Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 1 september 2014 tot 2 september 2014

Willem de Mérode, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens, Manfred Böckl

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Jong-katholieken

We houden van barmeid en zeekapitein
En van een gulle hartige slok,
Een krachtige vloek en losse gein
Met een stem als een schorre klok.

De heiligen en Maria zijn
Niet bij ons in het publiek.
Ze mogen thuis trooten in ziekte en pijn
Want wij zijn intens katholiek.

De drank is fel en de jazz is schel,
Een gebed is gauw gezegd
En misschien bereikt het den hemel wel
Eer wij in ‘t graf zijn gelegd.

Tusschen twee gebeden: een dronk, een meid;
Een gebed tusschen vloek en dans,
Zoo komen we prachtig door den tijd,
En hebben hierna nog een kans.

 

 

De jongen te paard

Hij laat den wind maar waaien door zijn haren.
Blootshoofds zit hij op ‘t steigerende paard.
Hij lacht gelukkig; zijn onrustige aard
Houdt van vermetelheden en gevaren

Hij is één met zijn ros; en ‘t zal bedaren
Als hij den drift van ‘t eigen bloed bedaart.
Maar hij is jong, en levens snelle vaart
Beteugelt hij eerst in kalmer jaren.

Hij voelt de warmte van het schokkend dier
Weldadig door zijn jonge leden stijgen,
En weet zich rap en lenig zooals hij.

Hij zit zoo rustig en hij lacht zoo fier
Dat alle menschen iets gelukkigs krijgen,
Zoo lustig galoppeert hij hen voorbij.

 

 

August von Platen

Altijd verlangen naar een zacht gelaafd-zijn
En voelen liefde als een onweêr komen,
Worstelen om het leven van een vrome,
En aan de zonde schuldeloos verslaafd zijn.

Naadrend in liefde en altoos uitgestooten,
Rein, en verdacht van smadelijk bedoelen,
Blozend om ‘t eigen maagdelijk gevoelen,
Maar hard voor ‘t oog van vrienden en genooten.

In eenzaamheden vloeide uw donker leven
Uit in een stroom van lichtende gedichten,
Die bonzen als een hart en krimpend beven,
 
Opstandig voor uw strenge willen zwichten.
Maar in hun klaren spiegel zien wij zweven
Het beeld van duizend smartlijke gezichten.

 

1647265-727cfc339061af02b6553bd8ca4f7637.jpg
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Hier in zijn tuin in Eerbeek met Bram Corbijn in 1931

 

 

De Amerikaanse schrijver Chris Kuzneski werd geboren op 2 september 1969 in Indiana, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Chris Kuzneski op dit blog.

Uit: The Forbidden Tomb

““The desert didn’t scare him. He knew the dangers of hiking alone in the Sahara, but he had been doing it for so many years that he was prepared for anything.
At least, he thought he was.
A veteran explorer with more than two decades of experience, Dr. Cyril Manjani had taken all of the necessary precautions before leaving camp. He had notified his team of his travel plans and told them when he would return. He had packed food, water, a GPS unit and a compass, and even some glow sticks in case his flashlight failed. They were the same essentials that he always packed before his nightly walks.
His hike had nothing to do with adventure.
He just needed some time to think.
An expert in Egyptology, Manjani had handpicked the members of his team. Though most were graduate students, they represented the cream of the academic crop from some of the world’s finest schools. Together, they covered a wide range of scholarly pursuits that might come in handy on his latest expedition.
Manjani didn’t want identical opinions on this project.
He needed unique perspectives in multiple fields.
They had been toiling in the desert for three long weeks before things started to get interesting. First they had discovered a stone wall around the perimeter of an ancient site. Then came a series of small huts that had been almost perfectly preserved under the sand. Eventually they had found a much larger structure that housed the desiccated remains of several soldiers and a mishmash of objects from several ancient cultures.
That had been yesterday.
Today’s discovery was even more exciting.
So much so that he had refused to leave it at camp.”

 

 1647265-e6fd4566a42f89185f028853e8d5607a.jpg
Chris Kuzneski (Indiana, 2 september 1969)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Johan Daisne op dit blog.

Uit:Hoe schoon was mijn school

“Ook de Kastanjestraat is een stille straat... Gedurende lange jaren, misschien wel een paar eeuwen lang, reden er alleen een koets en een melkkar. Heel laat is het zachte rubber der auto's gekomen. Vandaar dat de straatstenen er eveneens rond van ouderdom zijn, en men soms nog de illusie heeft dat ze met een groene schemer zijn gevoegd. Daartoe heeft zeker bijgedragen dat in de Kastanjestraat maar huizen aan één kant zijn. Ze gelijken op het eerste gezicht op die uit de kloosterstraten, net zoals grijsaards op elkaar gelijken. Maar toch zijn ze enigszins anders.’
(…)

‘De andere kant van de Kastanjestraat is thans één blok steen, een lelijke mastodont van een achtergevel. Het zijn nochtans ook landelijke werken die daarachter schuilgaan, maar op kunstmatige wijze, in laboratoria voor landbouw en veeteelt.’
(..)

‘In de tijd van mijn leraar stond daar een witbezette lage muur met een hoge tralie, waardoor je in een groot park keek vol hoge bomen, slingerpaden en blanke standbeelden van goden en herderinnetjes in het struikgewas. In het midden was een vijver met een zwaan en die sierlijke waterbloem welke onze taal zo ondankbaar “plomp” heet. Daarachter stond een muziekkoepel voor militairen en heel in de diepte verhief zich een lang en licht gebouw met staatsietrap. In de winter reden daar koetsen voor en werden bals gehouden in zalen vol spiegels en palmen. Des zomers wandelden dames in strooien strikhoeden en lange volantrokken door de zwierige alleeën, achter jongetjes in matrozenpakjes en met hoepels zo hoog dat ze erdoor konden springen zonder het hoofd te moeten buigen.’

 1647265-f6d60087d3158b9ebe8bca6ac8c67ca0.jpg
Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)

 

 

De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 eveneens alle tags voor Joseph Roth op dit blog.

Uit: Tarabas

“Im August des Jahres neunzehnhundertvierzehn lebte in New York ein junger Mann namens Nikolaus Tarabas. Er war der Staatsangehörigkeit nach Russe. Er entstammte einer jener Nationen, die damals noch der große Zar beherrschte und die man heute als »westliche Randvölker« bezeichnet.
Tarabas war der Sohn einer begüterten Familie. Er hatte in Petersburg die Technische Hochschule besucht. Weniger aus echter Gesinnung als infolge der ziellosen Leidenschaft seines jungen Herzens schloß er sich im dritten Semester seiner Studien einer revolutionären Gruppe an, die sich einige Zeit später an einem Bombenattentat gegen den Gouverneur von Cherson beteiligte. Tarabas und seine Kameraden kamen vors Gericht. Einige von ihnen wurden verurteilt, andere freigesprochen. Zu diesen gehörte Tarabas. Sein Vater verwies ihn von Haus und Hof und versprach ihm Geld für den Fall, daß er sich entschlösse, nach Amerika auszuwandern. Der junge Tarabas verließ die Heimat, unbesonnen, wie er zwei Jahre vorher Revolutionär geworden war. Er folgte der Neugier, dem Ruf der Ferne, sorglos und kräftig und voller Zuversicht auf ein »neues Leben.
Allein schon zwei Monate nach seiner Ankunft in der großen, steinernen Stadt erwachte das Heimweh in ihm. Obwohl die Welt noch vor ihm lag, schien es ihm manchmal, sie läge hinter ihm bereits. Zuweilen fühlte er sich wie ein alter Mann, der sich nach einem verlorenen Leben sehnt und dem keine Zeit mehr bleibt, ein neues anzufangen. Also ließ er sich denn gehen, wie man sagt, machte keinerlei Versuche, sich an die neue Umgebung anzupassen und nach einem Unterhalt zu suchen. Er sehnte sich nach dem zartblauen Dunst seiner väterlichen Felder, den gefrorenen Schollen im Winter, dem unaufhörlich schmetternden Gesang der Lerchen im Sommer, dem süßlichen Duft bratender Kartoffeln auf herbstlichen Äckern, dem quakenden Lied der Frösche in den Sümpfen und dem scharfen Gewisper der Grillen auf den Wiesen. Das Heimweh trug Nikolaus Tarabas im Herzen. Er haßte New York, die hohen Häuser, die breiten Straßen und überhaupt alles, was Stein war. Und New York war eine steinerne Stadt.”

 

 1647265-4855b1dd9d0fa58446b402f4793da2b7.jpg
Joseph Roth (2 september 1894 - 27 mei 1939)

 

 

De Nederlandse journalist en schrijver Pierre Huyskens werd geboren op 2 september 1931 in Wessem. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 eveneens alle tags voor Pierre Huyskens op dit blog.

 

Memo aan de veteraan (Fragment)

En ken je veteraan,
het verhaal van de Zeven Vermisten,
van wie de nabestaanden tot voor kort niet wisten
waar ginder ergens toch hun graf mocht zijn.
Zij verdwenen destijds in het niet
op een patrouille overdag
in een grondeloos diep ravijn,
de Hades zelf, naar het scheen,
maar het was de waarheid niet.
Ze zijn, naar later bleek,
met vriendelijke wreedheid door een kampong-oudste,
een loerah die nog tuk op Blanda leek
met nasi-gorengmaal in de luren gelegd
en door een van alle kanten
opgedoken vijand in een ongelijk gevecht,
vermoord.
Maar afgeslacht is hier een beter
ofschoon wreder woord.
Hun ledematen kleurden de kali rood
en dreven weg als vissen-aas.
Het thuisfront hoorde niets
van hun onzinnige, hun zo barbaarse dood.
Zij werden opgegeven als vermist.
Je weet veteraan, dat kan van alles zijn,
ja, ook gedeserteerd,
overgelopen en ondergedoken
of stiekem, met misleiding van de registratie
'm gesmeerd naar d'overkant,
gewoon voor een vrouw of zomaar mata-galap,
beroofd van 't verstand.

Vermist; de familie mocht er jaren naar gissen,
zich zelf kwellen bij gebrek aan een graf en
door het ontbreken von getuigenissen
van kameraden of van hogerhand
omtrent dat spoorloos verdwijnen
van die Zeven
in dat verre unheimische land.

 

 1647265-42d10aa41ca4f82f04100fa7389ee73c.jpg
Pierre Huyskens (2 september 1931 – 19 november 2008)
Nationaal Indie monument, Hattem, Roermond

 

 

De Duitse schrijver Manfred Böckl werd geboren op 2 september 1948 in Landau an der Isar. Zie ook mijn blog van 2 september 2009 en ook mijn blog van 2 september 2010

Uit: Agnes Bernauer. Hexe, Hure, Herzogin

„Einen zähen, unguten Augenblick lang fühlte der sechsundzwanzigjährige Wittelsbacher sich wie ein Gehenkter.
Hilflos hing er am Haken des Seils, das unter der Gewölbedecke des Torganges über die knarrenden Holzscheiben des Flaschenzugs lief. Das Keuchen der Knechte, das Tauächzen,die fürchterliche Beklemmung im zwängenden Harnisch dazu kamen dem jungen Herzog plötzlich wie etwas zutiefst feindseliges vor. Wie etwas, das ihn abwürgen wollte und wegdrosseln aus der Welt. Übelkeit, Sodsaures quollen ihm brennend die Kehle hoch, als jetzt draußen auf dem Platz auch noch das Toben und Johlen aufbrandete; als in seine Pein hinein zusätzlich das schmetternde Huftrappeln schlug. Im nächsten Moment freilich spürte er den Leib des eigenen Rosses zwischen den geschienten Schenkeln, und der kreatürliche Kontakt löste seine Spannung so jäh, wie sie ihn befallen hatte. Nicht nur körperlichen, sondern auch inwendigen Halt fand der Thronfolger des Teilherzogtums Bayern-München und Graf von Vohburg im hochlehnigen Sattel des Percheron-Rappen
Während Albrechts Linke versuchsweise nach dem Schabrackenzügel griff und seine Eisenschuhe sich in die Muldungen der Steigbügel tasteten, löste einer der bischöflichen Söldner den Seilhaken und dann auch den spannenbreiten Ledergurt von der Hüfte des Wittelsbachers. Beendet war damit die umständliche Prozedur, durch die ein spätmittelalterlicher Kämpe in seinem zentnerschweren Plattenpanzer aufs Pferd gehievt werden musste. Was jetzt noch zu tun war, damit der Herzog auf die Stechbahn konnte, würden des Münchners Leibknappen besorgen.“

 

 1647265-d2ed964349062ef0b3915ac87be50b0a.jpg
Manfred Böckl (Landau an der Isar, 2 september 1948)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Eric de Kuyper

De Belgisch schrijver, filmregisseur, filmtheoreticus Eric de Kuyper werd geboren in Brussel, op 2 september 1942. Van jongs af aan was de Kuyper gepassioneerd door de wereld van de film, het ballet en de opera. In 1966 rondde hij succesvol een studie af aan het HRITCS, het Hoger Rijksinstituut voor Toneel- en Cultuurspreiding (het huidige RITS). Tussen 1965 en 1977 werkte hij voor de toenmalige BRT als verantwoordelijke voor de filmaankopen. Hij had er ook een programma De andere film waarin hij het accent legde op de experimentele film. In de jaren zeventig studeerde hij in Parijs, onder meer bij filosoof en semioticus Roland Barthes en bij linguïst en semioticus Algirdas Greimas. Hij heeft als docent filmtheorie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen lesgegeven tussen 1977 en 1986. In de jaren tachtig regisseerde hij vier films. De eerste, “Casta diva”, ontleende zijn titel aan een aria van Vincenzo Bellini. “Filmische hartstochten” is een studie van 1984 waarin hij de liefde in de Hollywoodfilm onder de loep neemt. Met het sterk autobiografische” Aan zee” debuteerde hij in 1988 als literair auteur. Dit werk werd gevolgd door een reeks elkaar vlug opvolgende boeken die voornamelijk op zijn Brusselse jeugd en op zijn talrijke verblijven bij en met familie in Oostende gebaseerd zijn. Ze geven hem een eigen plaats in de Nederlandstalige literatuur. Tegenwoordig is hij onderdirecteur van het Nederlands Filmmuseum. Talloze artikelen en essays over film, opera, dans en media (in vele Nederlandse maar ook Franse tijdschriften) staan op zijn naam. In november 2010 werd Eric de Kuyper de eerste writer in residence aan de Vrije Universiteit Brussel.

Uit: Aan zee

‘Er werd zonder oponthoud gespeeld van 's morgens vroeg tot 's avonds vlak voor het weggaan. Er moest afwisseling zijn (wat spelen we vandaag?), maar niet te veel. Meestal was het een groepsspel met een ingewikkelde en strategisch opgezette rol- en taakverdeling. Hij was nogal bedreven in zowel het opzetten, het uitvoeren als het tot een goed einde brengen van een spel. Enkele kinderen van de buren kwamen er omheen staan, en als ze maar de regels volgden en vooral in de verbeeldingswereld mee wilden, mochten ze meedoen. Hij was geen leider van clubjes, maar een ontwerper van een wereld waaruit de regels, taken en rollen automatisch volgden. Meestal kwamen ze pas laat in de middag goed op dreef. Dan was het net tijd om naar huis te gaan. ‘Maar we amuseerden ons juist zo goed...’ ‘Je speelt al de hele dag, nu zul je wel moe zijn’, zeiden de volwassenen, die maar niet begrepen dat soms een hele dag nodig was om te komen tot wat zij, kinderen, ‘echt spel’ noemden. De volwassenen hadden nu eenmaal geen benul van wat spelen was. Ze deden een uurtje of twee zo maar iets met een bal, en dan waren ze het moe en vonden ze dat ze voor de rest van de dag genoeg ‘gespeeld hadden. Ze wisten niet wat spelen was en hadden vaak begrip noch respect voor het spel.’
(…)

‘Onder het opschrijven beseft hij plots dat hij toen alle geheimen van het zand kende. Hij had zo'n vakmanschap ontwikkeld, dat hij in één oogopslag en met één tastend gebaar wist wat er die dag met het zand gedaan kon worden, welk spel er vanuit het zand kon ontstaan. Hij was een grote deskundige, en de overige kinderen op het strand deden een beroep op zijn deskundigheid om te weten welk spel er die dag gespeeld kon worden. (...) Hij vergiste zich zelden in zijn beoordeling. Daarom had hij ook succes bij de andere kinderen, die vertrouwen hadden in zijn spelafwikkeling, die nauw samenhing met zijn rake prognose.

 

 1802885-f717d0be52bf3f51929f1f4dd48ddfed.jpeg
Eric de Kuyper (Brussel, 2 september 1942)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

W. F. Hermans, Hubert Lampo, Peter Adolphsen, Blaise Cendrars

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: De donkere kamer van Damokles

“Hij speurde in alle richtingen, nergens iemand te zien. Toen begon hij te klimmen. Het was niet gemakkelijk. Ik had mijn regenjas uit moeten doen, dacht hij. Gelukkig had hij rubberzolen onder zijn schoenen, dat gaf hem tenminste enig houvast. Het meisje keek naar hem om en lachte. Zij maakte met haar duim bewegingen van vlugger, vlugger.
Eindelijk kon hij zich vastgrijpen aan de ijzeren dwarsarm waarop de witte porceleinen isolatoren bevestigd waren. Met zijn andere hand, nam hij de nijptang uit zijn zak. Schuin beneden hem liep het meisje en zwaaide met de tas. Nog nooit had hij telefoonisolatoren van zo dichtbij gezien, hij had nooit geweten dat zij zo groot waren. Wel zo groot als een melkbeker. Hij knipte de draden door en zag ze vallen en tot enorme hoepels opkrullen, dwars over de weg. Onmiddellijk liet hij zich zakken, holde naar de draden en probeerde ze te bedwingen, ze zoveel mogelijk weg te stoppen in de greppel. Dit lukte. Toen sloeg hij zijn jas af, maar het meeste vuil was niet meer te verwijderen. Recht van boven naar beneden had de paal een brede zwarte streep achtergelaten op de witte katoen.
Nog voortdurend op zijn jas kloppend, bereikte hij het bosje dat hem aangeduid was. Hij sprong over de greppel en drong zich tussen de dorre sparren, de takken uit zijn gezicht houdend. In schuine richting werkte hij zich er doorheen.
Ook dit bosje was niet diep. Vrij gauw zag hij het huis dat het huis van Lagendaal moest zijn. Het huis lag geheel vrij, hier en daar stond een jonge doeglasspar op het terrein, dat van het bos gescheiden werd door een aardappelakker. Hij zag het meisje lopen, nog steeds zwaaiend met haar tas. Naar schatting was zij een honderdvijftig meter bij het huis vandaan.
Het was een laag, houten huis. Verrek! De luiken waren geschilderd in de kleuren van de partij: rood en zwart!”

 

 1646809-bd9c486af6c498b3d5a88680c54760d9.jpg
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

De Belgische schrijver Hubert Lampo werd op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Hubert Lampo op dit blog.

Uit:De komst van Joachim Stiller

“Zeer geachte Heer Groenevelt,
In het dagblad ‘De Scheldebode’ zult gij op 14 juli 1957 een bijdrage laten verschijnen over reparatiewerken, aan de wegbedekking in de Kloosterstraat uitgevoerd. Wanneer ge deze brief ontvangt, is die bijdrage reeds verschenen. Ofschoon gij mijn belangstelling voor deze zaak vreemd zult vinden of althans buiten iedere verhouding, dank ik u voor deze schijnbare onbelangrijke gebeurtenis verleende aandacht. Zij kondigt andere verschijnselen aan, waaromtrent ik tijdelijk nog het stilzwijgen wil bewaren …
… Wat mij betreft, ik verlies u niet uit het oog, wat er u ook moge overkomen. Hoogachtend.
Joachim Stiller”
(…)

… “Ik geloof zelfs, dat hiermee het einde van de ellende is aangebroken. Het is inderdaad een brief van Joachim Stiller, een heel korte brief maar. Hij betuigt zijn leedwezen om de misverstanden, die hij in het leven geroepen heeft en drukt de wens uit, je te ontmoeten. Hij arriveert vrijdag in het Zuidstation om half negen ’s avonds. Maar allemachtig, Freek, dat is vandaag… Hij vraagt je, niet op het perron op hem te wachten, doch aan de uitgang op het plein…”

 

 1646809-ab26cb8dadd3cf09f4a77356d280acfe.jpg
Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)
Cox Habbema en Hugo Metsers in de tv-serie “De komst van Joachim Stiller” uit 1976

 

 

De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en eveneens alle tags voor Peter Adolphsen op dit blog.

Uit: Machine (Vertaald door Charlotte Barslund)

“Times and space were once curled together to the extent that neither of them existed, but nevertheless, suddenly, somehow, a bubble appeared; an explosion occurred simultaneously everywhere and every single particle of matter separated as the void dispersed them all. As the universe continued to expand, the temperature fell sufficiently for the first elements to be formed, which they swiftly were, and thus set off a chain of metamorphoses, which has continued ever since. Consequently it can be argued that all matter has always been in existence, although in various states and degrees of organisation, and has on cosmic scale always accounted to the same quantity; nothing can be added and nothing can be subtracted. The universe is in possession of such immense quantities of matter, space and time that it is impossible, through changes caused by changes, to try out endless combinations resulting in the present huge number of structures ranging from amino acid to galaxy clusters. The story of a speck of matter is thus the story of these spontaneous structures and their altered states. The tiny element of matter which concerns us has, like everything else existed since the Big Bang, as it is known; however, the point in time when this drop of petrol existed in its highest degree of concentration, when it entered into this most refined structure, was here on this planet fifty-five million years ago, during the early Eocene when its constituents still formed prehistoric formed the rapidly beating heart of a small prehistoric horse. After combusting on the 23rd of June 1975, the drop acquired its most unstructured state in the form of exhaust fumes, et managed nevertheless in this state, twenty-four hours later, to bring about a structure both more complex and chaotic: cancer. I know this because I was eavesdropping from the neighbouring balcony as she inhaled the particles, which triggered the pathological cell division. However, we are getting ahead of ourselves now; let us begin with the prehistoric horse.”

 

 1646809-427364c328c893811cd787c76cd55ac6.jpg
Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)
 Århus.

 

 

De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds. Zie ook mijn blog van 1 september 2010 en alle tags voor Blaise Cendrars op dit blog.

 

Chinks

Sea vistas
Waterfalls
Trees long-haired with moss
Heavy rubbery glossy leaves
Glazed sun
High burnished heat
Glistening
I’ve stopped listening to the urgent voices of my friends discussing
The news that I brought from Paris
On both sides of the train close by or along the banks of
The distant valley
The forest is there watching me unsettling me enticing me like
a mummy’s mask
I watch back
Never the flicker of an eye.

 

Vertaald door Dick Jones

 

 

Trans-Siberian Prose and Little Jeanne from France (Fragment)

I was in my adolescence at the time
I was scarcely sixteen and already I didn't remember my birth
I was in Moscow, where I wanted to feed on flames
And they weren't enough for me the towers and the railroad stations that studded my eyes like constellations
In Siberia the cannon roared, it was war
Hunger cold plague cholera
And the muddy waters of Love pulled along millions of carrion
In all the railroad stations I saw departing all the last trains
No one could leave any more for the tickets were no longer sold
And the soldiers who were going away would have very much liked to stay…
An old monk sang to me the legend of Novgorod.

 

Vertaald door Ekaterina Likhtik

 

 1646809-042e927dc532aea5c796babd74dc2b5e.jpg
Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten