Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 28 november 2013 tot 29 november 2013

In Memoriam Hermine de Graaf

 

In Memoriam Hermine de Graaf

De Nederlands schrijfster Hermine de Graaf is op 62-jarige leeftijd overleden. Hermine de Graaf werd geboren in Winschoten op 13 maart 1951.Zie ook alle tags voor Hermine de Graaf op dit blog.

 Uit: Een kaart, niet het gebied

“Het stadje waarin ze woonde was niet interessant voor kinderen, een groep huizen, straten erdoorheen die stervormig naar het middelpunt, een marktplein liepen. Op dat plein stonden parkeermeters bij rechthoekige vakken, er midden op verhief zich de kerk. Net een begraafplaats met grafzerken die hongerig riepen om kwartjes… dat was zo’n beetje alles wat er over het plaatje te vertellen viel”.
(...)

 Als wij winkelruiten of spiegels voorbij liepen, volgde ik zijn ogen die het niet na konden laten er blikken in te werpen, waren de ruiten vuil of de spiegels verweerd dan zag ik ogen die boos spatten….’, ‘Spiegels kunnen mensen rechtstreeks met hun beeltenis confronteren, als er niets in de wereld zou zijn dat je beeltenis kon weerkaatsen, dan zou je op grond van andere tekens een beeld van jezelf moeten vormen, meer gebaseerd op je innerlijk en gericht op wat anderen over je zeiden. Het zou voor Simon beter geweest zijn…’

 
1503822-ba90ea1d69ff141bc0884f8ad8849f12.jpg

Hermine de Graaf (13 maart 1951 – 29 november 2013)

Geschreven door Romenu om 20:30 Reageer op dit bericht

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Wilhelm Hauff

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 
THE LIBERATION OF BERLIN ZOO
(1945)

"Whenever you see a green space in Berlin be very suspicious." Pieke Biermann

A shell ladders the wire fence top to bottom -
skids to its middle in mud, a huge sizzling clove.
And out they stalk under wide noonlight –

wary at first, casting this way and this
with the yellow of hunger that winks
in phosphorescent coins.   The cats currmurr –

a liquid that beats in their throats low and thick,
almost a cello.   Movement stirs instinct -
ankles, wrists, pale exposures of neck.

Jaguar begins.   Her continents of muscle
flinch.   She unwinds her crouch into the convoy's
parallel herd - embraces from behind, full pelt,

a traffic policeman, his white-gloved salute
the flash of a doe's tail.   In the act of being
savaged his hands signal on - and for seconds

diverted trucks respond without dent or screech.
On Tiergartenstrasse, Panther is surprised
onto its haunches by Oberkommandierender Guttmann

rounding a bend.   Animal meets animal.   Panther
grins - lifts a black velvet claw.   Guttmann
raises a hand.   And for a moment they are old

co-conspirators slapping pad to palm - before
a single swipe opens a flap in Guttmann's pot
neatly through the buttonhole, spills his coils

into winter which at last he feels, threading him.
Panther swills bloodwine.   Fangs the sweet cakes
of a half-digested Limburger lunch.

Orang-utan has mounted a tram.   Points back
at children, one arm trailed in a mockery of style,
chin cocked to velocity's breeze.   Tonight she'll drag

knuckles right up the Reichstag steps, plant
a trained suck on the cheek of the porter.   His look
will pale her into intelligence.   On Potsdamer Platz

Zho crops turf.   Her eyes betray a sidewise disposition
towards predators louche in the alleys behind speakeasy
and bar.   Yet something is missing from the maw

of buildings - a tooth pulled from history to make
this square of sward, which Zho crops simply because
it grows, because it ranks so unnaturally green.

Last is Python.   Her anvil head, by degrees,
jacks towards dim hammerings of free air, grim
to push the die-cast snout into any nest of blood.

The cold slides into her.   She slops into culverts
heavy as a rope of copper - moulds to the sewers,
wraps the city in coils of intention.   Develops

a rattle for Russia, a string of diamond yellows
for Poland.   She winds up a tension.   And Berlin ticks
inwards, becomes a city breathless, a gasp of dust

where Volkswagens are specks, circling crazily.
But there is nothing to fear.   Not now.   The cats
have had their fill - only pawprints lead through snow

down to the mouths of alleys.   A white-gloved
claw is on the kerb.   The people walk round it, pull
tight their collars.   Eventually, from a windowbox

in Charlottenburg Palace, a single petal of phlox
will bear down into the shallow cup of its palm
with all the weight of a snowflake.

 

 1503765-e2655a975324a3810e6c2d8c60e836d8.jpg
Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

De Italiaanse schrijver, schilder, arts en politicus Carlo Levi werd geboren op 29 november 1902 in Turijn. Zie ook alle tags voor Carlo Levi op dit blog.

Uit: Christus kwam niet verder dan Eboli (Vertaald door Margriet Agricola)

“Giulia was als een berg die door de wind en de regens gegeseld wordt, en waaruit een vriendelijk groen heuveltje oprijst. Giulia’s zoontje was namelijk rond en mollig en altijd even vriendelijk en goedlachs. Hij kon nog niet zo goed praten en ik begreep lang niet alles wat hij zei als hij door mijn kamers struinde en achter Barone aan zat. Nino deelde alles wat hij kreeg met Barone: zijn gedroogde vijgen, zijn stukken brood en ook het lekkers dat ik hem gaf. Hij ging dan op zijn tenen staan en hield de hand met het hapje voor Barone zo hoog mogelijk, zodat die er niet bij kon. De hond was echter veel groter dan hij, en al spelend en vrolijk springend ontfutselde hij Nino de lekkernijen, maar hij lette altijd goed op dat hij het kind geen pijn deed. Als Barone op de grond ging liggen, ging Nino over hem heen liggen en dan lagen ze samen te spelen. Na een tijdje viel Nino moe van het spelen in slaap, en dan bleef Barone als een kussentje onbeweeglijk onder hem liggen en durfde nauwelijks adem te halen uit angst hem wakker te maken. Zo brachten zij uren door op de keukenvloer.”

 1503765-51d12f4fdf39180113450f3d62bc4f81.jpg
Carlo Levi (29 november 1902 – 4 januari 1975)

 

De Belgische schrijver Jean-Philippe Toussaint werd op 29 november 1957 geboren in Brussel. Zie ook alle tags voor Jean-Philippe Toussaint op dit blog.

Uit: The Bathroom (Vertaald door Nancy Amphoux en Paul De Angelis)

« 5. Edmondsson finally alerted my parents.

6. Mom brought me pastries. Sitting on the bidet with the open box wedged between her legs, she arranged the pastries in a soup plate. I thought she seemed ill at ease, she'd been avoiding my eyes ever since she came in. She raised her head with a weary sadness, made as if to say something but didn't, picked out the eclair, and bit into it. You need some distraction, she told me, sports, I don't know. She wiped the corners of her mouth with her glove. There's something suspicious about the need to be diverted, I replied. When I added, almost smiling, that there was nothing I feared less than diversions, she saw there was no use arguing with me and, mechanically, held out a napoleon.

7. Twice a week I would listen to the radio broadcast of the day's play for the French soccer championship. The program lasted two hours. From a studio in Paris the announcer would orchestrate the voices of the reporters covering the matches in the different stadiums. Believing that soccer gains in the imagining, I never missed these dates. Lulled by warm human voices, I would listen to their reports with the lights off, sometimes with my eyes close. »

 1503765-adf481fc2534ee727cae190f6c4e91ee.jpg
Jean-Philippe Toussaint (Brussel, 29 november 1957)

 

De Ierse schrijver C.S. Lewis werd geboren op 29 november 1898 in Belfast. Zie ook alle tags voor C. S. Lewis op dit blog.

Uit:Till We Have Faces

“And now we are coming to that part of my history on which my charge against the gods chiefly rests; and therefore I must try at any cost to write what is wholly true. Yet it is hard to know perfectly what I was thinking while those huge, silent minutes went past... Anyway, my whole heart leaped to shut the door against something monstrously amiss; not to be endured. And to keep it shut. Perhaps I was fighting not to be mad myself.
But what I said when I got my breath (and I know my voice came out in a whisper) was simply, "We must go away at once. This is a terrible place."
Was I believing in her invisible palace? A Greek will laugh at the thought. But it's different in Glome. There the gods are too close to us... No door could be kept shut. Yes, that was it; not plain belief, but infinite misgiving – the whole world (Psyche with it) slipping out of my hands.
(…)

She was as certain of her palace as of the plainest thing... This valley was indeed a dreadful place; full of the divine, sacred, no place for mortals. There might be a hundred things in it that I could not see.... A sickening discord, a rasping together of two worlds, like the two bits of a broken bone.”

 1503765-7a9bbe79baf9bf98a8f5c34215df0ba7.jpg
C.S. Lewis (29 november 1898 – 22 november 1963)

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Hauff werd geboren inStuttgart op 29 november 1802. Zie ook alle tags voor Wilhelm Hauff op dit blog.

Bin einmal ein Narr gewesen...

Bin einmal ein Narr gewesen,
Hab geträumet, kurz doch schwer;
Wollt in schönen Augen lesen,
Daß von Lieb was drinnen wär.

Selig von der Vahr bis Bremen
Schwatzt ich zu der Holden mein;
Muß mich wahrlich heut noch schämen,
Daß ich solch ein Narr konnt sein.

Und die Glut, die in mir brannte,
Barg ich unter heitrem Scherz.
Von dem lieben Schwabenlande
Sprach ich zu dem kalten Herz.

Wollte sie zur Heimat locken,
Wollte alles ihr gestehn,
Doch sie sprach ganz kalt vom Brocken,
Dort sei alles gar zu schön.

Meine Lieb, mein Herz, mein Schwaben
Sind für dich zu eng, zu klein,
Größer willst du alles haben,
Nun so mag dein Harz dich freun!

Fahre wohl, du kaltes Wesen,
Freier blick ich um mich her,

Bin einmal ein Narr gewesen,
Hab geträumet kurz, doch schwer.

 

 1503765-88e37ef8e58de2b2c1b8e20f1001c65c.jpg
Wilhelm Hauff (29 november 1802 - 18 november 1827)
Monument inLichtenstein-Honau (detail)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn blog van 29 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Jean Senac

De Algerijnse, Franstalige, dichter en schrijver Jean Senac werd geboren op 29 november 1926 in Beni Saf in de regio Oran in Algerije, als zoon van een onbekende vader. Senac was een Algerijn die sterk hechtte aan zijn Algerijnse nationaliteit. Zijn gedichten waren grotendeels revolutionaire liederen waarvan hij hoopte dat ze zouden bijdragen aan een wereld van schoonheid en broederschap in een Algerije dat open stond voor alle culturen. Een diepgaande zoektocht naar identiteit, zowel persoonlijk als cultureel en zijn strijd om acceptatie te vinden als homoseksueel kenmerkte zijn hele leven. Senac was een groot bewonderaar van het werk van dichters als Gerard de Nerval, Arthur Rimbaud, Antonin Artaud en Jean Genêt. Een langdurige vriendschap verbond hem met de in Algerije geboren schrijver en Nobelprijswinnaar Albert Camus. Deze duurde van 1947 tot 1958. In april 1958 verbrak hij de relatie met Camus omdat deze een Algerijnse student, genaamd Taleb, niet ondersteunde. Taleb werd uiteindelijk geëxecuteerd wegens zijn politieke activiteiten tegen de Fransen. In 1965 kwam Houari Boumédiène aan de macht in Algerije. Senac werd in toenemende mate het slachtoffer van laster en beledigingen. Ook werd hij heftig aangevallen in de pers en in 1972 werd zijn werk verboden. Vrienden drongen er bij hem op aan Algerije te verlaten, maar hij bleef, In de nacht van 29 op 30 augustus 1973 werd hij in Algiers vermoord. De moord op hem werd nooit opgelost. Een deel van zijn nalatenschap wordt bewaard in het Stadsarchief in Marseille.

 

Le poème

Je parle pour boucher les trous de ton étoffe
amour
je continue mon sommeil animant
Si tu ne viens pas
que sera ma strophe
un rail de plainte interminable
hache de sanglots contre mes lecteurs
Le centre du temps est un arbre atroce un arbre de sable où germent
les clous le cœur est torture véloce un mot nous broie les genoux
Si tu ne viens pas je parle et j’existe
quel feu donnera
ce bois d’orgue triste
j’écris pour appeler un temps plus beau que nous
Et pour les transparents qui souffleront l’argile.

 

Quelqu’un

Le bruit des pages tournées…
Non, c’est un rêve.

Entre deux portes l’air…
Non (reprends ta lecture).

Cette paille qui tremble sous le toît…
Rentre tes mains. Réchauffe-les.

Ce bruit…
C’est un réveil.
Cet autre…
Le cheval.

La nuit coule, froide, blanche,
entre l’oreille et le coeur.

 

 

 1559761-ff32bc16281a320c197abe1b48aab794.jpg
Jean Senac (29 november 1926 – 30 augustus 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Vrede zij met U

Zo zal geschieden, aldus, zoals beschreven:
Glorie nadert zonder vleugelslag.

Bazuingeschal ontbreekt. De poort van het Paradijs
staat op een kier, ook ongeolied kniert zij niet.

Daarachter: Eeuwigheid.

Het heet daar immer vrijdag, alleen het licht
lijkt anders (voor wie het ziet; een permanente

dinsdag halfweg maart – bijwijlen sneeuw,
een schuinse zon zonder de moeheid
van september) .

Een engel bleek als lamsleer –
bij nader inzien staat zijn rok vol uitgewiste tekens –

keert de dividenden uit en doopt de hemel Winst

(St. James’ Park rond lunchtijd: klerken en scholieren,
koperblazers, narcissen, broodjes tonijn
en sluimerende eenden).

Toch slaat men ginds nog dweilen uit,
giet emmers loog leeg,

hangt daar lucht van bier op de puien

(wat enigszins verbaast gezien er vrede heerst
en nergens vuil).

Ook zijn daar nog journaals met wisselkoersen
en de index, en zelfs oorlog:

stormen van lieflijkheid boven de ijskap.

Wat dood is herrijst dan spoorslags uit de puinen
– slaat sterven uit plooien,

schudt hoofden,
haalt schouders op.

 

Ik was de schikgodin

Ik was de schikgodin van serge en katoen.
Een stiefzus van de tijd. Ik vlocht netten
voor een ziel van vlees en bloed.
Genadig zond het lot mij spoken
voor mijn rokken. Mijn dames
waren schepen. ik sneed zeilen
voor hun mast. Hoe jankte niet
de kast, alsof haar vliezen braken
toen ze gingen. Wie schept,
baart sterven. Ik knipte
navelstrengen door, ik leerde
zonder zakdoek wuiven.

 

1503164-42f70da1939fe21dc6592c0bfc8c74da.jpg
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook alle tags voor Alberto Moravia op dit blog.

Uit: Two Friends (Vertaald door Marina Harss)

“The woman, a widow, lived alone in her tiny apart-ment. Maurizio usually went to s her in the eve-nings. During the day he kept his old habits and oftens Sergio. The woman, who was jealous and didnot completely trust Maurizio, often subtly reproachedhim about his friendship with Sergio. She was a con-ventional woman; in her eyes, poverty was the worstpossible defect a person could have. In her opinion,Maurizio, who was so much wealthier than Sergio,should associate only with his equals. Moreover, shebelieved that Sergio was not a true friend and attachedhimself to Maurizio only because of his wealth. Howcould Maurizio not see this? And on, and on. Thewoman, who was German by birth, concealed her hos-tility toward Sergio; in fact, she always affected a sick-eningly sweet manner in his presence. But she oftensaid to Maurizio: “I’m sure that if I made eyes at yourdear friend, he would not think twice about betrayingyou.” Though Maurizio was convinced that this wasnot true, and was sure of Sergio’s loyalty, he did notvigorously protest, because, deep down, these insinu-ations were convenient to him.
(…)

The woman felt that she had heard enough, andshe sent Sergio away, with the pretext that Mauriziowas so late already that he would probably not comeat all.That same evening, when Sergio was having din-ner with his family, Maurizio called. Sergio came to the phone, thinking that his friend wanted to make anappointment for the next day. But instead, Mauriziosaid: “What did you say to Emilia? What ideas haveyou gotten into your head?” He sounded irritated,but there was something else as well. Sergio thoughthe heard contempt in his voice. He answered vehe-mently: “Nothing that wasn’t true.” At the other endof the line, Maurizio’s voice pressed on, more vio-lently: “Indiscreet and voluble as usual . . . There arethings one just shouldn’t do . . . You don’t visit yourfriend’s lover in order to speak ill of him . . . You haveno manners . . . It’s completely crazy.”

 1503164-aff132ebca8b95a3440869d89a87523f.jpg
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook alle tags voor Hugo Pos op dit blog.

Uit: De dood van mijn grootvader

“Ik kom uit een muzikale familie. Twee gebroeders Pos, beiden musici, zijn na de val van Napoleon om onnaspeurbare redenen in Suriname terechtgekomen en daar blijven hangen. Ik neem aan dat ze de kost verdienden door het geven van pianoles aan dochters van rijke plantagedirecteuren en kooplieden. Phili Samson, een verdienstelijk man, die je met recht een stadsarchivaris zou kunnen noemen, heeft een oud programma opgedoken, waaruit blijkt dat de gebroeders in 1833 ter gelegenheid van het bezoek van de eerste Oranjeprins aan Suriname (hij was adelborst op een oorlogsschip) een concert hebben gegeven. Volgens een Duitse musicoloog, die het heeft geanalyseerd, stond het programma op hoog peil en was niet verschillend van wat er in die dagen in Leipzig en Dresden ten gehore werd gebracht.

Mijn vioolles begon elke donderdagmiddag om zes uur precies. Dan kwam Ping Ping vanuit de richting van zijn huis de Gravenstraat af fietsen. Mijn moeder stond op het balkon van ons huis te kijken om me te waarschuwen wanneer hij er aankwam. Dat was nodig, omdat ik het muziekboek met de études van Spohr, die ik de afgelopen week had moeten instuderen, meestal op het laatste ogenblik opende.

Ik wilde liever niet hebben dat de man erachter zou komen dat ik pas een kwartier voor hij kwam aan mijn oefeningen begon. ‘Hij komt,’ riep mijn moeder en verdween dan in de slaapkamer. Ik legde de viool haastig neer in de kist en plaatste haar op tafel bij de muziekstandaard. Zodra hij binnen was en op de gemakkelijke stoel, die voor hem klaarstond, was gaan zitten, deed ik de kist open, streek met een brok hars langs de strijkstok, plaatste het instrument onder de kin, deed alsof ik luisterde naar het trillen van de stemvork en begon te spelen.”

 1503164-3256a14baec748409ffd0a847a03023e.jpg
Hugo Pos (28 november 1913 - 11 november 2000)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Stefan Zweig op dit blog.

Uit:Der Stern über dem Walde

“Einmal, als sich der schlanke und sehr soignierte Kellner François beim Servieren über die Schulter der schönen polnischen Gräfin Ostrowska herabneigte, geschah etwas Seltsames. Nur eine Sekunde währte es und war kein Zucken und kein Erschrecken, keine Regung und Bewegung. Und doch war es eine jener Sekunden, in die tausende Stunden und Tage voll Jubel und Qual gebannt sind, gleichwie der großen dunkelrauschenden Eichen wilde Wucht mit all ihren wiegenden Zweigen und schaukelnden Kronen in einem einzigen verflatternden Samenstäubchen geborgen ist. Nichts Äußerliches geschah in dieser Sekunde. François, der geschmeidige Kellner des großen Rivierahotels beugte sich tiefer hinab, um die Platte dem suchenden Messer der Gräfin besser zurecht zu legen. Doch sein Gesicht ruhte diesen Moment knapp über der weichgelockten duftenden Welle ihres Hauptes, und als er instinktiv das devot gesenkte Auge aufschlug, sah sein taumelnder Blick, in wie milder und weißleuchtender Linie ihr Nacken sich aus dieser dunklen Flut in das dunkelrote bauschende Kleid verlor. Wie Purpurflammen schlug es in ihm auf. Und leise klirrte das Messer an die unmerklich erzitternde Platte. Obzwar er aber in dieser Sekunde alle Folgenschwere dieser jähen Bezauberung ahnte, meisterte er gewandt seine Erregung und bediente mit der kühlen und ein wenig galanten Verve eines geschmackvollen Garçons weiter. Er reichte die Platte mit geruhigem Gange dem steten Tischgenossen der Gräfin, einem älteren, mit ruhiger Grazie begabten Aristokraten, der mit fein akzentuierter Betonung und einem kristallenen Französisch gleichgültige Dinge erzählte. Dann trat er ohne Blick und Gebärde von dem Tisch zurück.“

1503164-be4fe74f4f6dcbcc9d4c83f65b8dea5c.jpg 
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Sherko Fatah op dit blog.

Uit: Ein weißes Land

„Ich sah ihm nach, als er aus dem Saal verschwand. Wir hatten kein Wort gewechselt, obwohl wir einander verstanden hätten. Ich hatte geglaubt, Dr. Stein sei mit den hiesigen Sitten vertraut. Die natürliche Autorität, mit der er sich bewegte und kurze Anweisungen auf Englisch gab, die ruhige Art, in der er seine Hände hob, um wie ein erstarrter Dirigent zu warten, bis jemand vom Personal ihm die Gummihandschuhe von den Händen zog, all das hätte mich nie zweifeln lassen an der Kompetenz des Arztes. Doch dieser Mann verstand nichts. Anstatt mich mit dem Zettel loszuschicken, auf dem Dinge notiert waren, die er brauchte,

ging er selbst in den Basar. Ich war erstaunt, als er mit den kleinen Paketen zurückkam, sich mir vorsichtig näherte und die Sachen hinhielt wie Geschenke. Doch ich sollte sie nur verwahren, bis der Doktor am frühen Abend nach Hause ging.

Das war nicht richtig. Es war beleidigend. Ich sah es ihm nach. Schließlich war dieser Mann hier ein Fremder. Er konnte nicht wissen, dass jeder Fremde, noch dazu ein so wichtiger wie er, Anspruch auf jemanden hatte, der seine Einkäufe erledigte, seine

Briefe holte oder wegbrachte oder ihn zu Leuten führte, die er besuchen wollte. Er hätte es lernen können, wenn er nur einmal gefragt hätte. Dann aber, dachte ich und wiegte den Kopf, hätte er vielleicht auch mehr erfahren, als ihm lieb war. Er hätte mich erkannt, und alles, was wir gesehen hatten, wäre in diesem Augenblick anwesend gewesen, hätte den Raum zwischen uns erfüllt.

So aber saß ich tagein, tagaus auf meinem Stuhl am Fenster, starrte in den Saal oder auf den Hof des Krankenhauses hinaus und wartete. Jedes Mal, wenn der Doktor erschien, fuhr ich zusammen und richtete mich auf, weil ich erwartete, beansprucht zu werden. Und jedesmal war es eine kleine Enttäuschung, wenn es nicht geschah.“

 1503164-71ae3cb32b538b29ddb8e381e6976cca.jpg
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook alle tags voor William Blake op dit blog.

Why Was Cupid a Boy

Why was Cupid a boy,
And why a boy was he?
He should have been a girl,
For aught that I can see.
For he shoots with his bow,
And the girl shoots with her eye,
And they both are merry and glad,
And laugh when we do cry.
And to make Cupid a boy
Was the Cupid girl's mocking plan;
For a boy can't interpret the thing
Till he is become a man.
And then he's so pierc'd with cares,
And wounded with arrowy smarts,
That the whole business of his life
Is to pick out the heads of the darts.
'Twas the Greeks' love of war
Turn'd Love into a boy,
And woman into a statue of stone--
And away fled every joy.

1503164-9db0ac6590eef63066a79fdc54e26296.jpg
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
William Blake: The sun at his eastern gate, 1820

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook mijn blog van 28 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten