Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 mei 2014 tot 23 mei 2014

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Lydia Rood, Jane Kenyon, Susan Cooper

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Roland Holst op dit blog.

 

Besluit

De kamer was donker; het raam alleen
hield nog een licht, dat te sterven scheen.

Zij sprak uit het bed: hoe zijt gij zo laat,
en uw haar zo wild om uw gelaat?

Toen sprak hij met een dode stem,
(de blaren ritselden achter hem):

Ik kom u zeggen dat ik ga -
Nooit keer ik weer waar ik nu sta -

Hij zweeg; achter zijn duistere wil
viel de wind in de blaren stil.

 

 

Schelp

De zeeschelp in mijn hand
is vandaag op het strand
door de zee neergelegd.
Haar zwijgen zegt
dat de wereld vergaat
en niets bestaat
dan alleen de zee.
Alle wel en wee
is maar vloed en ebbe.
Ik wil niets meer hebben
en leg de schelp weer
neer bij de zee.

 

 

Bach in de vroegte

Als hij gaat klinken in het morgenlicht
staat de klok stil, de tijd verzaakt zijn plicht.
Ik poets mijn schoenen of ik kijk naar buiten,
en leef weer eerder dan het eerst gedicht.

 

 

 1601772-72900ddf8ea5816066e82d4a3c9ccfba.jpg
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)
Portret door Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 1941

 

 

De Nederlandse schrijver Maarten Biesheuvel werd geboren in Schiedam op 23 mei 1939. Zie ook alle tags voor Maarten Biesheuvel op dit blog.

Uit: In de bovenkooi

“Het mooiste dat je als zestienjarige ketelbink op zee kan overkomen is overdag zo ongenadig van de bootsman of een kabelgast op je lazerij krijgen dat de tweede stuurman je, in zijn functie van scheepsarts, gezalfd en verbonden heeft en je voorschrijft een paar dagen in je kooi te blijven. Dan loop je wankelend naar je hut, de meester (de eerste machinist) is op je hand en legt je in je bovenkooi en dekt je warmpjes toe. Het schip slingert hevig. Je ligt op je buik en houdt je met je linkerhand vast aan de houten rand van je bed. Je ligt nog even naar de pin-up girls tegen het houten beschot aan de overkant te kijken. Het is je nog niet helemaal duidelijk wat die plaatjes een zeeman te zeggen hebben omdat je nog nooit haring of kuit van de hartstocht hebt geproefd. Je pikkie is klein, koud en gerimpeld. Je luistert naar de wind en het gedender van de grauwgroene golven, die op nog geen viereneenhalf à vijf centimeter van je hoofd tegen de scheepsromp kapot slaan. Je weet dat je voorlopig niet terug hoeft naar het gymnasium, want de schikgodinnen hebben je op een wildevaartschip gebracht en het kan een half jaar, maar ook drie jaar duren voor je in Rotterdam terugkomt en van boord mag. Je rechterhand glijdt tussen het hout van de kooi en de warme zacht schommelende matras. Je bent zo gelukkig en geborgen als vóór de droom die psychiaters vele jaren later ‘de objectief geldende werkelijkheid’ en anderen ‘het leven’ zullen noemen. Onder de matras vind je je Plato, Ovidius, Flaccus, Homerus en Vergilius.”

 

 1601772-c2fbe459cb8cdb2cdbddbeeca8e6ec49.jpg
Maarten Biesheuvel (Schiedam, 23 mei 1939)
Jaren 1970 

 

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Lydia Rood werd geboren op 23 mei 1957 in Velp. Zie ook alle tags voor Lydia Rood op dit blog.

Uit: Hun verloedere me taal

“Hoeveel fouten zitten er in het zinnetje „Hun verloedere me taal‟?
Scherpslijpers zullen zeggen: vier. Hun moet zij zijn, in verloedere zit een spelfout, me moet mijn zijn, en verloederen is bovendien een onovergankelijk werkwoord, dat geen lijdend voorwerp kan hebben. Taal verloedert vanzelf, en als hun verloederen, kunnen hun aankloppen bij het Leger des Heils.
Menig taalamateur zal maar drie fouten ontdekken, of twee. Mensen zonder enig benul van grammatica en spelling zullen zeggen: „Fouten? Waar dan?‟ Maar gek genoeg is het heel goed mogelijk dat een taalwetenschapper ook nul fouten bespeurt. Taalwetenschappers bestuderen namelijk de taal zoals die gebruikt wordt door echte, levende mensen, geschoold en ongeschoold, met en zonder belangstelling voor taal als legpuzzel. Ze beschrijven taalverschijnselen zonder er een oordeel over uit te spreken. (Schrijven is iets anders. Daar hebben we regels voor afgesproken. Anders verloedert niet zozeer de taal, maar mogelijk wel ons onderling begrip. En wie wil dat?)
In de jaren dat ik columns over het onderwerp heb geschreven, leverde niets zo veel reacties op als de bewering dat een fout niet meer fout is als maar genoeg mensen hem maken. Hoe zeer er ook gezondigd wordt tegen de regels van de standaardtaal, het gaat erom of we elkaar verstaan. Zelfs nieuwslezers formuleren gebrekkig tegenwoordig. En hoor sportverslaggevers! Toch begrijp ik ze.
Een boer kan tegen zijn vrouw zeggen dat er een koe „melk moet worden‟, en zij weet meteen dat er binnen een paar uur een kalfje zal zijn.
Onbegrijpelijk voor buitenstaanders, maar toch geslaagde communicatie. De boodschap is puntgaaf overgekomen.”

 

 1601772-4e6e5e79a5c906ee1d20bf2955e240e2.jpg
Lydia Rood (Velp, 23 mei 1957)

 

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Biscuit

The dog has cleaned his bowl
and his reward is a biscuit,
which I put in his mouth
like a priest offering the host.

I can't bear that trusting face!
He asks for bread, expects
bread, and I in my power
might have given him a stone.

 

 

Briefly It Enters, and Briefly Speaks


I am the blossom pressed in a book,
found again after two hundred years. . . .

I am the maker, the lover, and the keeper. . . .

When the young girl who starves
sits down to a table
she will sit beside me. . . .

I am food on the prisoner's plate. . . .

I am water rushing to the wellhead,
filling the pitcher until it spills. . . .

I am the patient gardener
of the dry and weedy garden. . . .

I am the stone step,
the latch, and the working hinge. . . .

I am the heart contracted by joy. . .
the longest hair, white
before the rest. . . .

I am there in the basket of fruit
presented to the widow. . . .

I am the musk rose opening
unattended, the fern on the boggy summit. . . .

I am the one whose love
overcomes you, already with you
when you think to call my name. . . .

 

 1601772-1da195ae49b976dfff643fa987b9e596.jpg
Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)
Hier samen met de dichter Donald Hall

 

 

De Britse schrijfster Susan Cooper werd op 23 mei 1935 geboren in Buckinghamshire. Zie ook alle tags voor Susan Cooper op dit blog.

Uit: The Magician's Boy

“There was once a Boy who worked for a Magician. Every day he polished the Magician's magic wands and the gold stars and moons on his great blue robe. He weeded the garden where the magic herbs grew, and crushed their seeds into powder for the Magician's spells. He worked very hard indeed. But he wasn't happy.
More than anything in the world, the Boy wanted to learn magic -- but the Magician would not teach him.
The Boy fed the six white rabbits that lived in a hutch in the garden, but he was always startled when he saw the Magician pull one of them out of somebody's hat. He washed the dishes in the kitchen, and watched enviously when the Magician picked up an empty jug and poured milk out of it. How did he do these things?
"Master," he begged, "teach me! Teach me magic!"
But the Magician always said, "Not yet, Boy. Not till the time is right. Not yet."
When the Magician went out to perform, the Boy went with him, to help him on stage, and to catch any rabbits he might pull out of hats. The Boy loved those days, because then he had one really special job too.
When the Magician performed, he always took with him a little puppet theatre in which he showed the play "Saint George and the Dragon" -- and the Boy was allowed to operate the puppets. The Boy stood on a box behind the tiny stage, hidden by a curtain, and he pulled the puppets' strings while the Magician told the story of the play.”

 

 1601772-de813c64f9cbe6afa09879f055adbe5e.JPG
Susan Cooper (Buckinghamshire, 23 mei 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Kees Winkler, Gérard de Nerval

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Wat die witte dan wel

Wat die witte dan wel
zeggen wou?

wat zegt vuurwerk
hoogtevrees
een hartaanval?

Als zaaier zaait ze
maanzaad
in u uit.

Als beker lest ze dorst
met ongewone wijn.

Als brandglas steekt ze
kaarsen aan die
onvoorzien

in andere gaan
ontbranden.

 

 

Fuck de grizzly arend

Fuck de grizzly arend beren van het ijs,
screw de bever in zijn burcht -

te warm is het naar vonkend
spattend water zie ik om alleen
of graaf een kuil in vochtige grond
en laat mij zoeken in de buik
van welige struiken.

Insecten om de muil in dit mijn hijgend rijk
waar hij mijn zon niet ondergaat

totdat er rijp verschijnt en ratelpopulier en
dwergberk branden als
een braambos.

Bij sneeuwstorm draven wij de trappen af
de bloed bespatte ladder naar de
omega.

 

 

 1601318-ccf6c50bc7be02c669d76936d85527db.jpg
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

 

De Britse schrijver Sir Arthur Conan Doyle werd geboren in Edinburgh op 22 mei 1859. Zie ook alle tags voor Arthur Conan Doyle op dit blog.

Uit: A Study in Scarlet

“I consider that a man's brain originally is like a little empty attic, and you have to stock it with such furniture as you choose. A fool takes in all the lumber of every sort that he comes across, so that the knowledge which might be useful to him gets crowded out, or at best is jumbled up with a lot of other things, so that he has a difficulty in laying his hands upon it. Now the skillful workman is very careful indeed as to what he takes into his brain-attic. He will have nothing but the tools which may help him in doing his work, but of these he has a large assortment, and all in the most perfect order. It is a mistake to think that that little room has elastic walls and can distend to any extent. Depend upon it there comes a time when for every addition of knowledge you forget something that you knew before. It is of the highest importance, therefore, not to have useless facts elbowing out the useful ones.”
(…)

“There are no crimes and no criminals in these days. What is the use of having brains in our profession? I know well that I have it in me to make my name famous. No man lives or has ever lived who has brought the same amount of study and of natural talent to the detection of crime which I have done. And what is the result? There is no crime to detect, or, at most, some bungling villainy with a motive so transparent that even a Scotland Yard official can see through it.”

 

 1601318-fe374130e04b3282a402cabb8f3798c3.jpg
Arthur Conan Doyle (22 mei 1850 – 7 juli 1930)
Benedict Cumberbatch als Sherlock Holmes and Martin Freeman als Doctor John Watson in de BBC-serie Sherlock

 

 

De Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm werd op 22 mei 1929 in Ash Sharqiyah geboren. Zie ook alle tags voor Ahmed Fouad Negm op dit blog.

 

Who are they and who are we?

Who are they and who are we?
They are the princes and the Sultans
They are the ones with wealth and power
And we are the impoverished and deprived
Use your mind, guess…
Guess who is governing whom?

Who are they and who are we?
We are the constructing, we are the workers
We are Al-Sunna, We are Al-Fard
We are the people both height and breadth
From our health, the land raises
And by our sweat, the meadows turn green
Use your mind, guess…
Guess who serves whom?

Who are they and who are we?
They are the princes and the Sultans
They are the mansions and the cars
And the selected women
Consumerist animals
Their job is only to stuff their guts
Use your mind, guess…
Guess who is eating whom?

Who are they and who are we?
We are the war, its stones and fire
We are the army liberating the land
We are the martyrs
Defeated or successful
Use your mind, guess…
Guess who is killing whom?

Who are they and who are we?
They are the princes and the Sultans
They are mere images behind the music
They are the men of politics
Naturally, with blank brains
But with colorful decorative images
Use your mind, guess…
Guess who is betraying whom?

Who are they and who are we?
They are the princes and the Sultans
They wear the latest fashions
But we live seven in a single room
They eat beef and chicken
And we eat nothing but beans
They walk around in private planes
We get crammed in buses
Their lives are nice and flowery
They’re one specie; we are another
Use your mind, guess…
Guess who will defeat whom?

 

Vertaald door Walaa Quisay

 

 1601318-bc55f72599b438bee5e6a9ca88f927a7.jpg
Ahmed Fouad Negm (Ash Sharqiyah, 22 mei 1929)

 

 

 

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Anne de Vries werd geboren op 22 mei 1904. Zie ook alle tags voor Anne de Vries op dit blog.

Uit: Bartje

“Het roodborstje zingt al weer in de vlierstruik en het knikt en knipoogt tegen Bartje. ‘Sjiet, sjiet,’ zegt het, ‘daar hebben we Bartje.’ En de zon schijnt en de lucht is blauw. De dauw ligt te parelen op het gras. Kleine, witte blaadjes sneeuwen van de geurende kerseboom. En Bartje snuift en lacht in de feestelijke stilte. Hij knikt en knipoogt in 't rond, hij weet zelf niet, tegen wie allemaal. En hij wou wel proberen, of hij fluiten kon, als hij maar niet zo bang was, dat moeder hem zou horen. Daarom beweegt hij ook heel langzaam en voorzichtig de zware ijzeren zwengel van de roestige pomp.
Het water is een beetje koud. Daarom wast Bartje alleen maar zijn snoet, zo met zijn handen. Hij briest er bij als een jong paardje. Prr-prr, zegt hij. Alleen de snoet is genoeg. Moeder kijkt zijn oren en zijn nek toch niet meer na, nu het popje er is.
Naast de pomp hangt een blauwe handdoek onder een afdakje, daar droogt Bartje zich mee af. En in een bakje zit een ijzeren kam, daar kamt hij zijn koppige kuifje mee. De kam doet pijn, dat smerige ding. Er zit een kromme tand in.
Bartje trekt zijn buisje aan en kijkt over de tuin en de landen daar achter. Jan Mug loopt al fluitend achter de ploeg. De damp wasemt uit de voren. Dichterbij gaat buurman Derk, Derk-met-de-helm, door de zonnige morgen, somber en gebogen als altijd, een zwarte vlek in het licht. Maar in de weiden achter het eikenhakhout is vrolijk gerucht van melkemmers. Een koe loeit lang en dringend. En in de blauwe lucht hangt heel hoog, in een ijle nevel, een zingend stipje, dat sidderend, met kleine schokjes in de hemel verdwijnt, alsof een engel het optrekt aan een draadje: een leeuwerik.”

 

 1601318-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Anne de Vries (22 mei 1904 – 29 november 1964)
Borstbeeld in Rolde

 

 

De Nederlandse dichter Kees Winkler werd op 22 mei 1927 in Hoorn geboren. Zie ook alle tags voor Kees Winkler op dit blog.

 

Tuin in maart

Er bloeien veel sneeuwklokjes
de waterwilg zet katjes
uilenballen onder de conifeer

De krokussen zijn uitgepikt
door de reeds baltsende mezen
die hoge pootjes sexy vinden

Vlaamse gaaien schreeuwen
de zangvogels stuiven uiteen
het is oorlog in de tuin

 

 1601318-ec9e2c7e31a1a2d93a7e8221453c2174.jpg
Kees Winkler (22 mei 1927 – 1 april 2004)
Hoorn, de Roode Steen 

 

 

De Franse schrijver Gérard de Nerval (pseudoniem van Gérard Labrunie) werd geboren in Parijs op 22 mei 1808. Zie ook alle tags voor Gérard de Nerval op dit blog.

Uit: Aurelia oder Der Traum und das Leben (Vertaald door Hedwig Kubin)

„Der Traum ist ein zweites Leben. Ich habe nie ohne zu schaudern durch die Elfenbein- oder Horntore dringen können, die uns von der unsichtbaren Welt scheiden. Die ersten Augenblicke des Schlafes sind das Bild des Todes. Eine nebelhafte Erstarrung ergreift unsern Gedanken, und wir können den genauen Augenblick nicht feststellen, wo das Ich in einer andern Form die Tätigkeit des Daseins fortsetzt. Ein ungewisses unterirdisches Gewölbe erhellt sich allmählich und aus dem Schatten der Nacht lösen sich in ernster Unbeweglichkeit die bleichen Figuren, welche den Vorhof der Ewigkeit bewohnen. Dann nimmt das Bild Form an, eine neue Helligkeit erleuchtet diese Erscheinungen in wunderlichem Spiel: — es öffnet sich uns die Welt der Geister.
Swedenborg nannte diese Visionen »Memorabilia«; er verdankte sie öfter der Träumerei als dem Schlaf; der »goldene Esel« des Apulejus, die »göttliche Komödie« Dantes, sind die dichterischen Vorbilder dieser Studien über die menschliche Seele. Ich will nach ihrem Beispiel versuchen, die Eindrücke einer langen Krankheit niederzuschreiben, die sich ganz in den Mysterien meines Geistes abgespielt hat; — und ich weiß nicht, warum ich mich des Ausdrucks »Krankheit« bediene, denn niemals habe ich mich, was mich selbst betrifft, wohler gefühlt. Mitunter hielt ich meine Kraft und meine Fähigkeit für verdoppelt. Es schien mir, als wüßte und verstände ich alles, die Einbildungskraft brachte mir unendliche Wonnen. Soll man bedauern sie verloren zu haben, wenn man das, was die Menschen Vernunft nennen, wiedererlangt hat?“

 

 1601318-abe83cfa564946441e10dec5c2ac0505.jpg
Gérard de Nerval (22 mei 1806 – 26 januari 1855)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten