Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 13 november 2014 tot 14 november 2014

Norbert Krapf, Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, René de Clercq, Chloe Aridjis, Peter Orner

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

The Mayberry Café

A high-finned squad car
welcomes your arrival
on the town square.

That booth in the corner
is all for you
& the girl on your arm.

If you want
meatloaf and gravy
it’s all yours, baby.

Ain’t nothin’ but
Elvis on the radio
& black & white on TV.

Whenever you come
back you are, once again,
King for a Day, oh yeah!

 

 

Prolog: Angel of Power and Protection
—Sculpture, Bridge to Vatican City, Rome—

What happens when the Angel
falls asleep after the mother
and father who held the baby
have to walk back into their lives

and the boy walks out into
the world and a servant
of God touches him wrong
when the parents aren’t looking?

By the time he is ready to
cross the bridge to Vatican City
his feet will not move forward
but turn in the opposite direction.

It is decades before he
can talk to the old God 
by finding his own sacred places
and a new language for praying.

 

 1679841-7064c6d48363addb568b2f11114b1a03.JPG
Norbert Krapf (Jasper, 14 november1943)

 

 

De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

Uit: Pippi Langstrumpf (Vertaald door Cäcilie Heinig)

„Er hatte recht. Pippi war ein sehr merkwürdiges Kind. Das allermerkwürdigste an ihr war, da
ß sie so stark war. Sie war so furchtbar stark, daß es in der ganzen Welt keinen Schutzmann
gab, der so stark war wie sie.
Sie konnte ein ganzes Pferd hochheben, wenn sie wollte. Und das wollte sie. Sie hatte ein
eigenes Pferd, das sie für eines ihrer vielen Goldstücke gekauft hatte, an demselben Tage, an dem sie heimgekommen war. Sie hatte sich immer nach einem eigenen Pferd gesehnt. Und jetzt wohnte es auf der Veranda. Aber wenn Pippi ihren Nachmittagskaffee dort trinken wollte, hob sie es ohne weiteres in den Garten hinaus.
Neben der Villa war ein anderer Garten und darin ein anderes Haus. In dem Haus wohnten
ein Vater und eine Mutter mit ihren beiden netten Kindern, einem Jungen und einem Mädchen. Der Junge hieß Thomas und das Mädchen Annika. Das waren zwei sehr liebe, wohlerzogene und artige Kinder. Niemals biß Thomas an seinen Nägeln, immer tat er das, was ihm seine Mutter sagte. Annika murrte niemals, wenn sie nicht ihren Willen bekam. Sie sah immer ordentlich aus in ihren gebügelten Baumwollkleidern, und sie nahm sich sehr in acht, daß sie sich nicht schmutzig machte. Thomas und Annika spielten hübsch zusammen in ihrem Garten, aber sie hatten sich oft einen Spielkameraden gewünscht, und zu der Zeit, als Pippi noch mit ihrem Vater auf dem Meer herumsegelte, standen sie mitunter am Gartenzaun und sagten:
„Zu dumm, daß niemand hier in dieses Haus zieht. Hier sollte jemand wohnen, jemand, der Kinder hat.“

 

 1679841-3f4271d23068b9d319eb98148b71160c.jpg
Astrid Lindgren (14 november 1907 - 28 januari 2002)
Hier met Inger Nilsson als Pippi Langkous in 1968

 

 

De Nederlandse schrijver en columnist Jonathan van het Reve werd geboren op 14 november 1983 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jonathan van het Reve op dit blog.

Uit: Surinaamse Amsterdammers (Column)

Inderdaad: ‘de’ allochtoon bestaat niet. Maar bestaat ‘de’ Surinamer dan wel? Of ‘de’ Oost-Europeaan? Natuurlijk niet, net zomin als ‘de’ frisdrank bestaat. Zo gaat dat nu eenmaal met woorden, die duiden vaak een hele verzameling aan. Hoe ver je wilt ‘inzoomen’, hangt van de situatie af: soms is het woord ‘sinas’ handig, soms kun je beter ‘Fanta’ zeggen. Het evidente verschil tussen cola en tonic is geen logische reden om het woord ‘frisdrank’ te verbieden.
    Wat moeten ambtenaren nu zeggen als ze het willen hebben over de groep die tot deze week met ‘allochtonen’ werd aangeduid? Immigranten-en-hun-kinderen is te lang, bovendien heb je het dan alsnog over die groep, en dat mag juist niet. Op de vraag van AT5 of ‘bepaalde problematiek’ nog wel bespreekbaar zou blijven, zei Akel: ‘Een heel recent en goed voorbeeld is obesitas. Veel Turkse Amsterdammers hebben last van obesitas. Nou, dan heb je het over “de Turkse Amsterdamse kinderen”, en zeg je niet: “de allochtonen zijn te dik”.’
    Dus dáár gaat het om: er zijn blijkbaar ambtenaren die bij cijfers over ‘sinas’ liever over ‘frisdrank’ praten. Hierdoor ontstaat, in dit geval, het beeld dat ‘de allochtonen’ te dik zijn. De oplossing van de PvdA is om het woord ‘allochtoon’ te verbieden, zodat voor iedereen duidelijk is dat alleen Turkse kinderen te dik zijn.

 

 1679841-97241b2f5cd7ed24e7c925ea673cdcd7.jpg
Jonathan van het Reve (Amsterdam, 14 november 1983)

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist René Desiderius de Clercq werd geboren in Deerlijk op 14 november 1877. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor René de Clercq op dit blog.

 

Klein moederke

Moeder zit te driegen
Aan een mantelzoom.
Zusje moet nu wiegen:
Zoeteke, slaap en droom.
Broederke, broederke mijn,
Laat mij uw moederke zijn.

Dekken zal u zusje,
Ligt ge blootgewoeld;
Kussen met een kusje
Dat ge bijna niet voelt.
Broederke, broederke mijn,
Laat mij uw moederke zijn!

Moet ge mee naar schole,
Dwars door weer en wind,
Kom dan stil gescholen
Onder die mantel, kind.
Broederke, broederke mijn,
Laat mij uw moederke zijn.

 

Poes

Poes-poes-poes is thuis.
Wat kan bollen
zal ze rollen,
rukken lappen uit en lint.
Poes-poes-poes is thuis.

Poes-poes-poes is thuis.
Voor de krauwkens
van haar klauwkens,
vreest alleen een heel klein kind
en een oude muis.

 

 1679841-e00b77372913348f6e198639743f02b9.JPG
René de Clercq (14 november 1877 - 12 juni 1932)
Gedenkbeeld in Deerlijk

 

 

De Engels-Mexicaanse schrijfster Chloe Aridjis werd geboren in New York op 6 november 1971 (en dus niet op 14 november zoals eerder vermeld). Zie ook alle tags voor Chloe Aridjis op dit blog.

Uit: Assunder

« Only time can distinguish us. Yet museum acedia isn’t triggered by a crisis of faith or the shifting angle of the sun and, what’s more, my profession is actually suited to those afflicted by it, perfect for individuals who are unconcerned with their position in the world and have fallen prey to a relatively permanent mental or physical sloth. The museum provides an activity for which we are paid to do little more than stand or sit for hours contemplating immobile images and mobile figures.
Occasionally I remind myself that I could have become a dozen things in life. I could have finished university, got a degree in English, perhaps added some letters after my name. I could have had a desk and a fountain pen, people knocking at the door bringing in papers to sign.
Or, at the very least, my own filing cabinet and phone extension. But I have always been more interested in being than becoming, and as soon as I stumbled upon this job I knew nothing would budge me. Ambition has never been high on the list, nor marriage or adventure: the only thing that occasionally tempts me is the thought of another museum.
And I admit that at first I was more than a little jealous of the guards at Tate Modern, watching over their collection housed within an old power station, yet the energy being generated, while neither nuclear nor electric, came with its own set of perils. But it wasn’t until the Scandinavian artist set up an immense fake sun in the Turbine Hall that I thanked my guardian angels for my job at the National Gallery. »

 

 1679841-c67586cd65065ba02ebb1d763fea41a9.jpg
Chloe Aridjis (New York, 6 november 1971)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Amerikaanse schrijver Peter Orner werd in 1968 in Chicago geboren. Zie ook alle tags voor Peter Orner op dit blog.

Uit: Love and Shame and Love

“Wait, you’re a what?”
“It’s a new undergraduate major.”
“Weird.”
“You?”
“Philosophy.”
“Philosophy. Interesting. Really. And difficult. Wow, philosophy, wow. I’ve read Kierkegaard. God ordered Abraham to murder his kid and Abraham said, Okay okay, whatever you say, not a problem. He didn’t even try to get out of it. He didn’t run away to Nineveh, which sounds to me like a pretty fun place. That’s faith? I mean, at least Jonah gave defying a totally unreasonable God a shot. And Kierkegaard says Abraham’s a great man? To me, he just sounds like a bad dad. Did I miss something?”
She just let his gibberish float there between them without answering. Lunch at a Chinese restaurant on South University. The place was dark, the blinds drawn against the afternoon sun. Above each table a small round bulb; Popper thought, Each table its own sad moon. This isn’t going very well at all. She is from Wisconsin and her name is Katherine but her father had called her Kat since she was six minutes old. Kat Rubin. I’ll never see her again.
“Who do you read, then?”
“Oh, you know, lately a lotta Ray Carver.”
“Who?”
“People call him a minimalist, but that’s really a misnomer. Carver just doesn’t use a barrel of words to say something he could say in half a phrase. He’s the poet of modern despair. Drunken, laconic husbands. Lonely, cheating wives. You know, the gritty truths—”
“Fuck that. Are you related to Karl Popper?”

 

1679841-1b0080411acd6fe49197612939726da4.jpg
Peter Orner (Chicago, 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Ako Literatuurprijs voor Stefan Hertmans

 

Ako Literatuurprijs voor Stefan Hertmans

Aan de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans is voor zijn boek "Oorlog en terpentijn" de AKO Literatuurprijs 2014 toegekend. Dat maakte juryvoorzitter Job Cohen gisteravond bekend in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De winnaar ontvangt een bedrag van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Uit: Oorlog en terpentijn

‘Meer dan dertig jaar heb ik de schriften, waarin hij zorgvuldig, in zijn weergaloze vooroorlogse handschrift, zijn herinneringen had neergeschreven, bewaard en gesloten gehouden; hij heeft ze me gegeven enkele maanden voor zijn dood in 1981. Hij was toen negentig jaar. Hij was geboren in 1891, zijn leven leek niet meer geweest te zijn dan het over elkaar heen springen van twee cijfers in een jaartal.
Tussen die twee jaartallen lagen twee oorlogen, rampzalige massaslachtingen, de meest hardvochtige eeuw uit de hele mensengeschiedenis, het ontstaan en de neergang van de moderne kunst, de wereldwijde expansie van de motorenindustrie, de Koude Oorlog, de opkomst en de neergang van grote ideologieën, de uitvinding van bakeliet, de popularisering van telefoon en saxofoon, de industrialisering, de filmindustrie, het plastic, de jazz, de vliegtuigindustrie, de landing op de maan, het uitsterven van talloze diersoorten, de eerste grote ecologische rampen, de ontwikkeling van penicilline en antibiotica, mei ’68, het eerste Rapport van de Club van Rome, de popmuziek, de uitvinding van de pil, de vrouwenemancipatie, de opkomst van de televisie, van de eerste computers – en zijn lange leven als vergeten oorlogsheld. Het is het leven dat hij mij vroeg te beschrijven door me die cahiers toe te vertrouwen. Een leven dat bijna een eeuw omspant en dat begon op een andere planeet. Een planeet van dorpen, veldwegen, paardenkoetsen, gaslampen, wasteilen, bidprentjes, oude wandkasten, een tijd waarin vrouwen bejaard waren op hun veertigste, een tijd van almachtige pastoors die naar sigaren en ongewassen ondergoed roken, van weerspannige burgermeisjes in nonnenkloosters, een tijd van grootseminaries, bisschoppelijke en keizerlijke verordeningen, een tijd die aan zijn lange doodstrijd begon toen de kleine groezelige Serviër Gavrilo Princip in 1914 met een niet eens zo welgemikt schot de schone illusie van het oude Europa aan flarden schoot en daarmee aanleiding gaf tot de catastrofe die ook hem, mijn kleine blauwogige grootvader zou treffen en zijn leven voorgoed zou beheersen.’

 

 1679574-f507e2e2296ca3e7f92b178fc51bfc95.jpg
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

Geschreven door Romenu om 08:16 Reageer op dit bericht

José Carlos Somoza, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Robert Louis Stevenson, Peter Härtling

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

Uit: The Athenian Murders (Vertaald door Sonia Soto)

« Like a thick mane of hair ruffled by a capricious wind, each strand waving independently, the humble crowd gradually dispersed, some leaving separately, others in groups, some in silence, others commenting on the horrifying event.
"It's true, Hemodorus, wolves abound on Lycabettus. I've heard that several peasants, too, have been attacked."
"And now this poor ephebe! We must discuss the matter at the Assembly."
A short, very fat man remained behind, standing by the corpse's feet, peering at it placidly, his stout, though neat, face impassive. He appeared to have fallen asleep. The departing crowd avoided him, passing without looking at him, as if he were a column or a rock. One of the soldiers went to him and tugged at his cloak.
"Return home, citizen. You heard our captain."
The man took little notice, and continued to stare at the corpse, stroking his neatly trimmed gray beard with thick fingers. The soldier, thinking he must be deaf, gave him a slight push and raised his voice. "Hey, I'm talking to you! Didn't you hear the captain? Go home!"
"I'm sorry," said the man, though actually appearing quite unconcerned by the soldier's command. "I'll be on my way."
"What are you looking at?"
The man blinked twice and raised his eyes from the corpse, which another soldier was now covering with a cloak. He said, "Nothing. I was thinking."
"Well, think in your bed."
"You're right," said the man, as if he had woken from a catnap. He glanced around and walked slowly away.
All the onlookers had gone by now, and Aschilos, in conversation with the captain, swiftly disappeared as soon as the opportunity arose. Even old Candaulus was crawling away, still racked with pain and whimpering, helped on his way by the soldiers' kicks, in search of a dark corner to spend the night in demented dreams. His long white mane seemed to come alive, flowing down his back, then rising in an untidy snowy cloud, a white plume in the wind. In the sky, above the precise outline of the Parthenon, Night lazily loosened her mane, cloud-decked and edged with silver, like a maiden slowly combing her hair.”

 

 1679388-f8e410f37957b02ce012a3a38ec48522.jpg
José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

 

 

De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

Uit: Huis van ijs

“Ik zit hier in Nagarkot en denk: hier zou ik mijn pen moeten neerleggen. Dat zou een normale reactie zijn voor een schrijver. Welk belang hebben mijn woorden, wat betekenen mijn ambities, mijn verrichtingen tegenover de ondoorgrondelijke kosmische pracht waarvan die ketens een signaal zijn? Het lijkt of de betekenis van mijn leven van mij wordt weggenomen, met kleine fragmentjes tegelijk, alsof dat leven zelf wegsiepelt door de planken van mijn huisje, ‘s nachts, terwijl ik wakker lig, alleen door het rietdak gescheiden van het onmetelijk nachtelijke uitspansel. Ik slaap, of beter: ik waak in gezelschap van die gigantische buren, de Gonasharkar en de Langtang, in het duister, en het is of ik op het maanoppervlak lig, in de vreemde schoonheid van een dodelijke planeet waar geen zuurstof is om te kunnen leven. Iedere dag word ik psychisch iets doorzichtiger, iets dunner, ik word zo dun als een kippeveertje. Ik moet hier niet al te lang blijven, in deze al te pure lucht, ik voel hoe, tegelijk met mijn gevoel van lichtheid, ook een zekere passiviteit van mij bezit neemt.”

 

 1679388-70f8a79d4234620c51b567bf978070e4.jpg
Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

 

 

De Duitse dichter,schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november1974in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog

 

Rotbucht, ungeklärt

Am Zuckerhut trudeln Tauben
oder Paraglider im Aufwind
unten auf einer rostroten Düne
stochern rabenschwarze Geier

In den Resten von Touristen
in dieser Bruthitze ist jeder
Flügelschlag ein Schlag zuviel
die Hautlappen

Der Geierhälse, gestern
im Überschwang rot lackierte
Krallen zupfen ein Dreieck
zurecht. Giselle liest im Liegestuhl

Ein
Supplément
. Im Schatten
der Helikopter wachen Taucher
über den Drift, das Treiben
der Völker der Strände

 

 

Glória

                       Ich liebte den Akt
                       der Entfernung.

Camila Do Valle sagt
eine Scheidung ist
wie ein Reißverschluss
der gegen den Strich
geöffnet wird

Erst verschwindet wer
in einer Boutique, dann
wandert ein Schreibtisch
(1 Platte, 2 Böcke)
ins Häuschen, hinten im Hof.

 

 1679388-86f450e05b2bafa81f5cc4fcc6ac9d28.jpg
Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

 

De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Zie ook alle tags voor Hadjar Benmiloud op dit blog.

Uit: Voor de liefde (Column)

“Deze is voor de puberende lente, die een volwassen zomer nog even wil uitstellen. En voor alle vogels die ons ‘s ochtends wakker kwetteren. Voor de bloemen die bloeien, grillende steaks, karkassen die rotten, en urinerende zwervers. Want al die dingen samen, zorgen voor de zoete geur van zomer in een grote stad.
Deze is voor alle jongens en meisjes die zittend en rollend langs pittoreske grachtjes niet kunnen begrijpen hoe half 1 opeens half 5 ‘s ochtends werd. En voor alle onbedoelde eigenaars van gebroken harten, die zich afvragen waarom het lot nou nooit eens meewerkt. Voor alle mensen die niet eerlijk durven te zijn, uit angst voor pijn. En voor de mensen die dat, uit angst om hetzelfde te ontwijken, wel zijn. Voor alle mensen die deze lente doorkomen op pure endorfine, knuffels en zoete kersen. Voor alle jongeren die niet weten wat ze overkomt. En voor de volwassenen die dat wel weten, maar nog niet willen toegeven. Totdat het echt niet meer anders kan.
Deze is voor iedereen die nooit bang is om uitgelachen te worden. Of dat wel is, maar zich daar niet door laat weerhouden. Voor iedereen die niet bang is om teleur te stellen. En voor iedereen die dat wel is, maar niet onder de verwachtingen bukt.”

 

 1679388-ada099d7f479be28f9bbe882ee8668ca.jpeg
Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

2-1 & 1-2

De wedstrijd was het juiste spiegelbeeld
van die 2-1 in het gedoemd verleden.
Eerst werd ik in de Hel gevierendeeld,
en daarna kwam ik in de Hof van Eden.

Twee-een verliezen of met 2-1 winnen:
ontgoocheling of een uitzinnig feest.
Je kunt er maar het best niet aan beginnen,
dan is je leven wel zo kalm geweest.

Ik vond het jammer dat wij toen niet wonnen,
want winnen is het doel van elke sport.
Maar anderzijds is voetbal meer dan verzonnen:
geen mens die er veel menslijker door wordt.

Natuurlijk was ik blij met onze zege,
als journalist was ik zelfs dubbelblij.
Wij hadden immers iets cadeau gekregen:
kopij, kopij, o en voorgoed kopij!

 

Een blijvertje

Het feit dat ik in Holland ben geboren,
en bovendien precies in Amsterdam,
bewijst toch wel dat ik ben uitverkoren:
ik kreeg de hamvraag en ik won de ham.

Een ander wordt geboren in Vietnam
of raakt bij voorbaat in Algiers verloren,
maar ik, die zo terloops ter wereld kwam,
mag rustig tot de blijvertjes behoren.

En ook het tijdstip was perfect gekozen:
te jong voor crisis, oorlog en verzet.
Wat dat betreft zat ik dus ook op rozen,
want niemand gaf mij later een brevet
van onvermogen in het goede of boze.

Mijn leven is een aangenaam verpozen,
een ander krijgt de schillen en de dozen.

 

 1679388-3b1348a7dbd736f60105186daa988d22.jpg
Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

 

 

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson werd geboren in het Schotse Edinburgh op 13 november 1850. Zie ook alle tags voor Robert Louis Stevenson op dit blog.

Uit: Treasure Island

“But though I was so terrified by the idea of the seafaring man with one leg, I was far less afraid of the captain himself than anybody else who knew him. There were nights when he took a deal more rum and water than his head would carry; and then he would sometimes sit and sing his wicked, old, wild sea-songs, minding nobody; but sometimes he would call for glasses round and force all the trembling company to listen to his stories or bear a chorus to his singing. Often I have heard the house shaking with "Yo-ho-ho, and a bottle of rum," all the neighbours joining in for dear life, with the fear of death upon them, and each singing louder than the other to avoid remark. For in these fits he was the most overriding companion ever known; he would slap his hand on the table for silence all round; he would fly up in a passion of anger at a question, or sometimes because none was put, and so he judged the company was not following his story. Nor would he allow anyone to leave the inn till he had drunk himself sleepy and reeled off to bed.
His stories were what frightened people worst of all. Dreadful stories they were — about hanging, and walking the plank, and storms at sea, and the Dry Tortugas, and wild deeds and places on the Spanish Main. By his own account he must have lived his life among some of the wickedest men that God ever allowed upon the sea, and the language in which he told these stories shocked our plain country people almost as much as the crimes that he described. My father was always saying the inn would be ruined, for people would soon cease coming there to be tyrannized over and put down, and sent shivering to their beds; but I really believe his presence did us good. People were frightened at the time, but on looking back they rather liked it; it was a fine excitement in a quiet country life, and there was even a party of the younger men who pretended to admire him, calling him a "true sea-dog" and a "real old salt" and such like names, and saying there was the sort of man that made England terrible at sea.”

 

 1679388-d1bfc02458f7e5e2b5c6a4edd39b4dde.jpg
Robert Louis Stevenson (13 november 1850 – 3 december 1894)
Standbeeld in Colinton

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Peter Härtling op dit blog.

 

Abendsätze

Dich schlafen zu sehen,
eingerollt
wie eine Katze
und ausgeschlossen
zu sein
aus deinem Traum – nach so vielen
Jahren
genieße ich es,
nichts zu haben
von dir
als dieses
ungleiche Vertrauen.

 

 

Kaspar Hauser

Eine Liebste
möchte er,
die seinen Mund
bewohnt
und aus ihm spricht.
Damals, als sie ihn
blindgemacht,
ersann er Blumen,
die’s nicht gibt.
Jetzt hat er sie
für sie gemalt.
Sprich, bittet er,
sprich mich,
wohn dich in mir ein
und ändre mich:
Einer Prinzessin stellen sie nicht nach.
Dann singt er
wie sein Holzpferd sang
in dem Verlies,
in dem er sich vergaß.

 

 1679388-9f1885875b4cfca04c65a7382d56bf20.jpg
Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Frank Westerman

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Westerman groeide op in een Nederlands-hervormd gezin in Assen, als zoon van een NAM-ingenieur. Hij studeerde Tropische Cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Voor zijn afstudeeronderzoek verbleef hij in 1987 in Puno in het zuiden van Peru, waar hij de pre-Columbiaanse irrigatiemethoden van de Aymara in de Andes bestudeerde. In die tijd schreef hij zijn eerste journalistieke reportages. In 1992 werd Westerman correspondent voor de Volkskrant in Belgrado. Als verslaggever van NRC Handelsblad bezocht hij nadien diverse internationale brandhaarden. Samen met collega-journalist Bart Rijs wist hij als enige journalist door te dringen tot Srebrenica ten tijde van de val in 1995. Zij schreven daarover het boek “Het Zwartste Scenario” waarbij ze geheime VN-documenten en interviews met ooggetuigen gebruikten om de oorlogsjaren van Srebrenica te reconstrueren. Tussen 1997 en 2002 was Westerman correspondent voor het NRC Handelsblad in Moskou. Sinds 2002 woont en werkt Frank Westerman als fulltime schrijver in Amsterdam. In 2013 presenteerde hij wekelijks de serie Nederland in 7 overstromingen van de NTR op Nederland 2.

Uit: Ararat

“Turkije, dat een alliantie met Duitsland was aangegaan, werd in de rug aangevallen door het Rusland van de tsaar. De christelijke Armenen, onderdrukt door de islamitische landheren, zagen de orthodox-christelijke Russen als verlosser en sloten zich deels bij hen aan. In de ogen van de Turkse driemanschap [Enver, Talaat en Djamal] was de Armeense bevolking een vijfde colonne. Op 24 april 1915 lieten de militaire leiders zo’n achthonderd vooraanstaande Armenen ophangen op pleinen in Istanbul, op beschuldiging van het heulen met de vijand. Talaat Pasja, de minister van Binnenlandse Zaken, beval tegelijk ook de deportatie van alle Armenen uit eigen land. Het was in de zomer van 1915, tijdens gedwongen voetmarsen naar dump- en sterfplaatsen in de woestijnen van Syrië en Irak, onder ‘begeleiding’ van Koerdische roversbenden en onderbetaalde soldaten, dat honderdduizenden Armenen (of meer dan een miljoen?) stierven van honger, uitdroging en wanhoop.
De pas opgerichte Volkerenbond had willen ingrijpen, maar voor er actie was ondernomen, had de Sovjet-Unie het huidige Armeense grondgebied in 1920 ingelijfd, net zonder de Ararat.
‘Tsavut danem,’ zeiden de Armenen nog dagelijks tegen elkaar, bij wijze van groet. Het betekende: Laat mij je pijn dragen. Pas toen ik alweer vertrokken was uit Etsjmiadzin, was het tot me doorgedrongen dat de speerpunt die de zij van het Lam Gods had doorboord, voor Armenen als Hovannes een gewichtiger relikwie moest zijn dan het stukje arkhout.”

(…)

Alleen: tot dan toe had ik bij die benaming steeds het accent gelegd op het voorvoegsel ‘ark’. Die was onvindbaar, had vermoedelijk nooit bestaan en stond wat mij betreft voor iets onstoffelijks, een metafoor. Bleef over het achtervoegsel ‘zoekers’. Ik realiseerde me dat het broze wereldbeeld van de arkzoeker bestond bij de gratie van het niet-vinden, zijn doel diende aldoor net buiten bereik te blijven — dát hield hem op de been en gaf zijn leven richting. De arkzoeker ontleendde zijn eigenaardigheid niet aan de ark, maar aan het feit dat hij die zocht. En dat deed ik ook.”

 

 1679609-d3e6dbaee4eaad2726cc703e3be9fb58.jpeg
Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten