Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 september 2014 tot 16 september 2014

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Justin Haythe, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

ode aan taal

vogelen

ik wil je openvouwen als een vleugel
kijken hoe sterk de penneveren nog vloeien
de leefrimpels van je hart
van mond naar hand voelen popelen
zien hoe je als een schip
het vaarwater laat bloeien
met de vlucht van de zon

voor je als een schaduw uit de mouw
weer aan je nachtwerk begint:
schaduw in de tuimelende ruimtezerk
van steen

 

 

het laatste gedicht

het laatste gedicht is dat
met het minste gewicht
want het is een weg en een weggaan
                                                  in beweging
en belichaamd in vervlieding
het uiteindelijk bekende gezicht
van anonimiteit                            van een leven
in verleefde beweging

het laatste gedicht paart niet
het heeft geen afsluiting met punt
of vraagteken
want de slotregel is slechts een sluis
is altijd een optie
op het opzeggen voor altijd
het opengaan van de passage
naar opgaan in beweegzingen

het laatste gedicht is het zichtbaar
maken van het overgaan
van dansende tekens naar de bevrijding
                                                 van onzichtbaarheid

 

 

land van genade en verdriet

I
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt

 

 1653301-60fcc2f7c16407b1bb5c0a238d19b473.jpg
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Theo

Het gaat de laatste tijd niet goed met hem. Zeg maar, beroerder dan ooit. En dan te bedenken dat hij een week of wat geleden in het Provinciehuis tot ondernemer van het jaar van de regio (Oost-Betuwe) werd uitgeroepen. Jezus, wat is er die avond gehesen. Wij, Theo’s maten van
De Kolibrie, hadden zo’n reusachtige taart besteld met een striptease-danseres erin. Nog zie ik Ilse met beide handen in de armleuningen van haar rolstoel knijpen, toen dat grietje met haar tanden zijn gulp open probeerde te krijgen. Wij bescheurden het natuurlijk, wat konden we anders, al heb ik Ilse later wel mijn excuses aangeboden. Wat tot mijn spijt niet van alle jongens gezegd kan worden. Maar die prijs was volkomen terecht. Precies zoals die ene gedeputeerde in zijn toespraak beweerde. Theo is vijftien jaar geleden met niets begonnen. Nou ja, met een berg roest in een half verrotte schuur waar zijn ouweheer met trillende handen wel eens een bandje plakte, als de wind meezat. Tegenwoordig staat meneer aan het hoofd van meer dan 35 Happy Bikers Homes. Dringt het tot je door? Theo geeft leiding aan een keten. En die keten heeft weer belangen in andere ketens. Maar enfin, sinds zijn uitverkiezing is hij heel vreemd gaan doen.
Belachelijk gewoon, zoals hij zich toetakelt. Als nummer 1 van de oostelijke Betuwe mag hij meedoen aan de landelijke uitverkiezing. Die is volgende maand. In het Sonesta Hotel in Amsterdam. Ken je die plastic hulzen die je om de rand van de wc-pot klemt? Die had hij om zijn oren hangen, toen hij laatst in De Kolibrie arriveerde. In plaats van zeep had hij er blauwe bloemetjes in gepropt, lelietjes-van-dalen of zo. ‘Staan je enig, Theo’, zeiden wij, ‘die nieuwe bakkebaarden van je’. De keer daarop kwam hij in een soort zwanenpak aanzetten. Op paarse zwemvliezen. En met een zonnebril met ruitenwissertjes.
Theo noemt zich conceptualist. Hij denkt dat hij in Amsterdam afgaat als een gieter, als hij alleen maar succesvol ondernemer blijkt te zijn. Dat er op landelijk niveau veel en veel meer bij komt kijken. Hij wil niet afgaan, hij wil winnen. Daarom is Theo beeldend kunstenaar geworden.

 

 1653301-f9366b856bcac7b5bc1a3c4e059c7d23.jpg
Frans Kusters (16 september 1949 - 20 november 2012)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

Uit: A Region Not Home: Reflections from Exile

“In recent years I have realized that my friend, whom I now respect even more, was speaking from the perspective of a tactician. He viewed the situation in strict bread-and-butter terms: a commitment had been made to redefine the meaning of democracy in this country, certain opportunities and the freedom they provided. From his point of view, it was simply a matter of fulfilling a contractual obligation: taking full advantage of the educational opportunities that had been offered to achieve middle-class status in one of the professions. But from my point of view, one that I never shared with him, it was not that simple. Perhaps it was because of the differences in our generations and experiences. Or perhaps it was because each new generation, of black people at least, has to redefine itself even while it attempts to grasp the new opportunities, explore the new freedom. I can speak for no one but myself, yet maybe in trying to preserve the uniqueness of my experience, as I tried to do in Elbow Room, I can begin to set the record straight for my friend, for myself, and for the sake of the record itself.
In 1954, when Brown v. Board of Education was decided, I was eleven years old. I lived in a lower-class black community in Savannah, Georgia, attended segregated public schools, and knew no white people socially. I can't remember thinking of this last fact as a disadvantage, but I do know that early on I was being conditioned to believe that I was not supposed to know any white people on social terms. In our town the children of the black middle class were expected to aspire to certain traditional occupations; the children of the poor were expected not to cause too much trouble.”

 

 1653301-d677b67636b1fb26d83375c2b43de36b.jpg
James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Nava op dit blog.

Uit: The Little Death

“The stink was a complex odor of ammonia, unwashed bodies, latrines, dirty linen and cigarette smoke compounded by bad ventilation and mingled with a sexual musk, a distinctive genital smell. The walls were faded green, grimy and scuffed. The floor, oddly enough, was spotless. The trusties mopped it at all hours of the day and night. Busy work, I suppose.
Everyone in the public defender's office avoided the jail rotation. If the law was a temple, it was built on human misery and jails were the cornerstones. I minded the jail less than most, finding it - psychologically, at least - not so much different from a courtroom. So much of crime and punishment consisted of merely waiting for something to happen, for a case to move. But it was different, the jail, from the plush law school classroom, just a few miles away, from which I graduated ten years earlier determined to do good, to be good. I achieved at least one of those things. I was a good lawyer, and most days that was enough. I was aware, however, that I took refuge in my profession, as unlikely as that seemed considering the amount of human suffering I dealt with. It offered me a role to escape into, from what I no longer knew; perhaps nothing more significant than my own little ration of suffering.
I went into my office, a small room tucked away at the end of a corridor and where it was almost possible to hear yourself think. I picked up a sheaf of papers, arrest reports and booking sheets, the night's haul. There was the usual array of vagrants and drunk drivers, a couple of burglaries, a trespass. One burglary, involving two men, was the most serious of the cases so I gave if special attention. The two suspects were seen breaking into a car in the parking lot of a Mexican restaurant on El Camino. The police recovered a trunkful of car stereos, wires still attached. The suspects were black men in their early twenties with just enough by way of rap sheets to appeal to a judge's hanging instinct. I gathered the papers together and went into the booking office.”

 

 1653301-99a90670325ad6c6ac3fc265f40d0092.jpg
Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2010

Uit: The Honeymoon

“I found it slow except for one gripping sequence when Marcel sits on a log with a spectacular view of a dam behind him. As he discusses the terrible outbreak of disease amongst an Indian tribe who worked on the dam with migrant labourers from San Paulo, he carefully inches the peel from an orange. He takes great care to keep it all in one piece. When he succeeds, he looks at the peel and nods with satisfaction before tossing it into the bushes.
He had agreed to let Maureen and me live in his home while he was away making his next film. His daughter lived in an apartment on the ground floor. Claudia was twenty-seven years old, five years younger than Maureen. He said she would keep an eye on us.
When Maureen went out to dinner or to the theatre in the evenings, she paid Claudia to come upstairs and look after me. Claudia was tall and exceptionally long-limbed, her torso nothing more than a hesitation between arms and legs. When she rose from sitting contorted on the couch, she unfolded to a startling height. Her mother was Venezuelan, but something besides foreignness was foreign between us. Aside from the desk, all that remained as evidence that she had spent her childhood in the apartment was the piece of coloured glass hung from the window frame in the room where I slept, and a small brass travel frame, the size of a matchbox, that sat on Marcel's desk. The frame opened like a locket and contained two photographs: on one side, a young unsmiling Claudia wearing a pair of swimsuit bottoms at the edge of the ocean; on the other, a lean, happy-looking Marcel against an identical background. The pictures were taken on the same afternoon, roughly in the same spot, as if this had been the only afternoon they had ever spent together.”

 

 1653301-028c3fac3506956ecc9ee1369fa81264.jpg
Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

 

 

De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Arp op dit blog

 

Die Herzen sind Sterne (Fragment)

Die Herzen sind Sterne,
die im Menschen blühen.
Alle Blumen sind Himmel.
Alle Himmel sind Blumen.
Alle Blumen glühen.
Alle Himmel blühen.
Ich spreche kleine, alltägliche Sätze
leise für mich hin.
Um mir Mut zu machen,
um mich zu verwirren,
um das große Leid, die Hilflosigkeit,
in der wir leben, zu vergessen,
spreche ich kleine, einfältige Sätze.

Die Meere sind Blumen.
Die Wolken sind Blumen.
Die Sterne sind Blumen,
die im Himmel blühen.
der Mond ist eine Blume.
Der Mond ist aber auch eine große Träne.

Alle Blumen blühen für dich.
Alle Herzen glühen für dich.

 

 

 1653301-3dd45dc0cadd26d65e6a962df548d1ba.jpg
Hans Arp (16 september 1886 - 7 juni 1966)
 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Alfred Schaffer

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973 als zoon van een Arubaanse moeder en een Nederlandse vader. Schaffer studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en Film- en Theaterwetenschappen alvorens in 1996 naar Zuid-Afrika te vertrekken, waar hij als docent verbonden was aan de Universiteit van Kaapstad. Tussen 2007 en 2010 was hij fondsredacteur van De Bezige Bij. In 2011 vertrok hij opnieuw naar Zuid-Afrika, waar hij als docent verbonden is aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij debuteerde in 2000 met de dichtbundel “Zijn opkomst in de voorstad”, die werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs en bekroond met de eerste Jo Peters Poëzieprijs. Zijn tweede bundel, “Dwaalgasten” uit werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2003 verscheen de bibliofiele bundel “Definities en hallucinaties”. In het voorjaar van 2004 verscheen zijn eerste bundel bij De Bezige Bij, “Geen hand voor ogen”, die opnieuw werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Eind 2006 verscheen “Schuim”, die door een groep beroepslegers en critici werd verkoren tot de beste poëziebundel van dat jaar en werd bekroond met de de Hugues C. Pernathprijs. In 2008 verscheen “Kooi”, wederom genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Tevens werd deze bundel bekroond met de Jan-Campertprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

 

Prooi

Ik heb de ruitenwissers aan mijn bruine huid is bruin
van alle zomerdagen. Dorpjes kraters reservaten
alles schuift voorbij, het is alsof ik door een tunnel jaag
met nat cement en aan het einde het beroemd licht
en heldere geluiden. Alleen er is geen tunnel, ik kan het
niet beschrijven. Mij rest ook weinig tijd ik doe alsof ik weet
van niets tot ik verstijf, maar dan is het natuurlijk al te laat -
een plank van vlees ik ril bij de gedachte, precies een rat
mijn staart een vette worm en daar een kater op de loer
vlak op de grens van mijn verstandelijk vermogen.
Kom tevoorschijn roept het beest ik zie je wel. Op dit punt
schrok ik vroeger wakker badend in het zweet, nu kan ik
erom lachen, ik gil het uit van pret alsof ik eeuwig
met vakantie was, zo zit ik hier te gillen.

 

 

En dan stopt het

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.

De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak -
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:

daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.

Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

 

 1681978-a801c85481e63156aaa4b0d9c5b35475.jpg
Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lucebert, Jan Slauerhoff, Chimamanda Ngozi Adichie, Agatha Christie, Claude McKay, Orhan Kemal

De Nederlandse dichter Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik

Vrede is goed eten met goede muziek
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten
Wie danst houdt rekening met andere dansers
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert maar die deelt
Met overig disgenoten.

 

 1652822-0c53dae1af133cd04002ecab2b8d852f.jpg
Lucebert, En zij wendden zich af van het kruis, 1985

 

 

Van de econoom

onverschrokken bij braindrain de schoonprater
springt van nest naar vogel en blijft opgetogen
in de spaghetti van glossolalie lepelen

bepaalde aspecten moeten worden meegenomen
als je niet bepaalde effecten voorkomt
maar kunnen ook blijven liggen als vorm van antwoord
zoals de schepping ook is bepaald die met mensen in de supermarkt
al te toevallige offers heeft afgewend daar komen we onszelf tegen
in de ethiek van het economisch leven

zorgvuldig produceren en consumeren
er is een omslag ontstaan in de omgang
een kwestie van gewenning
invulling van verantwoordelijkheden meer vulsel
dat uitspruit tot vullus
toegevoegde waarde
strijkstok van strijkages

 

 1652828-1abac4d3a9e574b39f03368104aeb090.jpg
Lucebert (15 september 1924 - 10 mei 1994)
Lucebert, verkleed als Keizer der Vijftigers, 1954

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Jacob Slauerhoff werd geboren in Leeuwarden op 15 september 1898. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Jan Slauerhoff op dit blog.

 

En zoveel schande werd in liefdes naam

En zoveel schande werd in liefdes naam
Met rein gelaat, gemeen gemoed bedreven,
Dat ik mij vaak genoeg voor liefde schaam
En walging mij belt om voor te leven.

Een felle blos, een bloedgolf stijgt naar ‘t hoofd,
het wordt mij beurtlings rood en zwart voor ogen.
Ach, alles wat geluk is wordt geroofd,
Bevochten op almachtige gier en logen.

Maar voor een ogenblik bezinning keert,
Men weet weer de verruklijke engel veil
Voor alles wat zij maar op aard begeert,
En reinheid zoekt weer in verdriet zijn enig heil.

 

 

Kindervrage

In de hemel staan de sterren
Als kinderen in de verre
Somber overwolkte heide
Waar zij grazend zich verspreiden
Voor het verschiet.

Hoe komt het dat zij niet verdwalen?
Wel is de Maan een strenge herder
Maar de hond die ze, als ze verder
Gaan dan mag, terug moet halen,
Is er niet.

Waarom gaan ze dan niet zoeken
Uit den hemel, in den hoeken
Van ’t heelal, wat zich daarachter
Mag verschuilen, waar geen wachter
Hun verbiedt?

Waarom zijn ze bang gehoorzaam,
Blijven ze in kudde’ ervoor staan?
Als de maan met lome stralen
Hen toch wel niet in kan halen,
Waarom gaan ze dan niet dwalen,
Waarom niet?

 

De ontdekker

Hij had het land waarvoor hij scheep ging lief,
Lief, als een vrouw 't verborgen komende.
Er diep aan denkend stond hij dromende
Voor op de plecht en als de boeg zich hief

Was 't hem te moede of 't zich reeds bewoog
Onder de verten, waarin 't sluimerde,
Terwijl 't schip, door de waterscheiding schuimende,
Op de aanbrekende geboort' toevloog.

Maar toen het lag ontdekt, leek het verraad.
Geen stille onzichtbre streng verbond hen tweeën.
Hij wilde 't weer verheimlijken - te laat:
Het lag voor allen bloot. Hem bleef geen raad
Dan voort te varen, doelloos, desolaat
En zonder drift - leeg, over lege zeeën.

 

 1652822-08961d97326a91fda0f4996e06256027.jpg
Jan Slauerhoff (15 september 1898 – 5 oktober 1936)

 

 

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Half of a Yellow Sun

"Oh, yes, you have brought the houseboy. I kpotago ya." Master's Igbo felt feathery in Ugwu's ears. It was Igbo colored by the sliding sounds of English, the Igbo of one who spoke English often.
"He will work hard," his aunty said. "He is a very good boy. Just tell him what he should do. Thank, sah!"
Master grunted in response, watching Ugwu and his aunty with a faintly distracted expression, as if their presence made it difficult for him to remember something important. Ugwu's aunty patted Ugwu's shoulder, whispered that he should do well, and turned to the door. After she left, Master put his glasses back on and faced his book, relaxing further into a slanting position, legs stretched out. Even when he turned the pages he did so with his eyes on the book.
Ugwu stood by the door, waiting. Sunlight streamed in through the windows, and from time to time a gentle breeze lifted the curtains. The room was silent except for the rustle of Master's page-turning. Ugwu stood for a while before he began to edge closer and closer to the bookshelf, as though to hide in it, and then, after a while, he sank down to the floor, cradling his raffia bag between his knees. He looked up at the ceiling, so high up, so piercingly white. He closed his eyes and tried to reimagine this spacious room with the alien furniture, but he couldn't. He opened his eyes, overcome by a new wonder, and looked around to make sure it was all real. To think that he would sit on these sofas, polish this slippery-smooth floor, wash these gauzy curtains.
"Kedu afa gi? What's your name?" Master asked, startling him.
Ugwu stood up.
"What's your name?" Master asked again and sat up straight. He filled the armchair, his thick hair that stood high on his head, his muscled arms, his broad shoulders; Ugwu had imagined an older man, somebody frail, and now he felt a sudden fear that he might not please this master who looked so youthfully capable, who looked as if he needed nothing.”

 

 1652828-900402537bc2b8c4adeeb3c636d53356.jpg
Chimamanda Ngozi Adichi (Enugu, 15 september 1977)

 

 

De Britse schrijfster Agatha Christie werd geboren in Torquay (Devon) op 15 september 1890. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Agatha Christie op dit blog.

Uit: The Mysterious Affair at Styles

“Their country-place, Styles Court, had been purchased by Mr. Cavendish early in their married life. He had been completely under his wife’s ascendancy, so much so that, on dying, he left the place to her for her lifetime, as well as the larger part of his income; an arrangement that was distinctly unfair to his two sons. Their step-mother, however, had always been most generous to them; indeed, they were so young at the time of their father’s remarriage that they always thought of her as their own mother.
Lawrence, the younger, had been a delicate youth. He had qualified as a doctor but early relinquished the profession of medicine, and lived at home while pursuing literary ambitions; though his verses never had any marked success.
John practiced for some time as a barrister, but had finally settled down to the more congenial life of a country squire. He had married two years ago, and had taken his wife to live at Styles, though I entertained a shrewd suspicion that he would have preferred his mother to increase his allowance, which would have enabled him to have a home of his own. Mrs. Cavendish, however, was a lady who liked to make her own plans, and expected other people to fall in with them, and in this case she certainly had the whip hand, namely: the purse strings.
John noticed my surprise at the news of his mother’s remarriage and smiled rather ruefully.
“Rotten little bounder too!” he said savagely. “I can tell you, Hastings, it’s making life jolly difficult for us. As for Evie—you remember Evie?”
“No.”
“Oh, I suppose she was after your time. She’s the mater’s factotum, companion, Jack of all trades! A great sport—old Evie! Not precisely young and beautiful, but as game as they make them.”

 

 1652828-9b0ab6b9859392cf9ff79a1f0608bc41.jpg
Agatha Christie (15 september 1890 – 12 januari 1976)
David Suchet als Hercule Poirot

 

 

De Jamaicaanse dichter en schrijver Festus Claudius " Claude " McKay werd geboren op 15 september 1890 in Sunny Ville, Clarendon, Jamaica. Xie ook alle tags voor Claude McKay op dit blog.

 

A Memory of June

When June comes dancing o'er the death of May,
With scarlet roses tinting her green breast,
And mating thrushes ushering in her day,
And Earth on tiptoe for her golden guest,

I always see the evening when we met--
The first of June baptized in tender rain--
And walked home through the wide streets, gleaming wet,
Arms locked, our warm flesh pulsing with love's pain.

I always see the cheerful little room,
And in the corner, fresh and white, the bed,
Sweet scented with a delicate perfume,
Wherein for one night only we were wed;

Where in the starlit stillness we lay mute,
And heard the whispering showers all night long,
And your brown burning body was a lute
Whereon my passion played his fevered song.

When June comes dancing o'er the death of May,
With scarlet roses staining her fair feet,
My soul takes leave of me to sing all day
A love so fugitive and so complete.

 

 

A Prayer

'Mid the discordant noises of the day I hear thee calling;
I stumble as I fare along Earth's way; keep me from falling.

Mine eyes are open but they cannot see for gloom of night:
I can no more than lift my heart to thee for inward light.

The wild and fiery passion of my youth consumes my soul;
In agony I turn to thee for truth and self-control.

For Passion and all the pleasures it can give will die the death;
But this of me eternally must live, thy borrowed breath.

'Mid the discordant noises of the day I hear thee calling;
I stumble as I fare along Earth's way; keep me from falling.

 

 1652822-06ee6505c2ca113648bbf19043f4f646.jpg
Claude McKay (15 september 1890 - 22 mei 1948)

 

 

De Turkse schrijver Orhan Kemal (eig. Mehmet Raşit Öğütçü) werd geboren op 15 september 1914 in Ceyhan. Zie ook mijn blog van 15 september 2010 en eveneens alle tags voor Orhan Kemal op dit blog.

Uit: The Idle Years (Vertaald door Cengiz Lugal)

“The waiter brought his dolma.
‘I’ll have a bowl of soup, please,’ I said.
Nejip came over much later when his shift was done. The streets were full of tobacco workers and their hubbub. I would love to have been one of their rusty-brown, dirty but none the less cheerful crowd.
Nejip kept asking us questions, laughing and being happy. ‘We can go and see some games. You wouldn’t believe some of the matches they have. Which club are you going to go to? I’d say you should get yourselves into Fenerbahçe. You see Fenerbahçe…’
Gazi and I exchanged glances and smiled to ourselves.
‘So which hotel are you staying in?’ Nejip asked, after we’d had God knows how many coffees. ‘Is it a nice, clean place?’
Gazi winked at me. ‘Very clean,’ he said.
‘Well, you can stay with me for tonight anyway. Come on then… Do we have to let the hotel know?’
‘Not really,’ said Gazi and burst out laughing. ‘What hotel, mate? How would we be in a hotel? We’ve been lucky to have a floor to crash on!’
‘Whose floor have you been crashing on?’
‘We met this guy called Nevzat. We’re on the floor in his room.’
‘He shovels coal for a living.’
‘And I thought that…’ Nejip began and then stopped. He started walking off and beckoned to us to follow.
Well, whatever he had thought, it didn’t stop him being the perfect host.”
  

 1652822-260f339463fcb87ab05675fb9bcbea5b.jpg
Orhan Kemal (15 september 1914 – 2 juni 1970)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Karl Philipp Moritz

De Duitse schrijver, redacteur en essayist Karl Philipp Moritz werd geboren in Hamelin op 15 september 1756. Moritz werd geboren in arme omstandigheden. Na een gebrekkige schoolopleiding ging hij in de leer bij een hoedenmaker. Er volgen wat wanhopige pogingen om in zijn levensonderhoud te voorzien en toen trok hij de aandacht van een pastor in Hannover en kon hij het gymnasium gaan bezoeken. Al spoedig koos hij echter voor een engagement als acteur onder Ekhof in Gotha, wat evenwel geen succes werd en hij ging opnieuw studeren in Erfurt. Ook van deze stadie had hij weer snel genoeg. Hij sloot zich aan bij de Moravische kerk in Barby, en studeerde theologie in Wittenberg. Vervolgens doceerde hij filantropie aan het Potsdammer militaire weeshuis, om daarna snel weer zijn biezen te pakken. Lesgevend in Berlijn maakte hij naam als schrijver, predikant en dichter, en ging naar Engeland. Vervolgens werd hij leraar aan het gymnasium in Berlijn (Köllnisches Gymnasium). Ook probeerde hij van de Vossische Zeitung een proletarische krant te maken, maar dat mislukte. Later reisde hij naar Italië (1786), waar hij Goethe ontmoette, en bij zijn terugkeer naar Duitsland nam hij zijn intrek als gast bij Goethe in Weimar. Hertog Karl August hielp hem aan een positie aan de Berlijnse Academie van Wetenschappen, en in 1789 werd Moritz hoogleraar in de Theorie van de Schone Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Kunsten in Berlijn. Onder zijn studenten waren Ludwig Tieck, Wilhelm Heinrich Wackenroder en Alexander von Humboldt. Hij was een fervent bewonderaar van Jean Paul en bevriend met Moses Mendelssohn en Asmus Jakob Carstens. Afgezien van een vier-delige autobiografische roman, “Anton Reiser”, en twee gewone “Andreas Hartknopf” romans schreef hij ook een aantal theoretische geschriften over esthetiek, in het bijzonder "Über die bildende Nachahmung des Schönen". Moritz ‚“ Magazin zur Erfahrungsseelenkunde als ein Lesebuch für Gelehrte und Ungelehrte“ was een van de eerste Duitstalige tijdschriften voor psychologie.

Uit: Anton Reiser

„In Pyrmont, einem Orte, der wegen seines Gesundbrunnens berühmt ist, lebte noch im Jahre 1756 ein Edelmann auf seinem Gute, der das Haupt einer Sekte in Deutschland war, die unter dem Namen der Quietisten oder Separatisten bekannt ist, und deren Lehren vorzüglich in den Schriften der Mad. Guion, einer bekannten Schwärmerin, enthalten sind, die zu Fénelons Zeiten, mit dem sie auch Umgang hatte, in Frankreich lebte.
Der Herr von Fleischbein, so hieß dieser Edelmann, wohnte hier von allen übrigen Einwohnern des Orts und ihrer Religion, Sitten und Gebräuchen ebenso abgesondert, wie sein Haus von den ihrigen durch eine hohe Mauer geschieden war, die es von allen Seiten umgab.
Dies Haus nun machte für sich eine kleine Republik aus, worin gewiß eine ganz andre Verfassung als rund umher im ganzen Lande herrschte. Das ganze Hauswesen bis auf den geringsten Dienstboten bestand aus lauter solchen Personen, deren Bestreben nur dahin ging oder zu gehen schien, in ihr ›Nichts‹ (wie es die Mad. Guion nennt) wieder einzugehen, alle Leidenschaften zu ›ertöten‹ und alle ›Eigenheit‹ auszurotten.
Alle diese Personen mußten sich täglich einmal in einem großen Zimmer des Hauses zu einer Art von Gottesdienst versammlen, den der Herr von Fleischbein selbst eingerichtet hatte, und welcher darin bestand, daß sie sich alle um einen Tisch setzten und mit zugeschloßnen Augen, den Kopf auf den Tisch gelegt, eine halbe Stunde warteten, ob sie etwa die Stimme Gottes oder das ›innre Wort‹ in sich vernehmen würden. Wer dann etwas vernahm, der machte es den übrigen bekannt.
Der Herr von Fleischbein bestimmte auch die Lektüre seiner Leute, und wer von den Knechten oder Mägden eine müßige Viertelstunde hatte, den sahe man nicht anders als mit einer von der Mad. Guion Schriften, vom ›innern Gebet‹ oder dergleichen, in der Hand in einer nachdenkenden Stellung sitzen und lesen.
Alles bis auf die kleinsten häuslichen Beschäftigungen hatte in diesem Hause ein ernstes, strenges und feierliches Ansehn. In allen Mienen glaubte man ›Ertötung‹ und ›Verleugnung‹ und in allen Handlungen ›Ausgehen aus sich selbst‹ und ›Eingehen ins Nichts‹ zu lesen.
Der Herr von Fleischbein hatte sich nach dem Tode seiner ersten Gemahlin nicht wieder verheiratet, sondern lebte mit seiner Schwester, der Frau von Prüschenk, in dieser Eingezogenheit, um sich dem großen Geschäfte, die Lehren der Mad. Guion auszubreiten, ganz und ungestört widmen zu können.”

 

 1777541-4fde23bfdb5e8bdc8f823435a6bd816c.jpg
Karl Philipp Moritz (15 september 1756 - 26 juni 1793)
Portret door Karl Franz Jacob Heinrich Schumann, 1791

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten