Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 januari 2015 tot 9 januari 2015

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Simone de Beauvoir, Theodor Holman, Danny Morrison, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Angst en schoonheid. Louis Couperus, mystiek der zichtbare dingen

“Beide boeken van Couperus die tijdens die zomermiddag met de studenten ter sprake kwamen – Noodlot als jeugdwerk, Van oude mensen als het werk van een schrijver op de toppen van zijn kunnen – zitten vol ervaringen, tragische en komische. Ze gaan over mensen met bij uitstek herkenbare emoties: jaloezie, verlangen, wreedheid, moordlust, geilheid, benauwdheid, onvrede, benepenheid, wanhoop, angst voor het leven, angst voor de dood, allemaal ingebed in voor ons nog herkenbare situaties.
Over die Couperus gaat dit essay. Het is geen biografische schets en ook geen literaire studie. Het is geen zelfhulpboek, waarmee Couperus weer aantrekkelijk gemaakt moet worden voor niet-lezers, door hem uit zijn literaire context te halen en te doen alsof hij ons tips geeft voor een gelukkiger leven –
Hoe Couperus je leven kan veranderen. Bij Couperus is de inzet altijd een dieper bewustzijn, een uitnodiging om beter te zien, het voelbaar maken van ambivalenties.
De vraag voor mij is niet waar Couperus het vandaan haalde, maar wat hij ermee gedaan heeft.
De stille kracht is een meesterwerk, maar als de roman alleen zou gaan over de fatale berekendheid van de Hollandse koloniale onderneming in Indië, zou die ons nu weinig meer te zeggen hebben.
Ik lees Couperus dan ook persoonlijk. De feiten van zijn leven gebruik ik alleen voor zover ze volgens mij licht werpen op zijn thema’s, zijn blik.
Waarom legde hij er in zijn feuilletons zo veel eer in echte omstandigheden te mengen met mensen en gebeurtenissen die verzonnen waren? En waarom loog hij in 1913 tegen zijn uitgever L.J. Veen, toen hij hem schreef dat zijn Italiaanse vriend de reis naar Spanje voor hem en zijn vrouw Elisabeth had betaald? Als deze Orlando, die in zo veel van zijn Franse en Italiaanse feuilletons opduikt, inderdaad een grotendeels verzonnen figuur blijkt te zijn, waarom verzon Couperus hem dan, zo laat in zijn leven, als rustige, viriele
imaginary friend? In hoeverre kan een kunstenaar die door kenners van zijn leven en werk ‘narcistisch’ en ‘egocentrisch’ genoemd wordt, zich oprecht het lot van de lijdende mensheid aantrekken? Waarom zijn de zelfportretten in zijn romans zo dodelijk – intelligente en fijnzinnige, maar uiteindelijk steriele estheten als Vincent in Eline Vere, Paul in De boeken der kleine zielen en Lot in Van oude mensen?
En waarom wisselde Couperus zijn grote psychologische romans zo gretig af met een zwaar symbolistisch proza, dat, zoals hij het zelf uitdrukte, slechts ‘la beauté pour soi-même’ leek na te streven? Dat hij de gekunstelde poëzie, waarmee hij zijn loopbaan als schrijver begon, van de ene dag op de andere opzijschoof voor de psychologische diepteboring die Eline Vere is, laat zich niet enkel en alleen verklaren door zijn jeugdigheid – de jonge schrijver die na een al te romantisch begin zijn ware talent ontdekt. Daarvoor laat de mooischrijver zich daarna nog te vaak zien.”

 

 1705659-49070f824e4f626755fc9b0473d5991f.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Benjamin Lebert op dit blog.

Uit: Mitternachtsweg

„Allesamt waren es Texte mit leichtem Gänsehautfaktor, und sie erfreuten sich bei den Lesern wachsender Beliebtheit.
Johannes Kielland schickte die Berichte immer als Postsendung, und obwohl Maydell sie noch mal abtippen musste, um sie bearbeiten zu können, weigerte sich Kielland, das zu ändern, und hatte seine Bitte jedes Mal ohne Begründung abgelehnt, bis Maydell aufgab, danach zu fragen.
Ein einziges Mal hatten sie sich getroffen, an einem Wintertag in einem Café in Hamburg, von dem aus man auf das Wasser der Elbe blicken konnte, auf dem Eisschollen trieben.
Maydell, der nie daran gezweifelt hatte, dass es sich bei Kielland um einen gesetzten Herrn seines eigenen Alters handelte – Typ Oberstudienrat oder zerstreuter Professor –, war nicht wenig überrascht, als ein junger Mann auftauchte, ganz in Schwarz gekleidet, mit langen fettglänzenden Haaren. Er hatte Lidschatten aufgetragen. Die mandelförmigen Augen waren schwarz nachgezogen. Um seinen Hals hingen Bänder mit Ankern und Totenköpfen daran. An den Fingern blitzten schwere Ringe, die Fingernägel waren schwarz lackiert. Um die Hüfte trug er einen silberverzierten Gürtel. Die Gürtelschnalle hatte die Form eines zähnefletschenden Wolfskopfes. Der schwarze Mantel aus Leder, den der junge Mann getragen hatte, reichte bis zu seinen Stiefeln hinab.”

 

 1705659-1af5e3e820f2efa43b3e3ce0c8eb04a2.jpg
Benjamin Lebert (Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo werd geboren in Utrecht op 9 januari 1941. Zie ook alle tags voor Wessel te Gussinklo op dit blog.

Uit:Zeer helder licht

“Weer een warme, zelfs hete dag, onmiskenbaar, terwijl wij ons voorthaastten in het zacht fluisterende, zoemende, maar wel rammelende R-viertje; de koele vochtigheid in de doodstille ochtendlucht kondigde dat al aan. De dag daalde neer tussen de huizen, de bomen en struiken. Licht overal, kleur nu ook. Schuin boven ons in de laan waar wij reden doofden een voor een de lampen in de lantaarnpalen.
‘O, o,’ zei Hanna opnieuw, ‘dat het zo laat is. O, o, mijn moeder zal door het dolle heen zijn.
Niet voor het huis parkeren,’ zei Hanna toen we de ventweg van de laan waar ze woonde in reden, ‘dan ziet mijn moeder ons meteen en dan, o...’ Nee, dat was ik ook niet van plan geweest. Naast de hoge ligusterhaag van het buurhuis met daarachter bomen en hoge struiken die ons aan het zicht onttrokken zette ik het autootje stil, nog niet bij de kolossale ceder die mij eerder beschermd had.
‘Ga maar gauw,’ zei ik tegen het zenuwachtig vertrokken gezicht naast mij. ‘Ga maar gauw, misschien valt het mee, slapen ze gewoon, je weet maar nooit, schiet maar op. Morgen weer in De Zwerver. Een uur of zes, zeven, oké...?’ Ik liet de vraag even in de lucht hangen. Ze knikte. Nauwelijks een glimlachje terwijl haar bezorgde blik langs mij gleed. ‘Kom hier,’ zei ik, ik kuste haar. Met liefde kuste ik, blij, glimlachend. ‘Het valt vast wel mee, het zijn geen onmensen...’
Valt wel mee, geen onmensen. Nog maar net had ik die woorden uitgesproken of daar verscheen de poefachtige, in een roze ochtendjas gehulde gestalte van haar moeder al, haast in een drafje, de pilasters van het tuinhek rondend. ‘O, o,’ zei Hanna, ‘o, o, mijn moeder.’ Ze sprong de auto uit.
‘Slet, sloerie, vieze slet. Wat heb je de hele nacht uitgespookt met die vieze vent, die crimineel, die mislukkeling, die vuile, vieze...’ En daarna opmerkelijk genoeg na deze opsomming: ‘Slecht meisje.’ Meteen sloeg ze Hanna recht in haar gezicht; een harde klap die ik in de auto kon horen. En daarna trok ze aan Hanna’s haar, hetzelfde haar dat ze altijd wilde wassen en föhnen en verzorgen. Hanna had het me zelf verteld. Hard trekkend, rukkend: ‘Sloerie. Slecht meisje.’

 

 1705659-a44f4234005072a2f916b8d71bafd580.jpg
Wessel te Gussinklo (Utrecht, 9 januari 1941)

 

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook alle tags voor Simone de Beauvoir op dit blog.

Uit: Mémoires d'une jeune fille rangée

« Demain j'allais trahir ma classe et déjà je reniais mon sexe; cela non plus, mon père ne s'y résignait pas: il avait le culte de la jeune fille, la vraie. Ma cousine Jeanne incarnait cet idéal: elle croyait encore que les enfants naissaient dans les choux.
Mon père avait tenté de préserver mon ignorance; il disait autrefois que lorsque j'aurais dix-huit ans il m'interdirait encore les Contes de François Coppée; maintenant, il acceptait que je lise n'importe quoi: mais il ne voyait pas beaucoup de distance entre une fille avertie, et la Garçonne dont, dans un livre infâme, Victor Margueritte venait de tracer le portrait.
Si du moins j'avais sauvé les apparences ! Il aurait pu s'accommoder d'une fille exceptionnelle à condition qu'elle évitât soigneusement d'être insolite: je n'y réussis pas. J'étais sortie de l'âge ingrat, je me regardais de nouveau dans les glaces avec faveur; mais en société, je faisais piètre figure.
Mes amies, et Zaza elle-même, jouaient avec aisance leur rôle mondain; elles paraissaient au "jour" de leur mère, servaient le thé, souriaient, disaient aimablement des riens; moi je souriais mal, je ne savais pas faire du charme, de l'esprit ni même des concessions.
Mes parents me citaient en exemple des jeunes filles "remarquablement intelligentes" et qui cependant brillaient dans les salons. Je m'en irritais car je savais que leur cas n'avait rien de commun avec le mien: elles travaillaient en amateurs tandis que j'avais passé professionnelle.
Je préparais cette année les certificats de littérature, de latin, de mathématiques générales, et j'apprenais le grec ; j'avais établi moi-même ce programme, la difficulté m'amusait; mais précisément, pour m'imposer de gaieté de cœur un pareil effort, il fallait que l'étude ne représentât pas un à-côté de ma vie mais ma vie même: les choses dont on parlait autour de moi ne m'intéressaient pas.
Je n'avais pas d'idées subversives; en fait, je n'avais guère d'idées, sur rien; mais toute la journée je m'entraînais à réfléchir, à comprendre, à critiquer, je m'interrogeais, je cherchais avec précision la vérité: ce scrupule me rendait inapte aux conversations mondaines. »
 

 1705659-9fb0146a248c87cdedec3e5153fd6c7f.jpg
Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook alle tags voor Theodor Holman op dit blog.

Uit: Hoe ik mijn moeder vermoordde

“Zoals altijd bel ik eerst aan en maak ik daarna met de huissleutel de voordeur open. Zo hebben we het vroeger geleerd. Ik kom met Karen, mijn nieuwe vriendin, mijn ouderlijk huis binnen. Karen en ik kennen elkaar al een paar maanden, maar we zijn nog nooit bij mijn moeder geweest. Dit wordt de eerste ontmoeting tussen beide vrouwen.
“Niet over de oorlog beginnen, “ heb ik haar als enig advies gegeven. “Je mag alles zeggen, als je maar niet over de oorlog begint. “
Dat is Karen ook niet van plan.
“De deur klemt een beetje,” zeg ik tegen Karen. Onmiddellijk wijs ik haar op het familiewapen.
“Mijn moeder is eigenlijk van adel, maar ze wil er niets van weten en doet gewoon of ze van de straat is, “ zeg ik. Ik loop de gang door en roep: “Mam! Mamma!”
“Ja…” antwoordt mijn moeder vanuit de kamer. Haar stem klinkt iel.
“Wij zijn het!” roep ik. Karen en ik lopen de kamer in.”

 

 1705659-6c366dd313f4185260c01f5003fdd991.jpg
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

 

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook alle tags voor Danny Morrison op dit blog.

Uit: Quiet Quarter

« When I write I need silence, or relative silence. I could never work in an office where phones are ringing, people shouting, or colleagues swapping stories and jokes. I need to be alone. I need to have the hubbub far away on the horizon. It wasn’t always like this. When I was sixteen and studying Maths and doing algebraic equations I could only work at my optimum if the entire street was sharing with me Led Zeppelin.
Right now, the dog next door is barking at something. My eyes get drawn away from my desk to the outside world, to a neighbour’s tree sneezing as the wind gusts, to the bushes which seem to cower, to the rise of Black Mountain through autumn cloud behind Andersonstown. Right now, the bell of St Teresa’s chapel, half a mile away from my home, tolls the hour. And reminded of time, I come back to my page, to my pen’s excavations of blank space, its scratching out some sense and some sense of the sensation of living.
Back to the page with me come Black Mountain, the old days, Black Mountain blue with bluebells or white with snow; St Teresa’s and my first confession, my first Holy Communion; my pet terrier Prince who met me after school, dead thirty-five years now; the emptiness and silence, almost sadness, of the schoolyard when we broke up for summer. Funny things: like Mary Doherty famous for having the cleanest ears in Corby Way; or, Brendan Hunter and I getting caught by his mother in the garden shed kissing the Wray sisters.
Silent memories which open to produce a symphony called This Is Your Life.
I have this theory, you see, that the real meaning of life is the sensation of epiphany we experience when we touch the quintessential past, those promontories of innocence, melancholy, suffering and love. No other stimulus is greater than music to bring back those exquisitely painful/beautiful times which we touched just briefly, before being stranded in an eternity called the present.
Memory is life.
‘Yesterday once more’.
It allows us to glimpse the dead, alive.
To run and swim and dance again like there was no tomorrow. To look at what we did and what we might have done instead.”

 

 1705659-e30dad1da7345dc569e7e32858290791.jpeg
Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, columnist en journalist Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn op 9 januari 1890. Zie ook alle tags voor Kurt Tucholsky op dit blog.

Uit: Kritik über den lieben Gott

„Der liebe Gott ist ein älterer Mann mit Rauschebart, in dem die Motten sitzen. Er steht morgens sehr früh auf, wie alte Leute zu tun pflegen, die nicht mehr recht schlafen können, wäscht sich schlecht und recht und regiert dann ein paar Stündlein. Nach Tisch druselt er ein bißchen vor sich hin, was ihm auch leider während der Arbeit hier und da unterläuft – um fünf Uhr schließt er unweigerlich. Abendgebete haben also keine Aussicht auf Erhörung. Um die Zeit gräbt der Alte seinen kleinen Garten um und ordnet seine Briefmarken.
Es muß einmal gesagt werden: Wir sind alle nicht mehr recht zufrieden mit dem alten Herrn. Was macht der Mann eigentlich den ganzen Tag –?
Er arbeitet in den Akten und telefoniert, das ist wahr – aber er ist vergeßlich wie der Kaiser Franz Joseph, mit dem er überhaupt eine fatale Ähnlichkeit hat. Er ist voll der kitschigsten Einfälle: er läßt eine Kuhmagd in Jarwischken eine Dollarerbschaft machen, verschollene Söhne kehren nach Jahren wieder und verloren geglaubte Briefe auch – aber alles zur Unzeit, alles zur Unzeit. Wenn ihm sein Hund Taps einen Aktenständer umwirft, kann es geschehen, dass er die Jour-Mappe stehen und liegen läßt und den ältesten Kram aufarbeitet.
So kommen die späten Erfüllungen zustande – und alle zur Unzeit. Leute verwarten die schönste Zeit ihres Lebens, die Börse ist durcheinander, und nicht einmal auf ihre Unzuverlässigkeit kann man sich mehr verlassen. Er hat so melodramatische Ideen wie diesen Krieg. Leichen sieht er nicht, für heulende Frauen geht ihm jedes Gefühl ab – schließlich kein Wunder in dem Alter ... Kinder fallen vier Stockwerke tief herunter, und bald fehlt uns der Wein, bald fehlt uns der Becher. Über seine Haltung in den Jahren von 1914 bis 1918 wollen wir gar nicht reden, überall war er Vorsitzender des Aufsichtsrats, und wie hat er sich nachher benommen? Er beschützt die Falschen und segnet die Schlechten – er verläßt die Guten und fixt das Himmelreich.“

 

 1705659-ad52ddfa221f5a51d0cf1fe2de755fb9.jpg
Kurt Tucholsky (9 januari 1890 - 21 december 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2011 deel 1 en ook deel twee en eveneens deel drie en ook deel vier.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Juan Marsé, Waldtraut Lewin, Gaston Miron, Leonardo Sciascia, Alfred Tomlinson, Vasyl Stus

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit: De laatste middagen met Teresa (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)

‘Ze had zo’n kleine persoonlijke chaos om zich heen, als bevestiging van het bestaan van de ware, solide luxe – de ceintuur van haar jas viel er bijna helemaal uit en sleepte met de gesp over de grond, uit haar ene jaszak piepte een roodzijden hoofddoek, haar blonde haar hing voor haar gezicht, en ze probeerde haar ene schoen, die tijdens het hollen was uitgegaan, met nerveuze bewegingen weer aan haar voet te krijgen -, een charmante slordigheid in de details die duidelijk aangeeft dat ze zich geen zorgen hoeft te maken over geld, vertrouwen heeft in haar eigen schoonheid en een intens, gepassioneerd en veelbelovend innerlijk leven heeft; een extra charme bij mensen die al door de natuur en de fortuin worden verwend.’
(…)

De feestelijke sfeer van de avond, met zijn vrolijke opwinding en drukte, gaf weinig aanleiding tot angst, en al helemaal niet in die buurt, maar toch kon een groepje elegant geklede paren dat toevallig langs de jongeman liep, een licht gevoel van onbehagen niet onderdrukken dat soms ontstaat door een amper waarneembare breuk in de orde: wat opviel aan de jongen was de serieuze schoonheid van zijn zuidelijke trekken en een zekere onrustbarende onbeweeglijkheid die op een merkwaardige manier in verband – liever gezegd in een verdacht evenwicht – stond met de prachtige auto."

 

 1705145-78dcb53bf3f75b0cf7d9ce3a551efbcf.jpg
Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

 

 

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Goethe

»Eure Wehen waren zu schwach, Madame, das Kind hat zu lange gebraucht – es bekommt keine Luft in die Lungen!«
»Bemühe Sie sich weiter, um Himmels willen!«
»Warmen Wein!«, ordnet Margarethe Textor an. »Schnell, hinein mit dem Kind. Und eine Herzmassage!«
Da ihr die Hebamme zu langsam und zu ungeschickt vorgeht, greift sie selbst mit zu.
»Gnädige Frau Rätin, lasst einen Priester kommen! Ich werde dem Kind die Nottaufe geben und …«
»Nichts ist mit Nottaufe! Wenn wir überhaupt jemanden holen, so ist es ein Arzt!«
»Das Kind ist tot!«
»Versteht Ihr Euer Handwerk so schlecht, Müllern, oder was ist los? Bemüht Euch!«
Anna Textor nimmt sich jetzt selbst des blassen Knaben an, drückt ihren Mund auf den seinen, bläst ihm Atem ein, packt ihn bei den Beinen, schüttelt ihn. Schon will sie aufgeben, da sagt die alte Frau Goethe leise: »Aber sieh doch, er atmet ja!«
Ein erster Atemzug hebt die Brust des Kindes. Und dann – der erste quäkende Schrei.
»Rätin, er lebt!« Die Hebamme ist in Tränen aufgelöst. »Das Kind lebt. Ein Wunder des Herrn!«
Elisabeth lässt sich in den hohen Kissenberg zurücksinken, gegen den sie sich bei der Entbindung, halb sitzend, gelehnt hatte. »Bringt ihn mir«, sagt sie schwach. »Bringt mir den Kleinen. Johann Wolfgang. Nach meinem Vater.«
Ihre Mutter mustert die Hebamme mit ihren schwarzen Augen. Es ist kein freundlicher Blick. »Pfuscherin«, murmelt sie vor sich hin.“

 

 1705145-ed6975c5acd9fcb95bf32c7c0de93dd5.jpg
Waldtraut Lewin (Wernigerode, 8 januari 1937)
Cover 

 

 

De Franstalige, Canadese dichter, schrijver en uitgever Gaston Miron werd geboren op 8 januari 1928 in Sainte-Agathe-des-Monts. Zie ook alle tags voor Gaston Miron op dit blog.

 

Jeune fille

Jeune fille plus belle que toutes nos légendes
de retour à la maison que protègent les mères
secrète et enjouée parmi les êtres de l'été
elle aimait bien celui qui cache son visage

sur mon corps il ne reste que bruine d'amour
au loin les songes se rassemblent à sa taille
pour les bouquets d'eau de ses yeux trop beaux
les yeux qu'elle a lui font trop mal à l'âme

jeune fille plus perdue que toute la neige
les ans s'encordent sur mes longueurs de solitude
et toujours à l'orée de ta distance lointaine
tes mille essaims de sourires encore m'escortent

j'en parle à cause d'un village de montagnes
d'où s'envolent des rubans de route fragiles
toi et moi nous y fûmes plusieurs fois la vie
avec les bonheurs qui d'habitude arrivent

je parle de ces choses qui nous furent volées
mais les voudra la mort plus que l'ombre légère
nous serons tous deux allongés comme un couple
enfin heureux dans la mémoire de mes poèmes

 

 

Ma désolée sereine

Ma désolée sereine
ma barricadée lointaine
ma poésie les yeux brûlés
tous les matins tu te lèves à cinq heures et demie
dans ma ville et les autres
avec nous par la main d'exister
tu es la reconnue de notre lancinance
ma méconnue à la cime
tu nous coules d'un monde à l'autre
toi aussi tu es une amante avec des bras
non n'aie pas peur petite avec nous
nous te protégeons dans nos puretés fangeuses
avec nos corps revendiqués beaux
et t'aime Olivier
l'ami des jours qu'il nous faut espérer
et même après le temps de l'amer
quand tout ne sera que mémento à la lisière des ciels
tu renaîtras toi petite
parmi les cendres
le long des gares nouvelles
dans notre petit destin
ma poésie le coeur heurté
ma poésie de cailloux chahutés

 

 1705145-0f5c61aedc946aee58374d9bfe60e0d6.jpg
Gaston Miron (8 januari 1928 – 14 december 1996)

 

 

De Italiaanse schrijver en politicus Leonardo Sciascia werd geboren in Racalmuto, Agrigento op 8 januari 1921. Zie ook alle tags voor Leonardo Sciascia op dit blog.

 

Uit: A Simple Story (Vertaald door Howard Curtis)

“[St. Joseph the carpenter], who seemed to have inspired the bonfires of old furniture which were lit in the working-class neighborhoods almost as a promise to the few carpenters still in business that there would be no lack of work for them. The offices were almost deserted, even more so than on other evenings at that hour, but they were still lit, the way the offices of the police were usually kept lit in the evening and during the night, by tacit agreement, to give the townspeople the impression that the police were ever alert to the safety of the public."
(…)

"But as the commissioner's attitude had annoyed him, and as he was almost entirely devoid of what is usually called esprit de corps — which meant regarding the body to which he belonged as the most important thing of all, considering it infallible, or, if it was not infallible, untouchable, overwhelmingly right, especially when it was wrong — he had a mischievous idea."

 

 1705145-3558ff7028e6172ed2db126731e212de.jpg
Leonardo Sciascia (8 januari 1921 - 20 november 1989)

 

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Skywriting

Three jets are streaking west:
   Trails are beginning to fray already:
The third, the last set out,
   Climbs parallel a March sky
Paying out a ruled white line:
   Skywriting like an incision,
Such surgical precision defines
   The mile between it and the others
Who have disappeared leaving behind
   Only their now ghostly tracks
That still hold to the height and map
   Their direction with a failing clarity:
The sky is higher for their passing
   Where the third plane scans its breadth.
The mere bare blue would never have shown
   That vaultlike curvature overhead,
Already evading the mathematics of the spot,
   As it blooms back, a cool canopy,
A celestial meadow, needing no measure
   But a reconnaissant eye, an ear
Aware suddenly that as they passed
   No sound accompanied arrival or vanishing
So high were their flight-paths on a sky
   That has gone on expunging them since,
Leaving a clean page there for chance
   To spread wide its unravelling hieroglyphs.

 

 1705145-6ba402f3f9df82d662733e72446b56ba.jpg
Alfred Tomlinson (Stoke-on-Trent, 8 januari 1927)

 

 

De Oekraïense dichter en schrijver Vasyl Stus werd geboren op 8 januari 1938 in Rakhnivka, in de provincie Vinnytsia Oblast. Zie ook alle tags voor Vasyl Stus op dit blog.

 

Untitled

I cross the edge. This conquering the circle,
this forward motion of a foot,
this lived experience, this naked emptiness,
this salty water, like an oily sludge,
this hopelessness of  first beginning,
they terrify me! Better to
forget
this land of hesitation, and to extinguish the flame
and embers from memory. I cross the edge.
As leopards leap through burning rings
carrying the impulse of bewildered souls,
So you must aim at the center of death’s eye,
And be reborn in death. Do not disturb
the old despondency. Begin beyond it,
well past the barrow, out there on the brink,
Where sacred tablets
seemingly appear,
(but do not mention them to others).
Where the sea of humanity swims and step by step
a proud continent grows out into
the sea,
like an ossified mirror of eternity,
like a prophetic word or a prophetic scream.
Go, cross the edge! Your birth will follow death.
Strive headlong for the path,
as bright as blood,
That favors honest and repentant souls
who live as such,
expecting in their end
a new beginning. Yearning for the stars
as adversity spreads its wings and turns its energy toward
eternity.


Vertaald door Artem Pulemotov

 

 1705145-c6447fae8b373f64aa7593a9d57b9b60.jpg
Vasyl Stus (8 januari 1938 – 4 september 1985)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2014 en ook mijn blog van 8 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten