweede roman “Die Frequenzen” voor de Deutsche Buchpreis genomineerd (Short List) . Voor zijn verhalenbundel “Die Liebe zur Zeit des Mahlstädter Kindes” ontving hij in 2011 de Prijs van de Leipziger Buchmesse voor fictie. Vanaf 2011 schreef hij voor het literaire tijdschrift Volltext de serie “Nicht mehr lieferbar” overniet meer leverbare werken van grote schrijvers. Zijn in 2012 gepubliceerde roman “Indigo” kwam op de shortlist voor de Deutsche Buchpreis.

Uit: Indigo

„Es klang, als artikulierten sie durch ein Megaphon, das einen etwas zu langen Nachhall erzeugte. (Wenig später sah ich im Speisesaal des Instituts einen Schüler, der tatsächlich ein kleines hellblaues Megaphon an einem schwarzen Lederband um den Hals trug.)
Nachdem der Junge weitergegangen war, klingelte es erneut, und ein weiteres Kind tauchte auf.
Die kommen nacheinander heraus?
Es gibt eine Reihenfolge, sagte Dr.Rudolph. Eine Reihenfolge...Er schien nicht ganz bei der Sache.
Robert hat komisch ausgesehen, sagte er. Haben Sie sein Auge bemerkt?
Ja, sagte er nachdenklich. Blöde Geschichte, wenn das wieder...
Wissen Sie was, ich werde kurz... nur einen Augenblick, ja?
Er holte sein Handy aus der Tasche und rief jemanden an. Da er sich einige Schritte von mir entfernte, konnte ich nicht verstehen, was er sagte. Ich stand allein auf meinem Flecken Erde und rührte mich nicht. Wie eine Schachfigur, die darauf wartet, weitergeschoben zu werden. Von allein käme sie nie auf die Idee, ihr Feld zu verlassen.
Der Speisesaal war ein auffallend niedriger, aber großer Raum.
In ihm standen lange Tischreihen, die alle paar Meter von einem Stuhl ergänzt wurden. Man konnte die Stühle wie Lautstärkeregler an den Tischen entlangschieben.
Als der Direktor und ich eintraten, drehten sich einige Köpfe nach uns um. Dr. Rudolph ging zu einem an die Wand gerückten Pult und betätigte den Schalter an einer Gegensprechanlage.
Mahlzeit, meine Herrschaften!, kam es aus den Lautsprechern, die in jeder Ecke des Raumes hingen.“

 

 1514282-94a4b4a9d6c0405f2afebadc6db05e17.jpg
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, Norbert Krapf, René de Clercq, Chloe Aridjis

De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

 

Uit: Pippi Langstrumpf (Vertaald door Cäcilie Heinig)

 

"Meine Mama ist ein Engel, und mein Papa ist ein Südseekönig. Es gibt wahrhaftig nicht viele Kinder, die so feine Eltern haben!", pflegte Pippi sehr stolz zu sagen. "Und wenn mein Papa sich nur ein Schiff bauen kann, dann kommt er und holt mich, und dann werde ich eine Südseeprinzessin. Hei hopp, was wird das für ein Leben!" Ihr Papa hatte dieses alte Haus, das in dem Garten stand, vor vielen Jahren gekauft. Er hatte gedacht, dass er dort mit Pippi wohnen würde, wenn er alt war und nicht mehr über die Meere segeln konnte.

Aber dann passierte ja das Schreckliche, dass er ins Meer geweht wurde, und während Pippi darauf wartete, dass er zurückkam, begab sie sich geradewegs nach Hause in die Villa Kunterbunt. So hieß dieses Haus. Es stand möbliert und fertig da und wartete auf sie. An einem schönen Sommerabend hatte sie allen Matrosen auf dem Schiff ihres Papas Lebewohl gesagt. Sie hatten Pippi sehr gern und Pippi hatte sie auch gern.

"Lebt wohl, Jungs", sagte Pippi und gab allen der Reihe nach einen Kuss auf die Stirn. "Habt keine Angst um mich. Ich komm immer zurecht."

Zwei Dinge nahm sie vom Schiff mit. Einen kleinen Affen, der Herr Nilsson hieß, und einen großen Handkoffer, voll mit Goldstücken, den hatte sie von ihrem Papa bekommen. Die Matrosen standen an der Reling und schauten Pippi nach, solange sie sie sehen konnten. Sie ging mit festen Schritten davon, ohne sich umzudrehen, mit Herrn Nilsson auf der Schulter und dem Koffer in der Hand.
"Ein merkwürdiges Kind", sagte einer der Matrosen und wischte sich eine Träne aus dem Auge, als Pippi in der Ferne verschwunden war.“

 

 

1494142-b3fc6d57ec5e46b417a15659c43a106f.jpg
Astrid Lindgren (14 november 1907 - 28 januari 2002)

Hier met Inger Nilsson als Pippi Langkous

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en columnist Jonathan van het Reve werd geboren op 14 november 1983 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jonathan van het Reve op dit blog.

 

Uit: Kleuren van de nacht?

 

“Van Gogh had niks met sterrenkunde. Op de tentoonstelling 'Van Gogh en de kleuren van de nacht' in het Van Gogh Museum is dat goed te zien. Sterren schildert hij als dikke gele zonnetjes en de maan wordt belicht zoals geen enkele bol ooit belicht kan worden: het heldere geel reikt zo ver om de schaduw heen dat het donkere gebied een klein, bijna geheel omsloten rondje wordt. Anders gezegd: bij Van Gogh raken de twee uiteinden van het croissantje elkaar haast. In het echt, zoals u weet, gebeurt dat niet.

Heel wonderlijk is ook het schilderij De sterrennacht boven de Rhône, waarop Van Gogh met grote gele stippen het sterrenbeeld de Grote Beer heeft afgebeeld. Je ziet duidelijk een steelpannetje, het hangt mooi horizontaal boven Arles. Maar de audiotour vermeldt dat Arles vanaf deze brug in het zuidwesten ligt, en daar kan de Grote Beer nooit zo hangen. Bovendien klopt er niks van de onderlinge posities van de sterren: ik kan uit mijn hoofd een betere Grote Beer tekenen dan van Gogh hier heeft gedaan - terwijl hij gewoon over zijn schouder had kunnen kijken om het origineel te zien.

"Nou én?" zult u zeggen. "Het perspectief klopt ook nooit bij Van Gogh, dat wisten we allang. Hij schilderde de dingen zoals híj ze zag en voelde, begrijp je?"

Nee. Sorry, maar dat begrijp ik niet. Dat je de maan groot en geel maakt omdat je dat zo voelt of ziet, dat snap ik. Maar welk artistiek gevoel dwingt een volwassen kunstenaar nou om domweg het meest herkenbare sterrenbeeld van de hemel te kiezen en het zo potsierlijk (en verminkt) boven een stadje te hangen? Waar slaat dat op?”

 

 

 1494142-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg

Jonathan van het Reve (Amsterdam, 14 november 1983)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

 

In the Spirit House


Even when I was young I did

not think of cemeteries as sad.

To me they were quiet and peaceful

and housed spirits of those I loved.


When I became a father I often

brought my children to a cemetery

landscaped like a rural park.

We brought along a picnic lunch


and ate it and drank juice on a stone bench.

Sometimes we saw a rabbit or a pheasant

between tombstones. Periodically a diesel

commuter train ran along the back of the plot.


We played games and read books and I

pronounced the names carved in stone.

That world was populated with spirits

who became our friends, not enemies.


We did not walk in fear or dread.

We enjoyed the privacy of our park.

Nobody told us to go away.

Nobody told us to be quiet.

 

 

 

 

To a Valencia Orange


Thank you for waiting overnight

on the balcony in winter.

The curves of your rind

are delightful to the touch.

How willingly your skin

comes off when I pull.

How cool the feel of your

sections as I divide them

and lick your juice from

my fingertips.  How delicious

the taste of your flesh

and the explosion of your

juice on my tongue.

Orange of Valencia,

I give thanks for the burst

of sun you bring to my day.

 

 

 

 1494142-e01d4e98362b7866b059040702b06fbd.jpg

Norbert Krapf (Jasper, 14 november1943)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist René Desiderius de Clercq werd geboren in Deerlijk op 14 november 1877. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor René de Clercq op dit blog.

 

 

Hoort gij de eik?

 

Hoort gij de eik, o blode bomen?
Hij ruist daar, zwaar en zwart!
Hij droomt zijn donkere dromen,
de boom van mijn hart!

Zijn stam is rond, zijn kruin nog ronder,
zijn schors is ruw en hard.
Hij plooit noch boven noch onder,
de boom van mijn hart!

Waai stout, mijn eik, alover 't blode,
uw hoge vreugd en smart,
gij levende onder de dode,
gij, boom van mijn hart!

Het ruist te nacht door mijne ziele,
wanneer gij zingt en sart.
Val op mijn hoofd als ik kniele,
o boom van mijn hart!

 

 

 

Laat mij de nacht tot vriend

 

Laat mij de nacht tot vriend; de nacht is goed.
De sterren zijn ver en het duister zoet.

Laat mij de nacht tot vriend, en rust en rouw,
Dat ik hoor op mijn hart het geklop van mijn vrouw.

Dat ik hoor haar vermaan, verneem haar troost,
Haar liefde tot mij en haar angst voor haar kroost.

Laat me de nacht tot vriend; de dag is wreed.
Te nacht komt mijn dode en sust mijn leed.

 

 

 

1494142-7913dfdc3fcea98d822d7f0373b62795.jpg 

René de Clercq (14 november 1877 - 12 juni 1932)

 

 

 
De Engels-Mexicaanse schrijfster Chloe Aridjis werd geboren in New York op 6 november 1971 (en dus niet op 14 november zoals eerder vermeld). Zie ook alle tags voor Chloe Aridjis op dit blog.

 

Uit: Assunder

 

“They call us guards, warders, invigilators, room keepers, gallery assistants. We are watchmen, sentinels, but we don’t polish guns, shoes or egos. We are custodians of a national treasure, a treasure beyond value stored behind eight Corinthian columns of a neoclassical façade, the dreams of the ancients stuccoed to our building. And our title should honour that.
I came to my profession half by chance, half following an ancestral call. After stumbling upon an ad for a Travelling Exhibition Assistant, I applied for the position but found the vacancy had been filled. Yet the kind man who answered my call mentioned another opening, this one at the British Museum. A guard had just resigned due to the diagnosis of an incurable ailment, and decided he wanted to spend his remaining months staring at something other than nymphs and satyrs locked in battle. They offered him the choice of other wings but he said he wanted to leave London and retire from culture.
My time there didn’t last but it led me to my calling. After the British Museum came the National Gallery, and nine years later I have come to know all the paintings and panels better than the palm of my hand.
How will you handle the boredom, they had first asked at the job interview. I laughed before realising they were serious, and told them I didn’t easily grow bored. But you will, they warned, and I replied that I would then simply draw up lists in my head or count the number of skirts or stripes in the room. You’re meant to protect the works of art, they said, to which I replied of course, yes, I would.

Acedia plagues the novice much more than the experienced solitary; unlike some of the new guards, I do not suffer from boredom or listlessness. Half of us have the right temperament, the other half don’t.”

 

 

1494142-01e5efb4fbd7e0812052f6ffa36f217c.jpg 

Chloe Aridjis (New York, 6 november 1971)

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:28 Reageer op dit bericht

Peter Orner

Onafhankelijk van geboortedata:

De Amerikaanse schrijver Peter Orner werd in 1968 in Chicago geboren. Hij studeerde af aan de Universiteit van Michigan in 1990 en verwierf later een graad in de rechten van de Northeastern University en een MFA van de Iowa Writer's Workshop..Zijn oudere broer is Eric Orner, de maker van de strip The Mostly Unfabulous Social Life of Ethan Green. Orner heeft lange tijd gewerkt in Kamp Nebagamon, een overnachtingskamp in het noorden van Wisconsin , waar hij o.a. adviseur en reisleider was. Hij heeft ook gewerkt als waarnemer mensenrechten in Chiapas, Mexico, als taxichauffeur in Iowa. Orners verhalen en essays zijn verschenen in de Atlantic Monthly, The New York Times, The San Francisco Chronicle, The Paris Review en elders. Hij won twee keer won de Pushcart Prize. Orner kreeg een Guggenheim Fellowship (2006), evenals het 2 jaar durende Lannan Foundation Literary Fellowship (2007-2008). Een van Orner 's verhalen, "The Raft" werd verfilmd. In 2001 verscheen de bundel “Esther Stories”, waarvoor hij o.a. de Prize from the American Academy of Arts and Letters ontving. In 2006 publiceerde hij zijn roman “The Second Coming of Mavala Shikongo”, een roman die speelt in Namibië, waar Orner in de jaren negentig werkte. In 2011 volgde “Love and Shame and Love”, winnaar van de California Book Award. In 2013 verscheen een nieuwe bundel verhalen “Last Car Over the Sagamore Bridge”. Orner is professor Creative Writing aan de San Francisco State University en heeft gedoceerd aan de Writers ' Workshop van de Universiteit van Iowa, The Warren Wilson MFA Program van de University of Montana, Washington University, de Universiteit van Miami, Bard College en de Karelsuniversiteit in Praag.

Uit: The Second Coming of Mavala Shikongo

“The Volunteer

A brother from the diocese drove me out there from Windhoek. His name was Brother Hermanahildis. He was a silent man with a bald, sunburned head. The single thing he said to me in four hours was “I am not a Boer, I am pure Dutch. I was born in The Hague.” He drove like a lunatic. I watched the veld wing by, and the towns that were so far between. Brakwater, Okahandja, Wilhelmstal. Brother Hermanahildis seemed to be suffering from an excruciating toothache. At times he took both hands off the wheel and pulled on his face. I was relieved when we reached Karibib and he turned onto a gravel road heading south. Eventually, he let me off at a wind-battered tin sign—farm goas—and told me to follow the road, that the mission was just beyond the second ridge. When you get there, Brother Hermanahildis said, go and see the Father directly.
Ta-ta. With a suitcase in each hand, one backpack on my back, another on my stomach, I followed the road, a rock-strewn double-track across the veld. There were a number of ridges. I looked for one that might be considered a second one. The short rocky hills made it impossible to see what was ahead on the road, although in the distance I could see a cluster of smallish mountains rising. A few crooked, bony trees here and there. Strawlike grass grew like stubble up out of the gravel. Somehow I thought a purer desert might have been more comforting. Where were the perfect rippled dunes? Where was the startling arid beauty? These plants looked like they’d rather be dead. I listened to the crunch of my own feet as I shuffled up and over ridges. There was no second ridge. There would never be a second ridge.
An hour or so later, sweat-soaked, miserable, I stood, weighted and wobbly, and looked down on a place where the land swooped into a kind of valley, a flat stretch of sand and gravel. There was a group of low-slung buildings painted a loud, happy yellow.
There was a hill with a tall white cross on top. Hallelujah! As best I could I bumbled down the road until I reached a cattle gate made from bedsprings lashed to a post. The gate was latched closed by a complicated twist of wire. As I struggled with the wire, a rotund man in a khaki suit moved slowly but inevitably down the road toward me, as if being towed by his own stomach. When he reached the other side of the gate he stopped. He faced me for a moment before he spoke much louder than he needed to. “Howdy.”

 

 1597713-29cbfc8e16e563ced3b9161dbd77b8cf.jpg
Peter Orner (Chicago, 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten