Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 mei 2014 tot 2 mei 2014

Rob Waumans, Gottfried Benn, Esther Freud, Tilman Rammstedt, Wytske Versteeg, James Holmes, Novalis

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Als je de stad binnenrijdt

“Ruud is onze teamleider. Hij moet elke week vergaderen met de andere teamleiders en het rayonhoofd. Ruud noemt auto-eigenaren ‘klanten’. Verder gedraagt hij zich niet altijd als een voorbeeldfiguur. Dat komt omdat hem een aantal jaar geleden iets is geflikt. Zo noemt hij dat, geflikt. Alsof de hele gemeente alles in het werk heeft gesteld om Ruud te grazen te nemen.
Hij werkte bij Dienst Stadswacht. Toen Dienst Stadstoezicht in het leven werd geroepen en Stadswacht, Reinigingspolitie en Parkeerbeheer werden samengevoegd, werd hem een baan in Purmerend beloofd. Hij zou daar de afdeling Leefbaarheid vormgeven. Daar was Ruud blijkbaar de aangewezen persoon voor. Ruud zag het helemaal zitten en ging fanatiek op zoek naar een huis in Purmerend. Toen hij een huis had gevonden en met zijn gezin was verhuisd, kreeg hij te horen dat het niet doorging. Het werd een serieus conflict. Uiteindelijk hebben ze hem de functie van teamleider aangeboden bij Dienst Parkeerbeheer. Hij zal er wel een flinke smak geld bij hebben gekregen, maar daar heeft ie het nooit over. Ruud is nog steeds ontevreden over hoe het toen allemaal is gelopen.
In onze kantine staat een doos met koekjes. Ze zijn verpakt in geel, blauw, paars en rood cellofaan. In de gele zitten speculaasjes, in de blauwe ook, maar die hebben een andere vorm. De paarse zijn minispritsen met chocola en in de rode zitten kleine stroopwafels. Om de zoveel weken staat er een nieuwe doos en die is meestal binnen een week leeg. Khalid pakt altijd een handvol paarse, Ruud en ­ijs nemen de rode. Ze vreten zowat die hele doos leeg. Iemand heeft een keer een brie‑e op de doos geplakt: ‘Er zijn meer mensen die deze koekjes lekker vinden. Rustig aan!’
Ik neem meestal de gele of blauwe. Judith neemt geen koekjes, ze doet al een jaar aan de lijn. Aan haar figuur zie ik nog geen enkel verschil met een jaar geleden. In de krant las ik eens een artikel over vrouwen en hun gewicht, en dat het vaak tussen de oren zit. Het lijkt mij dat Judith worstelt met haar ingebeelde fysieke afwijking.”

 

 1591652-af059216324b418b8bb6774ef0276c40.jpg
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Aus Fernen, aus Reichen

was dann nach jener Stunde
sein wird, wenn dies geschah,
weiß niemand, keine Kunde
kam je von da,
von den erstickten Schlünden,
von dem gebrochnen Licht,
wird es sich neu entzünden,
ich meine nicht.

doch sehe ich ein Zeichen:
über das Schattenland
aus Fernen, aus Reichen
eine große, schöne Hand,
die wird mich nicht berühren,
das läßt der Raum nicht zu:
doch werde ich sie spüren
und das bist du.

und du wirst niedergleiten
am Strand, am Meer,
aus Fernen, aus Weiten:
»- erlöst auch er«;
ich kannte deine Blicke
und in des tiefsten Schoß
sammelst du unsere Glücke,
den Traum, das Loos.

ein Tag ist zu Ende,
die Reifen fortgebracht,
dann spielen noch zwei Hände
das Lied der Nacht,
vom Zimmer, wo die Tasten
den dunklen Laut verwehn,
sieht man das Meer und die Masten
hoch nach Norden gehn.

wenn die Nacht wird weichen,
wenn der Tag begann,
trägst du Zeichen,
die niemand deuten kann,
geheime Male
von fernen Stunden krank
und leerst die Schale,
aus der ich vor dir trank.

 

 1591652-11015361edf9ca234ca2157db0be60b3.jpg
Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

 

 

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

Uit: Liefdesfestival (Vertaald door Ineke Lenting)

“Het huis was nieuw, de binnenkant tenminste, met tegels op de vloer, lichte houten deuren en crèmekleurige banken. Het was gebouwd voor de zomer en had een kleine, sobere keuken met kastjes lang de muren en een hoge, luid zoemende koelkast. Eén wand van de woonkamer was van glas: een ervan kon worden teruggeschoven en gaf toegang tot het terras, waarop een ronde tafel stond die was bezaaid met Carolines correspondentie – perzikkleurige blaadjes met de opdruk ‘La Forestella”aan de bovenkant. Het spijt me dat ik je dit moet vertellen, las Lara onwillekeurig, maar ik wilde niet dat je dit van een of andere domme kletskous zou horen, zoals je er zelf overigens ook een bent…”
(…)

“De hele ochtend rinkelde de telefoon. Lara zat op het terras en luisterde naar de zachte, gedempte stem van Ginny, die informatie doorgaf, troostte met vriendelijke woorden. Twee keer belde ze het ziekenhuis, maar het enige wat ze te horen kreeg was dat Carolines toestand stabiel was, en hoewel Lara naast haar stond en gebarend en fluisterend naar nieuws over Lambert vroeg, legde Ginny beide keren de hoorn weer neer zonder naar hem geïnformeerd te hebben. ‘Hij is geen patiënt. Je kunt niet van ze verwachten dat ze achter bezoekers aansjouwen.’ Enige tijd na de lunch belde Lambert eindelijk. Hij klonk vermoeid en afgemat, en hij zei tegen Lara dat hij na het nodige verzet erin had toegestemd om de zenuw uit zijn teen te laten verwijderen.”

 

 1591652-82cc974d4ef8b6d5b1e440ee81ce8fa7.jpg
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Tilman Rammstedt op dit blog.

Uit: Die Abenteuer meines ehemaligen Bankberaters

„Dass ich ihn weniger als meinen Bankberater sehen solle, sagte mein ehemaliger Bankberater bei unserem ersten Termin, sondern vielmehr als etwas anderes. Dann überlegte er lange, was das sein könnte. Wir schauten beide aus dem Fenster, in die einsetzende Dämmerung, den dünnen Regen. Hin und wieder trafen sich unsere Blicke in der Scheibe, und mein
ehemaliger Bankberater lächelte mich an. »Oder doch einfach als Bankberater«, sagte er schließlich.

Sehr geehrter Herr Willis,

die Frage in meiner gestrigen Mail war übrigens nicht als höfliche Floskel gemeint. Ich wollte tatsächlich wissen, ob es Ihnen gut geht. Und ja, ich weiß, dass wir uns nicht kennen, aber Ihr Wohlergehen liegt mir sehr am Herzen.
Also noch einmal: Geht es Ihnen gut?
Mit freundlichen Grüßen,
Tilman Rammstedt

»Im Grunde sind das alles nur Zahlen«, sagte mein ehemaliger Bankberater und zeigte zur Verdeutlichung auf einige davon in den Broschüren, die er immer großflächig vor mir ausbreitete. Ob ich wisse, dass die erste Zahl, die man damals vor Tausenden von Jahren entdeckt habe, die Drei gewesen sei. »Ausgerechnet die Drei«, sagte er. »Stellen Sie sich das einmal vor.« Er schloss die Augen und tat es dann allem Anschein nach selbst. Es schien eine schöne Vorstellung zu sein, er sah glücklich aus.“

 

 1591652-727d8a45f882a1228aea71b140347a78.jpg
Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2 mei 1975)

 

 

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog.

Uit: Boy

“Nog altijd hadden ze zijn naam niet genoemd, het kon nog steeds over een ander gaan, over een ander lichaam. Ze vroegen me of ik Mark wilde bellen, ik zei dat hij in Nairobi was geweest, de afgelopen dagen. ‘Daar gaat hij vaak heen, voor zijn werk.’
Dat interesseerde hun niet, maar ik wilde het gesprek gaande houden, ik wilde over alles praten, alles behalve dat. Ik zei dat Mark zo ongeveer nu terugvloog, dat hij onbereikbaar was.
Of er dan iemand anders was. Of ze soms iemand naar het vliegveld moesten sturen. De stem van die Joke klonk nu medelijdend.
‘Ik red het wel,’ zei ik, ‘dank u.’
Ik weigerde om hen te tutoyeren zoals ze dat deden bij mij, weigerde ook om te doen alsof de afgelopen maanden niet hadden plaatsgevonden. Walter schraapte zijn keel. ‘Het is nu niet voorstelbaar, maar vaak is het uiteindelijk beter zo, beter te weten dat iemand is overleden dan dat ze vermist blijven.’
‘Hij heet Boy,’ zei ik.
‘Uiteindelijk kun je het op een gegeven moment een plek geven, als je weet dat iemand overleden is. Nooit echt, nooit helemaal, maar een soort rust, dat wel. Je hoeft niet meer te blijven hopen.’

 

 1591652-204a3bdd1054824e708eaf21d0a47195.jpg
Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

Uit: A Long Night In Leatherland (Verschenen onder het pseudoniem Jacob Lowland)

“This is nothing for me, let’s move on before the trams stop riding. But where to go? Wells Fargo? Company? Or directly to the Warmoesstraat? The Wells has popcorn, but almost as many odours, and all those disco-types. Popcorn also at the Company, plus a hot backroom, at least if you’re looking for suck-tion and suck-manship. But no, that boy Kurt seems to me more as someone for a heavier scene. The journey goes to the Argos.
In the tram I meet Jan and Gerrit, they love talking more than having sex (which means, en plein publique).
Anyhow first with them to Jaecques. Jan has bought a new motorbike. He has to collect it tomorrow and he is clearly excited, I’ve never seen such a lump in his leather jeans. He doesn’t stop talking about the qualities of a BMW, which he prefers to a Japanese one. And to an American one, so it appears, when Harley Harry comes in. Gerrit, who’d rather not ride, thinks a 1000 is a bit large in size, but as always he tries to reconcile himself to it. I’m off to take a leak, bump my head in the darkroom which undoubtedly has the lowest ceiling of all darkrooms in the world, come back, talk a little with Jaecques.
He calls an English boy, who has just been reading my sonnet ‘Balling at Jaecques’ which hangs on the wall of the bar. The boy wants to put the text in the paper of his motorclub in London. Jaecques has already said yes. Now I do so too.”

 

 1591652-b3255913cf0dc8d40636d1fb6d886561.jpg
James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

Uit: Hymnen an die Nacht

“2
Muß immer der Morgen wiederkommen? Endet nie des Irdischen Gewalt? unselige Geschäftigkeit verzehrt den himmlischen Anflug der Nacht. Wird nie der Liebe geheimes Opfer ewig brennen? Zugemessen ward dem Lichte seine Zeit; aber zeitlos und raumlos ist der Nacht Herrschaft. – Ewig ist die Dauer des Schlafs. Heiliger Schlaf – be­glücke zu selten nicht der Nacht Geweihte in diesem irdischen Tagewerk. Nur die Thoren ver­ken­nen dich und wissen von keinem Schlafe, als den Schatten, den du in jener Dämmerung der wahrhaften Nacht mitleidig auf uns wirfst. Sie fühlen dich nicht in der goldnen Flut der Trauben – in des Mandelbaums Wunderöl, und dem braunen Safte des Mohns. Sie wissen nicht, daß du es bist der des zarten Mädchens Busen umschwebt und zum Himmel den Schoß macht – ahnden nicht, daß aus alten Geschichten du himmelöffnend ent­ge­gen­trittst und den Schlüssel trägst zu den Wohnungen der Seligen, unendlicher Ge­heim­nis­se schweigender Bote.“

 

 1591652-a9915f71c8da7621e5d7bed92be02566.jpg
Novalis (2 mei 1772 - 25 maart 1801)
Gravure, rond 1799

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2013 en eveneens mijn blog van 2 mei 2012 en ook mijn blog van 2 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 15:48 Reageer op dit bericht

Jef Last

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Jef Last kwam uit een katholiek milieu. Hij ging Chinese letteren studeren in Leiden, maar brak zijn studie na enkele jaren af. Aanvankelijk ging hij werken als assistent-bedrijfsleider van de ENKA in Ede. Dat botste echter met zijn sterke sociale bewogenheid; hij was al jong lid geworden van de Sociaal-democratische Arbeiderspartij en de Arbeiders Jeugdcentrale. Hij nam ontslag en begon aan een avontuurlijk leven waarin hij veel reisde. In de tweede helft van de jaren twintig begon hij aan zijn schrijverscarrière. Aanvankelijk schreef hij vooral gedichten. Zijn debuut was de dichtbundel “Bakboordslichten” (1926). Ook zijn geschriften getuigen van zijn sociale bewogenheid; zijn gedichten waren uitgesproken links en revolutionair van signatuur. Vanaf 1930 begon Jef Last de aandacht te trekken met ruim opgezette romans, en verkreeg hij landelijke bekendheid met “Partij remise” (1933) en “Zuiderzee” (1934), die beide beschouwd kunnen worden als voorbeelden van Nieuwe Zakelijkheid in de Nederlandse literatuur en “Een huis zonder vensters” (1935). Last verliet de revisionistische sociaaldemocratie om lid te worden van Sneevliets Revolutionair Socialistische Partij. Met zijn vriend André Gide reisde hij in de zomer van 1936 naar de Sovjet-Unie. Het tweetal werd groots ontvangen, maar doorzag de georganiseerde hulde en keerde ontgoocheld terug naar het westen. Veel later zou Last een boek schrijven over zijn vriendschap met Gide. In datzelfde jaar verscheen zijn dichtbundel “De bevrijde Eros”, waarin zijn homoseksuele kant duidelijk naar voren trad. Last streed mee in de Spaanse Burgeroorlog in de Internationale Brigades, waar hij aan de zijde van de wettige regering van de Spaanse republiek zou vechten, tegen de fascistische partij van generaal Franco. Daardoor verloor hij zijn Nederlanderschap wegens krijgsdienst voor een vreemde mogendheid. Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij het weer terug.Het eind van de jaren dertig was weer een periode van sterke literaire activiteit van Jef Last. Hij publiceerde de romans “De Spaansche tragedie”, “De laatste waarheid” en “De vliegende Hollander” en in 1941 verscheen “Elfstedentocht”. Jef Last woonde van 1950 tot 1953 in Indonesië en met name in Singaraja (Bali), waar hij als leraar aan een middelbare school werkte. Hij was bevriend met president Soekarno en met Mohammed Hatta.

 

De vriend die niet bestaat

In sprakeloze dreven
waar slechts de nachtwind gaat
speur ik soms achter 't beven
der donkre takken even
de glans van zijn gelaat.
 
Soms is 't als hoor ik in de
storm langs het grijze wad
een woord dat mij wil vinden
als riep hij in de winden
maar 'k weet niet hoe of wat
 
Soms grijpen zonnestralen
mij als een warme hand
en 'k voel zijn ademhalen
dicht bij mij, tot het dalen
der zon achter het land.
 
Soms schept mijn gróót verlangen
zijn stem en zijn gelaat
‘Alsof!’... ik liet mij vangen
door 't al te groot verlangen
en dróóm wie niet bestaat.

 

 

Daar waar je bent…

Daar waar je bent is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn de bergen blauwer dan vandaag
nooit is het water frisscher dan vandaag
nooit komt een mond zoo tot een kus je tegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar je bent is het geluk
vandaag.

Daar waar je bent geuren de bloemen
daar waar je bent straalt op het veld de zon
de krekels sjirpen en de bijen zoemen
en de laurier beantwoordt zacht de bron
dit oogenblik kus ik je bruine lichaam
dit oogenblik heb ik je oogen lief
dit oogenblik zie ik je witte tanden
dit oogenblik heeft mij de wereld lief.

Daar waar ik ben is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn gedachten mooier dan de menschen
nooit is de toekomst mooier dan vandaag
nooit komt een hand weer in de mijne wegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar ik ben is het geluk
vandaag.

 

 1600686-78b0bc06ba78f6ec04a04b65c20e2cdd.jpg
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

 

O Perenboom belaên

O Perenboom, belaên
met al goudgeelwe blaên,
oktoberziek en treurig,
de winter is 't, die naast,
en 't al het land uit blaast
dat groeizaam is en geurig!

Nog onlangs stond gij daar,
o schone perelaar,
één witte wolke blommen,
die 't weerd was om te zien,
en die naar u de biên
van verre en na deed kommen.

De zomer ging voorbij,
en dan bekroondet gij
uw edel hoofd met bruine,
zoetvleesde peren, van
daar schier mijn hand aan kan
tot in uw hoogste kruine.

Nu staat gij daar en treurt,
ontkinderd en ontkleurd,
en schijnt alom te vragen:
zal niemand, die mij zag
in mijne schone dag,
me een meêlijend herte dragen?

o Perenboom, vaar wel;
'n wilt vóór winter fel
noch weemoed buigen neder:
de winter komt en gaat,
o Perenboom: weêrstaat,
verrijzen zult gij weder!

 

 

De macht ontvalt de mense aleer hij ’t weet

De macht ontvalt de mense aleer hij 't weet;
wat baat hem dat hij werkt, en leeft, en eet?
Het leven zelf doet 't leven dood, en 't is
dat wij geen duur en hebben, 't grootst gemis
van al dat ons ontbreekt. o Duurzaamheid
oneindig, al omvattend, uitgebreid,
die, onbegonnen, nimmer sterven zult;
die 't wezen van het wezen heel vervult,
u ken ik, ja, heb dank; u ben ik? Neen:
want duurzaamheid, o God, zijt Gij alleen!

 

 

Tempus edax...

't Is stille! Neerstig tikt het ongedurig
hangend wezen,
waarop de weg naar 't eeuwige, in
twaalf stappen, staat te lezen.

't Is stille en middernacht! Alsof
ik blind ware, om mij henen,
in donkere diepten schijnt het al
verduisterd en verdwenen.

't Is stille! Niets te zien en niets
te horen, 't doet mij beven!
als 't altijd neerstig bijten van
den tijdworm aan ons leven!

 

 1591158-1b18d0faf9223823ab9e856f571bb415.jpg
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Zandsculptuur door Marielle Heessels, Blankenberge

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook alle tags voor Johano Strasser op dit blog.

 

Zu meiner Zeit
Für Klaus Hähnel

Durch die Wälder meiner Kindheit
Streiften Automobile
Duckten sich wenn man sich ihnen näherte
Scheu ins Farnkraut
Oder zogen
Mit geblähten Nüstern angstvoll schnaubend
In Rudeln über bewaldete Hänge

Einmal - ich erinnere mich
Sah ich einen
Grünlackierten Buick zwischen den Bäumen
Um ihn herum im lichten Wald
Kapriolten fünf oder sechs
Opel Olympia Spielerisch schwankend
Zogen sie ihre Andachtskreise

Wenn man Glück hatte zu meiner Zeit
Konnte man
Im Dämmerlicht
Auf einer Lichtung oder am Waldrand
Eine einzelne Dampflok sehen:
Stampfend und zischend im letzten Schein
Des vergehenden Tages

Als ich jung war war der Wald
Voller Wunder
Heute muß man ins All hinauf
Um einem Fernsehsatelliten
Auf freier Wildbahn zu begegnen

 

 1591158-3fdeed6b4c35ab8c973efb98875aa282.jpg
Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

 

De Franse schrijfster Yasmina Reza werd geboren op 1 mei 1960 in Parijs. Zie ook alle tags voor Yasmina Reza op dit blog.

Uit: Art

« Chez Serge.
Posée à même le sol, une toile* blanche, avec de fins liserés blancs transversaux.
Serge regarde, réjoui, son tableau.
Marc regarde le tableau.
Serge regarde Marc qui regarde le tableau.
Un long temps où tous les sentiments se traduisent sans mot.
MARC : Cher ?
SERGE : Deux cent mille.
MARC : Deux cent mille ?…
SERGE : Handington me le reprend à vingt-deux.
MARC : Qui est-ce ?
SERGE : Handington ?!
MARC : Connais pas.
SERGE : Handington ! La galerie Handington !
MARC : La galerie Handington te le reprend à vingt-deux ?…
SERGE : Non, pas la galerie. Lui. Handington lui-même. Pour lui.
MARC : Et pourquoi ce n'est pas Handigton qui l'a acheté ?
SERGE : Parce que tous ces gens ont intérêt à vendre à des particuliers. Il faut que le marché circule.
MARC : Ouais…
SERGE : Alors ? Tu n'es pas bien là ? Regarde-le d'ici. Tu aperçois les lignes ?
MARC : Comment s'appelle le…
SERGE : Peintre. Antrios.
MARC : Connu ?
SERGE : Très. Très !
Un temps.
MARC : Serge, tu n'as pas acheté ce tableau deux cent mille francs ?
SERGE : Mais mon vieux, c'est le prix. C'est un ANTRIOS !
MARC : Tu n'as pas acheté ce tableau deux cent mille francs !
SERGE : J'étais sûr que tu passerais à côté.
MARC : Tu as acheté cette merde deux cent mille francs ?! »

 

 1591158-5c325603de4c596e709d0d6a4bab144e.jpg
Yasmina Reza (Parijs, 1 mei 1960)

 

 

De Amerikaanse schrijver Joseph Heller werd geboren in New York op 1 mei 1923. Zie ook alle tags voor Joseph Heller op dit blog.

Uit: Catch 22

“The path from the squadron led him around a mysterious gun emplacement in the woods; two of the three enlisted men stationed there lay sleeping on the circle of sand bags and the third sat eating a purple pomegranate, biting off large mouthfuls between his churning jaws and spewing the ground roughage out away from him into the bushes. When he bit, red juice ran out of his mouth. Yossarian padded ahead into the forest again, caressing his bare, tingling belly adoringly from time to time as though to reassure himself it was all still there. He rolled a piece of lint out of his navel. Along the ground suddenly, on both sides of the path, he saw dozens of new mushrooms the rain had spawned poking their nodular fingers up through the clammy earth like lifeless stalks of flesh, sprouting in such necrotic profusion everywhere he looked that they seemed to be proliferating right before his eyes. There were thousands of them swarming as far back into the underbrush as he could see, and they appeared to swell in size and multiply in number as he spied them. He hurried away from them with a shiver of eerie alarm and did not slacken his pace until the soil crumbled to dry sand beneath his feet and they had been left behind. He glanced back apprehensively, half expecting to find the limp white things crawling after him in sightless pursuit or snaking up through the treetops in a writhing and ungovernable mutative mass.
The beach was deserted. The only sounds were hushed ones, the bloated gurgle of the stream, the respirating hum of the tall grass and shrubs behind him, the apathetic moaning of the dumb, translucent waves. The surf was always small, the water clear and cool. Yossarian left his things on the sand and moved through the knee-high waves until he was completely immersed. On the other side of the sea, a bumpy sliver of dark land lay wrapped in mist, almost invisible.”

 

 1591158-e8acda4897321059ab02d303f9b2b6b3.jpg
Joseph Heller (1 mei 1923 – 12 december 1999)

 

 

De Nieuwgriekse dichter Yánnis Rítsos werd geboren op 1 mei 1909 in Monemvasia. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Yánnis Rítsos.

 

Moonlight Sonata (Fragment)

A spring evening. A large room in an old house. A woman of a certain age, dressed in
black, is speaking to a young man. They have not turned on the lights. Through both
windows the moonlight shines relentlessly. I forgot to mention that the Woman in
Black has published two or three interesting volume of poetry with a religious flavor.
So, the Woman in Black is speaking to the Young Man:

Let me come with you. What a moon there is tonight!
The moon is kind – it won’t show
that my hair turned white. The moon
will turn my hair to gold again. You wouldn’t understand.
Let me come with you.

When there’s a moon the shadows in the house grow larger,
invisible hands draw the curtains,
a ghostly finger writes forgotten words in the dust
on the piano – I don’t want to hear them. Hush.

Let me come with you
a little farther down, as far as the brickyard wall,
to the point where the road turns and the city appears
concrete and airy, whitewashed with moonlight,
so indifferent and insubstantial
so positive, like metaphysics,
that finally you can believe you exist and do not exist,
that you never existed, that time with its destruction never existed.
Let me come with you.

 

Vertaald door Peter Green en Beverly Bardsley

 

 1591158-8c94bdf9441fdb2a27ef9c331722f290.jpg
Yánnis Rítsos (1 mei 1909 — 11 november 1990)



Zie voor nog meer schrijvers van de 1e mei ook
mijn blog van 1 mei 2011 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:42 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten