Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 september 2014 tot 15 september 2014

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik

Vrede is goed eten met goede muziek
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten
Wie danst houdt rekening met andere dansers
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert maar die deelt
Met overig disgenoten.

 

 1652822-0c53dae1af133cd04002ecab2b8d852f.jpg
Lucebert, En zij wendden zich af van het kruis, 1985

 

 

Van de econoom

onverschrokken bij braindrain de schoonprater
springt van nest naar vogel en blijft opgetogen
in de spaghetti van glossolalie lepelen

bepaalde aspecten moeten worden meegenomen
als je niet bepaalde effecten voorkomt
maar kunnen ook blijven liggen als vorm van antwoord
zoals de schepping ook is bepaald die met mensen in de supermarkt
al te toevallige offers heeft afgewend daar komen we onszelf tegen
in de ethiek van het economisch leven

zorgvuldig produceren en consumeren
er is een omslag ontstaan in de omgang
een kwestie van gewenning
invulling van verantwoordelijkheden meer vulsel
dat uitspruit tot vullus
toegevoegde waarde
strijkstok van strijkages

 

 1652828-1abac4d3a9e574b39f03368104aeb090.jpg
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert, verkleed als Keizer der Vijftigers, 1954

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

En zoveel schande werd in liefdes naam

En zoveel schande werd in liefdes naam
Met rein gelaat, gemeen gemoed bedreven,
Dat ik mij vaak genoeg voor liefde schaam
En walging mij belt om voor te leven.

Een felle blos, een bloedgolf stijgt naar ‘t hoofd,
het wordt mij beurtlings rood en zwart voor ogen.
Ach, alles wat geluk is wordt geroofd,
Bevochten op almachtige gier en logen.

Maar voor een ogenblik bezinning keert,
Men weet weer de verruklijke engel veil
Voor alles wat zij maar op aard begeert,
En reinheid zoekt weer in verdriet zijn enig heil.

 

 

Kindervrage

In de hemel staan de sterren
Als kinderen in de verre
Somber overwolkte heide
Waar zij grazend zich verspreiden
Voor het verschiet.

Hoe komt het dat zij niet verdwalen?
Wel is de Maan een strenge herder
Maar de hond die ze, als ze verder
Gaan dan mag, terug moet halen,
Is er niet.

Waarom gaan ze dan niet zoeken
Uit den hemel, in den hoeken
Van ’t heelal, wat zich daarachter
Mag verschuilen, waar geen wachter
Hun verbiedt?

Waarom zijn ze bang gehoorzaam,
Blijven ze in kudde’ ervoor staan?
Als de maan met lome stralen
Hen toch wel niet in kan halen,
Waarom gaan ze dan niet dwalen,
Waarom niet?

 

De ontdekker

Hij had het land waarvoor hij scheep ging lief,
Lief, als een vrouw 't verborgen komende.
Er diep aan denkend stond hij dromende
Voor op de plecht en als de boeg zich hief

Was 't hem te moede of 't zich reeds bewoog
Onder de verten, waarin 't sluimerde,
Terwijl 't schip, door de waterscheiding schuimende,
Op de aanbrekende geboort' toevloog.

Maar toen het lag ontdekt, leek het verraad.
Geen stille onzichtbre streng verbond hen tweeën.
Hij wilde 't weer verheimlijken - te laat:
Het lag voor allen bloot. Hem bleef geen raad
Dan voort te varen, doelloos, desolaat
En zonder drift - leeg, over lege zeeën.

 

 1652822-08961d97326a91fda0f4996e06256027.jpg
Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

 

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Half of a Yellow Sun

"Oh, yes, you have brought the houseboy. I kpotago ya." Master's Igbo felt feathery in Ugwu's ears. It was Igbo colored by the sliding sounds of English, the Igbo of one who spoke English often.
"He will work hard," his aunty said. "He is a very good boy. Just tell him what he should do. Thank, sah!"
Master grunted in response, watching Ugwu and his aunty with a faintly distracted expression, as if their presence made it difficult for him to remember something important. Ugwu's aunty patted Ugwu's shoulder, whispered that he should do well, and turned to the door. After she left, Master put his glasses back on and faced his book, relaxing further into a slanting position, legs stretched out. Even when he turned the pages he did so with his eyes on the book.
Ugwu stood by the door, waiting. Sunlight streamed in through the windows, and from time to time a gentle breeze lifted the curtains. The room was silent except for the rustle of Master's page-turning. Ugwu stood for a while before he began to edge closer and closer to the bookshelf, as though to hide in it, and then, after a while, he sank down to the floor, cradling his raffia bag between his knees. He looked up at the ceiling, so high up, so piercingly white. He closed his eyes and tried to reimagine this spacious room with the alien furniture, but he couldn't. He opened his eyes, overcome by a new wonder, and looked around to make sure it was all real. To think that he would sit on these sofas, polish this slippery-smooth floor, wash these gauzy curtains.
"Kedu afa gi? What's your name?" Master asked, startling him.
Ugwu stood up.
"What's your name?" Master asked again and sat up straight. He filled the armchair, his thick hair that stood high on his head, his muscled arms, his broad shoulders; Ugwu had imagined an older man, somebody frail, and now he felt a sudden fear that he might not please this master who looked so youthfully capable, who looked as if he needed nothing.”

 

 1652828-900402537bc2b8c4adeeb3c636d53356.jpg
Chimamanda Ngozi Adichi (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

Uit: The Mysterious Affair at Styles

“Their country-place, Styles Court, had been purchased by Mr. Cavendish early in their married life. He had been completely under his wife’s ascendancy, so much so that, on dying, he left the place to her for her lifetime, as well as the larger part of his income; an arrangement that was distinctly unfair to his two sons. Their step-mother, however, had always been most generous to them; indeed, they were so young at the time of their father’s remarriage that they always thought of her as their own mother.
Lawrence, the younger, had been a delicate youth. He had qualified as a doctor but early relinquished the profession of medicine, and lived at home while pursuing literary ambitions; though his verses never had any marked success.
John practiced for some time as a barrister, but had finally settled down to the more congenial life of a country squire. He had married two years ago, and had taken his wife to live at Styles, though I entertained a shrewd suspicion that he would have preferred his mother to increase his allowance, which would have enabled him to have a home of his own. Mrs. Cavendish, however, was a lady who liked to make her own plans, and expected other people to fall in with them, and in this case she certainly had the whip hand, namely: the purse strings.
John noticed my surprise at the news of his mother’s remarriage and smiled rather ruefully.
“Rotten little bounder too!” he said savagely. “I can tell you, Hastings, it’s making life jolly difficult for us. As for Evie—you remember Evie?”
“No.”
“Oh, I suppose she was after your time. She’s the mater’s factotum, companion, Jack of all trades! A great sport—old Evie! Not precisely young and beautiful, but as game as they make them.”

 

 1652828-9b0ab6b9859392cf9ff79a1f0608bc41.jpg
Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)
David Suchet als Hercule Poirot

 

 

De Jamaicaanse dichter en schrijver Festus Claudius " Claude " McKay werd geboren op 15 september 1890 in Sunny Ville, Clarendon, Jamaica. Xie ook alle tags voor Claude McKay op dit blog.

 

A Memory of June

When June comes dancing o'er the death of May,
With scarlet roses tinting her green breast,
And mating thrushes ushering in her day,
And Earth on tiptoe for her golden guest,

I always see the evening when we met--
The first of June baptized in tender rain--
And walked home through the wide streets, gleaming wet,
Arms locked, our warm flesh pulsing with love's pain.

I always see the cheerful little room,
And in the corner, fresh and white, the bed,
Sweet scented with a delicate perfume,
Wherein for one night only we were wed;

Where in the starlit stillness we lay mute,
And heard the whispering showers all night long,
And your brown burning body was a lute
Whereon my passion played his fevered song.

When June comes dancing o'er the death of May,
With scarlet roses staining her fair feet,
My soul takes leave of me to sing all day
A love so fugitive and so complete.

 

 

A Prayer

'Mid the discordant noises of the day I hear thee calling;
I stumble as I fare along Earth's way; keep me from falling.

Mine eyes are open but they cannot see for gloom of night:
I can no more than lift my heart to thee for inward light.

The wild and fiery passion of my youth consumes my soul;
In agony I turn to thee for truth and self-control.

For Passion and all the pleasures it can give will die the death;
But this of me eternally must live, thy borrowed breath.

'Mid the discordant noises of the day I hear thee calling;
I stumble as I fare along Earth's way; keep me from falling.

 

 1652822-06ee6505c2ca113648bbf19043f4f646.jpg
Claude McKay (15 september 1890 - 22 mei 1948)

 

 

De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

“The waiter brought his dolma.
‘I’ll have a bowl of soup, please,’ I said.
Nejip came over much later when his shift was done. The streets were full of tobacco workers and their hubbub. I would love to have been one of their rusty-brown, dirty but none the less cheerful crowd.
Nejip kept asking us questions, laughing and being happy. ‘We can go and see some games. You wouldn’t believe some of the matches they have. Which club are you going to go to? I’d say you should get yourselves into Fenerbahçe. You see Fenerbahçe…’
Gazi and I exchanged glances and smiled to ourselves.
‘So which hotel are you staying in?’ Nejip asked, after we’d had God knows how many coffees. ‘Is it a nice, clean place?’
Gazi winked at me. ‘Very clean,’ he said.
‘Well, you can stay with me for tonight anyway. Come on then… Do we have to let the hotel know?’
‘Not really,’ said Gazi and burst out laughing. ‘What hotel, mate? How would we be in a hotel? We’ve been lucky to have a floor to crash on!’
‘Whose floor have you been crashing on?’
‘We met this guy called Nevzat. We’re on the floor in his room.’
‘He shovels coal for a living.’
‘And I thought that…’ Nejip began and then stopped. He started walking off and beckoned to us to follow.
Well, whatever he had thought, it didn’t stop him being the perfect host.”
  

 1652822-260f339463fcb87ab05675fb9bcbea5b.jpg
Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Karl Philipp Moritz

De Duitse schrijver, redacteur en essayist Karl Philipp Moritz werd geboren in Hamelin op 15 september 1756. Moritz werd geboren in arme omstandigheden. Na een gebrekkige schoolopleiding ging hij in de leer bij een hoedenmaker. Er volgen wat wanhopige pogingen om in zijn levensonderhoud te voorzien en toen trok hij de aandacht van een pastor in Hannover en kon hij het gymnasium gaan bezoeken. Al spoedig koos hij echter voor een engagement als acteur onder Ekhof in Gotha, wat evenwel geen succes werd en hij ging opnieuw studeren in Erfurt. Ook van deze stadie had hij weer snel genoeg. Hij sloot zich aan bij de Moravische kerk in Barby, en studeerde theologie in Wittenberg. Vervolgens doceerde hij filantropie aan het Potsdammer militaire weeshuis, om daarna snel weer zijn biezen te pakken. Lesgevend in Berlijn maakte hij naam als schrijver, predikant en dichter, en ging naar Engeland. Vervolgens werd hij leraar aan het gymnasium in Berlijn (Köllnisches Gymnasium). Ook probeerde hij van de Vossische Zeitung een proletarische krant te maken, maar dat mislukte. Later reisde hij naar Italië (1786), waar hij Goethe ontmoette, en bij zijn terugkeer naar Duitsland nam hij zijn intrek als gast bij Goethe in Weimar. Hertog Karl August hielp hem aan een positie aan de Berlijnse Academie van Wetenschappen, en in 1789 werd Moritz hoogleraar in de Theorie van de Schone Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Kunsten in Berlijn. Onder zijn studenten waren Ludwig Tieck, Wilhelm Heinrich Wackenroder en Alexander von Humboldt. Hij was een fervent bewonderaar van Jean Paul en bevriend met Moses Mendelssohn en Asmus Jakob Carstens. Afgezien van een vier-delige autobiografische roman, “Anton Reiser”, en twee gewone “Andreas Hartknopf” romans schreef hij ook een aantal theoretische geschriften over esthetiek, in het bijzonder "Über die bildende Nachahmung des Schönen". Moritz ‚“ Magazin zur Erfahrungsseelenkunde als ein Lesebuch für Gelehrte und Ungelehrte“ was een van de eerste Duitstalige tijdschriften voor psychologie.

Uit: Anton Reiser

„In Pyrmont, einem Orte, der wegen seines Gesundbrunnens berühmt ist, lebte noch im Jahre 1756 ein Edelmann auf seinem Gute, der das Haupt einer Sekte in Deutschland war, die unter dem Namen der Quietisten oder Separatisten bekannt ist, und deren Lehren vorzüglich in den Schriften der Mad. Guion, einer bekannten Schwärmerin, enthalten sind, die zu Fénelons Zeiten, mit dem sie auch Umgang hatte, in Frankreich lebte.
Der Herr von Fleischbein, so hieß dieser Edelmann, wohnte hier von allen übrigen Einwohnern des Orts und ihrer Religion, Sitten und Gebräuchen ebenso abgesondert, wie sein Haus von den ihrigen durch eine hohe Mauer geschieden war, die es von allen Seiten umgab.
Dies Haus nun machte für sich eine kleine Republik aus, worin gewiß eine ganz andre Verfassung als rund umher im ganzen Lande herrschte. Das ganze Hauswesen bis auf den geringsten Dienstboten bestand aus lauter solchen Personen, deren Bestreben nur dahin ging oder zu gehen schien, in ihr ›Nichts‹ (wie es die Mad. Guion nennt) wieder einzugehen, alle Leidenschaften zu ›ertöten‹ und alle ›Eigenheit‹ auszurotten.
Alle diese Personen mußten sich täglich einmal in einem großen Zimmer des Hauses zu einer Art von Gottesdienst versammlen, den der Herr von Fleischbein selbst eingerichtet hatte, und welcher darin bestand, daß sie sich alle um einen Tisch setzten und mit zugeschloßnen Augen, den Kopf auf den Tisch gelegt, eine halbe Stunde warteten, ob sie etwa die Stimme Gottes oder das ›innre Wort‹ in sich vernehmen würden. Wer dann etwas vernahm, der machte es den übrigen bekannt.
Der Herr von Fleischbein bestimmte auch die Lektüre seiner Leute, und wer von den Knechten oder Mägden eine müßige Viertelstunde hatte, den sahe man nicht anders als mit einer von der Mad. Guion Schriften, vom ›innern Gebet‹ oder dergleichen, in der Hand in einer nachdenkenden Stellung sitzen und lesen.
Alles bis auf die kleinsten häuslichen Beschäftigungen hatte in diesem Hause ein ernstes, strenges und feierliches Ansehn. In allen Mienen glaubte man ›Ertötung‹ und ›Verleugnung‹ und in allen Handlungen ›Ausgehen aus sich selbst‹ und ›Eingehen ins Nichts‹ zu lesen.
Der Herr von Fleischbein hatte sich nach dem Tode seiner ersten Gemahlin nicht wieder verheiratet, sondern lebte mit seiner Schwester, der Frau von Prüschenk, in dieser Eingezogenheit, um sich dem großen Geschäfte, die Lehren der Mad. Guion auszubreiten, ganz und ungestört widmen zu können.”

 

 1777541-4fde23bfdb5e8bdc8f823435a6bd816c.jpg
Karl Philipp Moritz (15 september 1756 - 26 juni 1793)
Portret door Karl Franz Jacob Heinrich Schumann, 1791

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

De boot, waarin zich

De boot, waarin zich
moet laten schommelen
een man. Een vrouw
aan wie wordt gedacht, door de man,

tot op het laatst misschien.
En dan de ogen te moeten sluiten
om te zien hoe, bij kalme zee
en bij helder zicht, de boot keer

op keer, steeds indringender,
dezelfde rotspunt raakt.

 

 

Zo eenvoudig

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkenhout,

Omdat het veulen geduldig en voorzichtig
uit het paard valt en kan staan,

De vis als een metalen traan ontluikt
en kan vliegen, de mens after all

Moeizaam leert zwijgen en wegzijn
tussen zijn gewapend steenslag,

Zo eenvoudig, zo helder is het niet
wat ik overhoud wanneer ik
mijn pen heb neergelegd.

 

 

Een witte raaf

op een witte walvis;
een waarnemend subject,
(gepostuleerd); geen water,

laat staan zout water -. Elkaar

voortdurend bijsturend, feed-
back, moeten zij maar zien
hoe zich uit deze tekst

te verwijderen

 

 

 1652308-1102efa469983959b622cae722ce3096.jpg
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Storm werd geboren in Husum op 14 september 1817. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Theodor Storm op dit blog.

Uit: Der Schimmelreiter

„Und wirklich, einen Augenblick, als eine schwarze Wolkenschicht es pechfinster um mich machte und gleichzeitig die heulenden Böen mich samt meiner Stute vom Deich herabzudrängen suchten, fuhr es mir wohl durch den Kopf. ›Sei kein Narr! Kehr um und setz dich zu deinen Freunden ins warme Nest.‹ Dann aber fiel's mir ein, der Weg zurück war wohl noch länger als der nach meinem Reiseziel; und so trabte ich weiter, den Kragen meines Mantels um die Ohren ziehend.
Jetzt aber kam auf dem Deiche etwas gegen mich heran; ich hörte nichts; aber immer deutlicher, wenn der halbe Mond ein karges Licht herabließ, glaubte ich eine dunkle Gestalt zu erkennen, und bald, da sie näher kam, sah ich es, sie saß auf einem Pferde, einem hochbeinigen hageren Schimmel; ein dunkler Mantel flatterte um ihre Schultern, und im Vorbeifliegen sahen mich zwei brennende Augen aus einem bleichen Antlitz an.
Wer war das? Was wollte der? – Und jetzt fiel mir bei, ich hatte keinen Hufschlag, kein Keuchen des Pferdes vernommen; und Roß und Reiter waren doch hart an mir vorbeigefahren!
In Gedanken darüber ritt ich weiter, aber ich hatte nicht lange Zeit zum Denken, schon fuhr es von rückwärts wieder an mir vorbei; mir war, als streifte mich der fliegende Mantel, und die Erscheinung war, wie das erste Mal, lautlos an mir vorübergestoben. Dann sah ich sie fern und ferner vor mir; dann war's, als säh ich plötzlich ihren Schatten an der Binnenseite des Deiches hinuntergehen.
Etwas zögernd ritt ich hintendrein. Als ich jene Stelle erreicht hatte, sah ich hart am Deich im Kooge unten das Wasser einer großen Wehle blinken – so nennen sie dort die Brüche, welche von den Sturmfluten in das Land gerissen werden und die dann meist als kleine, aber tiefgründige Teiche stehen bleiben.
Das Wasser war, trotz des schützenden Deiches, auffallend bewegt; der Reiter konnte es nicht getrübt haben; ich sah nichts weiter von ihm. Aber ein anderes sah ich, das ich mit Freuden jetzt begrüßte: vor mir, von unten aus dem Kooge, schimmerten eine Menge zerstreuter Lichtscheine zu mir herauf, sie schienen aus jenen langgestreckten friesischen Häusern zu kommen, die vereinzelt auf mehr oder minder hohen Werften lagen, dicht vor mir aber auf halber Höhe des Binnendeiches lag ein großes Haus derselben Art; an der Südseite, rechts von der Haustür, sah ich alle Fenster erleuchtet; dahinter gewahrte ich Menschen und glaubte trotz des Sturmes sie zu hören.“

 

 1652308-314b6a81b6d640a234af120ff3826e7a.JPG
Theodor Storm (14 september 1817 - 4 juli 1888)
Standbeeld in Hanerau-Hademarschen

 

De Surinaamse schrijver Leo Henri Ferrier werd geboren in Paramaribo op 14 september 1940. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Leo Ferrier op dit blog.

Uit: Âtman

“Mijn bloed in de rijst, nog voor de organen in mijn lichaam de gekookte witte korrels ontleden in stoffen, die door de darmkanalen osmotisch vloeien in mijn bloed, dat daar arm is.
Ik sta op de brug van Leonsberg, zie mijn huis op de andere Suriname-oever, de noordwestgrens van het distrikt Commewijne. Het enige huis daar aan de overkant, van deze plaats af zo goed waar te nemen. Vergissingen uitgesloten, als men daar naar rechts kijkt. Daar staat het, bijna direkt aan de rivier. De weg, een witte kalkstreep, voert bij de koffieonderneming Voorburg langs de rivier, beschrijft een grote bocht om het huis en komt hier recht tegenover bij Kabel Voorburg weer aan de rivier te voorschijn. Mijn huis staat er geheel geïsoleerd daar naar rechts.
Links, eerst een paar visserskrotten, netten hangen aan lange stokken te drogen in de zon aan de waterkant. Het stinkt er naar rottende vis. Een houten r.k. kerkje - een triomferend torenkruis schijnt als hoogste punt naar de zon te reiken. Gewone huizen, golfzinken daken, veel bomen. Een open stuk aan de rivier dat een voetbalveld is. Er wordt ook een kleine markt gehouden. Grote roeiboten geladen met bananen, groente, vis en andere marktprodukten. De grote aanlegsteiger van de Scheepvaart Mij. Suriname, die een veerdienst Leonsberg - Nieuw-Amsterdam vice versa onderhoudt. Daarachter ligt Nieuw-Amsterdam zelf, de hoofdplaats van Commewijne.
De Commewijne - smaller - voegt daar haar stroom aan de bredere Surinamerivier om samen met deze een onmetelijk estuarium in het dichte oerwoud aan de kust open te scheuren. Wisselen er ontzaglijk oneindige hoeveelheden kubieke meters water met de Atlantische Oceaan in de cyclus van eb vloed vloed eb. Een groot gebeuren aan Suriname's noordgrens, modderig, waar men nu vlak voor de kust naar olie boort.”

 

 1652308-e2e7dbd8f4586beba9659ac822cb6e05.jpg
Leo Ferrier (14 september 1940 - 30 juli 2006)
Cover 

 

 

De Surinaamse dichter, schrijver, journalist en muziekpedagoog Corly Verlooghen werd geboren op 14 september 1932 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Corly Verlooghen op dit blog.

Uit: Benditania

“Nadat het door motorpech getroffen vaartuig met de twee geleerden urenlang had rondgedobberd in de Caraïbische Zee, werd het neergesmakt op het rotsige strand. Uit alle macht klampten de opvarenden zich vast in de kleine ruimte van de boot. Geen enkele lamp brandde meer, wat de welhaast sterreloze nacht nog onheilspellender maakte. De geoloog doctor Chet Delson en zijn vriend de oceanograaf doctor Renco Zaral vreesden dat een volgende ruwe golf het fatale einde zou betekenen, omdat het vaartuig dan te pletter zou slaan tegen de rotsen. Delson zag reeds flarden van zijn uitgeputte lichaam verspreid liggen op het eenzame strand en hij dacht aan zijn vrouw en kinderen van wie hij enkele dagen tevoren afscheid had genomen in New York. Ver van huis te moeten sterven in een vreemd oord was het laatste waaraan hij ooit gedacht zou hebben. Het scheelde weinig of nostalgische sentimenten overmeesterden hem. Zaral had het ondanks zijn benarde toestand gemakkelijker met zijn gevoelens. Hij hoefde zich geen zorgen te maken om een gezin, omdat hij ongetrouwd was. Enkele kortstondige scharrels waren op niets uitgelopen en daarna had hij er niet veel zin meer in gehad zijn geluk in de liefde te beproeven. Zijn wetenschappelijke carrière had hem volledig in beslag genomen en hij had er geen bezwaar tegen zijn verdere leven als vrijgezel door te brengen.
Maar was er nu nog kans op een toekomst? Alsof hij en Delson tegelijk op hetzelfde idee kwamen besloten ze het vaartuig met alle kostbare apparatuur prijs te geven aan de zee. Haastig staken ze hun paspoorten bij zich en sprongen overboord. In de verte hoorden ze het gebrul van een aanstormende golf. In volle vaart renden ze het strand op. Nadat ze zich enkele honderden meters landinwaarts in veiligheid hadden gebracht en hijgend op een rots waren gaan zitten, zagen ze tot hun grote vreugde hoe de motorboot vastgeklemd was komen te liggen tussen twee forse rotsen en de aanval van de watermassa's weerstond.
‘Ook de wetenschap is gered’, zuchtte doctor Delson.
‘De Almachtige zij geprezen’, antwoordde doctor Zaral. ‘Maar toch moeten wij niet te vroeg juichen. Want straks worden wij nog door een stelletje bandieten om zeep gebracht. Ik vertrouw de rust van dit strand niet.’ Delson keek somber. En voordat hij nog iets terug kon zeggen, werden hij en Zaral overvallen door het verblindend licht van een zaklantaarn.”

 

 1652308-c71a2c9d1480eb94564e8bbd4adf3b70.jpg
Corly Verlooghen (Paramaribo, 14 september 1932)

 

 

De Noord-Ierse schrijver Bernard MacLaverty werd geboren in Belfast op 14 september 1942. Zie ook alle tags voor Bernard MacLaverty op dit blog.

Uit: A Time to Dance

“Nelson, with a patch over one eye, stood looking idly into Mothercare’s window. The sun was bright behind him and made a mirror out of the glass. He looked at his patch with distaste and felt it with his finger. The Elastoplast was rough and dry and he disliked the feel of it. Bracing him self for the pain, he ripped it off and let a yell out of him. A woman looked down at him curiously to see why he had made the noise, but by that time he had the patch in his pocket. He knew without looking that some of his eyebrow would be on it.
He had spent most of the morning in the Gardens avoiding distant uniforms, but now that it was coming up to lunchtime he braved it on to the street. He had kept his patch on longer than usual because his mother had told him the night before that if he didn’t wear it he would go “stark, staring blind”.
Nelson was worried because he knew what it was like to be blind. The doctor at the eyeclinic had given him a box of eye patches that would last most of his lifetime. Opticludes.
One day Nelson had worn two and tried to get to the end of the street and back. It was a terrible feeling. He had to hold his head back in case it bumped anything and keep waving his hands in front of him backwards and forwards like windscreen wipers. He kept trampling on tin cans and heard them trundle emptily away. Broken glass crackled under his feet and he could not figure out how close to the wall he was. Several times he heard footsteps approaching, slowing down as if they were going to attack him in his helplessness, then walking away. One of the footsteps even laughed. Then he heard a voice he knew only too well.
‘Jesus, Nelson, what are you up to this time?
’ It was his Mother. She led him back to the house with her voice blaring in his ear.“

 

 1652308-321985c9c5c4e54bbe9c712e2bdb169e.jpg
Bernard MacLaverty (Belfast, 14 september 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:34 Reageer op dit bericht

Martyn Burke, Ivan Klima, Eckhard Henscheid, Eric van der Steen, Mario Benedetti, Uli Becker

De Canadese schrijver, journalist, regisseur en scenarioschrijver Martyn Burke werd geboren op 14 september 1952 in Toronto. Zie ook alle tags voor Martyn Burke op dit blog.

Uit: The Commissar's Report

“efore the great war, when I was a boy, we used to dream of what life was like in Enemy Number One. It was a time when dreams were precious. Terror hung like a fog in our city, and even though we were very young, we still knew about the midnight arrests and the deportations going on all around us. And what we didn't know, we could sense from the fear-etched faces of our parents, who would talk even to us in heroic and heavy phrases of socialist realism like we heard from the loudspeakers at the May Day military parades. It was as if our parents were afraid that we would turn them in.
Enemy Number One seemed like a distant paradise to us then.
We knew all about it from the pages of smuggled copies of Life magazine. Of course it was dangerous to be caught reading such a foreign magazine. (But how were we to know you could be shot for it?) All we cared about was hurrying home after school, running through the freezing streets where steaming horses wheezed under heavy loads and streetcars clanged and clattered among the grim, ragged throngs.
No one was home in our apartment for at least an hour after school, so my brother Yuri and I spent those precious moments staring into the pages of Life, with its photographs and advertisements of all those sleek people and those big Cadillacs and the skyscrapers in New York and Chicago. My imagination would stampede and before I knew it, I was walking around our high-ceilinged parlor with its overstuffed furniture and peeling plaster, pretending I was in a glittering ballroom in Philadelphia. I danced through the ancient odors of boiled cabbage as the after-school gloom fell away in the light of some distant candelabra.I hated the smell of boiled cabbage. I was sure that Enemy Number One did not smell of boiled cabbage.”

 

 1652292-4c7af30b3e26719bf43e29f1e01461a1.jpg
Martyn Burke (Toronto, 14 september 1952)

 

 

De Tsjechische schrijver Ivan Klíma werd op 14 september 1931 geboren in Praag. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Ivan Klima op dit blog.

Uit: Lovers for a Day (Vertaald door Gerald Turner)

“BIn the complete silence she can hear the sand noiselessly piling up into blue dunes, and slowly, like a mirage, the outline of the first tower emerges, and a chimney thrusting skywards and an enormous plinth for an enormous statue, with no statue, that marvellous landmark; and lower and lower, below the roofs — this is my city — down to the river, and above the river coloured prisms with cellophane and trams (chipped thermos flasks), motor cars and converging dots just moving — those are people — if I were to go down there I'd be like them and maybe someone would be glad and say, Stay here now, don't go back. No thank you, I'm happy here. This is where I'm happiest of all. Here I'm all alone when I feel like it and I won't be if I don't feel like it. And up again: the owl-shaped branch again, and higher and higher up to the outline of the last tower and the chimney thrusting skywards. It's still early morning and the sun is rising. The day had such a pallid start — but now, now it's like a tree growing out of the damp earth, like a field, like a roof facing away from the city. She would like to do something: I have to do something on a day like this. I'll put on that white pleated skirt and then I could go for a swim — with Markéta probably — or just go off somewhere, go and thumb a lift from the last tram stop, all on my own — why not, someone's bound to stop and give me a lift somewhere. And maybe he'll be young and afterwards he'll say, Actually I'm not going anywhere, it was just a whim this morning. And I'll reply, It wasn't just your whim, it was mine as well. Except that it'll turn out to be some dreary married man instead. But that doesn't matter, I'll get dropped off somewhere where there are some rocks and climb up them. And then when I get to the top, it'll be like it used to be with us, only I'll lie down in the warm clovery grass all by myself, far from any path, and wait.
And she quietly slips out of the room that is more like a mansard and in which only the end of the ball of twine will now swing to and fro almost imperceptibly behind the closed window and the closed door.“

 

 1652292-4ff39fdfff7406002ed6a0db6af84222.jpg
Ivan Klíma (Praag, 14 september 1931)

 

 

De Uruguayaanse dichter, schrijver, criticus en journalist Mario Benedetti Farugia werd geboren op 14 september 1920 in Paso de los Toros in het department Tacuarembó. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Mario Benedetti op dit blog.

 

Tijdverdrijf

In onze kindertijd
waren oude mensen dertig jaar oud
een plas was een oceaan
de dood effen en vlak
bestond niet

Later, als jongeren
waren mensen op hun veertigste oud
een vijver was een oceaan
de dood was enkel
een woord

En toen wij huwden
waren ouderlingen zo'n vijftig jaar oud
een meer was een oceaan
en de dood was de dood
van de anderen

Nu, door ervaring geleerd,
kreeg de waarheid haar gewicht
de oceaan is uiteindelijk de oceaan
maar de dood begint onze dood
te worden.

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 

 

Do Not Save Yourself (No Te Salves)

Do not stay motionless
on the edge of the path
do not freeze joy
do not love with disillusion
do not save yourself now
or ever
do not save yourself
do not fill yourself with calm
do not reserve from the world
a mere tranquil corner
do not let your eyelids fall
heavy like judgements
do not be left without lips
do not sleep without weariness
do not think (yourself) without blood
do not judge yourself without time.
But if
in spite of it all
you can’t avoid it
and you freeze joy
and you love with disillusion
and you save yourself now
and you fill yourself with calm
and you reserve in the world
merely a tranquil corner
and you allow your eyelids to fall
heavy like judgements
and you are desiccated without lips
and you sleep without weariness
and you think (yourself) without blood
and you judge yourself without time
and you stay motionless
at the edge of the path
and you save yourself
then
do not stay with me.

 

Vertaald door Alejandro Urruzmendi

 

 1652292-bc53471e6699b09137c55a5b55230fc9.jpg
Mario Benedetti (14 september 1920 – 17 mei 2009)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Eric van der Steen werd op 14 september 1907 in Alkmaar geboren. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Eric van der Steen op dit blog.

 

Bladvullingen

De haven laait. Hoezee. Copra en cargadoor.
Ik zie dat leven aan en voel er dan niets voor.

•
 
Zeer zware geuren, droomen soms. In vol ornaat
een zaad dat zeilend voor den wind de zee ingaat.
 
•
 
Men schrijft weer Mei. De maan is blank en goed gerezen.
Ik Meimer: Eric, zal Men na een eeuw dit lézen?
 
•
 
Zij ijs, ik bier. Ik kus haar zacht, zij lacht
en trappelt op het grind, dat weer den Ystijd wacht.
 
•
 
Waarom, waarom floot ik ‘l'Amour sans phrases!’
dien laatsten keer zoo valsch en uit de maat?
Omdat de oempa's zoo 't Wilhelmus blazen
wanneer het schip den vasten wal verlaat.
 
•
 
Bronnen voor dezen dorst zijn boordevol verscholen
omtrent een koelen mond en twee violenoogen.
 
•
 
Als ik die oogen en die weeke lippen gadesla,
dan wil ik meestal naar den Oost en soms naar Canada.
 
•
 
Wanneer je terug zou komen, terug zou komen, Inge....
Ik zou niet drinken en de nachtegaal zou zingen.
 
•
 
Nu hier in Juni de seringen oostersch geuren,
drieduizend dooden zijn in China te betreuren.
 
•
 
Ik zou alleen zijn met U, Venus, felle star,
als tante Bets niet baas was in haar eigen bar.
 
•
 
Enkel Novemberregen - en de ziel (wie heeft die niet?)
zit vleugellam aan d'oever van een snelle vliet.

 

 1652292-702f4fcf5d40ea4cbd8f2c9564d260ef.jpg
Eric van der Steen (14 september 1907 - 3 november 1985)
Alkmaar 

 

 

De Duitse schrijver Eckhard Henscheid werd geboren op 14 september 1941 in Amberg. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Eckhard Henscheid op dit blog.

Uit: Goethe unter Frauen

"-ja, ein ganz übles Tratsch- und Quatschnest war es damals, unser knapp 6000 meist seelenlose Wesen starkes Weimar, ebenwelches sie aber 1999 zum Ehrengeburtstag meines steinalten Gattensauschwanzes jetzt auch noch zur 'europäischen Kulturstadt' schlagen wollen, diese ahnungslosen Kulturbürokraten, mit fließendem Übergang zur Expo in Hannover, wo dann der sehr grunzdumme Obertheaterregisseursesel Peter Stein (m. W. ein Nachfahr der Frau v. St.) wieder mal den Faust exercieren und kaputtmachen will - und es war dies Weimar ja damals schon eine Kulturhauptstadt der Philister und der Pharisäer und der Spießer, des Drecks und Quarks, wieschon es sich selbst als 'Ilm-Athen' und 'Bethlehem-Juda' (so die alte Superschwatzbase Wieland 1776) ausgab und verherrlichte."

 

 1652292-43350dc72a4687bb0635c743277422b8.jpg
Eckhard Henscheid (Amberg, 14 september 1941)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Uli Becker werd geboren op 14 september 1953 in Hagen. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en ook alle tags voor Uli Becker op dit blog.

Uit: Dr. Dolittles Dolcefarniente

 

Nachts das Firmament
lässt jedermann Künstler sein:
Malen nach Zahlen.

*

Biotop für sich,
was am Taxipolster klebt:
Blut, Schweiß, wer weiß was.

*

Wie kurz mein Schatten
unter steiler Sonne wird!
Spring! Wär doch gelacht.

 

 

 1652292-28a1fe717d67c669ff32061d6ee8e815.jpg
Uli Becker (Hagen, 14 september 1953)
Hagen, Friedrich-Ebert-Platz met raadhuistoren en Volme-Galerie

Geschreven door Romenu om 13:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten