Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 april 2014 tot 10 april 2014

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Verschiet

Droevig is het mateloos verschiet.
Op vele bedden liggen jonge mensen,
in ademloos verdriet, en staren
zonder wensen, door de ramen, in het niet.

Eeuwen wisselen hun klederen en namen,
eeuwig wachten tranenbad en duister,
zij sparen dromen, en hun moegespaard gefluister
verteert haar tederheden als de nachten
gekomen zijn en het zijn de juiste niet.

Wind, waai de luiken toe voor het lichte raam,
de jonge mensen zijn te zoet geschapen,
laat ze vervloeien of hun lot verslapen,
ze zijn tot sterven nog zo onbekwaam.

 

 

In tederheid

Brood of honingraat wil mij
de slapen niet meer verwarmen;
enkel de zachte binnenzij
in de witte knik van je armen.

Jouw glimlachen deden het zachte
van de vacht van een wezentje,
vaag, maar niet weg te vagen;
en trippelend als je lachte.

Bij de oogleden, wier dichte zoemen
onder de muizen van mijn handen
tranen tot sterren deden verbranden
waren de rozen haast niet meer bloemen.

Ach hoe wilden wij verwelken,
hoe droevig waren wij beiden -
alsof de dood reeds ‘tik’ zeide
tegen de bladerval der kelken.

Doch wat moesten zij zo levend?
Onze rompen, elk het eigen
sterven toegestevend
verkregen iets varends, maar mist
had het water uitgewist.

Mistig was mij te meer
deze kruisvaart van lijven
door de roep van boot naar boot:
eenmaal, – dan niet weer.

 

 

Die boom

Er groeit nog in ons Paradijs
een vreselijke boom.
Zijn stam is grauw, zijn bladgroen grijs:
de boom der kennis van het atoom.

Zijn loverwolk van stof en gas
verduistert onze lucht.
Wij allen ademen de vrucht
van dit verdoemd gewas.

O hadden wij geweten wat
er binnen onze schedel zat
men kroop te elfder stonde

terug over dit levenspad
naar toen de slang nog poten had
en bijbels niet bestonden.

 

 1580099-c0cb09556c42e204e3b8e0c2135acedf.jpg
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul Edward Theroux werd geboren op 10 april 1941 in Medford, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Paul Theroux op dit blog.

Uit: De benedenrivier (Vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman)

‘Je kon de bush niet vanuit de hoofdstaat zien, maar je kon hem wel ruiken: de rook van houtvuren dreef langs de winkels en sijpelde het baksteen en stucwerk binnen, het eigenaardige geritsel van verzengende eucalyptus, de stoffigheid van dorre bladeren, de akkers die opengehakt waren met roestige houwelen en de scherpe lucht afgaven van beschadigde wortels en rode aarde, alles stonk naar rijping en rotting, en op ieder trottoir de zoetige voetige lucht van de mensen, de zurigheid van hun lompen.’
(…)

‘Hij wilde niet denken dat het hopeloos was in Afrika. Trouwens, Afrika bestond niet eens, behalve als metafoor voor narigheid in de geest van zelfgenoegzame bemoeials elders. Alleen de dorpen bestonden, en hij was er nu van overtuigd dat er iets definitief mis was met Malabo. Hij had gedacht dat het statisch en bewegingloos was. Maar het dorp leek, in zijn geheel, weg te zakken, de ongeveer dertig hutten, het lage struikgewas en de versplinterde boomstronken, de verdorde mopanebomen met hun rondtollende bladeren, de geur van rook, de vlak gemaakte en geveegde stukjes grond voor de hutten, de stoffige polletjes onkruid. Deze plek vervlakte, zou spoedig vervallen zijn, net als het ongebruikte schoolgebouw, de ingestorte kerk, en geen van de bouwvallen of hutten kwamen, ook nu, boven Hock zelf uit.’

 

 1580099-52035a818a70d80f913341bd4f6c4315.jpg
Paul Theroux (Medford, 10 april 1941)

 

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Claudio Magris werd geboren op 10 april 1939 in Triëst. Zie ook alle tags voor Claudio Magris op dit blog.

Uit: Danube (Vertaald door Patrick Creagh)

“Until the years between the two world wars Ruse, known as "Little Bucharest", was the richest city in Bulgaria, and had witnessed the foundation of the first bank in the country. Midhat Pasha, the Turkish governor, had restored and modernized it, built hotels, brought in the railway, and broadened its streets and avenues according to the principles employed in Paris by Baron Haussmann, whom he had met in person. Two Italian sisters by the name of Elias (their father was representative of Lazar & Co., hatmakers), born in Ruse shortly before 1920, remember the winter snow as high as the houses and summer bathing in the Danube, the "Teteven" Turkish pastry-cook's shop, the French school run by Monsieur and Madame Astruc, the peasants bringing sacks of yoghurt and river-fish every morning, and the photographic studio of Carl Curtius, "Photographie Parisienne", where they went for their school photograph. They also remember the tendency to be cagey about one's wealth.
The city, however, was less restrained in the later nineteenth century. Consuls representing all sorts of European countries and merchants of divers nations animated its evenings. On one such night a famous Greek corn merchant gambled away his fortune, his red neo-classical palace near the Danube, and his wife. At the corner of the Square of September 9th the District Savings Bank has a symbolic façade depicting this world – voracious and chaotic but at the same time bogged down in decorum. Around the doors of the old bank are reliefs of leering masks, the head of a satyr, a Moloch of money, who flaunts a great moustache that stretches out and dissolves into Art nouveau flourishes. He glances sideways with lascivious Mongol eyes. Much higher up emerges a very different kind of head, a dignified inexpressive head circled with laurel: perhaps the founder of the bank, the father of the demons of finance who are now under the patronage of the archangels of the state. “

 

 1580099-ce1e35dbdb398daa82f67beecbf59bb3.jpg
Claudio Magris (Triëst, 10 april 1939)

 

 

De Russische dichteres Bella Akhmadulina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Akhmadulina op dit blog.

 

The Candle

You need the simple candle to flash,
The simple one, the wax cylinder,
And the old style that ere was hidden,
In your remembrance will be fresh.

And then will hurry your pen, light,
To those scripts, sunk in rhetoric,
That complex, reasonable, phonic…
And a good will lay self on your heart.

And now you look at your friends’ sight
More often in the way old-fashioned,
And being very gentle and patient,
Would smooth the waxy stalactite.

And Pushkin friendly looks at you,
And there’s no night, and candles are winking,
And just the test of Russian speaking
Is clear and cool as heaven’s blue.

 

 

Theater
To V. Vysotsky

Oh, this death – not of mine – is a credit and loss
for my life, always pushing a wall with its brow.
But aft Theater’s lamps had been lighted in halls
and extinguished – is Tragedy entering now.
Isn’t it late to run back into wings of the scene?
I’ll not! I’ll hide my head in the velvet slot better.
Is it truly their fault, that in doomed freaks is seen, –
“to dissolve self in general frame of the matter?”
To survive! This play’s script is so immense and sad.
I can’t wake up a word or a gesture already.
But he’s laughing – our prompter, the holder of fate:
just you say: “I remember. I’m here and ready.”
I am saying that now I’m ready and here.
The voice, helping me, should be quite clear and truthful.
Midst all madness (a mess) of the evil and fear,
only perishing Hamlet has mind strong and useful.
I shall hear their cries: “Is not one truly mad,
who had loved life, but fully forgot one’s protection?”
Let me, Theater, play all my role till the end
in this freighting pale pit’s magnificent action.

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 1580099-30f2b241442301060d351eaf89ec5345.jpg
Bella Akhmadulina (Moskou, 10 April 1937)

 

 

De Duitse schrijver Stefan Heym (eig. Hellmuth Flieg) werd geboren op 10 april 1913 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Stefan Heym op dit blog.

Uit: Gesammelte Erzählungen (Marius)

„Den haßt er, den und seine Freunde, die Nobiles, die adligen Gauner - einmal, zweimal hatte er sie geschröpft, Proskriptionslisten hatte er anschlagen lassen, wenn der Sulla nicht da war, in Afrika kommandierte oder Asien - aber flink war Sulla, plötzlich wieder vor Rom, mit unheimlicher Ubermacht, das Gigerl war feiner, er konnte da nicht mit. Jetzt ist er sein Gefangener - oh, wie er ihn haßt! / Was waren die Cimbern und Teutonen dagegen! Die waren ihm eigentlich sympathisch gewesen, Riesen wie er, Soldaten wie er, mit großen, starkbusigen Weibern, wie er sie liebte - mit diesen Burschen konnte man sich herumschlagen, die waren zu fassen, bei Aquae Sextiae, bei Vercellae - der andere war eine Schlange, schoß plötzlich hervor, war nicht zu berechnen, schillernd, glatt; da war er machtlos, Marius, Bauernsohn, Prolet, General und Diktator, so oft es in Rom an allen Ecken brannte. / Wieder rüttelt er an der Tür. Es kann doch nicht sein, daß man ihn in diesem Loch verhungern läßt wie eine alte Katze! / Die Tür geht auf. Plötzlich ergießt sich Licht in den Raum, helles, fließendes Licht. Man sieht den Schmutz auf Marius, die eingefallenen Wangen, den verwahrlosten, stoppligen Bart. / Erst ist Marius geblendet. Dann erkennt er, daß eine Gestalt sich von der Tür löst, unerhört groß, riesenhafter noch als er selber, ein blitzendes Schwert in der Hand, die Ohrläppchen von einem Pfriemen durchbohrt, rötliches Haar - ein germanischer Sklave. Der Henker. / Marius fühlt nichts. Er erschrickt nicht, obzwar das Ende in Sekundennähe vor ihm steht. Er versinkt in eine Art Narkose, die aber nur das Gefühl, die Angst, nicht aber den Geist betäubt. Immer kam diese wohltätige Ruhe in entscheidenden Momenten.”

 

 1580099-717e3b2cd980df46ac78c5755fb92a78.jpg
Stefan Heym (10 april 1913 – 16 december 2001)

 

 

De Duitse schrijver Richard Wagner werd geboren op 10 april 1952 in Lovrin, in Roemenië. Zie ook alle tags voor Richard Wagner op dit blog.

Uit: Habseligkeiten

„Das Haus meiner Eltern am Dorfrand ist verkauft. Wir haben es 1997 nach dem Tod meines Vaters verkauft. Meine Mutter und ich. Meine Mutter ist 20 Kilometer weiter gezogen, in eine kleine Wohnung im Zentrum der Kleinstadt. Um die Ecke ist das Bartók-Denkmal. Wenn ich meine Mutter besuche, gehe ich daran vorbei.
Ich sitze in der Fußgängerzone im Café und lese die rumänischen Zeitungen, in denen sich alle gegenseitig der Korruption bezichtigen. Ich lese die Zeitungen, und um mich herum sind die Stimmen der Leute. Ich höre Rumänisch und Ungarisch und Serbisch und manchmal sogar Deutsch.
Ins Dorf fahre ich nicht mehr. Wir fahren nur noch auf den Friedhof. Dort haben wir vier Gräber. Wir besitzen vier Gräber. Das Grab meiner Urgroßeltern mütterlicherseits, das Grab meiner Großeltern und das Grab der Großeltern meines Vaters. Und das Grab, in dem mein Vater liegt. Dieses Grab haben wir geschenkt bekommen. Meine Mutter bekam es von einer Cousine geschenkt, als diese auswanderte vor vielen Jahren.
Ich weiß nicht, was ich mit diesen Gräbern eines Tages anfangen werde.“

 

 1580099-52bd75ef36d94f0a1f81af5be0ffc346.jpg
Richard Wagner (Lowrin, 10 april 1952)
 




De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april 1931. Zie ook alle tags voor Marcel van Maele op dit blog.

 

Terwijl de kaalgeschoren dagen huilen

Terwijl de kaalgeschoren dagen huilen
en honden door de tralies blaffen
joelt de wind in onze holle ogen.
Er zijn zo van die dingen
een vogel in de hand
het zingen van een zeilend kind
het trillen van een lamp
in kale huizen waar we sterven zullen
een hond die aan een ketting rukt.

We dromen zand in onze ogen.

 

 1580099-b821e1f4087b532d6228e602598c6463.jpg
Marcel van Maele (10 april 1931 - 24 juli 2009)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Jan van Mersbergen

De Nederlandse schrijver Jan van Mersbergen werd geboren in Gorinchem 10 april 1971. Hij studeerde HBO Cultuur en Beleid en Cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte onder andere als stratenmaker, als opperman in de bouw, als proefdierverzorger, als postbode, maar voornamelijk in het theater; als producent, productieleider, decorbouwer, fondsenwerver en administrateur. Sinds 2000 houdt hij zich serieus bezig met schrijven. In 2001 debuteerde van Mersbergen met de roman De grasbijter, die genomineerd werd voor de jaarlijkse Debutantenprijs. In 2003 verscheen zijn tweede roman De macht over het stuur, in 2005 gevolgd De hemelrat en Morgen zijn we in Pamplona in 2007. Zijn vijfde roman, Zo begint het, verscheen in 2009. Zie ook alle tags voor Jan van Mersbergen op dit blog.

Uit: De hemelrat

“De jongen trok zijn schoenen en shirt uit, legde de spullen in zijn kast, nam een groen jasje uit de kast en trok het over zijn hoofd. Zijn sloffen stonden onder in de kast. In de hal klonk gerammel van een kar en even later stak Moses zijn gezicht om de deurpost. Hij groette hen met zijn zware stem en ging naast Wilson op het bankje zitten.
Even later kwam Fong in de deuropening staan. Hij sloeg zijn ene been voor het andere en liet zijn slof aan zijn tenen bungelen. Hij zei: Boven is iemand ziek.
Het was geen mededeling en het was ook geen vraag waar iemand een antwoord op kon geven, toch begrepen ze wat hij wilde. Ze zwegen. De Chinees liet zijn blik over Wilson, Moses en Edward gaan. Wilson zat met zijn rug tegen de muur. Hij keek naar zijn knieën, legde zijn handen erop. Fong nam een laatste slok thee en schudde het bekertje leeg in de vuilnisbak. Het spetteren van de druppels tegen het plastic was het enige geluid in de kleedkamer.
Boven? rekte Wilson.
Ze vroegen me of ik een van jullie kon missen.
Hij liet het bekertje vallen. Uiteindelijk zei Wilson: Van mij hoeft het niet.
Van mij ook niet, zei Moses.
Fong keek naar Edward.
Heb jij daar al een keer gewerkt?
Edward schudde zijn hoofd. Toen zei hij: Betaalt het beter?
Dat maakt geen verschil.
Dan blijf ik net zo lief hier.
Ik zal ze zeggen dat ik het gevraagd heb, zei Fong. Hij liep de gang weer op. De deur van de kleedkamer viel achter hem dicht.
Ze liepen de wasserij in, een grote ruimte die door een glaswand in tweeën verdeeld werd. Moses bleef in het schone gedeelte. Wilson en hij gingen door de sluis naar de vieze kant.”

 

 1674856-bc67cce475872727e5ec2b3cfc3f0c02.jpg
Jan van Mersbergen (Gorinchem, 10 april 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Charles Baudelaire, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski, Bernard-Marie Koltès

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

In het voorbijgaan

De straat omgaf mij met haar daverend kabaal en
Lang, slank, in diepe rouw ging mij een vrouw voorbij,
Verheven in haar smart; met fraaie hand liet zij
De zoom van haar gewaad opzweven en weer dalen,

Op snelle benen en met statueske grootheid.
En uit haar ogen, loden lucht waar storm ontspringt,
Dronk ik verkrampt, bevangen als een zonderling,
Zoetheid die fascineert, genot dat tot de dood leidt.

Een bliksemflits... en toen de nacht! ­ Vluchtige schone
Wier blik mij één moment met levenskracht beloonde,
Zal ik je in het eeuwig leven pas weer zien?

Elders, ver weg van hier! Te laat! Of nooit misschien!
Ik weet niet waar jij vlucht, jij niet waar ik zal gaan,
Vrouw die ik had bemind, vrouw die dat hebt verstaan!

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 

Katten

Hevig verliefden en gestrenge hooggeleerden
beminnen allen in hun rijpe tijd de kat,
de trots des huizes, krachtig, zacht, en net als zij
bij voorkeur binnen zittend, en op warme plekjes.

Als vrienden van de wellust en de wetenschap
verlangen ze naar stilte en schrikwekkend duister.
Erebus had ze graag als lijkkoetspaard gezien,
maar fierheid liet zich niet door dienstbaarheid vervangen.

Nadenkend nemen zij nobele poses aan
van grote sfinxen die, diep in de eenzaamheid
en dromend zonder eind in slaap lijken te vallen.

Hun flank is vruchtbaar en vervuld van tovervonken,
zwak pinkelen er gouden, flinterdunne puntjes
in hun mystieke oogbol, als een fijn soort zand.

 

Vertaald door Jan Pieter van der Sterre

 

 

Bezinning

Wees zoet, o mijn Verdriet, probeer tot rust te komen.
Je riep om Duisternis; zij daalt neer, zij is daar:
Een donker waas heeft van de stad bezit genomen,
Dat sommigen de slaap brengt, anderen bezwaar.

Terwijl in slaafs vertier de vuige mensenstromen
Gegeseld door ’t Genot, die wrede folteraar,
De wroeging tegemoet gaan die hen zal betomen,
Kom mee, geef mij je hand, Verdriet, en volg mij maar,

Van hen weg. Zie hoe aan de hemelbalustraden
De dode Jaren staan in oude lijfgewaden;
Hoe uit de diepten rijst de glimlachende Spijt;

Hoe de zon kwijnend inslaapt, door een boog omkaderd,
En hoor, mijn lieve, hoor hoe in het Oosten glijdt,
Een lang doodskleed gelijk, de zachte Nacht die nadert.

 

Vertaald door Martin de Haan

 

 1579546-5ac36fad4f9e331e04db08d56ff0b6a9.jpg
Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)
Portret door Felix Vallotton , 1902

 

De Engelse dichteres, schrijfster en “spoken-word artist” Joolz Denby werd geboren op 9 april 1955 in Colchester. Zie ook alle tags voor Joolz Denby op dit blog.

Uit: Billie Morgan

“I know the woman at the window is me, although she doesn't look like me. She's flushed and fair, skinny, with wispy blonde hair knotted up in a clip. She looks tired and unhappy; lines score down from the sides of her compressed lips.My hair is dark brown, threaded with silver and springs back from a small widow's peak into a short, wavy crop. I am strong, stocky, and my skin is yellow-white, almost nacreous. My eyes aren't her red-rimmed, faded blue but sea-grey, the iris flecked with green around the pupil. My father's eyes.But I know she's me; I know it's really me gazing out at the furious rain that pelts down outside the window while I - she - washes up the dinner things wearing pink rubber gloves, something I never do. I'm back in the old house in West Bowling and I'm looking out at the stone flagged back yard, at the narrow, six foot long flowerbed filled with struggling roses and grey, dispirited city soil. It's a poor, run down area; a slum. The yard is battered and the outside walls graffittied. I sigh, and push a strand of that lank yellow hair off my flushed forehead with the back of my wrist.I see myself from out side, from slightly above. Part of me is floating in the rain, watching my mouth open in a silent, horrified scream, watching my eyes - those alien, blue eyes - fly open in appalled disbelief turning to dreadful recognition as the downpour washes the earth off a hand that protrudes limp and bone-white from the flowerbed. Slowly the soil is washed away and the terrible, lifeless form of a man lies exposed, his mouth stoppered with mud, his eyes clotted with muck, staring. Although I know the body has been there for many years, like some kind of hideous saint's relic, it's not decayed. I sag against the sink, weeping as I realise the dreadful secret I've hidden for so long is now revealed for all to see and that my life is over.The silent sobs turn into hoarse crying as I wake up. I always wake up at that point. Always.My name is Billie Morgan. My name is Billie Morgan. I am a murderer.”

 

 1579546-2aaf2a9e539ea85d2c830518caba4dc1.jpg
Joolz Denby (Colchester, 9 april 1955)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en criticus Albert von Schirnding werd geboren op 9 april 1935 in Regensburg. Zie ookZie ook alle tags voor Albert von Schirnding op dit blog.

Uit:Thomas Mann

„War Thomas Mann ein «Herr»?
Über diese würdevolle Menschensorte hat sich Thomas Mann in der Erzählung Das Eisenbahnunglück (1909) lustig gemacht. Der Mann, der auf dem Perron lustwandelt, «in Gamaschen und gelbem Herbstpaletot, einen Hund an der Leine führend», ist weit entfernt vom Reisefieber des Icherzählers.
«Er ist zu Hause im Leben und ohne Scheu vor seinen Einrichtungen und Gewalten, er selbst gehört zu diesen Gewalten, mit einem Wort: ein Herr.» Zwei Stunden später, nach der einigermaßen harmlosen Entgleisung des Zuges, sitzt der Held, «allen Herrenrechten zuwider», in der Ecke eines überfüllten Abteils des Ersatzzuges – schluchzend.

 

 1579546-10fa66229c649829b3c232bfdf62685c.jpg
Thomas Mann met hoed, handschoenen en sigaar in 1937 (Foto door Carl Van Vechten)

 

Thomas Mann führte eine Doppelexistenz: innen Tonio, außen Kröger. Der Weltmann, den er vorzüglich mimte, entsprach nicht dem Autor, dem, wie es in der Meerfahrt mit ‹Don Quijote› heißt, «die unterhaltliche, aber provinzielle Gabe der Phantasie zuteil wurde».
Phantasie haben aber heiße sich aus den Dingen etwas machen – «und das ist natürlich nicht weltmännisch».

 

 1579546-4393b3ce7fb9f654606460293c395e3d.jpg
Albert von Schirnding (Regensburg, 9 april 1935)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Ebene

Der See.

Versunken
die Ufer. Unter der Wolke
der Kranich. Weiß, aufleuchtend
der Hirtenvölker
Jahrtausende. Mit dem Wind

kam ich herauf den Berg.
Hier werd ich leben. Ein Jäger
war ich, einfing mich
aber das Gras.

Lehr mich reden, Gras,
lehr mich tot sein und hören,
lange, und reden, Stein,
lehr du mich bleiben, Wasser,
frag mir, und Wind, nicht nach.

 

 

Antwort

Über dem Zaun
deine Rede:
Von den Bäumen fällt die Last,
der Schnee.

Auch im gestürzten Holunder
das Schwirrlied der Amseln, der Grille
Gräserstimme
kerbt Risse ins Mauerwerk,
Schwalbenflug
steil
gegen den Regen, Sternbilder
gehn auf dem Himmel,
im Reif.

Die mich einscharren
unter die Wurzeln,
hören:
er redet,
zum Sand,
der ihm den Mund füllt - so wird
reden der Sand, und wird
schreien der Stein, und wird
fliegen das Wasser.

 

 1579546-33a75a8d9be53e6653cafd9501864ee3.jpg
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 

De Franse toneelschrijver Bernard-Marie Koltès werd geboren in Metz op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Bernard-Marie Koltès op dit blog.

Uit  Procès ivre

« Lumière faible.
Les bruits de la ville. Dialogue.
Chansons. Exclamations. La chaleur.
Rodion. Il avance, lentement en s’arrêtant à chaque fois que quelque chose se distingue de la rumeur générale.
UN HOMME.- Cette boue –quelle saleté- qui colle aux bottes. Et partout, partout.
UNE FEMME.- On aurait pu planter des arbres. Et installer des jardins avec des jets d’eau, là, Ou à l’emplacement du marché au foin.
UNE FEMME.- Je sens le vin. Moi, le vin. Et toi qui pues l’alcool dès le saut du lit. D’ailleurs, tout ici pue l’alcool. Même les murs. Même les enfants… Et c’est bon. Mieux vaut cela qu’autre chose… »

 

 1579546-1acb4ef947b204fde2a4d1452cc378aa.jpg
Bernard-Marie Koltès (9 april 1948 – 15 april 1989)

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:12 Reageer op dit bericht

Karel Jonckheere

De Vlaamse dichter en schrijver Karel Jonckheere werd geboren in Oostende op 9 april 1906. Jonckheere schreef poëtisch, later vol ironie, novellen en reisverhalen, maar ook gedichten, essays en kritieken. Karel Jonckheere werd tweemaal bekroond met de Staatsprijs voor Poëzie: in 1947 met de bundel " Spiegel der Zee" en in 1956 met de dichtbundel "Van Zee tot Schelp". Hij was als literair adviseur van het Ministerie van Cultuur dé ambassadeur van de Nederlandstalige letteren in het buitenland en hij was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Het werk van Jonckheere is ten dele autobiografisch en heeft als thema voornamelijk de zee (hij is geboren in het visserskwartier). Tijdens zijn jeugd maakte hij kennis met Karel van de Woestijne. Volgens Jonckheere was Oostende een surrealistische stad met de Oostendenaars als ras apart die hij dan ook als dusdanig beschrijft in zijn novellen en aforismen (bijvoorbeeld: Oostende vertelt). Jonckheere werd in Nederland vooral bekend als de voorzitter van het satirisch televisieforum "Hou je aan je woord" (1961-1963) met Godfried Bomans, Hella Haasse en Dr. Victor E. van Vriesland.

 

Fabel van de bloedtransfusie

Ik word overreden riep de oude vrouw
de schokbreker wist van toeten noch blazen
ze liep in de weg zei de man achter 't stuur
ze heeft rood bloed zei het zwarte asfalt
haar bloed is weg zei de witte chirurg
ze is voor mij zei grijs de dood.

Hier is mijn bloed zei de man in de deur
ik ben haar zoon zei het bloed in de man.

Ben ik al koud vroeg de vrouw aan haar droom
waar is de hemel de hel met goud vuur ?

De chirurg tot de spuit tot de huid tot de prik tot het bloed.

Blijft dat zo tot in der eeuwigheid
ze bederven mijn stiel zei de dood tot de tijd.

Ik ben het zei de zoon tot de moeder
ik ben het zei het bloed van de zoon tot de moeder

d.w.z. tot het bloed van de koelende moeder.

Dag bloed zei dit bloed 't is lang geleden
om u weer te zien zou men geld besteden.
'k Zou haar hart willen zien zei het bloed van de zoon.
Kom dan mee, jong bloed, zei het bloed van de moeder
wacht op het tij en verschuw haar niet
de tropen de meisjes zijt gij niet ziek?

Benauwd heb ik het zei het bloed van de zoon
benauwd en koud in deze oude woon.
Houd mij maar vast zei het bloed van de moeder.

Kent gij de weg ik ken hem wel.
Door het rechter hart dat hem herkende
door de twee longen die hem herkenden
door het linker hart dat hem herkende
door het hoofd dat hem niet herkende.

ik heb mijn tijd, zei de dood tot de tijd.

Ten tweeden male door hart en longen
en weer naar het hoofd
en weer door het hoofd.

Ik voel me al beter zei 't bloed van de zoon
ik heb u verwarmd zei 't bloed van de moeder.

Ze tracht te spreken zei de chirurg tot de zoon
leg uw oor aan haar mond haar leven zal spreken.

Toen heeft de mond van de moeder gezegd
en alleen het oor van de zoon kon het horen:
ik droomde dat mijn zoon werd geboren.

 

 

 1595608-a5508f3f316bbec70e354f7c77e49e87.jpg
Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten