Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 november 2013 tot 28 november 2013

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Vrede zij met U

Zo zal geschieden, aldus, zoals beschreven:
Glorie nadert zonder vleugelslag.

Bazuingeschal ontbreekt. De poort van het Paradijs
staat op een kier, ook ongeolied kniert zij niet.

Daarachter: Eeuwigheid.

Het heet daar immer vrijdag, alleen het licht
lijkt anders (voor wie het ziet; een permanente

dinsdag halfweg maart – bijwijlen sneeuw,
een schuinse zon zonder de moeheid
van september) .

Een engel bleek als lamsleer –
bij nader inzien staat zijn rok vol uitgewiste tekens –

keert de dividenden uit en doopt de hemel Winst

(St. James’ Park rond lunchtijd: klerken en scholieren,
koperblazers, narcissen, broodjes tonijn
en sluimerende eenden).

Toch slaat men ginds nog dweilen uit,
giet emmers loog leeg,

hangt daar lucht van bier op de puien

(wat enigszins verbaast gezien er vrede heerst
en nergens vuil).

Ook zijn daar nog journaals met wisselkoersen
en de index, en zelfs oorlog:

stormen van lieflijkheid boven de ijskap.

Wat dood is herrijst dan spoorslags uit de puinen
– slaat sterven uit plooien,

schudt hoofden,
haalt schouders op.

 

Ik was de schikgodin

Ik was de schikgodin van serge en katoen.
Een stiefzus van de tijd. Ik vlocht netten
voor een ziel van vlees en bloed.
Genadig zond het lot mij spoken
voor mijn rokken. Mijn dames
waren schepen. ik sneed zeilen
voor hun mast. Hoe jankte niet
de kast, alsof haar vliezen braken
toen ze gingen. Wie schept,
baart sterven. Ik knipte
navelstrengen door, ik leerde
zonder zakdoek wuiven.

 

1503164-42f70da1939fe21dc6592c0bfc8c74da.jpg
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook alle tags voor Alberto Moravia op dit blog.

Uit: Two Friends (Vertaald door Marina Harss)

“The woman, a widow, lived alone in her tiny apart-ment. Maurizio usually went to s her in the eve-nings. During the day he kept his old habits and oftens Sergio. The woman, who was jealous and didnot completely trust Maurizio, often subtly reproachedhim about his friendship with Sergio. She was a con-ventional woman; in her eyes, poverty was the worstpossible defect a person could have. In her opinion,Maurizio, who was so much wealthier than Sergio,should associate only with his equals. Moreover, shebelieved that Sergio was not a true friend and attachedhimself to Maurizio only because of his wealth. Howcould Maurizio not see this? And on, and on. Thewoman, who was German by birth, concealed her hos-tility toward Sergio; in fact, she always affected a sick-eningly sweet manner in his presence. But she oftensaid to Maurizio: “I’m sure that if I made eyes at yourdear friend, he would not think twice about betrayingyou.” Though Maurizio was convinced that this wasnot true, and was sure of Sergio’s loyalty, he did notvigorously protest, because, deep down, these insinu-ations were convenient to him.
(…)

The woman felt that she had heard enough, andshe sent Sergio away, with the pretext that Mauriziowas so late already that he would probably not comeat all.That same evening, when Sergio was having din-ner with his family, Maurizio called. Sergio came to the phone, thinking that his friend wanted to make anappointment for the next day. But instead, Mauriziosaid: “What did you say to Emilia? What ideas haveyou gotten into your head?” He sounded irritated,but there was something else as well. Sergio thoughthe heard contempt in his voice. He answered vehe-mently: “Nothing that wasn’t true.” At the other endof the line, Maurizio’s voice pressed on, more vio-lently: “Indiscreet and voluble as usual . . . There arethings one just shouldn’t do . . . You don’t visit yourfriend’s lover in order to speak ill of him . . . You haveno manners . . . It’s completely crazy.”

 1503164-aff132ebca8b95a3440869d89a87523f.jpg
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook alle tags voor Hugo Pos op dit blog.

Uit: De dood van mijn grootvader

“Ik kom uit een muzikale familie. Twee gebroeders Pos, beiden musici, zijn na de val van Napoleon om onnaspeurbare redenen in Suriname terechtgekomen en daar blijven hangen. Ik neem aan dat ze de kost verdienden door het geven van pianoles aan dochters van rijke plantagedirecteuren en kooplieden. Phili Samson, een verdienstelijk man, die je met recht een stadsarchivaris zou kunnen noemen, heeft een oud programma opgedoken, waaruit blijkt dat de gebroeders in 1833 ter gelegenheid van het bezoek van de eerste Oranjeprins aan Suriname (hij was adelborst op een oorlogsschip) een concert hebben gegeven. Volgens een Duitse musicoloog, die het heeft geanalyseerd, stond het programma op hoog peil en was niet verschillend van wat er in die dagen in Leipzig en Dresden ten gehore werd gebracht.

Mijn vioolles begon elke donderdagmiddag om zes uur precies. Dan kwam Ping Ping vanuit de richting van zijn huis de Gravenstraat af fietsen. Mijn moeder stond op het balkon van ons huis te kijken om me te waarschuwen wanneer hij er aankwam. Dat was nodig, omdat ik het muziekboek met de études van Spohr, die ik de afgelopen week had moeten instuderen, meestal op het laatste ogenblik opende.

Ik wilde liever niet hebben dat de man erachter zou komen dat ik pas een kwartier voor hij kwam aan mijn oefeningen begon. ‘Hij komt,’ riep mijn moeder en verdween dan in de slaapkamer. Ik legde de viool haastig neer in de kist en plaatste haar op tafel bij de muziekstandaard. Zodra hij binnen was en op de gemakkelijke stoel, die voor hem klaarstond, was gaan zitten, deed ik de kist open, streek met een brok hars langs de strijkstok, plaatste het instrument onder de kin, deed alsof ik luisterde naar het trillen van de stemvork en begon te spelen.”

 1503164-3256a14baec748409ffd0a847a03023e.jpg
Hugo Pos (28 november 1913 - 11 november 2000)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Stefan Zweig op dit blog.

Uit:Der Stern über dem Walde

“Einmal, als sich der schlanke und sehr soignierte Kellner François beim Servieren über die Schulter der schönen polnischen Gräfin Ostrowska herabneigte, geschah etwas Seltsames. Nur eine Sekunde währte es und war kein Zucken und kein Erschrecken, keine Regung und Bewegung. Und doch war es eine jener Sekunden, in die tausende Stunden und Tage voll Jubel und Qual gebannt sind, gleichwie der großen dunkelrauschenden Eichen wilde Wucht mit all ihren wiegenden Zweigen und schaukelnden Kronen in einem einzigen verflatternden Samenstäubchen geborgen ist. Nichts Äußerliches geschah in dieser Sekunde. François, der geschmeidige Kellner des großen Rivierahotels beugte sich tiefer hinab, um die Platte dem suchenden Messer der Gräfin besser zurecht zu legen. Doch sein Gesicht ruhte diesen Moment knapp über der weichgelockten duftenden Welle ihres Hauptes, und als er instinktiv das devot gesenkte Auge aufschlug, sah sein taumelnder Blick, in wie milder und weißleuchtender Linie ihr Nacken sich aus dieser dunklen Flut in das dunkelrote bauschende Kleid verlor. Wie Purpurflammen schlug es in ihm auf. Und leise klirrte das Messer an die unmerklich erzitternde Platte. Obzwar er aber in dieser Sekunde alle Folgenschwere dieser jähen Bezauberung ahnte, meisterte er gewandt seine Erregung und bediente mit der kühlen und ein wenig galanten Verve eines geschmackvollen Garçons weiter. Er reichte die Platte mit geruhigem Gange dem steten Tischgenossen der Gräfin, einem älteren, mit ruhiger Grazie begabten Aristokraten, der mit fein akzentuierter Betonung und einem kristallenen Französisch gleichgültige Dinge erzählte. Dann trat er ohne Blick und Gebärde von dem Tisch zurück.“

1503164-be4fe74f4f6dcbcc9d4c83f65b8dea5c.jpg 
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Sherko Fatah op dit blog.

Uit: Ein weißes Land

„Ich sah ihm nach, als er aus dem Saal verschwand. Wir hatten kein Wort gewechselt, obwohl wir einander verstanden hätten. Ich hatte geglaubt, Dr. Stein sei mit den hiesigen Sitten vertraut. Die natürliche Autorität, mit der er sich bewegte und kurze Anweisungen auf Englisch gab, die ruhige Art, in der er seine Hände hob, um wie ein erstarrter Dirigent zu warten, bis jemand vom Personal ihm die Gummihandschuhe von den Händen zog, all das hätte mich nie zweifeln lassen an der Kompetenz des Arztes. Doch dieser Mann verstand nichts. Anstatt mich mit dem Zettel loszuschicken, auf dem Dinge notiert waren, die er brauchte,

ging er selbst in den Basar. Ich war erstaunt, als er mit den kleinen Paketen zurückkam, sich mir vorsichtig näherte und die Sachen hinhielt wie Geschenke. Doch ich sollte sie nur verwahren, bis der Doktor am frühen Abend nach Hause ging.

Das war nicht richtig. Es war beleidigend. Ich sah es ihm nach. Schließlich war dieser Mann hier ein Fremder. Er konnte nicht wissen, dass jeder Fremde, noch dazu ein so wichtiger wie er, Anspruch auf jemanden hatte, der seine Einkäufe erledigte, seine

Briefe holte oder wegbrachte oder ihn zu Leuten führte, die er besuchen wollte. Er hätte es lernen können, wenn er nur einmal gefragt hätte. Dann aber, dachte ich und wiegte den Kopf, hätte er vielleicht auch mehr erfahren, als ihm lieb war. Er hätte mich erkannt, und alles, was wir gesehen hatten, wäre in diesem Augenblick anwesend gewesen, hätte den Raum zwischen uns erfüllt.

So aber saß ich tagein, tagaus auf meinem Stuhl am Fenster, starrte in den Saal oder auf den Hof des Krankenhauses hinaus und wartete. Jedes Mal, wenn der Doktor erschien, fuhr ich zusammen und richtete mich auf, weil ich erwartete, beansprucht zu werden. Und jedesmal war es eine kleine Enttäuschung, wenn es nicht geschah.“

 1503164-71ae3cb32b538b29ddb8e381e6976cca.jpg
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

Why Was Cupid a Boy

Why was Cupid a boy,
And why a boy was he?
He should have been a girl,
For aught that I can see.
For he shoots with his bow,
And the girl shoots with her eye,
And they both are merry and glad,
And laugh when we do cry.
And to make Cupid a boy
Was the Cupid girl's mocking plan;
For a boy can't interpret the thing
Till he is become a man.
And then he's so pierc'd with cares,
And wounded with arrowy smarts,
That the whole business of his life
Is to pick out the heads of the darts.
'Twas the Greeks' love of war
Turn'd Love into a boy,
And woman into a statue of stone--
And away fled every joy.

1503164-9db0ac6590eef63066a79fdc54e26296.jpg
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
William Blake: The sun at his eastern gate, 1820

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook mijn blog van 28 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Navid Kermani, James Agee, Nicole Brossard, Philippe Delerm, Jacques Godbout, Jos. Habets

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Über den Zufall

„Daß ich in der Vorlesung auf Jean Paul und Hölderlin eingehen müßte, wenn ich über den Roman sprechen wollte, den ich schreibe, genau gesagt über die Poetik des Romans, den ich schreibe, stand fest, noch bevor ich mich für den Haupttitel entschied, mit dem ich nun hadere. Der Roman selbst, den ich schreibe, bildet seine Poetik im Laufe der Lektüre von Jean Paul und Hölderlin aus. Eigentlich müßte ich zuerst über Hölderlin sprechen und dann erst über Jean Paul, weil der Enkel, Sohn, Vater, Mann, Liebhaber, Freund, Romanschreiber, Berichterstatter, Orientalist, die Nummer zehn oder Navid Kermani zunächst Hölderlin liest und erst sehr viel später Jean Paul. Indes habe ich in meinem Brief an die Universität Frankfurt, ohne es zu bedenken, im Untertitel der Vorlesung zuerst Jean Paul genannt, weil sich dadurch im Satz klanglich ein Ausströmen von den beiden einsilbigen Namen Jean und Paul über das dreisilbige Hölderlin zur längsten Einheit ergab, der Roman, den ich schreibe. Niemand würde mich hindern, wenigen es auch nur auffallen, wenn ich trotz der Reihenfolge im Untertitel dennoch mit Hölderlin begänne. Was mich daran hindert, die Reihenfolge umzukehren, ist eben die Poetik von der ich in der nächsten Stunde und an den vier kommenden Dienstag, so Gott will, zu Ihnen sprechen werde.
Wenn Sie den Roman kennten, den ich schreibe, würden Sie sehen, daß ich darin stets bemüht bin, dem zu folgen, was sich von selbst ergibt, »schlafen, wenn man müde ist, essen, wenn man hungert«, wie der Meister Baso Matsu im achten Jahrhundert die Lehre des Zen-Buddhismus zusammenfaßte.“ 

 1502546-85411dc1ae4e2181f70710159db9759a.JPG
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

De Amerikaanse dichter en prozaïst James Agee werd geboren in Knoxville, Tennessee.op 27 november 1909. Zie ook alle tags voor James Agee op dit blog.

Uit: A Death in the Family

“Finally she stopped at a corner to wait for a streetcar, turning her back to him, and pretending he wasn't even there, and after trying to get her attention for a while, and not succeeding, he looked out at the audience, shrugged his shoulders, and acted as if she wasn't there. But after tapping his foot for a little, pretending he didn't care, he became interested again, and with a charming smile, tipped his derby; but she only stiffened, and tossed her head again, and everybody laughed. Then he walked back and forth behind her, looking at her and squatting a little while he walked very quietly, and everybody laughed again; then he flicked hold of the straight end of his cane and, with the crooked end, hooked up her skirt to the knee, in exactly the way that disgusted Mama, looking very eagerly at her legs, and everybody laughed loudly; but she pretended she had not noticed. Then he twirled his cane and suddenly squatted, bending the cane and hitching up his pants, and again hooked up her skirt so that you could see the panties she wore, ruffled almost like the edges of curtains, and everybody whooped with laughter, and she suddenly turned in rage and gave him a shove in the chest, and he sat down straight-legged, hard enough to hurt, and everybody whooped again; and she walked haughtily away up the street, forgetting about the streetcar, "mad as a hornet!" as his father exclaimed in delight; and there was Charlie, flat on his bottom on the sidewalk, and the way he looked, kind of sickly and disgusted, you could see that he suddenly remembered those eggs, and suddenly you remembered them too. The way his face looked, with the lip wrinkled off the teeth and the sickly little smile, it made you feel just the way those broken eggs must feel against your seat, as queer and awful as that time in the white pekay suit, when it ran down out of the pants-legs and showed all over your stockings and you had to walk home that way with people looking; and Rufus' father nearly tore his head off laughing and so did everybody else, and Rufus was sorry for Charlie, having been so recently in a similar predicament, but the contagion of laughter was too much for him, and he laughed too.”

1502546-9ce6c888e498496bb2d1333b48ce4d84.jpg 
James Agee (27 november 1909 - 16 mei 1955)

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

Uit: Soft Link 3

“It’s names of places, cities, climates that haunt. Characters. Clear mornings, a fine rain that falls all day, rare images from elsewhere and America, two natural disasters that make us close ranks amid corpses, it’s quiet or violet acts, mortars, ice cubes in glasses at cocktail hour, noise of dishes or a slight stutter that momentarily torments, a slap, kiss, it’s names of cities like Venice or Reading, Tongue and Pueblo, names of characters Fabrice Laure or Emma. Words honed over years and novels, words we spoke with halting breath laughing spitting sucking an olive, verbs we add to the pleasure of lips, to success, to sure death. It’s words like cheek or knee and still others further than we can see that leave us teetering on the edge of the abyss, to stretch like cats in morning it’s words that keep us up till dawn or make us flag down a cab on a weekday night when the city’s asleep before midnight and solitude is caught like an abscess in the jaw. It’s words spoken from memory, in envy or pride often words uttered with love while layhing our hands behind the head or pouring a glass of port.”

 1502546-c975051384df469113f61a3e7ce33ddf.jpg
Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

De Franse schrijver Philippe Delerm werd geboren op 27 november 1950 in Auvers-sur-Oise. Zie ook alle tags voor Philippe Delerm op dit blog.

Uit: Ma grand-mère avait les mêmes

“V‘là l ‘bord d ‘la nuit qui vient.
Celle-là, c’est la marque d’une seule personne.
Une belle personne. Madame Hermier était l’épicière. Elle est morte depuis quinze ans au moins. C’est elle qui régentait le quartier, avec, sous son apparence revêche, un sens de l’équité sans concession. Première rencontre un jour de panne d’électricité :
-Mon pauv’ monsieur, j’veux bien vous vendre trois bougies, mais pas la boîte. Il en faut pour tout le quartier.
Au fil des ans, elle était devenue une amie, venait à la maison partager la galette des rois, bavardait un peu, et disait tout à coup :
-J’vais renter. V’là l’bord d’la nuit qui vient.
Des mots entendus, des mots qu’elle inventait ? Peu importe. Les mots de Madame Hermier. J’aime les soirs précoces à cause d’elle, la sagesse solitaire de ses dimanches d’hiver. Rien ni personne ne l’attendait, mais il fallait rentrer avant la nuit. Peut-être une manière de ne pas vouloir nous importuner trop longtemps, de couper court à nos mais vous avez le temps. Comment la retenir, puisque le bord de la nuit venait ?
Le bord de la nuit. La nuit devient une matière, un tissu, les heures s’installent et nous mettent un manteau. Nos mouvements doivent suivre, s’envelopper dans cette amplitude du ciel, marcher à l’amble. Madame Hermier ne redoutait guère les deux cents mètres nocturnes de trottoir qui l’eussent ramenée chez elle sous les réverbères.
Mais c’était aussi une politesse de suivre le rythme du jour. Jehan Rictus appelait le crépuscule « le furtif ». Voilà. Madame Hermier voulait rentrer à la lisière du furtif.“

 1502546-b9fa3584b931ccf1ec9f3f669ccdbdda.jpg
Philippe Delerm (Auvers-sur-Oise, 27 november 1950)


 

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook alle tags voor Jacques Godbout op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

Uit: Operation Rimbaud  (Vertaald door Patricia Claxton)

“I joined the Jesuits, I studied theology and other futilities. Ignatius of Loyola provides the rule and the uniform, and we of the rank and file provide the conceit and ambition. I am a summa cum laude graduate of one of the universities of our Intelligence Branch, in Chicago. It should be understood that, while the Company works closely with people in Intelligence (as it's called in English), the Superior General of the Jesuits, who is in Rome, should not bear the brunt of blame for the escapades of some of his soldiers. I must stress that all Jesuit fathers are not spies just because they belong to an international congregation; the problem is the Company's penchant for secrecy of the kind cultivated by secret services. You never know whether this chemistry professor at our college in Tokyo, or that Latin teacher in Timbuktu, is working for the greater glory of God or the greater power of the West. These divided loyalties do add spice to the vocation. It's a simple matter: true Jesuits wear hair shirts to conquer their perverse impulses, and false Jesuits use their black robes to hide their lusts — which makes them all the worse, Papa would have said. When I left university at the age of twenty-four, I took my mercenary vows: poverty, chastity, mendacity. They started me off with some delicate little jobs in Greece, where our archaeologists were being watched too closely by the authorities, then in Singapore, where the government was jeopardizing our imports of Cuban tobacco. I loved travelling, interminable meals taken in the company of aging fathers, theological problems raised by science, philosophical discussions, the practice of mental restriction, and the charm of mature women attracted by my cassock. An exquisite routine until this mission, which, for all my efforts, as I have said, has taken a turn as corrosive as sulphuric acid. Wealth, allurement, rebellion ...”

 1502546-2e2a0f71f4b01195234976a759ba20a5.jpg
Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

 

De Nederlandse schrijver, priester en archivaris Joannes Josephus (Jozef) Habets werd geboren in Oirsbeek op 27 november 1829. Zie ook alle tags voor Jos. Habets op dit blog en ook mijn blog van 27 november 2010.

Uit: Jacobus van den Borgh

“Op dit voorouderlijk kasteel werd geboren Gerard Petersen van den Borgh, een tresselijk katholiek en zeer godvruchtig man, die ter oorzake dezer verwoesting naar Amsterdam is vertrokken, alwaar hij in huwelijk trad met Anna Janssen de Boys, eene jonge dochter van eerlijke afkomst, bijzondere godsvrucht en groote mildadigheid jegens den armen en behoeftigen man. Uit dit voortreffelijk en goedaardig paar werd omstreeks het jaar 1560, te Amsterdam in hun huis en erf genaamd ‘Den Orgel’ Jacobus Van den Borgh geboren.
Na zijne voorbereidende studiën te Amsterdam voltrokken te hebben, bezocht hij op aanraden van zijn bloedverwant en stadgenoot, Dr Joannes Jansonius, president van het Pauscollegie
te Leuven, deze wijdberoemde universiteit. Hij verwierf er den graad van Licentiaat in de Godgeleerdheid en werd in 1585 priester gewijd. Na achtervolgens de ambten van pastoor te Linden, pastoor van het begijnhof te Leuven en deken van dat distrikt bekleed te hebben, verwierf hij den doctoralen hoed en werd in 1605 in de plaats van Jan Clarius, tot professor en president van het groot collegie der Theologie benoemd.
Hij werd eindelijk in 1611 in de domkerk van Mechelen tot de bisschoppelijke waardigheid verheven, en nam den 19 Mei van hetzelfde jaar, zijnen bisschoppelijken zetel van Roermond plegtig in bezit.”

 1502546-ca385a70b9bca47712ff62c6d785411c.jpg
Jos. Habets (27 november 1829 - 22 juni 1893)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e November ook mijn blog van 27 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten