Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 mei 2014 tot 7 mei 2014

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Kaas

“Eindelijk schrijf ik je weer omdat er groote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.
Je moet weten dat mijn moeder gestorven is.
Een nare geschiedenis natuurlijk, niet alleen voor haar maar ook voor mijn zusters, die er zich bijna dood aan gewaakt hebben.
Zij was oud, zeer oud. Op een paar jaar na weet ik niet hoe oud zij precies was. Ziek was zij eigenlijk niet, maar grondig versleten.
Mijn oudste zuster, waar ze bij inwoonde, was goed voor haar. Zij weekte haar brood, zorgde voor stoelgang en gaf haar aardappelen te schillen om ze bezig te houden. Zij schilde, schilde, als voor een leger. Wij brachten allemaal onze aardappelen bij mijn zuster en dan kreeg zij die van madame van boven en van een paar buren óók nog, want toen ze eens geprobeerd hadden haar een emmer reeds geschilde aardappelen nog eens te doen overschillen, wegens gebrek aan voorraad, toen had zij 't gemerkt en warempel gezegd ‘die zijn al geschild’.
Toen zij niet meer schillen kon, omdat handen en oogen niet goed meer samenwerkten, toen gaf mijn zuster haar wol en kapok te pluizen dat door het beslapen tot harde nopjes verworden was. Het maakte veel stof, en moeder zelf was een en al pluis, van kop tot teen.
Zoo ging het maar steeds door, bij nacht zoowel als bij dag: dommelen, pluizen, dommelen, pluizen. En daar af en toe een glimlach doorheen, God weet tot wie.
Van mijn vader, die pas een jaar of vijf dood was, wist zij niets meer af. Die had nooit bestaan, al hadden zij negen kinderen gehad.
Wanneer ik haar kwam bezoeken sprak ik wel eens over hem om te probeeren zoodoende hare levensgeesten weer aan te wakkeren.
Ik vroeg haar dan of zij waarachtig Krist niet meer kende, want zoo had hij geheeten.
Zij deed zich vreeselijk geweld aan om mij te volgen. Zij scheen te begrijpen dat zij iets begrijpen moest, kwam voorover in haren zetel en staarde mij aan met een gespannen gezicht en zwellende slaapaders: een uitgaande lamp die dreigt te ontploffen bij wijze van afscheid.”

 

 1594202-3a7d3c3e7d5bdb9a7f9d908abda0d090.jpg
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)
Laarmans (Willem Elsschots alter ego) op de stripmuur in de Antwerpse beeldverhaalroute.

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

Uit: De vijand van mijn vader (Vertaald door Mia Buursma)

“De mensen zeggen dat het in Andalusië altijd mooi weer is, maar in mijn dorp hadden we het in de winter verschrikkelijk koud.
Al eerder dan de sneeuw kwam, als bij verraad, het ijs. Als de dagen nog lang waren, als de zon overdag nog warmte gaf en we ’s middags bij de rivier gingen spelen, werd de lucht plotseling scherp en helder en dan kwam de wind, een gure ijle wind, alsof hij van kristal was, een vluchtig transparant kristal dat fluitend uit de bergen kwam maar het stof in de straten met rust liet. En dan, aan het begin van zomaar een avond in oktober, of als we geluk hadden november, haalde de wind ons in nog vóór we thuis waren, en dan wisten we dat het gedaan was met al het moois. Het maakte niet uit dat we elke ochtend weer op een van die oude, kleurige affiches die don Eusebio op school zo graag aan de muren hing, konden lezen dat de winter op 21 december begint. Dat zou wel in Madrid zijn. In mijn dorp begon de winter als de wind dat wilde, als de wind er zin in kreeg ons door de straten achterna te zitten en met zijn kristallen nagels aan onze gezichten te krabben alsof hij nog een oude rekening met ons te vereffenen had, een schuld die pas vroeg in de ochtend werd voldaan, omdat hij onafgebroken bleef zoemen aan de andere kant van de gesloten deuren en ramen, tot hij plotseling ophield alsof hij zich op dat uur waarop zelfs de slapelozen al slapen, schaamde voor zijn eigen razernij. En in die bedrieglijke, onopvallende stilte, in weerwil van de boeken en de kalenders en al stond het op geen enkel affiche, werden we overvallen door de eerste vorst. Daarna was het echt winter.”

 

 1594202-03387dfe61635e59681e9dbcb7c21336.jpg
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook alle tags voor Christoph Marzi op dit blog.

Uit: Grimm

“Vesper Gold, in deren grün schimmernden Augen sich unverhohlener Trotz zeigte, saß nahezu regungslos auf dem Stuhl im Vorzimmer der Direktorin und wartete darauf, dass ihre Mutter eintraf. Sie trug die wilde Entschlossenheit, sich nicht unterkriegen zu lassen, so eng umschlungen wie den petrolfarbenen Schal, den ihre Finger langsam entknoteten. Tage wie dieser, an denen alles schieflief, waren eindeutig dazu bestimmt, dass man seine Krallen ausfuhr.
»Was haben Sie sich nur dabei gedacht?«, fragte die Sekretärin, schüttelte den Kopf und hantierte lärmend am Kopierer herum. Sie war rundlich, zu laut und trug eine modische Brille in Neonorange, dazu kurzgeschnittene wasserstoffblondierte Haare, die wie verdorrter Rasen im Sommer aussahen.
»Nichts«, erwiderte Vesper mürrisch, »ich habe mir überhaupt gar nichts dabei gedacht.« Diese leidige Frage würde sie gleich noch mehrere Male zu hören bekommen. Warum stellten Erwachsene diese Art von Fragen überhaupt, wenn sie die Antwort ohnehin wussten. Natürlich hatte sie sich etwas dabei gedacht; sie war schließlich keines dieser hirnlosen Püppchen, die den Lehrern schöne Augen machten, um an gute Noten zu kommen.
»Auf was für dumme Ideen die Schüler heutzutage nur kommen«, murmelte die Sekretärin vor sich hin, geradelaut genug, dass Vesper sie verstehen konnte. »Ärztliche Atteste einfach so zu fälschen.« Übertrieben fassungslos schüttelte sie den Kopf, murmelte: »Und das mehrmals«, machte laut und vernehmlich »ts, ts, ts« und sah fast persönlich beleidigt aus.“

 

 1594202-d63aecdda2d3bde192cc0d51829f2ca8.jpg
Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

De Surinaamse schrijver Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zie ook alle tags voor Edgar Cairoop dit blog.

Uit:De Negerhaan

 “Het was er smoorheet, dag en nacht, en 't lekte als ik weet niet wat. Geen wonder dat we met z'n allen als uitgestalde lijken na een bloedbad, bij elkaar sliepen in de piepkleine huiskamer, het zogenaamde voorhuis. Doordat er aan de voorzijde van de loods over de hele linie een soort aanbouwsel in de vorm van een galerij gemaakt was, kon je in een gulle bui nog spreken van een half-open keuken. Sommige van die huizen hadden, doordat ze aan het begin of het eind van de lintworm (de loods bestaande uit kamerwoninkjes) zaten, iets eigens in de vorm van een extra zijraam of een kookvenster, een kokeraam dus. De echte ramen zaten aan de achterkant, zij het dat het uitzicht zwaar geblokkeerd werd door de metershoge houtopslag: elk hokje met een klein, benauwend ding, bestaand uit een ellendig kozijn dat menigmaal scheefgetrokken was en twee dito uitklappers, die je links en rechts openzwaaide via hun piepscharnieren. Soms bestond het gedeelte dat aan de scharnieren hing ook maar uit één uitklapper. Binnen was het meestal verdomd warm, hoewel de planken schutting ons ook behoorlijk beschermde tegen wind en tocht, zij het niet gehéél naar behoren, getuige het feit dat er weleens ongedierte van de manjabomen achter het huis zomaar door de kieren kon binnenkruipen. Omdat het klimaat warm was, had je sowieso niet al te vaak last van de wind, en was het juist weer goed dat er zoveel kieren in het huis zaten, die voor enige afkoeling zorgden. Maar wanneer het plensde in de Grote Regentijd en de sibibusi [slagregen] raasde, dan kon je het behoorlijk koud hebben, zozeer dat menigeen van een in huis gevatte kou z'n krabnade [ribbenkast] niet op kon richten.”

 

 1594202-577ea31f3cd2100a6e6ecc21037b2529.jpg
Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)
Affiche documentaire over Cairo

 


De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Die Austern
(Für Alain Lance)

Ich lebe nicht oft wirklich, du seit Stunden
In meiner Küche brichst die eingereisten
(mit viel Papieren) Austern auf, und mit
Schmerzender Hand in dem Plasteschurz

Singst du. Und die Wolfs, an nichts mehr
Denken die da als ans Fressen, was sie
Wie alles, gründlich tun. Das sind noch Menschen.
Und ich, mit viel Zitrone, betäube

Die nackten Tierchen erst und meinen Gaumen
Und schlucke mutlos, während du zwei Dutzend
Schlürfst mit Wollust und Ekel, diese kleinen
Fotzen der See. So, sage ich nun, das

Leben zwischen Gier und Abscheu
Zergehen lassen auf der Zunge, ja.

 

 

Das Magma in der Brust des Tuareg

Mit dem deutschen Paß am Agadir Aerport
In der Wintersonne: ein Identitätstausch
Sklaven belauern mich, und Diebe
Streichen um meinen Fuß, wer bin ich
Ein Nomade im 4-Sterne-Hotel, Zimmer mit Meerblick
Ich kann mir die Jahreszeit aussuchen
FREIZEIT EINE EPIDEMIE noch in der Montur
Des Touristen ein Arbeitsloser lungernd
In den last-minute-Ländern  LEBENSLÄNGLICH
Der Wegwerfmensch, nur COCA COLA braucht mich
Die Teetrinker Marrakeschs sind noch zu bekehren
Zu den globalen Göttern, und ich
Nicht mehr getrieben, den Ort zu finden und die Formel
Zugehörig allen unnützen Völkern.

 

 1594202-a2a4fa4b88c59fb4fbec1617f1ffa328.jpg
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

Saul (Fragment)

III.
Then I, as was meet,
Knelt down to the God of my fathers, and rose on my feet,
And ran o'er the sand burnt to powder. The tent was unlooped;
I pulled up the spear that obstructed, and under I stooped
Hands and knees on the slippery grass-patch, all withered and gone,
That extends to the second enclosure, I groped my way on
Till I felt where the foldskirts fly open. Then once more I prayed,
And opened the foldskirts and entered, and was not afraid
But spoke, ``Here is David, thy servant!'' And no voice replied.
At the first I saw nought but the blackness but soon I descried
A something more black than the blackness---the vast, the upright
Main prop which sustains the pavilion: and slow into sight
Grew a figure against it, gigantic and blackest of all.
Then a sunbeam, that burst thro' the tent-roof, showed Saul.

 

IV.
He stood as erect as that tent-prop, both arms stretched out wide
On the great cross-support in the centre, that goes to each side;
He relaxed not a muscle, but hung there as, caught in his pangs
And waiting his change, the king-serpent all heavily hangs,
Far away from his kind, in the pine, till deliverance come
With the spring-time,---so agonized Saul, drear and stark, blind and dumb.

 

 1594202-c38fc4e3433e21fc3539b2b8a7c6c0f8.jpg
Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)
Cover biografie door G. K. Chesterton

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren in Bacchus Marsh, Victoria, op 7 februari 1943. Zie ook Zie ook alle tags voor Peter Carey op dit blog.

Uit:Oscar and Lucinda

“Lucinda might sneak from her own house at midnight to place a wager somewhere else, but she dared not touch the pack that lay in her own sideboard. She knew how passionate he had become about his 'weakness.' She dared not even ask him how it was he had reversed his opinions on the matter. But, oh, how she yearned to discuss it with him, how much she wished to deal a hand on a grey wool blanket. There would be no headaches then, only this sweet consummation of their comradeship.
But she said not a word. And although she might have her 'dainty' shoes tossed to the floor, have her bare toes quite visible through her stockings, have a draught of sherry in her hand, in short appear quite radical, she was too timid, she thought, too much a mouse, to reveal her gambler's heart to him. She did not like this mouselike quality. As usual, she found herself too careful, too held in.
Once she said: 'I wish I had ten sisters and a big kitchen to laugh in.'
Her lodger frowned and dusted his knees.
She thought: He is as near to a sister as I am likely to get, but he does not understand.
She would have had a woman friend so they could brush each other's hair, and just, please God, put aside this great clanking suit of ugly armor.
She kept her glass dreams from him, even whilst she appeared to talk about them. He was an admiring listener, but she only showed him the opaque skin of her dreams--window glass, the price of transporting it, the difficulties with builders who would not pay their bills inside six months. He imagined this was her business, and of course it was, but all the things she spoke of were a fog across its landscape which was filled with such soaring mountains she would be embarrassed to lay claim to them.”

 

 1594202-7d47c713a677e4f68c558eba6e40159d.jpg
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 mei 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Hélène Gelèns, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson, Christian Morgenstern

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

Ik ben de zoeker

Ik ben de zoeker naar het Nooit-Behaalde.
Ik ben de Strever naar het Ware Zijn,
Ik ben de dronkene van `s Levens wijn,
Die wonderlijk-krachtig mijn spieren staalde

Wen ik, als onverschrokken duiker, daalde
Tot in de krochten van het Diepste Zijn,
Waar ik dan uit meebracht een luttel grein
Waarheid, die klaar gelijk juwelen, straalde :

Laat mij dan maar in mijn vreemd-lijkend Zijn,
Droevige om `t Zijnde en als edelsteen rein;
Want, schoon mijn geest somtijds in `t zoeken faalde,
En op verlokkende zij-wegen dwaalde,
Zou toch mijn strijd niet de allerschoonste zijn,
Daar ik staag, worstlend, verschopte alle Schijn?

 

 

Homo Sum II

Ik ben de Dúivel-god dier grúwbre oorkónde,
't Vervlóekte Boék van laffe deémoed, klein,
Die loert, die loert, koud-donker, donker-rein,
Of Hij die ménsjes niet verdérven kónde.

Ook Hij droeg fier, op 't lijf vol eeuw'ge pijn,
Eén matelóze, toégeschroeide wonde,
Dat alles had zó anders kunnen zijn. -
Zijn Zijn.... Mysterie, maar zijn Schijn.... Dood-zonde.

Want ook Ik viel, uit een licht Rijk van 't Goede
In dit groot Duister, dat nu Mijn Licht zij,
En waar Ik eeuwig als Verdoemde in brand.

Maar, in de pracht van mijne staat'ge woede,
Voel Ik mij groot en heerlijk, dat Ik vrij
Haten en kwaad-doen mag, met sterke hand.

 

 

Ave Maria

Ik droomde van een kálme, bláuwe nacht;
De matte maan lag laag in mistig glimmen –
Maar hóóg scheen van de schemerende kimmen
Der klare starren wolkenloze wacht.

Toen, tussen maan en starren, rees Zij zacht –
Mij zoeter dan de Muze! – en scheen een schimme,
Wijl ’k om haar hoofd als diademen klimmen
En dalen zag der starren gouden pracht.

O liefste Mijne! éer ik een gróete vond –
Ave Maria! ruiste ’t door mijn ziele,
En heel mijn ziele ruiste U toe – één zucht...

Totdat op eenmaal door de stille lucht
Al die miljoenen gouden droppels vielen,
En Ge als een heilige in die glorie stond...

 

 

 1593675-bb75200ed61e28353b849635424f55ea.jpg
Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)
Rond 1936

 

 

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

Sluitingstijd

je bepaalt: dat is pluis dat is niet pluis
dit hier pluis dat daar niet pluis
vroeger niet pluis nu pluis en straks

vanuit het donker applaus
en je zegt ijdelheid ijdelheid
alles is ijdelheid, je schrapt
(ijdelheid der ijdelheden)
zegt alles is! alles is!
alles is maar wat het is, je schrapt
alles! alles! zeg je ineens
vijf uur is de sluitingstijd van alles

terwijl je nog schrapt: alle all al a
applaus vanuit het donker
en je weet niet: pluis of niet pluis

 

 

niet wij rennen

we denken aan doelloos aan ongeremd rennen
we rennen en rennen vertragen het beeld
zet af zweef en land

elk pas rolt van de hak
naar de bal van de voet naar de grote teen
elke afzet vol kracht elke pas wordt een sprong
zet af zweef en land zet af en zweef

we zweven en zweven in ongeremd rennen
we luchtklieven meer dan we grond raken
zet af zweef en land zet af en zweef land zet af

we denken ons doelloos ons ongeremd rennend
we lopen ons leeg het lijf tot een pijl
moeiteloos rennen we niets doet nog pijn

niet wij rennen
het pad rent

 

 1593675-d09115fc2d7be711f8db1c595a3dace0.jpg
Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

 

 

De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook alle tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

Uit: Burning City

“I thought you had the day off.”
“It’s from Mom and Dad.”
“Really? What’s it say?”
“Haven’t read it.”
Eric kept quiet, thought about it. Then:
“They should be coming back soon.”
“I’d like to think so. . . .”
Grandfather forced a chuckle. “You make it sound like they’re dead.”
“I do not,” Heller said. “I just know how it can be with them.”
The two of them watched the sky. An ambulance cried in the distance. Heller wondered at the emergency.
Thought about a phone call at three in the morning. Thought about a family waiting for news thousands of miles away. Thought too much.
“Did you see Silvia today?” Eric asked.
“. . . I stopped by the coffee shop,” Heller said cautiously. “She was there.”
“When do I get to meet her?”
“Soon.”
“I know your grandmother’s been wanting to meet her for a long time. . . . Heller?”
“I know how she feels. . . .”
“Heller?” Eric repeated, voice softer this time.
“Yeah?”
“We should have had some sort of celebration, you know.”
“I like celebrating like this.”
“Are you happy living with your grandmother and me?”
“You know I am.”
“Are you sure?”
“You know I am,” Heller said.
“Mom and Dad are fine, I promise.”
“Now you make it sound like they’re dead.”
“I don’t think you’re hearing me right.”

 

 1593675-c308138bd09f2f4b2120322b3d9c4d88.jpg
Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Das richtige Wort     

Nicht Schlafen mit dir
nein: Wachsein mit dir
ist das Wort
das die Küsse küssen kommt
und das das Streicheln streichelt
 
und das unser Einatmen atmet
aus deinem Schoß
und deinen Achselhöhlen
in meinen Mund
und aus meinem Mund
und aus meinem Haar
zwischen deine Lippen
 
und das uns die Sprache gibt
Von dir für mich
und von mir für dich
eines dem anderen verständlicher
als alles
 
Wachsein mit dir
das ist die endliche Nähe
des Sichineinanderfügen
der endlosen Hoffnungen
durch das wir einander kennen
 
Wachsein mit dir
und dann
Einschlafen mit dir

 

 

Aber solange ich atme

Auch was
auf der Hand liegt
muß ich
aus der Hand zu geben
bereit sein
und muß wissen
wenn ich liebe
daß es wirklich
die Liebe zu dir ist
und nicht nur
die Liebe zur Liebe zu dir
und daß ich nicht
eigentlich
etwas Uneigentliches will
Aber
solange ich atme
will ich
wenn ich den Atem
anhalte
deinen Atem
noch spüren
in mir

 

 1593675-e9c65f9cf9741cb068ca6521a7642395.jpg
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook alle tags voor Yasushi Inoue op dit blog.

Uit: The Hunting Gun (Vertaald door Michael Emmerich)

"You will no doubt be puzzled by what I am about to explain, coming as it does out of the blue, but I have here three letters that were addressed to me. I intended to burn them, but now, having read your poem and learnt of your existence, I find myself wanting to share them with you. I will send them, along with my sincere apologies for disturbing you, under separate cover; I hope only that should you have a moment to spare you might be so gracious as to peruse them, understanding that I have no other motive in sending them to you than this. I would like for you to understand the ‘desolate, dried-up riverbed’ you glimpsed within me. We humans are, in the end, stupid creatures who cannot help desiring that someone know us as we are. I have never felt such a yearning, but now that I know you are out there, and know of the special interest you have so kindly taken in me, I would like you to know everything. Once you have read the letters, you may destroy all three in my stead. I might add that when you saw me in Izu, it was most likely shortly after these letters came into my possession. My interest in hunting goes back several years, however, to a period when I was not as utterly alone as I am today, when my life, in both its public and its private dimensions, was without major disruption. Already, then, I could not do without the hunting gun on my shoulder. I mention this by way of closing."

 

 1593675-cfd23bdaee95c34177d63aac4536a354.jpeg
Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog

 

The great trouble

Nature's laws are already on the way
to stand us all against the wall.
That wall is law's own nature.
It is missing an evangel.
That great trouble all of us must share.
Then it will be possible to bear.
The great trouble is to take great trouble.
That is what all of us must learn.

Amid all shoulds and should have beens
there is one must for all.
All must learn to take great trouble with the world.

Now that man has gotten power enough
to bring about the trouble of the world

the time is now
to heal the trouble of the world in time
before all nature has become
everybody's troubled child.

This is called taking trouble in time.
True trouble
which sees in time to what it sees.

 

 1593675-12f4054c6bac47fecd547c0573f6204f.jpg
Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook alle tags voor Christian Morgenstern op dit blog.

 

Butterblumengelbe Wiesen

Butterblumengelbe Wiesen,
sauerampferrot getönt,   -
o du überreiches Sprießen,
wie das Aug dich nie gewöhnt!

Wohlgesangdurchschwellte Bäume,
wunderblütenschneebereift  -
ja,  fürwahr,   ihr zeigt uns Träume,
wie die Brust sie kaum begreift.

 

 

Es war ein solcher Vormittag ...

Es war ein solcher  Vormittag, 
wo man die Fische singen hörte,
kein Lüftchen lief, kein Stimmchen störte, 
kein Wellchen wölbte sich zum Schlag. 
    

Nur sie, die Fische, brachen leis
der weit und breiten Stille Siegel
und sangen millionenweis' 
dicht unter dem durchsonnten Spiegel.

 

 1593675-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Cover

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2012 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Sasja Janssen

De Nederlandse dichteres en schrijfster Sasja Janssen werd geboren op 6 mei 1968 in Venlo. Zij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde. Zij geeft taalles en inburgeringscursussen aan anderstaligen. Janssen debuteerde in 1999 in De Revisor met een fragment uit “De brieven”, een ongepubliceerde novelle van haar hand. In 2001 verscheen de roman “De kamerling”, gevolgd door “Teresa zegt” in 2005. Vanaf 2006 schrijft zij voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut “Papaver”, in 2010 verschijnt “Wie wij schuilen” (genomineerd voor de Jo Peters poëzieprijs). In april 2014 verscheen “Ik trek mijn species aan”.

 

Manier om een hand te begraven

De melk kookt ochtendgeel over het emaillen pannetje
zijn bodem als jonge zwarte aarde, dat angst
niet van nachthuilers is, of van zwarte gal, of het eindige
het kwaadaardige talud en zijn papavers.
Waar is het dan wel van, kleine melk?

Van diepe tuinen waar luchtwortels je de adem afpakken
pissebedden in je schede schuilen, vingers uit je buik
draaien. Ik haal mijn schouders op, jut het vuur op.
Met de steel tegen mijn middenrif voel ik hoe kleine melk
Mijn hand heet bespot, met verse aarde om hem in te begraven.

 

 

Wij snijden onze beweging

Soms zijn wij misbaar meestal nemen we de voordeur vaker
de achterom
wij dringen ons niet aan de mensen op, liever als een dief
meestal zijn wij ergens anders, hoeveel tijd er overblijft voor soms
berekenen wij niet
wij staan graag op de uitkijk zonder daden toch
zijn wij onmisbaar, ook als er een man niet onze man het huis uitkomt
dat zie je niet maar wat jij niet ziet zijn wij wel, wij stellen geen prijs
op een diagnose snijden onze honger zelf wel uit,
wij zeggen graag nooit nooit
heersen we over onze tekorten, wat jij ziet is er niet
maken wij hier de dienst uit, of wat!

 

 

 1682106-165425877cbceff56f5addc946dab140.jpg
Sasja Janssen (Venlo, 6 mei 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten