Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 februari 2014 tot 2 februari 2014

Am Feste Mariä Lichtmeß (Annette von Droste-Hülshoff

Bij Maria Lichtmis

 

Maria-Lichtmess.jpg
Maria Lichtmis door Giovanni Bellini, 1460 - 1464

 

 

Am Feste Mariä Lichtmeß

Durch die Gassen geht Maria,
In dem Arm den Sohn, den lieben,
Hält ihn fest und hält ihn linde,
Und ihr Auge schaut auf ihn.
Wie die Englein ihn gesungen,
Ihn die Hirten angebetet,
Huldigten die grauen Weisen,
Läßt sie still vorüber ziehn.

Aber Joseph ihr zur Seiten
Ist in Sorgfalt ganz befangen;
Prüfend frägt er alle Steine,
Ob ihr Fuß zu kühn sich wagt;
Weiß nicht, was er wird erleben,
Aber wunderbare Dinge
Haben aus des Kindleins Augen
Sich ihm heimlich angesagt.

O Maria, Mutter Christi!
Soll ich denn zu dir mich wagen
Mit dem schuldgepreßten Herzen,
Mit dem trüben Sünderblick! -
Die du hast gleich mir gewandelt,
Hast gesiegt, wo ich gesunken,
Weh, vor deiner lichten Krone
Bebt mein scheues Fleh'n zurück.

Doch du neigst dein liebes Kindlein
Und es reicht die linden Hände.
O mein lieber Herr und Richter
Bist du mein Erlöser nur?
Ach, wie hab' ich mich gefürchtet,
Und nun bist du lauter Liebe!
Alle harten Worte schweigen
Und dahin ist ihre Spur.

Liebster Herr, du hast geschaffen
Meine arme kranke Seele,
Wie den Reiz, den vielgestalten,
Der auf breite Straßen führt;
Und du weißt, daß wie vor Andern
Frischer Hauch in meiner Seele,
So mich auch vor Andern glühend
Jede Erdenlust berührt.

Hast du mir in Macht und Güte
Meine Seele rein gegeben,
Herrlich, groß und wohlgerüstet
Wie ein königliches Schloß:
Und nun liegt es in Zerstörung,
Graunvoll in der öden Größe,
Wie ein knöchern Ungeheuer,
Wie ein todter Meerkoloß.

Und da ich nach vielen Tagen,
Sonder Glauben, voll der Liebe,
Angstvoll prüfte seine Mauern,
Siehe da! sie standen fest.
O mein Herr, willst du mich hören,
Auftun deine Gnadenschätze:
Sieh', ich will getreulich bauen
Meines Lebens trüben Rest!

Muß mein Haus gleich stehen eine
Öde warnende Ruine:
Ach, nur dort kann sich gestalten,
Was so rettungslos zerstört.
Kann ich nur ein Stüblein bauen,
Ausgeschmückt mit stillen Werken,
Wo ich, Herr, dich kann bewirten,
Wenn ich bei dir eingekehrt!

Aus den Hallen tritt Maria,
In dem Arm den Sohn, den lieben,
Hält ihn fest und hält ihn linde,
Und auf dem ihr Auge ruht.
O, sie hat das Glück getragen
Durch neun wonnevolle Monde;
Was verkündet jene Frommen,
Trug sie längst im glühnden Mut.

Aber Joseph stillen Schrittes
Tritt nicht mehr an ihre Seite,
Da das liebe, liebe Kindlein
Nun der Herr der ganzen Welt.
Doch wie höher steigt die Sonne,
Schleicht er leis' an ihre Schulter,
Und er zupft an ihrem Mantel,
Daß der Schleier niederfällt.

 

 

 1542062-196472e9fa6d77a1c850a6bec5efbac5.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hülshoff in de winter

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige drie blogs van vandaag.





Geschreven door Romenu om 20:40 Reageer op dit bericht

Hella Haasse, Norbert Bugeja, Esther Gerritsen, James Joyce, William Rose Benét

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Het woud der verwachting

“Dicht tegen elkaar aangedrukt naderden de paarden trappelend en struikelend door de diepe modder in het laagste gedeelte van de vallei. Maar nu stormden uit de bossen op de helling voor Maisoncelles méér boogschutters te voorschijn, die daar tot dit doel in hinderlaag gelegen hadden. De ruiterij, door een regen van pijlen in de flank getroffen, leed zware verliezen; van meer dan duizend ruiters bereikten maar enkele honderden de smalle terreinstrook tussen de beide legers. De gewonde, dodelijk verschrikte paarden gehoorzaamden hun berijders niet meer. Zij steigerden briesend zijwaarts op de rijen geharnaste ridders in en stichtten daar meer onheil dan de Engelsen teweeggebracht hadden. Mannen en dieren tuimelden over elkaar heen, tussen staal en staal werden lichamen vermorzeld.
(…)

Het kostte Charles, nu hij Boucicauts gezelschap moest missen, grote moeite de lange dagen zonder aanvallen van zwaarmoedigheid en wanhoop door te komen. Te Westminster en Windsor had men hem en zijn lotgenoten nog wat vertier toegestaan, een valkenjacht, wandelingen in nevelige, bladerloze parken, ritten te paard. Maar de Tower was een doolhof van dikke, stenen muren; er groeide wat gras op de binnenplaats, er stond een enkele boom. Hij had horen vertellen dat op die plek terechtstellingen plaatsvonden. ‘Daarom blijft het gras hier kort en bruinachtig,’ zei Richmont. ‘De grond is verzadigd van bloed.’
Charles kwam overigens niet veel op de binnenplaats. Het lopen in de kille, vochtige lucht stemde hem zo mogelijk nog somberder dan het verblijf in zijn kamer.”

 

 1542051-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg
Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)
Borstbeeld door Ellen Wolff voor de Openbare Bibliotheek, Amsterdam

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

Bonjour tristesse
(some hours after Sagan)

Between this city's legs a young woman weeps,
yesterday's worries staining her uniform,
on her face the green of the white registers
and the sadness recycled in the office.
A young man wears a laugh and a black blasphemy,
the sleepless night engraved upon his tie:
he recalls how often he almost slipped
on the uncertain words lounging against the pavements.
For what he'd heard was right, this city of faceless looks
and white staircases had never come into its own.
In the morning she hurries by without a nod,
at night there's not a soul with whom to talk. . .

This morning I rubbed my eyes, wiped off the jam
and thought of you. Offering me the first one
of the day, and that forced smile.

It's the boss. She wouldn't give in to him last night.
Good morning.

 

 1542051-27b7124b81c8731eeed2fda7d9b35914.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

Uit: Superdruif

“Toen waren ze al oud. Het was een wonder dat ik nog geboren werd en ik geloof dat ze mij altijd zo zijn blijven zien: als een wonder, een onbegrijpelijke speling van de natuur. Mijn ouders zelf zijn net zo wonderlijk. Ze zijn bovennatuurlijk geduldig. Al die ochtenden die ik in hysterie begon, bleven ze naar me glimlachen.
Na mijn aanval stapte ik heel rustig uit bed. Dat was ook niets nieuws. Ik voelde me dan op een prettige manier droevig, als ik naar de badkamer liep en me langzaam waste en aankleedde. Alsof ik na een langdurig ziekbed de eerste stappen zette. Genezen, maar nog uitgeput. Toch voelde ik me die ochtend al tijdens het aankleden minder rustig dan anders en bleef ik mijn moeder voor me zien, hoe zij aan haar ceintuur had staan frunniken. Ik geloof dat er een draadje loszat dat ze eraf had proberen te trekken.
Toen ik beneden kwam, stond mijn vader in onze kleine keuken, in zijn witte ondergoed zijn overhemd te strijken, omdat het te koud was in het washok. Ik ging aan de kop van de keukentafel zitten, die mijn moeder altijd voor de helft met een tafelkleed bedekt. De andere helft van de tafel ligt bezaaid met papieren. Mijn moeder werkt overdag aan de keukentafel, mijn vader aan een bureautje in onze huiskamer.
Je zou daar best bewondering voor kunnen hebben, dat iemand ’s ochtends zijn overhemd strijkt, waarin hij de hele dag gewoon thuis aan zijn bureau gaat zitten werken. En dat heb ik misschien ook wel, dat is het lastige.”

 

 1542051-47fdbb6950c61a4f9fea101d48dccc4b.jpg
Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook ook alle tags voor James Joyce op dit blog.

Uit: Finnegans Wake

"Sanglorians, save! Arms apeal with larms, appalling. Killykill-killy: a toll, a toll. What chance cuddleys, what cashels aired and ventilated! What bidimetoloves sinduced by what tegotetab-solvers! What true feeling for their’s hayair with what strawng voice of false jiccup! O here here how hoth sprowled met the duskt the father of fornicationists but, (O my shining stars and body!) how hath fanespanned most high heaven the skysign of soft advertisement! But was iz? Iseut? Ere were sewers? The oaks of ald now they lie in peat yet elms leap where askes lay. Phall if you but will, rise you must: and none so soon either shall the pharce for the nunce come to a setdown secular phoenish.
Bygmester Finnegan, of the Stuttering Hand, freemen’s mau-rer, lived in the broadest way immarginable in his rushlit toofar — back for messuages before joshuan judges had given us numbers or Helviticus committed deuteronomy (one yeastyday he sternely struxk his tete in a tub for to watsch the future of his fates but ere he swiftly stook it out again, by the might of moses, the very wat-er was eviparated and all the guenneses had met their exodus so that ought to show you what a pentschanjeuchy chap he was!) and during mighty odd years this man of hod, cement and edi-fices in Toper’s Thorp piled buildung supra buildung pon the banks for the livers by the Soangso. He addle liddle phifie Annie ugged the little craythur. Wither hayre in honds tuck up your part inher.“

 

 1542051-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)
Joyce als jonge student

 

 

De Amerikaanse dichter en uitgever William Rose Benét werd geboren op 2 febrari 1886 in Fort Hamilton, Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor William Rose Benét op dit blog.

 

The Shadowed Road

Our shadows moved before us on the road.
The trees that watched us brooded dark and still,
Streaked by the frost with phosphorescent gray.
Chill followed sharply on a gorgeous day
Of winds, blown leaves, red bonfires. Faintly showed
The mist-ringed moon above the pasture hill.

Our shadows moved before us. By our side
New mystery, throbbing through the rhythm of life
Echoed our footsteps; and its presence grew
So real to me, I felt its power endue
An archangelic shape, whose phantom stride
Rhymed with our own who walked as man and wife.

Light fell upon us from the glimmering moon,
And light upon his face whose name is Love.
Ah, the rapt eyes, the tender, quickening gaze,
The splendor on that wild immortal face!
Then hurrying cloud possessed the heavens, and soon
I saw his shadow darken from above.

Beyond our own it stretched along the way,
The darkness of Death's cowl, more deep than night.
Gulfing our own, it blotted out the road,
The shadow of Love that brightest dreams forebode.
Yet, in my soul I found a thing to say:
"Though darkness go before, we walk in light.

"This is Love's answer!" For Death's night must move
Onward before two hearts that cast out fear,
Joined by the closest of immortal bonds.
They shall speak truth when prayer to prayer responds,
"Death but precedes us as the shadow of Love.
Light falls about us from a surer sphere!"

 

 1542051-ab54891b02504f9064e2af2bc37f44d7.jpg
William Rose Benét (2 februari 1886 – 4 mei 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:58 Reageer op dit bericht

Michel Marc Bouchard, Kees Torn, Eriek Verpale, Santa Montefiore, James Dickey, Xuân Diệu

De Canadese toneelschrijver Michel Marc Bouchard werd geboren op 2 februari 1958 in Saint Coeur-de-Marie, Quebec. Zie ook ook alle tags voor Michel Marc Bouchard op dit blog.

 

Uit: L’histoire de l’oie/Tale of Teeka

«MAURICE [ADULTE].-  Cette voix, c’était celle qu’il avait lorsqu’il faisait brûler des fourmis dans des boîtes de carton, celle qu’il avait lorsqu’il arrachait les ailes des papillons. »
(…)

« MAURICE [ADULTE].– […] Effrayé, il obéit à cette voix. (Maurice [enfant] descend du toit et disparaît derrière la maison) C’est alors que la foudre s’abattit plusieurs fois sur sa tête, sur son corps et surtout sur ses bras! Maurice crut un instant qu’il s’agissait de l’orage… (temps) Ce n’était pas l’orage. »(…)

« MAURICE [ENFANT].– Il me faut une arme. (il prend la ceinture de cuir de son pantalon. Il s’en frappe deux fois la main) Cette « liane » nous protégera. Elle est puissante. Elle est dangereuse. Elle nous protégera. »


 1542045-0038a6d8b12617f3a83ef31041a790bf.jpg
Scene uit de verfilming “L'histoire de l'oie/Tale of Teeka” door Tim Southam, 1998

 

«MAURICE [ENFANT].– " La nuit tombée, lorsque le vieillard fut repu, Tarzan profita de sa somnolence et lui déroba un gros morceau de la viande de Tantor. " ... »
(…)

« MAURICE [ENFANT].– Je suis Tarzan! Tarzan te protégera. Car Tarzan est tout-puissant. Tout ce qu’il y aura de meilleur dans la jungle sera pour toi. »
(…)

« MAURICE [ENFANT].– Un cauchemar, c’est quand on éteint toutes les lumières, et un rêve, c’est quand on en laisse une. »

 

 1542045-9255de901a57a5e09a7f0a1851a344de.jpg
Michel Marc Bouchard (Saint Coeur-de-Marie, 2 februari 1958)

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967. Zie ook alle tags voor Kees Torn op dit blog.

 

Hij wist niet wat hij zonder sigaretten
Of wat hij zonder schaken moest beginnen
Hij schaakte om de zinnen te verzetten
Er rookte om de zetten te verzinnen

*

Toen ik mijn glas had omgestoten
Vulde ik het weer met bier
En ik zag tot mijn plezier
Dat het paste als gegoten

 

Probleem


De garderobejuffrouw wilde mij mijn jas niet geven.
Voordat ik haar het nummertje gegeven had.
Maar daarom wilde ik natuurlijk ook mijn jas eerst even:
Omdat het garderobenummer in mijn jaszak zat.

 

 1542045-bbdb5415f9e7e058158617739dac2469.jpg
Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ookook alle tags voor Eriek Verpale op dit blog.

 

Inbreker

De sleutel, ik vind de sleutel niet.
Ik heb die sleutel nochtans dringend nodig.
De sleutel hoort mij toe, past op mijn kast.
Alle kasten - kleerkasten, brandkasten,
zelfs het kastje met mijn nieuwe medicijnen -
die mogen voor mijn part
voor altijd gesloten blijven,
maar déze kast juist niet : dat is míjn kast.
Wat denken zij verdomme wel ? Dat ik
geen geld heb, geen durf genoeg
om straks naar buiten te lopen,
desnoods met geweld of zo
in een winkel iets af te dwingen?
Ik heb vrienden.
Maar geen sleutel.
Ik kan natuurlijk het slot
ook nog forceren, dat mag, dat kan:
splinters in mijn poten en bloed
aan de klinken.
Waar zitten ze toch met hun droge, tamme gedachten?
Als ik zeg ik doe het, dan doe ik het toch?
Zelfs 's nachts.
En ook drinken.

 

 1542045-cbe9cd61c3d9049cae01ee00c59bb7c7.jpg
Eriek Verpale (Zelzate, 2 februari 1952)

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook alle tags voor Santa Montefiore op dit blog.

Uit: The Gypsy Madonna

“The haunted face of a man old beyond his years stared grimly back at me. I shook off my grief and walked inside, brushing the snow from my shoulders. Stanley wasn't in yet, nor was Esther who answered the shop telephone and cleaned the place. With leaden feet I climbed the stairs. The building was dim and smelled of old wood and furniture polish. I opened the door to my office and stepped inside. There, sitting quietly on a chair, was a tramp.
I nearly jumped out of my skin. Angrily, I demanded to know what he was doing there and how he had got in. The window was closed and the front door had been locked. For an instant I was afraid. Then he turned to me, his mouth curling into a half smile. I was at once struck by the extraordinary color of his eyes that shone out from his cracked and bearded face, like aquamarine set in rock. I had a sudden sense of déjà vu but it was gone as quickly as it had come. He wore a felt hat and sat hunched in a heavy coat. I noticed his shoes were dirty and scuffed with a hole wearing through at one toe. He looked me up and down appraisingly and I felt my fury mount at his impertinence.
"You've grown into a fine young man," he mused, nodding appreciatively. I frowned at him, not knowing how to respond. "You don't know who I am?" he asked and, behind his smile, I noticed a shadow of sorrow.
"Of course I don't. I think you should leave," I replied.
He nodded and shrugged. "Hell, there's no reason why you should remember. I hoped ... Well, what does it matter? Do you mind if I have a smoke? It's mighty cold out there." His accent was southern and there was something about it that caused my skin to goose-bump.“

 

 1542045-97c0370396bbcd7b9d034b6bfb9b867b.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver James Dickey werd geboren op 2 februari 1923 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor James Dickey op dit blog.

Falling (Fragment)

A 29-year-old stewardess fell ... to her death tonight when she was swept through an emergency door that suddenly sprang open ... The body ... was found ... three hours after the accident.
—New York Times

The states when they black out and lie there rolling when they turn
To something transcontinental move by drawing moonlight out of the great
One-sided stone hung off the starboard wingtip some sleeper next to
An engine is groaning for coffee and there is faintly coming in
Somewhere the vast beast-whistle of space. In the galley with its racks
Of trays she rummages for a blanket and moves in her slim tailored
Uniform to pin it over the cry at the top of the door. As though she blew

The door down with a silent blast from her lungs frozen she is black
Out finding herself with the plane nowhere and her body taking by the throat
The undying cry of the void falling living beginning to be something
That no one has ever been and lived through screaming without enough air
Still neat lipsticked stockinged girdled by regulation her hat
Still on her arms and legs in no world and yet spaced also strangely
With utter placid rightness on thin air taking her time she holds it
In many places and now, still thousands of feet from her death she seems
To slow she develops interest she turns in her maneuverable body

 

 1542045-7089d7dba890ec1ab032ec0bee136f2e.jpg
James Dickey (2 februari 1923 – 19 januari 1997)

 

 

De Viëtnamese dichter Xuân Diệu werd geboren op 2 februari 1916 in Gò Bồi, gemeente Tùng Giản. Zie ookook alle tags voor Xuân Diệu op dit blog.

 

Here Comes Autumn

The grieving willows droop in deep mourning,
Their sad hair streaming like teardrops falling.
Here comes autumn, here comes the autumn cold
In its faded mantle woven with leaves of gold.

Various blossoms have fallen off their branch
Amidst a garden where the red mingles with blue.
The trembling breath of breeze shakes the leaves and
A few shriveled limbs like fragile bones in somber hue.

At times the moon appears with all her puzzled look.
And on the far side mountains start to veil with fog.
I hear the bitter cold stirring the wind,
But see no boats making their cross-stream run.

High in the cloudy sky the birds flee on
While the leaden air broods o'er the parting.
A few sad girls against the door lean in silence
Looking pensively into the distance.

 

Vertaald door Thomas D. Le

 

 1542045-b500b5d519f1659af7d89f7601997340.jpg
Xuân Diệu (2 februari 1916 - 18 december 1985)
Hier met de bevriende dichter Cù Huy Cận (rechts)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:46 Reageer op dit bericht

Ludwig Eichrodt, Gostan Zarian, Johann Ch. Gottsched, Ayn Rand, Monica Camuglia, Michael Öchsner

De Duitse dichter Ludwig Eichrodt werd geboren op 2 februari 1827 in Durlach bij Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Ludwig Eichrodt op dit blog.

 

Maria

Unter allen Schmerzen,
Die mir zugetheilt,
Wühlet mir im wunden Herzen
Einer, der nicht heilt,
Den ich stets erneue –
Ach, unsäglich ist der Schmerz der Reue!

Reue, daß ich Einen
Von mir lassen hieß,
Heiße, bittre Thränen weinen
Einen weinen ließ;
Den ich treulos nannte,
Einzig liebte, liebt und ganz verkannte.

Könnt ich rufen, weinen
Ihn, ach ihn zurück,
Ohne Thränen ließ ich keinen,
Keinen Augenblick!
Doch in welchen Stunden
Habt ihr klaren Auges mich gefunden?

Trügen Thränenfluthen
Mich zur ewgen Ruh!
Dem willkommnen Tode bluten
Meine Wunden zu.
Im gebrochnen Herzen
Heilen alle unheilbaren Schmerzen.

 

 1542037-f0326b07393648b0a2deca9315d0423c.jpg
Ludwig Eichrodt (2 februari 1827 – 2 februari 1892)
Karlsruhe 

 

 

De Armeense schrijver Gostan Zarian werd geboren op 2 februari 1885 in Shemakha, voormalige hoofdstad van Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Gostan Zarian op dit blog.

Uit: The Ship On The Mountain (Vertaald door Shant Norashkharian)

"Why not?...That was not such a bad thing..."
"No. It was very good. What was bad, came later when they invited you to the roulette room, for charity. Then, naturally, you were intimidated and accepted their offer, you lost your last pennies, and with a cold face, feeling guilty for not having any more to spend, somehow you came out and fled."
"That is what it was all about..."
"Tbilisi now has this kind of lifestyle. Nightclubs, beautiful Russian princesses, famous artists. It is surprising how profiteering the high nobility has become with respect to art...They invite you one evening, to a place where one of the renowned poets will read his latest writings. Full crowd. In the center of the hall there is a small stage. Roaring applause. The poet comes on stage. Dressed in a long and strange shirt sewn from the silk of Bukhara, the edge of his nose painted, his face tattooed like a gypsy, he starts to recite like a third-rate actor, with a distant and vague voice, singular and unintelligible words. The ladies sigh and start applauding. They surround the poet, shake his hands and kiss them. Then, unavoidably, they invite you over to the other room, where, by chance, you rediscover the familiar roulette, and the delicate ladies who eat you with their eyes..."

 

 1542037-6d9029f9b5241bdc611a812d3b7885c5.jpg
Gostan Zarian (2 februari 1885 – 11 december 1969)

 

 

De Duitse schrijver Johann Christoph Gottsched werd geboren in Juditten (bij Koningsbergen) op 2 februari 1700. Zie ook alle tags voor Johann Christoph Gottsched op dit blog.

Uit: Die tugendhafte Charlotte

“In einer der besten Städte, so in der französischen Provinz Touraine liegen, war ein junger Prinz, aus einem sehr guten Geschlecht, von Jugend auf erzogen worden. Von der guten Gestalt, Anmut und Artigkeit und andern Vollkommenheiten desselben darf man nichts mehr sagen, als daß er damals seinesgleichen nicht gehabt. In seinem fünfzehnten und sechzehnten Jahre war die Jagd sein bester Zeitvertreib; so gar, daß er Hunde, Pferde und wilde Tiere weit lieber als das schönste Weibesbild von der Welt ansah. So brachte er seine Zeit zu, bis er ungefähr eines Frauenzimmers ansichtig ward, die vormals in seinem Schlosse erzogen worden, aber nach dem Tode ihrer Mutter, nebst ihrem Vater und Bruder, in eine andre angrenzende Landschaft gewichen und daselbst völlig erwachsen war, Charlotte, so hieß diese Jungfer, hatte eine uneheliche Halbschwester, die ihr Vater überaus geliebt und an einen Küchenschreiber des oberwähnten Prinzen verheiratet hatte. Sobald ihr Vater gestorben war, fiel ihr das wenigeVermögen zu, was derselbe in der vorhin gedachten Stadt besessen, und sie begab sich nach seinem Tode wieder dahin, wo ihre Güter lagen. Es war nicht ratsam, daß sie als ein junges wohlgebildetes Frauenzimmer, welches schon imstande war zu heiraten, in einem eigenen Hause allein wohnen sollte; derowegen begab sie sich zu ihrer Schwester, der Küchenschreiberin, ins Haus, als zu welcher sie ein gutes Vertrauen hatte. Der Prinz sah nun, wie gedacht, diese wohlgestalte Brünette mit ganz andern Augen an, als er bis dahin alles andre Frauenzimmer angesehen hatte.“

 

 1542037-d379e5c8439cea85e877d6394b82ebee.jpg
Johann Ch. Gottsched (2 februari 1700 - 12 december 1766)
De kerk van Juditten op een oude gekleurde ansichtkaart 

 

 

De Amerikaanse schrijfster van Russische komaf Ayn Rand (eig. Alissa "Alice" Zinovievna Rosenbaum) werd geboren in Sint-Petersburg op 2 februari 1905. Zie ook alle tags voor Ayn Rand op dit blog.

Uit: The Fountainhead

“I do not blame Peter Keating. He was helpless. He had a contract with his employers. It was ignored. He had a promise that the structure he offered would be built as designed. The promise was broken. The love of a man for the integrity of his work and his right to preserve it are now considered a vague intangible and an inessential. You have heard the prosecutor say that. Why was the building disfigured? For no reason. Such acts never have any reason, unless it’s the vanity of some second-handers who feel they have a right to anyone’s property, spiritual or material. Who permitted them to do it? No particular man among the dozens in authority. No one cared to permit it or to stop it. No one was responsible. No one can be held to account. Such is the nature of all collective action.
     “I did not receive the payment I asked. But the owners of Cortlandt got what they needed from me. They wanted a scheme devised to build a structure as cheaply as possible. They found no one else who could do it to their satisfaction. I could and did. They took the benefit of my work and made me contribute it as a gift. But I am not an altruist. I do not contribute gifts of this nature.
     “It is said that I have destroyed the home of the destitute. It is forgotten that but for me the destitute could not have had this particular home. Those who were concerned with the poor had to come to me, who have never been concerned, in order to help the poor. It is believed that the poverty of the future tenants gave them the right to my work. That their need constituted a claim on my life. That it was my duty to contribute anything demanded of me.”

 

 1542037-58d1d7dc5aa20c814ee02f52c46d67f8.jpg
Ayn Rand (2 februari 1905 – 6 maart 1982)

 

 

De Zwitserse schrijfster Monica Camuglia werd geboren op 2 februari 1960 in St. Gallen. Zie ook ook alle tags voor Monica Camuglia op dit blog.

Uit: Irrtum 2012

„Rosa ist hier aufgewachsen, und ihre Liebe zu der Insel ist unverkennbar.
Die Pension bleibt im Winter geschlossen. Wir sind die einzigen Gäste, beziehungsweise von Rosa und Gianni, einem Freund von ihr, eingeladen. Gianni ist vermutlich um die 75. Ich habe ihn nie nach seinem Alter gefragt, aber aus seinen Erzählungen kann ich mir das so ungefähr ausrechnen.
Er ist Römer, klein, aber stolz in seiner Haltung, seine einfache Bekleidung hat Stil und die schneeweißen, immer noch dichten Haare trägt er wie eine Krone. Ich denke, er schlief früher in großen, weichen Betten und dinierte an langen, edlen Tafeln, auch wenn er jetzt hier ganz einfach in einem kleinen, gut erhaltenen Haus lebt. Er kam vor 15 Jahren hierher, um seinem Tod in Würde zu begegnen. Die Ärzte konnten ihm nicht mehr helfen, Prostatakrebs, noch ein paar Monate, hatten sie gesagt.
Seither lebt er in Frieden und ohne Schmerzen auf dieser Insel, steht mit der Sonne auf und legt sich zur Ruhe, wenn es dunkel wird, pflegt seinen prachtvollen Garten, erntet das ganze Jahre irgendwelche Früchte seiner Arbeit und lebt mehr oder weniger vom Tauschgeschäft mit anderen Insulanern und Touristen. Er hat für jeden ein paar freundliche Worte bereit, wenn man ihm an der Bar, am Hafen oder auf einem Pfad begegnet.
Ich drehe mich in der Matte auf die andere Seite und schaue hinüber zur offenen Tür. Nathan atmet schwer, er ist nicht krank, nur todmüde vom langen unermüdlichen Kampf für seine Sache.“

 

 1542037-5c3a7dc6ab6c6cff886ce328131c3b3f.jpg
Monica Camuglia (St. Gallen, 2 februari 1960)

 

 

De Duitse dichter en leraar Michael Öchsner werd geboren op 2 februari 1816 in München. Zie ook alle tags voor Michael Öchsner op dit blog.

Bayernhymne (Engelse vertaling)

God be with thee, Land of the Bavarians,
German soil, fatherland!
Over thy wide area
rest thy merciful hand!
He shall protect thy meadows,
shield the buildings of thy towns
and His Heaven He lifts up
His colours – white and blue.

 

 1542037-d81a7720ee1617f7316e2798f656f9a4.JPG
Michael Öchsner (2 februari 1816 – 8 oktober 1893)
Maximilianeum, München

Geschreven door Romenu om 15:33 Reageer op dit bericht

Hugo von Hofmannsthal, José Luis Sampredo, Günter Eich, F. B. Hotz, Dieter Kühn

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Aber seltsam!

Ein namenloses Heimweh weinte lautlos
In meiner Seele nach dem Leben, weinte,
Wie einer weint, wenn er auf großem Seeschiff
Mit gelben Riesensegeln gegen Abend
Auf dunkelblauem Wasser an der Stadt,
Der Vaterstadt, vorüberfährt. Da sieht er
Die Gassen, hört die Brunnen rauschen, riecht
Den Duft der Fliederbüsche, sieht sich selber,
Ein Kind, am Ufer stehn, mit Kindesaugen,
Die ängstlich sind und weinen wollen, sieht
Durchs offene Fenster Licht in seinem Zimmer -
Das große Seeschiff aber trägt ihn weiter,
Auf dunkelblauem Wasser lautlos gleitend
Mit gelben, fremdgeformten Riesensegeln.

 

 

Im Grünen zu singen

War der Himmel trüb und schwer,
Waren einsam wir so sehr,
Voneinander abgeschnitten!
Aber das ist nun nicht mehr:
Lüfte fließen hin und her;
Und die ganze Welt inmitten
Glänzt, als ob sie gläsern wär.

Sterne kamen aufgegangen,
Flimmern mein - und deinen Wangen,
Und sie wissens auch:
Stark und stärker wird ihr Prangen;
Und wir atmen mit Verlangen,
Liegen selig wie gefangen,
Spüren eins des andern Hauch.

 

 

Besitz

Großer Garten liegt erschlossen,
Weite schweigende Terrassen:
Müßt mich alle Teile kennen,
Jeden Teil genießen lassen!

Schauen auf vom Blumenboden,
Auf zum Himmel durch Gezweige,
Längs dem Bach ins Fremde schreiten,
Niederwandeln sanfte Neige:

Dann erst komme ich zum Weiher,
Der in stiller Mitte spiegelt,
Mir des Gartens ganze Freude
Träumerisch vereint entriegelt.

Aber solchen Vollbesitzes
Tiefe Blicke sind so selten!
Zwischen Finden und Verlieren
müssen sie als göttlich gelten.

All in einem, Kern und Schale,
Dieses Glück gehört dem Traum
Tief begreifen und besitzen!
Hat dies wo im Leben Raum?

 

 

 1541436-54e631c6c0c510445aa0b0deeed1709d.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)
Borstbeeld in het Festspielhaus, Salzburg

 

 

De Spaanse schrijver, humanist en econoom Jose Luis Sampedro Sáez werd geboren op 1 februari 1917 in Barcelona. Zie ook alle tags voor José Luis Sampredo op dit blog.

Uit: De Etruskische glimlach (Vertaald door Eugenie Schoolderman)

“Bij de uitgang begint hij over iets anders.
‘Dus het gesprek met de directeur ging niet zo goed?’
Zijn zoon trekt een zuur gezicht.
‘Nou ja, het is altijd hetzelfde, u kent het wel. Ze beloven van alles, maar daarna... Hij sprak vol lof over Andrea, dat wel. Hij had zelfs haar laatste artikel gelezen.’
De vader herinnert zich hoe hij vlak na de oorlog met Ambrosio en een andere partizaan (hoe heette hij ook alweer, die Albanees, die zo goed kon schieten? Dat vervloekte geheugen ook!) naar Rome ging om bij een partijbonze landhervormingen te eisen voor de regio Sila Piccola.
‘Liep hij met je mee naar de deur terwijl hij je op de schouder sloeg?’
‘Jazeker, hij was echt bijzonder vriendelijk.’
Zijn zoon glimlacht, maar de vader fronst het voorhoofd.
‘Net als toen,’ denkt hij bij zichzelf. ‘Eerst moesten er drie doden vallen bij de boerenbetoging in Melissa, in de buurt van Santa Severina, voordat de heren politici in Rome opschrokken en besloten iets te gaan doen.’
Eenmaal op de parkeerplaats stappen ze in de auto. In zichzelf mopperend maakt de oude Roncone zijn autogordel vast. ‘Pure geldklopperij die dingen. Alsof je niet zelf mag uitmaken hoe je wilt sterven!’ Ze rijden weg richting de uitvalsweg van Rome. Even nadat ze tol hebben betaald, inmiddels op de Autostrada del Sole, draait de vader op zijn dooie gemak een sigaret en begint weer over hetzelfde.”

 

 1541436-e6faeb5be4830c299bfe508f5cf771c8.jpg
José Luis Sampredo (1 februari 1917 – 8 april 2013)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Entwicklung

Verzögerungen erfinden,
Relais einbauen
Umwege, Aufenthalte, Wartesäle

Kann, soll und muß,
und kreuzungsfrei,
im Hundert, vom Hundert, auf Hundert.

Und schließlich einsilbig,
Buchstaben, Interjektionen
zusammenschrumpfend,

Hinweise auf Wörterbücher,
Journale, der Vorzug
von Sprachfehlern.

 

 

Ende eines Sommers

Wer möchte leben ohne den Trost der Bäume!

Wie gut, daß sie am Sterben teilhaben!
Die Pfirsiche sind geerntet, die Pflaumen färben sich,
während unter dem Brückenbogen die Zeit rauscht.

Dem Vogelzug vertraue ich meine Verzweiflung an.
Er mißt seinen Teil von Ewigkeit gelassen ab.
Seine Strecken
werden sichtbar im Blattwerk als dunkler Zwang,
die Bewegung der Flügel färbt die Früchte.

Es heißt Geduld haben.
Bald wird die Vogelschrift entsiegelt,
unter der Zunge ist der Pfennig zu schmecken.

 

 

Schuttablage

Über den Brennesseln beginnt,
keiner hört sie und jeder,
die Trauer der Welt; es rührt der Wind
die Elastik einer Matratzenfeder.
Wo sich verwischt die goldene Tafelschrift,
im Schnörkel von Blume und Trauben,
wird mir sichtbar, - o wie es mich trifft:
Liebe, Hoffnung und Glauben.
Ach, wer fügte zu bitterem Scherz
so die Scherben zusammen?
Durch die Emaille wie durch ein Herz
wachsen die Brennesselflammen.
Im verrosteten Helm blieb ein Wasserrest,
schweifenden Vögeln zum Bade.
Verlorene Seele, wen du auch verläßt,
wer fügt dich zusammen in Gnade?

 

 1541436-8e2c5c8dc4df5b8c3aa6c1b257824811.jpg
Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)
Cover van een deelbiografie over de periode 1944–1954

 

 

De Nederlandse schrijver Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor F. B. Hotz op dit blog.

Uit: De tramrace

“God zat in Zijn Eeuwig Wachthuis en keek naar de boer. Men had Zijn Tekens weer eens niet verstaan. (...) De zon hinderde God, maar uit Z'n eeuwige wijsheid emaneerde de regenwolk die wij al signaleerden en verbleekte het licht. Slagschaduwen markeerden de boer. God zag de groezelige tranen en verstond de woorden. Hij luisterde. Hij hoorde ook dat zangerig kreunen en vond met Boon dat het te erg was. Hij overzag de glimmende rails en de dijk. Kon het nog, vroeg God Zich af. De militaire arts was er nog niet, de manschappen van de Genie nog lang niet. Maar wat hun te laten zien als ze arriveerden? Wat moest de zin van hun vertrek zijn? God glimlachte bij een inval. Zijn Genade zag scherper dan Zijn Gedachte: in een letterlijke bliksemflits combineerde Hij Zijn Intuïtie met de verkleinde schaal van Z'n Gedachte, de noodwendigheid, tot voor menselijke denkvorm inschuifbare proporties die beneden 'realiteit' schenen te heten. 'Laat het een uur geleden zijn,' had de boer gesmeekt. God rekende. Een half uur was ook goed. Een kwartier zelfs; het kon nog.
God stak Z'n Oneindige hand uit naar een reusachtige handle in het Hemels Wachthuis. (...) Hij duwde het staketsel, dat van een soort kunststof vervaardigd leek die op aarde vooralsnog onbekend was, een kwartslag van Zich af.”

 

 1541436-e340fc989271ae51a56e2980ee2e6554.jpg
F. B. Hotz (1 februari 1922 – 5 december 2000)

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook alle tags voor Dieter Kühn op dit blog.

Uit: Das Magische Auge

„Geheimnisvolle Szene: Die Lampe im Wohnzimmer ausgeschaltet, meine Mutter sitzt ganz nah am Radio, ihr markantes Profil schwach betont von grünem Licht, das von münzkleiner  Fläche ausgeht, in der Schauseite des Radios – das Magische Auge, die Signalstärke, die Genauigkeit des Empfangs anzeigend mit grünem Doppelfächer.Ihr Kopf zusätzlich betont von der Skalenbeleuchtung.
Kleines Aufschrecken, Geste der Abwehr, als ich auf dem Weg zum Klo durchs Wohnzimmer gehe – sicherlich im Nachthemd, im weißen, wie damals üblich, auch bei Buben.
Meine Erinnerung behauptet, ich hätte gleich gewusst, sogleich erfasst, worum es ging: Mutter Helene hört einen ausländischen Sender, einen ›Feindsender‹. Im Süden des damaligen »Reichs«, in Bayern, in Herrsching am Ammersee, dürfte es Radio Beromünster gewesen sein. Oder konnte dort auch das deutschsprachige Programm der BBC empfangen werden? Wie auch immer: Zu hören war eine Männerstimme, und die sprach deutsch. Nähertretend sah ich auf dem Radio eine zusammengefaltete Decke (das Plaid, wie meine Mutter noch sagte, in der Sprache ihrer Generation und Herkunft); die Abdeckung sollte den Klang dämpfen – der Hausherr, der Vermieter, galt als Nazi, einer der beiden Söhne war Fähnlein führer der Hitlerjugend. Konnte man damals schon Basstöne durch Regler ausfiltern? Über einen Drehkondensator? Auch so ein Wort, das mit der Erinnerung an die Szene auftaucht: der Drehkondensator im Röhrenradio."

 

 1541436-6e9d2bfaa2c88bea2aea0e6c467749d6.jpg
Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:00 Reageer op dit bericht

Muriel Spark, Langston Hughes, Michel Zevaco, Jevgeni Zamjatin, Georg Rendl, Abraham E. Fröhlich

De Schotse schrijfster Muriel Spark werd op 1 februari 1918 geboren als Muriel Sarah Camberg in Edinburgh. Zie ook alle tags voor Muriel Spark op dit blog.

Uit: A Far Cry from Kensington

“Evidently, the baby slept through the pandemonium for all we could hear were the wife's shouts and screams and the husband's fury: noises off.
Suddenly they appeared on the stairs, the second half of their staircase, before our eyes, as on a stage. Milly, always with her sense of the appropriate, dashed down to her bedroom and reappeared with a near-full box of chocolates. We sat side by side, eating chocolates, and watching the show. So far, no blows, no fisticuffs; but much waving of arms and menacing. Then the husband seized his wife by the hair and dragged her up a few stairs, she meanwhile beating his body and caterwauling.
Eventually I phoned the police, for the fight was becoming more serious. A policeman arrived at our door within ten minutes. He seemed to take a less urgent view of the din going on in the next-door house and was reluctant to interfere. He joined us on the staircase from where we could now only see the couple's feet as they wrestled. The policeman crowded beside us, for there was no convenient place for him to sit. My hips took up all the spare space. But finally our neighbours descended their staircase so that we could see them in full.
"Can't you stop them?" said Milly, passing the chocolates.
The policeman accepted a chocolate. "Mustn't come between husband and wife," he said. "Inadvisable. You get no thanks, and they both turn on you.
We could see the force of this argument. Milly offered to make a cup of tea, which she was always ready to do. Finally the policeman said, "I'll go and have a word with them. This time of night, disturbing the peace."

 

 1541429-90111db85d0a0081dc3a7ed42c5c3f05.jpg
Muriel Spark (1 februari 1918 – 13 april 2006)

 

 

De Amerikaanse schrijver Langston Hughes werd geboren op 1 februari 1902 in Joplin, Missouri. Zie ook alle tags voor Langston Hughes op dit blog.

 

The Negro Speaks Of Rivers

I've known rivers:
I've known rivers ancient as the world and older than the
flow of human blood in human veins.

My soul has grown deep like the rivers.

I bathed in the Euphrates when dawns were young.
I built my hut near the Congo and it lulled me to sleep.
I looked upon the Nile and raised the pyramids above it.
I heard the singing of the Mississippi when Abe Lincoln
went down to New Orleans, and I've seen its muddy
bosom turn all golden in the sunset.

I've known rivers:
Ancient, dusky rivers.

My soul has grown deep like the rivers.

 

 

My People

The night is beautiful,
So the faces of my people.

The stars are beautiful,
So the eyes of my people.

Beautiful, also, is the sun.
Beautiful, also, are the souls of my people.

 

 1541429-43ff6b40f1164e7de9f80bea2af5f83e.jpg
Langston Hughes (1 februari 1902 – 22 mei 1967)

 

 

 De Franse schrijver, journalist en anarchistisch activist Michel Zevaco werd geboren op 1 februari 1860 in AjaccioZie ook alle tags voor Michel Zevaco op dit blog.

Uit: Borgia !

“Rome ! L’antique capitale du monde civilisé dormait, appesantie en une morne tristesse.
Une sorte de terreur mystérieuse et profonde glaçait la superbe cité jusque dans ses moelles. Rome se taisait, Rome priait, Rome étouffait.
Là où la voix puissante de Cicéron avait fait retentir la tribune d’un Forum tumultueux, psalmodiaient des voix sinistres. Là où les Gracchus avaient combattu pour la liberté, pesait de tout son poids le sombre et farouche despotisme de Rodrigue Borgia.
Et Rodrigue Borgia n’était qu’une personne dans la trinité menaçante qui régnait sur la Ville des Villes. Rodrigue avait un fils qui, plus que lui, représentait la Violence, et une fille qui, mieux que lui, symbolisait la Ruse !
Le fils s’appelait César. La fille s’appelait Lucrèce...
Nous sommes au mois de mai de l’an 1501, à l’aube du seizième siècle. Ce jour-là, le soleil s’est levé dans un ciel rutilant. La matinée est radieuse. Une joie immense est dans les airs.
Mais Rome demeure glacée, glaciale, car les prêtres règnent sur terre. Pourtant, devant la grande porte du château Saint-Ange, la forteresse qui, près du Vatican, hérisse ses odieuses tourelles, des hommes du peuple sont rassemblés par la curiosité.
Pieds nus, en haillons, la tête couverte de crasseux bonnets phrygiens, ils contemplent, avec une admiration pleine de respect, un groupe de jeunes seigneurs qui, réunis sur la place, paradent, causent bruyamment, rient aux éclats et dédaignent de laisser tomber un regard sur la tourbe qui, de loin, les envie
.”

 

 1541429-30a17484eb982da08397d0e9e00c6c6e.jpg
Michel Zevaco (1 februari 1860 – 8 augustus 1918)
Cover

 

 

De Russische revolutionair en schrijver Jevgeni Zamjatin werd geboren op 1 februari 1884 in Lebedyan. Zie ook alle tags voor Jevgeni Zamjatin op dit blog.

Uit: Teken van leven (Vertaald door C.J. Pouw en Wilfred Smit)

“Een naaldbomenwoud – ongerept, ondoordringbaar, met beren, met de scherpe geur van paddestoelen en hars, met overjarige, rafelige mossen. Het had de ijzeren helmen van roofridders voorbij zien trekken, en de kappen van zwerfmonniken die het oude, ware geloof aanhingen, en de gerafelde mutsen van Stenka Razin’s vrijbuiters, en de bevroren pluimen van kleumende Fransen. En dan – alles voorbij, of het nooit geweest was. En opnieuw de blauwe winterdagen, een ritselend pak sneeuw dat langs de takken naar beneden glijdt, takjes die kraken van vorst, het kloppen van een specht. En de gele zomerdagen, waskaarsen in knoestige groene handen, doorzichtige, honingkleurige tranen langs de ruwe stammen omlaag, koekoeks die de jaren tellen.
Maar kijk, in die lome hitte zwollen de wolken op, langs een paarsrode naad barstte de hemel open, sproeide vuur – en het eeuwenoude woud begon te roken. Tegen de morgen waren overal zinderende rode tongen, overal gesis, gefluit, gekraak, gebrul, de halve hemel in zwarte rook, de bloedrode zon maar nauwelijks zichtbaar. En wat willen nietige mensjes met hun schoppen, geultjes en emmers? Het woud is verdwenen, in rook opgegaan: alleen nog maar boomstompen, roet, as.”

 

 1541429-ae4787cc94f3b05a51bb1158cd770716.jpg
Jevgeni Zamjatin (1 februari 1884 – 10 maart 1937)
Lebedyan, geschilderd door Boris Kustodiev, 1926

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Georg Rendl werd geboren op 1 februari 1903 in Zell am See. Zie ook alle tags voor Georg Rendl op dit blog.

Uit: Haus in Gottes Hand

“Schon während der Zeit des Bauens waren wir diesem und jenem der Nachbarn in Berührung gekommen. Wir spürten zuerst nichts als ein neugieriges Mißtrauen. Sie fragten sich wohl: Was wollen diese Eindringlinge hier? Bauen da ein Haus, das niemand geschenkt möchte, stecken Geld hinein -. Und der Mann macht sich zum eigenen Taglöhner und Handwerker, auch die Frau greift zu. Also doch arme Leute, die der Gemeinde einmal zur Last fallen werden! Man muß sie ein wenig von oben herab behandeln. Im Herbst, als wir noch bauten, kam ein Mann aus der Nachbarschaft: er trieb eine Kuh auf die Weide, und die Weide war ein Stück Wiese vor dem Hause.
Ich bereitete Mörtel.
Der Mann legte die Fingerspitzen an den Hutrand.
Das war sein vorsichtiger Gruß.
Ich zog den Hut.
Er kam näher und tat verwundert:
"Gebaut wird da?" Das wußte er nun schon seit Wochen, überdies hatte ich schon einige Malge Bier bei ihm holen lassen. Er war der Wirt nahe der Brücke.
"Wir bauen doch schon seit vier Wochen", sagte ich.
"Schon seit vier Wochen? Darf man nachschauen?"
Freilich durfte er. Sein Gesicht war voll Gram und Verdruß. Man hatte ihm, wie ich später erfuhr, ein paar Tage vorher einen Floh ins Ohr gesetzt. Als er sich ein paar Minuten lang umgesehen hatte, kam er wieder zu mir und sagte, in die Diele zeigend:
"Groß, viel zu groß!"

 

 1541429-96ea992dc181d7c424c08d2abf68e904.jpg
Georg Rendl (1 februari 1903 – 10 januari 1972)
Cover biografie

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Abraham Emanuel Fröhlich werd geboren op 1 februari 1796 in Brugg. Zie ook alle tags voor Abraham E. Fröhlich op dit blog.

 

Wahrer Glaube

Mit dem Vogel sind geflogen
seine Kiner übers Meer.
Droben ward der Himmel trüber;
drunten brausten Sturmeswogen;
und die Kinder klagen sehr:
Ach wie kommen wir hinüber?
Nirgend will ein Land uns winken,
und die müden Schwingen sinken.
Aber ihre Mutter sagt:
Kinder bleibet unverzagt!
Fühlt ihr nicht im Tiefsten innen
unaufhaltsam einen Zug,
neuen Frühling zu gewinnen?
Auf! in Jenen ist kein Trug,
der die Sehnsucht hat gegeben.
Er wird uns hinüberheben,
und euch trösten balde, balde
in dem ungbelaubten Walde!

 

 1541429-e4993a27d69bde2ceef579f5429a6366.jpg
Abraham E. Fröhlich (1 februari 1796 – 1 december 1865)
Brugg

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Toine Heijmans

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Toine Heijmans werd geboren in Nijmegen op 1 februari 1969. Heijmans studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie werkte hij als verslaggever voor het Nijmeegs Dagblad en de Arnhemse Courant. In 1995 kwam hij in dienst bij De Volkskrant in Amsterdam. Daar werkte hij vier jaar op de redactie binnenland, voordat hij verslaggever werd met als specialisme minderheden en asielzoekers. Een aantal jaren was hij plaatsvervangend chef van de redactie verslaggeverij. Tussen 2007 en 2010 was hij chef van de reisredactie. Sindsdien is hij algemeen verslaggever van de krant. Sinds enige jaren is Heijmans ook columnist. Heijmans is de eerste Nederlandse schrijver die de prestigieuze Franse literatuurprijs Prix Médicis Etranger kreeg, voor zijn in het Frans vertaalde roman Op Zee (En Mer). In 2014 won hij de Aad Struijs Persprijs voor reisjournalistiek. Voor zijn andere journalistieke werk kreeg hij een Europese non-discriminatieprijs. Heijmans schreef een aantal non-fictie boeken, en twee romans. Zijn eerste, “Op zee” verscheen in 2011. In 2012 verscheen de Duitse vertaling Irrfahrt. De Franse vertaling (En mer) verscheen in 2013 en won in hetzelfde jaar de Prix Médicis étranger. Het boek is verfilmd voor televisie door regisseur Marinus Groothof en scenariste Anne Hofhuis. Heijmans' tweede roman “Pristina” verscheen begin 2014.

Uit: Op zee

“De wolken had ik niet gezien. Ze moeten zich verzameld hebben achter mijn rug. Ze moeten, op bevel van iets, naar voren zijn getrokken. Daar hangen ze nu in slagorde voor de boeg. Als platte kiezels, leigrijs in de lucht. Een gigantisch mobiel van wolken, zoals er vroeger ook een hing boven haar babybed.
De wolken maken de ochtend donker. Ze halen het licht weg van de zee. Urenlang bescheen de maan de golven, en waakte over de boot als een nachtlamp. Maar nu is het licht uit en sta ik er alleen voor.
Het moet ochtend worden. Er moet meer licht komen. Maar het wordt alleen donkerder, alsof de boot terug de nacht in vaart. Alsof er een keuze is: achteruit of vooruit. Naar het begin van de reis, of door naar het eind. Maar er is geen keuze. Ik ben niet langer de baas.”

 

Uit: En mer (Vertaald door Danielle Losman)

“Je n'avais pas vu les nuages. Ils ont dû se rassembler dans mon dos. Ils ont dû s'avancer sur ordre de Dieu sait quoi. Les voilà qui voguent en rangs serrés devant l'étrave. Des galets plats, gris ardoise dans le ciel. Un gigantesque mobile fait de nuages, comme il y en avait un autrefois, suspendu audessus de son berceau
Les nuages assombrissent le matin. Ils privent la mer de lumière. Pendant des heures la lune a éclairé les vagues et veillé sur le voilier comme une lampe de chevet. Mais maintenant la lumière est éteinte et je me retrouve seul.
Il faudrait que le matin se lève. Il faudrait plus de lumière.
Mais il fait de plus en plus sombre, comme si le bateau retournait s'enfoncer dans la nuit. Comme si j avais le choix : reculer ou avancer. Retourner au début du voyage, ou continuer jusqu'à la fin. Mais je n'ai pas le choix. Je ne suis plus maître à bord.

 

 1560232-4a2c2bf16dc4c42f1f102baaf36d9e0f.jpg
Toine Heijmans (Nijmegen, 1 februari 1969)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten