Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 mei 2014 tot 19 mei 2014

Constantin Göttfert, Karel van het Reve, Gijs IJlander, Jodi Picoult, Yahya Hassan, Ruskin Bond

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Constantin Göttfert op dit blog.

Uit: Satus Katze

„Sie sprach Englisch in ein Mobiltelefon, das Gespräch schien bereits am Ende angelangt. Mehrmals sagte sie: Ja, ich verstehe, ja, wie du willst, du kannst machen, was du willst. Ich will nicht dabei sein.
Sie saß hinter dem Brunnen. Nur eine graue Tasche, die an ihren gebräunten Beinen lehnte, konnte ich sehen. Mit ihren weißen Sandalen zog sie Furchen in den Kies, die sie später wieder verwischte.
Und du bist sicher, hörte ich ihre Stimme wieder, dass du die Katze nicht mit zurück nach Finnland nehmen willst?
Kurze Zeit später stand ich an ihrem Tisch. Sie war eine Frau Anfang dreißig, ihre Haare sahen aus, als wären sie absichtlich mit Haarspray zu groben Strähnen verklebt worden: hellbraun und gelockt, Wangen und Stirn waren bleich geschminkt, als wollte sie hässlich und verwahrlost erscheinen.
Sie las eine SMSvon ihrem aufgeklappten Handy, schüttelte den Kopf. An der Innenseite ihres Oberarms waren mehrere Kratzer.
Du starrst mich an, sagte sie plötzlich.
Sie legte das Mobiltelefon auf den Tisch zurück, ohne den Blick von mir abzuwenden. Auf dem Display ihres Mobiltelefons las ich die Worte: Kurzmitteilung gelöscht.
Die ganze Zeit über, sagte sie, starrst du mich an.
Ich deutete auf ihr Mobiltelefon auf dem Tisch. Ein blinkendes Symbol deutete an, dass eine neue Nachricht eingetroffen war.
Finnland, sagte ich.
Das Plakat vom Theater gegenüber sprang mir wieder ins Auge, ich bildete mir ein zu sehen, wie die Katze plötzlich den Kopf hob.“

 

 1599887-ed2012e7de954c5f815e12e189cfb922.jpg
Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

 

 

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

Uit: Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid

“De beoefenaars der literatuurwetenschap zijn te vergelijken met mensen die eerst bij hoog en bij laag volhouden dat wat Nico Scheepmaker op het voetbalveld doet geen ‘waarde’ heeft en geen voetballen kan worden genoemd en vervolgens het voetballen van Johan Cruijff beschrijven op zulk een wijze, dat die beschrijving ook past op het voetballen van Nico Scheepmaker.
Leopold begint een bekend gedicht met de regel ‘Om mijn oud woonhuis peppels staan’. Drie dingen springen bij deze regel direct in het oog: de regel wijkt af van het gewone taalgebruik doordat de dichter ‘oud woonhuis’ zegt in plaats van bijvoorbeeld ‘huis waar ik vroeger gewoond heb’, ‘peppels’ voor ‘populieren’ en ‘peppels staan’ voor het correcte ‘staan peppels’. Deze kunstgrepen zijn zo oud als de literatuur zelve en werden driehonderd jaar voor Christus al door Aristoteles met duidelijke voorbeelden beschreven. En ze komen ontzettend vaak voor, zowel bij goede als bij slechte dichters. Maar dat neemt niet weg dat de gemiddelde neerlandicus meent iets ontzettend interessants te hebben opgemerkt als hij deze dingen ter sprake brengt.
U zult zeggen, u valt hier een arme, anonieme neerlandicus aan, maar er zijn geleerden van wereldfaam die op soortgelijke manier te werk gaan. Zulk een beroemd geleerde is Joeri Lotman, wiens Structuur van de artistieke tekst5 in Amerika herdrukt is omdat er zowel in Rusland als daarbuiten zoveel belangstelling voor is. Wat vind ik nu in dat veel besproken en veel bestudeerde boek op pagina 245? Lotman bespreekt daar een versregel van de Russische dichter Poesjkin die ‘Istolkovat sebe ne smel’ luidt (‘Waagde hij zich geen rekenschap te geven’). Wat de klinkers betreft, zegt Lotman, vinden we in die regel achtereenvolgens i, o, o, a, e, e, e, e. En Lotman constateert dan het principe (dit soort mensen spreekt niet van een ding, maar van het ‘principe’ van dat ding of het ‘wezen’ van dat ding of de ‘dialectiek’ van dat ding; men schrijft niet over het Engelse toneel, maar over het Engelse ‘toneelgebeuren’; zo schreef men vijftig jaar geleden niet over landbouw of seksualiteit, maar over de ‘Agrarfrage’ of ‘het seksuele vraagstuk’) van de overgang van de vereniging van verschillende klinkers naar herhaling.”

 

 1599887-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg
Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

Uit: Vergeef ons onze zwakheid

“Huiverend, met opgetrokken schouders, stond Sybrand aan de reling. Het begon net licht te worden, de zon – niet meer dan een lichtvlek in de egaalgrijze lucht – kroop omhoog achter de Carn a’Ghobhair en de Sgurr Bhuidhe; kranen, havenloodsen en roestige vrachtschepen doemden meedogenloos op uit de schemering.
Beneden op het autodek waren ze druk bezig alles op zijn plaats te krijgen. Er was ruimte voor hoogstens tien personenauto’s, als er een tractor met aanhanger mee moest of een vrachtwagen met gasflessen of bouwmateriaal, was het een kwestie van passen en meten. Ook de volgorde was belangrijk: wie het eerst van boord ging moest vooraan staan – de boot deed verschillende eilanden aan.
Terwijl de dekknechten in hun feloranje pakken aanwijzingen schreeuwden, reden de chauffeurs naar voren en naar achteren, soms weer terug de kade op, het ging om centimeters. De oude landrover die hij als een van de eersten aan boord had mogen rijden kon gelukkig op zijn plaats blijven. Vier maanden had de auto stilgestaan onder een afdak op het haventerrein. De vraag of de motor zou willen aanslaan had hem vannacht nog uit de slaap gehouden, afgezien natuurlijk van het rumoer op de stoep voor het hotel dat tot ver na enen had voortgeduurd – bierdrinkers die buiten een sigaretje rookten, sommigen in T-shirt hoewel het pas maart was. ’s Morgens bleek er tot zijn opluchting nog stroom in de accu te zitten, al bij de eerste startpoging kwam de dieselmotor hoestend en ratelend op gang. Hij was onder het afdak vandaan gereden, had zijn hand opgestoken naar het verlichte raampje van de portacabin van de bewaking. Het was maar een paar honderd meter naar de ferry, hij mocht meteen de laadklep op.”

 

 1599887-444ef7ea44867662e0175db47ff158e7.jpg
Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit: The Storyteller

“On the second Thursday of the month, Mrs. Dombrowski brings her dead husband to our therapy group.
It’s just past 3PM, and most of us are still filling our paper cups with bad coffee. I’ve brought a plate of baked goods – last week, Stuart told me that the reason he keeps coming to Helping Hands isn’t for the grief counseling but for my butterscotch pecan muffins – and just as I am setting them down, Mrs. Dumbrowski shyly nods toward the urn she is holding. “This,” she tells me, “is Herb. Herbie, meet Sage. She’s the one I told you about, the baker.”
I stand frozen, ducking my head so that my hair covers the left side of my face, like I usually do. I’m sure there’s a protocol for meeting a spouse who’s been cremated but I’m pretty much at a loss. Am I supposed to say hello? Shake his handle?
“Wow,” I finally say, because although there are few rules to this group, the ones we have are steadfast: be a good listener, don’t judge, and don’t put boundaries on someone else’s grief. I know this better than anyone. After all, I’ve been coming for nearly two years, now, since my mother’s death.
Today, our facilitator, Marge, has asked us to bring in mementos. “That’s disgusting!” says Jocelyn, another group member. “We weren’t supposed to bring something dead. We were supposed to bring a memory.”
“He’s not a something, he’s a someone,” Mrs. Dombrowski says.
I step away as they start to argue and head for the bathroom down the hall. Staring into the mirror, I pull my hair back from my face. »

 

 1599887-12e3f4ca18f61f84fc94571104b98e10.jpg
Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

De Deense dichter van Palestijnse afkomst Yahya Hassan werd geboren 19 mei 1995 in Aarhus. Zie ook alle tags voor Yahya Hassan op dit blog.

 

Ich liebe Euch nicht Eltern

Ich liebe Euch nicht Eltern ich hasse Euer Unglück
Ich hasse Eure Kopftücher und Eure Korane
Und Eure analphabetischen Propheten
Eure indoktrinierten Eltern
Ich hasse das Land das Eures war
Und das Land das unseres wurde
Das Land das nie Eures wird
Und das Land das nie unseres wird
Warum also flüsterst Du in das entzündete Ohr
Ich soll die Bäume betrachten?
Ich wollte Euer Glück in die Bäume hängen.

 

Vertaald door Annette Hellmut en Michel Schleh

 

 1599887-095b715ea4044d1f32cc00310277cae5.jpg
Yahya Hassan (Aarhus,19 mei 1995)

  

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

 

Lovers observed

Lovers lie drowsy in the grass,
Sunk in bracken, swimming in pools
Of late afternoon sunshine;
All agitation past, they stay totally
Absorbed in grass.

Green grass, and growing from that place
A sweep of languid arm still bare
But for a lost ladybird.
Anonymous lover brushes a dragon
Fly from his face.

Brief thunder blossoms in the air,
A leaf between the thighs is caught
And crushed. Love comes like a thief,
Crouching among the bruised and broken clover.
All flesh in grass.

 

 

A quiet mind

Lord, give me a quiet mind,
That I might listen;
A gentle tone of voice
That I may comfort others.
A sound and healthy body,
That I may share...
In the joy of walking,
And leaping and running.
And a good sense of direction,
So I might know just where I am going.

 

 1599887-2148c3102924cfb94ed20d07066ed2c2.jpg
Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Luuk Wojcik

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Luuk Wojcik werd geboren in Roermond in mei 1993. Hij werd tweede in de categorie Taal in de landelijke finale van de Kunstbende 2012, de wedstrijd voor jong creatief talent. Daarnaast blogde hij voor scholieren.com. In november 2014 won hij het open Gelders kampioenschap poetry slam. Wojcik studeert inmiddels Creative Writing aan ArtEZ Hogeschool in Arnhem.

 

Op een plein

Dit is hoe een auto
langzaam voorbijrijdt
met zoekende ogen achter de ruiten: dreigend, ‘s avonds.
Een plastic zak is een autoraam.

Er staan bomen meer dan bankjes.
Er is altijd wel wat, er zijn hier tradities.

Hier loop je alsof je ieder moment een traptrede tegen kunt komen.
In een razend tempo groeien de stenen.
In een situatie vlakbij een casino schreeuwen mannen naar moeders.

Azuurblauwe neonletters van het hotel verlichten de gezichten
van de minderjarige meisjes in de nachtwinkel.

Op de achterliggende weg zoeft een brommer voorbij.
Ik steek mijn arm uit, en maak van mijn hand een pistool, volg ‘m ermee,
maar ik heb niets in mijn lichaam wat op kogels lijkt.

 

 1714014-7affffc48d2e7f2ba265d8efdc8f2e24.jpg
Luuk Wojcik (Roermond, mei 1993)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Thera Coppens

De Nederlandse schrijfster Thera Coppens werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1947. Coppens volgde in Amsterdam een journalistieke opleiding bij De Geïllustreerde Pers en specialiseerde zich in artikelen over geschiedenis en kunst. Ze debuteerde met gedichten in De Gids en korte tv-spelen voor de AVRO. De auteur kreeg vooral bekendheid door haar vele historische boeken die gebaseerd zijn op archiefonderzoek in binnen- en buitenland. Sinds 1983 woont ze in Baarn met haar man de biograaf Wim Hazeu, zij hebben samen vier kinderen. In Baarn is sinds 1988 haar Historisch Toerisme Bureau gevestigd. Coppens leidt haar gasten persoonlijk rond op locaties die een rol spelen in haar historische boeken en artikelen. Zij publiceerde onder meer in het Museumtijdschrift (voorheen Vitrine), NRC Handelsblad, De Gids, Wending, Parmentier, catalogi van onder meer PAN Amsterdam, de Nieuwe Kerk (Amsterdam) en in bladen als Nouveau en de bijlage van het Algemeen Dagblad. Coppens publiceerde toen haar kinderen klein waren veel kinderboeken en kinderpoëzie. Ook schreef zij negen kindermusicals en meer dan 150 kinderliedjes (verschenen op grammofoonplaten en cd’s). Zij stelde onder meer tweemaal het Kinderboekenweekgeschenk samen (in 1981 Je Eigen Tijd over kinderen en geschiedenis en in 1982 Retourtje Ver weg over reizen).

Uit: Sophie in Weimar

“Op een regenachtige nazomerdag van het jaar 1893 haalde een lakei Wanda von Puttkamer vroeg op en bracht haar niet naar Sophies werkkamer maar naar een gereedstaand rijtuig. De groothertogin liet zich daar in haar regenmantel met kapothoedje, paraplu en stevige laarsjes op haar plaats helpen en deelde mee dat ze naar de bouwplaats gingen.
Het vierspan koos de weg naar Tiefurt. De hofdame had geleerd om kaarsrecht naast haar vorstin te zitten zonder de rugleuning te raken. Als iemand groette bewoog ze zich niet want de groet was bestemd voor hare koninklijke hoogheid en niet voor de dienstdoende hofdame. Sophie gaf voortdurend levenslessen: ‘Er is niets mooier dan levendigheid van geest en expressie, van opgeruimdheid en blijmoedigheid,’ pleegde ze tegen de hofdames te zeggen, ‘enkel de stand  van het lichaam en het hoofd moeten altijd in rust zijn.’
Von Puttkamer merkte op dat de vorstin door iedereen werd geacht maar niemand voelde zich onder haar doordringende blik op zijn gemak. ‘Ze was afstandelijk en je moest haar goed kennen, haar bij lijden en gebrek van anderen met daden, met liefde, met raad, zien optreden om te begrijpen wat een warm hart ze had.’
De groothertogin merkte wel dat ze door de mensen in haar omgeving werd gevreesd. Ze overrompelde haar jonge hofdame nu met de vraag: ’Bent u bang voor mij?’
Wanda moest er even over nadenken en antwoordde: ‘Als ik bang zou zijn voor Uwe Koninklijke Hoogheid, zou ik hier niet gekomen zijn. Ik zou nooit iets doen, wat Hare Koninklijke Hoogheid niet mag weten en dus hoef ik niet bang te zijn.’ Dat was voldoende voor Sophie.
Ze waren de brug van de Ilm overgestoken en de paarden trokken het rijtuig de helling op, waar ze halverwege stil hielden. Bij een modderig bouwterrein stapten ze uit. Ze werden begroet door Otto Minckert, de Weimarer architect, die door Sophie was aangesteld om op het stuk grond dat ze dat jaar had aangekocht, haar Goethe-Schillerarchief te bouwen. Ze had hem in juni een schets gestuurd, die niets aan duidelijkheid overliet.“

 

 1671977-6f6566f86651baf35902c21ee0de313b.jpg
Thera Coppens (Amsterdam, 19 mei 1947)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Yi Mun-yol, Markus Breidenich, W.G. Sebald, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

Uit:The Poet (Vertaald doorBrother Anthony en Chung Chong-hwa)

“Perhaps we ought to begin this investigation into the deviations of his life by evoking the problem of human memory. In his later years, summing up the whole course of his existence in a long lyric, he wrote the following lines:

   As my hair grew longer,
   my fortunes travelled a rough road:
   he family line in ruins
   the blue sea a mulberry grove.

Later readers have not usually considered those lines to be the transposition into poetry of any actual experience. At most they have assumed that they were inspired by some childhood event he learned about in his adult years, a pseudo-memory as it were, an analogy fabricated to harmonize with the assumed course of his life's history.
Such theories may satisfy those who prefer an entertaining folk-tale to the actual details of a man's real life. For them, it is unthinkable that he might have retained any actual memories of his family or origins before that fateful moment, so often chronicled, when he won first prize in a rural poetry-contest at the age of nineteen. That way the legend could be given a dramatic and really effective starting-point.
Unfortunately, the realities of life rarely if ever correspond to the demands of such fabulations. Generally received opinion notwithstanding, his memory actually stretched much further back into the past than is normally the case.
In particular, even when his life was almost done, at the end when he was weary and alone, he could recall the events of a certain evening late in the year in which he turned four as vividly as if they were just then happening before his eyes: that fateful night when his life was fundamentally transformed, as if the blue sea had indeed suddenly been turned into a mulberry grove.
He was only a child, of course, but during the last few days he had become vaguely aware of an extraordinary atmosphere brooding over the house.
The servants who had until then filled their home with a constant presence seemed visibly to have diminished in number, while those who remained no longer worked but stood in corners endlessly whispering together about something.”

 

 1599403-219472086634ee259b5e3f2e0307316a.jpg
Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Lesung der Briefe

Ich selbst halte Rechnungen in Händen
(was ich ausgegeben habe, das habe ich
ausgegeben). Meinen weißen Tauben
stecke ich Geld in den Schnabel und
bitte sie, Stillschweigen zu bewahren
über mich. Während des Flugs schalte
ich mein Handy aus und bewege mich
kaum. Die Tiere landen am späten
Nachmittag, wenn die Sonne hinter
den Bäumen verschwindet. Die meisten
legen das Geld unter die Fußmatte der
Eingangstür und sind abends zurück.
Manche von ihnen tragen Zweige in ihren
Schnäbeln. Die Zeichen stehen auf Land.

 

 

Aus Bronzezeiten

Oft bin ich unsichtbar, und du weißt nicht,
was es bedeutet, den Schneewolken seine
Aufwartung zu machen. Sie sind mit dem
Einbalsamieren der Felder beschäftigt.
Leinentücher gehören in ihren Besitz. Die
Haut streift bei jeder Gelegenheit über
Eiskristalle und glättet sich leicht. Wo
Hände erfrieren, bleibt dunkles Gewebe
zurück, das im Innern von Gletschern
verschwindet. Meine Waffen sind stumpf,
das Fell über dem Rücken ist abgetragen.
Du kannst der Lage meiner Arme etwas
Gleichgültiges entnehmen, und der Sprache
der Höhenwinde meine Autobiografie. Ich bin
der Stummzeuge meiner Gegenwart. Du findest
mich oft bei den Steingärten über den Wiesen.

 

 1599403-028e6a5c1b55b51d8b5655f275c9f596.jpg
Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

Uit: Austerlitz (Vertaald door Anthea Bell)

“He had gone on and on down the corridors, said Austerlitz, sometimes turning left and then right again, then walling straight ahead and passing through many tall doorways, and once or twice he had climbed flights of creaking wooden stairs which gave the impression of being temporary structures, branching off from the main corridors here and there and leading half a story up or down, only to end in dark cul-desacs with roll-top cupboards, lecterns, writing desks, office chairs, and other items of furniture stacked up at the end of them, as if someone had been obliged to hold out there in a state of siege. He had even heard, said Austerlitz, of people who, over the years, had managed to start up a small business in one or other of the empty rooms and remote corridors of that great warren: a tobacconist's, a bookie's, a bar, and it was rumored, Austerlitz added, that a man called Achterbos had once turned a gentlemen's lavatory down in the basement into a public convenience for, among others, passersby in the street, installing himself at the entrance with a small table and a plate to take the money, and that later, when he engaged an assistant who was handy with a comb and a pair of scissors, it was a barber's shop for a while.
I heard several such apocryphal stories from Austerlitz, anecdotes in curious contrast to his usual rigorous objectivity, not only that day but on our later encounters, for instance one quiet November afternoon when we spent some time sitting in a cafe with a billiards room in Terneuzen-I still remember the proprietress, a woman with thick-lensed spectacles who was knitting a grassgreen sock, the glowing nuggets of coke in the hearth, the damp sawdust on the floor, the bitter smell of chicory-and looked out through the panoramic window, which was framed by the tentacles of an ancient rubber plant, at the vast expanse of the misty gray mouth of the Schelde”.

 

 1599403-80563aa97ed90aea39391b56e6952a35.jpg
W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 

De Franse schrijver François Nourissier werd geboren op 18 mei 1927 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Nourissier op dit blog.

Uit: Le gardien des ruines

« Un carrefour, dans la lumière du matin, à Paris, en France, à l'automne de l'année, à l'automne du siècle, à l'automne d'une vie, — pas de quoi pavoiser. Fargeau se hâte. Est-il en retard?? Il n'a rien à faire, aucune obligation, aucun rendez-vous mais il se complait dans une impatience furieuse?: elle lui permet d'invectiver contre les lents et les calmes qui croisent son chemin. Pour l'instant il crispe la main sur le levier des vitesses de sa voiture, immobilisée au feu rouge qui bloque la circulation de la rue Chardon-Lagache, là où elle se jette dans l'avenue de Versailles. Déjà il anticipe les deux ou trois coups de volant indispensables pour dépasser la fourgonnette qu'il serre de près, traverser au large le carrefour et se faufiler dans la rue Le Marois avant que cet autre feu, là -bas, inutile, ne l'arrête. Il arrive ici que des gêneurs surgissent de l'une ou l'autre des six rues entrecroisées qu'on aperçoit dans le fouillis des constructions anarchiques, des vitrines tape- à -l'œil, des terre-pleins placés comme au hasard. Où que se porte le regard il ne découvre rien que de laid. On ne saurait se croire ailleurs. Ce sud du XVIe arrondissement est un faubourg, un avant-goût de banlieue. Personne ne regarde jamais rien. Si l'on voyait le décor où l'on vit on ne se lèverait pas le matin. »
Au vert, la Peugeot bondit, contourne la fourgonnette hésitante et fonce. Le feu passe à l'orange à l'instant o ù une silhouette se profile, que Fargeau remarque à peine, empêcheuse de filer droit qui pose le pied sur la chaussée et s'avance, tassée, tête baissée, comme on tombe. Fargeau crie, freine et il a le temps de voir trébucher un pot-?-tabac enveloppé de guenilles, une tête grise et jaune sous un fichu. Le choc est faible. Ce sont les hurlements, dehors, et le crissement des freins qui donnent le sentiment d'un drame. Voilà Fargeau dehors, et le premier à? s'agenouiller près du corps allongé: les témoins s'indignent, mais pour un empire ils ne toucheraient pas ? ce tas de vêtements qui gémit. Il s'agit d'une vieille femme asiatique, incroyablement vilaine et ridée, qui cherche ? se relever, souffle, se débat. »

 

 1599403-04509c62b1b39cde53f7ca55c8e59d62.jpg
François Nourissier (18 mei 1927 – 15 februari 2011)

 

 

De IJslandse dichter en schrijver Gunnar Gunnarsson werd geboren op 18 mei 1889 in Fljótsdalur. Zie ook alle tags voor Gunnar Gunnarsson op dit blog.

Uit:Father And Son (Vertaald door Peter Foote)

“Whenever the weather was fit, they put off in their boat but often rowed back empty-handed or with one skinny flat-fish in the bottom.
This did not affect their outlook. They never complained; they bore their burden of distress, heavy as it was, with the same even temper as they showed in the face of good fortune on the rare occasions it smiled on them; in this, as in everything else, they were in harmony. For them there was always comfort enough in the hope that, if they ate nothing today, God would send them a meal tomorrow—or the next day. The advancing spring found them pale and hollow-cheeked, plagued by bad dreams, so that night after night they lay awake together.--And one such spring, a spring moreover that had been colder and stormier than usual, with hardly a single day of decent weather, evil chance paid another visit to old Snjolfur's home.
Early one morning a snow-slip landed on the cabin on the Point, burying both father and son. By some inexplicable means little Snjolfur managed to scratch his way out of the drift. As soon as he realised that for all his efforts he could not dig his father out single-handed, he raced off to the village and got people out of their beds. Help came too late--the old man was suffocated when they finally reached him through the snow.”

 

 1599403-7cd77242b542f8ed64eb505fc9e9633c.jpg
Gunnar Gunnarsson (18 mei 1889 – 21 november 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Omar Khayyam, Ernst Wiechert, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs 'Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

Kwatrijnen

Hij zelf trad gistren in dees aardsche kroeg,
Hij, de vervuller van wat ieder vroeg.
Hij sprak den beker langend: drink! ‘k zei: neen!
Drink! loech Hij, is mijn liefde niet genoeg?

 

Wat baat de wereld ons vertrek of komen?
Rest iets van wijsheids roem, of lof van vromen?
Wat blijft er staan van ‘t steil gebergt der hoop?
Stof, stof, slechts stof – stof uit stof voortgekomen.

 

Bestendig blijf in wisselvalligheid.
Wees niet bedrukt voor ‘t vlieden van den tijd.
In een paar dagen slijt ziels kleed tot lompen.
Wat geeft ‘t, of gij werkt, vecht, bezoedeld zijt?

 

Die, wars van ‘t goede, leeft van slechte streken,
Zich achter Gods gena driest durft versteken,
Hoop niet te zeker op zijn gunst, Hij zal
Nooit met één maat zondaars en zuivren reeknen.

 

Vertaald door Willem de Mérode

 

 

 1599398-8273e4c739daca6deffbbee34128c8cf.jpg
Omar Khayyam (18 mei 1048 - 4 december 1131)
Omar Khayyam en Saki 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

 

Ihr seid der Pfeil

Ihr seid der Pfeil auf meinem dunklen Bogen,
der Glocke Erz auf meinen stillen Türmen,
ihr seid der Bote weit vor meinem Heere,
ihr seid der Wald vor meinen nächt'gen Stürmen.
Was ich noch frage, habt ihr schon gesprochen,

was ich noch suche, habt ihr schon gefunden,
was ich noch halte, habt ihr schon zerbrochen,
was ich noch binde, habt ihr schon entbunden.

In eurem Ohr braust das "Steh auf und wandle",
Jehovas Säule leuchtet eurem Wege,
indessen ich in der verlassnen Kammer
des Grabes Tücher still zusammenlege.

 

 

Mit dem „Betenden Knaben“

Er schweigt zu Gott aus einem tiefen Walde,
aus dem nur Rufe sanfter Tiere klangen,
und seine Hände sind wie eines Kindes
geöffnet, um das Wunder zu empfangen.

Um seine Lip'pen strahlt des Kindes Glaube,
daß Gott zu ihm im Sturm wird kommen müssen,
und um sein Knie bebtschon die leise Beugung,
mit der er stürzen wird zu seinen Füßen.

Von seinen Schultern fällt das Leid der Erde,
und wie ein Kind aus seiner kleinen Schale
hebt er die reifen Früchte zu der Kelter
des Weins zu unsrem großen Abendmahle ...

Du aber weißt, daß ich mich dir enthülle
und ganz in diesem Bild dein eigen bleibe,
und wie ein Kind zu jenem Gotte flehe,
der sich geoffenbart in deinem Leibe.

 

 1599398-ff551498b8f583ca0851863e1d07c257.jpg
Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

 

 

De Duitse schrijfster Franziska (gravin) zu Reventlow werd geboren op 18 mei 1871 in Husum. Zie ook alle tags voor Franziska zu Reventlow op dit blog.

Uit: Ellen Olestjerne

“Manchmal seufzte Marianne dann im stillen mit: die Mutter ließ sich und anderen wenig Ruhe, und ihre rastlose Lebhaftigkeit hatte beinahe etwas Aufreibendes – es war keine Kleinigkeit, ihr immer das Gleichgewicht zu halten, besonders, wenn sie sich in Taten umsetzte. Mochten nun die Dienstboten etwas versehen haben, die Jungen mit schlechten Zeugnissen heimkommen, oder die Kleinen irgendein Unheil anrichten – immer war es Marianne, bei der sie Zuflucht suchten, die alles ausgleichen und vermitteln sollte. So atmete sie meist erleichtert auf, wenn der stürmische Vormittag vorüber war und die Mutter sich nach Tisch mit einem Buch ins Wohnzimmer zurückzog. Für Marianne kamen dann die besten Stunden des Tages, wo sie dem Vater bei seinen Schreibereien half, oder ihn bei seinen Rundgängen auf dem Gut begleitete.
Auch die jüngeren Geschwister wußten diese häusliche Nachmittagsruhe nach Kräften zu genießen. Es war die Zeit, wo sie ungestört allen möglichen verbotenen Unternehmungen nachgehen konnten – den alten Gärtner drüben im Nebenhaus besuchen, wo sie Kaffee bekamen und an seinen langen Pfeifen rauchen durften, oder die Dorfkinder, die schon lange wartend am Gitter standen, hereinlassen und mit ihnen am Graben Brücken bauen und Schiffe schwimmen lassen. Das Kindermädchen hatte noch zu tun, und wenn Erik dabei war, ließ man die Kinder ruhig eine Zeitlang ohne Aufsicht. Ellen folgte dem älteren Bruder durch dick und dünn und zog den kleinen Detlev an der Hand hinter sich her. Mit vereinter Anstrengung bekamen sie ihn über alle Gitter und Schwierigkeiten weg, und wehe ihm, wenn er schrie oder sie verklagte.“

 

  1599398-089740c2cfd896f55be2569fd391ea70.jpg
Franziska zu Reventlow (18 mei 1871 – 25 juli 1918)
Portret door Marie von Geysow, 1901 - 1902 

 

 

De Britse filosoof, logicus, wiskundige en politiek activist Bertrand Arthur William Russell werd geboren in Trellech (Monmouthshire), Wales, op 18 mei 1872. Zie ook alle tags voor Bertrand Rusell op dit blog.

Uit: In Praise of Idleness

“First of all: what is work? Work is of two kinds: first, altering the position of matter at or near the earth's surface relatively to other such matter; second, telling other people to do so. The first kind is unpleasant and ill paid; the second is pleasant and highly paid. The second kind is capable of indefinite extension: there are not only those who give orders, but those who give advice as to what orders should be given. Usually two opposite kinds of advice are given simultaneously by two organized bodies of men; this is called politics. The skill required for this kind of work is not knowledge of the subjects as to which advice is given, but knowledge of the art of persuasive speaking and writing, i.e. of advertising.
Throughout Europe, though not in America, there is a third class of men, more respected than either of the classes of workers. There are men who, through ownership of land, are able to make others pay for the privilege of being allowed to exist and to work. These landowners are idle, and I might therefore be expected to praise them. Unfortunately, their idleness is only rendered possible by the industry of others; indeed their desire for comfortable idleness is historically the source of the whole gospel of work. The last thing they have ever wished is that others should follow their example.
From the beginning of civilization until the Industrial Revolution, a man could, as a rule, produce by hard work little more than was required for the subsistence of himself and his family, although his wife worked at least as hard as he did, and his children added their labor as soon as they were old enough to do so. The small surplus above bare necessaries was not left to those who produced it, but was appropriated by warriors and priests
.”

 

 1599398-87f64bf09ac6e06073dfefaa9175c8c3.jpg
Bertrand Russell (18 mei 1872 – 2 februari 1970)

 

 

De Schotse schrijver John Wilson werd geboren in Paisley op 18 mei 1785. Zie ook alle tags voor John Wilson op dit blog.

 

The Three Seasons of Love

With laughter swimming in thine eye,
That told youth's heartfelt revelry;
And motion changeful as the wing
Of swallow wakened by the spring;
With accents blithe as voice of May
Chanting glad Nature's roundelay;
Circled by joy like planet bright
That smiles 'mid wreathes of dewy light,—
Thy image such, in former time,
When thou, just entering on thy prime,
And woman's sense in thee combined
Gently with childhood's simplest mind,
First taught'st my sighing soul to move
With hope towards the heaven of love!
Now years have given my Mary's face
A thoughtful and a quiet grace:—
Though happy still,—yet chance distress
Hath left a pensive loveliness;
Fancy hath tamed her fairy gleams,
And thy heart broods o'er home-born dreams!
Thy smiles, slow-kindling now and mild,
Shower blessings on a darling child;
Thy motion slow, and soft thy tread,
As if round thy hushed infant's bed!
And when thou speak'st, thy melting tone,
That tells thy heart is all my own,
Sounds sweeter, from the lapse of years,
With the wife's love, the mother's fears!
By thy glad youth and tranquil prime
Assured, I smile at hoary time!
For thou art doomed in age to know
The calm that wisdom steals from woe;
The holy pride of high intent,
The glory of a life well-spent.
When, earth's affections nearly o'er,
With Peace behind, and Faith before,
Thou render'st up again to God,
Untarnished by its frail abode,
Thy lustrous soul,—then harp and hymn,
From bands of sister seraphim,
Asleep will lay thee, till thine eye
Open in Immortality.

 

 1599398-6beb01632e3c0591263f1db8658e6c6c.jpg
John Wilson (18 mei 1785 - 3 april 1854)
Stabdbeeld in Edinburgh

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten