Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 januari 2015 tot 10 januari 2015

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen, Yasmina Khadra

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook alle tags voor Antonio Muñoz Molina op dit blog.

Uit: Alles wat solide was (Vertaald door Tineke Hillegers-Zijlmans en Frieda Kleinjan-van Braam)

“Tenzij je een cynicus bent of een gewetenloze schurk, geneest het hebben van kinderen je van apocalyptische verleidingen, van die obligate woede waarmee sommige ouderen verbitterd door de gebreken van hun leeftijd en het naderen van de dood zouden willen dat de wereld hen niet overleeft. Wat je graag wil is dat de veranderingen die wellicht komen niet catastrofaal zijn en dat je kinderen een behoorlijk leven hebben, zoals de meeste mensen zich voorstellen en wensen, met uitzondering van psychopaten en visionairs.
Camus zegt dat het geruststellende weten dat de volmaakte septembermiddagen zullen blijven bestaan als wij er niet meer zijn je verzoent met de dood. Ik zou willen dat mijn kinderen en de mensen van wie ze houden geen slechter leven hebben dan dat wat ik heb gehad, dat ze niet minder kansen krijgen, geen giftiger lucht hoeven in te ademen, niet hoeven te werken als slaven of meedogenloos moeten wedijveren of zich verdedigen achter geblindeerde deuren en hoge cementen muren, noch dat ze geplaagd worden door angst voor een ongeneeslijke ziekte of medische behandelingen die ze niet kunnen betalen.
Wat zou het fijn zijn als ze door Europa konden blijven reizen zonder bij de grens te worden aangehouden, of bang te hoeven zijn dat ze hun paspoort of visum moeten laten zien; als ze nooit trouw hoeven te zweren aan een dictator of in een menigte een demagoog hoeven toe te juichen, als ze hun gedachten niet hoeven te verbergen of moeten zeggen wat ze niet denken.”

 

 1705957-1af57ad9808d9afe8506c9854dde87ed.jpg
Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Annette von Droste-Hülshoff werd op 10 januari 1797 op het slot Hülshoff in Westfalen geboren. Zie ook alle tags voor Annette von Droste-Hülshoff op dit blog.

 

An die Weltverbesserer

Pochest du an  -  poch nicht zu laut,
Eh' du geprüft des Nachhalls Dauer!
Drückst du die Hand  -  drück nicht zu traut!
Eh du gefragt des Herzens Schauer!
Wirfst du den Stein -  bedenke wohl,
Wie weit ihn deine Hand wird treiben!
Oft schreckt ein Echo, dumpf und hohl,
Reicht goldne Hand dir den Obol,
Oft trifft ein Wurf des Nachbars Scheiben.

Höhlen gibt es am Meeresstrand,
Gewalt'ge Stalaktitendome,
Wo bläulich zuckt der Fackeln Brand,
Und Kähne gleiten wie Phantome.
Das Ruder schläft,  der Schiffer legt
Die Hand dir angstvoll auf die Lippe,
Ein Räuspern nur, ein Fuß geregt,
Und donnernd überm Haupte schlägt
Zusammen dir die Riesenklippe.

Und Hände gibt's im Orient,
Wie Schwäne weiß, mit blauen Malen,
In denen zwiefach Feuer brennt,
Als gelt' es Liebesglut zu zahlen;
Ein leichter Tau hat sie genässt,
Ein leises Zittern sie umflogen,
Sie fassen krampfhaft, drücken fest  -
Hinweg, hinweg!  du hast die Pest
In deine Poren eingesogen!

Auch hat ein Dämon einst gesandt
Den gift'gen Pfeil zum Himmelsbogen;
Dort rührt ihn eines Gottes Hand,
Nun starrt er in den Ätherwogen.
Und lässt der Zauber nach,  dann wird
Er niederprallen mit Geschmetter,
Dass das Gebirg'  in Scherben klirrt,
Und durch der Erde Adern irrt
Fortan das Gift der Höllengötter.

Drum poche sacht  -  du weißt es nicht,
Was dir mag überm Haupte schwanken.
Drum drücke sacht  -  der Augen Licht
Wohl siehst du, doch nicht der Gedanken.
Wirf nicht den Stein zu jener Höh'
Wo dir gestaltlos Form und Wege,
Und schnelltest du ihn einmal je,
So fall' auf deine Knie und fleh',
Dass ihn ein Gott berühren möge.

 

 

Der Frühling ist die schönste Zeit

Der Frühling ist die schönste Zeit!
Was kann wohl schöner sein?   
Da grünt und blüht es weit und breit 
Im goldnen Sonnenschein.
Am Berghang schmilzt der letzte Schnee,
Das Bächlein rauscht zu Tal,
Es grünt die Saat,  es blinkt der See
Im Frühlingssonnenstrahl.
Die Lerchen singen überall,
Die Amsel schlägt im Wald!   
Nun kommt die liebe Nachtigall
Und auch der Kuckuck bald.   
Nun jauchzet alles weit und breit,
Da stimmen froh wir ein:  
Der Frühling ist die schönste Zeit! 
Was kann wohl schöner sein? 

 

 1705957-abe99e9aaf6f136935282c2ec056e28b.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Dennis Cooper werd geboren op 10 januari 1953 in Arcadia, Californië. Zie ook alle tags voor Dennis Cooper op dit blog.

 

After School, Street Football, Eighth Grade

Their jeans sparkled, cut off
way above the knee, and my
friends and I would watch them
from my porch, books of poems
lost in our laps, eyes wide as
tropical fish behind our glasses.

Their football flashed from hand
to hand, tennis shoes gripped
the asphalt, sweat's spotlight on
their strong backs. We would
dream of hugging them, and crouch
later in weird rooms, and come.

Once their ball fell our way
so two of them came over, hands
on their hips, asking us to
throw it to them, which Arthur did,
badly, and they chased it back.
One turned to yell, "Thanks"

and we dreamed of his long
teeth in our necks. We
wanted them to wander over,
place deep wet underarms to
our lips, and then their white
asses, then those loud mouths.

One day one guy was very tired,
didn't move fast enough,
so a car hit him and he sprawled
fifty feet away, sexy, but he was
dead, blood like lipstick, then
those great boys stood together

on the sidewalk and we joined them,
mixing in like one big friendship
to the cops, who asked if we were,
and those boys were too sad to counter.
We'd known his name, Tim, and how
he'd turned to thank us nicely

but now he was under a sheet
anonymous as God, the big boys crying,
spitting words, and we stunned
like intellectuals get, our high
voices soft as the tinkling of a
chandelier on a ceiling too high to see.

 

 1705957-60efac75887f66a01203e06333331ff3.jpg
Dennis Cooper (Arcadia, 10 januari 1953)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

nordwijk, schawarma

unter dem grünen licht des leuchtstoffs
essen wir in brot gerolltes fleisch
und träumen von reinkarnation
anderswo das leben, z. b. auf java

am strand gibt es nur zwei richtungen
als seien dort gut und böse für immer geschieden
aber du lachst

wir üben flucht wir sind hartnäckig
wir schließen mit der vergangenheit
einen karthagischen frieden

 

 

bremerhaven 1

schafe im moor
äsend als seien sie auseinander
gewürfelt
helle langsam vorrückende steine

nasses schaffell nordöstlich
fickmühlen
ein ort wo die leidenschaft
eine festgezurrte bürde sei.

 

 1705957-3096df33019da499bf7ccd67a61df247.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)
Het raadhuis in  Orneta

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Mies Bouhuys werd geboren op 10 januari 1927 in Weesp. Zie ook alle tags voor Mies Bouhuys op dit blog.

Uit: Martinus Nijhoff: vriend en meester

“Tweemaal heb ik Martinus Nijhoff ontmoet, voor ik hem wezenlijk leerde kennen. Wezenlijk, dat wil zeggen, voor zo ver men ‘de ander’ ooit kan leren kennen; dat geldt zeker voor een zo beweeglijke en ondanks alle eenvoud toch zo gecompliceerde geest als die van Nijhoff. Die geest van dichtbij te hebben mogen benaderen en soms ook met hem in wisselwerking te treden, zij het alleen gedurende zijn laatste levensjaren, beschouw ik als een groot voorrecht. Wanneer ik nu, zo kort nog na zijn dood, aan hem terugdenk, herbeleef ik niet alleen de uren van ernst die ik met hem doorbracht - ernst waaraan de humor zeker niet ontbrak, integendeel waardoor die verdiept werd - als hij over zijn werk en dat van anderen sprak, maar dan zie ik hem ook zoals hij was in zijn dagelijkse doen. Ik zie hem weer gebukt staan in zijn tuin, stenen opstapelend in het vijvertje, opdat geen vogel er zou verdrinken. Of hij komt met een fles en glazen over het grasperk om een klein gebeuren tot een feest te maken - voor hem was het feestelijke de verrassing op onze gezichten. Ik zie hem met die hem het liefste was samenzweren om een of andere grap voor te bereiden met dezelfde lach waarmee hij, zwemmend in Scheveningen, de zee genietend en ervarend, uit de golven opdook. Een lach, die glimlach wordt, als hij na een gesprek over de dichter Bloem, wijzend op de weggesmeten krant met het ‘onoplosbare’ kryptogram, zegt: daar ligt míjn ‘nederlaag’.
Nijhoff in zijn dagelijkse doen: zo gewoon, maar dan dit gewoon tussen aanhalingstekens, net zo gewoon als zijn gedichten, waarin ieder ogenblik wonderen te gebeuren staan. Hij staat besluiteloos voor een winkel, houdt ruggespraak met het gezelschap in zijn auto. ‘Chocola of koek, wat moet het zijn?’ Hij gaat opsommen wat hij allemaal ziet en door de manier waarop, wordt die étalage voor ons een doos van Pandora.”

 

 1705957-d6ad0fe77100c663c9539d07065b5eb2.jpg
Mies Bouhuys (10 januari 1927 – 30 juni 2008)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter, tekenaar, illustrator, regisseur, animator, en vertaler Harrie Geelen werd geboren in Heerlen op 10 januari 1939. Zie ook alle tags voor Harrie Geelen op dit blog.

Uit: De stof van verhalen

“Ieder verhaal is gemaakt van veranderingen. Een beeldverhaal bestaat uit een reeks roerloze situaties die op wijziging duiden: het tapijt van Bayeux, strips, prentenboeken, kruiswegstaties ... De danser, de acteur, de filmer en de musicus gebruiken de veranderingen die beweging heten.
De schrijver van een boek heeft de woorden en niets dan de woorden. Woorden betekenen niets voor wie de woorden niet kent en alles voor wie er mee vertrouwd is. De woorden staan boven de wetten van de natuur.
Een schrijver lacht om zwaartekracht, gevaar, dood en bestaanbaarheid. Hij kent geen budgetoverschrijdingen en zijn studio in zijn hoofd is altijd groot genoeg. Maar nogmaals: alle verhalen gaan over dingen die veranderen en verandering is waar het in een verhaal om gaat. Zonder veranderingen geen verhaal. Dat is eigenaardig. Maar wij zitten eigenaardig in elkaar (ik heb het even over iedereen, dus vat het niet persoonlijk op, al bent u misschien een schrijver.)
Er bestaat een achttal belangrijke gevaren. Ze gelden altijd en zo'n beetje voor ieder levend wezen: honger, dorst, uitputting, verstikking, de vraatzucht in de directe omgeving, eenzaamheid, de afwezigheid van seksueel bevredigende partners en ... eentonigheid. Eentonigheid lijkt een onbegrijpelijke dreiging. Natuurlijk: wat leeft, heeft er in principe een hekel aan om op te houden. En door honger, dorst, uitputting en verstikking kun je sterven. Ook verzwolgen worden (door lava, bacteriën, of grotere roofdieren) betekent het einde. Geen partner hebben zorgt dat je soort makkelijk uitsterft en het berooft je in elk geval van de genoegens van de seks. En eenzaamheid zorgt dat je voor alle problemen alléén staat en je je angsten alleen de baas moet kunnen worden. Jawel. Ik kan die eerste zeven angsten goed verklaren. ... Maar wat is er tegen eentonigheid?”

 

 1705957-81c643f2670bd3ec0be2130852791a94.jpg
Harrie Geelen (Heerlen, 10 januari 1939)
Hier met echtgenote Imme Dros

 

 

De Algerijnse schrijver Yasmina Khadra (pseudoniem van Mohammed Moulessehoul) werd geboren op 10 januari 1955 in Kenadsa. Zie ook alle tags voor Yasmina Khadra op dit blog.

Uit: The Attack

„I lean far back in my chair so I can stare at him properly. "You know what it is, my poor old Ezra? You don't have as much punch as you used to, and I hate myself for taking advantage of you."
"Don't bury me quite yet. Sooner or later, I'm going to shut you up once and for all."
"You don't need a racket for that. A simple suspension would do the trick."
He promises to think about it, brings a finger to his temple in a casual salute, and goes back to badgering the nurses in the corridors.
Once I'm alone, I try to go back to where I was before Ezra's intrusion and remember that I was about to call my wife. I pick up the phone, dial our number, and hang up again at the end of the seventh ring. My watch reads 1:12 p.m. If Sihem took the nine o'clock bus, she should have arrived home some time ago.
"You worry too much!" cries Dr. Kim Yehuda, surprising me by bursting into my cubbyhole. Continuing without pause, she says, "I knocked before I came in. You were lost in space. . . ."
"I'm sorry, I didn't hear you."
She dismisses my apology with a haughty hand, observes my furrowing brow, and asks, "Were you calling your house?"
"I can hide nothing from you."
"And, obviously, Sihem hasn't come home yet?"
Her insight irritates me, but I've learned to live with it. We've known each other since we were at the university together. We weren't in the same class--I was about three years ahead of her--but we hit it off right away. She was beautiful and spontaneous and far more open-minded than the other students, who had to bite their tongues a few times before they'd ask an Arab for a light, even if he was a brilliant student and a handsome lad to boot. Kim had an easy laugh and a generous heart. Our romance was brief and disconcertingly naïve. I suffered enormously when a young Russian god, freshly arrived from his Komsomol, came and stole her away from me. Good sport that I was, I didn't put up any fight."

 

 1705957-813e6cc3ac84234f4e5c5857a72e4a30.jpeg
Yasmina Khadra (Kenadsa, 10 januari 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 14:23 Reageer op dit bericht

Jared Carter, Jutta Treiber, Franz Kain, Philip Levine, Renate Schostack, Ingeborg Drewitz

De Amerikaanse dichter Jared Carter werd geboren op 10 januari 1939 in Elwood, een dorpje in Indiana, VS. Zie ook alle tags voor Jared Carter op dit blog.

 

Improvisation

To improvise, first let your fingers stray
across the keys like travelers in snow:
each time you start, expect to lose your way.

You’ll find no staff to lean on, none to play
among the drifts the wind has left in rows.
To improvise, first let your fingers stray

beyond the path. Give up the need to say
which way is right, or what the dark stones show;
each time you start, expect to lose your way.

And what the stillness keeps, do not betray;
the one who listens is the one who knows.
To improvise, first let your fingers stray;

out over emptiness is where things weigh
the least. Go there, believe a current flows
each time you start: expect to lose your way

Risk is the pilgrimage that cannot stay;
the keys grow silent in their smooth repose.
To improvise, first let your fingers stray.
Each time you start, expect to lose your way.

 

 1705951-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg
Jared Carter (Elwood, 10 januari 1939)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Jutta Treiber werd geboren op 10 januari 1949 in Oberpullendorf. Zie ook alle tags voor Jutta Treiber op dit blog. 

Uit: Vergewaltigt

„Als Franka aufwachte, war sie verwundert, dass sie noch lebte. Es war ein ehrliches Erstaunen darüber, dass es möglich war, ein solches Ereignis tatsächlich zu überstehen. Ich lebe noch, sagte Franke zu sich selbst. Ich lebe noch. Es ist ein Wunder, aber ich lebe. Sie schaute auf ihre Hände, als sähe sie sie zum ersten mal…..Die Schmerzen kamen nach und nach zurück. Das Würgen im Hals, der Wundschmerz im Kopf, das Brennen in den Augen, die Schmerzen im Bauch, das Brennen in der Scheide. Noch einmal spürte sie einen widerlichen Brechreiz, lief aufs Klo, würgte, spuckte, aber es kam nur noch Schleim heraus, es war sonst nichts mehr in ihr. Sie ging mit unsicheren Schritten ins Badezimmer, putzte sich die Zähne, endlos lange. Sie wollte das Grauen aus ihrem Mund putzen, den schalen Geschmack zum Verschwinden bringen.“

 

 1705951-ee2ed3871075e0c934cf565278cd2830.jpg
Jutta Treiber (Oberpullendorf, 10 januari 1949)

 

 

De Oostenrijkse schrijver, journalist en politicus Franz Kain werd geboren op 10 januari 1922 in Goisern, het huidige Bad Goisern. Zie ook alle tags voor Franz Kain op dit blog.

Uit: Auf dem Taubenmarkt

„Auf dem Taubenmarkt wird nicht nur über das gesprochen, was gerade anzupreisen ist, es kommen auch Gespräche zustande wie unter ganz gewöhnlichen Leuten über das Wetter, über die Arbeit, über Ärger in der Familie, über gemeinsame Bekannte und über Reiseziele. Diese Passanten sind manchmal naiv neugierig, oft aber stellen sie auch regelrechte Verhöre an. Weil er immerzu sagt, er habe nichts zu verbergen und er drücke sich auch um keine Antwort auf unangenehme Fragen, nehmen sie ihn spöttisch beim Wort. Manchmal kommt es ihm vor, als sei er schon zu Lebzeiten ein Typ, nämlich der Geschichtenerzähler vom Taubenmarkt geworden. Oft hat er Schwierigkeiten, den Wust der Fragen zu ordnen. Chronologisch auffädeln kann er sie und sich nicht, dazu purzeln sie zu sehr durcheinander.
Seine erste Erinnerung ist, daß er vor einem riesigen Teller einer süßen Speise sitzt, eine alte Frau mit einem Kopftuch, aus dem Büschel weißen Haares heraushängen, sich zu ihm herniederneigt und warm tropfende Tränen auf seinen Nacken fallen. Als er nur noch dies eine von dem Vorgang wußte, klärte ihn seine Mutter über die Begleitumstände auf. Sie hatte ihn zu der Bäuerin mitgenommen, bei der sie seit dem Krieg hin und wieder einige Tage arbeitete, vor allem für Butter, Topfen, Rahm und Schotten. Er war als Kind überall dabei, machte Ohren und Augen auf und es war eine Welt voll tiefer Geheimnisse.
Der Teller, der vor ihm stand, war Grießschmarrn mit viel Zucker drauf. Aber es war kein gewöhnlicher Grießschmarrn, es war vielmehr die hochzeitliche Variante dieser Speise, die deshalb auch Hochzeitskoch genannt wurde.“

 

 1705951-787553d1d6093723f7e02570b826728f.jpg
Franz Kain (10 januari 1922 – 27 oktober 1997)
In 1995

 

 

De Amerikaanse dichter Philip Levine werd geboren op 10 januari 1928 in Detroit, Michigan. Zie ook alle tags voor Philip Levine op dit blog.

 

 

An Abandoned Factory, Detroit

The gates are chained, the barbed-wire fencing stands,
An iron authority against the snow,
And this grey monument to common sense
Resists the weather. Fears of idle hands,
Of protest, men in league, and of the slow
Corrosion of their minds, still charge this fence.

Beyond, through broken windows one can see
Where the great presses paused between their strokes
And thus remain, in air suspended, caught
In the sure margin of eternity.
The cast-iron wheels have stopped; one counts the spokes
Which movement blurred, the struts inertia fought,

And estimates the loss of human power,
Experienced and slow, the loss of years,
The gradual decay of dignity.
Men lived within these foundries, hour by hour;
Nothing they forged outlived the rusted gears
Which might have served to grind their eulogy.

 

 

Unholy Saturday

Three boys down by the river
search for crawdads. One has
hammered a spear from a
curtain rod, and head down,
jeans rolled up to his knees, wades
against the river's current.
Barely seven, he's the most
determined. He'll go home
hours from now with nothing
to show for his efforts except
dirt and sweat and that residue
he's unaware of sifting
down from a distant sky
and glinting like threads
of mica across his shoulders.
In the distance someone keeps
calling the names of the brothers
in the same order over
and over, but they don't hear
what with the river bank gorged
with blue weed patches and all
the birds in hiding. Perhaps no
one is calling and it's only
the voices of the air as
the late light of June hangs on
in the cottonwoods before
the dark gets the last word.

 

 1705951-03b2226660d275af6e585974003ec5cf.jpg
Philip Levine (Detroit, 10 januari 1928)

 

 

 

De Duitse schrijfster en journaliste Renate Schostack werd geboren op 10 januari 1938 in Pforzheim. Zie ook alle tags voor Renate Schostack op dit blog.

Uit: Der Chello

“Niemand konnte mir sagen, woher der Name kam. Vielleicht aus seiner Zeit in der Fremdenlegion. Eigentlich hieß er Richard Mürle. Er war mehrere Jahre jünger als ich. Als Kinder hatten wir um den Marktplatz unseres Fleckens herum, wie die Einheimischen ihr von der angrenzenden Stadt verschlucktes einstiges Dorf nannten, Fangen und Verstecken gespielt. Seine Eltern besaßen die größte Metzgerei des Orts, wohnten im stattlichsten Haus am Platz. Wir waren arme Ausgebombte. Später ging er auf ein anderes Gymnasium als ich, und so kam er mir schon in der Schulzeit aus den Augen. Als ich nach dreißig Jahren wieder häufiger in meine Heimatstadt zurückkam, war von ihm gelegentlich die Rede. „Was, du kennst den Chello nicht? Ein Original!“ Sind wir nicht alle Originale? Doch der Chello war ein besonderes Original.
Er war kein alter Mann, weder krank noch geistig beschränkt. Einer Arbeit ging er nicht nach. Er glich einem seltsamen Vogel, dessen Habitat der Marktplatz, die alte Hauptstraße und die davon abzweigenden Gassen waren. Jeden Vormittag strich er dort herum, mal einen Damenhut tragend, mal geschminkt und mit Hornbrille, oft mit einer Bierflasche in der Hand. Dass er noch als Minderjähriger den Sirenenklängen der französischen Werber, vor denen in den fünfziger Jahren die Lehrer ihrer Schüler warnten, gefolgt war, viele Jahre in den schmutzigen Kriegen der ausgehenden Kolonialzeit gekämpft hatte, wussten alle. Er sprach nie über diese Zeit. Auch nicht über das Leben danach. Es muss eine Frau gegeben haben, von der er sich wieder trennte. Kinder hatte er nicht.”

 

 1705951-6e86a4d08b84021e93ccdd6fbbd781c9.jpg
Renate Schostack (Pforzheim, 10 januari 1938)

 

 

De Duitse schrijfster Ingeborg Drewitz werd geboren op 10 januari 1923 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Ingeborg Drewitz op dit blog.

Uit: Barbaratag

„Am Barbaratag Kirschzweige schneiden, damit sie am 24. Dezember blühen - in meiner Kindheit habe ich davon nur wenig gewusst. Noch immer habe ich nicht die Ursache der völligen Abwendung von traditionellen Bräuchen meiner Familie ergründe können. Ich kann nur vermuten, dass durch die Armut die sie gekannt hatten, durch ihre flüchtige Berührung mit dem Sozialismus, durch die Viertelbildung die sie sich neben der Arbeit angeschlossen hatten, jene Scheu in sich hatten aufkommen lassen, die sie jeder Gefülsäußerung gegenüber hatten.
Vielleicht war es auch die Scheu vor irgendwas ländlicher Herkunft.
So habe ich erst als Erwachsene von dem schönen Brauch gehört und ihn mit meinen Kindern zusammen wiederaufgenommen.
Ich sehe uns bei Schneegestöber nach Kirschbäumen in den Laubengärten suchen, überhängende Zweige ausmachen um sie bei einbrechender Dunkelheit gleich zu finden, noch ehe der Haupteingang der Laubenkolonie abgeschlossen würde. Ich seh mich mit den Zweigen unter dem Mantel  heimkommen, die Kinder in die Küche holen und ihnen die Anschnitte zeigen.
Ich seh uns die Zweige ordnen und die Knospen zählen. Und wie wir das zögernde Anschwellen der Knospen beobachten von Tag zu Tag. Ein bisschen schlechtes Gewissen war schon dabei, aber ich hatte nachgelesen, dass das Obst geschnitten werden musste. Über die heilige Barbara hatte ich nichts nachgelesen.“
 

 1705951-3247a618bffad19d454df4342a5f05a7.jpg
Ingeborg Drewitz (10 januari 1923 – 26 november 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:07 Reageer op dit bericht

Robinson Jeffers, Giselher Werner Hoffmann, Jan H. Eekhout, Vicente Huidobro, Aubrey Thomas de Vere, Alexei Tolstoy

De Amerikaanse dichter en schrijver John Robinson Jeffers werd geboren op 10 januari 1887 in Allegheny, nu Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook ook alle tags voor Robinson Jeffers op dit blog.

 

Delusion Of Saints

The old pagan burials, uninscribed rock,
Secret-keeping mounds,
Have shed the feeble delusions that built them,
They stand inhumanly
Clean and massive; they have lost their priests.
But the cross-bearing stones
Still foot corruption, and their faces carved
With hopes and terrors
At length too savagely annulled to be left
Even ridiculous.
Long-suffering saints, flamelike aspirers,
You have won your reward:
You sleep now as easily as any dead murderer
Or worn-out lecher.
To have found your faith a liar is no thorn
In the narrow beds,
Nor laughter of unfriends nor rumor of the ruinous
Churches will reach you.
As at Clonmacnoise I saw them all ruined,
And at Cong, at Glendalough,
At Monasterboice; and at Kilrnacduagh
All ruined, all roofless
But the great cyclopean-stoned spire
That leans toward its fall.
A place perfectly abandoned of life,
Except that we heard
One old horse neighing across the stone hedges
In the flooded fields.

 

 

End Of The World

When I was young in school in Switzerland, about the time of the Boer War,
We used to take it for known that the human race
Would last the earth out, not dying till the planet died. I wrote a schoolboy poem
About the last man walking in stoic dignity along the dead shore
Of the last sea, alone, alone, alone, remembering all
His racial past. But now I don't think so. They'll die faceless in flocks,
And the earth flourish long after mankind is out.

 

 1705945-bc59f567c80e54057266b2c18ceb0929.jpg
Robinson Jeffers (10 januari 1887 – 20 januari 1962)
Portret door  Hamilton Wolf, 1919

 

 

De Duitstalige, uit Namibië stammende, schrijver Giselher Werner Hoffmann werd geboren op 10 januari 1958 in Windhoek. Zie ook alle tags voor Giselher Werner Hoffmann op dit blog.

Uit: Irgendwo in Afrika

„Da man die Passagiere nicht einfach mit einem Fallschirm über Südwestafrika abwerfen kann, hatte man vierzig Kilometer außerhalb der Hauptstadt Windhoek den J.G. Strijdom-Flughafen gebaut. An einem Freitag dem 13. August trommelten um sieben Uhr am Morgen ein Paar hochhackige Absätze einen klappernden Rhythmus auf den Marmorboden des Warteraums. Ohne die anerkennenden Blicke der Männer zu beachten, bahnte sich die kurvenreiche Trägerin dieser Schuhe einen Weg durch die Menschenmenge. Sie hatte es offensichtlich furchtbar eilig, in die Abfertigungshalle zu gelangen, doch schon wenige Meter hinter der Milchglastür wurde ihr ein Abflußgitter zum Verhängnis. Ihr Schuhabsatz blieb stecken!
"Achtung - Achtung!", tönte eine wohlklingende Frauenstimme aus den Lautsprechern. "Flug 007 aus Frankfurt ist soeben gelandet! Die Passagiere werden durch Ausgang Nummer Eins erwartet, danke!" Während die Ansage in Englisch und Afrikaans wiederholt wurde, warf das unglückliche Mädchen einen gehetzten Blick zur Tür hinaus, wo sich auf dem Rollfeld die Boing 747 gespenstisch gegen den Morgenhimmel abhob. Aus dem erleuchteten Inneren der Maschine kamen immer mehr Passagiere die Bordtreppe herunter und strömten unrasiert und fern der Heimat dem Flughafengebäude entgegen. Es konnte sich nur noch um Sekunden handeln, bis der erste Fluggast in der Halle erschien!.“

 

 1705945-9582edf8f0b881ac661f4c7314f9f77b.jpg
Giselher Werner Hoffmann (Windhoek, 10 januari 1958)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan H. Eekhout werd geboren op 10 januari 1900 in Sluis. Zie ook alle tags voor Jan H. Eekhout op dit blog.

 

Sebastiaan

Hij voelde hoe het lijf allengs bezweek
En neeg, neeg naar een duister, zacht en groot.
Maar nog vernam hij, sidderend, het week
Zoemen van pijlen, ijlboden des doods,

Hem roekloos roovend 't klare, levend bloed,
Dat hij niet geven, nog niet geven wilde. -
Toen brak hij neer, als in een laatsten groet
Buigend de broze knieën en verstilde.

Zij lieten 't lichaam in de koorden achter
En geen zag bij het snelle heengaan om. -
Scheemring woei aan - Het bloed sijpelde zachter -
Tusschen de bergen daalde, rood, de zon.

 1705945-2842800f38c461b63ac9e9565ce06933.jpg
Jan H. Eekhout (10 januari 1900 – 6 maart 1978)
Sint Sebastiaan door Giovanni Battista Carlone (1592-1677)

 

 

De Chileense dichter Vicente García-Huidobro Fernández werd op 10 januari 1893 geboren in Santiago. Zie ook alle tags voor Vincente Huidobro op dit blog.

 

Night

You hear the night glide across the snow
The song fell down from the trees
And through the fog sounded voices
I lit my cigar at a glance
Every time I open my lips
I flood the void with clouds
                                    In the harbor
The masts are full of nests.
And the wind
                    groans in the birds' wings
     THE WAVES ROCK THE DEAD SHIP
Whistling on the shore I
      Look at the star that glows between my fingers

 

Vertaald door Ian Barnett

 

 

Ars Poetica

Let poetry be like a key
Opening a thousand doors
A leaf falls; something flies by;
Let all the eye sees be created
And the soul of the listener tremble.

Invent new worlds and watch your word;
The adjective, when it doesn't give life, kills it.

We are in the age of nerves.
The muscle hangs,
Like a memory, in museums;
But we are not the weaker for it:
True vigor
Resides in the head.

Oh Poets, why sing of roses!
Let them flower in your poems;

For us alone
Do all things live beneath the Sun.

The poet is a little God.

 

Vertaald door Jorge García-Gómez

 

 

 1705945-7d72e93bf62fe84559c8b954452d2763.jpg
Vicente Huidobro (10 januari 1893 – 2 januari 1948)
Cover

 

 

De Ierse dichter en criticus Aubrey Thomas de Vere werd geboren in Adare, County Limerick, op 10 januari 1814. Zie ook alle tags voor Aubrey Thomas de Vere op dit blog.

 

Human Life

Sad is our youth, for it is ever going,
Crumbling away beneath our very feet;
Sad is our life, for onward it is flowing,
In current unperceived because so fleet;
Sad are our hopes for they were sweet in sowing,
But tares, self-sown, have overtopped the wheat;
Sad are our joys, for they were sweet in blowing;
And still, O still, their dying breath is sweet:
And sweet is youth, although it have bereft us
Of that which made our childhood sweeter still;
And sweet our life's decline, for it hath left us
A nearer Good to cure an older Ill:
And sweet are all things, when we learn to prize them
Not for their sake, but His who grants them or denies them.

 

 1705945-f99b6d339dbf5c425a9804d3a870b529.jpg
Aubrey Thomas de Vere (10 januari 1814 - 20 januari 1902)
Foto door Julia Margaret Cameron, 1868 

 

 

De Russische schrijver Alexei Tolstoy werd geboren op 10 januari 1883 in Sosnovka. Zie ook alle tags voor Alexei Tolstoy op dit blog.

Uit: The Marie Antoinette Tapestry

“Sheepskins, padded jackets, long-skirted peasant coats - the last of the sightseers file out of the palace, now a mu-seum. Off in the west the sun is sinking, crimson, into the winter murk. The day is short, here in the north. But I can still see the leaf designs that the frost has traced on the lofty windows, as though in memory of the leafy forests that once covered the earth.
Now the tracery begins to fade, and blue-grey dusk gathers over all. A door bangs in the distance. The watchman's felt boots crunch down the path. A wintry hush spreads through the palace and the snow-blanketed park.
Sometimes, from her fearful height, the moon shines palely in at an uncurtained window. But that is not often. Most of the time it is fog, fog, fog over the park, and a storm-wind whistling through the bare branches of the trees. Cold and desolate. I try to amuse myself by looking back over the years of my life. They are many, those years — some of them bright with fetes and pageantry; others, grim and tragic.
Time does not touch me, does not age me as it did the women who pass through my memories; as it did those two queens to whom I belonged. I am beautiful still as I was a hundred and fifty years ago, in my powdered wig and my rich, blood-red gown. I hang in a spacious draw-ing-room, by a window to the left of the door. Over the mantelpiece, opposite the windows, hangs a portrait of my mistress, painted at full length— young, and proud, and rather too erect, almost like a soldier — as she looked in the first years after her marriage.”

 

 1705945-208b57a4e7070c3f8d92446769a1805c.jpg
Alexei Tolstoy (10 januari 1883 – 23 februari 1945)

Geschreven door Romenu om 13:58 Reageer op dit bericht

Saskia Stehouwer

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zij groeide op in Koedijk en Schoorl en volgde het Murmelliyus Gymnasium te Alkmaar (1987-1993). Stehouwer studeerde in 1993-1994 Engels aan Exeter University. Van 1994-2000 studeerde ze Nederlands en Engels aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2001-2012 was Stehouwer als redacteur en projectleider werkzaam bij de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ze was intensief betrokken bij de ontwikkeling van SAVUSA, het Zuid-Afrika instituut van de VU. In 2012 richtte ze het Life Coach-bedrijf 'U bevindt zich hier' op. Daarnaast was zij medewerkster aan o.a. Awater, De Revisoren Slang literair magazine.

 

niet over de blaadjes fietsen

op muisgrijze pantoffels
sluipt de droom de kamer uit
wij worden wakker
bij elkaar in de buurt
de zon stift onze lippen

mijn omtrek staat in de kromming van je rug
maar wat laat ik na

hoe je deugt zoals je buigt
wie bepaalt waarheen

ik wil stofzuigen tot elk oppervlak
een heldere gedachte is
die mijn handen warm houdt

ik wil een goede kaart
waar ik niet afval

ik ben de goudvis
die steeds zijn kom ontmoet
hoed afneemt
praatje maakt over het weer
maar nooit de zee zal voelen
en weten: dit is de zee

 

 1711498-ac3ba36b416e9254dd012fe1712bb826.png
Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Simone de Beauvoir, Theodor Holman, Danny Morrison, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Angst en schoonheid. Louis Couperus, mystiek der zichtbare dingen

“Beide boeken van Couperus die tijdens die zomermiddag met de studenten ter sprake kwamen – Noodlot als jeugdwerk, Van oude mensen als het werk van een schrijver op de toppen van zijn kunnen – zitten vol ervaringen, tragische en komische. Ze gaan over mensen met bij uitstek herkenbare emoties: jaloezie, verlangen, wreedheid, moordlust, geilheid, benauwdheid, onvrede, benepenheid, wanhoop, angst voor het leven, angst voor de dood, allemaal ingebed in voor ons nog herkenbare situaties.
Over die Couperus gaat dit essay. Het is geen biografische schets en ook geen literaire studie. Het is geen zelfhulpboek, waarmee Couperus weer aantrekkelijk gemaakt moet worden voor niet-lezers, door hem uit zijn literaire context te halen en te doen alsof hij ons tips geeft voor een gelukkiger leven –
Hoe Couperus je leven kan veranderen. Bij Couperus is de inzet altijd een dieper bewustzijn, een uitnodiging om beter te zien, het voelbaar maken van ambivalenties.
De vraag voor mij is niet waar Couperus het vandaan haalde, maar wat hij ermee gedaan heeft.
De stille kracht is een meesterwerk, maar als de roman alleen zou gaan over de fatale berekendheid van de Hollandse koloniale onderneming in Indië, zou die ons nu weinig meer te zeggen hebben.
Ik lees Couperus dan ook persoonlijk. De feiten van zijn leven gebruik ik alleen voor zover ze volgens mij licht werpen op zijn thema’s, zijn blik.
Waarom legde hij er in zijn feuilletons zo veel eer in echte omstandigheden te mengen met mensen en gebeurtenissen die verzonnen waren? En waarom loog hij in 1913 tegen zijn uitgever L.J. Veen, toen hij hem schreef dat zijn Italiaanse vriend de reis naar Spanje voor hem en zijn vrouw Elisabeth had betaald? Als deze Orlando, die in zo veel van zijn Franse en Italiaanse feuilletons opduikt, inderdaad een grotendeels verzonnen figuur blijkt te zijn, waarom verzon Couperus hem dan, zo laat in zijn leven, als rustige, viriele
imaginary friend? In hoeverre kan een kunstenaar die door kenners van zijn leven en werk ‘narcistisch’ en ‘egocentrisch’ genoemd wordt, zich oprecht het lot van de lijdende mensheid aantrekken? Waarom zijn de zelfportretten in zijn romans zo dodelijk – intelligente en fijnzinnige, maar uiteindelijk steriele estheten als Vincent in Eline Vere, Paul in De boeken der kleine zielen en Lot in Van oude mensen?
En waarom wisselde Couperus zijn grote psychologische romans zo gretig af met een zwaar symbolistisch proza, dat, zoals hij het zelf uitdrukte, slechts ‘la beauté pour soi-même’ leek na te streven? Dat hij de gekunstelde poëzie, waarmee hij zijn loopbaan als schrijver begon, van de ene dag op de andere opzijschoof voor de psychologische diepteboring die Eline Vere is, laat zich niet enkel en alleen verklaren door zijn jeugdigheid – de jonge schrijver die na een al te romantisch begin zijn ware talent ontdekt. Daarvoor laat de mooischrijver zich daarna nog te vaak zien.”

 

 1705659-49070f824e4f626755fc9b0473d5991f.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Benjamin Lebert op dit blog.

Uit: Mitternachtsweg

„Allesamt waren es Texte mit leichtem Gänsehautfaktor, und sie erfreuten sich bei den Lesern wachsender Beliebtheit.
Johannes Kielland schickte die Berichte immer als Postsendung, und obwohl Maydell sie noch mal abtippen musste, um sie bearbeiten zu können, weigerte sich Kielland, das zu ändern, und hatte seine Bitte jedes Mal ohne Begründung abgelehnt, bis Maydell aufgab, danach zu fragen.
Ein einziges Mal hatten sie sich getroffen, an einem Wintertag in einem Café in Hamburg, von dem aus man auf das Wasser der Elbe blicken konnte, auf dem Eisschollen trieben.
Maydell, der nie daran gezweifelt hatte, dass es sich bei Kielland um einen gesetzten Herrn seines eigenen Alters handelte – Typ Oberstudienrat oder zerstreuter Professor –, war nicht wenig überrascht, als ein junger Mann auftauchte, ganz in Schwarz gekleidet, mit langen fettglänzenden Haaren. Er hatte Lidschatten aufgetragen. Die mandelförmigen Augen waren schwarz nachgezogen. Um seinen Hals hingen Bänder mit Ankern und Totenköpfen daran. An den Fingern blitzten schwere Ringe, die Fingernägel waren schwarz lackiert. Um die Hüfte trug er einen silberverzierten Gürtel. Die Gürtelschnalle hatte die Form eines zähnefletschenden Wolfskopfes. Der schwarze Mantel aus Leder, den der junge Mann getragen hatte, reichte bis zu seinen Stiefeln hinab.”

 

 1705659-1af5e3e820f2efa43b3e3ce0c8eb04a2.jpg
Benjamin Lebert (Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo werd geboren in Utrecht op 9 januari 1941. Zie ook alle tags voor Wessel te Gussinklo op dit blog.

Uit:Zeer helder licht

“Weer een warme, zelfs hete dag, onmiskenbaar, terwijl wij ons voorthaastten in het zacht fluisterende, zoemende, maar wel rammelende R-viertje; de koele vochtigheid in de doodstille ochtendlucht kondigde dat al aan. De dag daalde neer tussen de huizen, de bomen en struiken. Licht overal, kleur nu ook. Schuin boven ons in de laan waar wij reden doofden een voor een de lampen in de lantaarnpalen.
‘O, o,’ zei Hanna opnieuw, ‘dat het zo laat is. O, o, mijn moeder zal door het dolle heen zijn.
Niet voor het huis parkeren,’ zei Hanna toen we de ventweg van de laan waar ze woonde in reden, ‘dan ziet mijn moeder ons meteen en dan, o...’ Nee, dat was ik ook niet van plan geweest. Naast de hoge ligusterhaag van het buurhuis met daarachter bomen en hoge struiken die ons aan het zicht onttrokken zette ik het autootje stil, nog niet bij de kolossale ceder die mij eerder beschermd had.
‘Ga maar gauw,’ zei ik tegen het zenuwachtig vertrokken gezicht naast mij. ‘Ga maar gauw, misschien valt het mee, slapen ze gewoon, je weet maar nooit, schiet maar op. Morgen weer in De Zwerver. Een uur of zes, zeven, oké...?’ Ik liet de vraag even in de lucht hangen. Ze knikte. Nauwelijks een glimlachje terwijl haar bezorgde blik langs mij gleed. ‘Kom hier,’ zei ik, ik kuste haar. Met liefde kuste ik, blij, glimlachend. ‘Het valt vast wel mee, het zijn geen onmensen...’
Valt wel mee, geen onmensen. Nog maar net had ik die woorden uitgesproken of daar verscheen de poefachtige, in een roze ochtendjas gehulde gestalte van haar moeder al, haast in een drafje, de pilasters van het tuinhek rondend. ‘O, o,’ zei Hanna, ‘o, o, mijn moeder.’ Ze sprong de auto uit.
‘Slet, sloerie, vieze slet. Wat heb je de hele nacht uitgespookt met die vieze vent, die crimineel, die mislukkeling, die vuile, vieze...’ En daarna opmerkelijk genoeg na deze opsomming: ‘Slecht meisje.’ Meteen sloeg ze Hanna recht in haar gezicht; een harde klap die ik in de auto kon horen. En daarna trok ze aan Hanna’s haar, hetzelfde haar dat ze altijd wilde wassen en föhnen en verzorgen. Hanna had het me zelf verteld. Hard trekkend, rukkend: ‘Sloerie. Slecht meisje.’

 

 1705659-a44f4234005072a2f916b8d71bafd580.jpg
Wessel te Gussinklo (Utrecht, 9 januari 1941)

 

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook alle tags voor Simone de Beauvoir op dit blog.

Uit: Mémoires d'une jeune fille rangée

« Demain j'allais trahir ma classe et déjà je reniais mon sexe; cela non plus, mon père ne s'y résignait pas: il avait le culte de la jeune fille, la vraie. Ma cousine Jeanne incarnait cet idéal: elle croyait encore que les enfants naissaient dans les choux.
Mon père avait tenté de préserver mon ignorance; il disait autrefois que lorsque j'aurais dix-huit ans il m'interdirait encore les Contes de François Coppée; maintenant, il acceptait que je lise n'importe quoi: mais il ne voyait pas beaucoup de distance entre une fille avertie, et la Garçonne dont, dans un livre infâme, Victor Margueritte venait de tracer le portrait.
Si du moins j'avais sauvé les apparences ! Il aurait pu s'accommoder d'une fille exceptionnelle à condition qu'elle évitât soigneusement d'être insolite: je n'y réussis pas. J'étais sortie de l'âge ingrat, je me regardais de nouveau dans les glaces avec faveur; mais en société, je faisais piètre figure.
Mes amies, et Zaza elle-même, jouaient avec aisance leur rôle mondain; elles paraissaient au "jour" de leur mère, servaient le thé, souriaient, disaient aimablement des riens; moi je souriais mal, je ne savais pas faire du charme, de l'esprit ni même des concessions.
Mes parents me citaient en exemple des jeunes filles "remarquablement intelligentes" et qui cependant brillaient dans les salons. Je m'en irritais car je savais que leur cas n'avait rien de commun avec le mien: elles travaillaient en amateurs tandis que j'avais passé professionnelle.
Je préparais cette année les certificats de littérature, de latin, de mathématiques générales, et j'apprenais le grec ; j'avais établi moi-même ce programme, la difficulté m'amusait; mais précisément, pour m'imposer de gaieté de cœur un pareil effort, il fallait que l'étude ne représentât pas un à-côté de ma vie mais ma vie même: les choses dont on parlait autour de moi ne m'intéressaient pas.
Je n'avais pas d'idées subversives; en fait, je n'avais guère d'idées, sur rien; mais toute la journée je m'entraînais à réfléchir, à comprendre, à critiquer, je m'interrogeais, je cherchais avec précision la vérité: ce scrupule me rendait inapte aux conversations mondaines. »
 

 1705659-9fb0146a248c87cdedec3e5153fd6c7f.jpg
Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook alle tags voor Theodor Holman op dit blog.

Uit: Hoe ik mijn moeder vermoordde

“Zoals altijd bel ik eerst aan en maak ik daarna met de huissleutel de voordeur open. Zo hebben we het vroeger geleerd. Ik kom met Karen, mijn nieuwe vriendin, mijn ouderlijk huis binnen. Karen en ik kennen elkaar al een paar maanden, maar we zijn nog nooit bij mijn moeder geweest. Dit wordt de eerste ontmoeting tussen beide vrouwen.
“Niet over de oorlog beginnen, “ heb ik haar als enig advies gegeven. “Je mag alles zeggen, als je maar niet over de oorlog begint. “
Dat is Karen ook niet van plan.
“De deur klemt een beetje,” zeg ik tegen Karen. Onmiddellijk wijs ik haar op het familiewapen.
“Mijn moeder is eigenlijk van adel, maar ze wil er niets van weten en doet gewoon of ze van de straat is, “ zeg ik. Ik loop de gang door en roep: “Mam! Mamma!”
“Ja…” antwoordt mijn moeder vanuit de kamer. Haar stem klinkt iel.
“Wij zijn het!” roep ik. Karen en ik lopen de kamer in.”

 

 1705659-6c366dd313f4185260c01f5003fdd991.jpg
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

 

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook alle tags voor Danny Morrison op dit blog.

Uit: Quiet Quarter

« When I write I need silence, or relative silence. I could never work in an office where phones are ringing, people shouting, or colleagues swapping stories and jokes. I need to be alone. I need to have the hubbub far away on the horizon. It wasn’t always like this. When I was sixteen and studying Maths and doing algebraic equations I could only work at my optimum if the entire street was sharing with me Led Zeppelin.
Right now, the dog next door is barking at something. My eyes get drawn away from my desk to the outside world, to a neighbour’s tree sneezing as the wind gusts, to the bushes which seem to cower, to the rise of Black Mountain through autumn cloud behind Andersonstown. Right now, the bell of St Teresa’s chapel, half a mile away from my home, tolls the hour. And reminded of time, I come back to my page, to my pen’s excavations of blank space, its scratching out some sense and some sense of the sensation of living.
Back to the page with me come Black Mountain, the old days, Black Mountain blue with bluebells or white with snow; St Teresa’s and my first confession, my first Holy Communion; my pet terrier Prince who met me after school, dead thirty-five years now; the emptiness and silence, almost sadness, of the schoolyard when we broke up for summer. Funny things: like Mary Doherty famous for having the cleanest ears in Corby Way; or, Brendan Hunter and I getting caught by his mother in the garden shed kissing the Wray sisters.
Silent memories which open to produce a symphony called This Is Your Life.
I have this theory, you see, that the real meaning of life is the sensation of epiphany we experience when we touch the quintessential past, those promontories of innocence, melancholy, suffering and love. No other stimulus is greater than music to bring back those exquisitely painful/beautiful times which we touched just briefly, before being stranded in an eternity called the present.
Memory is life.
‘Yesterday once more’.
It allows us to glimpse the dead, alive.
To run and swim and dance again like there was no tomorrow. To look at what we did and what we might have done instead.”

 

 1705659-e30dad1da7345dc569e7e32858290791.jpeg
Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, columnist en journalist Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn op 9 januari 1890. Zie ook alle tags voor Kurt Tucholsky op dit blog.

Uit: Kritik über den lieben Gott

„Der liebe Gott ist ein älterer Mann mit Rauschebart, in dem die Motten sitzen. Er steht morgens sehr früh auf, wie alte Leute zu tun pflegen, die nicht mehr recht schlafen können, wäscht sich schlecht und recht und regiert dann ein paar Stündlein. Nach Tisch druselt er ein bißchen vor sich hin, was ihm auch leider während der Arbeit hier und da unterläuft – um fünf Uhr schließt er unweigerlich. Abendgebete haben also keine Aussicht auf Erhörung. Um die Zeit gräbt der Alte seinen kleinen Garten um und ordnet seine Briefmarken.
Es muß einmal gesagt werden: Wir sind alle nicht mehr recht zufrieden mit dem alten Herrn. Was macht der Mann eigentlich den ganzen Tag –?
Er arbeitet in den Akten und telefoniert, das ist wahr – aber er ist vergeßlich wie der Kaiser Franz Joseph, mit dem er überhaupt eine fatale Ähnlichkeit hat. Er ist voll der kitschigsten Einfälle: er läßt eine Kuhmagd in Jarwischken eine Dollarerbschaft machen, verschollene Söhne kehren nach Jahren wieder und verloren geglaubte Briefe auch – aber alles zur Unzeit, alles zur Unzeit. Wenn ihm sein Hund Taps einen Aktenständer umwirft, kann es geschehen, dass er die Jour-Mappe stehen und liegen läßt und den ältesten Kram aufarbeitet.
So kommen die späten Erfüllungen zustande – und alle zur Unzeit. Leute verwarten die schönste Zeit ihres Lebens, die Börse ist durcheinander, und nicht einmal auf ihre Unzuverlässigkeit kann man sich mehr verlassen. Er hat so melodramatische Ideen wie diesen Krieg. Leichen sieht er nicht, für heulende Frauen geht ihm jedes Gefühl ab – schließlich kein Wunder in dem Alter ... Kinder fallen vier Stockwerke tief herunter, und bald fehlt uns der Wein, bald fehlt uns der Becher. Über seine Haltung in den Jahren von 1914 bis 1918 wollen wir gar nicht reden, überall war er Vorsitzender des Aufsichtsrats, und wie hat er sich nachher benommen? Er beschützt die Falschen und segnet die Schlechten – er verläßt die Guten und fixt das Himmelreich.“

 

 1705659-ad52ddfa221f5a51d0cf1fe2de755fb9.jpg
Kurt Tucholsky (9 januari 1890 - 21 december 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2011 deel 1 en ook deel twee en eveneens deel drie en ook deel vier.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten