Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 4 maart 2014 tot 5 maart 2014

Aschermittwoch (Clara Müller-Jahnke)

  

Bij Aswoensdag

 

 1560243-0153fbaebe52b3f5c34d99e09f33405b.jpg
Het gevecht tussen Carnaval en Vasten (detail) door Pieter Brueghel de Oude, 1559

 

 

Aschermittwoch

Nun fällt der tollen Narrenwelt
das bunte Kleid in Lumpen, -
und klirrend auf den Estrich schellt
der Freude voller Humpen.
Lautkrachend springt ins Schloß das Tor,
kein Lichtschein mehr am Fenster -
ein grauer Morgen kriecht empor,
der Morgen der Gespenster.

Da ist im tiefen Straßenstaub
ein stolzes Weib gestanden -
von ihrem Odem rauscht das Laub,
des Meeres Wogen branden.
Sie reckt sich in die Frühlingspracht
mit herrischer Gebärde:
mein ist, was blüht und weint und lacht -
mein ist die ganze Erde!

Was bimmelt ihr vom Kirchenturm
und predigt Reu und Buße?
Ihr seid das Sandkorn vor dem Sturm,
der Staub mir unterm Fuße.
Was schiert mich eurer Sünde Scham
und eurer Hölle Flammen?
Ich blas den ganzen Maskenkram
mit einem Hauch zusammen.

Mir gilt die Dirne unterm Tor,
das Hündlein in der Gossen
mehr als der schönste Damenflor
in euren Staatskarossen.
Und Blumen und Konfettischlacht?
Wie jäh verstummt die Harfe,
versprüht der Witz, verblaßt die Pracht,
löst meine Hand die Larve.

Mir gilt des Bettlers hohle Hand
und gramzerfressne Miene
mehr als der Fürstenhöfe Tand
und blutige Hermeline. -
Und tobt im Ost der Schwertertanz,
und saust das Blei, das rasche -
auf aller Kronen Faschingsglanz
streu ich die Handvoll Asche!

Ob Kirchen- oder Festungssturm,
sie wanken beid auf Erden
und werden einst vom Wirbelsturm
zu Staub zerblasen werden.
Und reißt der letzten Narretei
der bunte Rock in Fetzen,
dann soll die Menschheit, nackt und frei,
sich an die Tafel setzen.

 

 1560242-1840ffe12966bb1419d0bcc00a8c4768.jpg
Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 - 4 november 1905)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e maart ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn blog van 5 maart 2012 deel 1 en eveneens mijn blog van 5 maart 2011 deel 2.





Geschreven door Romenu om 15:43 Reageer op dit bericht

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Danny King

De Italiaans filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Prayer to my mother

It’s so hard to say in a son’s words
what I’m so little like in my heart.

Only you in all the world know what my
heart always held, before any other love.

So, I must tell you something terrible to know:
From within your kindness my anguish grew.

You’re irreplaceable. And because you are,
the life you gave me is condemned to loneliness.

And I don’t want to be alone. I have an infinite
hunger for love, love of bodies without souls.

For the soul is inside you, it is you, but
you’re my mother and your love’s my slavery:

My childhood I lived a slave to this lofty
incurable sense of an immense obligation.

It was the only way to feel life,
the unique form, sole color; now, it’s over.

We survive, in the confusion
of a life reborn outside reason.

I pray you, oh, I pray: Do not hope to die.
I’m here, alone, with you, in a future April…

 

Vertaald door Norman MacAfee

 

 

Späte Einsichten

Ich weiß wohl, ich weiß wohl, daß ich mit einem Bein im Grabe stehe;
daß alles, was ich berühre, bereits von mir berührt worden ist;
daß ich Gefangener eines unanständigen Verlangens bin;
daß jede Rekonvaleszenz einem Rückfall gleicht;
daß die Gewässer stillstehn und daß alles abgestanden schmeckt;
daß auch der Humor nur Teil einer unaufhebbaren Blockade ist;
daß ich nichts anderes tue, als das Neue zum Alten zurückzuführen;
daß ich immer noch nicht die Absicht habe, anzuerkennen, wer ich bin;
daß mir sogar die alte Goldmachergeduld abhandengekommen ist;
daß das Alter, ungeduldig wie es ist, nur die Misere sichtbar macht;
daß ich niemals von hier wegkommen werde, auch wenn ich noch so viel lächle;
daß ich von allen Saiten, die da wären, am Ende immer nur die eine anreiße;
daß ich mich gerne mit Schlamm besudele, denn Schlamm ist Materie, arm, also rein;
daß ich das Licht nur dann liebe, wenn es ohne Hoffnung ist.

 

Vertaald door Theresia Prammer

 

 

 1560237-42bf1952e1a3649856a39b6ffb2af2a2.jpg
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur van Schendel werd geboren op 5 maart 1874 in Batavia. Zie ook alle tags voor Arthur van Schendel op dit blog.

Uit: De mensch van Nazareth

“Een ganschen morgen hoorde het kind Jezus het ruischen van het water en de stemmen der moeders, een ganschen morgen zag hij zijn makkertjes en den klaren hemel. En als zijn moeder hem riep om huiswaarts te keeren volgde hij aan haar kleed, denkend wat lekkernij het zijn zou in de zachte woning aan het eind des wegs, want hij was een kind in de zaligheid der kindervreugden van spel en zoetigheid, een dadel of een vijg. In den middag speelde hij weder waar de anderen speelden. Wanneer hij opkeek zag hij een man of een vrouw en hij staarde hun schoonheid aan, hoe de gezichten der grooten straalden en de oogen openden in hun glans. Soms stond hij stil om te denken waar zijn moeder was, en als hij zocht was zij daar. Ook zat hij aan het muurtje van de werkplaats en zag toe hoe zijn vader een balk over zijn schouder nam en op de bank legde of het een kind was, hoe hij een stok nam om te meten en houtskool om te teekenen, hoe hij zaagde en schaafde en den balk glad maakte, en zich het voorhoofd veegde. Zoo zag hij de bezigheid en voelde hij de vermoeienis, tot hij insliep in de zon.
Maar in den zaaitijd ging een ieder naar zijn akker. Wanneer de opziener de deuren was langs geweest en allen de verloting wisten, kwamen zij waar de oudste voor de samenkomst zat en een kind de loten nam; de mannen die hun deel ontvingen liepen bij tweeën met de snoeren heen, en als de velden afgemeten waren kwamen zij met de ezels en de ploegen. Daar was spel voor de knapen om de steenen weg te dragen tot een afscheiding van een ieders veld. Het zaad viel over de aarde, de wolken gingen aan den hemel, en na de avondgebeden zong de vreugde in het dorp over het komende gewas. Het kind Jezus hoorde het gezang.”

 

 1560237-1bdc382abcbe35acd846e7bcb85e36bc.jpg
Arthur van Schendel (5 maart 1874 – 11 september 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: Naar de natuur. Journaal

“29 juni Warnsborn. In één kastje bijna allemaal dooie koolmeesjes, twee, drie dagen oud. Des te groter de verrassing bij een ander kastje: een complete verzameling, uiterst vieve jongen, hard op weg naar het uitvliegen. ‘Zo,’ zei ik geïmponeerd, ‘dat wordt wel wat met jullie.’
De vier eitjes uit dat ene bontevliegenvangersnestje heb ik nu maar mee naar huis genomen. In mijn sigarenkoker. Onderweg was in één schaal een barstje ontstaan. Toen ik dat eitje openmaakte – daar had je een heel klein uitsmijtertje van kunnen bakken. Bij de aanblik van dat dooiertje de gedachte: en misschien is dat nog maar het beste, gewoon een kloddertje materie blijven, gewoon niet aan het leven beginnen. Maar dus niet bedorven.
Afijn, doordat dat ene eitje was gaan lekken, waren de andere kleverig geworden. Droogwrijven ging niet, maar als je ze ergens neerlegde, lijmde je ze in feite vast aan de ondergrond. Dus twee andere zijn stukgegaan toen ik ze wou verleggen. Nu ligt er nog één, waarvan het blauw door de inwerking van struif inmiddels danig verbleekt is. Zo zie je maar hoe delicaat die dingetjes in het nest zijn.

30 juni Met pa naar Herwijnen. Twee duttende lepelaars bij een plasje, ingeklemd tussen a15 en Betuwelijn. Ecologische Hoofdstructuur?
Merkwaardig, juist die smetteloos witte vogels herinnerden me aan het verfomfaaide kauwtje, gisteren op de stoep op het Marktplein bij Hilvers. Broodmager, kale nek – het leek wel een kip uit de bio-industrie. Maar hij leefde nog. Sterker nog: hij probeerde in leven te blijven. Duidelijk op zoek naar voedsel. Duidelijk vermoeid ook – hij wou eigenlijk niet aan de kant voor voorbijgangers.”

 

 1560237-6255adc0c1e28d919cf4c01640c34594.jpg
Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

 

De Nederlandse dichter Jurre van den Berg werd geboren in Thesinge op 5 maart 1986. Zie ook alle tags voor Jurre van den Berg op dit blog.

 

Statistiek voor alfa's

De kans bestaat
dat je dit niet weten wilt, maar ik

bespaar je Griekse letters als granaten
in je verslapen linker hersenhelft.

Het was toevallig dat ik in je steekproef zat.
Dat je me meenam was een keuze:

je verwierp H0 en hield me,
ik ben de alternatieve hypothese.

Misschien had ik het bij een ander
(significantieniveau) niet gered.

Dat wil dit eigenlijk zeggen:
ik was toevallig geen toeval

met toevallig als niets anders
dan de uitzondering op

de regel die we -net als toeval-
niet willen zijn.

Die kans bestaat.

 

 1560237-7cb26968fa4d2b481f97998ea8a5d46c.jpg
Jurre van den Berg (Thesinge, 5 maart 1986)

 

 

De Britse schrijver Danny King werd geboren op 5 maart 1969 in Slough, Berkshire. Zie ook alle tags voor Danny King op dit blog.

Uit: The Pornographer Diaries

“Well, if you_d never seen lust before, I suppose it would be easy to confuse one for the other. Maybe this was why we all assumed they were being made to take their clothes off. Certainly, none of them looked happy about it. Also, I guess we just couldn_t imagine a lady taking her clothes off and letting herself be photographed voluntarily. I mean, why would they? No, there had to be a room somewhere, somewhere where they kept ladies and made them take their clothes off and the ladies had no choice. All they could do was what they were told to do and scowl at the camera. Remember that song? _There's a place in France where the naked ladies dance, There's a hole in the wall where the men see it all._ I just assumed there must be a place in England similar to the one in France, probably in London, where girls slouched in chairs in the nude and generally looked fucked off about not being allowed to go home. And this was the proof. I_m ashamed to admit it but far from feeling sorry for these ladies and wishing they could be reunited with their families and friends, I just wanted to be able to visit this room and watch the girls being made to take their clothes off. Well, a room like this was probably a good thing wasn_t it? A great thing even. This was just what I thought back then, you understand. Though_ no, no, I_m not going to go there.”

 

 1560237-627cdc81c833a645fb0201d179ac41b9.jpg
Danny King (Slough, 5 maart 1969)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2012 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:30 Reageer op dit bericht

Carnaval (Théophile Gautier)

 

Bij Carnaval

 

 1559837-3a8b1e8aa22bcb45123efc1c2d60ea20.jpg
Caranaval in Venetië door Hieronymus Francken (1540-1610)

 

Carnaval


Venise pour le bal s'habille.
De paillettes tout étoilé,
Scintille, fourmille et babille
Le carnaval bariolé.

Arlequin, nègre par son masque,
Serpent par ses mille couleurs,
Rosse d'une note fantasque
Cassandre son souffre-douleurs.
Battant de l'aile avec sa manche
Comme un pingouin sur un écueil,
Le blanc Pierrot, par une blanche,
Passe la tête et cligne l'oeil.

Le Docteur bolonais rabâche
Avec la basse aux sons traînés;
Polichinelle, qui se fâche,
Se trouve une croche pour nez.

Heurtant Trivelin qui se mouche
Avec un trille extravagant,
A Colombine Scaramouche
Rend son éventail ou son gant.

Sur une cadence se glisse
Un domino ne laissant voir
Qu'un malin regard en coulisse
Aux paupières de satin noir.

Ah! fine barbe de dentelle,
Que fait voler un souffle pur,
Cet arpège m'a dit : C'est elle !
Malgré tes réseaux, j'en suis sûr,

Et j'ai reconnu, rose et fraîche,
Sous l'affreux profil de carton,
Sa lèvre au fin duvet de pêche,
Et la mouche de son menton.

 

 

 1559837-fcd075e5e517119a44b09d5fcd438b55.jpg
Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e maart ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Kristof Magnusson, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: En uit de bergen kwam de echo (Vertaald door W. Hansen)

“Najaar 1952
Vader had Abdullah nooit eerder geslagen. Dus toen hij het wel deed, toen hij de zijkant van Abdullahs hoofd raakte, vlak boven het oor, hard en onverhoeds en met de vlakke hand, sprongen er tranen van verbazing in Abdullahs ogen.
Hij knipperde ze snel weg.
‘Naar huis,’ zei vader knarsetandend.
Abdullah hoorde boven zich Pari in snikken uitbarsten.
Toen sloeg vader hem opnieuw, harder, ditmaal op zijn linkerwang. Abdullahs hoofd kantelde opzij. Zijn gezicht schroeide, en er kwamen meer tranen. Zijn linkeroor suisde. Vader bukte zich zo ver voorover dat zijn donkere, gerimpelde gezicht de woestijn en de bergen en de lucht helemaal verduisterde.
‘Ik zei je dat je naar huis moest gaan, jongen,’ zei hij met een gepijnigde blik.
Abdullah gaf geen kik. Hij slikte luid en gluurde naar zijn vader, terwijl hij met zijn ogen knipperde achter de hand die de zon afschermde.
Vanaf de kleine, rode kar gilde Pari zijn naam, terwijl ze beefde van angst. ‘Abollah!’
Vader hield hem met een strenge blik op afstand en sjokte terug naar de kar. Op de bodem ervan strekte Pari haar handen uit naar Abdullah. Abdullah gaf hun een voorsprong.
Toen veegde hij zijn ogen af met de muis van zijn hand en volgde hen.
Even later gooide vader een steen naar hem, zoals kinderen in Shadbagh stenen gooiden naar Shuja, de hond van Pari – zij het dat de kinderen Shuja wilden raken om hem pijn te doen. De steen van vader kwam een meter van Abdullah op de grond terecht, machteloos. Hij wachtte, en toen vader en Pari zich weer in beweging zetten, ging Abdullah opnieuw achter hen aan.”

 

 1559832-4566cda0b2c72c728d1e719507fff68b.jpg
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

verwegene männer am wegrand

wer sagt es
(um: wie deplaziert
am rand zu stehn,
mit aufgerissenem gesicht,
blutmondaugen,
nein, nicht zu sprechen vom
hals im luftschaft,
davon, wiederum, hielten
nur wenige mehr)
wer,
wer sagt es

 

 

im moment liegt vergangenes näher

dieser punkt der
erhofft und erwartet
pikiert von der unmenge nebensächlichkeiten
zweifelhaftes liedgut
unsingbar
wie zuvor gleich
einer parabel an nebensächlichkeiten
gleich
dem so nicht sagbaren nichts
unsingbares andeutungsweise
um verstehen zu geben
es wäre doch: mehr
des gesagten mehr
eines untrennbar mit dem autor
verbundenen gefühl des staunens
der verachtung
der geringfügigen hochschätzung und
doch passiert nichts
wiederholt:
nichts: hier
hier
beim soeben erdachten

 

 1559832-b711232e21b1e4e62a2e514911bf581e.jpg
Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

 

De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Kristof Magnusson op dit blog.

Uit: Summer of Love (Vertaald door Mike Mitchell)

“I was told there was no supermarket there and was sent instead to Bolinas People’s Store.
There I had just put a bottle of Calistoga Water and some fairtrade Save-the-Rainforest chocolate in my shopping basket when my attention was caught by a woman at the back of the shop who was absentmindedly twirling a stand with indigo jeans. When she noticed me looking at her she seemed to wake from a trance, let go of the stand and walked past me to the bread shelf. Sunglasses pushed back on her forehead kept her shoulder-length hair from falling over her face.
She picked up one of the loaves with pumpkin seeds, weighed it in her hand a few times, squeezed it, stuck her thumb and forefinger in, tore off a piece and tasted it. Then she put the loaf back, took the one behind it and tested that one too. She settled on the second loaf and went to pay at the till. Now she concentrated on her money, looking at every note as if she were wondering which one she could best be parted from. I remembered that in America one-dollar bills were called singles, but she had paid and left before I’d managed to make a pun on it.
I followed her out. She pulled her sunglasses down and chucked the loaf through the open window of her Volkswagen New Beetle. Then she leant against the mudguard. I looked at her. And she looked in my direction, though because of the sunglasses it was difficult to say whether she was really looking at me. Once I thought I could feel her eyes on me and tried a smile, but there was no response. However, she didn’t look away either.”

 

 1559832-4e402d34a41778a8d5455ee7792ec249.jpg
Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)

 

 

De Russische dichteres en dissidente Irina Ratushinskaya werd geboren op 4 maart 1954 in Odessa. Zie ook alle tags voor Irina Ratushinskaya op dit blog.

 

Some people's dreams pay all their bills

Some people's dreams pay all their bills,
While others' gild an empty shell..
But mine go whimpering about a velvet dress,
Cherry-red and sumptuous as sin.
O, inaccessible! Not of our world!
Nowhere to get you, or to put you on...
But how I want you!
Against all reason's reproaches -
There, in the very narows of the heart's
Recesses – flourishes the poison
Of heavy folds, and obscure embroidery...
The childish, flouted right
To beauty! Not bread, not domicile -
But unbleached, royal lace,
Enspiralled rings, sly ribbons – but no!
My day is like a donkey, bridled, laden,
My night deserted, like the prison light.
But in my soul - it’s no good! I am guilty! -
I keep on sewing it, and in my mind I make
The thousandth stitch, as I do up my anorak
And try on my tarpaulin boots.

 

 

No, I.m not afraid

No, I'm not afraid: after a year
Of breathing these prison nights
I will suryive into the sadness
To name which is escape.

The cockerel will weep freedom for me
And here - knee-deep in mire -
My gardens shed their water
And the northem air blows in draughts.

And how am I to cary to an alien planet
What are almost tears, as though towards home..
It isn't true, I am afraid, my darling!
But make it look as though you haven’t noticed.

 

Vertaald door David McDuff

 

 1559832-262eccf6c2d1ac38514fe13a31bce264.jpg
Irina Ratushinskaya (Odessa, 4 maart 1954)

 

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Alan Sillitoe op dit blog.

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

“If the In-laws are hoping to stop me making false moves they're wasting their time. They might as well stand me up against a wall and let fly with a dozen rifles. That's the only way they'll stop me, and a few million others. Because I've been doing a lot of thinking since coming here. They can spy on us all day to see if we're pulling our puddings and if we're working good or doing our 4 athletics' but they can't make an X-ray of our guts to find out what we're telling ourselves. I've been asking myself all sorts of questions, and thinking about my life up to now. And I like doing all this. It's a treat. It passes the time away and don't make Borstal seem half so bad as the boys in our street used to say it was. And this long-distance running lark is 'the best of all, because it makes me think so good that I learn things even better than when I'm on my bed at night. And apart from that, what with thinking so much while I'm running I'm getting to be one of the best runners in the Borstal. I can go my five miles round better than anybody else I know.
So as soon as I tell myself I'm the :first man ever to be dropped into the world, and as soon as I take that first flying leap out into the frosty grass of an early morning when even birds haven't the heart to whistle, I get to thinking, and that's what I like. I go my rounds in a dream, turning at lane or footpath corners without knowing I'm turning, leaping brooks without knowing they're there, and shouting good morning to the early cow-milker without seeing him.”

 

 1559832-21d20d4d8a88303b1c1addeaa29a25b0.jpg
Alan Sillitoe (4 maart 1928 - 25 april 2010)
Cover

 



De Poolse schrijver dichter en journalist Ryszard Kapuściński werd geboren in Pinsk, Polen (thans Wit-Rusland), op 4 maart 1932. Zie ook alle tags voor Ryszard Kapuściński op dit blog.

Uit: The Shadow of the Sun (Vertaald door Klara Glowczewska)

“The street is a roadway delineated on both sides by an open sewer. There are no sidewalks. Cars mingle with the crowds. Everything moves in concert—pedestrians, automobiles, bicycles, carts, cows, and goats. On the sides, beyond the sewer, along the entire length of the street, domestic scenes unfold. Women are pounding manioc, baking taro bulbs over the coals, cooking dishes of one sort or another, hawking chewing gum, crackers, and aspirin, washing and drying laundry. Right out in the open, as if a decree had been issued commanding everyone to leave his home at 8 a.m. and remain in the street. In reality, there is another reason: apartments are small, cramped, stuffy. There is no ventilation, the atmosphere inside is heavy, the smells stale, there is no air to breathe. Besides, spending the day in the street enables one to participate in social life. The women talk nonstop, yell, gesticulate, laugh. Standing over a pot or a washbasin, they have an excellent vantage point. They can see their neighbors, passersby, the entire street; they can listen in on quarrels and gossip, observe accidents. All day long they are among others, in motion, and in the fresh air.
A red Ford with a speaker mounted on its roof passes through the streets. A hoarse, penetrating voice invites people to attend a meeting. The main attraction will be Kwame Nkrumah—Osagyefo, the prime minister, the leader of Ghana, of Africa, of all downtrodden peoples.There are photographs of Nkrumah everywhere—in the newspapers (every day), on posters, on flags, on ankle-length percale skirts. The energetic face of a middle-aged man, either smiling or serious, at an angle meant to suggest that he is contemplating the future.”

 

 1559832-aafb6a91f2ca39d9bd7c8cd13edc53a2.jpg
Ryszard Kapuściński (4 maart 1932 - 23 januari 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten