Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 augustus 2014 tot 9 augustus 2014

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer, Linn Ullmann

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

Moedermuseum

Ik heb mijn moeder naar een museum gebracht,
suppoost vooruitbetaald om over haar te waken.
Zij zat voortdurend aan zichzelf te knagen
tot enkel kraakbeen van haar overbleef.

Er kwam een firma langs om haar te stutten,
om lichaamsdeel na lichaamsdeel te restaureren
tot zij weer sexy presentabel voor de wereld was.
Onder woonachtigheid ging zij gebukt,

onder herinnering waaraan zij vast bleef kleven
en onder wijdverspreide wankelmoedigheid,
die grotendeels uit zwangerzucht bestaat.

Ik heb mijn moeder naar een museum gebracht
waar zij door tallozen zo mateloos bewonderd wordt
dat zij haar soms met zoutzuur naar het leven staan.

 

 

Trappen

Er zijn er naar beneden en naar boven.
Ze lijken zo verdomd goed op elkaar
dat men ze meestal met elkaar verwart.
Wel gaat het altijd sneller naar beneden.

Tussen muffe kelders en fier firmament
is waar ik woon, waar het hedendaagse
ondermaanse mij meedogenloos voorbijziet
of mij - trap op, trap af - juist breeduit salueert,

misschien zelfs rakelings langs een Vermeer
of langs licht loensende, zeegroene ogen.
'Er heerst hier veel te veel beneden,' mokt de een.

'O, al dat loze boven,' zucht een ander. En ook: 'Waar
gaat toch alles wat verdwijnen moet naartoe? Naar boven?
Naar beneden? En zijn daar dan voldoende trappen voor?

 

 

Het Winkeltje

Ik heb nog een antiquariaatje
van geel verkleurde dromen
op de oever van groot failliet.
Veel komen er niet, maar die er komen,
kopen met tweedehands verdriet.

 

 

 1636169-ee92776b6e24d52f715ccd22a2d30383.jpg
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Philip Larkin op dit blog

 

Naar de kerk

Zodra ik zeker weet, dat ik alleen ben
stap ik hier binnen, trek de deur achter me dicht.
Alweer zo’n kerk met rijen banken, oude steen,
overal boekjes; bloemen, afgeknipt
voor zondag, nu verkleurd; glimmende dingen,
daar, waar het heilige gebeurt; een orgeltje;
een oude stilte, vol tastbare spanning
die, God weet al hoe lang, hier hangt. Ik heb geen hoed
maar haal beleefd de fietsklem van mijn broek

en loop naar voren, strijk over het doopvont.
Het dak ziet er, van onderaf gezien, goed uit.
Gerestaureerd? Geverfd? Ik weet het niet, hoe het komt.
Ik ga de preekstoel op. Ik declameer
een paar loodzware verzen, en besluit
met tot zover. Ik klink toch harder dan ik dacht.
De echo doet me na, en ik loop naar de uitgang,
teken het boek, doneer een klein bedrag,
ik weet niet goed meer waar ik hier voor kwam

en toch kwam ik hier weer. Zoals in feite vaak
en altijd weer zonder idee, uiteindelijk,
niet wetend waar te kijken, met de vraag,
als kerken ooit volledig uit de tijd zijn,
wat wij met die gebouwen doen, houden we dan
sommige kathedralen open voor publiek,
met al dat heiligs mooi tentoongesteld,
en sloopt de regen en het vee de andere –
wil niemand dan nog op die onheilsplaatsen komen?

Of komen in de nacht dan vreemde vrouwen
hun kinderen een steen aan laten raken
om zo van kanker te genezen; zouden ze
een dode rond zien lopen, ’s avonds laat?
Iets van de kracht zal wel blijven bestaan
in spelletjes en schijnbaar onlogische namen;
maar bijgeloof, net als geloof, dat blijft niet duren,
wat blijft, als ook het ongeloof voorbijgegaan is?
Gras, onkruid op de tegels, een paar muurtjes, lucht

en elke week iets minder van de vorm,
een minder duidelijke functie. Wie,
vraag ik me af, is dan de laatste die hier komt,
voor wat dit was. Iemand, misschien, die
wat op het hout klopt, weet dat dit het koor heet?
Een zuiplap, zoekend naar antiek,
een kerstliefhebber, die nog hoopt
op het geluid van orgels en de lucht van wierook?
Of iemand namens mij, meer zoals ik,

die hier verveeld en ondeskundig komt, maar weet
wat het gehalte geest is op dit kruispunt, deze grond,
die hier, gemengd met stadsstof, zuinig is geweest,
die heeft bewaard wat nu alleen nog voorkomt
in afscheid, trouwerijen en geboortes,
in dood en denken aan de dood – omdat daarvoor
dit ding gebouwd is? Ik heb geen idee
wat deze opgetuigde klamme huls nog waard is,
ik sta hier graag in stilte, en alleen.

Een serieus gebouw op serieuze grond,
hier hangt de lucht van al onze obsessies
die hier, als noodlot aangekleed, tot rust komen.
En dat is dan toch iets dat niet verdwijnt,
want steeds is er weer iemand die zichzelf verrast
met de behoefte voortaan serieus te zijn,
zijn aandacht zal op deze grond worden gericht:
hij hoorde, dat dit goede grond voor wijsheid was,
alleen al door de vele doden die hier liggen.

 

Vertaald door Menno van der Beek

 

 1636169-0d0d93aee79f988862399b6824a242a3.jpg
Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Kouwenaar op dit blog.

 

Zomergedicht

Van minder een stoel getimmerd, men gaat zitten
onder een verbazingwekkend roerloze zon

terwijl de dorpskinderen de vrede bezingen
op hun blinkende brommers, terwijl de hemel

ondiep is als water onder een roeiboot, terwijl
men woorden laat drijven en zinken

hoort men zich roepen, bloed valt uit de bomen
men herkent zich, staat op om te stelpen

hoe hol de taal nu zijn leegte bevredigt, als os
zich laat slachten, als vlees zich laat strelen

hoe de vogel ontvleugelt, het huis niet meer woont
het brood niet meer eet, de stoel niet meer zetelt

later in donker als men dit uitleest is het heden
geweest, zelfs de verte beweegt niet, alleen

op de bodem martelt nog eten, de maan
als vanouds maak minder bitter en witter -

 

 

Het is zo vandaag

Het is zo vandaag als altijd, heel lang
zijn als altijd de dagen, als altijd
smelt elke dag te vlug het blokje ijs, terwijl

men nog dagen kijkt naar zijn huid, overal
gaten die er gisteren niet waren, overal
heden ontwaart, af en aan snelt met afval
en water, als razend de lieflijke geile
maagdelijke wijnranken bijsnijdt, is het
plotseling tijd

met de misplaatste snoeischaar
in het dal vallend bewijst men steeds eindiger
waar men naar omkijkt

 

 

Alleen in de tuin

Men zit met zijn schimmen in de tuin, licht
bladert schemer, er ademen oude nalatige vragen
men zwijgt zich tezamen, is sprekend zijn naaste
het is later, onhoorbaar als tijd

men zou dit ingedikt niets willen stillen ontmaken
deze langzame cirkel, dit doodlopend loze moment
willen wissen in scheurende zijde, ontastbare
tastende voeten voorbijgaand over het grind

zo duurt men nog even, uurglazen, eetgrage boeken
doodsnood van hongerend voedsel, dan vindt zich
het sterfelijk licht uit en gaat men, gaat men
naar binnen, gehoorzaam, verhoort men het donker -

 

 1636169-3147f3e3656a9708318f566aad96618e.jpg
Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923)

 

 

 

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929. Zie ook alle tags voor Henk Romijn Meijer op dit blog.

Uit: Toen Reve nog Van het Reve was

“Hij had er dadelijk twee op het oog, een met kleine harde tieten en een met grote zachte, ik kon kiezen, het kwam voor elkaar. Dat mijn been als gevolg van mijn ongeluk op den duur stijfgemaakt zou moeten worden inspireerde hem tot een opbeurende gang door de kamer als stijfpoot. Hij knipte voor mij een regenjas uit een lege aardappelzak op een dag van plotselinge regen, toen ik niets beschermends bij me had en schoof hem eigenhandig over mijn hoofd. ‘God zegen je, kerel,’ zei hij als altijd bij het afscheid.
Tirade ging hem ter harte. ‘Henk Meijer,’ zei hij, ‘dat is geen naam voor een schrijver. Hoe heet je moeder,’ zei hij. Het was meer een bevel dan een vraag. ‘Romijn. Dat zetten we ervoor.’ Hij nam een stuk papier en hij schreef. Hij beschouwde de indruk die de nieuwe naam maakte op meer dan leesafstand. ‘Een half pseudoniem,’ zei hij, ‘dat is modern. Zullen we het zo dan maar doen?’ Hij had het zo al gedaan. Hij was een gewetensvol redacteur. ‘We hebben nu iemand,’ vertelde hij me eens, ‘dat is een beeldhouwer en die is ook literair begaafd. Enigszins literair begaafd,’ zei hij, om preciezer te zijn. ‘Die brengt af en toe een verhaal en dan zeg ik, Waarom doe je dit niet een beetje anders en bekijk dat begin toch nog eens goed...’
De beeldhouwer heette natuurlijk Jan Wolkers en dat ‘enigszins literair begaafd’ lijkt me nog steeds een redelijk oordeel over het fenomeen op rupsbanden dat zo graag volhoudt dat het nooit enige steun heeft ontvangen, nooit niet, van niemand.
Meer dan twintig jaar geleden, dit alles, en nog veel meer. Nu spreekt Gerard zich uit over de zwarten. In een wereld die meende dat alle taboes waren verdwenen heeft hij nog een taboe aan het licht gebracht. Nog steeds slaagt hij erin om de mensheid te tergen. Hij is de pestkop gebleven die hij altijd al was.”

 

 1636169-307b897ece21ddf8effdaecf4f4aa501.gif
Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)
Cover

 

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook alle tags voor Linn Ullmann op dit blog.

Uit: The Cold Song (Vertaald door Barbara J. Haveland)

“But something was wrong. Siri held her breath. It had to do with Milla. Or something else. But Milla definitely had something to do with it. Her presence here at Mailund. The slightly lumpish body, the long dark hair (long dark hairs on the kitchen counter, in the bathroom sink, between the sofa and the sofa cushions, on the base-boards and doorframes), her face, sometimes pretty, sometimes not,
beseeching eyes.
More and more Siri found herself having to concentrate in order to keep herself in check—was that the expression? Keep oneself in check? Be one. One body, one voice, one mouth, one thread, and not fall apart, dissolve, collapse in a heap.
“Your main responsibility,” Siri said, “will be to look after Liv for five hours or so every day. But we’d be grateful if you’d keep an eye on Alma as well. Alma’s twelve. She’s”—Siri searched for the right word —“a bit of a loner.”
Milla laughed hesitantly, brushed the hair back from her pretty moon face and said that she thought it all sounded really great.
It was a mild, bright day in May and Siri had invited Milla to the house in Oslo. The idea was for them to get to know each other a little better before the summer. Alma was at school, Liv was at nursery school,
and Jon had gone for a long walk with Leopold. Something about a chapter he was having trouble writing.
Milla had replied to the ad on the Internet for a summer job and Siri had been taken with her application. In her e-mail she came across as a happy, friendly, reliable girl. It would be fantastic to get to know all of you and be able to be part of your family this summer. If I get the job I’ll do my best to be a good “big sister” to your daughters so that you and your husband won’t have to worry when you’re at work.»

 

 1636169-f482d5c75eeb396bfaa0bbcdec755e74.jpg
Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:38 Reageer op dit bericht

P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev, John Oldham, Izaak Walton

De Australische schrijfster Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook alle tags voor P. L. Travers op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit: Mary Poppins

“The watching children heard a terrific bang, and as she landed the whole house ­shook.
“How funny! I’ve never seen that happen before,” said ­Michael.
“Let’s go and see who it is!” said Jane, and taking Michael’s arm she drew him away from the window, through the Nursery and out on to the landing. From there they always had a good view of anything that happened in the front ­hall.
Presently they saw their Mother coming out of the drawing­-­room with a visitor following her. Jane and Michael could see that the newcomer had shiny black hair—“Rather like a wooden Dutch doll,” whispered Jane. And that she was thin, with large feet and hands, and small, rather peering blue ­eyes.
“You’ll find that they are very nice children,” Mrs. Banks was ­saying.
Michael’s elbow gave a sharp dig at Jane’s ­ribs.
“And that they give no trouble at all,” continued Mrs. Banks uncertainly, as if she herself didn’t really believe what she was saying. They heard the visitor sniff as though she didn’t ­either.
“Now, about reference—” Mrs. Banks went ­on.
“Oh, I make it a rule never to give references,” said the other firmly. Mrs. Banks ­stared.
“But I thought it was usual,” she said. “I mean—I understood people always ­did.”
“A very old­-­fashioned idea, to my mind,” Jane and Michael heard the stern voice say. “Very old­-­fashioned. Quite out of date, as you might ­say.”
Now, if there was one thing Mrs. Banks did not like, it was to be thought old­-­fashioned. She just couldn’t bear it. So she said ­quickly:
“Very well, then. We won’t bother about them. I only asked, of course, in case you—er—required it. The nursery is upstairs—”

 

 1636158-1d190834fd96aa30523ba090dbc8c9e0.jpg
P. L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)
Julie Andrews als Mary Poppins in de film uit 1964

 

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook alle tags voor Pierre Klossowski op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010

Uit: Le Baphomet

« -Frère Philippe, debout ! Montre-nous où s’est caché ta tête ! Allons cherche !
Le Roi décapité s’éloigne de la table, se retourne et les bras tendus, reprend sa marche hésitante vers le milieu de la salle. Mais comme il s’apprête à tourner le dos au personnage voilé, les Juifs s’avisent de le soutenir et le veulent guider : artisans et marchands là-contre hurlent de plus belle, que toutefois fascine la majesté acéphale qu’ils n’osent approcher.»
(…)

« Nulle satisfaction morale ici, qui ne saurait seulement être requise. Une violence d’un autre ordre naît dans notre condition : elle s’exerce par une totale indifférence. Elle est cette indifférence même : et ne laissant point de trace c’est la pire des violences ! Contre elle il me faut lutter, mes frères, jusqu’à la résurrection des corps. »
(…)

« - En vérité, je te le dis : quiconque nourrit son oubli de mon lait virginal reçoit l’innocence ; qui s’en est nourri a soif aussitôt de la semence de mon phalle ; mais qui a bu de ma semence, ne songe même plus à m’invoquer ; car il ne craint plus de passer dans les milliers de modifications qui jamais n’épuiseront l’Être.
- O Baphomet ! J’ai faim, j’ai soif de ton lait, de ta semence, ne me laisse pas languir tel le cerf altéré !»

 

 1636158-426578a1d29eec704c06969ed7dc9c50.jpg
Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)
Au miroir révélateur door Pierre Klossowski, 1986

 

 

De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook alle tasgs voor Daniel Keyes op dit blog en ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

Uit: Flowers for Algernon

“Dr Strauss showed me how to keep the TV turned low so now I can sleep. I don't hear a thing. And I still dont understand what it says. A few times I play it over in the morning to find out what I lerned when I was sleeping and I don't think so. Miss Kinnian says Maybe its another langwidge. But most times it sound american. It talks faster then even Miss Gold who was my teacher in 6 grade.
I told Dr. Strauss what good is it to get smart in my sleep. I want to be smart when Im awake. He says its the same thing and I have two minds. Theres the subconscious and the conscious (thats how you spell it). And one dont tell the other one what its doing. They dont even talk to each other. Thats why I dream. And boy have I been having crazy dreams. Wow. Ever since that night TV. The late late late show.
I forgot to ask him if it was only me or if everybody had those two minds.
(I just looked up the word in the dictionary Dr Strauss gave me.
The word is subconscious. adj. Of the nature of mental operations yet not present in consciousness; as, subconscious conflict of desires.) There's more but I still dont know what it means. This isnt a very good dictionary for dumb people like me.
Anyway the headache is from the party. My friends from the factery Joe Carp and Frank Reilly invited me to go to Muggsys Saloon for some drinks. I don't like to drink but they said we will have lots of fun. I had a good time.”

 

 1636158-612b232035679aa255e153e215c3039b.jpg
Daniel Keyes (New York, 9 augustus 1927)
Matthew Modine als Charlie Gordon in de film uit het jaar 2000

 

 

De Russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Zie ook alle tags voor Leonid Andreyev op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2009.

Uit: Lazarus (Vertaald door Abraham Yarmolinsky)

“When Lazarus rose from the grave, after three days and nights in the mysterious thraldom of death, and returned alive to his home, it was a long time before any one noticed the evil peculiarities in him that were later to make his very name terrible. His friends and relatives were jubilant that he had come back to life. They surrounded him with tenderness, they were lavish of their eager attentions, spending the greatest care upon his food and drink and the new garments they made for him. They clad him gorgeously in the glowing colours of hope and laughter, and when, arrayed like a bridegroom, he sat at table with them again, ate again, and drank again, they wept fondly and summoned the neighbours to look upon the man miraculously raised from the dead.
The neighbours came and were moved with joy. Strangers arrived from distant cities and villages to worship the miracle. They burst into stormy exclamations, and buzzed around the house of Mary and Martha, like so many bees.
That which was new in Lazarus' face and gestures they explained naturally, as the traces of his severe illness and the shock he had passed through. It was evident that the disintegration of the body had been halted by a miraculous power, but that the restoration had not been complete; that death had left upon his face and body the effect of an artist's unfinished sketch seen through a thin glass. On his temples, under his eyes, and in the hollow of his cheek lay a thick, earthy blue. His fingers were blue, too, and under his nails, which had grown long in the grave, the blue had turned livid. Here and there on his lips and body, the skin, blistered in the grave, had burst open and left reddish glistening cracks, as if covered with a thin, glassy slime. And he had grown exceedingly stout. His body was horribly bloated and suggested the fetid, damp smell of putrefaction.ut the cadaverous, heavy odour that clung to his burial garments and, as it seemed, to his very body, soon wore off, and after some time the blue of his hands and face softened, and the reddish cracks of his skin smoothed out, though they never disappeared completely. Such was the aspect of Lazarus in his second life. It looked natural only to those who had seen him buried.”

 

 1636158-2a64bb693748d8311c3b113332ca1ba7.jpg
Leonid Andreyev (9 augustus 1871 – 12 september 1919)
Portret van Andreyev op een yacht door Ilya Repin, 192

 

 

De Engelse dichter en vertaler John Oldham werd geboren in Shipton Moyne (Gloucestershire) op 9 augustus 1653. Zie ook alle tags voor John Oldham op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2009.

 

The Careless Good Fellow (Fragment)

I mind not grave asses, who idly debate
About right and succession, the trifles of state;
We've a good king already: and he deserves laughter
That will trouble his head with who shall come after:
Come, here's to his health, and I wish he may be
As free from all care, and all trouble, as we.

What care I how leagues with the Hollander go?
Or intrigues betwixt Sidney, and Monsieur D'Avaux?
What concerns it my drinking, if Cassel be sold,
If the conqueror take it by storming, or gold?
Good Bordeaux alone is the place that I mind,
And when the fleet's coming, I pray for a wind.

The bully of France, that aspires to renown
By dull cutting of throats, and vent'ring his own;
Let him fight and be damn'd, and make matches and treat,
To afford the news-mongers, and coffee-house chat:
He's but a brave wretch, while I am more free,
More safe, and a thousand times happier than he.

Come he, or the Pope, or the Devil to boot,
Or come faggot, and stake; I care not a groat;
Never think that in Smithfield I porters will heat:
No, I swear, Mr. Fox, pray excuse me for that.
I'll drink in defiance of gibbet, and halter,
This is the profession, that never will alter.

 

 1636158-5a11a00e03fc6e51fb4ec897a66d2ef2.jpg
John Oldham (9 augustus 1653 - 9 december 1683)

 

 

De Engelse schrijver Izaak Walton werd geboren in Stafford op 9 augustus 1593. Zie ook alle tags voor Izaak Walton op dit blog en eveneens mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2009.

 

An Elegie upon Dr. Donne (Fragment)

Our _Donne_ is dead; England should mourne, may say
We had a man where language chose to stay
And shew her gracefull power.I would not praise
That and his vast wit (which in these vaine dayes
Make many proud) but, as they serv'd to unlock
That Cabinet, his minde: where such a stock
Of knowledge was repos'd, as all lament
(Or should) this generall cause of discontent.
And I rejoyce I am not so severe,
But (as I write a line) to weepe a teare
For his decease; Such sad extremities
May make such men as I write Elegies.
And wonder not; for, when a generall losse
Falls on a nation, and they slight the crosse,
God hath rais'd Prophets to awaken them
From stupifaction; witnesse my milde pen,
Not us'd to upbraid the world, though now it must
Freely and boldly, for, the cause is just.
Dull age, Oh I would spare thee, but th'art worse,
Thou art not onely dull, but hast a curse
Of black ingratitude; if not, couldst thou
Part with _miraculous Donne_, and make no vow
For thee, and thine, successively to pay
A sad remembrance to his dying day?

 

 1636158-1c978be9e40f3e5fb3a4b163d9388420.jpg
Izaak Walton (9 augustus 1593 - 15 december 1683)
Portret door Jacob Huysman, National Portrait Gallery, London, z.j.

Geschreven door Romenu om 15:38 Reageer op dit bericht

Jostein Gaarder, Klaus Ebner, Birgit Vanderbeke, Gernot Wolfram, Sara Teasdale, Hieronymus van Alphen

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook alle tags voor Jostein Gaarder op dit blog.

Uit: Der Geschichtenverkäufer(Vertaald door Gabriele Haefs)

„Auf dem Weg durch Aurlandsdalen kam mir ein Gedanke. Er war mir ganz neu und hing damit zusammen, daß ich kurz zuvor im Club 7 einen jungen Autor kennengelernt hatte. Er war nur vier oder fünf Jahre älter als ich. Ich hatte ihn zu einer Flasche Wein eingeladen, und wir hatten uns einen ganzen Abend lang unterhalten. Er trug zwar eine fetzige John-Lennon-Brille, die richtige Menge Haare und Bart und einen korrekt verschlissenen Cordanzug, aber er war noch mindestens ebenso kindlich wie meine Altersgenossen, die Abiturienten. Ich zog eine Notiz hervor, die ich mir früher an diesem Tag gemacht hatte, es handelte sich um drei oder vier dicht beschriebene Seiten mit einem raffinierten Romansujet. Ich ließ ihn meinen Text überfliegen, und er war begeistert. Er musterte mich neidisch, dann überschüttete er meinen Entwurf mit wildem Lob. Was mich nicht überraschte: Ich wußte, daß die Romanidee großartig war. Trotzdem machte es mir keine Freude, gelobt zu werden, schon gar nicht von einem so jungen und unerfahrenen Autor; deshalb hatte ich ihm meine Notizen nicht gezeigt. Wenn du den Wein bezahlst, kannst du die Idee haben, sagte ich. Er glotzte mich an. Ich verspreche dir, niemandem zu erzählen, woher du sie hast, aber das kostet dich den Wein und fünfzig Kronen. Er gab mir das Geld zurück, das ich bereits für den Wein bezahlt hatte, und legte noch einen Hunderter dazu. Im Club 7 mußte der Wein bezahlt werden, bevor die Flasche geöffnet wurde. Als ich das Geld einsteckte, entdeckte ich Meter. Er stolzierte wütend zwischen den Tischen einher, fuhr vor unserem Tisch herum und drohte mir mit dem Stock.
Heute ist der junge Mann mit der John-Lennon-Brille einer der führenden Autoren des Landes, vor nicht allzu langer Zeit wurde sein fünfzigster Geburtstag gefeiert. Ich bin ihm später noch viele Male begegnet, inzwischen fließen mir zehn Prozent der Honorare aus seinen Buchverkäufen zu. Aber das wissen nur er und ich.
In Aurlandsdalen blieb ich lange vor einem großen Hexenkessel stehen, der Vetlahelvete genannt wird, Kleine Hölle; hier ging mir zum ersten Mal auf, daß ich mir mit meinen vielen Ideen vielleicht doch meinen Lebensunterhalt verdienen könnte. Mit ihnen besaß ich etwas, das vielen anderen nicht gerade zuflog. Ich war nicht eitel und wollte auch nicht berühmt werden, aber ich brauchte Geld und hatte nicht vor, mir einen Sommerjob zu suchen. Nach dem 15. September würde ich zudem über keinerlei Einkommen mehr verfügen, das hatte mein Vater absolut klargestellt. Ich würde sicher studieren, hatte er gesagt, und alle Studenten hätten Anspruch auf ein Studiendarlehen. Vater wußte nicht, daß ich von einem Studiendarlehen niemals würde leben können, schon die Kosten für die Mädchenbesuche sprengten den Rahmen dessen, was ich von der staatlichen Darlehenskasse erwarten konnte. Wenn ich kein Geld hätte, könnte ich mich außerdem nicht mehr frei bewegen. Diese Vorstellung sagte mir überhaupt nicht zu.”

 

 1635840-96b04f70be43289b4d428d7e04ff6541.jpg
Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Klaus Ebner werd geboren op 8 augustus 1964 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Ebner op dit blog.

Uit: Papierflieger

„Stille. Wie lange ich hier bin, kann ich nicht sagen; ich habe keine Uhr. Die Fäuste in den Manteltaschen, ziehe ich die Schultern hoch und senke das Kinn in den Schal. Es ist schon eigenartig, wie viele Jahre man reden kann, ohne den Sinn der Worte wirklich zu verstehen. Was bedeutet denn ein Schritt zurück? Als du davon gesprochen hast, kannte ich dich kaum.
Ich glaube, es zieht mich in alle Richtungen; ich lasse mich treiben, schließe die Augen und versuche, alles um mich herum zu vergessen. Mir ist nicht bekannt, welcher Weg der richtige ist. Du meintest, ich schaue weg, und ich weiß, du hattest Recht.
Mein Blick ist nach oben gewandt, als käme von dort eine Lösung, und nicht einmal, wenn ich die Augen verschließe, stolpere ich. Der Schnee dämpft jeden Schritt und gleichzeitig höre ich das dumpfe Knarren, wenn die Kristalle von meiner Sohle zusammengedrückt werden.
Was du in meinen Augen gesehen hast, kommt mir in den Sinn. Mit einem Lied sprachst du es an und mit Worten, mit Gesten und deinem Blick, den ich, das ist mir jetzt bewusst, nicht zu mir lassen wollte. Noch immer weiß ich nicht, wer von uns beiden irrte.
Oft wünsche ich mir, ich wäre ein Papierflieger. Dann flöge ich über deinem Kopf, um dich zu begleiten. Ich sähe, was du tust, wüsste, wie es dir geht, und fühlte, was du fühlst. Nichts hielte mich auf, weder Sturm noch Regen. Ich wäre ein ganz besonderer Papierflieger, denn nichts könnte mich hindern, bei dir zu sein.
Nicht wissend, wohin ich mich wenden soll, mit dem Gefühl, nichts von alldem beendet zu haben, und verzweifelt darüber, noch immer am Anfang zu stehen, halte ich an. Erst als der Wind so scharf über die Böschung bläst, dass meine Wangen zu frieren beginnen, bemerke ich, dass ich viel zu lang schon vor einem Grab stehe.“

 

 1635840-b7c08630b44aded1699aed7babc96c57.jpg
Klaus Ebner (Wenen, 8 augustus 1964)

 

 

De Duitse schrijfster Birgit Vanderbeke werd geboren op 8 augustus 1956 in Dahme. Zie ook alle tags voor Birgit Vanderbeke op dit blog.

Uit: Die Frau mit dem Hund

„Bis zu jenem Oktoberabend war der siebte Distrikt ruhig und friedvoll gewesen. Die Bewohner waren damit beschäftigt, Bonuspunkte und -sterne zu sammeln, um das bevorstehende Weinfest angemessen begehen zu können. Sie bereiteten sich auf die Übertragung des Wettbewerbs der Kulturen vor, eines der wichtigsten Medienereignisse des Jahres, und außerdem hatte Kabel 7 eine neue Show aufgelegt, "Cosy Home", bei der man anrufen, an einer Meinungsumfrage teilnehmen und, wenn man unter die ersten fünfzig Anrufer kam, etwas Schönes für die Wohnung gewinnen konnte. Jule Tenbrock beeilte sich auf dem Heimweg, um den Anfang nicht zu verpassen. Im Super-K hatten sie indische Woche, und Jule nahm die Komplettbox Maharani, Käsecracker, Kichererbsen-Masala und Obstsalat von exotischen Früchten, hielt rasch noch im Coffee-Point, um einen Cappuccino zu holen, und schaffte es dann in weniger als acht Minuten mit dem Pappbecher in der Hand nach Hause.
Schon zwei Wochen vor Beginn der Sendung waren die Gewinne in den Vitrinen der Stiftung auf der Meile ausgestellt und beschildert: nostalgisches Seifenregal, vier geschmackvolle Trio-Schalen für Snacks mit farbenfrohem Silikonuntersetzer, eleganter Zeitungsständer, hochwertiges Bettwäscheset. Jule Tenbrock war erpicht auf das romantische Blumenservice. Unzerbrechliche Luminose, geschwungene Linie, Grundfarbe Weiß, wahlweise mit Kornblumen- oder Klatschmohndekor. Jule hatte eine Schwäche für schöne Dinge, sie träumte von dem Candle-Light-Dinner aus dem Spot, mit dem " Cosy Home " angekündigt worden war: Die rote Tischdecke der Lotus-Serie hatte sie längst in ihrem Schrank. Zusammen mit dem passenden Besteckset, den beiden Kerzenhaltern und den Gläsern für Weiß- und für Rotwein hatte sie bereits im Vorfeld der neuen Show eine Menge Punkte in das Candle-Light-Dinner gesteckt.
Jule Tenbrock war eine fleißige Bonussammlerin, und seit sie den Job in der Wäscherei hatte, zusätzlich zu den drei Nachbarschaftsabenden pro Woche, an denen sie bei Frau da Rica vorbeischaute, war ihre Bilanz prächtig. Und wenn Frau da Rica demnächst den Gips abbekäme und sich wieder selbst versorgen könnte, würde Jule sich um jemand anders kümmern, sie war ein Muster an Engagement in der nachbarschaftlichen Wohltätigkeit. Fehlte allerdings noch dieses Luminose-Service mit dem Blumenmuster, weshalb sie die Sendung auf keinen Fall verpassen wollte. Die Nummer, unter der man beim Sender anrufen konnte, hatte sie längst programmiert, um später keine Zeit mit Wählen zu vergeuden und ganz sicher zu sein, dass es mit dem Service auch klappte.“

 

 1635840-b6fcc30f82e3736d0c087263b87095c6.jpg
Birgit Vanderbeke (Dahme, 8 augustus 1956)

 

 

De Duitse schrijver en journalist Gernot Wolfram werd geboren op 8 augustus 1975 in Zittau. Zie ook alle tags voor Gernot Wolfram op dit blog.

Uit: Das Wüstenhaus

„Ohne lange zu überlegen, war er mit dem Nachtzug nach Frankreich gefahren (die merkwürdigen Träume in dem leeren Abteil, die Strommasten am Morgen, der Duft nach Kaffee in der Bahnhofshalle). Ihm fielen die verwunderten Fragen der Beamten ein - »Warum melden Sie sich erst jetzt bei uns, wenige Monate vor dem Prozess?« -, ihre Blicke, wie sie lustlos seine Aussagen aufzeichneten und ihm mit noch größerer Gleichgültigkeit die Bilder vorlegten, zu denen er ebenso wenig sagen konnte wie Maja.
Wie überflüssig und fehl am Platz war er sich in diesen Räumen vorgekommen. Welche Zeitverschwendung mochten ihm die Vernehmer insgeheim vorgeworfen haben, als sie ihn händeschüttelnd in die Gänge dieses verschlungenen Großtraktes entließen. Schließlich hatte er Maja angerufen, nachdem er sie am Vormittag auf der Treppe im Foyer des großen steinernen Gebäudes mit den ausladenden Portaltreppen gesehen hatte. »Kannst du dich mit mir treffen? Jetzt?« Sie hatten sich in der Nähe des Vernehmungsgebäudes in einem Park verabredet. Er sah alles wieder genau vor sich.”

 

 1635840-975e6d2ef3bcc57811b694e0df5aab21.jpg
Gernot Wolfram (Zittau, 8 augustus 1975)


 

 

De Amerikaanse dichteres Sara Teasdale werd geboren op 8 augustus 1884 in St. Louis. Zie ook alle tags voor Sara Teasdale op dit blog.

 

Dusk In War Time

A half-hour more and you will lean
To gather me close in the old sweet way --
But oh, to the woman over the sea
Who will come at the close of day?

A half-hour more and I will hear
The key in the latch and the strong, quick tread --
But oh, the woman over the sea
Waiting at dusk for one who is dead.

 

 

A Winter Night

My window-pane is starred with frost,
The world is bitter cold to-night,
The moon is cruel, and the wind
Is like a two-edged sword to smite.

God pity all the homeless ones,
The beggars pacing to and fro,
God pity all the poor to-night
Who walk the lamp-lit streets of snow.

My room is like a bit of June,
Warm and close-curtained fold on fold,
But somewhere, like a homeless child,
My heart is crying in the cold.

 

 

In a Garden

The world is resting without sound or motion,
Behind the apple tree the sun goes down
Painting with fire the spires and the windows
In the elm-shaded town.

Beyond the calm Connecticut the hills lie
Silvered with haze as fruits still fresh with bloom,
The swallows weave in flight across the zenith
On an aerial loom.

Into the garden peace comes back with twilight,
Peace that since noon had left the purple phlox,
The heavy-headed asters, the late roses
And swaying hollyhocks.

For at high-noon I heard from this same garden
The far-off murmur as when many come;
Up from the village surged the blind and beating
Red music of a drum;

And the hysterical sharp fife that shattered
The brittle autumn air,
While they came, the young men marching
Past the village square. . . .

Across the calm Connecticut the hills change
To violet, the veils of dusk are deep --
Earth takes her children's many sorrows calmly
And stills herself to sleep.

 

 1635840-98b4a4040114ecb7e2fd11db45b18217.jpg
Sara Teasdale (8 augustus 1884 – 29 januari 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hieronymus van Alphen werd op 8 augustus 1746 geboren te Gouda. Zie ook alle tags voorHieronymus van Alphen op dit blog.

 

De vogel op de kruk

Het zijn nu pas zes of zeven dagen,
Dat ik dit sijsje kocht van Klaas de vogelman;
En schoon ik in het eerst mijn moeite moest beklagen,
Nu is er nergens geen, die beter vliegen kan.

Wat zou ik vorderingen maken,
Als ik zo leerzaam was als hij!
Maar 'k zou wel haast aan 't schreien raken.
Mijn vogel, ach! veroordeelt mij.

'k Wil dan voortaan mij zo gedragen,
Dat eer ik mij tot spelen schik,
Ik zonder vrees mij af kan vragen:
Wie leert er beter, hij of ik?

 

 

Hij, die altoos wel tevreden

Hij, die altoos wel tevreden
Met vermogens die hij heeft
Vergenoegd en dankbaar leeft,
Kan zijn gaven wel besteden.

Maar dat hij, die altoos kniest,
En wat andren zijn wil wezen,
Zelfs hetgeen hij heeft, verliest,
Heb ik meer dan eens gelezen.

 

 

Klaasje en Pietje

Klaasje
Pietje, zo gij niet wilt deugen,
Dan verschijnt de zwarte man

Pietje
Klaasje, foei, dat is een leugen!
Laat hem komen als hij kan.
Die aan zulk een man gelooft,
Is van zijn verstand beroofd

 

 1635840-c9f7bf75baf64316a2917c87bf6ccdf9.gif
Hieronymus van Alphen (8 augustus 1746 – 2 april 1803)
Cover

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Donald Davidson

De Amerikaanse dichter, essayist en literair criticus Donald Davidson werd geboren 8 augustus 1893 in Campbellsville, Giles County, Tennessee. Na de middelbare school studeerde Davidson aan de Vanderbilt University in Nashville waar hij in 1917 afstudeerde met een Bachelor of Arts (BA). Vervolgens ging hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in militaire dienst in het Amerikaanse leger waar hij werd bevorderd tot luitenant. Na de oorlog volgde hij een postdoctorale studie aan de Vanderbilt University, waar hij in 1922 een Master of Arts (MA) behaalde. Van 1923 tot 1930 was hij literatuurcriticus voor het dagblad The Nashville Tennessean. In 1924 verscheen met de bloemlezing “An Outlawed Piper” zijn debuutbundel. In 1927 werd deze gevolgd door “The Tall Men” en in 1938 door “Lee in the Mountains, and Other Poems”. Daarmee beïnvloedde hij de Southern Agrariërs, een groep dichters uit het Zuiden. Davidson, die ook werkte als hoogleraar aan de Vanderbilt University, publiceerde ook non-fictie: “The Attack on Leviathan: Regionalism and Nationalism in the United States” (1938) en “Why the Modern South Has a Great Literature” (1951), evenals “The Tennessee” (1946 tot 1948), een geschiedenis van de Tennessee River in 2 delen. Na een verzameling van essays getiteld “Still Rebels, Still Yankees, and Other Essays” (1957) verschenen met “The Long Street” (1961) en “Collected Poems: 1922-1961 (1966) nog twee dichtbundels. Zijn enige roman, “The Big Ballad Jamboree” werd postuum in 1996 gepubliceerd.

 

Prie-Dieu

Of what sins have you made confession here,
Ardent Cecile? Not passion’s intimacy,
Or tangles of desire that mutineer
A bold way through your maiden ecstasy.
Those are not blamed...the penance not severe!

Pray rather, with cool-lidded conscious eyes
For warm juvescence of those ichored limbs,
For laughter checked by no repentant cries,
For lips unstained by pattering of hymns.
Men’s glances have embraced you. They are wise.

They have seen you, cumbent by the ruddy fire,
Lending your curves to cushioned wantonness,
Or leaping to the stroke of an earthy lyre
Twanged in the joy of throbbing noon’s excess
And cried no pause for love. You, they require.

Of what sins have you made confession here,
Ardent Cecile? The wood receives your knees;
The organ stirs your prayer. Now you revere
The God that made you beautiful among these,
The gnarled and ugly. Your book receives no tear.

 

 

Teach Me

Teach me, old World, your passion of slow change,
    Your calm of stars, watching the turn of earth,
Patient of man, and never thinking strange
    The mad red crash of each new system’s birth.

Teach me, for I would know your beauty’s way
    That waits and changes with each changing sun,
No dawn so fair but promises a day
    Of other perfectness than men have won.

Teach me, old World, not as vain men have taught,
    —Unpatient song, nor words of hollow brass,
Nor men’s dismay whose powerfullest thought
    Is woe that they and worlds alike must pass.

Nothing I learn by any mortal rule;
Teach me, old World, I would not be man’s fool.

 

 1687692-8eabeac0ade2f8b8088a1c134ecfb714.jpg
Donald Davidson (8 augustus 1893 - 25 april 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten