Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 oktober 2014 tot 17 oktober 2014

Simon Vestdijk, Georg Büchner, Miguel Delibes, Arthur Miller, Nel Noordzij, Emanuel Geibel

De Nederlandse schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

Uit: Meneer Visser’s hellevaart

“De gedaante in de hoek, waarmee Visser zich vreemd verbonden voelde, verrees langzaam en strompelde naar het rechterraam, één arm achteruit, alsof ze zich op de lucht steunen wilde. Links, op de vensterbank, zat de jongen met zijn handen aan de spijlen naar buiten te kijken. ‘Vader, daar loopt een hondje tussen die meneer z’n benen,’ – maar niemand antwoordde. Was hij het soms, Willem Visser, die iemand in de weg liep? Was hij naakt? Had hij iets gebroken, iets verzet? Het kon ook de gedaante in de hoek zijn, voor het raam zijn – pas op, straks valt ze eruit!! – die dat gedaan had. Ze was zo mager, dat men gedurig vlak  naast haar keek; met het glas rammelde ze mee, en nu zat ze er ineens helemaal binnenin, zodat men wel door haar heenkijken moest. Ze was ouder dan de apotheek aan de overkant, – maar jonger dan de wolken. ‘Oom, ik ben uw broer, en moeder geeft vader de hik aan jou…’ Boem, boem, tsjing! De muziek, die nu óók in het glas zat, vormde allerlei trillingsfiguren van het fijn glippende zand, dat over het venster heen schoot en het geheel bedekken ging: duizend sterren!… Visser wilde vluchten uit deze wereld die hem benauwde, hij sloeg zijn arm om de gedaante heen, stond op een strand, reed op een dwars over het Schoolplein gespannen touw, – hoorde touwtrekken dan bij een optocht als deze? – voelde onder zich, achter zich, voor zich alweer de gedaante, die, in een te ruim schort meeschommelde, – en ontwaakte plotseling, in een steile zwaai naar het licht toe, met een gevaarlijk schokkend gevoel in zijn onderlijf, terwijl in zijn kaak die eigenaardige trekking zat, die hij kende van nóg vroeger: sluipend, weerbarstig, onontkoombaar, alsof met traag geweld de tanden naar buiten werden gebogen. Hij wist niet op welke van de twee gewaarwordingen hij het meest letten moest. Zijn voorhoofd was klam. Angst even… Onder de dekens kruipen?… Maar reeds toonde de kamer hem het rustig gebloemd behang, waar hij zo vaak overheen was gereisd, ’s ochtends, of op zomeravonden. Alles werd vertrouwd. Hij herkende zichzelf. Zijn ademhaling welbewust overnemend van het gedienstige lijf, vergewiste hij zich met voldoening, dat er niets gebeurd was. Niet eens nodig m’n hand uit te steken, een kramp, niets van betekenis… Ellendig scheurend gevoel altijd. Pijnlijk. Beter bij me houden. Vijf weken al… Verduiveld, nu klopt ’t hart ook weer anders, dat wou ik juist aan Touraine… Eén, twéé, en dan een dof bonzend sprongetje… Toktokbóém… Zou ’t dan tóch niet in orde zijn?… Aambeien niet erg pijnlijk nu, niet zwaar… Droom?…”

 

 1666929-ec3136a4bbc06861a5f8700c2381b4e3.jpg
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Standbeeld in Doorn, ontworpen door Jaap te Kiefte

 

 

De Duitse schrijver Georg Büchner werd geboren op 17 oktober 1813 in Goddelau. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Georg Büchner op dit blog.

Uit: Der Hessische Landbote

„Dies Geld ist der Blutzehnte, der von dem Leib des Volkes genommen wird. An 700,000 Menschen schwitzen, stöhnen und hungern dafür. Im Namen des Staates wird es erpreßt, die Presser berufen sich auf die Regierung und die Regierung sagt, das sei nötig die Ordnung im Staat zu erhalten. was ist denn nun das für gewaltiges Ding: der Staat? Wohnt eine Anzahl Menschen in einem Land und es sind Verordnungen oder Gesetze vorhanden, nach denen jeder sich richten muß, so sagt man, sie bilden einen Staat. Der Staat also sind Alle; die Ordner im Staat sind die Gesetze, durch welche das Wohl Aller gesichert wird, und die aus dem Wohl Aller hervor gehen sollen. – Seht nun, was man in dem Großherzogtum aus dem Staat gemacht hat; seht was es heißt: die Ordnung im Staate erhalten! 700,000 Menschen bezahlen dafür 6 Millionen, d.h. sie werden zu Ackergäulen und Pflugstieren gemacht, damit sie in Ordnung leben. In Ordnung leben heißt hungern und geschunden werden.
Wer sind denn die, welche diese Ordnung gemacht haben, und die wachen, diese Ordnung zu erhalten? Das ist die Großherzogliche Regierung. Die Regierung wird gebildet von dem Großherzog und seinen obersten Beamten. Die anderen Beamten sind Männer, die von der Regierung berufen werden, um jene Ordnung in kraft zu erhalten. Ihre Anzahl ist Legion: Staatsräte und Regierungsräte, Landräte und Kreisräte, Geistliche Räte und Schulräte, Finanzräte und Forsträte u.s.w. mit allem ihrem Heer von Sekretären u.s.w. Das Volk ist ihre Herde, sie sind seine Hirten, Melker und Schinder; sie haben die Häute der Bauern an, der Raub der Armen ist in ihrem Hause; die Tränen der Witwen und Waisen sind das Schmalz auf ihren Gesichtern; sie herrschen frei und ermahnen das Volk zur Knechtschaft. Ihnen gebt ihr 6,000,000 fl. Abgaben; sie haben dafür die Mühe, euch zu regieren; d.h. sich von euch füttern zu lassen und euch eure Menschen- und Bürgerrechte zu rauben. Sehet was die Ernte eures Schweißes ist.“

 

 1666929-d4234efbc960c37d13950a7e876c652b.jpg
Georg Büchner (17 oktober 1813 - 19 februari 1837)
Geboortehuis in Goddelau in Hessen

 

 

De Spaanse schrijver Miguel Delibes werd op 17 oktober 1920 in Valladolid geboren. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Miguel Delibes op dit blog

Uit: Der Ketzer (Vertaald door Lisa Grüneisen)

"Wußtet Ihr, daß aufgrund der Bibelzensur, die vor drei Jahren in Valladolid eingeführt wurde, über hundert verschiedene Ausgaben des Buchs der Bücher zurückgezogen werden mußten, meistenteils solche von protestantischen Autoren??' Kapitän Berger lächelte, und seine Zähne leuchteten im Dunklen. 'Wir Schiffskapitäne sind Experten auf diesem Gebiet. In den letzten zwanzig Jahren leben wir in ständiger Angst. Im Jahre 1528 habe ich zweihundert Exemplare einer dieser Bibeln , von denen Ihr sprecht, in zwei Fässer versteckt nach Santona gebracht. Es ist nichts geschehen. Damals waren Fässer noch unverdächtig. Heute kommt ein Buch in einem Faß einer Bombe gleich.' 'Und wann hat sich die Lage verändert?' 'Im Jahre 1530 gelangten zehn große Fässer mit Büchern an Bord dreier venezianischer Galeassen nach Valencia. Man fing sie ab, und der Fund erregte die Aufmerksamkeit der Inquisition. Unter den Schriften befanden sich Dutzende der schärfsten Werke Luthers, alles, was er auf der Wartburg geschrieben hat. Die Inquisition veranstaltete ein wahres Autodafé. Die Kapitäne der Galeassen wurden gefangengesetzt, und auf dem Marktplatz der Stadt gingen unter dem begeisterten Johlen des leseunkundigen Volkes Hunderte von Büchern auf einem gewaltigen Scheiterhaufen in Flammen auf. Die Inquisition ist stets auf große Schmuggelpartien aus, um daraus ein Volksschauspiel zu machen.' Die stille, sternklare Nacht lud ein zu vertrautem Gespräch. Salcedo rührte sich nicht. Er wartete darauf, daß Kapitän Berger weitersprach. Er war sich dessen gewiß und wartete ab, während er ihm in die Augen sah. 'Bücherverbrennungen sind in Spanien zur Normalität geworden'; sagt dieser schließlich.' Über jene von Salamanca spricht man heute noch. Die kultivierteste Stadt der Welt verbrennt die Mittler der Kultur - das ist und bleibt ein Widerspruch... Salcedo lächelte schwach. 'Die Inquisition', sagte er, 'wird immer unerbittlicher. Jetzt sollen die Priester die Gläubigen bei der Beichte dazu anhalten, jene zu denunzieren, die verbotene Bücher verstecken. Wer sich weigert, erhält die Absolution nicht. Weder die Bischöfe noch der König sind ausgenommen."

 

 1666929-26e6d3cb715390cc0dfc5bf4476a7790.jpg
Miguel Delibes (Valladolid, 17 oktober 1920)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller werd geboren in New York op 17 oktober 1915. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Miller op dit blog.

Uit: A View from the Bridge

“Enter Alfieri, a lawyer in his fifties turning gray; he is portly, good-humored, and thoughtful. The two pitchers nod to him as he passes. He crosses the stage to his desk, removes his hat, runs his fingers through his hair, and grinning, speaks to the audience.
Alfieri
You wouldn’t have known it, but something amusing has just happened. You see how uneasily they nod to me? That’s because I am a lawyer. In this neighborhood to meet a lawyer or a priest on the street is unlucky. We’re only thought of in connection with disasters, and they’d rather not get too close.
I often think that behind that suspicious little nod of theirs lie three thousand years of distrust. A lawyer means the law, and in Sicily, from where their fathers came, the law has not been a friendly idea since the Greeks were beaten.
I am inclined to notice the ruins in things, perhaps because I was born in Italy . . . I only came here when I was twenty-five.
In those days, Al Capone, the greatest Carthaginian of all, was learning his trade on these pavements, and Frankie Yale himself was cut precisely in half by a machine gun on the corner of Union Street, two blocks away. Oh, there were many here who were justly shot by unjust men. Justice is very important here.
But this is Red Hook, not Sicily. This is the slum that faces the bay on the seaward side of Brooklyn Bridge. This is the gullet of New York swallowing the tonnage of the world. And now
we are quite civilized, quite American. Now we settle for half, and I like it better. I no longer keep a pistol in my filing cabinet.
And my practice is entirely unromantic."

 

 1666929-662c94212b575224520bdee223437244.jpg
Arthur Miller (17 oktober 1915 – 10 februari 2005)
Scarlett Johanssen (Catherine) en Liev Schreiber (Eddie) in een uitvoering op Broadway

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Nel Noordzij (Eig. Pieternella Margaretha Breevoort-Noordzij) werd geboren in Rotterdam op 17 oktober 1923. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Nel Noordzij op dit blog.

 

De eenzame nacht

En nu, nu de nacht merkwaardigerwijs
donkerder zich voordoet, weet:
hij meent het niet. Hij is als alle nachten
zwart, misschien heet, misschien,
misschien ondoorgrondelijkerwijs heter
dan alle andre nachten, maar hij meent
het niet. Geloof mij! Ik ken de nacht
beter dan alle slapelozen.
Niets moet, niets hoeft, de nacht wil
niemand manen, hij wil zelf slapen gaan en
boze vrienden vergeten:
de vorigen, de volgenden, – zacht ligt hij aan
Uw zijde, zonder vragen. Hij ligt
en draagt het duister als een zomer
in ‘t verschiet, hij fluistert:
luister, wij zijn altijd samen,
vergeet elk en-zo-voort der dagen,
maar mij, vergeet mij niet, ik kan
mijn eenzaam nachtzijn
slecht verdragen.

 

 1666929-c6e4f6c2d8be17d8fcecf7bddf61d704.jpg
Nel Noordzij (17 oktober 1923 – 7 september 2003)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Emanuel Geibel werd geboren op 17 oktober 1815 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Emanuel Geibel op dit blog.

 

Sei getrost

Sei getrost, und ob die Stunden
Rascher Jugend dir verweht!
Hast du doch in dir gefunden,
Was unalternd fortbesteht:
Kannst du ringend doch gestalten,
Was der Geist dir reichlich gibt,
Kannst im Lied die Liebe halten -
Selig ist, wer schafft und liebt.

Nimmer nun des Segels Schwinge
Stell' ich aus ins weite Meer;
Denn gewaltig zieht die Dinge
Frommer Liebeszwang mir her.
Alle Wunder, die ich ferne
Suchte, trägt der Heimat Schoß;
Und so segn' ich meine Sterne,
Und so preis' ich still mein Los.

 

 

Herbstlieder - II

Ach, in diesen blauen Tagen,
Die so licht und sonnig fließen,
Welch ein inniges Genießen,
Welche stillverklärte Ruh'!
Heiter ist das Blut gezügelt,
Leichter Schlaf und klarer Morgen
Wissen nichts von bangen Sorgen,
Und die Seele schweift beflügelt
Jeder lieben Stelle zu.

Ach, in diesen blauen Tagen,
Die wie Wellen so gelinde
Mich ins Leben weiter tragen,
Muß ich hoffen, muß ich fragen,
Ob ich nie dich wiederfinde,
Liebling meiner Seele du!

 

 1666929-0a72b38846e59f22b07b26139101c459.jpg
Emanuel Geibel (17 oktober 1815 - 6 april 1884)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Mark Gatiss

De Engelse schrijver, acteur en komiek Mark Gatiss werd geboren op 17 oktober 1966 in Sedgefield.
Al in zijn jeugd was Gatiss geïnteresseerd in Arthur Conan Doyles 'Sherlock Holmes’, de werken van HG Wells en de tv-serie Doctor Who. In 1992 publiceerde hij zijn eerste Doctor Who verhaal “Nightshade”, er volgden er nog drie. Ook schreef hij zijn eerste scenario's en hoorspelen. Als acteur, werd hij in de Engels sprekende wereld bekend door het komische kwartet The League of Gentlemen, waartoe hij behoort, samen met Reece Shearsmith, Steve Pemberton en Jeremy Dyson. Hun programma won in 1997 de Perrier Award op het Edinburgh Festival Fringe. In hetzelfde jaar ontstond een komische radio-serie, “The League of Gentlemen” en twee jaar later ontstond een tv-serie. In 2005 kwam de film The League of Gentlemen's Apocalypse als een spin-off van de tv-serie in de bioscopen. In de BBC-miniserie Jekyll speelde hij in 2007 de schrijver Robert Louis Stevenson.  Samen met Moffat, ontwikkelde hij het concept van de succesvolle BBC TV-serie Sherlock, waarin ze Arthur Conan Doyle 'verhalen overbrengen naar de moderne tijd. Naast Benedict Cumberbatch en Martin Freeman speelt hij sinds het begin van de reeks Sherlock Holmes’ broer Mycroft Holmes. Hij werkte ook als uitvoerend producent en schreef eerder voor elk seizoen zijn eigen scenario (The Great Game, De Hond van de Baskervilles en De lege doodskist). Sinds 2014 is Gatiss te zien in de tv-serie Game of Thrones, waarin hij Tycho Nestoris speelt. In verband met Doctor Who en de League of Gentlemen heeft Mark Gatiss verschillende boeken gepubliceerd. In 2004 publiceerde hij de eerste Lucifer Box roman Namens “The Vesuvius Club”.De trilogie werd voortgezet met “The Devil In Amber en eindigde met “Black Butterfly”.

 Uit: The Vesuvius Club

“I have always been an appalling judge of character. It is my most beguiling virtue.
What, then, did I make of the Honourable Everard Supple whose likeness I was conjuring on to canvas in my studio that sultry July evening?
He was an imposing cove of sixty-odd, built like a pugilist, who had made a fortune in the diamond mines of the Cape. His declining years, he'd told me during the second sitting - when a client begins to thaw a mite - were to be devoted entirely to pleasure, principally in the gaming houses of the warmer and naughtier parts of Europe. A portrait, in his opinion (and his absence), would be just the thing to hang over the vast baronial fireplace in the vast baronial hall he had recently lavished a hundred thou' upon.
The Supples, it has to be said, were not amongst the oldest and most distinguished families in the realm. Only one generation back from the Honourable Everard had been the less than honourable Gerald who had prospered only tolerably in a manufactory of leather thumb-braces. Son and heir had done rather better for himself and now to add to the title (of sorts) and the fake coat of arms being busily prepared across town he had his new portrait. This, he told me with a wheezy chuckle, would convey the required air of old-world veracity. And if my painting were any good (that hurt), perhaps I might even be interested in knocking up a few carefully aged canvases of his ancestors?
Supple blinked repeatedly, as was his habit, one lid lingering over his jade-irised glass eye (the left one) as I let myself imagine him tramping into the studio in doublet and hose, all in the name of family honour.
He cleared his throat with a grisly expectoration and I realized he'd been addressing me. I snapped out of my reverie and peeped around the side of the canvas. I've been told I peep rather well."

 

 1823988-d8657efb13e09c9e74315917911042bf.jpg
Mark Gatiss (Sedgefield.17 oktober 1966)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tom Rachman

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Engelse schrijver Tom Rachman werd geboren in Londen in 1974 en groeide op in Vancouver, Rachman studeerde film aan de Universiteit van Toronto, daarna journalistiek aan Columbia University in New York. In 1998 trad hij toe tot de Associated Press als een desk editor buitenland in New York, werd toen correspondent in Rome in 2002. Hij schreef artikelen vanuit o.a. India, Turkije, Japan, Zuid-Korea, Sri Lanka, Egypte, België, Groot-Brittannië. Van 2006 tot 2008 was hij redacteur bij de International Herald Tribune in Parijs. Zijn artikelen verschenen in The New York Times, The Wall Street Journal, The Guardian, Slate en en The New Statesman. Hij woont in Londen. Tom Rachman publiceerde twee romans, "The Rise & Fall of Great Powers" (2014) en "The Imperfectionists" (2010), een internationale bestseller, die is vertaald in 25 talen.

Uit:The Imperfectionists

“Lloyd shoves off the bedcovers and hurries to the front door in white underwear and black socks. He steadies himself on the knob and shuts his eyes. Chill air rushes under the door; he curls his toes. But the hallway is silent. Only high-heeled clicks from the floor above. A shutter squeaking on the other side of the courtyard. His own breath, whistling in his nostrils, whistling out.
Faintly, a woman's voice drifts in. He clenches his eyelids tighter, as if to drive up the volume, but makes out only murmurs, a breakfast exchange between the woman and the man in the apartment across the hall. Until, abruptly, their door opens: her voice grows louder, the hallway floorboards creak - she is approaching. Lloyd hustles back, unlatches the window above the courtyard, and takes up a position there, gazing out over his corner of Paris. She taps on his front door.
"Come in," he says. "No need to knock." And his wife enters their apartment for the first time since the night before. He does not turn from the window to face Eileen, only presses his bald knees harder into the iron guardrail. She smoothes down the back of his gray hair. He flinches, surprised to be touched.
"Only me," she says.
He smiles, eyes crinkling, lips parting, inhaling as if to speak. But he has no reply. She lets go.
He turns finally to find her seated before the drawer where they keep old photographs. A kitchen towel hangs from her shoulder and she wipes off her fingers, damp from peeled potatoes, dishwashing liquid, diced onions, scented from mothballed blankets, soil from the window boxes - Eileen is a woman who touches everything, tastes all, digs in. She slips on her reading glasses.
"What are you hunting for in there?" he asks.
"Just a picture of me in Vermont when I was little. To show Didier." She rises, taking a photo album with her, and stands by the front door. "You have plans for dinner, right?"

 

 1675024-78dbc236e17470c315006729cf91be5e.jpg
Tom Rachman (Londen, oktober 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Günter Grass, Oscar Wilde, Guðbergur Bergsson, Eugene O’Neill, Gustaaf Peek

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Hundejahre

„Erzähl Du. Nein, erzählen Sie! Oder Du erzählst. Soll etwa der Schauspieler anfangen? Sollen die Scheuchen, alle durcheinander? Oder wollen wir abwarten, bis sich die acht Planeten
im Zeichen Wassermann geballt haben? Bitte, fangen Sie an! Schließlich hat Ihr Hund damals. Doch bevor mein Hund, hat schon Ihr Hund, und der Hund vom Hund. Einer muß anfangen: Du oder Er oder Sie oder Ich... Vor vielen vielen Sonnenuntergängen, lange bevor es uns gab, floß, ohne uns zu spiegeln, tagtäglich die Weichsel und mündete immerfort.
Der hier die Feder führt, wird zur Zeit Brauxel genannt, steht einem Bergwerk vor, das weder Kali, Erz noch Kohle fördert und dennoch hundertvierunddreißig Arbeiter und Angestellte
auf Förderstrecken und Teilsohlen, in Firstenkammern und Querschhlägen, an der Lohnkasse und in der Packerei beschäftigt: von Schichtwechsel zu Schichtwechsel.
Unreguliert und gefährlich floß früher die Weichsel. So rief man tausend Erdarbeiter und ließ im Jahre achtzehnhundertfünfundneunzig von Einlage nordwärts, zwischen den Nehrungsdörfern Schiewenhorst und Nickelswalde, den sogenannten Durchstich graben.
Der verringerte, indem er der Weichsel eine neue und schnurgerade Mündung gab, die Überschwemmungsgefahr.
Der Federführende schreibt Brauksel zumeist wie Castrop-Rauxel und manchmal wie Häksel. Bei Laune schreibt Brauxel seinen Namen wie Weichsel. Spieltrieb und Pedanterie diktieren und widersprechen sich nicht.
Von Horizont zu Horizont liefen die Deiche der Weichsel und hatten sich, unter Aufsicht des Deichregulierungskommissarius zu Marienwerder, gegen die hochgehenden Frühjahrsfluten und gegen das Dominikswasser zu stemmen. Wehe, wenn Mäuse im Deich waren...“

 

 1666477-f8052e4989b30ed2e0ed9f618241c4a9.jpg
Günter Grass (Danzig, 16 oktober 1927)
Hier in Gdansk (Danzig)

 

 

 

De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

Ballad of Reading Gaol – II (Fragment)

It is sweet to dance to violins
When Love and Life are fair:
To dance to flutes, to dance to lutes
Is delicate and rare:
But it is not sweet with nimble feet
To dance upon the air!

So with curious eyes and sick surmise
We watched him day by day,
And wondered if each one of us
Would end the self-same way,
For none can tell to what red Hell
His sightless soul may stray.

At last the dead man walked no more
Amongst the Trial Men,
And I knew that he was standing up
In the black dock's dreadful pen,
And that never would I see his face
In God's sweet world again.

Like two doomed ships that pass in storm
We had crossed each other's way:
But we made no sign, we said no word,
We had no word to say;
For we did not meet in the holy night,
But in the shameful day.

A prison wall was round us both,
Two outcast men were we:
The world had thrust us from its heart,
And God from out His care:
And the iron gin that waits for Sin
Had caught us in its snare.

In Debtors' Yard the stones are hard,
And the dripping wall is high,
So it was there he took the air
Beneath the leaden sky,
And by each side a Warder walked,
For fear the man might die.

Or else he sat with those who watched
His anguish night and day;
Who watched him when he rose to weep,
And when he crouched to pray;
Who watched him lest himself should rob
Their scaffold of its prey.

The Governor was strong upon
The Regulations Act:
The Doctor said that Death was but
A scientific fact:
And twice a day the Chaplain called
And left a little tract.

 

 1666477-7ed412bd21207acbc04254700d2a170e.jpg
Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)
Jude Law (Bosie) and Stephen Fry (Oscar) in de film “Wilde” uit 2007

 

 

De IJslandse schrijver Guðbergur Bergsson werd geboren op 16 oktober 1932 in Grindavik. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Guðbergur Bergsson op dit blog.

Uit: Blue Eyes in a Pool of Sharks

“So I can understand and have sympathy for a terrorist if he sees his land has been for example invaded by a declining world power, former empire that still pretends to bring law and order to a “primitive” country. But with its supposed law and order the dying empire turns countries into colonies, both economic and cultural. So the so called terrorist feels he and his fatherland has been insulted, humiliated and injured in the deepest sea of their religious believe. The praised Anglo-American freedom flag of law and order has never brought anything to other countries, no order, no justice, no law, only chaos and destruction.
This is not our Icelandic case. Here nothing really has been forced upon the population. We have freely accepted the established foreign power and its destruction.
First there was the American defence force. It came and brought with it all its junk. No defence. And now it has flown away and left behind its junk. And if it would like to come again we would say “yes of course” and the army would bring with it all its junk again. We would accept that as if our government and the nation and the inhabitants of different parts of Iceland were participating in a competition of humiliation.
Same thing happens with Alcoa aluminium factories as before the American army. They could come and go and behave their way.
Our authorities and the population seem to have no political or national will or pride. If the foreign companies should meet some resistance in their invasion in one region, willingly they would be accepted and acclaimed by the population of others. Regions would compete, offering their rivers, trying to be at their best in favouring.”

 

 1666477-15726bed314aa98223c9098a17de328f.jpg
Guðbergur Bergsson (Grindavik, 16 oktober 1932)

 

 

De Amerikaanse schrijver Eugene Gladstone O’Neill werd op 16 oktober 1888 in New York City geboren. Zie en ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugene O’Neill op dit blog.

Uit: The Iceman Cometh

“ROCKY--Dreamin' about his old man. From what de old-timers say, de old gent sure made a pile of dough in de bucket-shop game before de cops got him. (He considers Willie frowningly.) Jees, I've seen him bad before but never dis bad. Look at dat get-up. Been playin' de old reliever game. Sold his suit and shoes at Solly's two days ago. Solly give him two bucks and a bum outfit. Yesterday he sells de bum one back to Solly for four bits and gets dese rags to put on. Now he's through. Dat's Solly’s final edition he wouldn't take back for nuttin'. Willie sure is on de bottom. I ain't never seen no one so bad, except Hickey on de end of a coupla his bats.
LARRY--(sardonically) It's a great game, the pursuit of happiness.
ROCKY--Harry don't know what to do about him. He called up his old lady's lawyer like he always does when Willie gets licked. Yuh remember dey used to send down a private dick to give him the rush to a cure, but de lawyer tells Harry nix, de old lady's off of Willie for keeps dis time and he can go to hell.
LARRY--(watches Willie, who is shaking in his sleep like an old dog) There's the consolation that he hasn't far to go! (As if replying to this, Willie comes to a crisis of jerks and moans.
Larry adds in a comically intense, crazy whisper) Be God, he's knocking on the door right now!
WILLIE--(suddenly yells in his nightmare) It's a Goddamned lie!
(He begins to sob.) Oh, Papa! Jesus! (All the occupants of the room stir on their chairs but none of them wakes up except Hope.)”

 

 1666477-2a36ce462873390f1d5c655bda2bf030.jpg
Eugene O’Neill (16 oktober 1888 – 27 november 1953)
Robert Ryan (Slade) en Jeff Bridges (Paritt( in The Iceman Comethuit 1973


 


Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Gustaaf Peek werd geboren in Haarlem in 1975. Peek studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Zie ook alle tags voor Gustaaf Peek op dit blog.

Uit: Godin, held

“Het was een van die nieuwe plekken, gebouwd als een kerk, even buiten de stad, in een elleboog van de snelweg. Donkere ramen die te hoog begonnen om naar binnen te kijken, witpleister en een dunne, platte toren. Hekken om mensen weg te houden van de achterkant. Er waren geen vogels, want er waren geen bomen.
Ze lag aan het einde van het middenpad. Foto’s van haar jeugd tot haar latere jaren versprongen op het scherm boven haar kist.
De man bij het gordijn keek op zijn horloge, er kwamen nog steeds mensen binnen, hij zou nog even wachten. Hij oefende zijn woorden, probeerde niet te prevelen.
Iedereen zat verspreid, als bezoekers in een bioscoopzaal. De stoelen waren hard en simpel, in ruime rijen opgesteld. Af en toe blies zonlicht de kleuren van de hoge ramen naar binnen, sommige mensen schoven enkele plaatsen op omdat ze niet in de verblindende banen rood of blauw wilden zitten.
Het was tijd. De deuren gleden dicht, hij ging achter de katheder staan en heette iedereen welkom. Hij noemde voor de eerste keer de naam van de overledene, altijd belangrijk, ingrijpend, niemand anders zou die middag spreken.
Het was een brief, een liefdesbrief. Zeker niet het meest exotische dat hij ooit had voorgelezen, maar ook niet gebruikelijk. Dit was een plek van tijd, niet van het lichaam, zelden stierf een geliefde. Er was altijd een vader of moeder dood, iemands kind of vriend, gesnik om herinneringen zonder hitte, om spijt, opluchting had hij ook meegemaakt. Hij had de brief licht herschreven, enkele ongepaste passages had hij geschrapt, het aantal vermeldingen van haar naam had hij gereduceerd.”

 

 1666477-d0397d3d380bbb6723c0b84bc9746330.jpg
Gustaaf Peek (Haarlem, 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Alma Mathijsen

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. In New York studeerde ze een half jaar Creative Writing aan het Pratt Institute. In 2011 studeerde ze af aan de Gerrit Rietveld Academie, afdeling Beeld & Taal. Daarvoor schreef ze columns in het online jongerenmagazine Spunk. In Het Parool schreef ze iedere week met Fanny van de Reijt in de zaterdagbijlage. Sinds 2008 schrijft ze voor nrc.next. In maart 2006 verscheen bij Prometheus haar verhalenbundel “Binnen spelen”, waarin ze seks heeft met dertien publieke figuren. Haar eerste roman, “Alles is Carmen”, verscheen in september 2011 bij De Bezige Bij. Mathijsen presenteerde ook het VPRO-programma Villa Live.

Uit: Alles is Carmen

“Ik ben Carmen. Ik raak veel spullen kwijt. De laatste twee jaar is mijn paspoort zoek. Wonderlijk dat er altijd een moment is geweest wanneer je het ding dat zoek is voor het laatst hebt aangeraakt. Die momenten vergeet ik blijkbaar. Ooit heb ik mijn moeders kat kwijt gemaakt. Ik was een boterham aan het smeren toen dat beest op het aanrecht bleef bedelen. Als straf had ik haar in de magnetron gezet, die gebruikt mijn moeder niet meer omdat je er kanker van krijgt.”
(…)

“Nog nooit heb ik zoveel liefde voor iemand gevoeld. Een liefde die ik niet ken. Onaards. Ik kan niet geloven dat andere mensen zich ooit zo hebben gevoeld. En als dat wel zo is, waarom hebben ze het er dan niet veel vaker over? Dit is meer dan Goddelijk. Dit is bovenaards. Alsof de planeten hun route om de zon via mij afleggen. Ze moeten door me heen en dat is wat ik nu voel. Saturnus, Jupiter, een meteorietenregen; ze willen allemaal tegelijk en ik kan het bijna niet meer aan.”
(…)

“Hoe kan je iemand liefhebben om je de volgende dag te bedenken? Ik begrijp dat niet. Het is oneerlijk. Mijn lippen worden droog, ik wrijf mijn gezicht wakker. Dan moet het nu, zeg ik tegen mezelf. Vanavond gaat de wereld leren, niet ik. Ik wil iets vertellen wat waar is.”

 

 1668947-253ff03d5e4e3e1075392a0ad07d488f.jpg
Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten