Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 juli 2014 tot 4 juli 2014

Neil Simon, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Sébastien Japrisot, Robert Desnos, Christine Lavant

De Amerikaanse toneelschrijver Neil Simon werd in New York op 4 juli 1927 geboren. Zie ook alle tags voor Neil Simon op dit blog.

Uit: The Play Goes On, A Memoir

“The thought uppermost in my mind was to distract the girls from dealing with the past, and to get them busy with getting on with life, making some small attempt at normalcy. I am always amazed at the resiliency of the young. They looked at me, waiting to hear what my plans were, ready and eager to comply. Neither girl had intended to be home that summer, both having made plans, not fully realizing the graveness of Joan's condition. Nancy was summoned back from camp when Joan passed away sooner than I ever imagined, and Ellen had canceled a student trip to Europe to be with her mother for her last few months. I suggested getting away from New York, as far away as possible, distancing ourselves from loss and sorrow. The summer house in Pound Ridge, New York, that I had bought expressly as a gift to Joan, where I hoped she would recover from her illness, was just a marginal choice to revisit. I offered to take them both to Europe, reasoning that traveling and being together would be, if not a fun-filled vacation, at least a chance to heal ourselves in new surroundings, in a place with fewer memories. Nancy surprised me when she opted to return to camp. It also gave me a sense of relief to know that this ten-year-old knew what was best for her. Ellen and I left together for Europe a week later.
I made the mistake of returning to all the same hotels that Joan and I had stayed in, something that proved harder for me to deal with than for Ellen. But slowly, day by day, I began to see a change in Ellen, a maturing, perhaps growing up faster than she normally would have if Joan were still alive. She started to point out things in shops in London and in Paris that might go nicely in our house.”

 

 1620860-f261bd767f9ed092759433314b570cb5.jpg
Neil Simon (New York, 4 juli 1927)

 

 

De Oostenrijkse schrijver, regisseur, filmmaker en fotograaf Walter Wippersberg werd geboren op 4 juli 1945 in Steyr. Zie ook alle tags voor Walter Wippersberg op dit blog.

Uit: Humanität ist auch ohne Gott möglich

„Wenn's draußen dunkel und kalt und unwirtlich ist, dann rückt man im Haus näher zusammen; auch aus diesem Grund ist Weihnachten wohl zum Familienfest schlechthin geworden, emotional so stark aufgeladen wie kein Fest sonst. Menschen, die das Jahr über ganz gut allein leben können, leiden darunter, wenn sie Weihnachten allein feiern müssen. Fast immer ist dieses Fest verknüpft mit (fast immer idealisierten) Kindheitserinnerungen und verbunden mit starkem Harmoniebedürfnis. (Zu Weihnachten hat Eintracht und eitel Harmonie zu herrschen, und wenn's dann doch nicht ganz so kommt, dann kracht's nicht selten. Der Meinungsforscher Kirschhofer-Bozenhardt wird das wissen, dass in den Familien nie so heftig geprügelt wird wie zu Weihnachten.)
Dieses Fest hat mehrere Wurzeln und deckt vielerlei Bedürfnisse ab. Dass auch an die christlichen Wurzeln erinnert wird, halte ich für sehr legitim. Aber was ist damit erreicht?
„Wir tun“, schreibt Herr Kirschhofer-Bozenhardt, „auch unter dem Aspekt des sozialen Wohlbefindens gut daran, das Christkind nicht durch den Weihnachtsmann zu ersetzen. Weihnachten muss auch als ethisches Prinzip erhalten bleiben.“
Weihnachten als ethisches Prinzip? Das kann so vieles bedeuten, dass es in Wirklichkeit gar nichts bedeutet. Wer mag, der kann in diesen Zeiten der Wirtschaftskrise ja sogar die vorweihnachtlichen Einkaufsorgien als ethisch hochstehend interpretieren. Konsumieren ist erste Bürgerpflicht, sonst geht's der Wirtschaft noch schlechter, und dann werden viele Menschen arbeitslos werden, und daran wollen wir doch nicht schuld sein...“

 

 1620860-29505df375de40de1c626e3abdaa79ff.jpg
Walter Wippersberg (Steyr, 4 juli 1945)

 

 

De Franse schrijver Sébastien Japrisot (pseudoniem van Jean-Baptiste Rossi) werd geboren op 4 juli 1931 in Marseille. Zie ook alle tags voor Sébastien Japrisot op dit blog.

Uit: La dame dans l'auto avec des lunettes et un fusil

« Deux gendarmes en uniforme kaki étaient arrêtés devant.
Je ne les ai vus qu’au dernier moment, presqu’en arrivant sur eux. Je regarde toujours au sol en marchant, par crainte de buter sur un éléphant quelconque qui échapperait à ma vue. Jusqu’à l’âge de dix-huit ans, j’ai porté des verres qui étaient loin d’être aussi bons que ceux que j’ai à présent, j’étais plus souvent jambes en l’air que debout, on m’appelait : « l’avion-suicide ». L’un de mes cauchemars préférés aujourd’hui encore, c’est une bonne grosse poussette de bébé abandonnée dans une entrée d’immeuble. Une fois il a fallu trois personnes pour nous séparer.
(…)

Je n'ai jamais vu la mer.
Le sol carrelé de noir et de blanc ondule comme l'eau à quelques centimètres de mes yeux.
J'ai mal à en mourir.
Je ne suis pas morte.
Quand on s'est jeté sur moi - je ne suis pas folle, quelqu'un, quelque chose s'est jeté sur moi - j'ai pensé : je n'ai jamais vu la mer. »

 

 1620860-48390209e11f7514fb71ed95f7a536cc.jpg
Sébastien Japrisot (4 juli 1931 – 4 maart 2003)

 

 

De Nederlandse schrijver Rob van Erkelens werd geboren in Den Haag op 4 juli 1963. Zie ook alle tags voor Rob van Erkelens op dit blog.

Uit: Op de huid van de tijd, tijdgeest in de jongste Nederlandse literatuur

“De Nederlandse literatuur heeft niet echt een glorieuze geschiedenis waar het engagement of maatschappelijke betrokkenheid betreft. De contemporaine realiteit heeft altijd een bescheiden plaats ingenomen in het werk van onze schrijvers. (In tegenstelling tot andere Europese landen, waar politiek en literatuur beter met elkaar lijken te kunnen samengaan.) Niet voor niets zullen negen van de tien mensen als voorbeeld van een ‘geëngageerde’ Nederlandse roman Max Havelaar noemen, van zo'n tweehonderd jaar geleden. Dat Louis Paul Boon zijn, Vlaamse, realiteit tot onderwerp van enkele magistrale boeken maakte, bevestigt slechts de regel.
Engagement is natuurlijk iets anders dan interesse voor de contemporaine realiteit. Maar ook dat laatste lijkt te ontbreken in de jongste Nederlandse literatuur. Er is in de laatste jaren niet of nauwelijks iemand aan te wijzen die ‘chroniqueur’ genoemd zou kunnen worden. Waar A.F.Th. van der Heijden tot ‘chroniqueur van de jaren tachtig’ is uitgeroepen, blijven de jaren negentig vooralsnog verstoken van een schrijver die zijn of haar tijdperk eens en voor altijd vastlegt door het een plaats te geven in fictie. Alleen Serge van Duijnhoven heeft een geslaagde poging in die richting gedaan. Met name de sleutelroman Dichters dansen niet was een treffende evocatie van de tijdgeest van de jaren negentig.
De jaren negentig van de vorige eeuw zijn natuurlijk niet onbeschreven gebleven. Er werden genoeg boeken gepubliceerd waarin de alledaagse werkelijkheid wél een belangrijke rol speelde, en die elk, en zeker met elkaar, een helder beeld geven van een tijdperk. Hoe persoonlijk gekleurd ook, de verhalen van (onder vele anderen) Arjan Witte, Tommy Wieringa, René Huigen, Martin Bril, Dirk van Weelden, Jaap Scholten, Joost Zwagerman, Hermine Landvreugd en - vooral - Belgen als Tom Lanoye, Paul Mennes, Peter Verhelst en Jeroen Olyslaegers zijn geschreven op de huid van de tijd, zoals dat mooi en dichterlijk heet.”

 

 1620860-5f5342cbf9b6a105d51de688b54cb2ca.jpg
Rob van Erkelens (Den Haag, 4 juli 1963)

 

 

De Franse dichter, schrijver en journalist Robert Desnos werd geboren op 4 juli 1900 in Parijs. Zie ook alle tags voor Robert Desnos op dit blog.

 

I Have Dreamed of You so Much

I have dreamed of you so much that you are no longer real.
Is there still time for me to reach your breathing body, to kiss your mouth and make
your dear voice come alive again?

I have dreamed of you so much that my arms, grown used to being crossed on my
chest as I hugged your shadow, would perhaps not bend to the shape of your body.
For faced with the real form of what has haunted me and governed me for so many
days and years, I would surely become a shadow.

O scales of feeling.

I have dreamed of you so much that surely there is no more time for me to wake up.
I sleep on my feet prey to all the forms of life and love, and you, the only one who
counts for me today, I can no more touch your face and lips than touch the lips and
face of some passerby.

I have dreamed of you so much, have walked so much, talked so much, slept so much
with your phantom, that perhaps the only thing left for me is to become a phantom
among phantoms, a shadow a hundred times more shadow than the shadow the
moves and goes on moving, brightly, over the sundial of your life.

 

 

Under Cover of Night

To slip into your shadow under cover of night.
To follow your footsteps, your shadow at the window.
That shadow at the window is you and no one else;
it's you.
Do not open that window behind whose curtains you're moving.
Shut your eyes.
I'd like to shut them with my lips.
But the window opens and the breeze, the breeze
which strangely balances flame and flag surrounds my escape
with its cloak.
The window opens: it's not you.
I knew it all along.

 

Vertaald door Carolyn Forché en William Kulik

 

1620860-b3e650715c8ad62e8e8f8264858f1b87.jpg
Robert Desnos (4 juli 1900 – 8 juni 1945)



 

 
De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook mijn blog van 4 juli 2010 en eveneens alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Bernsteingelb ist das Geblüt der Erde...

Bernsteingelb ist das Geblüt der Erde,
Mohnsud tropft aus allen Freudenarten
in der Zeit, dem immergrünen Garten,
wächst der Apfel, den ich pflücken werde.

Muß zuvor aus überglasten Stunden
Weh- und Wermut in dein Herz verpflanzen,
während Sterne durch den Mittag tanzen,
die der Hunger in uns losgebunden.

Bei den Hornissen- und Wespennestern
stiehlt mein Denken ein paar wilde Waben,
um ein Brot für dich und mich zu haben,
und die Erde blutet gelb wie gestern.

Trink mit mir von allen Freudenarten!
Weh- und Wermut wachsen jetzt von selber,
auch der Apfel wird schon immer gelber,
wenn er reif ist, steht der Tod im Garten.

Oh, wir werden sie verzückt verzehren,
Tod und Apfel und die schwarzen Kerne –
doch das Feuer unsrer Hungersterne
wird das Erdblut röten und vermehren.

 

 

Das Sonnenrad ging über mich hinweg...

Das Sonnenrad ging über mich hinweg,
ich liege tief im Tulpenkelch der Nacht
und zähl´ der Sterne gelbe Staubgefäße,
von denen eines klar sich niederneigt.

Die andern bleiben und ich schlafe ein,
um erst im Traum die fromme Zahl zu sehn,
vor ihr zu ahnen, welches Wort sie meine,
bevor die Hand des Vaters sie verlöscht.

Vielleicht macht mich ein früher Vogel wach
und die Banane Mond hängt überzart
und immer schwindender im Apfelgrünen?
Dann fällt mir Zahl und Sinn aus dem Verstand.

Dann war die Mühsal dieses Traums umsonst.
Die dunkle Tulpe blättert langsam auf
und läßt den Morgenstern mein Herz befragen,
wie weit es kam, bevor der Vogel schrie.

O alte Antwort – immer noch gleich scheu –:
Ich war im Vorhof – einer sah mich an –
die Zahl war groß, in der ich mich erkannte
als schwarzes Staubgefäß im roten Kelch.

 

 1620860-5220a5e6257535d57c104358935518c7.jpg
Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Borstbeeld door Hubert Hochleitner

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:01 Reageer op dit bericht

Franz Kafka, Tom Stoppard, Joanne Harris, Andreas Burnier, Gerard den Brabander, David Barry, Edward Young

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit Das Schloss:

»Landvermesser?« hörte er noch hinter seinem Rücken zögernd fragen, dann war allgemeine Stille. Aber der junge Mann faßte sich bald und sagte zum Wirt in einem Ton, der genug gedämpft war, um als Rücksichtnahme auf K.s Schlaf zu gelten, und laut genug, um ihm verständlich zu sein: »Ich werde telefonisch anfragen.« Wie, auch ein Telefon war in diesem Dorfwirtshaus? Man war vorzüglich eingerichtet. Im einzelnen überraschte es K., im ganzen hatte er es freilich erwartet. Es zeigte sich, daß das Telefon fast über seinem Kopf angebracht war, in seiner Verschlafenheit hatte er es übersehen. Wenn nun der junge Mann telefonieren mußte, dann konnte er beim besten Willen K.s Schlaf nicht schonen, es handelte sich nur darum, ob K. ihn telefonieren lassen sollte, er beschloß, es zuzulassen. Dann hatte es aber freilich auch keinen Sinn, den Schlafenden zu spielen, und er kehrte deshalb in die Rückenlage zurück. Er sah die Bauern scheu zusammenrücken und sich besprechen, die Ankunft eines Landvermessers war nichts Geringes. Die Tür der Küche hatte sich geöffnet, türfüllend stand dort die mächtige Gestalt der Wirtin, auf den Fußspitzen näherte sich ihr der Wirt, um ihr zu berichten. Und nun begann das Telefongespräch. Der Kastellan schlief, aber ein Unterkastellan, einer der Unterkastellane, ein Herr Fritz, war da. Der junge Mann, der sich als Schwarzer vorstellte, erzählte, wie er K. gefunden, einen Mann in den Dreißigern, recht zerlumpt, auf einem Strohsack ruhig schlafend, mit einem winzigen Rucksack als Kopfkissen, einen Knotenstock in Reichweite. Nun sei er ihm natürlich verdächtig gewesen, und da der Wirt offenbar seine Pflicht vernachlässigt hatte, sei es seine, Schwarzers, Pflicht gewesen, der Sache auf den Grund zu gehen. Das Gewecktwerden, das Verhör, die pflichtgemäße Androhung der Verweisung aus der Grafschaft habe K. sehr ungnädig aufgenommen, wie es sich schließlich gezeigt habe, vielleicht mit Recht, denn er behaupte, ein vom Herrn Grafen bestellter Landvermesser zu sein. Natürlich sei es zumindest formale Pflicht, die Behauptung nachzuprüfen, und Schwarzer bitte deshalb Herrn Fritz, sich in der Zentralkanzlei zu erkundigen, ob ein Landvermesser dieser Art wirklich erwartet werde, und die Antwort gleich zu telefonieren.“

 

 1620420-d4f420c9ecc5937e8177b6b85d1c0e9b.jpg
Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

 

 

 

De Britse toneelschrijver Tom Stoppard (eig. Tomas Straussler) werd geboren inZlín op 3 juli 1937. Zie ook alle tags voor Tom Stoppard op dit blog.

Uit: The Real Inspector Hound

“Cynthia: What’s that?
Felicity: [Tensely] It sounded like the cry of a gigantic hound!
Magnus: Poor devil!
Cynthia: Sssssh!
[They listen. The sound is repeated, nearer]
Felicity: There it is again!
Cynthia: It’s coming this way – it’s right outside the house!
[Mrs. Drudge enters.]
Mrs Drudge: Inspector Hound!
Cynthia: A police dog?
[Enter INSPECTOR HOUND. On his feet are his swamp boots..]

(…)

Birdboot: Where’s Higgs?
Moon: I’m standing in.
Moon and Birdboot: Where’s Higgs?
Moon: Every Time.
Birdboot: What?
Moon: It is as if we only existed one at a time, combining to achieve continuity..[…]
Birdboot: Where’s Higgs? […]
Moon: […] Perhaps he’s dead, at last, or trapped in a lift somewhere, or succumbed to amnesia, wanering the land with his turn-ups stuffed with ticket-stubs.
[Birdbood regards him doubtfully for a moment]
Birdboot: Yes.. Yes..
well, I didn’t bring Myrtle tonight.”.

 

 1620420-c562fdbeb518e0baddc65606c6365b08.jpg
Tom Stoppard (Zlín, 3 juli 1937)
Scene uit een opvoering in Gwangju, Zuid-Korea, 2011 

 

 

De Britse schrijfster Joanne Harris werd geboren op 3 juli 1964 in Barnsley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Joanne Harris op dit blog.

Uit: The Lollipop Shoes

“The real magic - the magic we'd lived with all our lives, my mother's magic of charms and cantrips, of salt by the door and a red silk sachet to placate the little gods - had turned sour on us that summer, somehow, like a spider that turns from good luck to bad at the stroke of midnight, spinning its web to catch our dreams. And for every little spell of charm, for every card dealt and every rune cast and every sign scratched against a doorway to divert the path of malchance, the wind just blew a little harder, tugging at our clothes, sniffing at us like a hungry dog, moving us here and moving us there.”
(…)

“That wind. I see it's blowing now. Furtive but commanding, it has dictated every move we've ever made. My mother felt it, and so do I - even here, even now - as it sweeps us like leaves into his backseat corner, dancing us to shreds against the stones. V'la l'bon vent, v'a l'joli vent. I though we'd silenced it for good. But the smallest thing can wake the wind@ a word, a sign, even a death. There's no such thing as a trivial thing. Everything costs; it all adds up until finally the balance shifts and we're gone again, back on the road, telling ourselves - well maybe next time”

 

 1620420-47f4444b2ee2647135ee40b729dcfe61.jpg
Joanne Harris (Barnsley, 3 juli 1964)

 

 

De Nederlandse schrijfster Andreas Burnier werd op 3 juli 1931 in Den Haag geboren als Catharina Irma Dessaur. Zie ook alle tags voor Andreas Burnier op dit blog.

Uit: De zwembadmentaliteit (Van masculinisme naar androgynie)

“Maar gelden elders tegengestelde normen, dan zal men ‘vissen’ echt manlijk vinden en landbouw nu net iets voor vrouwen. Het is met name Margaret Mead, de Amerikaanse cultuurantropologe van wereldfaam, die de volstrekte relativiteit van de veronderstelde sekse-karakteristieken en tevens de permanentie van sekse-discriminatie heeft aangetoond.
Vaak gaat het nogal grof en simplistisch toe bij het opvoedingsproces waardoor de seksen naar het traditionele (zij het dan tijd- en cultuurgebonden) beeld worden gevormd. Soms, bij voorbeeld in intellectuele, progressieve (of antroposofische) kringen in onze westerse wereld, gebeurt het wat subtieler. De ouders verbieden niets expliciet en schrijven niets voor in verband met seksegebonden gedrag, maar wel worden de meisjes, en passant, in hun bewegingsvrijheid belemmerd door hen in ‘mooie’ rokjes en jurkjes te kleden en hun haren lang te laten groeien, terwijl jongetjes functionele kleding krijgen: warmer, steviger, handiger, minder kwetsbaar, waardoor zij de wereld beter kunnen verkennen. Of het meisje wordt geprezen omdat zij er zo snoezig uitziet, zo lief haar moeder helpt, het jongetje omdat hij zo stoer en flink is, zich door niemand op zijn kop laat zitten en zo ondernemend is.
Voor zover ouders zich van alle sekse-discriminatie, ook de indirecte, verre zouden houden, zijn er nog wel de buurt, de school, de kinderboeken, en later de televisie, de reclame, de films, de litteratuur en de wetenschap om mensen onafgebroken mede te delen wat er, gegeven hun lichamelijke sekse, aan gedrag van hen wordt verwacht. Het gevolg daarvan is dat werkelijk niet naar sekse discriminerende ouders soms tot hun verbazing merken dat hun kinderen zelf allerlei sekse-stereotypieën in stand wensen te houden.”

 

 1620422-9c21d12176c4d1617620fe0581816d3d.jpg
Andreas Burnier (3 juli 1931 - 18 september 2002)

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Gerard den Brabander (eig. Jan Gerardus Jofriet) werd geboren in Den Haag op 3 juli 1900. Zie ook alle tags voor Gerard Den Brabander op dit blog.

 

Stokoud

Vijfenzestig. Men gaf mij een stok.
Een stok, niet om mee te slaan,
maar een stok om ermee te gaan
van mijn bed naar het kippenhok
of tot het café in de laan.
Een stok, die ik nergens laat staan
omdat men mij er niet mee griefde,
want hij leidt mij, verkommerde haan,
naar de laatste en hoogste geliefde,
die, aan 't eind van mijn schamper bestaan,
mij, als stralende leidster, beliefde
te wijzen op 't eind van mijn baan.
Verwaaid zijn haren en rok
maar de haan blijft eeuwig bestaan...

Wees niet met zijn lot begaan:
hij gaat met de kippen op stok.

 

Een hoofd zo woest...

Een hoofd zo woest en ledig als het gruis
van 't pad, dat blind omhoog kruipt naar het huis,
waar in de holle en verschrikte kamer
't onnozel bloed kleeft aan de bitse hamer;
waar het hooghartig voorhoofd van de deur
en 't stuurs gordijn met de verbeten scheur
zien naar 't onthutst en half ontklede bed,
de houten stoel, gebroken in 't verzet,
en naar de wekker, naar de kleine nijd,
die driftig voortknaagt aan de dode tijd...

Zo hol, zo troosteloos als de hoge hoed,
die in de regen achter 't lijk aan moet;
zó ruïneus geblakerd en beroet
is 't brein, dat men met moord en doodslag voedt.

 

 1620420-0ff550fcf8d09bb1dfe6a3e333b38761.jpg
Gerard den Brabander (3 juli 1900 – 4 februari 1968)
Cover 

 

 

De Amerikaanse humoristische schrijver, columnist en bestsellerauteur David Barry, Jr werd geboren op 3 juli 1947 in Armonk, New York. Zie ook alle tags voor David Barry op dit blog.

Uit: You Can Date Boys When You're Forty

“Make sure your carry-on luggage does not contain any prohibited items, including liquids, gels, gases or solids. If you plan to wear underwear, wear it on the outside of your other garments so that it is clearly visible to the TSA agents. Remove all shoes, belts, sweaters, coats, hats, wigs, eyeglasses, contact lenses, hearing aids, insulin pumps, artificial limbs, pacemakers and donated organs, such as kidneys, and place these in the bins provided, then shuffle or crawl slowly forward in the security line with your head down, taking care not to appear suspicious or make eye contact with anybody.
The heart of the screening procedure is when you go into the “scanner,” which sounds scary, although, in fact, it’s nothing more than a giant microwave oven that bombards your body with atomic radiation. But there’s no need to worry: The scanner is completely safe for humans as long as (a) you do not remain in there longer than the recommended eight-tenths of a second and (b) TSA agents have remembered to change the power setting from POPCORN back to HUMANS after their break.
The scanner serves a vital security function: It “sees” through your clothing and captures an image of your naked body, which is transmitted to a room where specially trained TSA agents decide whether to post it on Facebook. If you would prefer not to have this happen, simply ask to have an agent grope your genitals manually. It’s your right!”

 

 1620420-8a22a7ec599c92ecca078777837b3ba2.jpg
David Barry (Armonk, 3 juli 1947)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Edward Young werd geboren op 3 juli 1683 in Upham, Hampshire. Zie ook alle tags voor Edward Young op dit blog.

 

The Complaint: or Night Thoughts (fragment)

Leisure is pain; takes off our chariot wheels;
How heavily we drag the load of life!
Blest leisure is our curse; like that of Cain,
It makes us wander; wander earth around,
To fly that tyrant, thought. As Atlas groan’d
The world beneath, we groan beneath an hour. 130
We cry for mercy to the next amusement;
The next amusement mortgages our fields;
Slight inconvenience! prisons hardly frown,
From hateful time if prisons set us free.
Yet when Death kindly tenders us relief,
We call him cruel; years to moments shrink,
Ages to years. The telescope is turn’d.
To man’s false optics (from his folly false),
Time, in advance, behind him hides his wings,
And seems to creep, decrepit with his age; 140
Behold him, when pass’d by; what then is seen,
But his broad pinions swifter than the winds?
And all mankind, in contradiction strong,
Rueful, aghast! cry out on his career.
Leave to thy foes these errors and these ills;
To Nature just, their cause and cure explore.
Not short Heaven’s bounty, boundless our expence;
No niggard, Nature; men are prodigals.
We waste, not use our time; we breathe, not live.
Time wasted is existence, used is life.

 

 1620420-0b9963b947c38114c041ff323667d904.jpg
Edward Young (3 juli 1683 – 5 april 1765)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:49 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten