Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 juli 2014 tot 20 juli 2014

The Summer Rain (Henry David Thoreau), Hans Lodeizen

 

Dolce far niente

 

 1627742-7624bea0c0b17830a44e63b82d0ab55f.jpg
Landschap bij Auvers in de regen door Vincent van Gogh, 1890

 

 

The Summer Rain

My books I’d fain cast off, I cannot read,
’Twixt every page my thoughts go stray at large
Down in the meadow, where is richer feed,
And will not mind to hit their proper targe.

Plutarch was good, and so was Homer too,
Our Shakespeare’s life were rich to live again,
What Plutarch read, that was not good nor true,
Nor Shakespeare’s books, unless his books were men.

Here while I lie beneath this walnut bough,
What care I for the Greeks or for Troy town,
If juster battles are enacted now
Between the ants upon this hummock’s crown?

Bid Homer wait till I the issue learn,
If red or black the gods will favor most,
Or yonder Ajax will the phalanx turn,
Struggling to heave some rock against the host.

Tell Shakespeare to attend some leisure hour,
For now I’ve business with this drop of dew,
And see you not, the clouds prepare a shower—
I’ll meet him shortly when the sky is blue.

This bed of herd’s grass and wild oats was spread
Last year with nicer skill than monarchs use.
A clover tuft is pillow for my head,
And violets quite overtop my shoes.

And now the cordial clouds have shut all in,
And gently swells the wind to say all’s well;
The scattered drops are falling fast and thin,
Some in the pool, some in the flower-bell.

I am well drenched upon my bed of oats;
But see that globe come rolling down its stem,
Now like a lonely planet there it floats,
And now it sinks into my garment’s hem.

Drip drip the trees for all the country round,
And richness rare distills from every bough;
The wind alone it is makes every sound,
Shaking down crystals on the leaves below.

For shame the sun will never show himself,
Who could not with his beams e’er melt me so;
My dripping locks—they would become an elf,
Who in a beaded coat does gayly go.

 

 1627742-06b3a4dd902678b401bb617be702c70e.jpg
Henry David Thoreau (12 juli 1817 - 6 mei 1862)
Standbeeld in Walden Pond

 

 

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

op een heel warme zomerdag

hij had
alle vormen van verdriet
in zijn lichaam verdronken
maar angst
met hoed en parapluie
wachtte in de vestibule.

 

 

Voor jou

2

ook al zal ik je nooit zien
in je tropenpak voor de bar
tennissend in shorts of zwemmend
of paardrijdend in de duinen
ook al zal ik je nooit zien

en mijn hand die al moe is
laat vogels los van haar vingertoppen
en het wankele geluid van de straat
hangt een sluier voor mijn ogen
ik zal je nooit zien

en ik zal verder lopen
( want geen ongeluk kan ons overkomen
want ik ben toch alleen )
de nacht zal in mijn oor suizen
de wind zal lachen in mijn gezicht
de dag zal geel als een traan zijn

ik zal verder lopen

 

 

Het water

In de roze hemel
en in de geweldige stilte
hoorde hij een stem
een gevoelige stem van
geel riet die hem toeriep
in de roze hemel
hem toeriep
en in de geweldige stilte

er stond een man
aan de overzijde van het water
die hem toewuifde
in de roze hemel
een man tussen het gele riet

hij wachtte heel lang
en antwoordde niet
op de gevoelige stem
van geel riet die hem toeriep
in de roze hemel
en in de geweldige stilte

hij antwoordde niet
en wachtte

 

 1627742-5e8aa7ab15cabf014b1d0d20819b0c04.jpg
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Arie Storm

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Hij debuteerde in 1994 met de roman Hémans duik, die vervolgens werd genomineerd voor de Debutantenprijs. Tegenwoordig schrijft hij voor Het Parool en Vrij Nederland, vroeger publiceerde hij ook in Bzzlletin en Snoecks Almanak. Hij was van 2012 tot 2014 te horen als literatuurrecensent in de TROS Nieuwsshow op Radio 1.

Uit Afgunst

“De angst of de pijn of het liefdesverdriet of de lustgevoelens van een ander kun je uitsluitend begrijpen als je je in een volkomen identieke toestand bevindt (….). Zomin als je je in een ander kunt verplaatsen, zomin kun je je verplaatsen in de persoon die je ooit zelf bent geweest.”
(…)

“In deze positieve stemming was ik voorts van mening dat die hele theorie van mij dat er iemand anders in mijn hoofd zat, ook al nergens op sloeg. Ik zei tegen mezelf (ik moet er een schorre stem van hebben gekregen): ‘Waarom zal er iemand anders in mijn hoofd zitten?”
(…)

‘ Welnee, ’ zeg ik, ‘er is geen Boze Heks. En papa is er toch, dus er kan je niks gebeuren.’ ‘Beetje eigenlijk best wel eng in feite,’ zegt Masja. Naarmate ze in leeftijd vordert, wordt haar taalgebruik er niet beknopter op. Als tweejarige zei ze in vergelijkbare situaties: ‘beetje eng.’

 

 1789237-90cd629cc66d6b593d8d2542b823d558.jpg
Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Slenteren met een ongelukkige auteur (Simon Carmiggelt)

 

Dolce far niente

 

 

 1627197-858d80c3b5cce19fb9f72e9c8f419aca.JPG
Spui met Maagdenhuis, Amsterdam

 

Uit: Slenteren met een ongelukkige auteur

“Schrijvers zijn ziekelijk nieuwsgierig naar alles wat ze niet aangaat. Ik stond op en liep in de richting van de Kalverstraat. Voor het Maagdenhuis groepten wat mensen tezamen bij het opzienbarende moderne kunstwerk dat daar sinds kort dapper beproeft uit te komen boven de geparkeerde auto's, een karweitje dat alleen aan de Eiffeltoren aardig is gelukt.
Een vlezige man, met een opmerkelijk dom gezicht en een baard die nodig eens bemest moest worden, vroeg op polemische toon aan een grijzende dame:
‘Wat stelt dat nou vóór?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordde ze, ‘het wordt niet uitgelegd.’
(Connolly: ‘Hoeveel boeken schreef Renoir over hoe men schilderen moet?’)
‘En allemaal van onze belastingcenten,’ riep de man. ‘Kijk!’
Hij wees naar een met zwarte viltstift op het kunstwerk geschreven mededeling, die luidde: ‘Dit kost 50.000 gulden’.
Ik dacht aan een bespiegeling van Connolly over de houding van de staat jegens de kunst die, zo meende hij, Engeland maakte tot een natie van commentators, critici en kleurloze uitleggers. ‘Alles voor de melkbar en niks voor de koe.’ En hij verzuchtte: ‘Wanneer zal de staat eens zeggen: hier is duizend pond, jongeman, ga waarheen je wilt en kom terug met iets moois.’ Maar als de overheid het doet, zoals voor het Maagdenhuis, staan allerlei mannen te roepen dat zij niet mooi vinden wat die jongeman mooi vond.
‘Dit kost 50.000 gulden,’ las de dikke met stemverheffing voor.
Hij las niet wat er onder stond, met dunnere lettertjes, namelijk: ‘Nou - en?’. Dat klonk meer ter zake. De meest functionele bekladding van een kunstwerk stond te lezen op het grafmonument van Oscar Wilde: ‘Oscar, we love you, John and Will’.
De twee vrouwen met de boodschappentassen kwamen nu langs.
Ze keken naar het kunstwerk en de ene vrouw zei, veel diepzinniger dan ze vermoedde:
‘O, dat is maar tijdelijk.’

 

 1627197-08e0c7c30c9e75e0720950e604caae16.jpg
Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

 

Bij de Tour de France

 

 1627197-34139ed1516c4c07ef1afb021f6974f0.jpg
Rob Goris

 

Uit: De dood is een schoft (Column)

“Zelfs toen het onweer driekwartier voor het programma losbarstte en de hele ploeg in allerijl een praatset in de hall van het gastenhuis installeerde. ‘We hebben geluk!’, fluisterde hij me toe toen het vijf minuten voor we live gingen stopte met regenen en de wind ging liggen. Het werd stil en rustig. Niets liet vermoeden dat de stilte onheilspellend was. Rob was wat zenuwachtig in het begin, maar ontdooide snel, keek lieflijk naar Katrien toen ze begon te vertellen. Een zacht wielerkoppel stapte schuchter uit de anonimiteit. Van ijshockeyspeler tot wielrenner. Het verhaal druppelde zachtjes Vlaamse woonkamers binnen. 755.413 kijkers maakten kennis met Katrien Van Looy en Rob Goris. Fier vertelde hij over ‘de Pappie’ (de 78-jarige Rik Van Looy) die tegen 55 kilometer per uur in zijn wiel bleef zitten langs het kanaal. ‘Wat moet dat vroeger niet geweest zijn?’ Trots op de opa van zijn vriendin.
‘Nog veel geluk in jullie jonge leven!’, waren mijn laatste woorden. Me onbewust van de draagwijdte ervan. Dat geluk zouden ze zelf wel afdwingen. Daar was ik na de aangename kennismaking zeker van. Een stevige pol voor Rob, een kus voor Katrien en we verdwenen de nacht in. Plannen makend voor een nieuwe aflevering van Vive le Vélo! Nimmer denkend dat een surplace van een jong rennershart die uitzending een totaal andere toon zou geven. Het gebonk op de slaapkamerdeur voorspelde weinig goeds. Maar dit was toch onmogelijk. Een gebroken sleutelbeen, een klaplongetje of gescheurde ligamenten. Tot daar nog aan toe. Maar de onomkeerbaarheid. Dat kon toch niet waar zijn. Ik onthou één ding van deze eerste Tourweek: de dood is een schoft!”

 

 1627197-037baf2ccd3269fcdbda4ec2d081f23f.jpg
Karl Vannieuwkerke (Ieper, 19 januari 1971)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

Niemand

De dood, zegt men, heeft genomen.
Ik zat op de grond met een dode
maar niemand kwam om te nemen.

Ik lispelde ongehoorde kinderwoorden
maar de laatste lucht vloog de stad in
en niemand kwam om te nemen.

Nee, er was in dit spel geen opzet,

Niemand keek verder dan ik, niemand

verpletterde ons met een grote vuist
tegen het ellendig plaveisel. Niemand.

 

 

Een menigte

Verbaasd merkte de moeder
dat zij een menigte werd.
Binnen enkele dagen was het
gebeurd, bleek zij uiteengevallen
in een waaier van vrouwen.

De weerloos-blije liep daar
van haar geheugen te genieten;

de verslagene, die snel op weg
wilde naar welke dood dan ook;

de trieste die er niets van begreep,
die alleen zachte vlindervleugels

tegen de wangen van het kind
zag slaan, onophoudelijk. Rond

het groepje stormde de furie,
pamfletten en woedende brieven

in de handen. Achteraan ging
de wanhoopsmoeder die al maanden
de kapper niet had gezien.

Hoe hen te hoeden, te zorgen dat elk
de voeten in dezelfde richting sleept?

Ons is iets overkomen, kan ze zeggen,
wij zijn de menigte die moeder heet.

En zij die in de verte aan het water
staat, en wenkt, is een van ons.

 

 

Klank

Het kind zat naast mij in een zaal,
tussen ons lag de partituur. Maat-
strepen stonden stijf in stil geweld

van inkt. Dankzij de muren
en het dak werd dat geluid.
Zoals bij ons de huid verdriet

omspant, zei ik, en een voor een
wees ik de instrumenten aan
op het schavot. Zij is er niet.

Als ik mijn ogen sluit ga ik haar
zien. Tussen hoorn, cello en fagot
beweegt zij wiegend voor mij uit.

 

 

 1627197-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2013 en ook mijn blog van 19 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 13:45 Reageer op dit bericht

Lucas Malan

De Zuidafrikaanse dichter Lucas Cornelis Malan werd geboren in Nylstroom op 19 juli 1946. Hij was de op een na jongste van zes kinderen. Zijn vader was meubelmaker. Hij begon zijn schooljaren in Noordwijk en vertrok daarna naar Pietersburg, waar hij in 1963 het matriculatie-examen aflegde. In 1964 schreef hij zich in aan het Normaalkollege in Pretoria, waar hij in 1966 een bachelor diploma behaalde met Afrikaans-Nederlands en kunstgeschiedenis als hoofdvak. In 1967 verwierf hij een onderwijsdiploma. Na een periode als docent aan de Hogere Seunskool Helpmekaar in Johannesburg nam hij in 1973 studieverlof en begon hij aan zijn BA in Afrikaans en Nederlands aan de Randse Afrikaanse Universiteit. In 1975 begon hij aan zijn MA aan de Universiteit van de Witwatersrand en in 1978 werd hem de graad met lof uitgereikt. In 1984 behaalde hij een tweede graad in de Toegepaste Taalkunde aan RAU en in 1989 zijn DLitt aan de Universiteit van Pretoria over de poëzie van Ernst van Heerden. Lucas was bijna 30 jaar bij het onderwijs betrokken. Vanaf 1987 was hij hoofd van het Departement Afrikaans aan de Johannesburg College of Education. In 1997 verliet hij het onderwijs en vestigde hij zich in Darling aan de West-Kaap. Lucas leverde regelmatig bijdragen aan kranten en tijdschriften en zijn recensies (toneel en letterkundig) en artikelen verschenen in Rapport, Vrije Weekblad, Kalender, Karring, Die Transvaler en Beeld. Vanaf 1986 tot 1992 schreef hij een regelmatige rubriek in De Kat over de Afrikaanse poëzie. Gedurende de jaren zeventig verschenen enkele gedichten van Lucas in Tijdschrift voor Letterkunde en Contrast en in 1979 en 1980 ook in The Bloody Horse en Standpunten. In 1981 verscheen zijn debuutbundel, een “’n Bark vir die ontheemdes” In 1985 volgde “Tydspoor”, in 1987 “Edenboom”, “Kaartenhuis” in 1990, “Hongergrond” in 1994 en in 2002 “Afstanden”. In 2008 wordt “Vermanings” gepubliceerd. In 1986 schreef Lucas een bekroond drama (derde plaats in Radio Zuid-Afrika's landelijke competitie voor hoorspelen), “Die jaar van die yskaste”, Op 15 april 2010 stierf hij aan complicaties na een hartoperatie.

 

DIE STERRE VOORSPEL

Wanneer die Diereriem na die stand
van die Bul beweeg, word die nagte stil
en die aarde koud. Die geil wildedruif
het algaande rooi van skaamte opgekrul
en skud nou bedees haar nuttelose drag
blare af. Vrugloos was dié stok se jaar
en sy brand nou so stuk-stuk af.

Die bol, die struik, die boom en blom
het ‘n saak met die stand van die son;
maar die kleiner een, die silwerling
van die nag, ons wufte maan – wat
kan sý met ‘n stuiwer bring?

Ag, sy grimeer maar na gelang van dit
wat die Bul verlang. Saans bak sy mooi
broodjies, volrond, en sy gaan haar gang;
sy doen gewoon en gedra haar fatsoenlik
- soos dit ‘n kieskeurige dame betaam
wat van groter dinge weet; sy wat kuis
bly wag op die koms van die Ram.

 

 

THE STARS FORETELL

When the Zodiac revolves towards
the sign of the Bull, the nights grow still
and the earth grows cold. The rank wild grape
gradually curls up in her blush of bashfulness,
timidly casting off her ineffectual robes
of leaves. Fruitless was this vine’s year
and piecemeal she is now burning down.

The bulb, the shrub, the tree and flower
have a concern with the position of the sun;
but the smaller one, the silverling
of the night, our frivolous moon – what
ha’penny’s worth can she bring?

Ah, she titivates herself to please
the Bull. At night it’s time for humble
pie, full-rounded, and she goes her way;
as always she behaves respectfully
– as befits a fastidious lady
who knows of greater things; she who chastely
keeps waiting for the coming of the Ram.

 

Vertaald door Charl J.F. Cilliers

 

 

 1751662-88073ce75dd343732a0139b00c3d0064.jpg
Lucas Malan (19 juli 1946 - 15 april 2010)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten