Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 maart 2014 tot 31 maart 2014

Stefan Hertmans

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Hertmans doceerde aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (KASK, Hogeschool Gent), leidde er het Studium Generale tot oktober 2010 en gaf lezingen aan de Sorbonne, de universiteiten van Wenen, Berlijn en Mexico City, Library of Congress (Washington), University College London. Zijn werk verscheen onder meer in The literary Review (Madison, USA) The Review of contemporary fiction (Illinois, USA) en Grand Street (New York). Hertmans werkte mee aan tijdschriften zoals Raster, De Revisor, Het Moment, NWT, Yang, Dietsche Warande & Belfort, Poëziekrant, Parmentier. Van 1993 tot 1996 was hij redacteur van het Nederlandse tijdschrift De Gids, hij recenseerde voor De Morgen en schreef de boekenbijlage van de De Standaard. In Nederland publiceerde hij in Trouw. Hertmans publiceert romans, verhalenbundels, essayboeken, theaterteksten en poëzie. Zijn eerste publicatie was de roman “Ruimte” (1981). De bundel “Sneeuwdoosjes” bevat essays over onder meer Walter Benjamin, Jorge Luis Borges, Marguerite Duras, Ernst Jünger, W.H. Auden en Igor Stravinski. De roman “Naar Merelbeke” (1994) werd genomineerd voor de Librisprijs en voor de Schrijvers-van-Nu-prijs van ECI. De dichtbundel “Muziek voor de overtocht” werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs en kreeg in 1995 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie en de Paul Snoek-prijs 1996. De essays in “Fuga's en pimpelmezen” (1996) mengden zich in het debat over fundamentalisme, de oorlog in Bosnië en ideologieën. Het reisverhaal “Steden, verhalen onderweg verscheen” in 1998. In opdracht van het Kaaitheater Brussel en Brussel 2000 schreef hij een theatertekst rond het motief van de Griekse vrouwen in de antieke tragedie. Hertmans maakte het thema radicaal en eigentijds in “Mind the Gap”. In het najaar van 2002 verschenen de essayboeken “Het Putje van Milete” en “Engel van de metamorfose”. In 2003 verscheen de dichtbundel “Vuurwerk zei ze”. In 2006 verscheen “Muziek voor de overtocht, Gedichten 1975-2005”, een herziene uitgave van alle dichtbundels, een selectie verspreide gedichten en een selectie uit een eerste, nooit tevoren gepubliceerde bundel. Najaar 2008 verscheen de roman “Het verborgen weefsel”, in 2010 de dichtbundel “De val van vrije dagen”. “Oorlog en terpentijn” is gebaseerd op een paar cahiers die Hertmans in de jaren 1980 kreeg van zijn grootvader, een gedecoreerde held uit de Eerste Wereldoorlog, een plichtsbewuste en gedisciplineerde soldaat. De roman reconstrueert het leven van Urbain Martien. Zijn leven begint in een Gentse volksbuurt tijdens de belle époque en krijgt een onvoorziene wending tijdens de Eerste Wereldoorlog.Hertmans gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars,

 

Kinderhand

Omdat ze gauw gevuld is
- het dons van een kwartel
is genoeg, een herfstblad in
de lente, een blauwe knikker
in de palm -

sprong plots iets donkerroods
hem in de ogen, een vingertop,
een snee van niets,

een net te snel langs
grote grassen strijken

en wat zich opent
is zijn ogenblik.
Het lichaam moet
gesloten blijven.

Zo was het hem beloofd.

Maar als de palm plots opengaat,
En aders even gapen,
Dan sluit een kramp
Hem in mijn hand
Totdat hij gilt.

Want bloeden doen we samen.

 

 

Gelukstraat, Gent

Het was in een oud schooltje,
en de ramen waren hoog, dat zich
de schaduw van een man tot in de
lichtkring van oud stof voorover boog.

Linden, kinderen in een onverstaanbaar
nieuwe taal, herkenning van een uitzicht
bij het raam; en binnen trekt het pleisterwerk
zijn eigen krijtkring in een oud lokaal.

De schim van lang verloren leven
kan iemand in de armen nemen,
maar niet het waaiend lichtland
in zijn hoofd.

O paradijselijk vergeten op gewone
dagen, zij geloofd. En bij het poortje,
in de wind, staat nog een ander kind -
dat, wat ooit zijn moeder was beloofd.

 

 

Mijn beurt

De kaas moet vers uit Parma komen;
De pepers rood uit Pomerigio
De mascarpone moet geel-romig zijn
En jij moet zingen bij de wijn.

Ik zal een jonge kwartel eten,
Gestufft met mortadella en Toscaanse weed.
Je bloes hangen we voor het venster
Tegen inkijk en insecten.

Het fruit zal branden in je mond,
En wat je zingt wordt stilaan honger,
Branie, geblaf van een jachtige hond.

Je buik met peperoni ingewreven
Lig je op tafel en je beeft.
Vorken en messen zijn verdeeld.

De koffie met kaneel gaat met
Onspreekbare syllaben door je keel.

 

 

 1679572-7cd5326bff55a4d6e00c72d073ef7b7a.jpg
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Erik Menkveld

 

In Memoriam Erik Menkveld

Op zondag 30 maart is de Nederlandse dichter en schrijver Erik Menkveld overleden. Erik Menkveld werd geboren in Eindhoven op 25 april 1959. Zie ook alle tags voor Erik Merkveld op dit blog.

 

Ik ben al bijna bij je

Hoe nabij ik ook toesla, na een tijdje
lijk ik weer verdwenen als altijd.

Maar hoe ver ik ook wegtrek uit je veilige
heden, altijd ben ik naar je onderweg

en blijf ik in je aan het woord, net
niet verstaan door je schichtige oren

die van geen stilte mij onderscheiden.
En voor je het weet ga ik weer in je

tekeer en flakkert je denken als kaarslicht
onder mijn maanloze vlagen. Hoor maar.

Kom ik als ziekte dan snoep ik al aan je.
Kom ik als diepte, dan zul je mijn bodem

nooit raken. Kom ik als water dan lijken
mijn oevers in niets op een kade.

Ik ben al bijna bij je. Als een zuigeling
een wereldoorlog zul je mij smaken.

 

 

 1574958-6278c24571ecfb96d036afab73f9b788.jpg
Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

Summit And Gravity

There's a motionless tree
And another one coming forward
A river of trees
Hits my chest
The green surge
Is good fortune
You are dressed in red
You are
The seal of the scorched year
The carnal firebrand
The star fruit
In you like sun
The hour rests
Above an abyss of clarities
The height is clouded by birds
Their beaks construct the night
Their wings carry the day
Planted in the crest of light
Between firmness and vertigo
You are
Transparent balance

 

 

The Bridge

Between now and now,
between I am and you are,
the word bridge.

Entering it
you enter yourself:
the world connects
adn closes like a ring.

From one bank to another,
there is always
a body stretched:
a rainbow.
I'll sleep beneath its arches.

 

 

Counterparts

In my body you search the mountain
for the sun buried in its forest.
In your body I search for the boat
adrift in the middle of the night.

 

 

 1574173-b34180c11cf8d48efc153bb4edd34ea0.jpg
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)
 

 

 

De Nederlandse schrijver Asis Aynan werd geboren in Haarlem op 31 maart 1980. Zie ook alle tags voor Asis Aynan op dit blog.

Uit: Veldslag

“In onze straat staat een aanhangwagen met twee lekke banden. Het hout van de bijwagen is door de tanden des tijds flink aangetast. De bak gebruiken wij als vergaderruimte. Belangrijke zaken worden daar besproken. Met z’n zessen zitten wij in de aanhangwagen: zus Rama, broer Mohammed en ik, met onze Turkse speelvriendjes Hulye, Yusuf en Ulker. Ons gesprekonderwerp van vandaag is wie het dichtst bij de oorsprong van onze religie staat. De Turkse vrienden zijn er stellig van overtuigd dat zij meer moslim zijn dan wij. Zij hebben ten slotte een poster aan de muur met een afbeelding van de heilige Mekkaanse moskee, waar elk jaar miljoenen mensen ter bedevaart gaan. Wij zijn het totaal niet eens met die conclusie. Hoe kan een affiche je meer moslim maken? Een moslim die de film Rissalah niet in zijn bezit heeft, kan geen goede moslim zijn. De film toont de opmars van de profeet Mohammed, zonder dat hij in beeld komt. Wij hebben de videoband thuis en zij niet. Bovendien, de moskee van Mekka was toen nog niet gebouwd, dat hadden we in de film gezien. Wij zijn moslims van ver vóór de moskee. Het moge dus duidelijk zijn wie er meer moslim is. De sfeer is omgeslagen. Wat net nog een gesprek was, lijkt nu een grimmige strijd. Yusuf en Mohammed concluderen dat er niets anders op zit dan een veldslag. Ik ben het ermee eens, want waar slaat het allemaal op? Wij hebben toch de videoband Rissalah en zij niet. Ik zal strijden voor mijn overtuiging. Hulye en Yusuf zijn te groot, maar Ulker is net als ik zeven.”

 

 1574173-c3e3c858fb1ffb231933dba474519521.jpg
Asis Aynan (Haarlem, 31 maart 1980)

 

 

De Vlaamse dichter en muzikant MartijnTeerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

slaaf

dit is het lichaam van een uitgeputte slaaf
met deze glazen schouders wordt een klok gedragen
zonder cijfers zonder cijfers zonder cijfers
slaat het jarenlang en trillen doet het glas
en zingen doet het glas en buigen doet het glas

het is een slang is wat de mensen zeggen
een glazen slang en kijk hoe hij vervelt
kijk eens hoe zijn slangenschouders in de zon bewegen
kijk hoe zij zich buigen voor de hitte

dit is het lichaam dat werkt in het licht
met deze jongensarmen worden de kleuren geplukt
en in ogen gelegd
met deze ruwe vingers
worden zonen tussen naaktbezweepte wervels geplant
om te groeien
want een opengeslagen rug is een bodem

dit is het lijf van een vermoeide slaaf
in een moeras
daar zakken deze scherpe vrijheidsbenen
langzaamaan in weg
en breken doet het glas

 

 1574173-11ffb1dbfb06d7bf1cdff01a1069b1a6.jpg
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 – 10 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: Neem je bed op en wandel (Inleiding bij de brieven van Bert Voeten aan Bert Bakker)

“Het is meer dan twintig jaar geleden dat we uit het Witsenhuis aan het Oosterpark vertrokken naar een ruimer pand in de Oosterparkstraat. Dikwijls had ik, hangend uit het achterraam van onze kleine derde etage, verlangend gekeken naar de achterkant van die herenhuizen, vooral naar het perceel met de uitspringende ronde serre. Daar kwamen we te wonen.
Het was even de hoek om. Maar we lieten alles over aan een erkende verhuizer, die met stevige takels werkte. Toch nam Bert die dag zijn Olivetti-portable in de hand en wandelde er rustig mee de straat uit naar het nieuwe huis. Het zou hem geen tweede keer gebeuren dat zijn ‘broodwinning’, zoals toen, vanuit drie hoog uit de touwen gleed en op het asfalt te pletter stortte. Met de beschrijving van die turbulente verhuizing in 1949, van de Kloveniersburgwal naar het Witsenhuis, op een zelfde vrieskoude winterdag in december, wordt dit brievenboek besloten.
Aanvankelijk was Bert begonnen brieven aan Bert Bakker te schrijven om hem van het literaire leven op de hoogte te houden. In verband met hun respectieve tijdschriften kon Bert hem uitgebreid inlichten over de nieuwe poëzie en de belangwekkende artikelen die hij als Gidsredacteur op zijn bureau binnen kreeg en waar Bakker, oprichter en enig redacteur van Maatstaf, zeer in geïnteresseerd was. Gaandeweg komen er in de brieven andere onderwerpen aan de orde, krijgen we een tijdsbeeld van die chaotische jaren vijftig, een beeld van hoe er geleefd werd met een minimum aan liquide middelen, hoe het statiegeld van melkflessen uitkomst bracht en er een brood van kon worden gekocht, of sigaretten. Hoe er roekeloos flessen wijn op de lat werden ingeslagen.
Bert Bakker zagen we in die tijd geregeld op De Kring, de Amsterdamse kunstenaarssociëteit waar hij zich door zijn chauffeur vanuit Den Haag naar toe liet rijden. Hij deelde er royaal rondjes uit, kon staande aan de toog, met luide, gedragen stem verzen uit het hoofd citeren van de met hem bevriende grote dichters, maar imponeerde nog het meest door er geen geheim van te maken over een goed gevulde portefeuille te beschikken.”

 

 1574173-c36577755300bb6a3fc7abf56977c424.jpg
Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

Uit: Air de Dylan (Vertaald door André Gabastou)

« J’ai donc vu que, sous prétexte de réparer les dégâts causés par Laura Veras, je pouvais tenter d’écrire mon livre le plus libre : un voyage critique, satirique, non dépourvu d’humour et de compassion, au cœur même de la grandeur si douteuse de l’art contemporain. Parce que, l’autobiographie de Lancastre ayant été détruite par sa propre épouse, j’avais la possibilité de restituer des mémoires qui, avec leur pathétique poétique de l’absence, pouvaient être un bon portrait du pâle feu de toute la postmodernité. »
(…)

« On ne sait jamais qui on est. Ce sont les autres qui vous disent qui et ce que vous êtes. On vous explique si souvent qui vous êtes et de si différentes façons qu’on finit par ne plus savoir du tout qui on est. Chacun dit de vous quelque chose de différent. Par ailleurs, on change sans arrêt d’avis. Si on ajoute à cela qu’on s’efforce de surprendre les autres en étant plusieurs personnes à la fois, ce qui, il est vrai, finit par arriver, on en vient à n’avoir aucune notion de qui on est ou pourrait être ».

 

 1574173-e684b1c3f302cee80a8d6a502de2901a.jpg
Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

 

Ansicht uit Wyobraźnia

vanaf de steenberg daalt de straat
weerszij staat in een handvol tinten grauw
een strakke rij gering bemeten huizen
er speelt geen kind
we zien geen luiers aan een lijn

links zitten in dit uitgediend decor
drie kompels – door de dood vergeten –
als stille wachters naast hun deur
de ogen op de doorsteek gefixeerd
waar nu – in kleur – het klikklakmeisje
zomaar het zonlicht binnenzwiert

exact éénduizendste seconde blijft ze staan
wanneer een vlindervleugelslag juist even
haar jurkje speels beroert

dan loopt ze door

en klinkt vanachter deze kaart
– stel ik me voor –
een vrouwenstem die niet valt te negeren
de mannen zullen traag naar binnen gaan
met stoel en al
meer valt die dag niet te beleven

 

 1574173-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterem

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

 

 

Dodenpark

We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.

Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.

We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo'n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.

 

 

Invitatie

Ik lig hier als een hoer tentoon. Je kunt
Me aaien, in me kruipen en bespringen,
Me tot een bal opblazen, tot een punt
Verkleinen, me bewenen of bezingen:

Ik ben je materiaal. Besnuffel me.
Loer in mijn keel, mijn hart, mijn reet, mijn maag.
Vervloek me duizend maal of knuffel me.
Ik vind het best. Ik heb je lief vandaag.

Proef van mijn bloed. Kom sabbel aan mijn tiet.
Geloof volop in mijn bekentenis.
Ik ben er echt. En toch ben ik er niet,
Zoals je wollen trui het schaap niet is.

 

 1573571-5475b55576ca4c3111fd11b950a6ef6f.jpg
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In 1979

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Het weent in mijn hart

Het weent in mijn hart
zoals ‘t regent over de stad;
Wat is dat lusteloze
dat mijn hart doordringt?

O zacht zingt de regen
op grond en daken!
Voor een hart vol verveling
o de zang van regen!

Het weent zonder reden
in dit hart dat misselijk raakt.
Wat! Geen verraad?
Deze rouw is zonder reden.

Het is toch je reinste kwaal
niet te weten waarom
zonder liefde zonder haat
mijn hart zo’n pijn heeft!


Vertaald door Marc Tiefenthal

 

 

Like city's rain, my heart . .

The rain falls gently on the town.
Arthur Rimbaud

Like city's rain, my heart
Rains teardrops too. What now,
This languorous ache, this smart
That pierces, wounds my heart?

Gentle, the sound of rain
Pattering roof and ground!
Ah, for the heart in pain,
Sweet is the sound of rain!

Tears rain-but who knows why?-
And fill my heartsick heart.
No faithless lover's lie? . . .
It mourns, and who knows why?

And nothing pains me so--
With neither love nor hate--
A simply not to know
Why my heart suffers so.

 

Vertaald door Norman R. Shapiro

 

 

Herfstlied

Droeve tonen
van violen
die in 't najaar klinken
laten mijn hart
in verlangende smart

De keel gesnoerd,
doodsbleek, geroerd
als klokken luiden,
denk ik nog aan
wat is gegaan
en wil ik huilen.

En ik moet voort
waar wind mij voert,
mee op zijn boze pad,
van hier naar daar,
als was ik maar
een najaarsblad.

 

Vertaald door M.H. Teunissen

 

 

 1573571-7cb7f6cda4ce714d36749fc97df54ba4.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)
Portret door Natalie Gontcharova, 1906

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island.Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

The natural History Of Elephants (Fragment)

In the elephant's five-pound brain
The pliable trunk's a continuous diversion
That in his great innocence he never thinks of as perverse,
The pieces of the world are handled with such a thrilling
Tenderness that all his hours
Are consummated and exhausted with love.
Not slow to mate every female bull and baby
Is blessed with a gesture grandly gracious and felt lovely
Down to the sensitive great elephant toenails.

And when his more urgent pricking member
Stabs him on its horrifying season he becomes
A blundering mass of bewilderment .... No thought
But twenty tons of lust he fishes madly for whales
And spiders for copulation. Sperm falls in great gouts
And the whole forest is sticky, colonies of ants
Are nourished for generations on dried elephant semen.

In the elephant's five-pound brain
Death is accorded no belief and old friends
Are continually expected, patience
Is longer than the lives of glaciers and the centuries
Are rattled like toy drums. A life is planned
Like a brushstroke on the canvas of eternity,
And the beginning of a damnation is handled
With great thought as to its middle and its end.

 

 1573571-33206aa05c4ff6a0d449aff8882667a2.jpg
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer op dit blog.

 

An Österreich

O hör die Stimme, welche warnend spricht:
Mit Bösem tilgest du das Böse nicht!

Wer Qual verhängt, wird nicht von Qual befreit.
Gesundet, bist du gegen Haß gefeit.

Es sterbe jeder, der einst Tod verhängte?
Den willst du schlagen, welcher dich bedrängte?

Der soll verhungern, der den Krieg begrüßte,
und keiner sei willkommen, eh er büßte ...?

Bevor du richtest, forsche in Geduld:
Wie viele unter uns sind ohne Schuld?

Und fühlst du dich im Recht und weißt dich rein,
zerreiße, Shylock, dennoch deinen Schein!

Erweckte jemals Zorn vergoßnes Blut?
Unnütze Härte macht selbst Feigen Mut!

Drum wag's noch einmal, ob man drum dich schmäht,
und ernte Liebe, wo sie Haß gesät ...

Nur Liebe tilgt die Greuel endlich aus
und schafft aus Trümmern ein verläßlich Haus!

Hör nicht das alte Wort von Zahn um Zahn
und Aug um Auge - hör das neue an,

zweitausend Jahre alt und ewig neu;
dem nie erfüllten zeige du dich treu!

O hör die Stimme, welchejubelnd spricht:
Die Finsternis erhellt sich nur - vom Licht!

Nicht in der Rachsucht qualmend-gelbem Schein,
im Liebesfeuer glüht die Welt sich rein!

 

 1573571-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)
Wenen, Burggarten met standbeeld van Mozart

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart oook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tom Sharpe, Uwe Timm, Gert Heidenreich, Theo Breuer, Jean Giono, Gabriela Zapolska

De Engelse schrijver Tom Sharpe werd geboren op 30 maart 1928 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Sharpe op dit blog.

Uit: Grantchester Grind

'And I am definitely not going anywhere near Porterhouse College. It's got a dreadful reputation for snobbery and all sorts of other things.'
'Which is why you have been given a Fellowship there To change things for the better,' said Vera. 'They need some serious scholarship, and you are going to provide it. Your salary will be more than three times what you're getting at the moment and you will be free to do your own research work with no obligation to do any teaching.'
Purefoy Osbert's silence was significant. Only that day he had had to attend an extremely boring Finance Committee meeting at which the possibility of financial cuts had been discussed with the mention of a freeze on salaries, and that had been followed by a seminar on Bentham with several students who were convinced that prisons built like Dartmoor on the panopticon principle were far more suitable for murderers and sex-offenders than the more modern open prisons Purefoy advocated. Some of them had even argued that child molesters ought to be castrated and murderers executed. Purefoy had found the seminar most distressing, particularly the way the more prejudiced students had refused to accept the facts he had given them. And now suddenly he was being offered a Fellowship that involved no teaching and with a salary that would surely satisfy Mrs Ndhlovo.
'Do you really mean that?' he asked cautiously. 'This isn't some sort of joke?'
'Have you ever known me to lie to you, Purefoy? Have you?'
Purefoy Osbert hesitated again. 'No, I don't suppose I have. All the same…you're talking about a salary-'
'Of nearly sixty thousand pounds a year, which is far more than any professor gets. Now give me the number of your fax machine and I'll send you a copy of the letter you will be receiving either tomorrow or the next day from your sponsor's solicitors, Lapline & Goodenough.'

 


 1573561-6c6590e4afb0e16a51af9362a7bdf64e.jpg

Tom Sharpe (30 maart 1928 – 6 juni 2013)

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

Uit: Vogelweide

“DIE INSEL verlagert sich langsam nach Osten. Drei bis vier Meter im Jahr, je nach Stärke der Winterstürme und Sturmfluten. Hier, wo er jetzt stand, war vor vierzig Jahren Wasser nur und Watt.
Der Wind hatte in den letzten Stunden aufgefrischt. Eine blauschwarze Wolkenbank lag im Westen über dem Horizont. Böen rissen von den Dünen Sandfahnen hoch. Der Schaum der auslaufenden Wellen wurde in breiten grauweißen Streifen über den Strand getrieben. Möwen glitten über die Wellen, und jäh stürzte eine aufs Wasser, im Schnabel ein kurzes silbernes Aufblitzen. Am Morgen war er den Strand entlanggegangen, hundert Meter, die er jeden dritten Tag nach Treibgut absuchte. Heute waren es: eine Spraydose, ein Glasröhrchen mit Tabletten, ein blauer Sportschuh, Marke Adidas, eine Dose blauer Jachtlack - er maß die Restmenge des Inhalts, 0,5 l- und ein Becher Schokoladenmousse, ein blauer Müllsack. Er sammelte den Müll in einen Plastiksack, schaffte ihn zur Hütte, von wo er einmal im Monat bei Ebbe mit dem Pferdewagen aufs Festland gebracht wurde.
In der Hütte trug er die angeschwemmten Gegenstände in ein Protokoll ein, setzte Wasser auf, schnitt Brot, stellte Butter und Marmelade auf den Tisch und goss den Tee auf. Während der Tee zog, beobachtete er durch das Fernglas den Vogelschwarm über Nigehörn, der Nachbarinsel, Watvögel, Austernfischer, ungefähr zwei- bis dreitausend, schätzte er und notierte die Zahl.
Er hatte sich eben den Tee eingeschenkt, als der Anruf kam. Ihre Stimme erkannte er nicht sogleich. Verzerrt und von elektronischen Impulsen unterbrochen, hörte er sie sagen, sie sei in Hamburg, es wäre doch Zeit, sich einmal wiederzusehen, und dann etwas förmlich, ob er Lust und Zeit für ein Treffen habe.“

 

 1573561-cd90490ca149d3c728845c21155f86d4.jpeg
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en (radio)journalist Gert Heidenreich werd geboren op 30 maart 1944 in Eberswald. Zie ook alle tags voor Gert Heidenreich op dit blog.

Uit: Im Dunkel der Zeit

„Swoboda wandte den Blick ab von dem Toten unter den Bäumen, der auf dem Rücken im Laub lag wie ein riesiges, wachsbleiches Krippenkind, mit ausgebreiteten, zum Himmel offenen Händen.
Die Doppellage Küchenpapier, die das Becken des Leichnams bedeckte, sah aus wie das Lendentuch eines Heilands. Zumal überall am Körper Blutmale waren.
Der Kommissar war vor Entsetzen nicht fähig, sich zwischen Geburt und Kreuzigung zu entscheiden. Das Gesicht hatte Satan gemacht: tief in die Schädeldecke eingeschlagene Zimmermannsnägel standen dicht nebeneinander wie eine eiserne Punk-Frisur. Sie gingen auf der Stirn in eine Nagelmaske über, die nur den weißen Nasenrücken freiließ und über das Kinn bis zum Hals hinunterwuchs.
Die Ermittler und Tatortbeamten, die um den nackten Toten standen, fragten sich, wer fähig war, so etwas zu tun. Wie lange das Opfer gelitten hatte. Ob der Täter den ersten Nagel durch die Schädelkalotte getrieben und an dem Hirntoten sein Werk fortgesetzt oder mit einem in den Kehlkopf geschlagenen Nagel begonnen und sich aufwärts gearbeitet hatte. War ein Sadist am Werk gewesen, der seine Neigung an einem Toten befriedigte, oder einer, der sich an den Qualen eines elend Sterbenden weidete? Keiner sprach seine Fragen aus, so als hätte die morgendliche Waldstille zu schweigen geboten.“

 

 1573561-d1cb1c2a38b7292a7ddc1a004ea6d0a8.JPG
Gert Heidenreich (Eberswald, 30 maart 1944)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Theo Breuer werd geboren op 30 maart 1956 in Zülpich. Zie ook alle tags voor Theo Breuer op dit blog.

 

örtlich schauern / nacht im kreuz

vor lauter regen überm see tagsüber viel
geschwiegen nachts dann knarren

fieser schuhe auf den stiegen
bat verlangend holz um ruhe

las in fremdländischen betten
glaubte kaum man wäre noch

zu retten klaubte augen aufgerissen
versteckte wörter in den wänden

wollte es doch wörtlich wissen
trieb trübe gegen morgen grau

trotzdem in jenes omniböse
phantasierte blau – – –

 

 

aus meinem mittelgebirgischen dorf

ich bin in meine natur geboren
mittendrin im treffpunkt der winde
es herrschte heiterkeit im garten:
trotz meiner blumen den bösen

ich bin mein spätes winterglück
pflück magritten zerbeiße mein lied
+ in meinen träumen der nacht
ist mein – – – mein echo von allem

ich bin in meinem diesseits verdoppelt
o – – – wo ist meine tiefkühle freiheit
mein augenblick aus dem fenster zum berg
mit 3 frauen zwischen den zeiten

ich bin unterwegs auf katzenkopfpflaster
mein ariel ist in der tasche – – –
maria auf dem halbmond strickt
meine kleine weltrunde masche

 

 1573561-5defc37ae7e0a19e5260d0cc88454b1a.jpg
Theo Breuer (Zülpich, 30 maart 1956)

 

 

De Franse schrijver Jean Giono werd geboren op 30 maart 1895 Manosque in het Département Alpes-de-Haute-Provence. Zie ook alle tags voor Jean Giono op dit blog.

Uit: Les Âmes fortes

« Thérèse était une âme forte. Elle ne tirait pas sa force de la vertu: la raison ne lui servait de rien; elle ne savait même pas ce que c'était; clairvoyante, elle l'était, mais pour le rêve; pas pour la réalité. Ce qui faisait la force de son âme c'est qu'elle avait, une fois pour toutes, trouvé une marche à suivre. Séduite par une passion, elle avait fait des plans si larges qu'ils occupaient tout l'espace de la réalité; elle pouvait se tenir dans ses plans quelque soit la passion commandante; et même sans passion du tout. La vérité ne comptait pas.Rien ne comptait que d'être la plus forte et de jouir de la libre pratique de la souveraineté.Être terre à terre était pour elle une aventure plus riche que l'aventure céleste pour d'autres. Elle se satisfaisait d'illusions comme un héros. Il n' y avait pas de défaite possible. C'est pourquoi elle avait le teint clair, les traits reposés, la chair glaciale mais joyeuse, le sommeil profond.
(…)

Les péchés qu'on ne commet pas sont affreux; ceux qu'on commet: zéro, poussière. Faites tout pour sembler bonne. Quand personne ne le croit plus c'est tout au moins que pendant quelque temps on l'a cru. Si vous n'en avez pas profité, c'est que vous êtes bêtes. Dans ce cas-là, rien ne sert à rien.”

 

 1573561-925636fb6a98bb0f21d8cbe6efdbf9c2.jpg
Jean Giono (30 maart 1895 – 9 oktober 1970)

 

 

De Poolse schrijfster Gabriela Zapolska werd geboren op 30 maart 1857 in Podhajce bij Łuck. Zie ook alle tags voor Gabriela Zapolska op dit blog.

Uit:Käthe. Der Roman eines Dienstmädchens

“Sie stand immer vor der Tür und war schnoddrig…“ las die Hausfrau und blätterte unwillig im Dienstbuche. „Merkwürdige Empfehlung!“ Sie legte das Buch beiseite und setzte sich auf den Rohrstuhl. – das einzige noch brauchbare Stück unter den Gerätschaften, welche die enge und dunkle Küche überfüllten.
Die noch ziemlich junge, kleine Frau trug einen blauen Morgenrock. Ihr flaches Köpfchen war wie eingedrückt und mit gelblichem Haar bedeckt, welches im harmonischen Verein mit der gelblichen Gesichtsfarbe und dem ungewissen Kolorit der Augen sich um so heller vom dunklen Küchenraum abhob. Schwarze Lava-Ohrringe zerrten die unnatürlich großen Ohren fast bis zum Halse herab und die schmalen, bleichen Lippen bedeckten das ebenso blasse Zahnfleisch. – Alles zeugte deutlich von der Kränklichkeit dieser Fleischmassen, die in den feuchten Wänden der ärmlichen Wohnung heranwuchsen: Das untätige Leben der Frau eines kleinen Beamten floß unter dieser gelblichen Haut, die so dünn und durchsichtig wie Seidengaze erschien, in trägem Laufe dahin.
Nur die zusammengepreßten, von der Feuchtigkeit der Mauern gebleichten Lippen, die fleischigen Hände und die von schweren Lidern halb bedeckten [6] Augen verrieten durch ihr Zittern die verborgene Leidenschaft eines Panthertieres, – diese Eigentümlichkeit blutarmer Frauen, deren Leben allen hygienischen Anforderungen zuwider in der Atmosphäre des an die Küche angrenzenden Schlafzimmers sich abspielt.
„Wie heißt du?“ fragte die Hausfrau das an der Tür stehende Mädchen mit träger, fetter Stimme.
Das Mädchen hob den Kopf und erwiderte: „Käthe Ölschläger!“ Dann senkte sie den Kopf wieder zur Brust herab.“

 

 1573561-e5d1b73721421488ddbb420344892377.jpg
Gabriela Zapolska (30 maart 1857 – 17 december 1921)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart oook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Luise Hensel, Anna Sewell, Herbert Asmodi, Sean O'Casey, Christine Wolter

De Duitse dichteres Luise Hensel werd geboren op 30 maart 1798 in Linum nabij Fehrbellin (Brandenburg). Zie ook alle tags voor Luise Hensel op dit blog.

 

An St. Maria Magdalena

Erfleh’ mit Lieb’ und Tränen,
Du strenge Büßerin,
Daß ich mit reinem Sehnen
Nach Jesus strebe hin!
Daß ich zu seinen Füßen
Verzeihung mög’ erflehn,
In Tränen ganz zerfließen,
In Reue ganz vergehn.

Ich hab’ ihn viel gekränket
Und hab’es wohl gewußt;
Mein Herz hab’ich ertränket
In Erdeschmerz und -lust.
Ich hab’ ihn oft vergessen,
Den ich doch früh erkannt,
Und habe ganz vermessen
Von ihm mich abgewandt.

O, gib mir deine Reue
Und deine Tränenflut,
O, gib mir deine Treue
Und deiner Liebe Glut,
Bis er mir neues Leben
Mit diesen Worten gibt:
»Geh hin, dir ist vergeben,
Weil du so viel geliebt.«

 

 1573540-bd979e46e34a7de7d4f83a4404aa566e.jpg
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)

 

 

De Engelse schrijfster Anna Sewell werd geboren op 30 maart 1820 in Great Yarmouth, Norfolk. Zie ook alle tags voor Anna Sewell op dit blog.

Uit: Black Beauty

"Well, no," she said, "you must not say that; but though I am an old horse, and have seen and heard a great deal, I never yet could make out why men are so fond of this sport; they often hurt themselves, often spoil good horses, and tear up the fields, and all for a hare or a fox, or a stag, that they could get more easily some other way; but we are only horses, and don't know."
While my mother was saying this we stood and looked on. Many of the riders had gone to the young man; but my master, who had been watching what was going on, was the first to raise him. His head fell back and his arms hung down, and every one looked very serious. There was no noise now; even the dogs were quiet, and seemed to know that something was wrong. They carried him to our master's house. I heard afterward that it was young George Gordon, the squire's only son, a fine, tall young man, and the pride of his family.
There was now riding off in all directions to the doctor's, to the farrier's, and no doubt to Squire Gordon's, to let him know about his son. When Mr. Bond, the farrier, came to look at the black horse that lay groaning on the grass, he felt him all over, and shook his head; one of his legs was broken. Then some one ran to our master's house and came back with a gun; presently there was a loud bang and a dreadful shriek, and then all was still; the black horse moved no more.”

 

 1573540-dc2817ad0b91e3d3e168d54d83bda275.jpg
Anna Sewell (30 maart 1820 – 25 april 1878)
Mark Lester in een filmversie van “Black Beauty” uit 1971

 

 

De Duitse dichter, schrijver en draaiboekauteur Herbert Asmodi werd geboren op 30 maart 1923 in Heilbronn. Zie ook alle tags voor Herbert Asmodi op dit blog.

 

Sprich Scheherazade

Sprich Scheherazade
Du hast die Nacht im Haar
Der Mond im Wolkenbade
Ist ein anderer Mond als er war.

Laß mich den Tod vergessen
Und was ich vom Tod gedacht
Du hast vom Mond gegessen
Und zärtlich ist die Nacht.

Laß mich lauschen und liegen
Und in dein Antlitz sehn
Wie die Zauberteppiche fliegen
Und die bösen Wesire vergehn.

Sprich. Und halte nicht inne
Die Nächte tausend und ein
Tief tauchen Sehnsucht und Sinne
In deine Geschichten ein.

Ein Zeug von Träumen fallen
Wir hin durch Tag und Jahr
Es ist ein Wahn in allen
Und nur die Geschichten sind wahr.

Sprich weiter und drehe die Spiegel
Erden- und himmelwärts
Der Morgen steigt in die Bügel
Das Licht greift in die Zügel
O drück der Liebe Siegel
Mir trostvoll auf das Herz.

 

 1573540-0a0b4ceb43738f1f64a5f2ff62d84442.jpg
Herbert Asmodi (30 maart 1923 – 3 maart 2007)

 

 

De Ierse dichter en toneelschrijver Sean O'Casey werd geboren in Dublin op 30 maart 1880. Zie ook alle tags voor Sean O'Casey op dit blog.

Uit: Autobiographies

“The gangster, Christy Mahon, looked doubtfully at Sean when he came to the job with a navvy shovel on his shoulder. Mahon was another big and powerful man of fifty or so, wide-shouldered and deep-chested; lazy as sin, and as ignorant as a kish of brogues. Doesn’t know the name of his own religion, couldn’t recognize the number on his own hall-door, and hardly make out a bee from a bull’s balls, one of the workmen whispered to Sean, a few days later.
(…)

It has often been recorded in the press, by those who could guess shrewdly, that Sean was a slum dramatist, a gutter-snipe who could jingle a few words together out of what he had seen and heard. The terms were suitable and accurate, for he was both, and, all his life, he would hold the wisdom and courage that these conditions had given him. Wheresoever he would go, whomsoever he might meet, be the places never so grandiloquent and rich, the persons never so noble in rank and origin, he, O’Casey, would ever preserve, ever wear – though he would never flaunt it – the tattered badge of his tribe. Not that he thought of praise or blame for it, but simply because he had to bring his life around with him. But he would sew on that badge, soiled with the diseased sweat of the tenements, a coloured ribbon or two of his own making, and, maybe, fix in its centre (like the jewel in the toad’s head) a ruby or an emerald, giving the poor badge a gleam as good as any ancient order of chivalry, or that which goes with the posing piety of the Papal Court.”

 

 1573540-c3373a415d161d5d521d3e4d8c069b89.jpg
Sean O'Casey (30 maart 1880 – 18 september 1964)

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Christine Wolter werd geboren op 30 maart 1939 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Christine Wolter op dit blog.

Uit: The Rooms Of Memory (Vertaald door Isabel Cole)

“The trees grew darker, the piece of sky was still bright, the black flitter rose and fell, on into the night. The oaks, acacias and lindens merged to a softly-swaying black mass. I turned away, back to the room which had once belonged to me, but the same twilight muteness awaited me there, only gentler, homelier, more familiar, even with the emptied bookcases.
Among the books I had set aside for myself before the used book dealer came was one I had read many years ago. It had always been like a friendly affirmation when I saw the black binding and the title in the red field, a reassuring pledge, a memory of her library from those distant shared years when the two of them, curious, not without irony, had dabbled in the currents of the life, death and nature philosophies. Now the book was packed away in a carton, the gold title on the red field out of sight: DEATH AS A FRIEND.
But really, I knew, this circling, some birds’ black soaring, was not sad and not comfortless. For I did find comfort, especially on evenings like this, even if it was not enough to satisfy my thirst for it. Even this circling, now swallowed by the darkness as I turned away, was comfort. It really was, I said to myself, nothing could be better than this soundlessness. This up and down soaring in unending unrest, this migration by unalterable decree. Not the image, not this vanished sky, so like the pale and mute sky of that other day, only I was sad.“

 

 1573540-bb410af015f3dc8b2055bf5edab866ed.jpg
Christine Wolter (Königsberg, 30 maart 1939)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten