Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 januari 2014 tot 15 januari 2014

Osip Mandelstam, F. Springer, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook alle tags voor Osip Mandelstam op dit blog.

 

Bahnhofskonzert

Kein Atmen mehr. Das Firmament – voll Maden.
Verstummt die Sterne, keiner glüht,
Doch über uns, Gott siehts, Musik, dort oben −
Der Bahnhof bebt vom Aonidenlied,
Und wieder ist die Luft, zerrissen von Signalen,
Die Geigenluft, die ineinanderfließt.

Der Riesenpark. Die Bahnhofskugel, gläsern.
Die Eisenwelt – verzaubert, abermals.
Und feierlich, in Richtung Nebel-Eden,
Zu einem Klang-Gelage rollt die Bahn.
Ein Pfauenschrei, Klaviergetöse.
Ich kam zu spät. Ich träum ja. Mir ist bang.

Der Glaswald rings, ich habe ihn betreten.
Der Geigen-Bau – in Tränen, aufgewühlt.
Der Duft der Rosen in den Moder-Beeten;
Der Chor der Nacht, der anhebt, wild.
Der teure einst, der mitzog, er, der Schatten…
Sein Nachtquartier: ein gläsernees Gezelt…

Die Eisenwelt, sie schäumt, schäumt vor Musik −
Mir ist, als bebte sie am ganzen Leibe −
Ich steh im Glasflur, lehne mich zurück.
Wo willst du hin? Es ist die Totenfeier
Des Schattens, der dort ging. Noch einmal war Musik
.

 

 

Man gab mir einen Körper

Man gab mir einen Körper – wer
sagt mir, wozu? Er ist nur mein, nur er.
 
Die stille Freude: atmen dürfen, leben.
Wem sei der Dank dafür gegeben?
 
Ich soll der Gärtner, soll die Blume sein.
Im Kerker Welt, da bin ich nicht allein.
 
Das Glas der Ewigkeit – behaucht:
Mein Atem, meine Wärme drauf.
 
Die Zeichnung auf dem Glas, die Schrift:
Du liest sie nicht, erkennst sie nicht.
 
Die Trübung, mag sie bald vergehn.
Es bleibt die zarte Zeichnung stehn.

 

Vertaald door Paul Celan

 

 1532123-8c069f46e2ba627abba8405d5add77ba.jpg
Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)
Monument in Voronezj, Rusland

 

 

De Nederlandse schrijver en diplomaat F. Springer (eig. Carel Jan Schneider) werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Zie ook alle tags voor F. Springer op dit blog.

Uit: Over Tarzan, Flash Gordon en andere vroege helden

“Wanneer hij thuiskwam, was hij heel moe en somber en gaf geen antwoord op onze vragen en die van nieuwsgierige en angstige buren. Allemaal wilden wij weten hoe beroerd onze zaak er vandaag weer voorstond - en als één dat wist, was dat natuurlijk de man die als eerste de telegrammen van de Nederlandse, Engelse en Australische generaals en admiraals te lezen kreeg. Hij mocht niets zeggen, alles zeer zeer geheim, en hij zei niets, maar aan zijn gezicht zagen wij dat het snel slechter ging en dat de geruchten over vijandelijke landingen op eilanden van onze Archipel helemaal geen geruchten wáren. Ik zie de kring dames en heren uit onze straat nog om hem heen zitten, op onze veranda, januari-februari 1942; ik was net tien geworden, een potje met grote oren, en ik zat op de leuning van mijn vaders stoel, een arm om zijn schouder. De oude meneer van nummer 14, tegenover ons, kwam altijd in gestreepte pyama aansloffen, net uit zijn rustuur verrezen. Maar vader zei niets tegen ons. De anderen analyseerden dan druk en nerveus de toestand, af en toe even snel naar hem kijkend of hij misschien iets wilde beamen of ontkennen. Maar hij liet niets los, want hij stond onder ede, zei hij steeds weer. Die eed gold niet in de echtelijke slaapkamer, merkte ik. 's Avonds laat als mijn broertjes en ik geacht werden allang te slapen, luisterde ik stiekem aan hun deur en hoorde mijn vader dan heel indringend fluisteren en een paar keer hoorde ik mijn moeder zacht huilen.
Maar de volgende ochtend was ze opgewekt als altijd en dan zei ze tegen ons, kinderen: Kom, jongens, we gaan zwemmen, of: laten we naar de dierentuin gaan, of: laten we naar het IJzermanpark gaan waar jullie kikkervisjes kunnen vangen - want de scholen waren allemaal gesloten en wij en onze vriendjes hoopten dat ze nooit meer open zouden gaan, maar soms verveelden wij ons wel. Ook de in de achtertuin aangelegde schuilkelder - een eenvoudige kuil onder een dak van zandzakken, zoals vrijwel iedereen in de buurt die had voor het geval dat Japanse jachtvliegtuigen onze wijk zouden komen mitrailleren - ook die schuilkelder was geen leuk rovershol meer of een fort in de Far West (gezien in de bioscoop), want er stond al gauw een halve meter modderig grondwater in.”

 

 1532123-14bb9f2a4013ce78747e37e1f400860e.jpg
F. Springer (15 januari 1932 – 7 november 2011)
In 1948

 

 

De Roemeense dichter Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz. Zie ook alle tags voor Mihai Eminescu op dit blog.

 

Schlummermate Vögel

Schlummermatte Vögel fliegen
In die Nester, wo sie sacht
Sich im Laubverstecke schmiegen –
Gute Nacht!

Quellen seufzen im Gesteine,
Schweigen deckt die Wälder zu;
All die Blumen ruhn im Haine –
Schlaf auch Du!

Schwäne, die den Teich durchgleiten,
Suchen Rast am Ufersaum,
Mögen Engel Dir bereiten
Süßen Traum!

Sieh, der Vollmond steigt nach oben,
Strahlend hell in Märchenpracht;
Traum und Einklang sind verwoben –
Gute Nacht!

 

Vertaald door Zoltan Franyo

 

 

Sonette II

Schon manches Jahr begann und musste enden
Seit unserer Begegnung heiliger Stunde,
Doch jetzt noch leuchtet aus der Zeiten Grunde
Mir gross dein Auge, Fee mit kuehlen Haenden.

O, komm zurueck! Dass ich an dir gesunde,
Lass deinen Blick zu mir sich wieder wenden,
Lass seinen Strahl mein Auge wieder blenden,
Und suesse Worte leihe meinem Munde.

Ach wuesstest du, wie schoene Naehe
Allein schon meines Herzens Sehnen schwichtet,
Als ob am Himmel still ein Stern aufgehe;

Der Aufruhr eines Lebens ist geschlichtet,
Wenn ich dich einmal kindlich lachen sehe,
Die Seele weit mir und der Blick gelichtet.

 

Vertaald door Dieter Roth

 

 1532123-c995dd6183ae3db5168f61b175396515.jpg
Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889)
Borstbeeld in Vevey, Zwitserland 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook alle tags voor Johannes Beilharz op dit blog.

 

Viola Tricolor

Klangvolle Titel, schon
Vorgefühl: Waldwinkel,
Viola Tricolor, Immensee.

Drei Bände Storm, die ich
mit vierzehn / fünfzehn las,
dreimal Halbleinen,

billiges, vergilbtes
Kriegspapier. Traurige Liebes-
geschichten, kein

Happy-End. Nebel,
Entsagung, Waldwinkel,
Regen, Flut, klamme

Feuchtigkeit. Unglückliche
Frauen, schon im kurzen Glück
Vorahnung von langem Unglück.

Hat mich stark geprägt.

 

 

 1532123-b798fae55ab0309271ed86c1c7590216.jpg
Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook alle tags voor Molière op dit blog.

Uit: Don Juan (Vertaald door M.J. Premsela)

“Don Juan:
Wat! Jij wilt dat iemand zich bindt aan de eerste de beste die hem het hoofd op hol brengt en dat hij om haar de hele wereld afzweert en nooit meer ogen heeft voor een ander? 't Is fraai om prat te willen gaan op die zogenaamde eer van trouw te zijn en je voorgoed te begraven in een enkele hartstocht en vanaf je jongste jaren dood te wezen voor alle andere schoonheden die ons oog kunnen treffen! Nee, nee, trouw is goed voor dwazen; iedere schoonheid heeft het recht ons te bekoren. Het voorrecht ons als eerste tegen het lijf te zijn gelopen, mag niet de anderen beroven van hun gerechte aanspraken op ons hart. Wat mij betreft, schoonheid brengt mij in verrukking, waar en wanneer ik haar vind, en ik zwicht maar al te graag voor het zoet geweld waarmee ze aan ons trekt. Ook al ben ik verplicht aan een schone, de liefde die ik voor haar koester, verplicht mijn gemoed nog niet de anderen onrecht aan te doen: ik houd mijn ogen open voor iedere verdienst en breng aan elk van hen de tol en hulde waartoe de natuur ons verplicht. Gebeure wat wil, ik kan mijn hart niet weigeren aan wat ik aan lieftalligs zie. Wanneer een mooi gezichtje mij erom vraagt, al had ik tienduizend harten, ik zou ze allemaal verschenken. Wat gaat er van een opkomende verliefdheid niet een onverklaarbare bekoring uit, en alle liefdesplezier ligt in verandering van spijs. Wat een genot om met honderd-en-een complimenten het hart van een jonge schoonheid te vermurwen, van dag tot dag de kleine vorderingen te zien die je maakt, en door middel van gevoelsuitbarstingen, tranen, verzuchtingen strijd te leveren met de argeloze schuchterheid van een hartje dat nog aarzelt de wapens neer te leggen!”

 

 1532123-79c9d864514d15891740953155d19858.jpg
Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)
Scene uit een opvoering in in The Old Globe Theatre in London, 2004

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook alle tags voor Franz Grillparzer op dit blog.

 

Kuss

Auf die Hände küßt die Achtung,
Freundschaft auf die offne Stirne,
Auf die Wange Wohlgefallen,
Selge Liebe auf den Mund;
Aufs geschloßne Aug die Sehnsucht,
In die hohle Hand Verlangen,
Arm und Nacken die Begierde,
Überall sonst hin Raserei.

 

 

Entsagung

Eins ist, was altergraue Zeiten lehren,
Und lehrt die Sonne, die erst heut getagt:
Des Menschen ewges Los, es heißt: entbehren,
Und kein Besitz, als den du dir versagt.

Die Speise, so erquicklich deinem Munde,
Beim frohen Fest genippter Götterwein,
Des Teuren Kuß auf deinem heißen Munde,
Dein wärs? Sieh zu! ob du vielmehr nicht sein.

Denn, der Natur alther notwendge Mächte,
Sie hassen, was sich freie Bahnen zieht,
Als vorenthalten ihrem ewgen Rechte,
Und reißens lauernd in ihr Machtgebiet.

All, was du hältst, davon bist du gehalten,
Und wo du herrschest, bist du auch der Knecht,
Es sieht Genuß sich vom Bedarf gespalten,
Und eine Pflicht knüpft sich an jedes Recht.

Nur was du abweist, kann dir wieder kommen.
Was du verschmähst, naht ewig schmeichelnd sich,
Und in dem Abschied, vom Besitz genommen,
Erhältst du dir das einzig deine: Dich!

 

 

Epigramm

Eifersucht ist eine Leidenschaft,
Die mit Eifer sucht, was Leiden schafft.

 

 

 1532123-3261ebcdc20f1314ee80d253311b9697.jpg
Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)
Monument in Wenen



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:53 Reageer op dit bericht

Antoine Wauters

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren te Luik. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Université Libre de Bruxelles, waarna hij Frans en wijsbegeerte onderwees in Luik en Brussel. In 2008 debuteerde bij met niet minder dan drie titels:”Os” (Been), “La Bouche en quatre” (De mond in vieren) en “Debout sur la langue” (Rechtop op de tong), waarvoor hij werd bekroond met de Prix Emile Polak, uitgereikt door de Académie Royale de Langue et Littérature françaises de Belgique. Hij is co-scenarist van de korte film A New Old Story, onder regie van Antoine Cuypers, met de zanger Arno en Sophia Leboutte in de hoofdrollen. In 2012 verscheen “Césarine de nuit”. Hij werkt als scenarioschrijver voor cinema en boekuitgaves.

Uit: Os

cueille langue, dents, dame d’onze heures et muguet, cueille cheveu chenu, regard chauve en larmes tombées à l’eau, fauche les mal pensées, les amorphes, tasse-moi de frissons sauvages, de gorges où rugir en sang, cueille, tasse, entame l’incendie des feuillus térébrants

 

ne parle pas des bris sous peau, des soupentes, du mur couru de lézards, pas du sac à carnage, des tissus fous de rixes, vices et tire-fonds, tais la bouche enflée de nids d’effrois, tournes-y sept fois le manque, cent fois tes vies de venin, cent fois dix corps en cri boa

 

joue-moi du compas dans l’œil, du chien andalou où tu veux, coiffe-moi d’ankylose et de paralysies centuples, joue-moi sur toutes les gammes de la disparition, varie valse-moi sur les chemins néants, intimes en capharnaüm

 

 1540865-4a581af6e2a1714a31185f88a83c9f3b.jpg
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Honderd jaar Etty Hillesum

De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden. Zie ook alle tags voor Etty Hillesum op dit blog.

Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum.

9 maart 1941
"Vooruit dan maar! Dit wordt een pijnlijk en haast onoverkomelijk moment voor mij : het geremde gemoed prijs geven aan een onnozel stuk lijntjespapier. De gedachten zijn soms zo klaar en helder in het hoofd en de gevoelens zo diep, maar opschrijven, dat wil nog niet. In hoofdzaak is het, geloof ik, schaamtegevoel. Grote geremdheid, durf de dingen niet prijs te geven, vrij uit me te laten stromen en toch zal dat moeten, wil ik op den duur het leven tot een redelijk en bevredigend einde brengen.”

 
19 maart 1941
“God, sta me bij en geef me kracht. Want de strijd zal moeilijk worden. Zijn mond en zijn lichaam waren vanmiddag zo dichtbij, dat ik ze niet kan vergeten. En ik wil geen verhouding met hem. Maar het gaat er hard naar toe. Maar ik wil het niet. Zijn toekomstige vrouw zit in Londen, eenzaam en wacht op hem. En de banden, die mij binden, zijn me ook zo dierbaar. Nu ik langzamerhand ‘gesammelt’ raak, voel ik, dat ik eigenlijk een doodernstig mens ben, die geen grapjes verstaat op het gebied van de liefde.”

 
26 augustus 1941
“Binnen in mij zit een heel diepe put en daarin zit God. Soms kan ik erbij, maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet Hij weer opgegraven worden.”
Ik stel me voor, dat er mensen zijn, die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn ook mensen, die het hoofd diep buigen en in de handen verbergen., ik denk, dat die God binnen in zich zoeken.”

 
23 juli 1943
“s’Nachts, als ik daar zo lag op mijn brits, temidden van zachtjes, snurkende hardop dromende, stilletjes huilende en woelende vrouwen en meisjes, die overdag zo dikwijls zeiden: “We willen niet denken, we willen niet voelen, anders worden we gek; dan was ik soms van een eindeloze vertedering en lag ik wakker en liet de gebeurtenissen, de vele indrukken van een veel te lange dag langs me passeren en dacht:
“Laat mij het denkende hart van deze barak mogen zijn. ik wil het weer zijn. Ik lig nier nu zo geduldig en tot rust gekomen, ik voel me al een stuk beter, niet geforceerd, zomaar echt beter…"

 

 1532328-a41e9ae5bae96a789113ee0016fa1623.jpg
Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Isaäc da Costa

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Bernlef overleed op 29 oktober van het afgelopen jaar op 75-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

Grote onbekende

En altijd die twee vogels aangestipt in het blauw
als roetvlokjes wegzeilend van eeuw naar eeuw

Altijd die twee vogels; met minieme wieken
schragen zij de hemel, dragen of slepen de wolken.

Altijd hebben mensen omhooggekeken
en daar van alles gezien

Nu de lucht leeg is, het landschap verlaten
hebben de twee vogels het rijk alleen

Ik kijk ze na, vliegend in stilstand
knipperen mijn ogen met ze mee.

 

 

De kleur

Mijn verleden, vastgelegd in foto’s met kartelrandjes
heeft nooit kleur gekend, in grijstinten tonen zij een bestaan
steeds verder van mij vandaan, ik kijk ernaar
probeer de kleur te raden van het tuinhek waar
ik toen tegen leunde. De lucht is blauw, dat weet ik zeker.

Zou de kleurenblinde hebben gemerkt hoe
technicolor de beelden in de bioscoop
deed opbloeien, het moet haast wel
de wereld raakte voor hem steeds verder uit het zicht
hij wist dat hij het anders zag.

Kleurenfoto’s stellen mij teleur
het is allemaal net echt, niet wat ik wil;
liever kijk ik naar die grijze beelden
ze kleuren mijn denken tot de dag van vandaag.

 

 

Na een depressie

Hij tekent geraamtes op de rand van een krant
probeert wat te huilen maar het aloude gevoel
verdampt in de luide kop van de zon – dan maar
koffie gezet in het bittere besef dat de wereld
nog niets van zijn sterven wil weten

Hij kruipt uit zijn horloge zijn kleren in
scheert zich en ziet in de spiegel iemand met
glimmend geheven kin zijn handen wrijven
klaar om in te grijpen in sterrenstelsels en tabellen.

 

 1531023-9a0fa479c96ae85691febd6637b8b1aa.jpg
J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook alle tags voor Edward St Aubyn op dit blog.

Uit: Never Mind

“At half past seven in the morning, carrying the laundry she had ironed the night before, Yvette came down the drive on her way to the house. Her sandal made a faint slapping sound as she clenched her toes to prevent it from falling off, and its broken strap made her walk unsteadily over the stony, rutted ground. Over the wall, below the line of cypresses that ran along the edge of the drive, she saw the doctor standing in the garden.
In his blue dressing gown, and already wearing dark glasses although it was still too early for the September sun to have risen above the limestone mountain, he directed a heavy stream of water from the hose he held in his left hand onto the column of ants moving busily through the gravel at his feet. His technique was well established: he would let the survivors struggle over the wet stones, and regain their dignity for a while, before bringing the thundering water down on them again. With his free hand he removed a cigar from his mouth, its smoke drifting up through the brown and grey curls that covered the jutting bones of his forehead. He then narrowed the jet of water with his thumb to batter more effectively an ant on whose death he was wholly bent.
Yvette had only to pass the fig tree and she could slip into the house without Dr Melrose knowing she had arrived. His habit, though, was to call her without looking up from the ground just when she thought she was screened by the tree. Yesterday he had talked to her for long enough to exhaust her arms, but not for so long that she might drop the linen. He gauged such things very precisely. He had started by asking her opinion of the mistral, with exaggerated respect for her native knowledge of Provence. By the time he was kind enough to show an interest in her sons job at the shipyard, the pain had spread to her shoulders and started to make sharp forays into her neck. She had been determined to defy him, even when he asked about her husbands back pains and whether they might prevent him from driving the tractor during the harvest. Today he did not call out with the ‘Bonjour, chère Yvette which inaugurated these solicitous morning chats, and she stooped under the low branches of the fig tree to enter the house.”

 

 1531023-6d43e22ffe687001a87484c54c18d540.jpg
Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook ook alle tags voor Yukio Mishima op dit blog.

Uit: The Sailor Who Fell from Grace with the Sea (Vertaald doorJohn Nathan)

“Real danger is nothing more than just living. Of course, living is merely the chaos of existence, but more than that it's a crazy mixed-up business of dismantling existence instant by instant to the point where the original chaos is restored, and taking strength from the uncertainty and the fear that chaos brings to re-create existence instant by instant. You won't find another job as dangerous as that. There isn't any fear in existence itself, or any uncertainty, but living creates it.”
(…)

“Suddenly the full long wail of a ship's horn surged through the open window and flooded the dim room - a cry of boundless, dark, demanding grief; pitch-black and glabrous as a whale's back and burdened with all the passions of the tides, the memory of voyages beyond counting, the joys, the humiliations: the sea was screaming. Full of the glitter and the frenzy of night, the horn thundered in, conveying from the distant offing, from the dead center of the sea, a thirst for the dark nectar in the little room.”
(…)

“The whole house is spic and span and everybody's supposed to be real honest and full of what he calls 'the good'. We even leave food out for the mice in the rafters so they won't have to sin by stealing. And you know what happens when dinner's over? Everybody hunches over and licks his place clean so none of God's grace will be wasted.”

 

 1531023-dbfb535f0b6474deb0dedbcfafccf68f.gif
Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook alle tags voor Anchee Min op dit blog.

Uit: Empress Orchid

“My imperial life began with a smell. A rotten smell that came from my father’s coffin—he had been dead for two months and we were still carrying him, trying to reach Peking, his birthplace, for burial. My mother was frustrated. “My husband was the governor of Wuhu,” she said to the footmen whom we had hired to bear the coffin. “Yes, madam,” the head footman answered humbly, “and we sincerely wish the governor a good journey home.” In my memory, my father was not a happy man. He had been repeatedly demoted because of his poor performance in the suppression of the Taiping peasant uprisings. Not until later did I learn that my father was not totally to blame. For years China had been dogged by famine and foreign aggression. Anyone who tried on my father’s shoes would understand that carrying out the Emperor’s order to restore peace in the countryside was impossible—peasants saw their lives as no better than death. I witnessed my father’s struggles and sufferings at a young age. I was born and raised in Anhwei, the poorest province in China. We didn’t live in poverty, but I was aware that my neighbors had eaten earthworms for dinner and had sold their children to pay off debts. My father’s slow journey to hell and my mother’s effort to fight it occupied my childhood. Like a long- armed cricket my mother tried to block a carriage from running over her family. The summer heat baked the path. The coffin was carried in a tilted position because the footmen were of different heights. Mother imagined how uncomfortable my father must be lying inside. We walked in silence and listened to the sound of our broken shoes tapping the dirt. Swarms of flies chased the coffin.”

 1531023-ef5b079899d92858eaa1b3b86aa09799.JPG
  Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook alle tags voor Isaäc da Costa op dit blog.

 

Israël en Nederland (Fragment)

Toen Isrel uit Egipten toog,
den wreeden slavendwang ontkomen,
toen liet de Zee haar diepten droog;
Jordaan! men zag u rugwaart stroomen!
toen daverde der bergen top
van schrik: de heuvlen sprongen op,
geljk een lammrenkude,
voor Palstinaas naadrend lot!
voor ’t aangezicht van Jacobs God
en de aarde beefde en schudde.

 

Tegenkeer..

Toen de Almacht tegen ’t Spaansch geweld
den kamp van Nederland bewerkt had,
en voor de Kerk, door Gods hersteld,
Oranjes heldenarm gesterkt had;
toen daverde geheel Euroop:
de stroom veranderde zijn loop
in Rhijn, en Seine, en Iber!
Hoe kromp Castieljes aartstiran!
Hoe schokte er Satans zetel van,
aan de oevers van den Tiber!

 

 1531023-4db515396628f5a03ca37f822b628290.jpg
Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)
Portret doorAdrianus Johannes Ehnle, 1855

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 19:03 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten