Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 november 2014 tot 7 november 2014

Albert Camus, Jan Vercammen, Albert Helman, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

Uit: Die Pest (Vertaald door Gottfried Beutel)

“Was halten Sie von Panelouxs Predigt, Doktor?“ Die Fragewar einfach und zwanglos gestellt und Rieux beantwortete sie ebenso selbstverständlich.
„Ich habe zu lange in den Hospitälern zugebracht, um die Idee einer Kollektivstrafe zu lieben. Aber Sie wissen, die Christen sprechen manchmal so, ohne jemals wirklich daran denken. Sie sind besser als sie zu sein scheinen.“
 „Sie denken aber gleich viel, wie Paneloux, daß die Pest auch ihr gutes habe; daß sie die Augen öffnet, das sie zum Denken zwingt.“ Der Doktor schüttelte ungeduldig den Kopf.
„Wie alle Krankheiten dieser Welt. Aber was für alle Übel dieser Welt gilt, gilt auch für die Pest Sie kann dazu dienen, einigen wenigen zum Wachstum zu helfen. Wenn man indessen das Elend und den Schmerz sieht, den sie mit sich bringt, dann muß man verrückt, blind oder feige sein, um sich mit der Pest abfinden zu können.“ Rieux war im Ton kaum lauter geworden. Dennoch machte Tarrau eine Handbewegung, als wolle er ihn beruhigen. Er lächelte.
„Ja“, sagte Rieux und zuckte, die Schultern. „Aber Sie haben mir nicht geantwortet. Haben Sie es sich gut überlegt?“ Tarrou richtete sich in seinem Sessel ein wenig auf, und schob seinen – Kopf vor in das Licht.
„Glauben Sie an Gott, Doktor?“ Auch diese Frage wurde ganz zwanglos gestellt. Aber diesmal zögerte Rieux.
„Mein, das nicht, aber was will das schon heissen? Ich befinde mich im Dunkel der Nacht und ich bemühe mich, darin klar zu sehen. Ich habe seit langem aufgehört, darin etwas besonderes zu finden.“
„Ist es nicht gerade das, was Euch von Paneloux trennt?“ „Ich glaube nicht. Paneloux isr ein studierter Mann. Er hat noch nicht genug Leute sterben sehen, und deswegen spricht er im Namen einer Wahrheit. Aber der einfachste Landpfarrer, der sich um das Seelenheil seiner Pfarrkinder kümmert, und der das Röcheln eines Sterbenden gehört hat, denkt wie ich. Ehe er auf die Vorzüge des Leidens hinwiese, würde er daran gehen, es zu heilen.“ – Rieux richtete sich auf. Sein Antlitz war jetzt im Dunkel. „Lassen wir das“, sagte er, „da Sie ja doch nicht antworten wollen.“ Tarrou lächelte, ohne sich in seinem Sessel zu bewegen.“

 

 1676692-75cd5327937a19f5d5c8e8b18cc8467f.jpg
Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

 

Strand met Chagall

Mijn wervelmerg vertilt de sporen
van de infrarode toren op de horizon.
Ik wankel op de drempel van het horen:
magnesium ruist als een bron.
 
Door wie, waarvoor ben ik gevangen?
God, wie gij zijt, laat mij dit uur
naar blaadren op de sneeuw verlangen.
naar sneeuw op dit verlaten uur.
 
De hoge bloei van dolle kervels
heeft nauwlijks nog een eigen tint,
de tunnel door de dode wervels
versplintert tot een labyrint.
 
Hoe zal ik door de nacht geraken:
een zwavelstrand waar Marc Chagall
versteend staat tot een blauwe baken,
maar op de golven groen als gal
 
geen schip en ik hier in de duinen
van nevels, melk en chlorofiel.
Waar zijn de mispelbruine kruinen,
waarin één genster uit het wiel
 
de brand ontstak, zodat mijn asters
verteerden tot wat sneeuw van as?
O vuur o sneeuw altijd, o rasters,
ragrasters van wat zichtbaar was,
 
nu spiegelbeeld in splinters glas.

 

 

Religieus

De oude hangklok tikt.
Wat zullen wij God geven?
Want God die steeds beschikt
heeft ons elkaar gegeven.
 
De oude hangklok slaat.
Wat zullen wij God geven?
Maar God die niet bestaat
vraagt enkel dat wij leven.

 

 

 1676692-b71c7551b6151a79e3e0956064e1c1ea.jpg
Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

Uit: De verdwenen Christen

“Hij heette Wilhelm Dietrichs en was reeds tien jaar bij het Fransche vreemdelingenlegioen. Hij had zes veldtochten achter de rug in de Hooge Atlas, waarbij hij in het zonnige zuiden meer kou geleden had dan ooit in zijn geboorteplaats nabij Dantzig; hij had een detachement van vele maanden aan de rand van de groote zandwoestijn ondergaan, vanwaar niet enkel de manschappen maar ook de officieren half-getroubleerd waren teruggekeerd tengevolge van de dorst en de vereenzaming; hij had eindeloos veel en eindeloos lange wachtposten betrokken op de hooge met alfagras begroeide duinen van de Hammada, waar je een medemensch alleen tegenkomt als witte stip in de verte op een andere heuvelkam, en voorbijtrekkende ooievaars de eenige afleiding brengen; hij had in de lichte eikenbosschen van Mamora en de infernale wildernis van Ito in hinderlaag gelegen, weken en wekenlang, en geschoten op onzichtbare vijanden; één keer had hij het kampement gered door op een middernachtelijk uur, toen hij van de onverdraaglijke hitte niet slapen kon, zijn tent uit te sluipen en toevallig een troep omsingelaars te ontdekken, zoodat hij op tijd alarm kon slaan; het had hem een lintje en een korporaalsrang kunnen bezorgen, als hij wacht geweest was, en niet door een overtreding het zaakje ontdekt had; maar de wacht werd gedegradeerd en hìj mocht blij zijn dat hij er zonder verdere herrie van af kwam.
Dit was ongeveer alles wat de laatste tien jaar voor hem behelsden. Sergeant had hij niet willen worden; nog steeds haatte hij teveel alle gezag om zelf over zijn medeberoerlingen eenig commando te willen voeren. Telkens als de een of andere bevordering in uitzicht was, haalde hij een kleine streek uit, precies genoeg om hem weer een douw achteruit te bezorgen; en dan was hij tevreden; als het hem te goed ging leek het of hij ook het laatste beetje achting verloor, dat hij, zeer in het verborgen overigens, nog voor zichzelf koesterde.”

 

 1676692-a3ff73ed539e8b23c1ee713e07b4f11a.jpg
Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)

 

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook alle tags voor Antonio Skármeta op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2010

Uit: The Postman (Vertaald door Katherine Silver)

“Should Japanese technology ever invent a means of fusing electronics with human beings, the people of Isla Negra could claim to have been precursors of the phenomenon. But they would do so without arrogance, full of the same humility and sweetness with which they now drank in the bard's speech.
"Exactly on hundred years ago today, a poor and splendid poet, the most profoundly despairing of all, wrote this prophecy: ‘A l'aurore, armés d'une ardente patience, nous entrerons aux splendides villes.' At dawn, armed with burning patience, we shall enter the splendid cities.
"I believe in that prophecy of Rimbaud, the clairvoyant. I come from a faraway province in a country separated from all other countries in the world by its sharply defined geography. I was the most obscure poet and my poetry was regional, painful, and pluvial. But I always believed in mankind. I never lost hope. As a result, I have arrived here today with my poetry and my flag.
"To conclude, I want to say to all men of good faith, to the workers, and to the poets, that the entire future was expressed by Rimbaud in that one sentence: only with burning patience shall we conquer the splendid city that will give light, justice, and dignity to all men."
"Thus poetry will not have sung in vain."

 

 1676692-0dd42adb60a43c8b05e57b5a878df1c6.jpg
Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Pierre Bourgeade op dit blog.

Uit: Les pisseuses

"Et il sait ce qui, lors de cette unique rencontre, le frappa au point qu’il devait le relater par la suite (dans “Divagations”) : “Il a des mains de blanchisseuse”.
En 1871, les blanchisseuses lavent le linge à la rivière, maniant l’eau, souvent très froide, le savon et le battoir, on peut imaginer qu’elles ont les mains fortes et rouges, crevassées peut-être , on imagine donc Rimbaud tenant de cette main, forte, rouge, crevassée, sa queue, et au lieu ce jour-là, de pisser contre un mur ou par terre, de pisser vers le ciel le plus haut qu’il peut. Tous les petits garçons l’ont fait, le font et le feront , quoiqu’un seul, après des millénaires d’attente en fait un poème !
La peinture et la photographie américaines, nous ont montré, ces dernières années, des filles androgynes , provocantes, pissant debout dans les urinoirs -conques fixés dans les toilettes-hommes à bonne hauteur, et nous connaissons tous de jeunes personnes qui nous ont pissé dessus, les deux pieds sur le rebord de la baignoire au fond de laquelle nous nous étions étendus les yeux grands ouverts - tant pis si ça brûle - ou qui pissent ainsi, dans la cuvettte des wc ou le lavabo familier, debout , comme des hommes.
Mais, cela dit, elles pissent toujours de haut en bas, elles ne pissent  pas vers le ciel, de bas en haut, comme des milliards de petits garçons , comme Rimbaud.
Tout est là !"

 

 1676692-19681393529364a6329a8658163bbd0b.jpg
Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

 

 

De Indonesische dichter en toneelregisseur Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Zie ook alle tags voor W. S. Rendra op dit blog.

 

Sermon (Fragment)

"You can see I am still young.
Allow me to care for my own soul.
Please go away.
Allow me to praise holiness
I want to go back to the monastery
to meditate on the glory of God."

Again they complained.
No one moved.
Their faces looked sad.
Their eyes questioned.
Their mouths gaped
wanting very much to hear.

"This people ask for guidance, Lord
God, why have you left me at this moment?
Like a flock of hungry lazy jackals
they hang their mouths.
It is hot. I piss in my pants.
Father. Father. Why hast Thou forsaken me?"

Still no one moved.
Their faces were wet.
Their hair was wet.
Their whole bodies were wet.
Sweat poured onto the floor
because it was so hot
and of the misery they bore.
The stench was extraordinarily foul
And their questions took stank foully.


Vertaald door Harry Aveling

 

 1676692-498e7df78a3ba031d23aace9a7839c8b.jpg
W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:26 Reageer op dit bericht

Michael Cunningham, Robert Musil, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste, Bodenski

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

Uit:The Snow Queen

“A celestial light appeared to Barrett Meeks in the sky over Central Park, four days after Barrett had been mauled, once again, by love. It was by no means his first romantic dropkick, but it was the first to have been conveyed by way of a five-line text, the fifth line of which was a crushingly corporate wish for good luck in the future, followed by three lowercase xxx’s.
During the past four days, Barrett had been doing his best to remain undiscouraged by what seemed, lately, to be a series of progressively terse and tepid breakups. In his twenties, love had usually ended in fits of weeping, in shouts loud enough to set off the neighbors’ dogs. On one occasion, he and his soon-to-be-ex had fought with their fists (Barrett can still hear the table tipping over, the sound the pepper mill made as it rolled lopsidedly across the floorboards). On another: a shouting match on Barrow Street, a bottle shattered (the words “falling in love” still suggest, to Barrett, green glass shards on a sidewalk under a streetlamp), and the voice of an old woman, neither shrill nor scolding, emanating from some low dark window, saying, simply, “Don’t you boys understand that people live here, people are trying to sleep,” like the voice of an exhausted mother.
As Barrett moved into his mid-, and then late, thirties, though, the partings increasingly tended to resemble business negotiations. They were not devoid of sorrow and accusation, but they had without question become less hysterical. They’d come to resemble deals and investments that had, unfortunately, gone wrong, despite early promises of solid returns.
This last parting, however, was his first to be conveyed by text, the farewell appearing, uninvited, unanticipated, on a screen no bigger than a bar of hotel soap. Hi Barrett I guess u know what this is about. Hey we gave it our best shot right?”

 

 1676157-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg
Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

Uit: Die Verwirrungen des Zöglings Törleß

„Als die Gesellschaft junger Leute zwischen die ersten niedrigen, hüttenartigen Häuser kam, wich dieses dumpfe Brüten von Törleß. Wie von einem plötzlichen Interesse erfaßt, hob er den Kopf und blickte angestrengt in das dunstige Innere der kleinen, schmutzigen Gebäude, an denen sie vorübergingen.
Vor den Türen der meisten standen die Weiber, in Kitteln und groben Hemden, mit breiten, beschmutzten Füßen und nackten, braunen Armen.
Waren sie jung und drall, so flog ihnen manches derbe slawische Scherzwort zu. Sie stießen sich an und kicherten über die »jungen Herren«; manchmal schrie eine auch auf, wenn im Vorübergehen allzu hart ihre Brüste gestreift wurden, oder erwiderte mit einem lachenden Schimpfwort einen Schlag auf die Schenkel. Manche sah auch bloß mit zornigem Ernste hinter den Eilenden drein; und der Bauer lächelte verlegen – halb unsicher, halb gutmütig – wenn er zufällig hinzugekommen war.

 

 1676157-08f6952c1d0afa6796adf480e31ee2ef.jpg
Scene uit „Der junge Törless“ van Volker Schlöndorff uit 1966

 

Törleß beteiligte sich nicht an dieser übermütigen, frühreifen Männlichkeit seiner Freunde.
Der Grund hiezu lag wohl teilweise in einer gewissen Schüchternheit in geschlechtlichen Sachen, wie sie fast allen einzigen Kindern eigentümlich ist, zum größeren Teile jedoch in der ihm besonderen Art der sinnlichen Veranlagung, welche verborgener, mächtiger und dunkler gefärbt war als die seiner Freunde und sich schwerer äußerte.
Während die anderen mit den Weibern schamlos – taten, beinahe mehr um »fesch« zu sein als aus Begierde, war die Seele des schweigsamen, kleinen Törleß aufgewühlt und von wirklicher Schamlosigkeit gepeitscht.
Er blickte mit so brennenden Augen durch die kleinen Fenster und winkligen, schmalen Torwege in das Innere der Häuser, daß es ihm beständig wie ein feines Netz vor den Augen tanzte.“

 

 1676157-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg
Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)
In 1918 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

Uit: Zonder noorden komt niemand thuis

“Ik keek mijn aanstaande eigendom aan. De pick-up stond er geduldig bij, dromerig als een ezel. Hij viel niet tegen in levenden lijve. De cabine was ruim. Er hing een geur in van snoep. Dat was de spray waarmee de occasions jong en verleidelijk werden gemaakt.
‘Zo, jongen,’ zei ik. ‘Nu nog de prijs. Ik heb niet meer dan twaalfduizend Canadian dollar voor je over. Bij de huidige koers van de euro is dat een koopje maar dat hoeft onze Canadese vriend niet te weten.’
Ik nam wat afstand en begon zuinig te kijken.
‘En?’ vroeg de verkoper terwijl hij zijn mobiel dichtklapte en in zijn broekzak stopte.
‘Tja,’ zei ik, en somde de nadelen op: weinig profiel op de banden, veel kilometers op de teller, verdacht brullend geluid bij de uitlaat. De man was slim genoeg om me niet meteen tegen te spreken. Of hij had vandaag geen zin. Graag of niet. Ik deed een belachelijk laag openingsbod, waarop hij alleen maar de schouders ophaalde.
‘Probeer het nog maar eens,’ zei hij.
Het kopen van een auto was een van de eerste en meest noodzakelijke dingen die ik me had voorgenomen te doen in Canada. Zonder eigen vervoer zou ik niet ver komen, en mijn bestemming had ik nog niet bereikt. Uiteindelijk liet ik me voor dertienduizend dollar in het pak naaien. Een uur later was de Dakota van mij.”
Het Best Western Hotel in Vancouver was een smakeloos brok beton aan de zuidkant van het centrum. Trendy eetgelegenheden naast dubieuze kroegjes en afgebladderde winkels gaven de indruk dat de buurt opveerde uit een diep dal. Ik parkeerde mijn Dodge in de hotelgarage. Mijn houding en loop waren nog te Europees en stedelijk. Die moest ik nodig aanpassen aan het ruige landelijke dat Dodge-mannen uitwasemden: een tikje wijdbeens het portier als een staldeur dichtzwaaien.”

 

 1676157-16260683ca5a009a85a37429f3ee15a4.jpg
Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

 

Mijn erf

Af en toe
neemt in een plaatselijk gesprek
het vraagstuk van hoe ruim en rustig wonen,
door mij in de belangstelling gebracht,
de broze overhand.
En zie het bleek bezoek verstarren
om de wensbeschrijving van mijn erf,
mijn huis met alles altijd open.
Ik zeg maar:
het is niet hier, maar daar begonnen,
waar we naar het schijnt niet meer
zullen komen en waar we elkaar
achterelkaar op de vlucht hebben gejaagd.

           

           

Recept

Bij iedere windvlaag
krijgen de guavebladeren een andere plaats:
een stukje erf in afwisselend décor,
's middags onder het raam van mijn kamer
Ik ben net wakker volgens het voorbestemde recept:
geschuifel van dorre bladeren,
weggeveegde tranen, een neus vol snot alsof
de verpleger van 's Lands Hospitaal met
een quasi-ernstig gezicht zijn hand uitstrekt en
mijn vader het doorlopend bewijs voor de barak waar
mijn moeder ligt overhandigt.

 

 1676157-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg
Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)
Paramaribo, Onafhankelijkheidsplein 

 

 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

Uit: Nederlands in de DDR

“De studenten hebben het moeilijk. Het bijvak Nederlands vormt een onderdeel van een zwaar studieprogramma. DDR-studenten krijgen wekelijks een 30 uren kollege (met als voor ons merkwaardigste onderdelen: 3 à 4 uur sport; filozofie, politieke ekonomie, marxistische-leninistische taalwetenschap, wetenschappelijk kommunisme, kritiek van de burgerlijke filozofie); daarnaast worden ze geacht nog 's 30 uren opdrachten te maken en te studeren. Een 60-uren week dus, wat zo'n 2400 arbeidsuren per jaar betekent; in Nederland is de norm 1600 à 1700 uren.
Dat die 60 uren vrij goed begeleid worden, dat de tentamenof eksamendruk en -angst nauwelijks bestaan en dat de studenten hun studie over het algemeen zinvol lijken te ervaren, dat alles neemt niet weg dat het een zware, arbeidsintensieve opgave blijft. Een bijkomend probleem is gelegen in de zeer beperkte mogelijkheid Nederlands te praten of zelfs maar te lezen (daarover straks meer).
De staf heeft het niet makkelijker. Mevrouw Posthuma is een Nederlandse die als waarnemend lektor sinds een jaar vooral instaat voor het praktisch Nederlands (fonetiek, konversatie, stijlen vertaaloefeningen) en daarnaast ook het onderdeel Landeskunde (de sociaal-ekonomische, politieke en kulturele Vlaamse en Nederlandse werkelijkheid) verzorgt. Ze sprak met geestdrift over de werklust, de inzet, de belangstelling en de motivatie van de studenten.”

 

 1676157-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg
Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Bodenski op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

 

Der Sturm

Der Himmel ist gegangen
durch's Gras geht nicht ein Hauch
die Häuser knien nieder
die Menschen tun es auch
die Bäume kralln sich fester
ins Erdreich als vorher
wie Blei lastet die Stille
auf allem rings umher

vier Reiter sieht man jagen
die Erde wogt und bebt
es kommt ein Sturm

kyrie eleison

ein Regen wie aus Eisen
zerreißt das Tuch der Nacht
es splittern schon die Bäume
wie Knochen in der Schlacht
dann bricht das 6. Siegel
ein Stern fällt in das Meer
die Wasser werden bitter
die Sonne schwarz wie Teer

vier Reiter sieht man jagen
die Erde wogt und bebt
es kommt ein Sturm

kyrie eleison

 

 1676157-d6545dc4c6d8750a9e7c4ab58dc8449d.jpg
Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Johannes Petrus Hasebroek

De Nederlandse schrijver, dichter en predikant Johannes Petrus Hasebroek werd geboren in Leiden op 6 november 1812. Hij bezocht daar het Stedelijk Gymnasium en studeerde er theologie aan de Rijksuniversiteit. In oktober 1836 werd hij predikant in Heiloo, in 1843 te Breda, in 1852 te Middelburg en uiteindelijk op 12 november 1851 te Amsterdam. In 1883 werd hij emeritus. Hasebroek was een typische 19de-eeuwse schrijver, die zowel boeken publiceerde als preekte, net als zijn twee vrienden Nicolaas Beets en Jan Jakob Lodewijk ten Kate. Met enkele anderen werden zij de dominee-dichters genoemd, tegen wier moralistische gedichten de Tachtigers protesteerden. Hasebroek was ook bekend onder het pseudoniem Jonathan.

Uit:Waarheid en droomen (De stamboom)

“Niet waar, dat zoudt ge niet gedacht hebben, dat Jonathan er ook een stamboom op nahoudt?
En hoe meent ge wel dat hij er uitziet?
Denkt gij misschien aan een een groote perkamenten kaart met cirkels en lijnen, waaraan de namen der respectieve leden van de familie zijn opgehangen, die, zich van boven naar beneden uitbreidende, het hartroerende figuur van een omgekeerde peer opleveren?
Of verbeeldt gij u mogelijk een enorme schilderij, met wapens bemaald, waarop het aandoenlijk is te zien, hoe het wilde zwijn zich met het hert, en de sperwer zich met de duif verdraagt? Als ware het een voorspel van die gouden eeuw, door de profeten geschilderd:
 
Het Lam zal met den Wolf verkeeren als gespeel:
De Luiaard naast het kalf zich vleien in 't gareel:
De Leeuw zal zich op 't stroo aan 's Rundiers kreb vergasten:
Green Beer, geen Tijger taalt om 't Geitje aan te tasten.

Of hebt gij misschien een dik wapenboek voor den geest, waarin al de Edelen achtereenvolgens op een rij staan geschaard, even als in een kabinet van Natuurlijke historie, mannetje en wijfje naast elkander, ieder op zijn plaats en in zijn orde?
In elk geval misgeraden!
Neen, wanneer gij mij ooit de eer doet van mij een bezoek te brengen, zult gij in een hoek van onze huishoudkamer een ouderwetschen standaard op drie voeten zien staan, met een schuins staand blad, waarop gij een boek in folio in zwart lederen band met koperen sloten zult zien liggen - daarin zult gij mijn Stamboom vinden.
Maar dat is een Bijbel! voert gij mij tegen. Gij zijt er! dat is het ook. Welnu, in dien band, vóór den Bijbel, vindt gij een blad door verschillende handen beschreven: dat zijn familiepapieren!
Dat ziet er niet best uit, niet waar? Gij hebt gelijk. Ik ben niets dan een simpele roturier. Geen heraut heeft ooit een schelling aan mijn geslacht verdiend. Ik moet mij met den troost van alle laaggeborenen behelpen, dat ik in Adam, den algemeenen Stamvader der menschen, van den oudsten adel ter wereld ben. Verder kan ik het niet brengen. Ik zou er mijn hals niet onder durven verwedden, of ik uit Joodsch of Heidensch bloed gesproten ben; of mijn voorvaderen onder het Romeinsche juk zijn doorgegaan of den Romeinschen adelaar gedragen hebben; of zij bij de tornooien tot degenen behoord hebben, die den hals braken, of die halzen zagen breken; of zij sporen aangespten, of sporen vervaardigden; of de groote Potentaten ze met hun zwaard op de schouders of op den rug sloegen, dat zulk een groot verschil maakt. Kortom, ik weet er niets hoegenaamd van en, als dit niet uit de lex non scripta der natuur volgde, zou ik zelfs niet eens kunnen bewijzen, dat ik ooit verre voorvaders gehad had.”

 

 1834965-11eb168a4509fce2184600867852fe11.jpg
Johannes Petrus Hasebroek (6 november 1812 – 29 maart 1896)
Portret door Louis Chantal, 1847

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

K. Schippers

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en kunstcriticus K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter, werd geboren in Amsterdam op 6 november 1936. Hij heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit romans, poëzie, essays, verhalen & beschouwingen, en een enkel kinderboek. Al vroeg werd hij bekend door het literaire tijdschrift “Barbarber”, dat hij in 1958 samen met J. Bernlef en G. Brands oprichtte. Hij introduceerde de readymade als poëzievorm. Van het cultureel tijdschrift “Hollands Diep”, dat van 1975 tot 1977 bestond, was hij een van de oprichters en eerste redacteuren. Zijn werk is veel gelauwerd. Voor zijn poëzie ontving hij in 1996 de P.C. Hooftprijs. Een jaar later kreeg hij de Pierre Bayle-Prijs voor zijn kunstkritieken. Zijn roman “Poeder en wind” (1996) werd genomineerd voor de Generale Bank Literatuurprijs; de roman “Waar was je nou” (2005) werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs en groeide uit tot een bestseller. In 2011 publiceerde K. Schippers sinds lange tijd weer poëzie, de bundel “Tellen en wegen” verscheen. Hij is de schrijver van “Buiten beeld”, het Poëziegeschenk van de Poëzieweek 2014.

 

Dictee

de blauwe inkt en het groene boek
de zilveren lepel en de gouden kan

de inkt, het boek, de lepel en de kan
het blauw, het groen, het zilver en het goud

de, het, de en de
het, het, het en het

het geel, het wit, het paars en het rood
de doos, het licht, de beker en de ring

de paarse beker en de rode ring
de gele doos en het witte licht

 

 

Vulpen, groen gevlamd

gekregen in '86
dop vervangen in '91
houder vervangen in '93
clip vervangen in '98
dop opnieuw vervangen in '02
gouden pen vervangen in '07
met deze pen geschreven in '09

alles anders
alles hetzelfde

 

 

De koe

Een koe
is een merkwaardig beest
wat er ook in haar geest
moge zijn
haar laatste woord
is altijd
boe

 

 

 1679622-74397367988cc71730f539b5b9b8c6bb.jpg
K. Schippers (Amsterdam, 6 november 1936)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten