Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 11 september 2014 tot 12 september 2014

Michael Ondaatje, James Frey, Louis MacNeice, Hannes Meinkema, Eduard Elias, Jan Willem Schulte Nordholt

De Canadese dichter en schrijver Philip Michael Ondaatje werd op 12 september 1943 geboren in Colombo, Ceylon (nu Sri Lanka). Zieook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Ondaantje op dit blog.

Uit: The English Patient

“She stands up in the garden where she has been working and looks into the distance. She has sensed a shift in the weather. There is another gust of wind, a buckle of noise in the air, and the tall cypresses sway. She turns and moves uphill toward the house, climbing over a low wall, feeling the first drops of rain on her bare arms. She crosses the loggia and quickly enters the house.
In the kitchen she doesn't pause but goes through it and climbs the stairs which are in darkness and then continues along the long hall, at the end of which is a wedge of light from an open door.
She turns into the room which is another garden--this one made up of trees and bowers painted over its walls and ceiling. The man lies on the bed, his body exposed to the breeze, and he turns his head slowly towards her as she enters.
Every four days she washes his black body, beginning at the destroyed feet. She wets a washcloth and holding it above his ankles squeezes the water onto him, looking up as he murmurs, seeing his smile.
Above the shins the burns are worst. Beyond purple. Bone.
She has nursed him for months and she knows the body well, the penis sleeping like a sea horse, the thin tight hips. Hipbones of Christ, she thinks. He is her despairing saint. He lies flat on his back, no pillow, looking up at the foliage painted onto the ceiling, its canopy of branches, and above that, blue sky.
She pours calamine in stripes across his chest where he is less burned, where she can touch him. She loves the hollow below the lowest rib, its cliff of skin. Reaching his shoulders she blows cool air onto his neck, and he mutters.
What? she asks, coming out of her concentration.
He turns his dark face with its gray eyes towards her. She puts her hand into her pocket. She unskins the plum with her teeth, withdraws the stone and passes the flesh of the fruit into his mouth.
He whispers again, dragging the listening heart of the young nurse beside him to wherever his mind is, into that well of memory he kept plunging into during those months before he died.“

 

 1651655-7f07b224387757a158126e36b1a91980.jpg
Michael Ondaatje (Colombo, 12 september 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor James Frey op dit blog

Uit: A Million Little Pieces

“Oh my God.
I open my eyes.
I'm all right.
Let me find a Doctor.
I'll be fine. Just get me out of here.
Can you stand?
Yeah, I can stand.
I stand and I brush myself off and I wipe my hands on the floor and I sit down in the wheelchair she has brought me. She goes around to the back of the chair and she starts pushing.
Is someone here for you?
I hope so.
You don't know.
No.
What if no one's there?
It's happened before, I'll find my way.
We come off the Jetway and into the Gate. Before I have a chance to look around, my Mother and Father are standing in front of me.
Oh Jesus.
Please, Mom.
Oh my God, what happened?
I don't want to talk about it, Mom.
Jesus Christ, Jimmy. What in Hell happened?
She leans over and she tries to hug me. I push her away.
Let's just get out of here, Mom.
My Dad goes around to the back of the chair. I look for the Attendant
but she has disappeared. Bless her.

 

 1651655-3e15abd3e9626142eb2b3071e6e5436f.jpg
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

June Thunder

The Junes were free and full, driving through tiny
Roads, the mudguards brushing the cowparsley,
Through fields of mustard and under boldly embattled
Mays and chestnuts

Or between beeches verdurous and voluptuous
Or where broom and gorse beflagged the chalkland--
All the flare and gusto of the unenduring
Joys of a season

Now returned but I note as more appropriate
To the maturer mood impending thunder
With an indigo sky and the garden hushed except for
The treetops moving.

Then the curtains in my room blow suddenly inward,
The shrubbery rustles, birds fly heavily homeward,
The white flowers fade to nothing on the trees and rain comes
Down like a dropscene.

Now there comes catharsis, the cleansing downpour
Breaking the blossoms of our overdated fancies
Our old sentimentality and whimsicality
Loves of the morning.

Blackness at half-past eight, the night's precursor,
Clouds like falling masonry and lightning's lavish
Annunciation, the sword of the mad archangel
Flashed from the scabbard.

If only you would come and dare the crystal
Rampart of the rain and the bottomless moat of thunder,
If only now you would come I should be happy
Now if now only.

 

 1651655-fcf03ee481179c784c52d55e3f2bc11b.jpg
Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)
Modern portret door Sara Hayward, z.j.

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannes Meinkema werd op 12 september 1943 geboren in Tiel. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Hannes Meinkema op dit blog.

Uit:Twee vriendinnen

“Als de bel gaat prikt Ada zich in haar vinger van schrik. Snel legt ze haar handwerk neer en loopt naar het raam. Beneden op straat staat Beertje.
Ada's veel te enthousiaste ‘hallo’ blijft als een opvallende ballon in de straat hangen. Terwijl ze het atelier doorloopt schaamt ze zich alweer. Ze doet haar best niet de trappen af te rennen, maar langzaam te lopen. Gewoon, denkt ze nadrukkelijk, koffievisite van een vriendinnetje, dat kan je elke dag overkomen.
Maar het valt niet mee onderweg de wirwar van gevoelens te analyseren. (Toch moet dat gebeuren; het moet altijd en voortdurend gebeuren, het is de enige controlemogelijkheid waar ze waarde aan hecht.) Vier trappen de tijd, dat is ruimschoots zou je zeggen, maar niet genoeg want haar onzekerheid neemt toe naarmate ze dichter bij de voordeur komt.
Er zit spijt bij, denkt ze; ze heeft zich niet opgemaakt vanmorgen en haastig een t-shirt en een spijkerbroek aangeschoten tot ze iets beters zou bedenken om aan te hebben, ja ze was van plan geweest voor Dennis thuiskwam iets flatteuzers te zoeken, elke dag even moeilijk, dit staat haar niet, heupen te breed - en nu zou Beertje haar zo zien.
Dat dus, maar het gaat ook om wat haar te wachten staat, het hangt zo van Beertjes bui af, daar kan ze zich zo bezorgd over maken. Het liefst heeft ze haar rustig, vertrouwelijk, problemen besprekend. Ook mag ze wel vrolijk zijn, en vertellen wat haar nu weer overkomen is: zo vertedert Beertje haar, als een soort moeder kan ze dan belangstellend zitten luisteren en kijken - Beertje heeft zo'n klein, ferm lichaampje - en gelukkig worden omdat ze dingen hoort die Beertje misschien wel niet aan iemand anders vertelt. (Maar ze moet niet te vrolijk zijn, o ze hoopt maar dat ze niet te vrolijk is, want dan voelt ze zich zo buitengesloten, alsof ze voor een feestje niet uitgenodigd is, dàt gevoel).
Maar ze is nu bij de deur, doet open en ziet meteen: Beertje is niets van dat alles.”

 

 1651655-3e1f657248f01ad49e1f81287cf91180.jpg
Hannes Meinkema (Tiel, 12 september 1943)
In 1976 

 

 

De Nederlandse columnist, journalist en schrijver Eduard Maurits Elias werd geboren in Amsterdam op 12 september 1900. Zie ook mijn blog van 12 september 2010 en eveneens alle tags voor Eduard Elias op dit blog.

Uit: Hendrik Hagenaars Hoek

“Niettemin ga ik er - juist terwille van de oude heer-- mee voort via hem allerlei lieve mensen met smaakvolle geschenkjes te verblijden. Ik pleeg een lijst te maken van vrienden, vriendinnen en kennissen die voor een verrassing in aanmerking komen; ik stel het bedrag vast dat ik mij kan veroorloven te besteden, ik deel beide cijfers door 3 en dan ga ik mijn keuze doen. Van de overblijvend tweederden van het beschikbare bedrag schenk ik mij zeIf een reisje naar Parijs. Zo komt iedereen aan zijn trekken en zit ik in een Parijs café instede van in een vaderlandse huiskamer met opgetogen mensen. De stilte en de ingetogenheid zijn mij lief.
Vroeger was dat anders en behoorde ik tot de meest opgetogenen. Maar dat is een tijd geleden. Bij het groeien der jaren is mijn geestdrift voor kreupelrijmen verminderd en met de beste wil van de wereld kan ik niet meer in geestdrift geraken voor sjokolade-letters en marsepeinen beesten. Het is afschuwelijk het te moeten erkennen, maar ik ben blasé geworden.
Men kan aan de opgetogenheid van kinderen zijn vreugde beleven; maar hoe ouder ge wordt hoe minder kinderen in uw omgeving verkeren en aan de verrukking om een stukje .sjokola door reumatische grijsaards ten beste gegeven, kan ik niet geloven.
De heerlijke argeloosheid der jeugd is mij ontvallen. Niettemin blijf ik meedoen. Om de bisschop niet in de steek te laten en om puur goed te doen.
Voor mijzelf heb ik niets nodig.
Zo ben ik nu eenmaal.
Het is in alle bescheidenheid gezegd.”

 

 1651655-62ae9b24cc09d6c80c3c98c9740bbaa7.jpg
Eduard Elias (12 september 1900 — 14 januari 1967)
Flaneur, standbeeld  ter nagedachtenis aan Eduard Elias, Den Haag

 

 

De Nederlandse dichter en hoogleraar Jan Willem (Wim) Schulte Nordholt werd geboren in Zwolle op 12 september 1920. Zie ook alle tags voor Jan Willem Schulte Nordholt op dit blog.

 

Verlegen met mijn God

Ook ik kan wel als Strauss en als Renan
en zoveel andere verlichte heren
het vreemde fenomeen analyseren,
de fabels en parabels van de man
die door het koren liep in Kanaän.

Historisch is het ook wel te verstaan,
de oude mythe kan men er in horen:
een god wordt gaarne uit een maagd geboren,
doet wonderen en sterft zoals het graan
om als het graan weer op te staan.

Maar als ik door het pad naar voren schrijd
en om mij heen de arme stervelingen, mensen
zo dwaas als ik,
de lofzang zingen: “O Heer, uw bloed roept
voor altijd barmhartigheid, barmhartigheid”

dan ben ik niet verlegen met mijn god, dan is
hij vlak bij mij,
dan weet ik zeker dat hij mij aankijkt uit de
donkre beker,
dan eet ik zijn genadebrood, dan leef ik van
zijn dwaze dood.

 

 1651655-758124bce760183b1bf85fb525b61fbb.jpg
>Jan Willem Schulte Nordholt (12 september 1920 - 16 augustus 1995)
In 1967

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Congo

“Het is nog steeds de zee, uiteraard, maar je ziet dat er iets is veranderd, iets aan de kleur. De brede, lage golven deinen nog steeds even vriendelijk, er is nog steeds alleen maar oceaan, maar het blauw raakt gaandeweg bezoedeld met geel. En dat levert geen groen op, zoals je van de kleurentheorie nog weet, maar troebelheid. Het schitterende azuur is verdwenen. De turkooizen rimpeling onder de middagzon is weg. Het peilloze kobalt waaruit de zon opsteeg, het ultramarijn van de schemering, het loodgrijs van de nacht: voorbij.
Vanaf hier is alles sop.
Gelig, oker, roestig sop. Je bent nog honderden zeemijlen van de kust verwijderd, maar je weet: dit is het begin van land. De kracht waarmee de Congo-rivier in de Atlantische Oceaan uitmondt, is zo groot dat het zeewater over vele honderden kilometers anders kleurt.
Wie vroeger voor het eerst met de pakketboot naar Congo voer, dacht bij die verkleuring dat hij er bijna was. Maar bemanning en oudgedienden van de kolonie maakten de nieuweling snel duidelijk dat het vanaf hier nog twee etmalen varen was, etmalen waarop de nieuweling kon zien hoe het water steeds bruiner werd, steeds vuiler. Staande aan de reling van de achtersteven zag hij het groeiende contrast met het blauwe oceaanwater dat de schroef uit diepere lagen bleef ophalen. Na verloop van tijd dreven dikke pollen gras voorbij, zoden, eilandjes die de rivier had uitgespuwd en die nu verdwaasd ronddobberden op de oceaan. Door de patrijspoort van zijn kajuit ontwaarde hij naargeestige vormen in het water, ‘brokken hout en ontwortelde boomen, die lang geleden uit donkere oerwouden waren afgerukt, want de zwarte stammen waren bladloos en de kale stompen van dikke takken wentelden soms even aan het oppervlak en doken dan weer neer’.
Op satellietbeelden zie je het duidelijk: een bruinige vlek die zich tijdens de piek van het moessonseizoen uitstrekt tot achthonderd kilometer westwaarts. Het lijkt wel een lek van het vasteland. Oceanografen spreken van de ‘Congo-waaier’ of de ‘Congo-rookpluim’. Toen ik er voor het eerst luchtfoto’s van zag, moest ik denken aan iemand die zich de polsen had doorgesneden en ze onder water hield – maar dan eeuwig.”

 

 1650950-a85634a43fd32981b499b77018a8801e.jpg
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: De laatste reis

“Dede, kun je me nu alsjeblieft vertellen waar we heen gaan?’
Hij keek me lang zwijgend aan en zei toen kalm: ‘Als je belooft niet door te vragen.’
Ik knikte.
‘We gaan naar mijn geboortedorp Baltaş.’
Ik heb altijd gedacht dat mijn opa ook in ons dorp geboren was. Wat wilde hij in Baltaş doen? Wie wilde hij daar ontmoeten?
Het is een klein dorp waar wilde bijen hun nest bouwen in de spleten van de rotsen aan de voet van de berg. De honing lokte in het voorjaar altijd bruine beren naar het dorp.’
Hij kon prachtig vertellen met zijn stem die nergens geschikter voor leek dan gebeurtenissen uit vroegere tijden weer tot leven wekken.
‘De jagers van ons dorp schoten de beren af.’
Waarom?’
De legende ging dat het rauwe vlees van de beer heilzaam was voor zwangere vrouwen en zou zorgen voor sterke zoons.’
‘Was dat echt zo?’
Mijn opa glimlachte en stak zijn dunne armen de lucht in. ‘Kijk maar naar mij, mijn moeder heeft heel wat rauw berenvlees gegeten zoals je kunt zien!’
Hij begon hard en aanstekelijk te lachen maar plotseling greep hij naar zijn borst en begon hard te hoesten. Sinds een jaar had hij last van een chronische hoest die de laatste maanden in intensiteit was toegenomen. Meestal verdween de hoest snel maar nu zette het hevig door. Het ontnam hem bijna alle lucht en deed zijn gezicht purper kleuren. Hij hapte naar adem. Ik klopte hem vertwijfeld op zijn rug waarna de hoest langzaam verdween. 
Toen we verder reden bekeek ik mijn opa vanuit mijn ooghoek. Zijn rode baard, blauwe ogen en uitstekende jukbeenderen hadden hem eens een krachtige uitstraling gegeven maar de laatste tijd was er een grijze gloed over zijn gezicht gevallen. Hij was sterk vermagerd en bewoog trager en behoedzamer, alsof hij bang was om te vallen en iets te breken.”

 

 1650950-c90fff16c65f221dabbbe692154c2d6e.jpg
Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

 

 

De Engelse dichter en schrijver D.H. Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in Eastwood (Nottinghamshire). Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor D. H. Lawrence op dit blog.

Uit: Lady Chatterley’s Lover

“He was not really downcast. He could wheel himself about in a wheeled chair, and he had a bath-chair with a small motor attachment, so he could drive himself slowly round the garden and into the fine melancholy park, of which he was really so proud, though he pretended to be flippant about it.
Having suffered so much, the capacity for suffering had to some extent left him. He remained strange and bright and cheerful, almost, one might say, chirpy, with his ruddy, healthy-looking face, and his pale-blue, challenging bright eyes. His shoulders were broad and strong, his hands were very strong. He was expensively dressed, and wore handsome neckties from Bond Street. Yet still in his face one saw the watchful look, the slight vacancy of a cripple.
He had so very nearly lost his life, that what remained was wonderfully precious to him. It was obvious in the anxious brightness of his eyes, how proud he was, after the great shock, of being alive. But he had been so much hurt that something inside him had perished, some of his feelings had gone. There was a blank of insentience.
Constance, his wife, was a ruddy, country-looking girl with soft brown hair and sturdy body, and slow movements, full of unused energy. She had big, wondering eyes, and a soft mild voice, and seemed just to have come from her native village.
It was not so at all. Her father was the once well-known R.A., old Sir Malcolm Reid. Her mother had been one of the cultivated Fabians in the palmy, rather pre-Raphaelite days. Between artists and cultured socialists, Constance and her sister Hilda had had what might be called an aesthetically unconventional upbringing. They had been taken to Paris and Florence and Rome to breathe in art, and they had been taken also in the other direction, to the Hague and Berlin, to great Socialist conventions, where the speakers spoke in every civilized tongue, and no one was abashed.
The two girls, therefore, were from an early age not the least daunted by either art or ideal politics. It was their natural atmosphere. They were at once cosmopolitan and provincial, with the cosmopolitan provincialism of art that goes with pure social ideals.“

 

 1650950-4b9fee891dda6214bc22631d834b4613.jpg
D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
Sylvia Kristel en Nicholas Clay in de film “Lady Chatterley’s Lover” uit 1981

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eddy van Vliet werd geboren op 11 september 1942 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Eddy van Vliet op dit blog

Uit: De laatste dagen van 1991

“Zondag 29.12.1991
Het hebben van een kater biedt het voordeel dat je niets van jezelf hoeft te verwachten. Je kan heerlijk kuieren door je onsamenhangende gedachten, een versregel oprapen om hem onmiddellijk weer te laten vallen, blind naar de boekenkast staren, een willekeurige vrije zender beluisteren zonder te merken dat er onafgebroken hammondorgel wordt gespeeld. Kortom de uitgelezen stemming om de boekenbijlage te lezen. En het wonder geschiedt.
Mijn adrenaline waarvan ik dacht dat zij te slapen lag, rekt zich uit, richt zich op en holt door mijn bloed bij het lezen van de in De Standaard der Letteren gepubliceerde index der boekenrecensies 1991. De belangrijkst geachte culturele krant van Vlaanderen slaagt erin om op een totaal van 788 recensies twee oorspronkelijk in het Nederlands geschreven dichtbundels te bespreken, een en ander omkranst door de welwillende aandacht voor negen poëziebloemlezingen. Ik ben te moe om een en ander in percentages uit te drukken maar iets in mij zegt dat elf op 788 beschamend weinig is. Mijn adrenaline roept: waar is mijn zweep, waar timmer ik de schandpaal?
Ik trek mijn jas aan en ga met Goedele naar de Vogeltjesmarkt. Ik ben gek op markten. Een beetje ongeordend kopen, ademloos luisteren naar de pathetische overredingskracht van de marktkramers, de geur van fruit en bloemen, de schoonheid van diverse huidskleuren. Mijn vrouw vraagt een verkoper naar de prijs van een antiek poppenwagentje. Haar gebrekkige beheersing van het Antwerps dialect wreekt zich. In een imitatie Hollands wordt haar toegesnauwd: 350 gulden. Als zij de man in kwestie duidelijk maakt dat zij Antwerpse is, wordt de prijs niet alleen in Belgische munt uitgedrukt maar tevens bijna gehalveerd, met de verontschuldiging dat het toch practisch alleen ‘Ollanders’ zijn die komen kopen. Het weze toegegeven,het racisme van de Antwerpenaar beperkt zich niet enkel tot kleurlingen. De tijd is wellicht niet meer ver af dat in een der grootste Europese havensteden alleen nog de bewoners die gedurende tenminste vier generaties binnen haar stadswallen hebben gewoond zullen getolereerd worden.”

 

 1650950-f17f30286a1c9a473e5c69d887b4dd68.jpg
Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)

 

 

De Amerikaanse schrijver Andre Dubus III werd geboren op 11 september 1959 in Oceanside, California. Zie ook alle tags voor Andre Dubus III op dit blog.

Uit:The Garden of Last Days

“April drove north on Washington Boulevard in the late-afternoon heat. She passed housing developments behind acacia and cedar trees, Spanish moss hanging from their limbs like strings of dead spiders. Between her legs was the black coffee she'd bought at the Mobil station on the way out of town and it was too hot to drink, the sun still shining bright over the Gulf and blinding her from the side like something she should've seen coming, like Jean getting laid up and now there's no one to watch Franny and no calling in sick at the Puma. And little Franny was strapped in her car seat in the back, tired and happy with no idea how different tonight will be, how strange it could be.
But even in September, Thursday was a big money night, seven to eight hundred take-home, and that's what April concentrated on as she drove, Franny's chin starting to loll against her chest—April made herself think of that fat roll of tens and twenties she'd have at closing, how she'd fold it into the front pocket of her jeans then go to the house mom's office off the dressing room and give Tina a hundred before she found Franny in her pj's on Tina's brown vinyl couch, and she'd try not to think of the walls above Tina's desk covered with dancers' schedules and audition Polaroids of naked women, some of them under postcards from girls who came and went. In the corner were a small TV and VCR where once Louis kept playing a porno starring Bobbie Blue, who used to dance at the Puma as Denise, though the name her mother gave her was Megan.
But Tina would be sure no tapes like that were around. She'd let Franny watch Disney videos as long as she wanted. Bring her chicken fingers and fries from the kitchen. Play cards with her or give her the back of an old schedule she could draw on with a Puma pen.”

 

 1650950-50b7ecb261bf67dd0bc1e26d1d8c30fc.jpg
Andre Dubus III (Oceanside, 11 september 1959)

 

 

De Litouwse dichter, schrijver en vertaler Tomas Venclova werd geboren op 11 september 1937 in Klaipeda, Litouwen. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor Tomas Venclova op dit blog.

 

In the Lake Region

When you open the door, everything falls into place—
the little ferry by the wharf, fir trees and thujas.  
An old woman, feeding ducks, seems as old as Leni  
Riefenstahl. At the base of the hill, chestnut trees, not yet in full bloom,  
are younger—but probably as old as her films.  
All is wet and bright. A hedgehog or God-knows-whose-soul  
is rummaging in last year's leaves. Dead water and living water  
fill the plain. The twins Celsius and Fahrenheit  
are predicting spring weather—while a shadow obscures  
the past (just like the present). The first serene weeks scour the bridges  
in a peaceful corner of Europe between Wannsee and Potsdam—where  
much has happened, but, probably, nothing more will.  
For days we have been watching a ragged crow—in the garden,  
sometimes on the roof. The ancients would have said her  
stubbornness augurs something. Emerging from the wood's  
depths, she lights on one antenna crossbar  
then another, her surface bright as mercury  
in a thermometer's glass. But these are fever marks  
we are incapable of understanding. The beginning of agony?  
The past does not enlighten us—but still, it attempts  
to say something. Perhaps the crow knows more about us  
and about history's dirt than we do ourselves.  
Of what does she want to remind us? Of the black photos, the black headphones
of radio operators, black signatures under documents,  
of the unarmed with their frozen pupils—of the prisoner's boot or the trunk  
of the refugee? Probably not. We will remember this anyway,  
though it won't make us any wiser. The bird signifies only stoicism  
and patience. If you ask for them, your request will be granted.

Vertaald door Ellen Hinsey

 

 1650950-cf31793c35ec741faefae4affc9b3456.jpg
Tomas Venclova (Klaipeda, 11 september 1937)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook
mijn blog van 11 september 2013 en ook mijn blog van 11 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Merill Moore

De Amerikaanse dichter en psychiater Merill Moore werd geboren op 11 september 1903 in Columbia, Tennessee. Moore bezocht de Nashville Vanderbilt University, waar hij lid was van “The Fugitives”, een groep van toen nog onbekende dichters die elkaar ontmoetten om elkaars gedichten te lezen en te bekritiseren. Hij droeg veel bij aan de vergaderingen van de groep en, vanaf 1922, aan het gelijknamige tijdschrift, waarin zijn vroegste bijdragen werden gepubliceerd onder het pseudoniem "Dendric" naast het werk van John Crowe Ransom, Donald Davidson, Allen Tate en Robert Penn Warren en anderen. Moore behaalde een medische graad aan de Vanderbilt universiteit in 1928. Na de dood van zijn vader in 1929 verhuise hij naar Boston en, behalve voor militaire dienst tijden WO II, bracht hij de rest van zijn carrière daar door. Moore was nauw bevriend met de families van Robert Frost en Robert Lowell die hij ook een paar keer als psychiater bij stond. Na WO II speelde Moore een belangrijke achter de schermen rol in de controverse rond Ezra Pound als lid van een groep van letterkundigen die ervoor zorgde dat het dichter ontsnapte aan een rechtzaak wegens verraad i.v.m. zijn radio-propaganda ter ondersteuning van Mussolini. Gedurende zijn carrière schreef Moore een groot aantal sonnetten. Schattingen lopen uiteen, maar in 1935 had Louis Untermeyer 25.000 geteld, iets meer dan twee jaar later, een 1938 kwam de New Yorker op een totale productie van 50.000. Hoewel hij vooral bekend werd als dichter stond Merrill Moore hoog aangeschreven als een scherp en effectief psychiater en een beoefenaar van een progressieve gerichte psychiatrische interventie.

 

How She Resolved to Act

I shall be careful to say nothing at all
About myself or what I know of him
Or the vaguest thought I have - no matter how dim,
Tonight if it so happen that he call."

And not ten minutes later the door-bell rang,
And into the hall he stepped as he always did,
With a face and a bearing that quite poorly hid
His brain that burned and his heart that fairly sang,
 
And his tongue that wanted to be rid of the truth.
As well as she could, for she was very loath
To signify how she felt, she kept very still,
But soon her heart cracked loud as a coffee mill,
And her brain swung like a comet in the dark,
And her tongue raced Eke a squirrel in the park.

 

 

The Book of How

After the stars were all hung separately out
For mortal eyes to see that care to look,
The one who did it sat down and wrote a book
On how he did it. It took him about
As long to write the book as to do the deed,
But he said, "It's things like this we mostly need."
And the angels approved but the devils screamed with laughter,
For they knew exactly what would follow after.

For somehow he managed entirely to omit
The most important facts in accomplishing it:
Where he got the ladder to reach the stars;
And how he lighted them, especially Mars;
And what he hung them on when he got them there,
Eternally distant and luminous in the air.

 

Compulsive scholar, extraordinary latinist

He was always very careful about his dative.
He was careful about his ablative absolute.
He spoke in Latin more carefully than a native.
He said very little that anyone could refute.

He was in fact a very careful man
Or had been so at least since we had known him.
He was careful when he walked and when he ran.
He gave us little reason to disown him.

He was so careful, careful about what he ate.
He was so careful about everything he wore.
He was so careful in argument and debate.
He tried so carefully not to be a bore.
He was so careful about everything he did.
He never told us what his caution hid.

 

 

 1683808-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
Merill Moore (11 september 1903 – 20 september 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten