Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 december 2013 tot 3 december 2013

Joseph Conrad, Herman Heijermans, Hendrik Conscience, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Prešeren

De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook alle tags voor Joseph Conrad op dit blog.

Uit: The Secret Agent

“It clattered; and at that signal, through the dusty glass door behind the painted deal counter, Mr. Verloc would issue hastily from the parlour at the back. His eyes were naturally heavy; he had an air of having wallowed, fully dressed, all day on an unmade bed. Another man would have felt such an appearance a distinct disadvantage. In a commercial transaction of the retail order much depends on the seller's engaging and amiable aspect. But Mr. Verloc knew his business, and remained undisturbed by any sort of æsthetic doubt about his appearance. With a firm, steady-eyed impudence, which seemed to hold back the threat of some abominable menace, he would proceed to sell over the counter some object looking obviously and scandalously not worth the money which passed in the transaction: a small cardboard box with apparently nothing inside, for instance, or one of those carefully closed yellow flimsy envelopes, or a soiled volume in paper covers with a promising title. Now and then it happened that one of the faded, yellow dancing girls would get sold to an amateur, as though she had been alive and young.
Sometimes it was Mrs. Verloc who would appear at the call of the cracked bell.
Winnie Verloc was a young woman with a full bust, in a tight bodice, and with broad hips. Her hair was very tidy. Steady-eyed like her husband, she preserved an air of unfathomable indifference behind the rampart of the counter. Then the customer of comparatively tender years would get suddenly disconcerted at having to deal with a woman, and with rage in his heart would proffer a request for a bottle of marking ink, retail value sixpence (price in Verloc's shop one-and-sixpence), which, once outside, he would drop stealthily into the gutter.“

 
1506280-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg

Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)
Bob Hoskins en Christian Bale in de film The Secret Agent, 1996

 

 

De Nederlandse schrijver Herman Heijermans werd geboren op 3 december 1864 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Heijermans op dit blog.

Uit: Op hoop van zegen

“clémentine
Zo.
daantje
... En de bedstee met de gordijne... 't Is me 'n bik.+
Neemt 'n pruim.
Kan u mijn niet is gebruike?
clémentine
Misschien. Hand hoger! Je mònd stil!
cobus
Da's makkelijk ezeid - as ù gewoon is te pruime en je niet pruime màg - dan kan je je lippe niet vàsthoue. Wat zeg jij, Daantjè?
daantje
Ik zeg dat 't tijd wordt. We ete om vier en de moeder is làstig.
clémentine
Dat zal met jullie ouwetjes wel nódig zijn.
daantje, een stoel bijschuivend
Pèh! We hebbe nog al wat in te brenge! Niet dàt! 'n Diakenie is me 'n bik. Vrete met snauwe - of je 'n bedelaar ben. Vanmorrege koffie as - as 't onderste uit de regenton - en errete zo hard as je eksteroog.
clémentine
In jouw plaats - hou je mond stil! - zou 'k God danken dat me ouwe dag bezorgd is.
cobus
Tja-tja je mag je niet bezondige...
't is me 'n bik: het is me nogal wat moois
daantje
God dànke? Née hoor. Me hele leven gevaren - hoeveel reize wel? - niet te telle - schipbreuk gehad - gebrek gehad - gevaren van me tiende - èn - twéé zoons op zee verloren. Nee hoor. Nee hoor. De moeder is 'n krèng. Je zou d'r op d'r smoel slaan...”
 

 1506280-18bb815e6c00fc035168bf004c9d711c.jpg
Herman Heijermans (3 december 1864 – 22 november 1924)
Cover dvd

 

 

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

“De Vlaming die bij dit gezegde tegenwoordig was, geliet zich alsof hij de Franse taal niet verstond, en zag De Chatillon met stout gelaat in de ogen.
"Mijne heren," riep de ridder, "ziet die Laat mij aanzien.... Kom eens hier, lomperd! Nader hier voor mij."
De jongeling naderde langzaam en hield zijn ogen gedurig op de ridder gevestigd. Er zweefde iets zonderlings over zijn wezenstrekken,—een uitdrukking waarin toorn en list te saam gesmolten waren: iets zo dreigend en zo geheim dat De Chatillon met een aandoening van benauwdheid werd bevangen.
Een der bijwezende ridders wendde zich om en verliet de plaats waar dit gebeurde; hij week enige stappen tussen het geboomte en deed genoeg bemerken dat dit toneel hem niet behaagde.
"Wilt gij mij zeggen," vroeg De Chatillon aan de gids, "waarom gij ons door zulke wegen leidt, en waarom gij ons niet gewaarschuwd hebt dat er een afgehakte boom in de baan lag?"
"Heer!" antwoordde de Vlaming in slecht Frans. "Ik ken geen andere weg naar het slot Wijnendale en wist niet dat het UEdele geliefde op dit uur te slapen."
Bij dit gezegde kwam er een bitsige grimlach op zijn gelaat; het scheen dat hij de ridder tergen wilde.
"Bij God!" riep De Chatillon hem toe. "Gij lacht—gij spot met mij.... Hola! Mijn knapen, dat men die Laat in de lucht hange! En dat hij der raven ten spijze worde!"
Nu grimlachte de jongeling nog meer: de hoeken van zijn mond trokken zich achteruit, en een bleke of purperen kleur verfde beurtelings zijn wangen.
"Een Vlaming ophangen?" morde hij. "Wacht een weinig!"
Hierop ging hij enige treden achterwaarts, plaatste zich met de rug tegen een boom, stroopte de mouwen van zijn kolder tot aan de schouders op, en toog zijn blikkerend kruismes uit de schede. De ronde spieren van zijn blote armen waren gespannen, en zijn gelaat kreeg iets in zich dat de leeuwen eigen is.” 

 1506280-a1648268269a1b3a4040903e2dea5723.jpgbr>
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)

Standbeeld in Schilde

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook alle tags voor Grace Andreacchi op dit blog.

 

I AM WITH THE COWARDS

A response to terrorists of all kinds and nations
We've had enough of obscene death
Enough of burnt babies cities in ashes
Leafless trees wells poisoned with hate
We are called upon to love
Terrorism will not save a single soul
Terrorism will not save us from terrorists
Terrorism has come to destroy us
All of us, Arab and Jew
Americans, Europeans, everybody
Terrorism doesn't care who we are
It kills us for the hell of it
with bombs in the marketplace
with bombs that drop from the sky
with bulldozers with landmines with hate
with stupidity with the courage of animals
without a conscience
If to love your enemy is cowardly then
I am with the cowards
If to see no enemy but a brother in holiness
Is cowardly then I am with the cowards
If there is a remedy anywhere to the stupidity of man
It is with the cowards
And I, mother of the world, insist
Stop your deadly game
The world does not belong to you
But to God.
The olive groves are His
The sweet blue air over our heads is His
The sea and all that is in it - His
How dare you squabble over it?
It is His
And We are His
And our children too are His.
Not yours.

 

1506280-96b0b0b8762d401e213c9de60947fe92.jpg 
Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954)

 

 

De Italiaanse schrijver Ugo Riccarelli werd geboren op 3 december 1954 in Turijn. Zie ook alle tags voor Ugo Riccarelli op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010..

Uit: Der vollkommene Schmerz (Vertaald door Karin Krieger)

„Doch vor allen Dingen beeindruckte den Maestro die
Liebenswürdigkeit der Frauen in Colle. Nicht daß die Frauen bei ihm zu Hause nicht freundlich waren, doch sie wahrten in allen Lebenslagen eine Zurückhaltung, die fast schon an Widerspenstigkeit grenzte und sie in einer eigenen Welt isolierte, sogar dann noch, wenn sie Ehefrau oder Großmutter wurden. Die Frauen von Colle dagegen scheuten sich nicht, zu lächeln und mit bezauberndem Charme und Liebreiz das Wort an einen Fremden zu richten. Dem Maestro war dieser Liebreiz nicht geheuer, und so kam es, daß er in den ersten Wochen die Freundlichkeit, mit der ihm die Witwe Bartoli begegnete, zwar einerseits genoß, sie jedoch andererseits mit dem Mißtrauen und der Wachsamkeit eines Menschen hinnahm, der daran gewöhnt ist, in zwanglosen Umgangsformen einem Fremden gegenüber wenn nicht heimliche Absichten, so doch zumindest etwas Unübliches zu sehen. Aber mit der Zeit gab er seinen Argwohn auf, da er auch die anderen Frauen des Ortes beobachtete und mit ihnen Worte wechselte, und er begann das Vergnügen eines Gesprächs, eines erwiderten Grußes oder einer Erzählung zu schätzen, die zwar belanglos sein mochten, doch gefärbt von jener ausholenden, sonnigen Redeweise, die ihnen epische Züge verlieh.“  

 1506280-87318d3d1930488a7e8c15942697eebf.jpg
Ugo Riccarelli (Turijn, 3 december 1954)

 

 

De Sloveense dichter en schrijver France Prešeren werd geboren op 3 december 1800 in Vrba. Zie ook alle tags voor France Prešeren op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

 

O'er thee, Misfortune, I have ceased to wail

O'er thee, Misfortune, I have ceased to wail,
I'll utter no reproaches any more.
Thank God, I'm used to griefs thou hast in store
And to the sufferings in life's strong jail.

No burden can now hurt my shoulders frail;
My lips are used to bitter drinks of yore;
My feet, like leather, are no longer sore,
I dread no thorny path, no irksome trail.

Stiff are my limbs and joints as if confined.
My heart, once sensitive, is hard as stone,
The claims of sorrow have subdued my mind.

All fear is fled; with it all hopes have flown.
Should Fate caress or beat me, it will find
Insensibility of flesh and bone.

 


Vertaald door A. I. Lenarčič en W.K. Matthe
 

 
A Wreath of Sonnets   (1/14)

A Slovene wreath your poet has entwined,
Of fifteen sonnets is the chaplet bound,
And in it thrice the Master Theme must sound:
Thus are the other harmonies combined.

Now from his source like streams in order wind
The sonnets, and the head of each is found
By the last line of the last sonnet crowned;
This is a semblance of your poet's mind.

From one love all by thoughts arise, and lo!
Whene'er I sleep at night they cease to flow,
But stir when darkness flees before dawn's rays.

You are the Master Theme of my whole life,
Which will be heard when I have ceased my strife -
A record of my pain and of your praise.

 

Vertaald door V. de Sola Pinto

 

 1506280-37da7082d48575e62e0e41ea67ce19ba.jpg
France Prešeren (3 december 1800 – 8 februari 1849)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 december 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Botho Strauß, Frédéric Leroy, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle

De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook alle tags voor Botho Strauß op dit blog.

Uit: Lichter des Toren

„Mit seinem Bruder, einem Kretin, ging der Junge die Landstraße hinaus. Wie steif und verordnet er schritt! Nicht mal hätte man sagen können, wer von beiden der Ältere war, der Begleiter oder das rundköpfige, tapsige Wesen, das er ausführte, eines von seinem eigenen
Fleisch und Blut. Der Idiot hielt den Kopf gesenkt, und es lächerte ihn grundlos, im wesentlichen und schlechthin. Der Imbezille ist jemand ohne Stab (bacillum). Der gerade Bruder war ihm einer, er ging bei ihm eingehängt. Manchmal zuckte der Gerade mit dem Arm, so wie eine steife Gattin ihren betrunkenen Mann vom Torkeln abhält und an sich zieht. Ja, er riß sogar an ihm und zerrte ihn in einen festeren Schritt. Doch der Schwachsinnige unterbrach sich nur kurz und begann sogleich wieder sein hohes, wimmerndes Kichern, als wär’s die einzige Äußerung, Belustigt sein, die sich ihm gleichsam von Gott mitgeteilt hatte über die Menschen, die einzige zu mindest, die ihn in eine höhere Übereinstimmung zu versetzen schien. Es war beinah, als diene er einem leisen Dauergelächter, das aus den Sphären über die Erde erging, als Medium. Als wäre er willenlos wie eine Muschel bereit zum ewigen Wiedertönen. Unterwegs griff der Junge, der zum Ausgang mit dem Idioten angestellte Bruder, in seine Hosentasche, nahm ein großes Taschen tuch heraus und ließ den Kichernden sich darin schneu zen, so wie Mütter es mit rotztriefenden Kindern tun. Und gerade hierin, wie also der Bruder vor sich und den Leuten im Dorf den überlegenen Erwachsenen hervorkehrte, unbeholfen und geniert, hätte es für den Betreuten einen unmittelbaren Kitzel zum Kichern gegeben. Doch der Idiot ward ja aus unendlicher Ferne belustigt und spürte neben sich gar nichts“.

 1505609-5f145bff0afb74dee83a13dfba92b5d0.jpg
Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

 

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

Olijfgeheugen

Jij, vlijmscherp uitgelijnd
op giftig azuur, koppig
en verstard vormenspel,
amalgaam van molm,
versteende stof en zilver,
schenk mij van je vruchten
de bitterste,
opdat ik herinneren zou
hoe de strijd gestreden werd,
paarden waren er, weet ik nog,
besmeurd met bloed en slijk.
Het wordt me duidelijk,
stilaan: alles is een leugen,
er was geen tijd
vóór jou tijd.

 

Ochtendritueel

Men had dauw op de lippen.

Met het aanbreken van de dag begon ook
het uitwisselen van geschenken.

Alsof we door geven en nemen
gelijken zouden worden.

Ik, naakt als gras
en onthutst dat te zijn,
had niets te geven,
ontving slechts

een zelfontworpen woord
buiten beschouwing gelaten.

 

Harde klinkers

Er staat iets te gebeuren: alsof
vandaag het wereldverhaal in de aarde
zelf besloten ligt, elke steen, elke kiezel
een letter wil zijn, elke straat of gevel een zin,
een richting, een al dan niet doodlopend eind.

Geen slecht woord meer
over de stenen: elke klinker is nu bruikbaar
om ruiten in te gooien, schedels te breken.

Er staat geschreven en er wordt gefluisterd.

Er staat geschreven dat er wordt gefluisterd.

Commando’s sluipen oren binnen, stampen
deuren in. Iemand knielt op het voetpad en leest met ongeloof
de stoeptegels. Een familie woorden kruipt uit het asfalt,
gaat neuriënd op wandel en een manifest welt op uit de rioolgaten.
Iemand luistert aandachtig naar de stank, grift op de vensterbank
van het postkantoor met een vingernagel nauwgezet
een spijkerschrift in opgedroogde duivenstront.

De kasseien hebben bloed gedronken.

Een priester sluit de boeken

 

 1505609-bffa552e4fee7e9a97668fcd020bbdcb.jpg
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)
Blankenberge, de pier

 

De Amerikaanse schrijfster Ann Patchett werd geboren in Los Angeles op 2 december 1963. Zie ook alle tags voor Ann Patchett op dit blog.

Uit: The Getaway Car

“In my junior year of college, I studied with Grace Paley. The fact that I even met Grace Paley, much less sat in her classroom for an entire year, is a wonder to me even now. There was no better short story writer, and very possibly no better person, though she would smack me on the head with a newspaper were she around to hear me say such a thing. (Interested in being a better writer? Go buy yourself a copy of The Collected Stories by Grace Paley.) The lesson that Grace taught was a complicated one, and I will admit I had been out of her class for a couple of years before I fully understood all she had given me. I was used to Allan Gurganus, who was as diligent a teacher as he was a writer. He was where he said he would be at the appointed minute, our manuscripts meticulously commented on in his trademark brown ink. He gave assignments and picked readings that spoke directly to our needs. But when we went to Grace’s classroom, there was often a cancellation notice taped to the door: GRACE HAS GONE TO CHILE TO PROTEST HUMAN RIGHTS VIOLATIONS or something of that nature. Or I would be sitting outside her office for our scheduled conference but the door stayed closed. I could hear someone in there, and frequently that someone was crying. After half an hour or so, Grace would pop her head out, telling me very kindly that I should go. “She’s having troubles,” she would say of that unseen person who had arrived before me. If I held up my poor little short story, a reminder of why I was there, she would smile and nod. “You’ll be fine.”

 1505609-9a8382e1ff8f5b31176bb64ecbe190d1.jpg
Ann Patchett (Los Angeles, 2 december 1963)


 

De Nederlandse dichter en schrijver Hein (Hendrik Jan) Boeken werd geboren in Amsterdam op 2 december 1861. Zie ook alle tags voor Hein Boeken op dit blog.

 
O dooi-wind

O dooi-wind, dooi-wind, dooi, o wind, o dooi!
Gij die van ’t zuiden aanvliegt, maak, o maak
Dat al, wat stokte, weer op gang geraak’,
Dat al wat dor is, word’ weer mooi!

- Ik ruik de geur alreê van gras en hooi
Uit gras en zooi – en dat weer ’t al ontwaak
Tot nieuwe muziek en zangerig vermaak,
Dat ook ikzelf uit kille koude ontdooi!

Ik zie u vliegen voor de grauwe maandag
In wilde jacht van draderige wolken,
Al voort, al voort – wat is het dat u jaagt?

Hoe lief dat gij verlaat de blauwe baan
Der zuider zee, tot troost der noordse volken,
En lokt u niet wat gij in ’t zuiden zaagt?

 

Interview

Een interview? Waartoe? 'k Beeld nu al jaren,
— En 't laatst wel 't meest en nooit zo ongestoord -
In rijm, onrijm, met 't uitgezochtste woord
De stemmingen, die door mij henen varen;

En al de beelden grijp ik bij de haren,
Die 'k kan verpraaien van mijn kapersboord,
En ook begint — onlangs heb ik 't gehoord —
Mijn duistre Stijl, goddank! wat op te klaren.

Nu wilt gij van mij horen. 'Die of die,
Mijn meester is 't'. ''k Heb alles uit mij zelven'.
Of. 'Dichters moeten leren mythlogie,
Historie, Grieks'. Of: 'Laten zij maar delven
in 't eigen hart'. Neen, vriend, ik zie u garen
Eens bij geval, 't examen wil mij sparen.

 

 1505609-6b08e41c3e787885e77d6d1a684e50b7.jpg
Hein Boeken (2 december 1861 – 19 oktober 1933)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Coraghessan Boyle werd geboren op 2 december 1948 in Peekskill, New York. Zie ook alle tags voor T. C. Boyle op dit blog.

Uit: The Tortilla Curtain

“He threw an uneasy glance at the bushes, then worked his way along the passenger side to the rear, expecting the worst, the bleeding flesh and hammered bone, sure now that the man must have been trapped under the car.  Stooping, palm flat, one knee in the dirt, he forced himself to look.  Crescendo and then release: nothing there but dust and more dust.
        The license plate--PILGRIM--caught the sun as he rose and clapped the grit from his hands, and he looked to the bushes yet again.  "Hello!" he cried suddenly over the noise of the cars flashing by in either direction.  "Is anybody there?  Are you okay?"
        He turned slowly round, once, twice, as if he'd forgotten something--a set of keys, his glasses, his wallet--then circled the car again.  How could no one have seen what had happened?  How could no one have stopped to help, bear witness, gape, jeer--anything?  A hundred people must have passed by in the last five minutes and yet he might as well have been lost in the Great Painted Desert for all the good it did him.  He looked off up the road to the bend by the lumberyard and the grocery beyond it, and saw the distant figure of a man climbing into a parked car, the hard hot light exploding round him.  And then, fighting down the urge to run, to heave himself into the driver's seat and burn up the tires, to leave the idiot to his fate and deny everything--the date, the time, the place, his own identity and the sun in the sky--Delaney turned back to the bushes.  "Hello?" he called again.
        Nothing.  The cars tore past.  The sun beat at his shoulders, his neck, the back of his head.
        To the left, across the road, was a wall of rock; to the right, the canyon fell off to the rusty sandstone bed of Topanga Creek, hundreds of feet below.  Delaney could see nothing but brush and treetops, but he knew now where his man was--down there, down in the scrub oak and manzanita.  The high-resin-compound bumper of the Acura had launched that sad bundle of bone and gristle over the side of the canyon like a Ping-Pong ball shot out of a cannon, and what chance was there to survive that?  He felt sick suddenly, his brain mobbed with images from the eyewitness news--shootings, stabbings, auto wrecks, the unending parade of victims served up afresh each day--and something hot and sour rose in his throat.  Why him?  Why did this have to happen to him?”

 1505609-e2b8841dae04209923dbc39e90825725.jpg
T. C. Boyle (Peekskill, 2 december 1948)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e december ook mijn blog van 2 december 2011 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten