Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 3 oktober 2014 tot 4 oktober 2014

Coen Peppelenbos, Cynthia Mc Leod, Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Charles Frazier, Gabriel Loidolt

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

 

Louis Couperus spreekt Gronings

Vriend Jaap voerde mij pepermuntjes
tijdens de rijtoer naar Paterswolde
opdat mijn Hollands-hoge stem
die avond, met affectie,
ritmisch huppelende dactyli zou zingen.

Ja, de boerse noordelingen, inboorlingen
met begrensde spreekstemmen staan versteld
van klankbevleugelde woordreeksen.

In hare drom’n, hare vizioen’n
lat’n zien en doen smacht’n

O vriend Jaap, dank voor de witte rozen,
dat ik nog eens in je tent kom overzomeren
te Terschelling, om de omelet te proeven
die je zo goed weet te bereiden.

 

 

Dijklichamen

De lijken liggen op Deltahoogte.
Het nageslacht trok het land in,
was de golven voor.

De namen op de stenen zijn
bijna verdwenen in zoutbeslag en regen
die familie Toxopeus wist wat sterven was.
Deze botten houden de dijk op orde
kraakbeen en knekelwering.

Ze liggen daar maar open en bloot,
missen de schaduw van de kerk
als schapen in de zomer de bomen.
Pak het zand vast, dijklichamen
en houd de zondvloed tegen.

 

 

 1661143-fb71d852262fec6afae9c78333cb3d6e.jpg
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

 

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri McLeod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia McLeod op dit blog.

Uit: Hoe duur was de suiker?

“Totdat in 1754 de 12-jarige 2e zoon Jonathan overleed. Zo'n klein ongelukje maar, in de voet gestoken door een scherpe puntige stok, maar het werd iets heel ergs en Jonathan stierf. En grootmama Fernandez kon beweren dat ze altijd wel gedacht had dat zoiets zou gebeuren. De kinderen werden immers opgevoed door slavinnen, renden op blote voeten over 't erf, speelden in kreekjes, klommen in bomen, kortom gedroegen zich helemaal niet zoals het keurige blanke plantagekinderen betaamt. Maar ja, je kon niet anders verwachten als slavinnen het voor 't zeggen hadden. Wat wisten die nu van hoe 't hoorde. Dat Levi's zoon overleed was dus eigenlijk zijn eigen schuld.

 

 1661143-ae5b079a6467dfa158be57f77efabce2.jpg
Scene uit de film uit 2013

 

Was vader Levi gezwicht voor al deze verwijten? Had hij misschien werkelijk schuldgevoelens? In ieder geval, enkele maanden na Jonathan's overlijden, huwde hij toch met Rachaël, de vrouw met wie hij 15 jaar eerder had moeten trouwen en die nu zelf al 5 jaar de weduwe Aäharon was en drie dochters had. Zo verhuisden tante Rachaël met dochters, Esther, Rebecca en Sarith naar plantage Hébron. Sarith en Elza waren ongeveer even oud en het was voor de 7-jarige dochter des huizes geweldig dat er een leeftijdgenootje in huis kwam. En nu kon Elza zich bijna niet meer de tijd herinneren dat ze zonder Sarith was geweest.
Elza keek uit het raam en snoof de frisse morgenlucht op. Wat zag alles er nu nog mooi en fris uit van de dauw. Over een paar uur zou het stoffig zijn; het was droge tijd, al ruim 3 weken had het niet geregend. Gelukkig was het gazon nog helemaal groen; dat bleef altijd zo, want kijk, daar had je de oude slaaf Kwasi al die met emmers en gieters het gazon ging begieten. Hij liep naar de steiger, waar hij de emmer in de rivier liet vallen om vervolgens de gieters te vullen. Elza draaide zich om en riep zachtjes ‘Sarith, Sarith ben je al wakker?’ ‘Hmm, nee, ja, ach toe Elza laat me nog even slapen’, kwam de stem van Sarith vanuit een bed aan de andere kant van de kamer, en Sarith draaide zich om zodat ze nu met de rug naar Elza lag, en ze trok het laken over haar hoofd.”

 

 1661143-eaa29dccb055ba1238a70e4c808cd0ec.jpg
Cynthia McLeod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Een rij handkarren

“Het water van de gracht is glad. Het weerspiegelt de huizen, een schuit die er ligt afgemeerd. Er drijft rommel in, papier - en zelfs dat afval zou je van dichtbij willen zien, gefotografeerd: de doorweektheid van het papier, een oude krant, opschriften, vlekken, de sporen van wat dan ook. Werden de grachten toen al gespuid? Het zal wel. Maar die nachtelijke stroming is voorbij. Roerloos drijft het afval in dat water vol weerspiegeling. Het water stinkt. Er hangt een putlucht tussen de huizen. Breitner kan het ruiken.
De kade ligt nog in de schaduw. Aan de rand van het water staat een rij handkarren, wachtend op de mannen die ze straks over de kasseien zullen duwen, beladen met zakken aardappelen of manden met groenten die op een standplaats in de jodenbuurt worden verkocht. Voor die karren kwam hij. Zij maken het beeld: die karren, in ruststand, vlak naast het water. Stille getuigen zou je ze kunnen noemen. Elke avond worden ze daar neergezet, door die en die, mannen die elkaar van gezicht wel kennen, en vroeg in de ochtend worden ze opgehaald. Het ijzerbeslag van de wielen ratelt dan weer over de kasseien.
Verschillende typen karren zijn er te onderscheiden. Breitner ziet dat ook wel, maar hij staat er niet bij stil, zo gewoon is het. Maar ik zie het nu door mijn Itoya pocketlens en verheug mij in het opmerken van die verschillen en vind het mooi dat karren van hetzelfde type in elkaar geschoven zijn, als een stel. Karren met een bodem van planken zie ik en karren die slechts een paar latten als bodem hebben, ongetwijfeld om ze lichter te maken voor de duwende mannen. En terwijl ik door mijn pocketlens kijk, herinner ik me, of meen ik me te herinneren, dat ik dat in mijn plattelandse kinderjaren nog heb gezien: een trekhond, een hond die onder zo'n handkar meeliep als trekdier, in een leren tuig, schuw, uiterlijk gedwee; en er schiet me te binnen dat je een honderd jaar geleden in Amsterdam kerels had die in de winter een paar centen verdienden door karren tegen de beijzelde en spiegelgladde bruggen op te slepen. Duizenden karren waren er in de stad en duizenden koetsen en geen spaan is er van over.”

 

 1661143-ca8b8c6e09d07aa72942b868290e00e9.jpg
Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit: Recueil des caresses échangées entre Camille Claudel et Auguste Rodin

 

Il y avait toi et rien ne manquait
Il y avait même beaucoup plus


Il restait quelque chose
Quand tu n'étais pas là


Le mercure sous la main

*

Te prendre la main
Apportait une terrasse
Aux lieux
Où nous étions

*

Quand nos caresses se regardaient dans un miroir
C’était toujours toi qu’elles voyaient

Personne
Ne pouvait apparaître davantage

*

Les caresses nous prennent la bouche et les mains
Pour parler

Les caresses nous enlèvent
Puis nous reposent sur le lit

Portés par nos caresses
Nos visages nous deviennent familiers

Nos caresses sont des voleurs de menthe

 

 1661143-242bb5f32f94e13dac3413eaf4e659d7.jpg
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)
In 2008
 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 oktober 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Charles Frazier op dit blog.

Uit: Thirteen Moons

“The gist of the story is that even when all else is lost and gone forever, there is yearning. One of the few welcome lessons age teaches is that only desire trumps time.
A bedtime drink would be helpful. At some point in life, everybody needs medication to get by. A little something to ease the pain, smooth the path forward. But my doctor prohibits liquor, and so my own home has become as strict as if it were run by hard-shell Baptists. Memory is about the only intoxicant left.
I read on into the night until the house falls quiet. Lancelot is hopeless. I am dream-stricken to think he will ever choose better.
At some point, I put the book down and hold my right palm to the light. The silver scar running diagonal across all the deep lines seems to itch, but scratching does not help.
Late in the night, the door opens again. Scalding metallic light pours in from the hallway. May enters and walks to my bed. Her skin is the color of tanned deerhide, a mixture of several bloods—white and red and black—complex enough to confound those legislators who insist on naming every shade down to the thirty-second fraction. Whatever the precise formula is for May, it worked out beautifully. She’s too pretty to be real.
I knew her grandfather back in slavery days.
Knew him and also owned him, if I’m to tell the truth. I still wonder why he didn’t cut my throat some night while I was asleep. I’d have had it coming. All us big men would have. But through some unaccountable generosity, May is as kind and protective as her grandfather was.
May takes the book as from a sleepy child, flaps it face down on the nightstand, blows out the candle with a moist breath, full lips pursed and shaped like a bow.
I hear a hint of rattle in the lungs as the breath expires. I worry for her, though my doctor says she is fine. Consumption, though, is a long way to die. I’ve seen it happen more than once. May steps back to the door and is a black spirit shape against the light, like a messenger in a significant dream.
—Sleep, Colonel. You’ve read late.”

 

 1661143-3a8826d456148d0fe711e7a52a267d63.jpg
Charles Frazier (Asheville, 4 oktober 1950)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.

Uit: Yakuza

„Ich öffnete das Kuvert und zog eine Karte heraus: Darauf stand in energischer, aber seltsam ungelenker Schrift, ich möge ihr bitte einen Termin reservieren und sie so bald wie möglich anrufen – beigelegt war der Scheck einer Schweizer Bank, gedacht als Vorschuss.
So viel Geld verdiente der Kellner mit dem Bürsten- schnitt in drei Monaten samt Trinkgeld nicht.
Ich trank bald aus und nahm meinen Staubmantel vom Garderobehaken.
Eine Studentin, die Feldforschung betrieb?
Eine Reporterin mit versteckter Kamera?
Eine Verrückte?
Der Scheck sprach dagegen.
In letzter Zeit, so schien mir, begegnete man immer häufiger Menschen, die sich seltsam benahmen: In Amerika sollten drei Millionen durch das Land irren, weil die psychiatrischen Anstalten aus allen Nähten platzten, niemand kümmerte sich um sie. Wieder andere, sogar in meinem kleinen Land, führten sich geradezu toll auf, bloß um für eine Minute ihres Lebens ein Star zu sein – selbst Frauen im Großmutteralter scheuten sich nicht, im Bikini vor eine Fernsehkamera zu treten und sich als geile Faltenoma mit Hängebauch, Hängebrüsten und Krampfadern zu präsentieren. Und wenn das Publikum klatschte und pfiff, ja raste, überfielen mich Ekel und Traurigkeit.“

 

 1661143-4c721770bb74f963f7b8ff587ab84b1d.jpg
Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:16 Reageer op dit bericht

Roy Alton Blount Jr., Herbert Kranz, Hugh McCrae, Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: Alphabet Juice

“Maybe many of them were trying to break away from the alphabet, but I wasn't. To me, letters have always been a robust medium of sublimation. I don't remember what I was like before I learned my ABC's, but for as long as I can remember I have made them with my fingers and felt them in my bones. Where are we, at the moment? We're in the midst of a bunch of letters, and if you're like me, you feel like a pig in mud.
What a great word mud is. And muddle, and muffle, and mumble . . .
You know the expression "Mum's the word." The word mum is a representation of lips pressed together. Since it's not merely a sound, mmmm, but a word, to say it we have to move our lips. For the separator we choose that utterly unintellectual (though it's what we say when trying to think) vowel sound uh, which thrusts at the heart of push and shove and grunt and love.
The great majority of languages start the word for "mother" with an m sound. The word mammal comes from the mammary gland. Which comes from baby talk: mama. To sound like a grownup, we refine mama into mother; the Romans made it mater, from which: matter. And matrix. Our word for the kind of animal we are, and our word for the stuff that everything is made of, and our word for a big cult movie all derive from baby talk.
What are we saying when we say mmmm? We are saying yummy. In the pronunciation of which we move our lips the way nursing babies move theirs. The fact that we can spell something that fundamental, and connect it however tenuously to mellifluous and manna and milk and me (see M), strikes me as marvelous. You know the expression "a magic spell"—
Here the scholar cries, Aha! (See H.)”

 

 1661139-03ddbbf1f32790e62d405e3e2020ef8f.jpg
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)

 

 

De Duitse schrijver Herbert Kranz werd geboren op 4 oktober 1891 in Nordhausen. Zie ook alle tags voor Herbert Kranz op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010.  

Uit: Besenbinders Gretel und der Königssohn

„1. Szene
Auf dem Klavier hinter der Szene leichte Marschmusik. In deren Rhythmus schreitet von links die Oberhofmeisterin herein, in der Hand ein aufgewickeltes Zentimetermaß. Hinter ihr im Gänsemarsch die fünf Pagen. Die ersten zwei tragen je einen Stuhl mit Lehne, die nächsten zwei je einen Hocker, dazu je ein Kissen unter den Arm geklemmt. Der Fünfte trägt einen Hocker, kein Kissen. Die Musik verstummt, die Pagen bleiben stehen, machen dabei eine Wendung zu den Zuschauern.
Oberhofmeisterin: (weist an)
Hierher den Stuhl für Ihre Majestät die allerhöchste Frau Königinmutter!
(Der erste Page setzt einen Lehnstuhl an die bezeichnete Stelle.)
Oberhofmeisterin:
Und hierher den Stuhl für Seine Königliche Hoheit den Herrn Königssohn!
(Zweiter Page setzt seinen Stuhl neben den andern)
Oberhofmeisterin:
Hierher den Hocker für Ihre Hoheit die Erste Königliche Tante, genau 40 Zentimeter vom Stuhl Ihrer Majestät der allerhöchsten Frau Königinmutter! (sie gibt das Maßband hin) Miss genau nach! Meine Augen können die kleinen Zahlen nicht mehr lesen.
Dritter Page: (setzt den Hocker hin, legt das Kissen darauf, misst mit dem ersten und zweiten Pagen zusammen nach) Genau 40 Zentimeter, Frau Oberhofmeisterin!
Zweiter Page:
Wie gewünscht, Frau Oberhofmeisterin!”

 

 1661139-ae1397ae91a75150c90422dc475a406d.jpg
Herbert Kranz (4 oktober 1991 – 30 augustus 1973)

 

 

De Australische dichter en schrijver Hugh Raymond McCrae werd geboren op 4 oktober 1876 in Melbourne. Zie ook alle tags voor Hugh McCrae op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Mortgaged

These spotted trousers, now too short,
Were once some verses smoothly wrought,
The worn-out bluchers on my feet
Twin sonnets to My Lady Sweet,
This 'decker' hanging round my nose
The product of an ODE TO ROSE;
The collar, tie and underpants
Are still an editor's advance
For some wild Bacchanalian song
The gods, I hope, will send along...
To work a dead horse off one's hand
(More so, of Pegasus's brand)
Is what a poet hates to do,
Yet still is what Fate drives us to.
Ah me, I feel my soul is ripe
For forty couplets' worth of tripe,
Three lines of beer, a verse of bread,
But O ... I'll have to pay instead
That d___d old Editor!!

 

 1661139-1f165da8be93e8f709dc6fa7d8a773a6.jpg
Hugh McCrae (4 oktober – 1876 – 17 februari 1958)
Zelfportret 1896

 

 

De Britse schrijfster Jackie Collins werd geboren in Londen op 4 oktober 1937. Zie ook alle tags voor Jackie Collins op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: Hollywood Wives

“Elaine Conti awoke in her luxurious bed in her luxurious Beverly Hills mansion, pressed a button to open the electrically controlled drapes, and was confronted by the sight of a young man clad in a white T-shirt and dirty jeans pissing a perfect arc into her mosaic-tiled swimming pool. She struggled to situp, buzzing for Lina, her Mexican maid, and at the same time flinging on a marahou-trimmed silk robe and pressing her feet into dusty pink mules. The young man completed his task, zipped up his jeans, and strolled casually out of view. “Lina!” Elaine screamed. “Where are you?” The maid appeared, inscrutable, calm, oblivious to her mistress’s screams. “There’s an intruder out by the pool,” Elaine snapped excitedly. “Get Miguel. Call the police. And make sure all the doors are locked.” Unperturbed, Lina began to collect the debris of clutter frorn Elaine’s bedside table. Dirty Kleenex, a half-finished glass of wine, a rifled box of chocolates. “Lina!” Elaine yelled. “No get excited, senora,” the maid said stoically. “No intruder. Just boy Miguel sent to do pool. Miguel sick. No come this week.” Elaine flushed angrily. “Why the hell didn’t you tell me before?”
She flung herself into her bathroom, slamming the door so hard that a framed print sprang off the wall and crashed to the floor, the glass shattering. Stupid maid. Dumb-ass woman. It was impossible to get good help anymore. They came. They went. They did not give a damn if you were raped and ravaged in your own home. And this would have to happen while Ross was away on location.”

 

 1661139-2178c5ca60ac1d37211823b655cbe778.jpg
Jackie Collins (Londen, 4 oktober 1937)

 

 

De Franse dichter en criticus André Salmon werd geboren op 4 oktober 1881 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Salmon op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Un poète se promène

Lamentable et correct il va, c’est un poète.
Oh ! mon Dieu, c’est un homme comme les autres,
Quelque chose de très semblable aux choses les plus honnêtes,
Un chapeau d’employé qui couvre un cœur d’apôtre
Il passe dans la foule sans qu’un passant remarque
Qu’il ne s’y mêle pas.
Le pauvre ! Il voudrait bien quelquefois, mais ses pas
Ne sont guère à lui, il va, les autres marchent.
Il fume, portant sa pipe comme un temple
À l’heure de la grand’messe.
Des femmes lui font, par devoir, de l’œil, il les contemple.
Or, en accomplissant ces diverses promesses,
Il en arrive à se cogner le flanc sur le portail
De Notre-Dame dont la porte au nez lui bâille.
Et c’est alors qu’il veut s’expliquer le pourquoi
De sa balade matinale :
Il regrette le lit où fait bon rester coi,
Les draps jusqu’au menton,
Tandis que la pendule, ainsi qu’une cigale,
Cisèle avec méthode des roses de métal
Qui s’envolent légères, jusqu’au plafond.
Il ne s’étonne pas des vitraux merveilleux,
Sachant qu’il est de tels flamboiements en ses yeux.
L’amour des cieux !
C’est comme un très grand bol d’éther,
Qu’il faudrait avaler d’un seul coup pour guérir.
Allons, vous voyez bien, on ne peut en finir.
Suicide ? — Abandonnons ce remède aux esthètes.
Ô qu’une cathédrale afflige un pur poète
Qui n’aime pas la Terre et se sait terre à terre
Et ne se plaît qu’aux heures qu’on passe à ne rien faire !

 

 1661139-c84439dac385cc53d60dcd9dc1eaa5fe.jpg
André Salmon (4 oktober 1881 – 12 maart 1969)
Portret door Moise Kisling, 1912

 

 

De Franse schrijfster, polemiste en feministe Juliette Adam werd als Juliette Lamber geboren op 4 oktober 1836 in Verberie. Zie ook alle tags voor Juliette Adam op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: The Schemes Of The Kaiser (Vertaald door J.O.P. Bland)

“William II appeals to the higher ranks of officers, who are tradition personified, to put an end to tradition. It is really wonderful what a genius he has for exciting cupidity in one class and resistance in the other. And he has done the same thing with the working class as with the army.
What a strange riddle his character presents--this quietist, this worshipper of an angry and a jealous God, with a mania for achieving the happiness of his people in the twinkling of an eye! A strange figure, this Emperor of country squires, who despises the bourgeois and who threatens to despoil the aristocracy of the very privileges which have been the safeguard of the Hohenzollerns' throne for centuries.
These peculiarities are due to an occult influence which weighs on the mind of William II, an influence which, while it points the way to action, blinds him to its consequences. The dead hand is upon him!
Frederick III, that liberal, bourgeois monarch, compels his reactionary, Old-Prussian-school son, to do those things which he would have done himself, had he not been victimised by Bismarck and his pupil.
I wonder whether the ever-mystical William II sometimes reflects on the ways by which God leads men into His appointed ways? Such thoughts might do more to enlighten him than his way of gazing at the heavens in the belief that all the stars are his.”

 

 1661139-736d65c264f8c5c53c58bdbf2b9481de.jpg
Juliette Adam (4 oktober 1836 – 23 augustus 1936)
Friedrich III als kroonprins door Heinrich von Angeli, 1874

 

 

De Franse dichter Eugène Edine Pottier werd geboren op 4 oktober 1816 in Parijs. Zie ook alle tags voor Eugène Pottier op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Tuer l'ennui!

A Émile ZOLA.

La fabrique est sale et morose,
L'air infect et la vitre en deuil;
J'y fais toujours la même chose,
J'y tourne comme l'écureuil.
Aussi j'ai du plomb dans la veine,
Je me rouille dans mon étui.
La ribotte a bu ma quinzaine.
Que voulez-vous? Il faut tuer l'ennui!
Oh! vivre sous le ciel d'Afrique,
Arabe ou lion, librement!...
Je ne sais rien en politique,
Mais j'ai besoin de mouvement!
La rue éclate en fusillades,
Le peuple va droit devant lui;
Allons faire des barricades!...
Que voulez-vous? il faut tuer l'ennui!
Feu! toujours feu! je suis la foudre,
Mon âme bout dans mon fusil;
On met la gloire dans la poudre,
On ne la met pas dans l'outil.
Mais je tombe comme un homme ivre,
Une balle au flanc - bonne nuit! -
Mourir ainsi, du moins c'est vivre.
Que voulez-vous? il faut tuer l'ennui!

 

 1661139-4c927f8ce72a41bd7fb00789dbebe54a.jpg
Eugène Pottier (4 oktober 1816 – 6 november 1887)
Portret door Boris Taslitzky, 1962

Geschreven door Romenu om 13:02 Reageer op dit bericht

In Memoriam Ward Ruyslinck

 

In Memoriam Ward Ruyslinck

 

De Belgische schrijver Ward Ruyslinck is gisteren op 85-jarige leeftijd overleden. Ward Ruyslinck (pseudoniem van Raymond Charles Marie De Belser) werd geboren in Berchem op 17 juni 1929. Zie ook alle tags voor Ward Ruyslinck op dit blog.

Uit: Wierook en tranen

“Zij bad, rustig en ingetogen, geheel vervuld van een groot vertrouwen dat ik niet kende. Zij bad tot het witte wolkje, tot het kaarslicht dat in alle kapelletjes en kerken ter wereld eeuwigdurend brandde, tot de verre onbereikbare God van Vera, die beschikte over leven en dood. Ik wist zo bitter weinig van hem af en daarom begreep ik misschien ook niet om welke reden Hij me Vera ontnomen had, waarom Hij dit alles gedoogde, deze oorlog, deze tranen, dit nutteloze leed, dit voortdurend afscheid nemen van wie men liefhad. Of ik het nu begreep of niet, dat deed er niets toe, één ding had ik nu herhaaldelijk kunnen vaststellen: dat Hij een god was die de mensen meer verdriet dan blijdschap gaf. En wanneer de ene mens de andere verdriet gaf, werden ze gewoonlijk elkaars vijanden, maar niemand wilde de vijand van God worden. De mensen waren beducht voor Hem, ze lieten Hem gewoon zijn gang gaan, ze aanvaardden dit bijna als iets vanzelfsprekends en soms waren ze er Hem ook nog dankbaar voor.”
(…)

 1661081-4b7e19b0ef541fda54351fec18c200c4.jpg
Daan Brouwers (Waldo) en Katelijne Verbeke (Vera) in de film uit 1977

 

“Gaan wij dan naar een klooster?…” “Neen,” antwoordde ze, “maar later, als ik oud genoeg ben, ga ik in het klooster leven, voorgoed, voor altijd. Ik word kloosterzuster. Vind ge dat niet heerlijk, Waldo?” Een schok voer door mij heen en ik bleef stilstaan. Hoe kon ze zoiets zeggen? Was ze dan waarlijk vergeten wat ze me gisteren nog had voorgespiegeld, over het huis in de duinen? Een groot ongenoegen kwam over mij, mijn wimpers begonnen te trillen en op dat ogenblik vergaf ik haar dit niet, deze ontrouw, deze smadelijke verbreking van een plechtige belofte. “Ik dacht,” zei ik ontdaan, “dat we een huis zouden bouwen in de duinen en daar blijven wonen totdat we dood gingen?” Ze knipperde met haar ogen en haar mond viel weer eventjes open, zoals ik haar dat gisteren had zien doen, toen ik haar op het plein ontmoette. “Totdat we doodgaan? Heb ik dat gezegd? Neen, o neen, totdat de oorlog gedaan is. Ge hebt me klaarblijkelijk verkeerd verstaan. Zodra de oorlog gedaan is, word ik kloosterzuster. Waarom kijkt ge zo…zo…? Vindt ge dat niet fijn?” “Neen,” zei ik uit het diepst van mijn hart.’

 

 1661081-26cc155d0aab4b95ea52b62eb4a0d13f.jpg
Ward Ruyslinck (17 juni 1929 – 3 oktober 2014)

Geschreven door Romenu om 10:07 Reageer op dit bericht

Koos Schuur

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zijn ouders hadden een winkel in naaimachines en fietsen en zijn grootvader had een boekhandel die later werd voortgezet door een oom. Schuur volgde de HBS in Veendam en maakte in de vijfde klas kennis met Theo Mooij, de latere dichter A. Marja. Thuis was er geen geld voor een academische studie en daarom werkte Koos Schuur vanaf 1935 als journalist bij het dagblad De Noord-Ooster in Wildervank. Schuur debuteerde in 1938 als dichter in het onafhankelijk literair tijdschrift Den Gulden Winckel. A. Marja stuurde zonder medeweten van Schuur diens gedicht Spiegelman naar De Gids, waar het werd geplaatst. Ook verscheen een gedicht van Schuur in Criterium. Via Marja leerde Schuur o.a. Max Dendermonde, Eddy Evenhuis, Ferdinand Langen, Ab Visser en Hendrik de Vries kennen. Tijdens WO II maakte Schuur deel uit van een verzetsgroep. In 1942 nam hij ontslag bij De Noord-Ooster. Nadat de verzetsgroep geïnfiltreerd was door een verrader, verhuisde Schuur in augustus 1942 naar Amsterdam, waar hij onderdook om te voorkomen dat hij als dwangarbeider in Duitsland zou moeten werken. In Amsterdam leerde hij onder andere Jan Elburg kennen. Na de oorlog werd Schuur redacteur bij De Bezige Bij en vormde hij samen met Ferdinand Langen de redactie van het tijdschrift Het Woord. Hij trouwde met de actrice Caroline Bigot, met wie hij twee zoons kreeg, Jan en Kees. In 1951 werden enkele gedichten van Schuur opgenomen in de bundel Atonaal. In datzelfde jaar emigreerde het gezin Schuur naar Australië. Over zijn beginperiode daar schreef Schuur brieven die door Jan Elburg en Salvador Hertog werden gebundeld in En de Kookaburra lacht (1953). Nadat zijn huwelijk in Australië op de klippen was gelopen, hertrouwde Schuur. In 1962 keerde hij terug naar Nederland, waar hij aanvankelijk weer bij De Bezige Bij werkte en vanaf 1967 bij de boekenclub ECI. Hij vertaalde werk van onder anderen Günter Grass, Heinrich Heine, Arthur Koestler, Ezra Pound, J.D. Salinger en Dylan Thomas. Pas in 1980 kwam weer een dichtbundel van hem uit: Waar het was. In 1990 volgde de bloemlezing Signalen, een keuze uit zijn werk vanaf 1930. Schuur trouwde in 1968 voor de derde maal. Uit het huwelijk werden nog drie kinderen geboren. De schilder Geert Schreuder maakte in 1998 onder de titel Novemberland een serie van negen schilderijen bij het gelijknamige gedicht van Koos Schuur.

 

Novemberland (Fragment)

Na de roodbruine warmte van september,
na van october 't zwaar en donker goud,
keren de heldre dagen van november
met ijle geur van brandend turf en hout,
van rijpe appels, rottend loof. Reeds koud
worden de morgens in de kale velden
waar raven, met de ondergang vertrouwd,
de heerschappij aanvaarden; sombre helden
die zich met nog somberder roepen melden.
Op het vochtige land strijken zij neer
waar zij op paarden en op honden schelden
en zij voorspellen vorst en winterweer.

Er leiden moddersporen naar de schuren
van boerenhoeven, trage wagens gaan
en knapen branden wìtrokende vuren,
die er als bakens in den schemer staan.
Des avonds komt een opgezwollen maan
ontzaggelijk omhoog uit einderdampen
als vrucht van vreemde plant en meet zijn baan,
terwijl de verontruste paarden stampen
en koeien angstig loeien als in krampen.
Dan neemt de boer een lamp, gaat in de stal
en klopt zijn kalmte in hun bange flanken.
die heel licht siddren als een waterval.

Dit is mijn land: onder pastellen luchten
liggen de akkers eindeloos en triest;
de wind neemt aanloop tot al wijder vluchten
en, spelend rond een eenzaam huis, verliest
hij telkens even aarzlend zich en briest
in een verlaten boom. De blaadren schuilen
en kantlen zich. Maar hij, al wilder, kiest
de zwaksten uit en jaagt over de vuile
akkers hun gele vlekken in de kuilen,
de rook van brandend loof verzamelend.
Des nachts komt hij wild in een schoorsteen huilen
tot hij verveeld verdervlucht, stamelend.

 

 1819301-52c8af6b0baa5f93df3769aba9cdce5f.jpg
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Monte Carlo

“De naam van de man is Jack Preston.
Zijn vader, zachtaardig, gesneuveld voor het vaderland, wou hem Adam noemen, maar zijn moeder vond Adam te deftig, niet passen bij hun soort eenvoudige mensen. Hem Adam noemen, dacht ze, achteroverleunend in de opgeklopte kussens, terwijl haar pasgeboren zoon de lippen om haar zeer gevoelige linkertepel sloot en daarbij een zacht kermen voortbracht, als van een overrompelend geluk na het doorstane leed, een geluk zo groot dat het niet helemaal in zijn lijfje paste, waardoor het overschot met opeenvolgende trillingen van de stembanden afgevoerd moest worden, hem Adam noemen, dacht ze, zou verkeerde verwachtingen scheppen en hem voorbestemmen voor een leven verziekt door ontgoocheling.
Jack. Naar haar doodgeboren broertje dat de voorbije maanden geen seconde uit haar gedachten was geweest en haar de nacht tevoren in een droom had bezocht, haar als een volwassen man de hand had geschud op een manier die in de droom niet de minste twijfel liet bestaan over zijn ware identiteit.
Adam, dacht zijn vader elf jaar later. De gedachte viel samen met het inslaan van een kogel vlak bij zijn gezicht. Nu hij hier op dit vreemde strand lag, getroffen in de borst, de pijn ver voorbij, nu hij geen deel meer nam aan het tumult, ebde zijn angst weg. Het mortiervuur, de schorre kreten, de fluitende kogels, de zee, alles vervaagde. Op het ogenblik dat de inslaande kogel het zand deed opspatten en een kuiltje maakte, precies in zijn blikveld, kwam de naam Adam als een warme herinnering, een onverwacht geschenk, de zoon die zijn zoon ook was. Het stille, exclusieve genoegen van een geheim verbond, besloten in één woord. Adam. Hij fluisterde, hij voelde zijn lippen bewegen, en hij stierf.”

 

 1660860-b5b435fe51577a53c84dbedf03a8d051.jpg
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

“From that moment on, I was alert to all films about the French and Russian revolutions and, from that day, I have always known that not only could it happen here but it probably would. In the wake of the disorders and discontents of the sixties, soon to rise again in the nineties, this is no great insight. But back then, it was an ominous portent of things to come, and of the fragility of our uniquely founded state in which everyone thought himself guaranteed sufficient liberty in order to pursue happiness on the high Jeffersonian ground that the present belongs to the living. But if the rich are too rich and the poor have nothing to support them in bad times, then how is liberty’s tree to be nourished?
A chill wind went through the Republic. Three years later Social Security was passed by Congress despite the cry of the conservatives that this was godless socialism and henceforth every citizen would be forced to exchange his name for an administrative number. My grandfather asked for the bill to be voted on. His friend, Huey Long, seconded the motion. Then Senator Long voted for Social Security, and Senator Gore abstained.
The children of the famous are somewhat different from the children of all the rest, including those of the merely rich. Until my mother married a second time, there was no fortune in the family. Cunningly, my father managed to lose control of each of the airlines that he had founded; but then he had no interest in money, only in the making of new things. Senator Gore lived on his salary as a senator, $15,000 a year. He was also the first and, I believe, last senator from an oil state to die without a fortune. But though we were relatively poor, I could tell that I was not like the other children because of the questions that my teachers would ask me about my father and grandfather, and was it true what the papers said?“

 

 1660860-14d10ea3fde1d794a1f75ba5f52e32f7.jpg
Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

Uit: De vlaschaard

“Maar 't belet niet dat een oude boer altijd weer opstormt en ingrimmig zijn verveling uitgromt wanneer hij op de vijfde maand onder de zwarte zoldering ronddraait tusschen de vier muren van een keuken, in de duffe heerdlucht en hij 't beu wordt van door het loergat van een venster op de zelfde, lamme dingen te staan zien - op den buiten die in dezelfde spijtige duisternis gedompeld ligt. De vrije buitenlucht is hij gewend met volle teugen door de asemgaten te voelen gaan en zijn oogen zijn gewend heel de vallei te overgrijpen waar ze open en bloot ligt als vóor een breed open raam, in de onmeetbaarheid van levende groen, te gloeien in zonnepraal. En nu is 't land al éen zonke vol slijk; effen een boogscheute ver, draagt het zicht waar men een man uit een wijf niet herkent. Wegen en grachten zijn in stroomende beken herschapen en waar er vijf boomen in een nest te gare staan, gelijken ze een muur, een wolke of een vormelooze kuil blauwe rook of een andere ongedaante. Huizen en hoven liggen verzonken als smoorhoopen in de dompigheid zonder dat men venster of deur of dak of schouwe uitkennen kan. Vijf maanden lang weegt de lucht als een zware deken op het land, zonder ademgat, zonder licht of helderheid, zonder zon of mane. Afgesloten van mensch of mage leeft men elk op zijn eenigheid, op het onlands en afgelegen hof ingesloten als op een eiland, met more, slijk en wazelanden rondom. En wanneer men nu vijf maanden de dagen heeft geteld en van den eenen stoel op den anderen gereden heeft met de schenen verbrand bij den heerd en de jicht in den rugge van de koude tochten, wanneer de tijd daar is van de verlossing en de lucht veranderen moet, maar niet verandert... wanneer men erop gesteld is om te beginnen en de handen voelt jeuken, de handen die verlangen om te grijpen, te heffen, te duwen, te steken om voortgang in 't werk te krijgen... en slegge en regen altijd eenbaarlijk aanhouden en de Maarte blijft liegen als ware ze een oude winterrutte... berusting is er wel altijd bij den boer maar de verdoemelijke verveling kan hij niet blijven verkroppen en misgunnig en wrokkig staan hem alle dingen in den weg zoodat 't heele leven hem geen schop van zijn zwaargeklompte voeten meer weerd schijnt. Zou men achterna niet gaan twijfelen of er iets uit den haak is met de zon? of er ergens een klinke uit de vange van het groote raderwerk gesprongen is en de dagen nu zot voortdraaien zonder de spillen te lichten die de zon op haar hoogte en in heur macht moet brengen?”

 

 1660860-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg
Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)
Portret door Gerard Vekeman, z.j.

 

De Franse schrijver Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

« Un peu angoissé à la longue par tout ce plaisir qui s'offrait à lui, craignant à chaque instant que son manteau entr'ouvert ne laissât voir sa blousse de collégien, il alla se réfugier un instant dans la partie la plus paisible et la plus obscure de la demeure. On n'y entendait que le bruit étouffé d'un piano.
Il entra dans une pièce silencieuse qui était une salle à manger éclairée par une lampe à suspension. Là aussi c'était fête, mais fête pour les petits enfants.
Les uns, assis sur des poufs, feuilletaient des albums ouverts sur leurs genoux; d'autres étaient accroupis par terre devant une chaise et, gravement, ils faisaient sur le siège un étalage d'images; d'autres, auprès du feu, ne disaient rien, ne faisaient rien, mais ils écoutaient au loin, dans l'immense demeure, la rumeur de la fête.

 

 1660860-fc45f5068add727c7a65f64a447b5e3d.jpg
Nicolas Duvauchelle en Jean-Baptiste Maunier in de film Le Grand Meaulnes uit 2006

 

Une porte de cette salle à manger était grande ouverte. On entendait dans la pièce attenante jouer du piano. Meaulnes avança curieusement la tête. C'était une sorte de petit salon-parloir; une femme ou une jeune fille, un grand manteau marron jeté sur ses épaules, tournait le dos, jouant très doucement des airs de rondes ou de chansonnettes. Sur le divan, tout à côté, six ou sept petits garçons et petites filles rangés comme sur une image, sages comme le sont les enfants lorsqu'il se fait tard, écoutaient. De temps en temps seulement, l'un d'eux, arc-bouté sur les poignets, se soulevait, glissait à terre et passait dans la salle à manger: un de ceux qui avaient fini de regarder les images venait prendre sa place.
Après cette fête où tout était charmant, mais fiévrieux et fou, où lui-même avait si follement poursuivi le grand pierrot, Meaulnes se trouvait là plongé dans le bonheur le plus calme du monde.
Sans bruit, tandis que la jeune fille continuait à jouer, il retourna s'asseoir dans la salle à manger, et,ouvrant un des gros livres rouges épars sur la table, il commença distraitement à lire.
Presque aussitôt un des petits qui étaient par terre s'approcha, se pendit à son bras et grimpa sur son genou pour regarder en même temps que lui; un autre en fit autant de l'autre côté. Alors ce fut un rêve comme son rêve de jadis. Il put imaginer longuement qu'il était dans sa propre maison, marié, un beau soir, et que cet être charmant et inconnu qui jouait du piano, près de lui, c'était sa femme... »

 

 1660860-2acc0c97e472a3f684bc0e73f646de82.jpg
Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)
Cover
 




De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

The flowers say good-bye to me

The flowers say good-bye to me,
They bend their  heads and bow low down
Which means that I will never see
Her lovely face and my home town.

Well, that"s the way it is, my love!
I saw them all in  habitation,
I take this deathly trepidation
For tender feeling, still alive.

I"ve learnt my life day after day,
I have  been living with a smile, and
Thus I  invariably say:
In our world all is recurrent.

Well,  some one else will come along,
No grief will sooth the past. The  new one, 
Perchance, will sing a better song
For the beloved forsaken woman.

And listening to the song , maybe,
Caressing her endeared lover,
She"ll  probably  remember me
As a unique and cherished flower.

 

 

Blue is the night…

Blue is the night, and the  moon is glancing ,
There was a time,  I was young and handsome.

So irretrievable and so  persistent
All has gone by...all is  past ...and distant...

Cold is my heart and so dim is my sight...
Blue is my happiness! Moonlit the night!

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 1660860-b314c6587525081837f0c9f6c530f487.jpg
Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)
Yesenin en Isadora, portret door Alexey Akindinov, 2010

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2009 en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: The Bill from My Father

“A nurse hurried into the waiting room and glanced at a clipboard. People shifted in their seats and listened. She had to call for Mr. Hahn — the man in the wheelchair — twice before he managed to release the handbrake and propel himself forward.
Dad said, "You gotta hand it to the old bastard for getting himself to the hospital." Translation: A son should release his father's handbrake and stand aside.
"I'm sure someone brought him."
"You don't know that for a fact."
I tossed the Ladies' Home Journal onto a table heaped with magazines and fished a copy of Men's Fitness from the pile, a publication my father was pleased to see me "read." Looking at pictures of half-dressed men triggered one lustful detonation after another, and I was grateful they didn't make noise. An article about elderly athletes showed a group of fleet and happy geriatrics dashing through an obstacle course. Great, I thought, now old people can't just sit back, relax, and fall apart, they have to jump hurdles into perpetuity.
My father countered with faint snoring. He slumped in his chair, mouth hanging open, stomach rising and falling beneath his indestructible jumpsuit. I noticed that the collar had frayed, insofar as synthetic resin can fray. Here and there, the fabric was stained with a spotty chronicle of former meals. He hadn't given up on personal grooming entirely — he'd doused himself with Old Spice — but his long campaign of vanity had come to an end, both its failures and triumphs behind him.”

 

 1660860-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:01 Reageer op dit bericht

Niña Weijers

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Niña Weijers werd geboren in Nijmegen in 1987. Zij studeerde literatuurwetenschap in Amsterdam en Dublin. Ze schreef korte verhalen en essays voor diverse tijdschriften en in 2010 won zij de schrijfwedstrijd Write Now! Van 2009-2014 werkte ze als programmamaker bij Academisch-cultureel centrum SPUI25 in Amsterdam. Ze schrijft voor De Groene Amsterdammer (recensies en een online-column), is redacteur bij De Gids en maakt samen met Simone van Saarloos de talkshow Weijers & Van Saarloos. In mei 2014 verscheen haar debuutroman “De consequenties”. Deze werd genomineerd voor de Bronzen Uil en won de Anton Wachterprijs 2014.

Uit: De consequenties

“Op de dag dat Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven verdween stond de zon laag en de maan hoog aan de hemel. Het was 11 februari 2012, de dag was helder en koud, maar niet koud genoeg: al vroeg in de ochtend had ze de warmte van de zon kunnen voelen op de bleke, ruwe huid van haar gezicht. Het was zaterdag.
Dagen achtereen had het stevig gevroren. De sluizen in de binnenstad van Amsterdam waren gesloten en voor het eerst in jaren werd er geschaatst op de grachten. Er werden tochten georganiseerd en afgelast, er werd gespeculeerd over een Elfstedentocht, wel, niet, een winterse cadans die het land in zijn greep hield alsof het koersen betrof en iedereen aandelen bezat. Toen nam de vorst af. De lucht werd grijs en vochtig, en ze leek niet zachter maar harder en leger. Gelige ijsschotsen staken uit de Herengracht, blikjes bier en chipsverpakkingen kwamen bovendrijven en het was alsof iedereen nu pas de kou begon te voelen, en de zwaarte van de winter.
Het menselijk lichaam heeft een merkwaardige kortzichtigheid waar het verliefdheid en weersomstandigheden betreft: het denkt dat de huidige toestand altijd zal blijven voortbestaan en steekt niets, maar dan ook niets op van het verleden, dat misschien wel iets roept, maar dan toch recht tegen de wind in. Toen dus op die zaterdagochtend in februari de zon doorbrak, had niemand meer rekening gehouden met deze mogelijkheid. Duizenden ogen knipperden verbaasd bij het zien van het onwaarschijnlijke, grootse licht dat plotseling over de wereld was neergedaald en alle moleculen in de atmosfeer blauw kleurde. Op zulke dagen is er weinig keuze. Je kunt de gordijnen dichthouden, maar daarbuiten heeft de wereld zich uitgerekt en alle dingen rekken mee, opwaarts en opwaarts richting de zon.”

 

 1732130-05a57b572896fdfca11a746c1f37c9ca.jpg
Niña Weijers (Nijmegen, 1987)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten