Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 augustus 2014 tot 7 augustus 2014

John Birmingham, Vladimir Sorokin, Michael Roes, Cees Buddingh’, Joachim Ringelnatz

De Australische schrijver John Birmingham werd geboren op 7 augustus 1964 in Liverpool, Engeland. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor John Birmingham op dit blog.

Uit: Without Warning

„They were her mission. And her name wasn’t Cathy. It was Caitlin.
The women were dressed in cheap clothing, layered for warmth. Falling back into the pillows, recovering from an uncontrolled moment of vertigo into which she had fallen, Caitlin Monroe composed herself. She was in a hospital bed, and in spite of the apparent poverty of her “friends,” the private room was expensively fitted out. The youngest of the women wore a brown suede jacket, frayed at the cuffs and elbows and festooned with colorful protest buttons.
A stylized white bird. A rainbow. A collection of slogans: Halliburton Watch. Who Would Jesus Bomb? And Resistance Is Fertile.
Caitlin took a sip of water from a squeeze bottle by the bed.
“I’m sorry,” she croaked. “What happened to me?”
She received a pat on the leg from an older, red-haired woman wearing a white T-shirt over some sort of lumpy handmade sweater. Celia. “Auntie” Celia, although she wasn’t related to anyone in the room. Auntie Celia had very obviously chosen the strange ensemble to show off the writing on her shirt, which read If you are not outraged you are not paying attention.
“Doctor!” cried the other older woman, who had just moved to the doorway.
Maggie. An American, like Caitlin. And there the similarity ended. Maggie the American was short and barrel-chested and pushing fifty, where Caitlin was tall, athletic, and young.
She felt around under her blanket and came up with a plastic control stick for the bed.
“Try this,” she offered, passing the controller to the young girl she knew as Monique, a pretty, raven-haired Frenchwoman. “See, the red call button. That’ll bring ’em.” Then, gently touching the bandages that swaddled her head, she asked, “Where am I?”
“You’re in a private room, at the Pitié-Salpêtrière Hospital in Paris,” explained Monique. “Paris, France,” she added self-consciously.
Caitlin smiled weakly. “’Okay. I remember that Paris is in France.” She paused. “And now I am, too, I guess. How did I get here? I don’t remember much after coming out of the Chunnel on the bus.”


 

 1635370-4cfc65d9cbfe3536dcf6137b9320e9fe.jpg
John Birmingham (Liverpool, 7 augustus 1964)

 

 

De Russische schrijver Vladimir Sorokin werd geboren op 7 augustus 1955 in Bykovo bij Moskou. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Vladimir Sorokin op dit blog.

Uit: Day of the Oprichnik (Vertaald door Jamey Gambrell)

“Forgive me for troubling you. All in the line of duty.”
I put the mobilov on the bedside table. Why the hell is the ambassador’s clerk reminding me about attendants? Ah, that’s right…now the ambassadorials are directing the hand-washing rite…I forgot…Keeping my eyes closed, I swing my legs over the edge of the bed and shake my head: it feels heavy after yesterday evening. I grope around for the bell, and ring it. Beyond the wall I can hear Fedka jump up from his pallet, bustle about; the dishes clink. I sit still, my head bowed and unwilling to wake up: yesterday, once more I had to fill the cup to the brim, although I solemnly swore to drink and snort only with my own fellows; I did ninety-nine bows of repentance in Uspensky Cathedral and prayed to St. Boniface. Down the drain! What can I do? I cannot refuse the great boyar Kirill Ivanovich. He’s intelligent and gives wise, crafty advice. I value a man who’s clever, in stark contrast to Poyarok and Sivolai. I could listen to Kirill Ivanovich’s sage advice without end, but without his coke he isn’t very talkative.
Fedka enters:
“Best of health to you, Andrei Danilovich.”
I open my eyes.
Fedka is holding a tray. His face is creased and lopsided as it is every morning. He’s carrying a traditional hangover assortment: a glass of white kvass, a jigger of vodka, a half-cup of marinated cabbage juice. I drink the juice. It nips my nose and purses my cheekbones. Exhaling, I toss the vodka down in a single gulp. Tears spring to my eyes, blurring Fedka’s face. I remember almost everything—who I am, where, and what for. I steady my pace, inhaling cautiously. I wash the vodka down with the kvass. The minute of Great Immobility passes. I burp heartily, with an inner groan, and wipe away the tears.“

 

 1635370-4e5f8a4a9354abec01c3c9af41a947ce.jpg
Vladimir Sorokin (Bykovo, 7 augustus 1955)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en filmmaker Michael Roes werd geboren op 7 augustus 1960 in Rhede. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Michael Roes op dit blog.

 

AINEIAS

Ich flieh aus der Vaterstadt, doch
entkomme ihr nicht, ich spür

Ihren Blick im Nacken, hör
ihren Tritt, obgleich sich nichts regt

Und dreh ich mich um, finde ich nur
in meiner Spur die Spuren Vergangener

Die Schritte der Väter. Doch lahmt der Vater
denn nicht, der Ertragene

An den Küsten bedeuten die Väter uns nichts
von Wind und Strömung allein hängt die Fahrt ab

Was hinter uns bleibt, fressen Stute und Schlange
Kriegslist und Starrsinn. Sie ernähren einander

Während wir, mein Vater und ich, aneinander
gebunden, aneinander verhungern

Das Glück gibt sich vaterlos, der Glückliche
hätte gerufen: Ich trage die Last nicht länger

Und wie leicht wär es, nicht da zu sein
Nähm man von meinen Schultern die Pflicht

Die das Dasein mir aufgeladen. Die künftige Stadt
wär keine ausgegrabne, das stimmlose Greisenflehen

Trage mich weiter! Würd übertönt
von einem weichenden schwarzen: Bleibe noch

 

 

AL-QAHIRA

Das vergebliche Bemühen, jeden Morgen
die Wüste zusammenzukehren
Umverteilung
Staub in die Körperhöhlen, und das
Gerede vom Vortag, Insekten
in den gesungenen Augen, die Broschüren
über
The Essentials of
Endocrinology graubrüchig, und selbst
Tageszeitungen am Mittag schon vergilbt

 

 1635370-8e2c811c2a39c67810f28cd8f97daaaf.jpg
Michael Roes (Rhede, 7 augustus 1960)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaïst Cees Buddingh’ werd op 7 augustus 1918 geboren in Dordrecht.Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Cees Budding’ op dit blog.

 

wie het weet mag het zeggen

sinds een paar weken heb ik last
van mieren in de keuken

overdag zie je ze nauwelijks, maar 's avonds
zo rond een uur of half tien
komen ze uit hun hoeken en gaten
dribbelen over ijskast en tafel
klimmen in lege flessen en glazen
en krioelen rond plekjes waar een druppel
limonade of een lik jam is gemorst

soms, als ik thee zetten ga,
sta ik ernaar te kijken
maar ik snap net zo min iets van hen
als zij iets van mij begrijpen

(trouwens: ze zien mij niet eens)

maar wat zien wij wel? misschien is kanker
ook een soort ddt)

 

 

Soms, s avonds

Soms, s avonds, staat mijn vader in de kamer.
Vreemd oud geworden, haast vel over been.
‘Slapen ze, Stientje en de jongens?’ ‘Ja, hoor.’
(Zij mogen hem niet zien.) Hij zucht tevree.

‘Maken ze ‘t goed? Geen zieken?’ ‘Nee, geen zieken
gelukkig. Alles prima. Hij glimlacht,
klein op een puntje van de bank, zijn benen
nog korter dan toen hij een jongen was.

We praten niet, maar ‘hou je taai, hè!’ knikken
we als vroeger. ‘k Ga weer eens. Dag knul.’Hij staat
nog even voor mijn moeders jeugdfoto.

Het tuinhek piept. Ik luister naar zijn stappen,
die vederlichte, bulderende stappen
van iemand die terug moet in de dood.

 

 1635370-d104fc8059b5e3b755f34724472354c3.jpg
Cees Buddingh’ (7 augustus 1918 - 24 november 1985)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, cabaretier en schilder Joachim Ringelnatz (eig. Hans Bötticher) werd geboren op 7 augustus 1883 Wurzen bij Leipzig. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Joachim Ringelnatz op dit blog.

 

Abschied der Seeleute
Chor der Seeleute:

Wir Fahrensleute
Lieben die See.
Die Seemannsbräute
Gelten für heute,
Sind nur für to-day.

Die Mädchen, die weinen,
Sind schwach auf den Beinen.
Was schert uns ihr Weh !
Das Weh, ach das legt sich.
Unsre Heimat bewegt sich
Und trägt uns in See,
Far-away.

Chor der Mädchen:

Wir, die Bräute
Der Fahrensleute,
Lieben und küssen,
Doch wissen, sie müssen
Zur Seefahrt zurück.

Und wenn sie ertrinken,
Dann - wissen wir - winken
Uns andre zum Glück.

 

 

Berlin (An den Kanälen)

Auf den Bänken
An den Kanälen
Sitzen die Menschen,
Die sich verquälen.

Sausende Lichter,
Tausend Gesichter
Blitzen vorbei: Berlin.
Übers Gewässer
Nebelt Benzin ...
Drunten wär's besser.

Hinter der Brücke
Flog eine Mücke
Ins Nasenloch.

Loch meiner Nase,
Nasenloch, niese doch
In die stille Straße!

Auf dem Omnibus, im Dach
Rütteln meine Knochen,
Werden gute Worte wach,
Bleiben ungesprochen. - -

Ach, da fällt mir die alte Zeitungsfrau ein -
Vanblix oder Blax soll sie heißen -
Die hat ein so seltsames Schütteln am Bein,
Daß alle Hunde sie beißen. -

An den Kanälen
Auf den dunklen Bänken
Sitzen die Menschen, die
Sich morgens ertränken.

 

 1635370-3d86349c21981bf4f96b2f848a83d5bd.jpg
Joachim Ringelnatz (7 augustus 1883 – 17 november 1934)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn blog van 7 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Diana Ozon

De Nederlandse dichteres Diana Ozon (pseudoniem van Diana Groenveld) werd geboren in Amsterdam op 7 augustus 1959. Ozon publiceerde haar eerste gedichten in de schoolkrant van het Hervormd Lyceum Zuid te Amsterdam. Na haar middelbareschooltijd begon ze een opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie maar haakte al snel af. Vanaf 1977 werd Diana Ozon een belangrijke spil in de Amsterdamse punkbeweging. De bekende gekraakte Zebrapanden in Amsterdam werden mede door haar toedoen omgetoverd tot een soort van punkhoofdkwartier waarin de punkclub DDT666 en het redactiecentrum van de roemruchte Koekrant waren gehuisvest. Diana Ozon was op dat moment de eerste en enige Nederlandse punkdichter en hielp daarmee een belangrijke brug te slaan tussen jeugd en literatuur. Vanaf 1982 werd Ozon ook op nationaal niveau meer bekend nadat ze bij uitgeverij Guus Bauer haar twee bundels Laag bij de Gronds en De Obscure Camera publiceerde. Bulkboek lanceerde haar in het themanummer De Popdichters. De bundel Hup de Zee bracht haar in 1986 op een lange tournee door het land die in 1988 resulteerde in De Ozon Expres. Daarna volgde in 1991 de schelmenroman Kraker Jack, over een dolgedraaide actievoerder. Met de bundel Stad Sta Stil sloot ze in 1993 de periode van punk en kraken af en sloeg vervolgens via cyberpunk nieuwe wegen in. In de jaren negentig ging de dichteres zich steeds meer bezighouden met computers en internet en in 1995 was ze de eerste Nederlandse dichter die via het World Wide Web voordroeg. In 2005 kwam haar poëzie weer in boekvorm uit met de bundel Bronwater, in 2009 gevolgd door de bundel Hartspanne. Met de band De Drie Boeddha’s brengt ze poëzie op muziek van gitariste en componiste Wil Schmal. Ozon is tot op heden actief als performance-dichter in de Nederlandse traditie waartoe ook Simon Vinkenoog, Johnny van Doorn, Jules Deelder en Bart Chabot gerekend kunnen worden.

 

Pandora

K=l m=U
ben volledig URS
compleet compmate
in megabytes

Ontdek een virus
bytje bij byte
datastring na string
delete mijn ervaring

bijzonderheid van
'ik houd van jou'is
macro op je comp
smiley, 'k=, schatje'

Je holt de chat uit
rolt een nieuw bed in
Sorry I can't read
Oress escape to end.

 

 

Maar...

Met haat kom je nergens
kun je nergens naar toe
ook niet naar Timboektoe
nergens kun je heen
je staat helemaal alleen
want waar je ook gaat
je treft alleen je eigen haat

 

 

 1790092-a08bcb76970bef2eda2a6a87cfece605.jpg
Diana Ozon (Amsterdam, 7 augustus 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kjell Westö, Diane DiPrima, Alfred Lord Tennyson, Paul Claudel, Yacine Kateb

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit: Wo wir einst gingen (Vertaald door Paul Berf)

»Es ist gut«, sagte der stellvertretende Amtsrichter Gylfe mit Nachdruck und riss sie aus ihren Gedanken, »die gnädige Frau ruft Fräulein Vivan dann, wenn es Zeit für den Braten ist, wir haben ja die Klingel, Vivan kann zusammen mit Frau Holmström in der Küche warten.« Vivan knickste und öffnete die Tür zum Flur. Auf dem Weg zur Küche sah sie, dass der ältere der beiden Söhne des Hauses ihren Blick einzufangen suchte, aber sie gab vor, ihn nicht zu bemerken.
Es dauerte nicht lange, bis die beiden halbwüchsigen Jungen der Familie anfingen, sie nicht Vivan, sondern Gullvivan, Schlüsselblume, zu nennen. Anfangs sah sie darin nichts Unziemliches, denn schon daheim im Dorf hatten die jungen Männer ihr verschiedene Kosenamen gegeben und freundschaftlich benutzt. Doch wenn Magnus und Carl-Gustaf Gylfe den neuen Namen verwandten, huschte etwas über ihre glatten Gesichter, das Vivan als Geringschätzung und Hohn deutete, und manchmal schob sich Magnus, der ältere, plötzlich aus dem luxuriösen Badezimmer der Herrschaften mit Toilettenlüftung und einer Badewanne, die auf bronzenen Löwenpranken stand, und trällerte daraufhin mit leiser Stimme: Vivan, Vivan, Herz aus Gold, Vivan, Vivan, wann bist du mir hold, und seine Hose beulte sich aus, wenn sie mit pochendem Herzen und einem vollbeladenen Tablett in den Händen im dunklen Flur an ihm vorbeieilte. Die beiden Söhne des Hauses glichen in ihren Augen verhätschelten Hauskatzen, und sie spürte die Blicke der beiden auf ihrem Körper, sie spürte diese Blicke, wenn sie servierte, wenn sie die Palmen goss, wenn sie die Kleider und Bettbezüge einsammelte, um sie zur Wäscherin zu bringen, wenn sie mit klappernden Absätzen die Treppen hinabrannte, um zum Markt zu gehen und Waren einzukaufen, wenn sie von Wahlman oder Silfverberg & Wecksell wieder einmal einen teuren und voluminösen Neuzugang für Frau Gylfes Hutsammlung anschleppte. Sogar wenn sie auf dem Weg zum Abort des Dienstpersonals über den Hof schlich, spürte Vivan die Blicke der beiden Gylfe-Söhne, und es war ihr lieber, erst gar keinen Gedanken daran zu verschwenden, was die Brüder über sie sagten, sobald sie außer Hörweite war.
Vivans Mutter Magda war in der Stadt geboren worden und hatte in Tollander & Klärichs Tabakfabrik und als Aufwärterin im Hotel Kleineh gearbeitet, ehe sie heiratete und die Frau eines Kleinbauern in Inga Degerby wurde.“

 

 1635012-6e2645a0cd118a6480d24b344d3ae69f.jpg
Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Diane DiPrima werd geboren op 6 augustus 1934 in New York. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Diane DiPrima op dit blog.

Uit: Revolutionaire brieven (Vertaald door Simon Vinkenoog)

Tweeëntwintigste revolutionaire brief

wat wil je
dat je kinderen leren, kan het je schelen
of ze van fabrieken weten, chemische formules, theorie
van getallen, vergelijkingen, filosofie, semantiek
symbolische logica, latijn, geschiedenis, zogenaamd, die alleen
maar geschiedenis van de geest van de westerling is,
minst interessante van talloze manifestaties op deze planeet?

kan het je schelen
of hij leert in het bos te leven, een
gebroken arm te spalken, zijn eigen
kleren verstellen, eenvoudig eten koken, helpen
een kalf of baby ter wereld te brengen? als er auto's zijn
moet hij dan niet weten hoe hij de zijne aan de gang houdt?
hoe kan hij deze dingen leren, kan hij ze leren
afgesloten in een gipsen doos, verpakt
in een grotere betonnen doos die 'school' heet bezig met papier
van 's morgens tot 's avonds, geen klei of mortel, geen
pigment vermalend, geen zaaigoed in zwarte aarde potend
komt voorjaar, hoe zal hij weten
een konijn te strikken, een vlot te bouwen,
te koersen op de sterren, of veilige grond vinden
om op te slapen? wat doet hij al zijn leerjaren
binnenshuis, alsof de planeet niets meer was dan een voertuig
om onze plastic bouwsels rond de zon te dragen

 

 1635012-879422124f100aaadf584c20afb01afb.jpg
Diane DiPrima (New York, 6 augustus 1934)
Cover

 

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

In Memoriam A. H. H.:

2.

Old Yew, which graspest at the stones
That name the under-lying dead,
Thy fibres net the dreamless head,
Thy roots are wrapt about the bones.
The seasons bring the flower again,
And bring the firstling to the flock;
And in the dusk of thee, the clock
Beats out the little lives of men.
O not for thee the glow, the bloom,
Who changest not in any gale,
Nor branding summer suns avail
To touch thy thousand years of gloom:

And gazing on thee, sullen tree,
Sick for thy stubborn hardihood,
I seem to fail from out my blood
And grow incorporate into thee.

 
7.

Dark house, by which once more I stand
Here in the long unlovely street,
Doors, where my heart was used to beat
So quickly, waiting for a hand,
A hand that can be clasp'd no more--
Behold me, for I cannot sleep,
And like a guilty thing I creep
At earliest morning to the door.
He is not here; but far away
The noise of life begins again,
And ghastly thro' the drizzling rain
On the bald street breaks the blank day.

 
16.

I envy not in any moods
The captive void of noble rage,
The linnet born within the cage,
That never knew the summer woods:
I envy not the beast that takes
His license in the field of time,
Unfetter'd by the sense of crime,
To whom a conscience never wakes;
Nor, what may count itself as blest,
The heart that never plighted troth
But stagnates in the weeds of sloth;
Nor any want-begotten rest.

I hold it true, whate'er befall;
I feel it, when I sorrow most;
'Tis better to have loved and lost
Than never to have loved at all.

 

 1635012-1ef702d8f488198b1a012ca4dd8490e6.jpg
Alfred Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)
Buste van Arthur Henry Hallam (A. H. H.) door Francis Leggatt Chantrey

 

 

De Franse dichter, schrijver en diplomaat Paul Claudel werd geboren op 6 augustus 1868 in Villeneuve-sur-Fère. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Paul Claudel op dit blog.

 

Pensée En Mer

Le bateau fait sa route entre les îles; la mer est si calme qu’on dirait qu’elle n’existe pas. Il est onze heures du matin, et l’on ne sait s’il pleut ou non.
La pensée du voyageur se reporte à l’année précédente. Il revoit sa traversée de l’Océan dans la nuit et la rafale, les ports, les gares, l’arrivée le dimanche gras, le roulement vers la maison, tandis que d’un oeil froid il considérait au travers de la glace souillée de boue les fêtes hideuses de la foule. On allait lui remontrer les parents, les amis, les lieux, et puis il faut de nouveau partir. Amère entrevue! comme s’il était permis à quelqu’un d’étreindre son passé.
C’est ce qui rend le retour plus triste qu’un départ. Le voyageur rentre chez lui comme un hôte; il est étranger à tout, et tout lui est étrange. Servante, suspends seulement le manteau de voyage et ne l’emporte point. De nouveau, il faudra partir! A la table de famille le voici qui se rassied, convive suspect et précaire. Mais, parents, non! Ce passant que vous avez accueilli, les oreilles pleines du fracas des trains et de la clameur de la mer, oscillant, comme un homme qui rêve, du profond mouvement qu’il sent encore sous ses pieds et qui va le remporter, n’est plus le même homme que vous conduisîtes au quai fatal. La séparation a eu lieu, et l’exil où il est entré le suit.

 

 1635012-542bbd1beb2df41cf977522b3c8f5e55.jpg
Paul Claudel (6 augustus 1868 – 23 februari 1955)

 

 

De Algerijnse schrijver Yacine Kateb werd geboren op 6 augustus 1929 in Zighout-Youcef. Zie en ook alle tags voor Yacine Kateb op dit blog.

 

Pour novembre...

Il est des jeunes bras
Qui sont morts
Tendus vers une mère…

Oh ! Les poitrines fortes,

Les poitrines sanglantes
De ceux qui ont battu le fer,
Pour être vaincus par l’argent !...

Et ces morts qui ont battu pour d’autres…

Et ceux qui sont partis en chantant
Pour dormir dans la boue anonyme de l’oubli.
Et ceux qui meurent toujours
Dans la gaucherie des godillots
Et des habits trop grands
Pour des enfants !

Aux soirs tristes

De mortes minutes,
Il est un gars qui tombe
Et sa mère qui meurt pour lui,
De toute la force de son vieux cœur…

Il est des voitures qui geignent

Et aussi des petits héros qui crient
Leur désespoir de pourrir à l’aurore…

Mais les morts les plus à plaindre,

Ceux que mon cœur veut consoler,
Ce sont les pauvres d’un pays de soleil,
Ce sont les champions d’une cause étrangère,
Ceux qui sont morts pour les autres,

ET POUR RIEN !

 

 1635012-1e6c94f8ef78ea112e0fd10633a4e9b1.jpg
Yacine Kateb (6 augustus 1929 – 28 oktober 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten