Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 september 2014 tot 17 september 2014

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

De asielschepen in de Waalhaven

Mualec Deng Wone bleef in Sudan waar honger
groeide met gele stengels, en naar 't noorden,
naar de grijze Waal, vluchtte uit Derwenta weg
in Bosnië, Edith Poljac met haar ouders.

Nabij Asjkelon uit Gaza, kwam Youssef Nasr,
Palestijn: allen om de Waal te zien, golven
in het kustland bij de groene zee, vele honderden
aan boord van drie uitvarende schepen op de Waal.

Ver weg de Syrische grens voor Zohier Hashem
en Rima, ginds is het gevaar, eentonigheid
loopt hier de hondenwacht - ver weg de grote brand.

Negensnarige harp is de klotsende rivier.
De brug, de aken van en naar de grens op weg;
door een maïsveld ritselen voeten en stemmen.

 

 

Bij de zoute gong

Dof, inwisselbaar, bedaard, kil, onverkwikkelijk,
vilein, twistziek, gekromd, mistig, grofbesnaard,
sleepte geklauwd, berekenend, boosaardig, listig,
eeuwenlang leven zich voort naast de zoute gong

Ingekeerd, uitgeworpen stoomden ijzer- en brons-
tijd zeer op hun hoede, rauw en somber, ongezouten
wetten in de ruwwandige kookpotten aan de zee...;
dommelend reden voerlui aan op dommelende wegen;

mist, dichte regens, dempten de stemmen, dempten
de harten; moede, laagstaande zon bescheen zwak-
rood, geluidswallen van riet en druppelend lover

Grauw de wielen van de wagens op de bodem van lege
wegen; 'koude kleren draagt 't land', zong 't lied
van de zwepen; bij de zoute gong van de zee

 

 

Ode aan de gierpomp

De gierpomp is van groen geweest ijzer, hij heft
opzij van de meststal zijn lelijke tronie
en levert zoetstof en specerij voor de grond.

Vrolijk vloekende driekleur wappert goedgemutst
zijn kruidige vleug boven 't schuw reservoir
dat de uiterste gunst bewaart van 't vee.

Ja als een waaier ja groen als jade, Japans
zal straks de schuimende gier uit de trechter
wuivend op de weide toestromen, de heel gulzige eter.

Ha! De bourgondische gier in zijn kakstoel op wielen
houdt weldra zijn intocht, goudregen strooit hij
voor het dunne gras voor de verpauperde halm

die eieren versmaadt, hoe mooi groen ook; uitbundig
juicht hij de gierkar toe op zijn triomfreis,
beide bleek van de winter nog: Leve de gier!

 

 1653679-c5a75691270ae65ad45937855bc8c3dd.JPG
H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

April

If you had come away with me
into another state
we had been quiet together.
But there the sun coming up
out of the nothing beyond the lake was
too low in the sky,
there was too great a pushing
against him,
too much of sumac buds, pink
in the head
with the clear gum upon them,
too many opening hearts of lilac leaves,
too many, too many swollen
limp poplar tassels on the
bare branches!
It was too strong in the air.
I had no rest against that
springtime!
The pounding of the hoofs on the
raw sods
stayed with me half through the night.
I awoke smiling but tired.

 

 

The Hunter

In the flashes and black shadows
of July
the days, locked in each other's arms,
seem still
so that squirrels and colored birds
go about at ease over
the branches and through the air.

Where will a shoulder split or
a forehead open and victory be?

Nowhere.
Both sides grow older.

And you may be sure
not one leaf will lift itself
from the ground
and become fast to a twig again.

 

 

Poem (As the cat)

As the cat
climbed over
the top of

the jamcloset
first the right
forefoot

carefully
then the hind
stepped down

into the pit of
the empty
flowerpot

 

 

 1653679-a4ff30ecfd4e437b4bd549173b8fa848.jpg
William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)
Portret door  Emmanuel Romano, 1959

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

Uit: One Flew Over the Cuckoo's Nest

“They showered me this morning at the courthouse and last night at the jail. And I swear I believe they'd of washed my ears for me on the taxi ride over if they coulda found the vacilities. Hoo boy, seems like everytime they ship me someplace I gotta get scrubbed down before, after, and during the operation. I'm gettin' so the sound of water makes me start gathering up my belongings. And get back away from me with that thermometer, Sam, and give me a minute to look my new home over; I never been in a Institute of Psychology before.'
The patients look at one another's puzzled faces, then back to the door, where his voice is still coming in. Talking louder'n you'd think he needed to if the black boys were anywhere near him. He sounds like he's way above them, talking down, like he's sailing fifty yards overhead, hollering at those below on the ground. He sounds big. I hear him coming down the hall, and he sounds big in the way he walks, and he sure don't slide; he's got iron on his heels and he rings it on the floor like horseshoes. He shows up in the door and stops and hitches his thumbs in his pockets, boots wide apart, and stands there with the guys looking at him.
'Good mornin', buddies.'
There's a paper Halloween bat hanging on a string above his head: he reaches up and flicks it so it spins around.
'Mighty nice fall day.'
He talks a little the way Papa used to, voice loud and full of hell, but he doesn't look like Papa; Papa was a full-blood Columbia Indian -a chief – and hard and shiny as a gunstock. This guy is redheaded with long red sideburns and a tangle of curls out from under his cap, been needing cut a long time, and he's broad as Papa was tall, broad across the jaw and shoulders and chest, a broad white devilish grin, and he's hard in a different kind of way from Papa kind of the way a baseball is hard under the scuffed leather. A seam runs across his nose and one cheekbone where somebody laid him a good one in a fight, and the stitches are still in the seam.”

 

 1653679-fc75e71debed48484480106d2e92f495.jpg
Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)
Cover

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

Uit: Drie rode rozen

 

Fragment

Want alles is fragment
Al door het zeggen van het woord  
Deelt men, scheidt men en schendt
Het alomvattende, dat men niet kent,
Dat ik aanwezig weet of alleen maar vermoed,
Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet,
Dat mij beheerst en mij te luisteren gebiedt.
Maar als ik zoek en luister, dan vind ik het niet. 

Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitspreekbare behoort;
Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel,
Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt. 

 

 

Alles wat wij zijn

Alles wat wij zijn,
wat wij zien, ervaren, zeggen, beleven en doen
is fragment.
Maar er is geen fragment
of de ziel van al wat leeft
is daarin tot uiting gekomen.
Er is geen moment zonder eeuwigheid.
geen sterfelijk wezen, hoe mismaakt of welgevormd het ook mag zijn,
waarin niet de onsterfelijke schepping is geopenbaard.
Geen weldaad, geen misdaad, geen geest en geen stof, geen grens en geen duur
of het is bestanddeel van de eenheid van het bestaan.
Deze Eenheid is God,
En wij,
fragmenten als wij zijn en fragmenten die wij maken,
zijn niet in staat hem in beeld of in woord
en zelfs niet in gedachten te vatten.
En wij verlangen dat -
wij hunkeren ernaar.
Wij zijn niet tevreden met het fragment,
wij moeten de Eenheid beleven.

 

 1653679-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)
Hier met zijn vrouw


 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

 

Father Returning Home

My father travels on the late evening train
Standing among silent commuters in the yellow light
Suburbs slide past his unseeing eyes
His shirt and pants are soggy and his black raincoat
Stained with mud and his bag stuffed with books
Is falling apart. His eyes dimmed by age
fade homeward through the humid monsoon night.
Now I can see him getting off the train
Like a word dropped from a long sentence.
He hurries across the length of the grey platform,
Crosses the railway line, enters the lane,
His chappals are sticky with mud, but he hurries onward.
Home again, I see him drinking weak tea,
Eating a stale chapati, reading a book.
He goes into the toilet to contemplate
Man's estrangement from a man-made world.
Coming out he trembles at the sink,
The cold water running over his brown hands,
A few droplets cling to the greying hairs on his wrists.
His sullen children have often refused to share
Jokes and secrets with him. He will now go to sleep
Listening to the static on the radio, dreaming
Of his ancestors and grandchildren, thinking
Of nomads entering a subcontinent through a narrow pass.

 

 

Your First Lover

An early wake-up call
your first lover
touches your shoulder
the rain has stopped
at last
a faint breeze
blows moisture
on your eyes

 

 

 1653679-547112c99eb1870c3f7729e96ff8aa5e.jpg
Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:52 Reageer op dit bericht

Piet Gerbrandy

De Nederlandse dichter, essayist en classicus Piet Gerbrandy werd geboren in Den Haag op 17 september 1958.Gerbrandy studeerde van 1976 tot 1984 klassieke talen en vergelijkende indo-europese taalwetenschap te Leiden en doceert Klassiek en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft vertalingen, essays, gedichten en poëzierecensies. Hij heeft onder andere de Institutio Oratoria van Marcus Fabius Quintilianus uit het Latijn vertaald. In 1993 begon hij met het schrijven van essays voor het weekblad De Groene Amsterdammer; in 1996 werd hij poëzierecensent bij de Volkskrant. In 2007 verscheen zijn boek “Het feest van Saturnus. De literatuur van het heidense Rome”, en in 2008 een door hem in het weekblad Opinio begonnen publieke gedachtewisseling met de rechtsfilosoof Andreas Kinneging in de vorm van achtmaal twee brieven, “Het goede leven”. Gerbrandy promoveerde in 2009 op een proefschrift over de poëzie van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink. Hij was tot 2004 leraar klassieke talen in het middelbaar onderwijs in onder andere Groenlo (Marianum) en in zijn woonplaats Winterswijk. Gerbrandy is de kleinzoon van de voormalige minister-president, Pieter Sjoerds Gerbrandy. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

 

Twee jongens kloven stammen, stoken brand

Pan, tot de rand gepompt water, een anker,
zanger van butsen sist op geblakerde staven.

Steken droog hout in de stapel, brengen de koude
tot kook, vatten smoezelig weefsel, zij tillen
het bijna ontilbare op.

Rennen dan rond met wat ziedt, roepen
woest van gevaarlijk plezier. En de vrouwen,

de jonge, van blozende benen, van stro
in bruisende vlechten, hoe schrikken,
hoe snaterend slaan zij op vlucht.

Spil hitte, giet baarlijke wel in hartgrondige put.

 

 

Geen griepje, nee liever steriele

Geen griepje, nee liever steriele
slangen door de neus, haperende
symbolen op een schermpje, op de walkman

die doorschreeuwt als ik niet meer hoor,
My Favourite Things. Zo wil ik dat het gaat:
weloverwogen en onopgemerkt.

Anonymous, particulier verzekerd.

 

 

 1674867-b03799b892ee3ca9bdfe960424a6e98c.jpg
Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Justin Haythe, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

ode aan taal

vogelen

ik wil je openvouwen als een vleugel
kijken hoe sterk de penneveren nog vloeien
de leefrimpels van je hart
van mond naar hand voelen popelen
zien hoe je als een schip
het vaarwater laat bloeien
met de vlucht van de zon

voor je als een schaduw uit de mouw
weer aan je nachtwerk begint:
schaduw in de tuimelende ruimtezerk
van steen

 

 

het laatste gedicht

het laatste gedicht is dat
met het minste gewicht
want het is een weg en een weggaan
                                                  in beweging
en belichaamd in vervlieding
het uiteindelijk bekende gezicht
van anonimiteit                            van een leven
in verleefde beweging

het laatste gedicht paart niet
het heeft geen afsluiting met punt
of vraagteken
want de slotregel is slechts een sluis
is altijd een optie
op het opzeggen voor altijd
het opengaan van de passage
naar opgaan in beweegzingen

het laatste gedicht is het zichtbaar
maken van het overgaan
van dansende tekens naar de bevrijding
                                                 van onzichtbaarheid

 

 

land van genade en verdriet

I
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt

 

 1653301-60fcc2f7c16407b1bb5c0a238d19b473.jpg
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Theo

Het gaat de laatste tijd niet goed met hem. Zeg maar, beroerder dan ooit. En dan te bedenken dat hij een week of wat geleden in het Provinciehuis tot ondernemer van het jaar van de regio (Oost-Betuwe) werd uitgeroepen. Jezus, wat is er die avond gehesen. Wij, Theo’s maten van
De Kolibrie, hadden zo’n reusachtige taart besteld met een striptease-danseres erin. Nog zie ik Ilse met beide handen in de armleuningen van haar rolstoel knijpen, toen dat grietje met haar tanden zijn gulp open probeerde te krijgen. Wij bescheurden het natuurlijk, wat konden we anders, al heb ik Ilse later wel mijn excuses aangeboden. Wat tot mijn spijt niet van alle jongens gezegd kan worden. Maar die prijs was volkomen terecht. Precies zoals die ene gedeputeerde in zijn toespraak beweerde. Theo is vijftien jaar geleden met niets begonnen. Nou ja, met een berg roest in een half verrotte schuur waar zijn ouweheer met trillende handen wel eens een bandje plakte, als de wind meezat. Tegenwoordig staat meneer aan het hoofd van meer dan 35 Happy Bikers Homes. Dringt het tot je door? Theo geeft leiding aan een keten. En die keten heeft weer belangen in andere ketens. Maar enfin, sinds zijn uitverkiezing is hij heel vreemd gaan doen.
Belachelijk gewoon, zoals hij zich toetakelt. Als nummer 1 van de oostelijke Betuwe mag hij meedoen aan de landelijke uitverkiezing. Die is volgende maand. In het Sonesta Hotel in Amsterdam. Ken je die plastic hulzen die je om de rand van de wc-pot klemt? Die had hij om zijn oren hangen, toen hij laatst in De Kolibrie arriveerde. In plaats van zeep had hij er blauwe bloemetjes in gepropt, lelietjes-van-dalen of zo. ‘Staan je enig, Theo’, zeiden wij, ‘die nieuwe bakkebaarden van je’. De keer daarop kwam hij in een soort zwanenpak aanzetten. Op paarse zwemvliezen. En met een zonnebril met ruitenwissertjes.
Theo noemt zich conceptualist. Hij denkt dat hij in Amsterdam afgaat als een gieter, als hij alleen maar succesvol ondernemer blijkt te zijn. Dat er op landelijk niveau veel en veel meer bij komt kijken. Hij wil niet afgaan, hij wil winnen. Daarom is Theo beeldend kunstenaar geworden.

 

 1653301-f9366b856bcac7b5bc1a3c4e059c7d23.jpg
Frans Kusters (16 september 1949 - 20 november 2012)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

Uit: A Region Not Home: Reflections from Exile

“In recent years I have realized that my friend, whom I now respect even more, was speaking from the perspective of a tactician. He viewed the situation in strict bread-and-butter terms: a commitment had been made to redefine the meaning of democracy in this country, certain opportunities and the freedom they provided. From his point of view, it was simply a matter of fulfilling a contractual obligation: taking full advantage of the educational opportunities that had been offered to achieve middle-class status in one of the professions. But from my point of view, one that I never shared with him, it was not that simple. Perhaps it was because of the differences in our generations and experiences. Or perhaps it was because each new generation, of black people at least, has to redefine itself even while it attempts to grasp the new opportunities, explore the new freedom. I can speak for no one but myself, yet maybe in trying to preserve the uniqueness of my experience, as I tried to do in Elbow Room, I can begin to set the record straight for my friend, for myself, and for the sake of the record itself.
In 1954, when Brown v. Board of Education was decided, I was eleven years old. I lived in a lower-class black community in Savannah, Georgia, attended segregated public schools, and knew no white people socially. I can't remember thinking of this last fact as a disadvantage, but I do know that early on I was being conditioned to believe that I was not supposed to know any white people on social terms. In our town the children of the black middle class were expected to aspire to certain traditional occupations; the children of the poor were expected not to cause too much trouble.”

 

 1653301-d677b67636b1fb26d83375c2b43de36b.jpg
James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Nava op dit blog.

Uit: The Little Death

“The stink was a complex odor of ammonia, unwashed bodies, latrines, dirty linen and cigarette smoke compounded by bad ventilation and mingled with a sexual musk, a distinctive genital smell. The walls were faded green, grimy and scuffed. The floor, oddly enough, was spotless. The trusties mopped it at all hours of the day and night. Busy work, I suppose.
Everyone in the public defender's office avoided the jail rotation. If the law was a temple, it was built on human misery and jails were the cornerstones. I minded the jail less than most, finding it - psychologically, at least - not so much different from a courtroom. So much of crime and punishment consisted of merely waiting for something to happen, for a case to move. But it was different, the jail, from the plush law school classroom, just a few miles away, from which I graduated ten years earlier determined to do good, to be good. I achieved at least one of those things. I was a good lawyer, and most days that was enough. I was aware, however, that I took refuge in my profession, as unlikely as that seemed considering the amount of human suffering I dealt with. It offered me a role to escape into, from what I no longer knew; perhaps nothing more significant than my own little ration of suffering.
I went into my office, a small room tucked away at the end of a corridor and where it was almost possible to hear yourself think. I picked up a sheaf of papers, arrest reports and booking sheets, the night's haul. There was the usual array of vagrants and drunk drivers, a couple of burglaries, a trespass. One burglary, involving two men, was the most serious of the cases so I gave if special attention. The two suspects were seen breaking into a car in the parking lot of a Mexican restaurant on El Camino. The police recovered a trunkful of car stereos, wires still attached. The suspects were black men in their early twenties with just enough by way of rap sheets to appeal to a judge's hanging instinct. I gathered the papers together and went into the booking office.”

 

 1653301-99a90670325ad6c6ac3fc265f40d0092.jpg
Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2010

Uit: The Honeymoon

“I found it slow except for one gripping sequence when Marcel sits on a log with a spectacular view of a dam behind him. As he discusses the terrible outbreak of disease amongst an Indian tribe who worked on the dam with migrant labourers from San Paulo, he carefully inches the peel from an orange. He takes great care to keep it all in one piece. When he succeeds, he looks at the peel and nods with satisfaction before tossing it into the bushes.
He had agreed to let Maureen and me live in his home while he was away making his next film. His daughter lived in an apartment on the ground floor. Claudia was twenty-seven years old, five years younger than Maureen. He said she would keep an eye on us.
When Maureen went out to dinner or to the theatre in the evenings, she paid Claudia to come upstairs and look after me. Claudia was tall and exceptionally long-limbed, her torso nothing more than a hesitation between arms and legs. When she rose from sitting contorted on the couch, she unfolded to a startling height. Her mother was Venezuelan, but something besides foreignness was foreign between us. Aside from the desk, all that remained as evidence that she had spent her childhood in the apartment was the piece of coloured glass hung from the window frame in the room where I slept, and a small brass travel frame, the size of a matchbox, that sat on Marcel's desk. The frame opened like a locket and contained two photographs: on one side, a young unsmiling Claudia wearing a pair of swimsuit bottoms at the edge of the ocean; on the other, a lean, happy-looking Marcel against an identical background. The pictures were taken on the same afternoon, roughly in the same spot, as if this had been the only afternoon they had ever spent together.”

 

 1653301-028c3fac3506956ecc9ee1369fa81264.jpg
Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

 

 

De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Arp op dit blog

 

Die Herzen sind Sterne (Fragment)

Die Herzen sind Sterne,
die im Menschen blühen.
Alle Blumen sind Himmel.
Alle Himmel sind Blumen.
Alle Blumen glühen.
Alle Himmel blühen.
Ich spreche kleine, alltägliche Sätze
leise für mich hin.
Um mir Mut zu machen,
um mich zu verwirren,
um das große Leid, die Hilflosigkeit,
in der wir leben, zu vergessen,
spreche ich kleine, einfältige Sätze.

Die Meere sind Blumen.
Die Wolken sind Blumen.
Die Sterne sind Blumen,
die im Himmel blühen.
der Mond ist eine Blume.
Der Mond ist aber auch eine große Träne.

Alle Blumen blühen für dich.
Alle Herzen glühen für dich.

 

 

 1653301-3dd45dc0cadd26d65e6a962df548d1ba.jpg
Hans Arp (16 september 1886 - 7 juni 1966)
 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Alfred Schaffer

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973 als zoon van een Arubaanse moeder en een Nederlandse vader. Schaffer studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en Film- en Theaterwetenschappen alvorens in 1996 naar Zuid-Afrika te vertrekken, waar hij als docent verbonden was aan de Universiteit van Kaapstad. Tussen 2007 en 2010 was hij fondsredacteur van De Bezige Bij. In 2011 vertrok hij opnieuw naar Zuid-Afrika, waar hij als docent verbonden is aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij debuteerde in 2000 met de dichtbundel “Zijn opkomst in de voorstad”, die werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs en bekroond met de eerste Jo Peters Poëzieprijs. Zijn tweede bundel, “Dwaalgasten” uit werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2003 verscheen de bibliofiele bundel “Definities en hallucinaties”. In het voorjaar van 2004 verscheen zijn eerste bundel bij De Bezige Bij, “Geen hand voor ogen”, die opnieuw werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Eind 2006 verscheen “Schuim”, die door een groep beroepslegers en critici werd verkoren tot de beste poëziebundel van dat jaar en werd bekroond met de de Hugues C. Pernathprijs. In 2008 verscheen “Kooi”, wederom genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Tevens werd deze bundel bekroond met de Jan-Campertprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

 

Prooi

Ik heb de ruitenwissers aan mijn bruine huid is bruin
van alle zomerdagen. Dorpjes kraters reservaten
alles schuift voorbij, het is alsof ik door een tunnel jaag
met nat cement en aan het einde het beroemd licht
en heldere geluiden. Alleen er is geen tunnel, ik kan het
niet beschrijven. Mij rest ook weinig tijd ik doe alsof ik weet
van niets tot ik verstijf, maar dan is het natuurlijk al te laat -
een plank van vlees ik ril bij de gedachte, precies een rat
mijn staart een vette worm en daar een kater op de loer
vlak op de grens van mijn verstandelijk vermogen.
Kom tevoorschijn roept het beest ik zie je wel. Op dit punt
schrok ik vroeger wakker badend in het zweet, nu kan ik
erom lachen, ik gil het uit van pret alsof ik eeuwig
met vakantie was, zo zit ik hier te gillen.

 

 

En dan stopt het

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.

De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak -
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:

daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.

Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

 

 1681978-a801c85481e63156aaa4b0d9c5b35475.jpg
Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten