Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 10 april 2014 tot 11 april 2014

Leonard Nolens, Mark Strand, Walid Soliman, Attila József, Rolf Schilling, Sándor Márai

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Liefde didactisch

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

 

 

Zonder mij

Wat kan ik voor je doen, ik heb alleen maar woorden.
Met die muziek heb ik ons huis gebouwd, mijn leven
Vernield om toe te zien of dood de moeite waard is,
Of ik daar weg mee kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.
Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen,
Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij.
Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn.
Dat is een laffe liefde, Zoet, vergeef het mij.
Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden,
Wou je worden, wou ons worden zonder mij.

 

 

Laat

Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd
En laat de tijd je nemen -
Laat.

 

 1580639-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg
Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Breath

When you see them
tell them I am still here,
that I stand on one leg while the other one dreams,
that this is the only way,

that the lies I tell them are different
from the lies I tell myself,
that by being both here and beyond
I am becoming a horizon,

that as the sun rises and sets I know my place,
that breath is what saves me,
that even the forced syllables of decline are breath,
that if the body is a coffin it is also a closet of breath,

that breath is a mirror clouded by words,
that breath is all that survives the cry for help
as it enters the stranger's ear
and stays long after the world is gone,

that breath is the beginning again, that from it
all resistance falls away, as meaning falls
away from life, or darkness fall from light,
that breath is what I give them when I send my love

 

 

A Piece Of The Storm

For Sharon Horvath
From the shadow of domes in the city of domes,
A snowflake, a blizzard of one, weightless, entered your room
And made its way to the arm of the chair where you, looking up
From your book, saw it the moment it landed.
That's all There was to it. No more than a solemn waking
To brevity, to the lifting and falling away of attention, swiftly,
A time between times, a flowerless funeral. No more than that
Except for the feeling that this piece of the storm,
Which turned into nothing before your eyes, would come back,
That someone years hence, sitting as you are now, might say:
"It's time. The air is ready. The sky has an opening."

 

 

The End

Not every man knows what he shall sing at the end,
Watching the pier as the ship sails away, or what it will seem like
When he’s held by the sea’s roar, motionless, there at the end,
Or what he shall hope for once it is clear that he’ll never go back.

When the time has passed to prune the rose or caress the cat,
When the sunset torching the lawn and the full moon icing it down
No longer appear, not every man knows what he’ll discover instead.
When the weight of the past leans against nothing, and the sky

Is no more than remembered light, and the stories of cirrus
And cumulus come to a close, and all the birds are suspended in flight,
Not every man knows what is waiting for him, or what he shall sing
When the ship he is on slips into darkness, there at the end.

 

 

 1580639-c96f78986acce27d5a64305a9d873e0a.jpg
Mark Strand (Summerside, 11 april 1934)

 

 

 

De Tunesische dichter, schrijver, essayist en vertaler Walid Soliman werd geboren op 11 april 1975 in Tunis. Zie ook alle tags voor Walid Soliman op dit blog.

Uit: Three hours in Fiumicino (Vertaald door Jason Casper)

“When the stewardess finally escaped, the Belgian lady said to me, “Her situation has gotten a lot worse, and they are in contact with Fiumicino Airport, since it is the nearest one.”
It was clear the fat lady was interested, for she had found in the saga of the sick passenger something even to distract her from eating.
Suddenly I heard the voice of the stewardess over the loudspeaker announcing we were forced to land at Fiumicino Airport, for the woman’s situation had become critical.
It was a sunny spring day, with a beautiful view of the Mediterranean from the airplane window. It was enough to make a man feel at rest. But then I turned again to pay attention to the fat lady, when she asked, “Do you think she’ll make it?”
She said these words as if she was talking to herself, for it seemed she was getting quite excited. She kept fidgeting in her seat trying to look back to see what was happening, and if not for the belt that tied her there, she would have left her seat altogether to get closer to what was happening.
I felt the plane begin to veer a bit from its route, and when I looked out the window it became clear it had completely changed direction. The murmuring of the passengers increased, and a sense of unsettledness filled the air. No longer was only the ocean visible, but fields and highways as well, and I realized we were now flying over the skies of Rome.”

 

 1580639-9cb5505efe896589fe5edfdd18fb8b12.jpg
Walid Soliman (Tunis, 11 april 1975)

 

 

De Hongaarse dichter Attila József werd geboren op 11 april 1905 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Attila József op dit blog.

 

Ode

I am sitting
here on a glittering wall of rocks.
The mellow wind of the young summer
like the warmth of a good supper
flies around.

I let my heart grow fond of silence.
It is not so difficult,
- the past swarms around -
the head bends down
and down hangs the hand.

I gaze at the mountains' mane
every leaf reflects the glow
of your brow.
The road is empty, empty,
yet I can see
how the wind makes your skirt flutter
under the fragile branches of the tree.
I see a lock of your hair tip foreward
your soft breasts quiver
- as the stream down below is running away
behold, I see again,
how the ripples on round white pebbles
the fairy laughter spouts out on your teeth.

 

Vertaald door Thomas Kabdebo

 

 

 1580639-6f0bcbc0bdf95ee6d320f2a63f5a865e.jpg
Attila József (11 april 1905 – 3 december 1937)
Portret door Hajós-Balogh János

 

 

De Duitse dichter Rolf Schilling werd geboren in Nordhausen in de Harz op 11 april 1950. Zie ook alle tags voor Rolf Schilling op dit blog.

Königskerzen

Wo sich Äste schwärzen
Vor gestürztem Stamm,
Sieh der Königskerzen
Goldenes Geflamm.

Ihre Zeit zu messen,
Bist du nicht bestellt,
Herbst hat sie vergessen,
Schlank im Sonnenzelt

Stehn sie, leise zitternd,
Wenn der Wind sie streift,
Ihren Heimgang witternd,
Doch kein Schatten greift

Heut nach ihren Kronen,
Die so sicher stehn,
Daß die Schnitter schonen,
Was sie längst erspähn.

 

 1580639-75b16d0305568bf5db433d39d64291b7.jpg
Rolf Schilling (Nordhausen, 11 april 1950)

 

 

De Hongaarse schrijver Sándor Márai werd geboren op 11 april 1900 in Kassa (nu Košice, Slowakije). Zie ook alle tags voor Sándor Márai op dit blog.

Uit: Gloed (Vertaald door Mari Alföldy)

“Ze was als een wild dier; de degelijke opvoeding, het nonnenklooster, de eruditie en de tederheid van haar vader, dat alles heeft slechts haar manieren verzacht. Vanbinnen was Krisztina wild en ontembaar (...) Ook haar trots was anders dan die van mensen die trots zijn op hun rang, afkomst, bezit, maatschappelijke positie of een bepaald persoonlijk talent. Krisztina was trots op die edele wildheid, die in haar hart en haar zenuwen leefde als een of ander gif, als een erfenis. Die vrouw was vanbinnen soeverein. Kennelijk is dat geen kwestie van afkomst en positie. Ze kon niet gekrenkt worden, ze kon niet voor een situatie gesteld worden waarvoor ze terugdeinsde, ze kon geen beperking verdragen, in geen enkele betekenis van het woord. (...)
Je herinnert je misschien de eerste keer dat we elkaar ontmoetten: Krisztina kwam binnen en het donkere kamertje werd plotseling gevuld met licht. Ze bracht niet alleen de jeugd, nee, ze bracht hartstocht en trots, het soevereine bewustzijn van onvoorwaardelijke gevoelens. Ik heb sindsdien ook geen mens gezien die zo totaal reageerde op datgene wat de wereld en het leven geven: op muziek, een boswandeling in de vroege ochtend, de kleur en de geur van een bloem, op een zinnig en juist woord van een mens. Niemand kon een edel weefsel of een dier zo totaal aanraken als Krisztina. Ik heb niemand gekend die zo blij kon zijn met gewone geschenken van het leven als die vrouw, alsof ze een persoonlijke betrokkenheid had bij alle verschijnselen van de wereld, begrijp je?”

 

 1580639-7cfe2fcf7d1f24481bfa3ef84e57caf0.jpg
Sándor Márai (11 april 1900 – 22 februari 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2012 deel 2 en ook mijn blog van 11 april 2011 deel 3 en eveneens deel 4.

Geschreven door Romenu om 18:19 Reageer op dit bericht

Silvia Avallone

De Italiaanse schrijfster Silvia Avallone werd geboren in Biella op 11 april 1984. Zij studeerde in Bologna filosofie en literatuur. In 2007 publiceerde zij haar eerste dichtbundel, Il libro dei vent'anni ". Korte verhalen van haar werden gepubliceerd in littéraire tijdschriften als “Granta Italia” e “Nuovi Argomenti”. Ook schreef zij voor de "Corriere della Sera" en "Vanity Fair". Voor haar debuutroman “Acciaio“ (Staal ) uit 2010 ontving zij o.a. de Premio Campiello Opera Prima, de Premio Flaiano en de Premio Fregene. De roman is vertaald in 23 talen. Ook werd hij verfilmd onder dezelfde naam, geregisseerd door Stefano Mordini. De roman "Marina Bellezza" verscheen in 2013 en verscheen in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Nederland, Zweden en Noorwegen.

Uit:Marina Bellezza (Vertaald door Manon Smits)

“Een vaag schijnsel flakkerde ergens midden in de bossen, op een kilometer of tien van de provinciale weg sp100, die ligt ingeklemd tussen twee gigantische zwarte bergen. Het was het enige teken dat er nog wel een vorm van leven bestond in deze vallei aan de woeste, vergeten grens van de provincie.
Door de voorruit zagen ze het opdoemen, als knipperend lokaas in de diepte. Toen, bij de volgende bocht, verloren ze het uit het oog.
Ze minderden vaart voor een kruising omringd door het niets, bij wat er over was van een restaurant. Twee getraliede ramen en een bord waarop een vervaagd vast menu en andere inmiddels onleesbare woorden stonden. Een van hen herinnerde zich dat hij daar zijn eerste communie had gevierd. Twintig jaar later restten voornamelijk nog het dak en de tralies. Twintig jaar later was alles voorbij.
Ze reden door, nu weer sneller. Er waren geen straatlantaarns langs deze weg, er was geen stalen net om hen te beschermen tegen de dreigend uitstekende rotspunten. De koplampen beschenen stukken steile rots begroeid met doornstruiken, af en toe een vervallen boerderij. Zelfs de bewegwijzering ging verloren daarboven, in de lege avond.
Ze waren de enigen die onderweg waren op de sp100, tussen het dal en de verlatenheid. In een oude Volvo stationcar slingerden ze omhoog langs de afgronden, over die haarspeldbochten die ze hun leven al als hun broekzak kenden. Naarmate ze hoger kwamen werden de breedbladige bomen steeds spookachtiger. De wanden van de vallei daalden loodrecht af naar het riviertje, en door de geopende raampjes klonk alleen het monotoon schurende water.
Daar verscheen het schijnsel weer, zwak, half verscholen achter een bergrug. Ze keken er opnieuw naar, maar zeiden niets.
Ze kwamen in Andorno aan. De oranje verkeerslichten knipperden met regelmatige tussenpozen, en de Volvo scheurde met negentig per uur door zonder acht te slaan op stopborden of voorrangsregels.”

 

 1672465-cfc1088991db02be74b5e2707fd984ad.jpeg
Silvia Avallone (Biella, 11 april 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Verschiet

Droevig is het mateloos verschiet.
Op vele bedden liggen jonge mensen,
in ademloos verdriet, en staren
zonder wensen, door de ramen, in het niet.

Eeuwen wisselen hun klederen en namen,
eeuwig wachten tranenbad en duister,
zij sparen dromen, en hun moegespaard gefluister
verteert haar tederheden als de nachten
gekomen zijn en het zijn de juiste niet.

Wind, waai de luiken toe voor het lichte raam,
de jonge mensen zijn te zoet geschapen,
laat ze vervloeien of hun lot verslapen,
ze zijn tot sterven nog zo onbekwaam.

 

 

In tederheid

Brood of honingraat wil mij
de slapen niet meer verwarmen;
enkel de zachte binnenzij
in de witte knik van je armen.

Jouw glimlachen deden het zachte
van de vacht van een wezentje,
vaag, maar niet weg te vagen;
en trippelend als je lachte.

Bij de oogleden, wier dichte zoemen
onder de muizen van mijn handen
tranen tot sterren deden verbranden
waren de rozen haast niet meer bloemen.

Ach hoe wilden wij verwelken,
hoe droevig waren wij beiden -
alsof de dood reeds ‘tik’ zeide
tegen de bladerval der kelken.

Doch wat moesten zij zo levend?
Onze rompen, elk het eigen
sterven toegestevend
verkregen iets varends, maar mist
had het water uitgewist.

Mistig was mij te meer
deze kruisvaart van lijven
door de roep van boot naar boot:
eenmaal, – dan niet weer.

 

 

Die boom

Er groeit nog in ons Paradijs
een vreselijke boom.
Zijn stam is grauw, zijn bladgroen grijs:
de boom der kennis van het atoom.

Zijn loverwolk van stof en gas
verduistert onze lucht.
Wij allen ademen de vrucht
van dit verdoemd gewas.

O hadden wij geweten wat
er binnen onze schedel zat
men kroop te elfder stonde

terug over dit levenspad
naar toen de slang nog poten had
en bijbels niet bestonden.

 

 1580099-c0cb09556c42e204e3b8e0c2135acedf.jpg
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul Edward Theroux werd geboren op 10 april 1941 in Medford, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Paul Theroux op dit blog.

Uit: De benedenrivier (Vertaald door Suzan de Wilde en Maarten Polman)

‘Je kon de bush niet vanuit de hoofdstaat zien, maar je kon hem wel ruiken: de rook van houtvuren dreef langs de winkels en sijpelde het baksteen en stucwerk binnen, het eigenaardige geritsel van verzengende eucalyptus, de stoffigheid van dorre bladeren, de akkers die opengehakt waren met roestige houwelen en de scherpe lucht afgaven van beschadigde wortels en rode aarde, alles stonk naar rijping en rotting, en op ieder trottoir de zoetige voetige lucht van de mensen, de zurigheid van hun lompen.’
(…)

‘Hij wilde niet denken dat het hopeloos was in Afrika. Trouwens, Afrika bestond niet eens, behalve als metafoor voor narigheid in de geest van zelfgenoegzame bemoeials elders. Alleen de dorpen bestonden, en hij was er nu van overtuigd dat er iets definitief mis was met Malabo. Hij had gedacht dat het statisch en bewegingloos was. Maar het dorp leek, in zijn geheel, weg te zakken, de ongeveer dertig hutten, het lage struikgewas en de versplinterde boomstronken, de verdorde mopanebomen met hun rondtollende bladeren, de geur van rook, de vlak gemaakte en geveegde stukjes grond voor de hutten, de stoffige polletjes onkruid. Deze plek vervlakte, zou spoedig vervallen zijn, net als het ongebruikte schoolgebouw, de ingestorte kerk, en geen van de bouwvallen of hutten kwamen, ook nu, boven Hock zelf uit.’

 

 1580099-52035a818a70d80f913341bd4f6c4315.jpg
Paul Theroux (Medford, 10 april 1941)

 

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Claudio Magris werd geboren op 10 april 1939 in Triëst. Zie ook alle tags voor Claudio Magris op dit blog.

Uit: Danube (Vertaald door Patrick Creagh)

“Until the years between the two world wars Ruse, known as "Little Bucharest", was the richest city in Bulgaria, and had witnessed the foundation of the first bank in the country. Midhat Pasha, the Turkish governor, had restored and modernized it, built hotels, brought in the railway, and broadened its streets and avenues according to the principles employed in Paris by Baron Haussmann, whom he had met in person. Two Italian sisters by the name of Elias (their father was representative of Lazar & Co., hatmakers), born in Ruse shortly before 1920, remember the winter snow as high as the houses and summer bathing in the Danube, the "Teteven" Turkish pastry-cook's shop, the French school run by Monsieur and Madame Astruc, the peasants bringing sacks of yoghurt and river-fish every morning, and the photographic studio of Carl Curtius, "Photographie Parisienne", where they went for their school photograph. They also remember the tendency to be cagey about one's wealth.
The city, however, was less restrained in the later nineteenth century. Consuls representing all sorts of European countries and merchants of divers nations animated its evenings. On one such night a famous Greek corn merchant gambled away his fortune, his red neo-classical palace near the Danube, and his wife. At the corner of the Square of September 9th the District Savings Bank has a symbolic façade depicting this world – voracious and chaotic but at the same time bogged down in decorum. Around the doors of the old bank are reliefs of leering masks, the head of a satyr, a Moloch of money, who flaunts a great moustache that stretches out and dissolves into Art nouveau flourishes. He glances sideways with lascivious Mongol eyes. Much higher up emerges a very different kind of head, a dignified inexpressive head circled with laurel: perhaps the founder of the bank, the father of the demons of finance who are now under the patronage of the archangels of the state. “

 

 1580099-ce1e35dbdb398daa82f67beecbf59bb3.jpg
Claudio Magris (Triëst, 10 april 1939)

 

 

De Russische dichteres Bella Akhmadulina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Akhmadulina op dit blog.

 

The Candle

You need the simple candle to flash,
The simple one, the wax cylinder,
And the old style that ere was hidden,
In your remembrance will be fresh.

And then will hurry your pen, light,
To those scripts, sunk in rhetoric,
That complex, reasonable, phonic…
And a good will lay self on your heart.

And now you look at your friends’ sight
More often in the way old-fashioned,
And being very gentle and patient,
Would smooth the waxy stalactite.

And Pushkin friendly looks at you,
And there’s no night, and candles are winking,
And just the test of Russian speaking
Is clear and cool as heaven’s blue.

 

 

Theater
To V. Vysotsky

Oh, this death – not of mine – is a credit and loss
for my life, always pushing a wall with its brow.
But aft Theater’s lamps had been lighted in halls
and extinguished – is Tragedy entering now.
Isn’t it late to run back into wings of the scene?
I’ll not! I’ll hide my head in the velvet slot better.
Is it truly their fault, that in doomed freaks is seen, –
“to dissolve self in general frame of the matter?”
To survive! This play’s script is so immense and sad.
I can’t wake up a word or a gesture already.
But he’s laughing – our prompter, the holder of fate:
just you say: “I remember. I’m here and ready.”
I am saying that now I’m ready and here.
The voice, helping me, should be quite clear and truthful.
Midst all madness (a mess) of the evil and fear,
only perishing Hamlet has mind strong and useful.
I shall hear their cries: “Is not one truly mad,
who had loved life, but fully forgot one’s protection?”
Let me, Theater, play all my role till the end
in this freighting pale pit’s magnificent action.

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 1580099-30f2b241442301060d351eaf89ec5345.jpg
Bella Akhmadulina (Moskou, 10 April 1937)

 

 

De Duitse schrijver Stefan Heym (eig. Hellmuth Flieg) werd geboren op 10 april 1913 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Stefan Heym op dit blog.

Uit: Gesammelte Erzählungen (Marius)

„Den haßt er, den und seine Freunde, die Nobiles, die adligen Gauner - einmal, zweimal hatte er sie geschröpft, Proskriptionslisten hatte er anschlagen lassen, wenn der Sulla nicht da war, in Afrika kommandierte oder Asien - aber flink war Sulla, plötzlich wieder vor Rom, mit unheimlicher Ubermacht, das Gigerl war feiner, er konnte da nicht mit. Jetzt ist er sein Gefangener - oh, wie er ihn haßt! / Was waren die Cimbern und Teutonen dagegen! Die waren ihm eigentlich sympathisch gewesen, Riesen wie er, Soldaten wie er, mit großen, starkbusigen Weibern, wie er sie liebte - mit diesen Burschen konnte man sich herumschlagen, die waren zu fassen, bei Aquae Sextiae, bei Vercellae - der andere war eine Schlange, schoß plötzlich hervor, war nicht zu berechnen, schillernd, glatt; da war er machtlos, Marius, Bauernsohn, Prolet, General und Diktator, so oft es in Rom an allen Ecken brannte. / Wieder rüttelt er an der Tür. Es kann doch nicht sein, daß man ihn in diesem Loch verhungern läßt wie eine alte Katze! / Die Tür geht auf. Plötzlich ergießt sich Licht in den Raum, helles, fließendes Licht. Man sieht den Schmutz auf Marius, die eingefallenen Wangen, den verwahrlosten, stoppligen Bart. / Erst ist Marius geblendet. Dann erkennt er, daß eine Gestalt sich von der Tür löst, unerhört groß, riesenhafter noch als er selber, ein blitzendes Schwert in der Hand, die Ohrläppchen von einem Pfriemen durchbohrt, rötliches Haar - ein germanischer Sklave. Der Henker. / Marius fühlt nichts. Er erschrickt nicht, obzwar das Ende in Sekundennähe vor ihm steht. Er versinkt in eine Art Narkose, die aber nur das Gefühl, die Angst, nicht aber den Geist betäubt. Immer kam diese wohltätige Ruhe in entscheidenden Momenten.”

 

 1580099-717e3b2cd980df46ac78c5755fb92a78.jpg
Stefan Heym (10 april 1913 – 16 december 2001)

 

 

De Duitse schrijver Richard Wagner werd geboren op 10 april 1952 in Lovrin, in Roemenië. Zie ook alle tags voor Richard Wagner op dit blog.

Uit: Habseligkeiten

„Das Haus meiner Eltern am Dorfrand ist verkauft. Wir haben es 1997 nach dem Tod meines Vaters verkauft. Meine Mutter und ich. Meine Mutter ist 20 Kilometer weiter gezogen, in eine kleine Wohnung im Zentrum der Kleinstadt. Um die Ecke ist das Bartók-Denkmal. Wenn ich meine Mutter besuche, gehe ich daran vorbei.
Ich sitze in der Fußgängerzone im Café und lese die rumänischen Zeitungen, in denen sich alle gegenseitig der Korruption bezichtigen. Ich lese die Zeitungen, und um mich herum sind die Stimmen der Leute. Ich höre Rumänisch und Ungarisch und Serbisch und manchmal sogar Deutsch.
Ins Dorf fahre ich nicht mehr. Wir fahren nur noch auf den Friedhof. Dort haben wir vier Gräber. Wir besitzen vier Gräber. Das Grab meiner Urgroßeltern mütterlicherseits, das Grab meiner Großeltern und das Grab der Großeltern meines Vaters. Und das Grab, in dem mein Vater liegt. Dieses Grab haben wir geschenkt bekommen. Meine Mutter bekam es von einer Cousine geschenkt, als diese auswanderte vor vielen Jahren.
Ich weiß nicht, was ich mit diesen Gräbern eines Tages anfangen werde.“

 

 1580099-52bd75ef36d94f0a1f81af5be0ffc346.jpg
Richard Wagner (Lowrin, 10 april 1952)
 




De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april 1931. Zie ook alle tags voor Marcel van Maele op dit blog.

 

Terwijl de kaalgeschoren dagen huilen

Terwijl de kaalgeschoren dagen huilen
en honden door de tralies blaffen
joelt de wind in onze holle ogen.
Er zijn zo van die dingen
een vogel in de hand
het zingen van een zeilend kind
het trillen van een lamp
in kale huizen waar we sterven zullen
een hond die aan een ketting rukt.

We dromen zand in onze ogen.

 

 1580099-b821e1f4087b532d6228e602598c6463.jpg
Marcel van Maele (10 april 1931 - 24 juli 2009)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Jan van Mersbergen

De Nederlandse schrijver Jan van Mersbergen werd geboren in Gorinchem 10 april 1971. Hij studeerde HBO Cultuur en Beleid en Cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte onder andere als stratenmaker, als opperman in de bouw, als proefdierverzorger, als postbode, maar voornamelijk in het theater; als producent, productieleider, decorbouwer, fondsenwerver en administrateur. Sinds 2000 houdt hij zich serieus bezig met schrijven. In 2001 debuteerde van Mersbergen met de roman De grasbijter, die genomineerd werd voor de jaarlijkse Debutantenprijs. In 2003 verscheen zijn tweede roman De macht over het stuur, in 2005 gevolgd De hemelrat en Morgen zijn we in Pamplona in 2007. Zijn vijfde roman, Zo begint het, verscheen in 2009. Zie ook alle tags voor Jan van Mersbergen op dit blog.

Uit: De hemelrat

“De jongen trok zijn schoenen en shirt uit, legde de spullen in zijn kast, nam een groen jasje uit de kast en trok het over zijn hoofd. Zijn sloffen stonden onder in de kast. In de hal klonk gerammel van een kar en even later stak Moses zijn gezicht om de deurpost. Hij groette hen met zijn zware stem en ging naast Wilson op het bankje zitten.
Even later kwam Fong in de deuropening staan. Hij sloeg zijn ene been voor het andere en liet zijn slof aan zijn tenen bungelen. Hij zei: Boven is iemand ziek.
Het was geen mededeling en het was ook geen vraag waar iemand een antwoord op kon geven, toch begrepen ze wat hij wilde. Ze zwegen. De Chinees liet zijn blik over Wilson, Moses en Edward gaan. Wilson zat met zijn rug tegen de muur. Hij keek naar zijn knieën, legde zijn handen erop. Fong nam een laatste slok thee en schudde het bekertje leeg in de vuilnisbak. Het spetteren van de druppels tegen het plastic was het enige geluid in de kleedkamer.
Boven? rekte Wilson.
Ze vroegen me of ik een van jullie kon missen.
Hij liet het bekertje vallen. Uiteindelijk zei Wilson: Van mij hoeft het niet.
Van mij ook niet, zei Moses.
Fong keek naar Edward.
Heb jij daar al een keer gewerkt?
Edward schudde zijn hoofd. Toen zei hij: Betaalt het beter?
Dat maakt geen verschil.
Dan blijf ik net zo lief hier.
Ik zal ze zeggen dat ik het gevraagd heb, zei Fong. Hij liep de gang weer op. De deur van de kleedkamer viel achter hem dicht.
Ze liepen de wasserij in, een grote ruimte die door een glaswand in tweeën verdeeld werd. Moses bleef in het schone gedeelte. Wilson en hij gingen door de sluis naar de vieze kant.”

 

 1674856-bc67cce475872727e5ec2b3cfc3f0c02.jpg
Jan van Mersbergen (Gorinchem, 10 april 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten