Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 mei 2014 tot 4 mei 2014

Een mooie dag om stilte te verscheuren (Ramsey Nasr)

 

Bij 4 mei

 

 1592596-51228a2940c498468dabf8e5f5b4d3af.jpg
Dodenherdenking op de Dam

 

 

Een mooie dag om stilte te verscheuren

Een mooie dag om stilte te verscheuren.
Oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwartwit - en het gebeurt.
Gewoon, omdat het kan. Omdat één man.

Het is de wet van Nederland.
Bij ons moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. Elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.

Ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.

Vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. Hij huilt. Ik kijk.
Waar alles mag, is ieder vogelvrij.

 

 

 1592596-48ab61f47a7d1d1e82402df628c242b8.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)
Zadkines, De verwoeste stad, Rotterdam (Nasr werd geboren in Rotterdam

 

 

Het gedicht werd door de toenmalige Dichter des Vaderlands geschreven bij de verstoring van de Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam, 4 mei 2010

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:15 Reageer op dit bericht

Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit: Euforie

“Concentreren nu. Terwijl het ene deel van hemzelf het busje meester probeert te worden, is het andere het afgelegde traject bliksemsnel aan het nalopen op een gemist stoplicht, een te hoge snelheid – best mogelijk op zo’n lang recht stuk – of nog erger. Ach zeik niet, als ik iemand had aangereden dan had ik dat goddomme toch wel...
Dan schuift het raampje alsnog open, heel kalmpjes, mis­plaatst gelijkmatig: de slaafse onverstoorbaarheid van elektro­nica heeft iets onuitstaanbaars. Wat de agent te melden heeft verdrinkt in de herrie. Het is een cd, dezelfde Philip Glassach­tige zenuwmuziek die Olivier – Vermeers compagnon en de ei­genaar van dit voertuig – vaak tijdens het werk draait. Hier is het de begeleiding bij een druk mimende agent, die iets uitlegt en in de verte wijst. Het enige wat Vermeer opvangt is: ‘De laad­ruimte, die is leeg?’
‘Zo goed als,’ roept hij. ‘Alleen wat karton.’
De agent wil dat blijkbaar met eigen ogen vaststellen. Zonder toestemming te vragen schuift hij de laaddeur aan de zijkant open, voert een minimale inspectie uit en trekt de deur weer dicht, die met een smak in het slot valt. Er volgt een uitleg waar Vermeer opnieuw niets van meekrijgt, totdat de man zijn helm­hoofd de auto in duwt en schreeuwt, als boven aan een trap te­gen iemand beneden: ‘Als u mij volgt, dan breng ik u d’r heen.’
Er is geen tijd om vragen te stellen. Zodra Vermeer knikt, ver­laat de helm hem. De agent klapt het vizier dicht en bestijgt zijn tweewieler weer. Gedwee wijkt het verkeer als hij de trambaan op zwenkt. Als Vermeer wil volgen slaat z’n motor af, wat hem vaker overkomt in vreemde auto’s, vooral in diesels. Hij start opnieuw, concentreert zich op het samenspel van de pedalen, en rijdt het gat dicht. Achter hem tingelt nijdig een tram die hij niet zag aankomen. Die takketrams ook altijd. Antoni Gaudí was in Barcelona omvergereden door een tram – hij vond dat voetgangers principieel voorrang hadden – en omdat de archi­tect van de Sagrada Família eruitzag als een dronken zwerver wilde geen enkele taxi hem naar het ziekenhuis rijden. Hij stierf een paar dagen later in het armenhospitaal waar de politie hem had gedropt.”

 

 1592590-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: Scenes From Village Life

“From his concealed vantage point in the shade of a creeping vine, Arieh Zelnik noted that the man was large-framed but slightly flabby, as if he had just recovered from a serious illness, suggesting that he had been heavily built until quite recently, when he had begun to collapse inward and shrink inside his skin. Even his grubby beige summer jacket with its bulging pockets seemed too big for him, and hung loosely from his shoulders.
Though it was late summer and the path was dry, the stranger paused to wipe his feet carefully on the mat at the bottom of the steps, then inspected the sole of each shoe in turn. Only once he was satisfied did he go up the steps and try the mesh screen door at the top. After tapping on it politely several times without receiving any response he finally looked around and saw the householder planted calmly on his swing seat, surrounded by large flowerpots and ferns in planters, in a corner of the veranda, in the shade of the arbor.
The visitor smiled broadly and seemed about to bow; he cleared his throat and declared:
“You’ve got a beautiful place here, Mr. Zelkin! Stunning! It’s a little bit of Provence in the State of Israel! Better than Provence—Tuscany! And the view! The woods! The vines! Tel Ilan is simply the loveliest village in this entire Levantine state. Very pretty! Good morning, Mr. Zelkin. I hope I’m not disturbing you, by any chance?”
Arieh Zelnik returned the greeting drily, pointed out that his name was Zelnik, not Zelkin, and said that he was unfortunately not in the habit of buying anything from door-to-door salesmen.
“Quite right, too!” exclaimed the other, wiping his forehead with his sleeve. “How can we tell if someone is a bona fide salesman or a con man? Or, heaven forbid, a criminal who is casing the joint for some gang of burglars? But as it happens, Mr. Zelnik, I am not a salesman. I am Maftsir!”
“Who?”

 

 1592590-6fa5878ec95b5409ae2607077b22acdf.jpg
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit:Wish You Were Here

“And Jack, who long ago took his last look at that yard, looks now from an upstairs window at a grey sea, at a sky full of wind-­driven rain, but sees for a moment only smoke and fire.
Sixty-­five head of cattle. Or, to reckon it another way (and never mind the promised compensation): ruin. Ruin, at some point in the not-­so-­distant future, the ruin that had been creeping up on them anyway since Vera Luxton had died.
Cattle going mad all over England. Or being shoved by the hundred into incinerators for the fear and the risk of it. Who would have imagined it? Who would have dreamed it? But cattle aren’t people, that’s a fact. And when trouble comes your way, at least you might think, though it’s small comfort and precious little help: Well, we’ve had our turn now, our share.
But years later, right here in this seaside cottage, Jack had switched on the TV and said, “Ellie, come and look at this. Come and look, quick.” It was the big pyre at Roak Moor, back in Devon. Thousands of stacked-­up cattle, thousands more lying rotting in fields. The thing was burning day and night. The smoke would surely have been visible, over the far hills, from Jebb. Not to mention the smell being carried on the wind. And someone on the TV—­another of those experts—­was saying that burning these cattle might still release into the air significant amounts of the undetected agent of BSE. Though it was ten years on, and this time the burnings were for foot-­and-­mouth. Which people weren’t known to get. Yet.
“Well, Jack,” Ellie had said, stroking the back of his neck, “did we make a good move? Or did we make a good move?”
But he’d needed to resist the strange, opposite feeling: that he should have been there, back at Jebb, in the thick of it; it was his proper place.”

 

 1592590-fa77aed571a85a5649fa15af505b2bae.jpeg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit: Weduwenspek

‘Zwijgen kan niet worden verbeterd’, met dat gezegde placht hij haar het zwijgen op te leggen. Hij excelleerde in de alleenspraak, maar terwijl hij hoogdravend filosofeerde of haar temerig de les las ging er in Olivia een opstandige stem tekeer, argumenterend en weerstrevend, tot ze zich niet langer kon bedwingen en heftig uitviel. Waarop hij haar de mond snoerde met die afgezaagde frase.
Zwijgen kan niet worden verbeterd. Verstikt had ze lange betogen bedacht, op een dag zou ze haar gal spuwen, pal in zijn pedante facie, zodat hij er niet meer onderuit kon. Maar toen ze hem, toch nog onverwacht, aan het infuus zag liggen, met sondes als artificiële aders, wist ze niet meer waar te beginnen of wat te zeggen. Zij had het verleerd om hem aan te spreken en in stilte verzonken dreigde hij vrijuit te gaan. Je kwam altijd te laat om je gram te halen, alles voltrok zich achteraf.”

 

 1592590-7652413b856bd680ce3455ca68631d21.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: The Other

“Examining the Impala one afternoon, she insisted that its windshield appeared pitted by an airborne pollutant no one talked about. The plants in the yard were dying, too -- everything looked bleached to the wrong color, in her eye, especially the laurel hedges. One Saturday night, John William explained, his father decided to weather-treat, in the basement, his sailing sloop's teak hatch covers. Before long, his mother got her car keys, trapped a note under a refrigerator magnet -- rand, you've poisoned us with varathane -- and told John William to get his coat.
John William was eleven. His mother drove off after forcing him into the back seat, where he kept a stack of comic books. They made their way south on old 99, and by midnight they'd driven around Puget Sound and were speeding west, toward the true ocean of breakers and swells -- the ocean as opposed to the inland sea near Seattle -- which his mother believed was cleansing. She told him this. There were mythic overtones to the ocean, she said, that shouldn't be underestimated. John William replied that from his point of view it didn't seem normal to leave for the ocean so late at night without planning and without Dad. His mother struck back with a lecture on Varathane. The entire family of polyurethanes posed a threat to humankind, she told him. They reached the coast in darkness and knew they were there from the din of the surf and the line of white rollers in the Impala's diffuse headlights. "Ah, love," said John William's mother, pressing the button that let down her window and quoting from Matthew Arnold's "Dover Beach," "let us be true to one another," and then she began crying with a hand over her mouth while the ocean air funneled in. »

 

 1592590-079530f846b238bc9257c4d4b5043b7e.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Opmars der strafschopgebieden

“Mijn vader maakte in zijn vrije tijd de lange laarzen voor het plaatselijke politiekorps en liet de agenten soms weken wachten op de levering. Hij was dan ondertussen aan een paar voetbalschoenen voor mij bezig. Het eerste paar dat hij voor me maakte herinner ik me nog goed. Er waren nog geen schroefnoppen van aluminium in die tijd, maar leren dingen waar spijkers uitstaken. Die werden onder de zool geslagen. Zo nu en dan ging er wel eens een spijkertje doorheen. [...] Wanneer het bovenleer was gestikt en het met een platte tang om de leest werd getrokken zag je de voltooiing naderen. Een wezenloos bovenstuk werd in een paar handomdraaien ineens schoen. Razendsnel verdwenen de spijkertjes van zijn mond naar de zool en als ik vier keer had gedacht “dit is de laatste” kwam er toch nog eentje tussen de lippen vandaan. Ik heb jaren genoten van zijn geperfectioneerde vakmanschap.”

 

 1592590-1ac9acbc7df63072327107fd211ccf51.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
Hier als voetballer in actie, 1972-73 

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie

„Im honiggelben Licht des lange Schatten hervorrufenden Oktobers steh ich, wie oft schon?, wie oft noch?, am Ufer der Wondreb. Wie als Kind, denke ich, als ich am Ufer des Baches dachte, ist das, was jetzt ist, ein Traum oder Wirklichkeit.
Noch immer zieht das Magnetfeld Mnemosynes dies Jetzt in jene Jetzte hinein, die nun als
Ein Jetzt erscheinen.
Wer ist der, der lange Schatten wirft über die Wirbel des Wassers? Wer ist das Lichtloch im Wogenschwarz, das Sterne schleudernde?
Wer ist der, der der ist, der er ist? Wer der, der nie vergisst, dass er nie mehr der ist, der in den Fluß geschaut, aber immer der, der in den Fluß schaut und sich vergisst und den Fluß vergißt, weil er der Fluß ist, der mündet und entspringt im Strom unseres Bewußtseins, umbrandet vom Meer, was mehr als nichts ist?
So wie sich die Wondreb ihr Bett, von Quelle oder Mündung zu träumen, mit Wucht, Wut, Trauer, Ausdauer, mit variierender Wiederholung oder mit Ewigkeitsschleifen durch den granitdominierten Grund der Erde meiner Heimat gräbt, so muß das Bewußtsein Mäander machen, der Fluß der Gedanken sich neue Wege suchen…“

 

  1592590-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
Waldsassen, de abdij

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:07 Reageer op dit bericht

Jacques Lanzmann, Ishita Bhaduri, Wilhelm Lehmann, Gerlind Reinshagen, Maxence Van der Meersch, Olia Lialina

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

Uit: Le têtard

« Chez les Tavernier, j'avais souffert de quoi, au juste ? D'un peu de tout et de tout à fond : poil, coeur, sexe, race, religion, terreur vitale et péché mortel. Un cocktail qui vous saoule à la fois la petite enfance et l'adolescence. Difficile de s'en tirer lorsqu'on a trinqué comme ça si tôt avec la vie et fait tinter contre elle son verre qui s'est brisé. On en voit de ces enfants ivres de coups du sort traîner leurs angoisses à travers le temps, le long des êtres et des buffets. Moi, je m'en suis assez bien sorti. J'ai eu la chance d'entrer dans le monde adulte avec une enfance fêlée mais pas cassée et une volonté farouche de vivre à chaque instant.
Comme il me fallait rattraper tout ce temps perdu où j'avais souffert de ma naïveté et de la certitude des grands, je me suis mis à courir après le bonheur pour me le fourrer dans le coeur et dans la poche. Ce bonheur, je me le suis gardé sous la main et je l'ai senti bouger et je l'ai serré jusqu'à l'étouffer pour qu'il ne s'en aille pas. Bien sûr qu'il est parti, mais il est aussitôt revenu, parce que, lui comme moi, on n'a jamais pu se passer l'un de l'autre. Bonheur, malheur, la vie, la mort, l'argent, la fauche, tout ça c'est poison et antipoison, mais quand on est petit et seul on se laisse refiler la rage et on peut en crever parce que personne n'est là pour vous dire que le vaccin existe. Moi, mon vaccin, c'était de penser au bonheur et lorsque j'y pensais, à ce bonheur de mes vingt ans, je voyais toujours la même image devant mes yeux extasiés : un homme, moi, une femme, la mienne. Elle et moi : tout nus, assis, sereins, autour d'une table de cuisine et mangeant silencieux, avec la même fourchette, des spaghettis très chauds qu'on tirait, elle pour moi et moi pour elle, d'une grande marmite d'émail orange. Grâce à cette vision de ma vie d'adulte, matériau simple, ô combien ! je me suis sans cesse reconstruit quand j'étais écroulé. »

 

 1592587-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
Cover

 

 

De Indiase dichteres Ishita Bhaduri werd geboren op 4 mei 1961 in Kolkata in West-Bengalen. Zie ook alle tags voor Ishita Bhaduri op dit blog.

 

Blue Sky In The Internet

You posted rains on the Facebook…..
Two lacs fifty thousand likes……
Still the rains did not come.
Instead some dark clouds
Ashened the whole sky
With a fistful of soft breeze.

Not by Facebook or Tweeter
Send me rains in an envelope
Accompanied by Nor’westers too
Seal the lips of the envelope
             securely with glue
So that no cloud chips fall off
               midway elsewhere.
With the rains send me also smell of damp earth.
I will mail you a cornice-full of sunshine
And send you through the Internet a whole blue sky.

 

Vertaald door Soma Roy

 

 

 1592587-9ff3752e34cee3c2990821d769e9bb94.jpg
Ishita Bhaduri (Kolkata, 4 mei 1961)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Wilhelm Lehmann werd geboren op 4 mei 1882 in Puerto Cabello. Zie ook alle tags voor Wilhelm Lehmann op dit blog.

 

Abgeblühter Löwenzahn

Verwandle dich und werde leicht,
Zerfasere zu Samenhaar,
Gemindert schwebt, ein dünnes Korn,
Was gestern Strahlenball noch war.

Verwandlungsträchtig, warst du kaum,
Und saugst dich frisch im Leben fest,
Das dich und mich, treuloser Staub,
An keiner Stelle weilen lässt.

Begleite Vers die Flüchtigkeit.
Gebiete er, gebiete zart;
Sei, wie von meinem Finger du,
Das Schwindende von ihm bewahrt.

Ein zweites Dasein überwächst
Das erste, das geopfert liegt.
Verweh es denn wie Löwenzahn,
Damit es traumgekräftigt fliegt.

 

 

Der Dank

Zurückgeballt ins Kurze, Baumäonen,
In Eichel, Ecker breite Kronen.

Oktoberlicht steht jäh im Windeszug
Wie Katapult schießt Busch zu Busche Hänflingsflug.

Kastanie öffnet Kugelschrein,
Ins Mahagoni ihre Innern lädt sie ein.

Ihr habt mich oft euch eingestimmt.
Was gebe ich, der von euch nimmt?

Die Achsel zuckt: nichts als Gedichte?
Gemach! Auch sie sind Weltgeschichte.

 

 

 1592587-30d1e62b0e58ac8ec11d9b08897a2718.jpg
Wilhelm Lehmann (4 mei 1882 – 17 november 1968)
Cover biografie

 

 

De Duitse schrijfster Gerlind Reinshagen werd geboren op 4 mei 1926 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Gerlind Reinshagen op dit blog.

Uit: Vom Feuer

„Wie beschreibe ich dir, Vermißter, was nicht zu beschreiben ist? Wovon niemand mehr spricht? An das sich keiner, den ich frage, mehr erinnern will, was keiner denken kann im Ganzen: das tausendfache Sterben unserer Stadt, drei Tage vor Kriegsende. Fahr ich zurück, geh ich durch fremde, neu gezogene Straßen, bekomme ich auf falsch gestellte Fragen falsche Antwort. Als wäre der Tod nicht zu greifen mit Worten. Die Früheren immerhin sangen den Krieg, den Sieg, das Morgenrot. Die Alten heute hör ich lamentieren über das verlorene Porzellan, das eingestürzte Haus, den Sonnenuntergang in Öl, der nicht zu retten war. Die Jungen stoßen, achselzuckend, Flüche aus, aber nur leise, wie nebenbei, so wie man im Stillen Elern verflucht.
Wie kommt ie abder, höre ich dich, Vermißter, fragen, daß du nicht mitfluchst, ich höre dich deutlich wie nie: den großen Todesfluch, das Spottgedicht, warum schaffst du es nicht?
Früher, als ich mich anmaßte, den Tod zu kennen, hätt ichs dir leichter hingeschrieben, Freund, Jetzt ist er fremd. Jetzt bleibt mir das Woer weg.“

 

 1592587-a2160b0b6a6007abd5843dd45654a5eb.jpg
Gerlind Reinshagen (Königsberg, 4 mei 1926)

 

 

De Franse schrijver van Vlaamse afkomst Maxence Van der Meersch werd geboren op 4 mei 1907 in Roubaix. Zie ook alle tags voor Maxence Van der Meersch op dit blog.

Uit: La maison dans la dune

« Tout son accoutrement était couvert de plaques de mortier, et d’une fine poussière de chaux. Il avait ficelé sur la barre horizontale du cadre de sa bicyclette une pelle de maçon, à fer carré.
Et, tenant d’une main le guidon de son vélo, il équilibrait de l’autre, sur son épaule, un sac à ciment qui était censé contenir sa truelle et ses outils.
« Pas de tabac ?
– Une paire de paquets. »
Pour la femme qui les lui demandait, Sylvain tira de son sac deux paquets d’une demi-livre.
« Combien ?
– Vingt francs. »
Il reçut l’argent.
« Faut pas repasser la semaine prochaine ?
– Non. Dans quinze jours, tu pourras revenir.
– Merci. »
Et Sylvain repartit plus loin, continua de sonner aux portes, partout où il avait des clients connus. Ailleurs, il n’allait pas, sauf dans les quartiers déserts, les hameaux en pleine campagne, les fermes isolées.”

 

 1592587-40f4e8144872e848ed6d71932104eb3a.jpg
Maxence Van der Meersch (4 mei 1907 - 14 januari 1951)

 

 

De Russische netkunstenares Olia Lialina werd geboren op 4 mei 1971 in Moskou. Zie ook alle tags voor Olia Lialina op dit blog.

Uit: Invisible and Very Busy

« Invisible computers, or more accurately the illusion of the computerless, is destroyed if we continue to talk about “user interfaces”. This is why Interface Design starts to rename itself to Experience Design — whose primary goal is to make users forget that computers and interfaces exist. With Experience Design there is only you and your emotions to feel, goals to achieve, tasks to complete.
The field is abbreviated as UXD, where X is for eXperience and U is still for the Users. Wikipedia says Don Norman coined the term UX in 1995. However, in 2012 UX designers avoid to use the U-word in papers and conference announcements, in order not to remind themselves about all those clumsy buttons and input devices of the past. Users were for the interfaces. Experiences, they are for the PEOPLE!3
In 2008 Don Norman simply ceased to address Users as Users. At an event sponsored by Adaptive Path, a user interface design company, Norman stated “One of the horrible words we use is users. I am on a crusade to get rid of the word ‘users’. I would prefer to call them ‘people.’”4 After enjoying the effect of his words on the audience he added with a charming smile, “We design for people, we don’t design for users.
A noble goal in deed, but only when perceived in the narrow context of Interface Design. Here, the use of the term “people” emphasizes the need to follow the user centered in opposition to an implementation centered paradigm. The use of “people” in this context is a good way to remind software developers that the User is a human being and needs to be taken into account in design and validation processes”.

 

 1592587-92c7fe905d867c08a44bee845004a62d.jpg
Olia Lialina (Moskou, 4 mei 1971)

Geschreven door Romenu om 13:33 Reageer op dit bericht

Am zweiten Sonntage nach Ostern (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Am zweiten Sonntage nach Ostern

 

1592583-dfb95fa29391bb1c83b821cb979ade48.jpg
De Goede Herder door Philippe de Champaigne, ca.1650-60

 

 

Am zweiten Sonntage nach Ostern

Evang.: Vom guten Hirten

Ein guter Hirt läßt seine Schafe nimmer!
O wehe, Hirt! den ein verkümmert Lamm Einst klagend nennen wird mit Angstgewimmer,
Ein blutend wundes, eins voll Wust und Schlamm.
Was willst du sagen? Schweig!
Dein Wort ist tot, der Stirne Zeichen Kains gleich.

Weh' Fürsten euch! die ihr des Volkes Seelen
Gen Vorteil wägt und irdisches Gedeihn.
Weh', Eltern! denen Kindes glänzend Fehlen
Weit lieber ist, als Einfalt sonder Schein.
Ihr warbt euch das Gericht; Sprecht nicht von Ehre! Eure kennt man drüben nicht.

Hausväter, wehe! die ein dienend Wesen
Nur an sich nahmen wie gedingten Leib;
Unwürdig seid zu Hirten ihr erlesen
Freundlosem Manne, unberatnem Weib.
Habt ihr gewußt und schwiegt?
Seht, jeder Flecken brandig an der Hand euch liegt!

Und wehe, wehe Allen! deren Händen
Ward anvertraut ein überschwenglich Gut.
Weh' Lehrer euch! die Herzen, leicht zu wenden,
Vergiftet habt mit Hohn und Übermut.
Die Pfund', euch vorgestreckt,
Nicht wohl vergrubt ihr sie, habt sie mit Rost befleckt.

Doch bist du frei? darfst du so kühn denn sprechen
Das Bannwort über tausend Menschen aus?
Wem Kron' und Macht, wem Haus und Hof gebrechen,
Schließt ihn die Pflicht von ihren Schranken aus?
Denk' nach, schwer ist die Frag';
Um dein und fremde Seele gilt's: denk nach!

Wenn Kinderohr an deinen Lippen hänget,
Wenn Kinderblick in deinen Augen liest,
Wenn jedes kecke Wort, das vor sich dränget,
Wie glühend Blei in zarte Ohren fließt:
Bist du dann nicht der Hirt?
Ist dein die Schuld nicht, wenn das arme Lamm verirrt?

Und wenn ein schwach Gemüt, ein stumpfes Sinnen
Neugierig horcht auf jedes Wort von dir,
Um alles möchte Gleichheit sich gewinnen,
Aufzeichnet jede Miene mit Begier:
O, spricht nicht dies Gesicht:
"Ich acht' auf dich, bei Gott! verdirb mich nicht?"

Hast du mir, Herr, an diesem Tag erschlossen,
Wem nie so ernst zuvor ich nachgedacht,
So ruf' ich denn, in Flehen hingegossen:
Hier ist der Wille, gib mir nun die Macht;
Der Sinn so rasch und leicht -
Leg' deine schwere Hand auf ihn, bis er entweicht!

Gewitter kannst mit deinem Hauch du hemmen,
Aus dürrem Sande Palmeninseln ziehn;
O hilf auch mir den wilden Strom zu dämmen,
Laß nicht an meiner Stirn das Kainszeichen glühn!
Und steht vielleicht es dort,
Nimm meine Tränen, Herr, und lösch es fort!

 

 

 1592583-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
De Meersburg, waar von Droste-Hülshoff op het eind van haar leven woonde

Geschreven door Romenu om 13:24 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

Ich bin ein Gast in diesem Leben

Ich bin ein Gast in diesem Leben, doch ich sehe,
meine Gastgeber werden allmählich
müde und ungeduldig.
Bäume zittern, Wolken ziehen
schweigend, Berge rücken
von einem Ort zum andern, der Himmel gähnt.
In den Nächten bewegen die Winde
unruhig allerlei Dinge: Rauch, Menschen, Lichter.

Ich trage mich in Gottes Gästebuch ein:
Ich kam, verweilte, es war gut,
ich habe genossen, habe gesündigt, betrogen –
der Empfang in dieser Welt
hat mich sehr beeindruckt.

 

 

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege auf dem Berg Zion
und auf dem Berg gegenüber suche ich meinen kleinen Sohn.
Ein arabischer Hirte und ein jüdischer Vater
in ihrem zeitlichen Versagen.
Unsere Stimmen treffen sich über
dem Sultansbecken im Tal in der Mitte.
Wir beide wollen, dass weder der Junge noch die Ziege
hineingeraten in die Mühlen der schrecklichen Maschine „Chad Gadja“.*

Dann fanden wir sie zwischen den Büschen
und unsere Stimmen kehrten zu uns zurück und weinten und lachten innerlich.

Die Suche nach einer Ziege oder einem Jungen
war seit jeher
der Beginn einer neuen Religion in diesen Bergen.

 

 

Der Körper ist der Grund der Liebe

Der Körper ist der Grund der Liebe.
Danach ist er die Burg, die sie bewahrt.
Danach ist er der Kerker der Liebe.
Doch stirbt der Körper, tritt die Liebe aus ihm heraus

frei und in großer Fülle,
wie ein Glücksautomat, der zersprungen ist,
und mit einem Mal spuckt er
ratternd alle Münzen
aller Glücksgenerationen
aus.

 

1592149-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Ostende

1.
Een bot ligt in het zand
van een eiland dat niet stilstaat

vast is de vorm
de geschiedenis van de wind
het stuwen van merg en steen

de wind raakt zoek op zee
geen golf heeft dezelfde afmeting

zand kleurt rood in de zon
op de renbaan waar stof opwaait
en de hoeven dezelfde ritmes slaan
de hoeven het zand in stukken slaan

over een eiland loopt de wind
en bewerkt er zijn eerdere afdrukken
het mergsteen van het strand
de renbaan aan de kust
de regen in de zee.

 

2.
De zee heeft de omvang van de wind
en stroomt over op het mergsteen
door de wind bewerkt voor de zee

een strandloper loopt langs de wind
en telt met zijn stappen
de losse delen van het zand
en de losgewaaide koppen van de zee
en de losgekomen vlokken van de wind

rollende kruipende schuivende stukken
van een eiland dat voor even stilstaat
op de rand van de zee

hoeven vergruizelen het steen
de zee draagt het bot naar de kant
het zand koelt af in de wind

schuimvlokken meten de omvang
van een eiland dat tijdelijk ontstaat
onder de voetstap van een strandloper

buiten de wind boven de zee.

 

 1592149-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

Uit: Gaius

“Raadsel: het hangt onzichtbaar in de kamer en doorboort alles met één dooiemannenoog en één oog als een speer – wat is het?
De majordomus in zijn glanzende wikkel, genaamd Vespertilio, oftewel de Vleermuis in de taal van Seneca en Cicero. Voor Gaius is hij vele dieren tegelijk: als hij in de deur staat, is hij een spin, zijn stem stal hij bij een haan, en zijn hoofdhaar doet denken aan natte vogelveren.
Hij komt Gaius helpen met zijn toilet, hoewel die hem niets heeft gevraagd en überhaupt geen hulp wil. Hij jaagt hem weg als een wesp bij zijn oor – nog een dier – maar dat raakt de griezel niet. Hij is, denkt Gaius, vast verstoten door zijn moeder om zijn lelijkheid toen hij aan haar borst ging liggen.
‘Mag ik even?’ vraagt hij. Hij drukt de huid van Vespertilio’s pols tussen zijn nagels alsof hij een luis doodknijpt. Het raakt de slavenbaas niet. Hij is geboren zonder zintuigen of zenuwen. Gaius vraagt naar diens relatie met Crapularius, maar Vespertilio reikt hem onbewogen een zalfkruikje aan en kraait: ‘Balsemien!’
‘Rattenkruit!’ zegt Gaius om hem te tergen.
De majordomus trekt zijn wenkbrauw boven het glazen oog op.
Tot het souper doodt Gaius de tijd met uitpakken.Onder in zijn reismand zit een blokvormig stuk elzenhout, een voet lang en zo dik als een vrouwenpols. Meer dan dertig jaar heeft hij het al bij zich. Tempora labuntur, de tijd verglijdt, zoals Ovidius zei, tacitisque senescimus annis, en ongemerkt worden wij ouder. Ondanks zijn twijfelzucht is hij het stuk hout altijd als een amulet blijven beschouwen. Wie durfde te beweren dat een amulet níét helpt als er niets rampzaligs gebeurt zolang je hem wél bij je hebt?”

 

 1592149-07756bd4459626ba33f6c11e3af55a61.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Popcorn

‘You like to watch, fat boy?’
The terrified man says nothing. His answer is to bury his face in the floor as hard as he can and wrap his arms around his head. Wayne’s POV is now just the top of the man’s balding head with his pudgy hand pressed against it, holding the half-chewed burger. There is a loud bang and a hole appears in the top of the bald head. Blood runs out as if from a tap, not a spurt but a silent, almost gentle, welling-up, a small flood, so to speak, which quickly forms a large pool, soaking into the hamburger and turning it completely red.
Cut back to Wayne, who is ignoring his victim completely, and is grinding his hips against Scout.”
(…)

“But what did they want, craning their necks by the side of the street like that? It certainly wasn’t peace, bread and freedom. So what? They couldn’t see anything: all limos had mirrored windows, so all they could see was themselves. Another irony; Bruce was full of them today. The harder those people tried to look into his world the more intensely they saw their own images staring back at them. That was it! The whole truth in one startling image. Why were Bruce’s movies so successful? Because people saw themselves reflected in them. Maybe better-looking and a little cooler but none the less themselves, with their fears, their lusts, their most secret desires and fantasies. That damned professor had been wrong and he, Bruce, had been right. He was a mirror. He did not create a world for people to watch; they created a world for him to film.”

 

 1592149-5a91277d5c8755463d157a9d5bae0163.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit: Heimatkunde Dresden

„Als Kind hatte ich manchmal den Verdacht, dass es Dresden gar nicht gibt. Ich wohnte damals mit meinen Eltern und Großeltern in einem Dorf gut dreißig Kilometer östlich jener Gegend, in der die Stadt hinter sanften Hügeln und Wäldern zu vermuten war, und immer wieder wurde mir erzählt, dass man vom Dachfenster unseres Hauses in der Nacht des 13. Februar 1945, der Nacht von Faschingsdienstag auf Aschermittwoch, den Lichtschein des brennenden Dresden habe sehen können und dass noch Tage später die Reste verkohlten Papiers wie schwarzer Schnee auf das Haus herabgerieselt seien. Die Großeltern waren seltsam erregt und sprachen sogar von Christbäumen, die angeblich den Himmel erleuchtet hätten und dabei ganz langsam herabgesunken seien, aber ich hatte damals schon den Verdacht, auch den Weihnachtsmann könne es nicht geben. Dazu Eine Annäherung oder Auf der Suche nach mildernden Umständen kam, dass der Bücherschrank, ein riesiges Monstrum aus Eichenholz mit schweren Türen aus geschliffenem Glas, mit kunstvoll gedrechselten Säulen und raffiniert gewundenen Messinggriffen, den Flüchtlinge rechtzeitig vor der Bombardierung in Sicherheit gebracht und bei uns auf dem Land untergestellt hatten, entgegen der Absprache nie abgeholt worden war. Der Schrank, in dem dann in der hintersten Ecke des Dachbodens jahrelang die leeren Einweckgläser staubfrei auf die nächste Ernte warteten, steht noch heute in meinem Arbeitszimmer, ein Relikt des Dresdner Bürgertums aus der Zeit der vorletzten
Es schien also klar, Dresden gab es nicht mehr, Dresden war Vergangenheit, es war ein Mythos. Bei uns kam nicht einmal der berühmte Christstollen aus Dresden, weil die Frauen damals noch jedes Jahr einige Wochen vor Weihnachten mit einem Handwagen voller Zutaten zum Bäcker zogen, der neben der Backstube auch eine Heißmangel betrieb.“

 

 1592149-ee5b38d606c304835b273c2065af5d83.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)
Dresden 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Die Schatten der Ideen

„Das Summen. Wie sehr fernes, fremdes Stimmengemurmel. Zur Melodie des Kühlschranks gehörte vielleicht auch ein Text. Eine Stimme aus dem Gestern. Oder Vorgestern. Aus einer Zeit, in der man sich Weine der Jahrgänge 40 folgende in den Keller gelegt hatte. Weine, die nie getrunken worden waren. Aber warum nicht? Ob die wohl noch trinkbar waren? Oder auf Weinauktionen bei Sammlern horrende Preise erzielen würden? Nicht sein Bier, gewiß, nicht einmal sein Wein, und trotzdem … Er nippte am Kaffee, steckte sich eine Zigarette an. Die Wirbel des Rauchs stiegen zur Decke. Der Ventilator zerschlug sie zu formlosem Dunst. Der Staub, den er im Keller aufgewirbelt hatte, müßte sich inzwischen wieder gesetzt haben. Einfach mal nachsehen. Die Stiege knarrte bei jedem Schritt. Von dem 48er Bordeaux Trimoulet Grand Cru gab es sieben Flaschen. Als er eine aus dem Regal zog, rutschte der Stapel auseinander, so daß die Flaschen nicht mehr übereinander, sondern nebeneinander auf dem Brett lagen und den Blick auf etwas freigaben, was sich zwischen den Flaschenböden und der Kellerwand befand - noch ein Stapel. Aber das waren keine Flaschen, sondern Bücher. Oder Schreibkladden? Daneben ein brauner Pappkarton mit dem aufgedruckten Schriftzug Western Union Delivery Service. Carlsen stellte die Flaschen vorsichtig auf den Boden und zog den Papierstapel nach vorn. Zehn Composition Books, gebunden in schwarz-weiß melierte Pappe, mit Leinenstreifen am Rücken verstärkt, Aufsatzhefte, wie sie in fast unveränderter Form auch heute noch am College benutzt wurden. 40 Sheets - 10 X 7 7/8 - College & Margin stand auf den Etiketten. Die Felder für Name, Class und Instructorwaren nicht ausgefüllt, die einzelnen Kladden jedoch durchnumeriert von 1 bis 10, die Ziffern in blauer Tinte mit energischem Zug geschrieben. Die 1 war kein einfacher Strich, wie im Amerikanischen üblich, sondern mit Aufstrich versehen,und auch die 7 wies den europäischen Querstrich auf. Was hielt Carlsen da in Händen? Aufsatzhefte aus dem Collegebetrieb der vierziger Jahre? Die linierten, an den Rändern vergilbten und verstaubten Blätter waren rechtsseitig gleichmäßig beschrieben; auf den linken Seiten standen mit Pfeilen und Kreuzen markierte Einschübe, Korrekturen oder Nachträge.“

 

 1592149-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Hoe opvallend

Hoe opvallend zijn de letters
op het draaiend, voortdurend ooit
beschaduwd oppervlak.
Wat een achtergrond! In het licht
daarvan kan niets onopvallend zijn.
Men kijkt het best op een afstand toe.
Straks komt er specie uit
de opening die zich ergens
concreet en zinvol instort.
Hoe veraf is het betonrot nu.

 

 

Select all

Ik zei: het zijn de zenuwen,
de dokter: het zijn ratten in uw lijf.
Ik sprak:
ga weg, leef zonder mij.

Nu ik alleen ben, resten mij de resten.
Zichtbaar alleen de glans op mij,
op de lege vinger na
het aanraken van de zelfontspanner.

 

 1592149-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg
 Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

PLAATS XIX (heilige theresia)

en met een lichaam zo gekneusd / en koud /
een hart bevangen door de kou alsof
er geen ziel meer in zat / of waar nog adem
halen / sterven / de ziel tot leven brengen

dit dagenlang verduren / als
ondraaglijk lijden dat zichzelf verteert /
en de ziel strompelt maar verder door on-
troostbaarheid als jij / woord dat diep uit jou

vanbinnen kome / en geen pijn meer brenge /
geen kippenvel me geve / me niet dooddoe /
me niet tegenspoede / en me niet verstrooie /
kortom jij hou van me / jij hou van mij

 

 

Kanttekening II (heilige theresia)

met de liefde die me te buiten gaat en neerstroomt /
overal in het rond vreten zich de
beestjes vol die voer vinden in
jouw afwezigheid / of is het je aanwezigheid
die mij zo klein maakt als voeten die treurnis
vertrappen op de oever van wat gaat zingen /
als grote zegepraal waarin
mijn zielen klaarten zijn van jou?

 

Vertaald door Guy Posson en Stefaan van den Bremt.

 

 

 1592145-18d6de4069387ea138bd822dc7ababd1.JPG
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

Uit: See the other side

“The postcard—which he dropped in a mailbox, lightheartedly entrusting it to two unreliable postal services, the Italian and the Russian—depicts Heaven: the Lord sits amid a blindingly green paradise of eternal spring, white sheep grazing all around. Those two unreliable postal services had bent the corners of the postcard, but it didn’t matter—the message was received and everything could be seen.
If Heaven exists, then my father is there now. Where else would he be? The only thing is, he died—he died and he doesn’t write me postcards with exclamation points anymore; he no longer sends tidings from all parts of the globe: I’m here, I love you. Do you love me? Do you share my pleasure and joy? Do you see the beauty that I see? Greetings! Here’s a postcard! Here’s a cheap, glossy photograph—I was here! It’s wonderful! Oh, if only you could be here, too!
He travelled all over the world, and he liked the world. Now, as much as I can, I follow in his footsteps. I go to the same towns and try to see them through his eyes, try to imagine him young, turning that corner, climbing those steps, leaning on the railing of the embankment with a cigarette between his teeth.
This time I’m in Ravenna, a stuffy, exhausting place, like all tourist destinations where crowds fill narrow streets. It’s a dead, hollow, hot town, with no place to sit down. The tomb of Dante, exiled from his native Florence. The tomb of Theodorich. The mausoleum of Galla Placidia, sister of Flavius Honorius, the very man who made Ravenna the capital of the Western Empire. Fifteen centuries passed. Everything changed.”

 

 1592145-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Comment j'ai appris à lire

« Je suis née au mois de mai 1966. À cette époque, les hommes, même jeunes, portaient des costumes, des cravates, et parfois des chapeaux. Les femmes avaient des sous-vêtements à armatures, des gaines, des guêpières. Leurs seins, projetés vers l'avant par les coutures, les baleines - que sais-je ? -, étaient pointus, coniques, très durs. Il n'y avait pas de télévision. Nous possédions un téléphone, parce que mon père était médecin, mais tous les foyers n'en étaient pas équipés.
Deux ans plus tard, certaines choses changèrent.
Cependant, sur la photo prise lors d'un anniversaire auquel nous avions été invités, mon frère et moi - disons que c'était vers fin 67 -, je pose, conventionnelle et sérieuse, inconsciente de la révolution imminente : genoux de bébé en X, chaussures vernies aux pieds, robe immaculée et raide, très fière de mon sac à main blanc à fermoir doré. A dix-huit mois, j'ai l'air d'avoir soixante-treize ans.
Un matin du printemps suivant, je déclare, cartable au dos, que je désire aller à l'école. Ma mère m'y conduit (à l'époque, on n'avait pas besoin de s'inscrire... ou peut-être Pétais-je déjà). Je déteste ça. À onze heures trente, le même jour, j'affirme que je n'y retournerai jamais.
Je ne retournerai jamais à l'école, dis-je, avec l'élocution parfaite qui enorgueillissait mes parents, et mon autorité naissante qui ne devait pas les rassurer. Pourtant, quelques mois plus tard (a-t-on laissé passer l'été ?), j'y entre pour de bon. Pour toujours, ai-je envie d'écrire.”

 

 1592145-e2f7d3075cd233baf27f64bdb376f5a8.jpg
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook alle tags voor Pierre Emmanuel op dit blog.

 

Naître

Plus je regarde à mon passé
Et plus je m'apparais béant
Terreur d'être sans fondement
O ma mère terre où es-tu

Tant aimé j'ai aimé si peu
Qu'encore aujourd'hui je ne sais
Quel sens donner au mot donner
O ma mère terre où es-tu

Pardonnez-moi j'ai trop reçu
Sans en être jamais conscient
Coupable de ce manquement
O ma mère terre où es-tu

Toi qui seule m'auras manqué
Jamais je ne fus ton enfant
Vieux je t'appelle maintenant
O ma mère terre où es-tu

La lie du non-amour sans fond
Me vient aux lèvres comme aux yeux
C'est son dégoût qu'en tout je veux
O ma mère terre où es-tu

Qui me rendra ce goût perdu
Sans l'avoir possédé jamais
D'avoir aimé ce que j'aimais
O ma mère terre où es-tu

Cette mort que je sens en moi
Me tendre un sein bruni au brou
Et me bercer au fond du trou
O ma mère terre est-ce toi

Aimer c'est naître de ma mort
Quelqu'un avec ma propre voix
A grand effort m'arrachera
O terre ô mère qui me tues

 

 1592145-9789289aacc64c981cef361b5db10eaf.jpg
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook alle tags voor August von Kotzebue op dit blog.

 

Ariette

Das war ein Tier, mein Mauleselein!
Konnt' alle Tag' ein Ratsherr sein,
trat einher mit festem Schritte,
ging auf dem Wege stets in der Mitte,
reckte bei jedem Schall das Ohr
zwanzig Zoll hoch zierlich empor,
trug ohne Murren, wie Menschen nie pflegen,
schwere Lasten auf schweren Wegen,
scheute nicht Hitze, scheute nicht Frost,
nahm verlieb mit magerer Kost;
schritt so sicher auf glattem Eise,
sprach kein Wörtchen auf der Reise.

 

 

O, der Krieg, der Krieg!

O, der Krieg, der Krieg! Was die Natur
Mit stillen Fleiß in langen Jahren schafft,
Zerstört ein Augenblick des blut'gen Wahnsinns,
Es muss der blinden Habgier alles weichen;
Zu jedem Greuel sinkt sie tief hinab;
Es häuft der Mensch auf Leichen frische Leichen
Und düngt mit Blut doch nur sein eignes Grab.

 1592145-68d8ba2b3346f41f57361bb9781802a6.jpg
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)
Cover biografie 

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook alle tags voor Dodie Smith op dit blog.

Uit: The Hundred and One Dalmatians

‘Ladies and gentlemen,’ she said, dramatically, ‘puppies are arriving earlier than expected. Mr and Mrs Dearly ask you to remember that Missis has never before been a mother. She needs absolute quiet.’
There was an instant silence, broken only by a stifled sneeze. Then the guests rose, drank a whispered toast to the young mother, and tiptoed from the house.
All except Cruella de Vil. When she reached the hall she went straight to Nanny Butler, who was seeing the guests out, and demanded:
‘Where are those puppies?’
Nanny Butler had no intention of telling, but Cruella heard the Dearly voices’ and ran upstairs. This time she was wearing a black satin dress with ropes of pearls, but the same absolutely simple white mink cloak. She had kept it round her all through dinner, although the room was very warm (and the pepper very hot).
‘I must, I must see the darling puppies,’ she cried.
The cupboard door was a little open. The Dearlys were inside, soothing Missus. Three puppies had been born before Nanny Butler, on bringing Missus a nourishing chicken dinner, had discovered what was happening.
Cruella flung open the door and stared down at the three puppies.
‘But they’re mongrels – all white, no spots at all!’ she cried. ‘You must drown them at once.’
‘Dalmatians are always born white,’ said Mrs Dearly, glaring at Cruella. ‘The spots come later.’
‘And we wouldn’t drown them even if they were mongrels,’ said Mrs Dearly, indignantly.”

 

 1592145-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)

 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Nélida Piñon op dit blog.

Uit: La maison de la passion (Vertaald door Geneviève Leibrich)

« Je me sacrifierai au soleil, mon corps est pétri de mousses et d'herbes antiques, ceux de ma maison ont fait de ma sueur plaies et élixirs, jusqu'à mon père qui attend mon sommeil dans l'espoir d'extraire de ma sueur l'effet bienfaisant de mes vices, de mes vaines métamorphoses, car je ne cesse de me transformer au contact des arbres, des ombres, de la mémoire d'un corps vénéré au temps des sacrifices au soleil, ce soleil qui embrase mes reins, qui effeuille ma peau avec une rudesse si tactile que je deviens eau dans la coupe, j'en épouse les contours, je suis la chair que le soleil dénude... »

 

Uit:I love my Husband (Vertaald door Annick Moreau)

« Que veux-tu de plus, femme, nous sommes mariés sous le régime de la communauté, cela ne te suffit pas ? Il affirmait que j’étais une partie de son avenir, un avenir qu’il avait seul pourtant le droit de construire. Alors, j’ai compris que la générosité de l’homme m’autorisait à n’être que la maîtresse d’un passé dont les règles étaient dictées par la vie commune. »

 

 1592145-1354527cb880da179924fd03d92ab598.jpg
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

De Duitse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook alle tags voor Soma Morgenstern op dit blog.

Uit: Joseph Roths Flucht und Ende

»Diesmal führte er mich in eine abseitige Allee, wo es zu dieser Tageszeit menschenleer war. Als wir dort im Schatten saßen, sagte er zu mir: ›Weißt du, warum ich dich hierhergeschleppt habe? Ich wollte dich bitten, daß du mir meine zwei Lieblingslieder singst. In unserem Zimmer im Hotel ist vermutlich niemand zum Singen und auch nicht zum Hören aufgelegt.‹ Ich sang ihm also zuerst das jüdische Lied Es war einmal eine Geschichte, und auf sein weiteres Drängen auch das ukrainische Hyla, hyla. Mit beiden Händen auf seinen Stock gestützt, gesenkten Kopfs, hörte er zu, dann schwieg er eine lange Zeit, und ich sah, wie seine Tränen auf seine bleichen Hände fielen.
Mir stockte der Atem. Ich hatte Roth in nüchternem Zustand noch nie offen weinen sehn. Es war das letzte Mal, daß ich ihm ein Lied gesungen habe. Es war sein letzer Spaziergang. «

 

 1592145-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)
Cover 

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten