Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 januari 2015 tot 16 januari 2015

Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Tino Hanekamp

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Gestrand

We weten nog niet wat het was,
het dier dat er gisteren lag,
de vleugels gespreid op het zand,
zijn lijf haast te groot voor de dag

maar hij lag op zijn zij als een paard van
krankzinnig formaat op de kust afgekomen,
een kop als een huis, de huid net zo glad
als een adder of pad, de ogen
haast droevig, zelfs dicht.

Hij lag in het licht van het noorden,
we streelden zijn vel tot de nacht.
We sliepen onrustig en zonder idee.

Nu wordt hier gepraat over Goden
en fabels –wie weet waar hij is.

Een zonderling spoor loopt naar zee.

 

 

Ik ben afwezig tot [datum]

Was ik er geweest dan had ik graag een antwoord gegeven
op wat u net stuurde en u iets uitgelegd over de manier
waarop de hemel boven ons blijft balanceren
als een tent zonder stokken, aangezien
ik daar het nodige van weet.  

Ik zou u recepten aan de hand hebben gedaan en niet alleen
de ingrediënten hebben opgesomd maar ook hoe een ei
zich bang kan voelen in je hand voor het breekt
en hoe de klap op de rand van de schaal
juist daarom harder klinkt.  

Als ik wist dat u leed onder rinkelend leven, onder vlagen
van aandacht, dan had ik geschreven hoe alles altijd
tot bedaren te brengen door alleen te gaan liggen,
vroeg in de ochtend, en te voelen hoe bloed
in u schommelt als water of wijn.

Ik zou hoe dan ook een prettig mens zijn geweest. Iemand
die zich graag over de wereld verbaast en nadenkt over
het bestaan en daar iets zinnigs over zegt, echt
iemand om in je adreslijst op te slaan met
een knalgele smiley ernaast.

[naam collega] is wél bereikbaar.

 

 1708928-b7c59c2066adcc4cd99ec7eb3917aeed.jpg
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

 

 

De Deense dichteres, schrijfster en essayiste Inger Christensen werd geboren op 16 januari 1935 in de stad Vejle aan de oostkust van Jutland. Zie ook alle tags voor Inger Christensen op dit blog.

Uit: Alphabet (fragment)

Icarus swaddled in melting waxwings
exists; Icarus pale as a corpse in
civvies exists, Icarus all the way down where
the pigeons exist; dreamers, dolls
exist; the dreamers' hair with cancerous tufts
torn out, the dolls' skin pinned together
with nails, rotting wood of the mysteries; and smiles
exist, Icarus' children white as lambs
in the gray light, will indeed exist, indeed
we will exist, and oxygen on oxygen's crucifix;
as hoar-frost we will exist, as wind we will exist,
as the rainbow's iris, in the shining shoots of
mesembryanthenum, in the tundra's straw; small

we will exist, as small as bits of pollen in peat,
as bits of virus in bones, as swamp pink maybe
maybe as a bit of white clover, vetch, a bit of chamomile
exiled to the lost again paradise; but darkness
is white say the children, the darkness of paradise is white,
but not white as a a coffin is white,
that is if coffins exist, and not
white as milk is white,
that is if milk exists; white is white,
the children say, darkness is white, but not
white as the white existing
before fruit trees existed, their flowering so white,
darkness is whiter, eyes melt

10

june night exists, june night exists,
sky finally as if lifted up to celestial
heights and simultaneously pushed down as gently as when
dreams are visible before being dreamed; a space like

swooned, like saturated with whiteness, a timeless

 

 1708928-973bb0b4eef0f25655ffb1e6631f0345.jpg
Inger Christensen (16 januari 1935 – 2 januari 2009)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Susan Sontag werd geboren op 16 januari 1933 in New York. Zie ook alle tags voor Susan Sontag op dit blog.

Uit: In America

“The problem, as she confided in a letter to Henryk, was that she was rarely alone. Word of her arrival had spread (but how could she go anywhere in the world there were Poles and remain, incognito?) and everyone in San Francisco's Polish community wanted to be invited to meet her. It was difficult to stoke the banked fires of ambition and the fear of failure while being, lapped by the effusive adoration of her uprooted compatriots. And then in the evening only Polish was spoken, though Captain Znaniecki, a refugee from the wave of slaughter and arson incited by Metternich (and, horrifyingly, carried out by Polish peasants) which had decimated the liberal, insurrection-minded gentry and intelligentsia of the Austrian part of Poland thirty years earlier, was as engrossed by the politics of his adopted country as by the catastrophes that punctually befell his homeland. He called himself a Socialist -- while telling Maryna he suspected that Socialism had little future here in America, where the admiration of the poor for the rich seemed even more unassailable than the fealty enjoyed by monarchs and priests in Europe -- and took it on himself to elucidate for her the difference between the two American parties, but in the end Maryna understood little more than that the Republicans wanted a strong central government and the Democrats a loose, federal union of the states. She supposed these party matters must have been easier to grasp in antebellum times, before the slavery issue was settled, when no right-thinking person could have failed to be a Republican; it was unclear to her what Americans were quarreling about now. One evening Znaniecki invited her to hear "the Great Agnostic," Ralph Ingersoll, who was drawing huge crowds in San Francisco with his atheistic sermons. Maryna was impressed by the responsiveness of the audience.”

 

 1708928-3308061736e7bcdff2ff8af480a4d4b8.jpg
Susan Sontag (16 januari 1933 – 28 december 2004)
Poster 

 

 

De Duitse schrijver Reinhard Jirgl werd op 16 januari 1953 in Oost-Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Reinhard Jirgl op dit blog.

Uit: Abschied von den Feinden

„Der Nachmittag zum Weihnachtsabend sinkt in Dunkelheit, Nebel weben sich ins Quecksilberlicht der Straßenbeleuchtung ein, in den feuchtklammen Lüften fühlbar die Unruhe, das Vibrieren, als flögen hunderte dunkler Vögel mit leisem Gefiederrauschen über den offenliegenden Leib dieser Stadt.
Die Gesichtszüge der Frau hellen im Schimmern der izigen Lampe auf, als sie die ausgeräumten Zimmer noch einmal abgeht. Sie hat in den Jahren nach der Ausreise meines
Bruders hier in diesen Räumen gelebt; vor kurzem nun die Heirat mit dem reichen, um so viele Jahre älteren Mann, Chefarzt einer Klinik in Berlin. Damit sind ihre Jahre der Serienmonogamie vorbei. Alles steht für den Umzug bereit; ihr letzter Rundgang durch die halbdunkle, in Staubgerüchen erkaltende Wohnung, deren Vertrautheit von kyklopisch aufgerückten Möbeln verschluckt wird, ist Abschiedsgang auch für sie. Die Andere hier ist seit Jahren die Freundin dieser Frau war meine Freundin bis vor kurzer Zeit.
Die Begegnung heute + hier an diesem Ort, dem Kreuzungspunkt dreier erotischer\ Beziehungen, ist pikant: Jeder weiß von des Anderen Verhältnissen, die Andere zudem, daß auch nach der Heirat der Frau deren Verbindung zu mir noch bestehen könnte. Solch Gespanntheit schließt das Sprechen aus. Und so reden wir nur wenig, als wir das letzte Licht in dieser Wohnung löschen, die Tür verschließen + auf die Straße hinaus, ins Zwielicht + den leuchtenden Nebel eintreten; oberhalb des Bodens zieht mit dem Nebel eine unangenehm warme Strömung herauf, während der Boden-selbst noch im Frost verbleibt. Unter der Straßendecke scheint eine Wasserleitung geborsten, ein Teil der Straße liegt überflutet - das Wasser ist gefroren + bedeckt als fahlweiße Eiszunge den Asfalt. Kinder in schäbigen Kleidern rutschen auf dem Eis, ihr Spielen wirkt müde, gelangweilt, das Licht aus der Straßenbeleuchtung bleicht die Gestalten in die stumpfweiße Färbung des Eises – wir gehen dran vorbei.“

 

 1708928-bb93beff91a270689b48a4f1e8a5d567.jpg
Reinhard Jirgl (Oost-Berlijn, 16 januari 1953)

 

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

The End Of The Weekend

A dying firelight slides along the quirt
Of the cast iron cowboy where he leans
Against my father's books. The lariat
Whirls into darkness. My girl in skin tight jeans
Fingers a page of Captain Marriat
Inviting insolent shadows to her shirt.

We rise together to the second floor.
Outside, across the lake, an endless wind
Whips against the headstones of the dead and wails
In the trees for all who have and have not sinned.
She rubs against me and I feel her nails.
Although we are alone, I lock the door.

The eventual shapes of all our formless prayers:
This dark, this cabin of loose imaginings,
Wind, lip, lake, everything awaits
The slow unloosening of her underthings
And then the noise. Something is dropped. It grates
against the attic beams. I climb the stairs
Armed with a belt.

A long magnesium shaft
Of moonlight from the dormer cuts a path
Among the shattered skeletons of mice.
A great black presence beats its wings in wrath.
Above the boneyard burn its golden eyes.
Some small grey fur is pulsing in its grip.

 

 1708928-91cf568be2b5a215c083f0e59b1351bc.jpg
Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)
In 1947

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse schrijver Tino Hanekamp werd geboren in 1979 in Wippra in Saksen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Tino Hanekamp op dit blog.

Uit:So was von da

„Das Badezimmer ist eine ehemalige Besenkammer mit Dusch- kabinchen, Kloschüssel und einem Waschbecken, das so klein ist, dass man darin nicht mal einen Welpen ertränken könnte.
Durch die Ritzen des Fensters dringt feuchtfiese Dezemberluft und ein blutiges Husten. Das ist Herr Müller aus dem dritten Stock. Wenn der nicht um sein Leben hustet, brüllt er Unverständliches in den Hinterhof. Heute wird gehustet. Alles hier ist dreckig. Ist mir noch nie aufgefallen, wie dreckig hier alles ist.
Sogar der Bademantel. Würde man so in keine Kleidersammlunggeben. Aber der Zustand meiner Wohnung ist das geringste meiner Probleme. Hocke mich aufs Klo und nehme Marc Aurels ›Selbstbetrachtungen‹ zur Hand. Man sollte immer erbauliche Lektüre neben dem Abort liegen haben, um bei der Verrichtung der erniedrigenden Ausscheidungsvorgänge einen Hauch von Glanz und Würde zu bewahren. Mal gucken, was der Herr Aurel heute so zu sagen hat:
›Erstens: Verlier nicht die Ruhe! Denn alles geschieht gemäß der Allnatur, und bald wirst du ein Nichts und nirgends sein, gerade wie Hadrian und Augustus. Und dann blick unverwandt auf die Sache, fass sie scharf ins Auge und bedenk dabei, dass du ein guter Mensch sein musst und was die Natur des Menschen von dir fordert. Und das tu, ohne rechts und links zu sehen, und rede, wie es dir am gerechtesten zu sein scheint, jedoch immer voll Güte und Zartgefühl und ohne Falsch.“

 

 1708928-e7f480dd91d62f19f2116436b3fea6ea.jpg
Tino Hanekamp (Wippra, 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2014 en ook mijn blog van 16 januari 2012 en ook mijn blog van 16 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:55 Reageer op dit bericht

Hélène Swarth, Antoine Wauters, Etty Hillesum

 

Dolce far niente

 

 1708541-629161fcd6b691890e1d260947f7b47c.jpg
In Peril door John Atkinson Grimshaw, 1879

 

 

Winterdag

De wolken dreven wondersnel,
De bomen bogen naar elkaar.
O mannenliefde! o wolkenspel!
Luid sloeg mijn hart, van weemoed zwaar.

Fel blies de kille winterwind
De loverloze lanen door.
'k Had willen wenen als een kind,
't Was of die wind mijn hart bevroor.

Toog ooit zo bleek, zo stil een paar,
De wegen langs met droever zin?
Wij gingen zwijgend naast elkaar,
Een troosteloze toekomst in.

 

 

 1708541-ed20ee140b79b1f0f465689617fa8b83.jpg
Hélène Swarth (25 oktober 1859 - 20 juni 1941)
Gravure door Auguste Tilly, 1889

 

 

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Nos mères

« Au vrai, nos mères n'ont plus la force de manger, ni de prendre soin des fleurs, ni de sourire ni de se faire belle, alors qu'il suffirait d'un rien pourtant et aucun doute là-dessus.
N'ayant plus que septembre en tête, elles nous auscultent sur la table de la cuisine, car nous serions couverts de poux.
Quelques mots.
Quelques baisers.
On voudrait tant que nos mères nous parlent.
Quelques minuscules mots.
Quelques tout minces baisers.
On voudrait tant parler à nos mères, les rassurer, les consoler, juste.
Mais quand nous nous mettons en tête de communiquer avec ces femmes, elles enferment nos langues dans des bouches pétrifiées qui ne savent plus, à force, comment les joindre. »

 

 1708541-4a581af6e2a1714a31185f88a83c9f3b.jpg
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

 

De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914. Zie ook alle tags voor Etty Hillesum op dit blog.

Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum.

“12 juli 1942
Ik zal je helpen, God, dat Je het niet in mij begeeft, maar ik kan van tevoren nergens voor instaan.
Maar dit ene wordt me steeds duidelijker: dat Jij ons niet kunt helpen, maar dat wij Jou moeten helpen, en door dat laatste helpen wij onszelf.
Dit is het enige wat wij in deze tijd kunnen redden en ook het enige waar het op aankomt: een stukje van Jou in onszelf, God.
En misschien kunnen wij eraan meewerken Jou op te graven in de geteisterde harten van anderen…
en haast met iedere hartslag wordt het mij duidelijk: dat we de woning in ons, waar Jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen..
Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels, in plaats van jou, mijn God. En er zijn mensen, die hun lichamen in veiligheid willen brengen, die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen.
En ze zeggen: mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen. en ze vergeten, dat men in niemands klauwen is, als men in jouw armen is.”

 

 1708541-250586793241cc2378dda616333188fa.jpg
Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2014 en ook mijn blog van 15 januari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Maud Vanhauwaert

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maud Vanhauwaert werd op 15 januari 1984 geboren in Veurne. Ze heeft een tweelingzus genaamd Julie. Aan de lokale muziekacademie volgde Vanhauwaert de cursussen dictie en voordracht. Vanhauwaert studeerde Woordkunst en Taal- en Letterkunde, en volgde daarna de master Meertalige Professionele Communicatie. Ze behaalde een master-diploma Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Antwerpen en een master-diploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen. Zij kreeg als dichteres voor het eerst bekendheid binnen het Poetry Slam circuit. Vanhauwaert won de Noorderzlam te Groningen en de Poetry Slam op het Antwerpse literatuurfestival Zuiderzinnen. In 2010 won zij de text-on-stage wedstrijd Frappant TXT. In 2014 debuteerde Vanhauwaert met haar one-woman-theatershow 'Die Dramatische Pose (werktitel)'. n 2011 debuteerde zij als dichters met de poëziebundel 'Ik ben mogelijk'. Voor deze bundel ontving zij de Vrouw Debuut Prijs. In 2012 deed Vanhauwaert nogmaals mee aan de Belgische kampioenschappen Poetry Slam. Dit keer won ze. Ze behaalde de finales van het Wereldkampioen Poetry Slam. Ook stond ze als finaliste op het Leids Cabaret Festival (2014).

 

Jonge mensen die zwijgen
slappe ballen onder een stijve
lage slingers bij een verjaardagsfeest
waar zijn de moeders
die vragen hoe het is geweest

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt
het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen
van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

en hoewel de lucht zalmroze
we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm
zeg ik domweg ja, de stad is steeds

en dan de putjes in haar lach
alsof in elke wang een nietje zat

 

 

Het was zomer en we wisten niet wat doen
de stenen herinnerden zich
de regen van de dag
de bliksem flitste ons.

Iemand riep iets in de verte
en nog iemand deed hetzelfde.
Vergeten wordt nooit voltooid,
heeft ze gezegd.

Toen haalde ze zichzelf uit de kleren
een flauwgevallen hoopje met haar geur erin.
Ik wilde een laken over haar heen
haar ontwapend zien durfde ik niet aan.

Bang dat ze zou afvallen, blad na blad,
ze houdt van mij/ ze houdt van mij
om vormeloos te liggen als ze uit mij stapt
vroeg ik niet of ik eens om haar mocht.

Maar wanneer ook zij eindelijk
vergeten was wat zeggen
en we in twee hoge komma’s lagen
wachtend op een zin
met dieprood gefrons, zomergraan
tempelhoven
nam ze in mij de bocht
en haalde ik haar langzaam aan.

 

 1837579-33dd015c30ccd7f5e28701ba7ef8ab09.jpg
Maud Vanhauwaert (Veurne, 15 januari 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Philip Snijder

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Hij groeide op in een oude volksbuurt. Snijder studeerde Italiaans en werkte onder andere bij een schoonmaakbedrijf, boekhandel, jeugdhotel, universiteit, café en culturele instelling. Hij publiceerde een paar verhalen over zijn jeugd in het literaire tijdschrift De Tweede Ronde. Deze deels op waargebeurde feiten gebaseerde verhalen heeft hij verwerkt in zijn debuut “Zondagsgeld”, dat genomineerd werd voor de Academica Debutantenprijs en inmiddels elf keer is herdrukt. In 2011 verscheen de roman “Retour Palermo”, in 2012 gevolgd door “Het geschenk”.

Uit: Het geschenk

“Dit was de tweede keer dat ik meeging naar de Valeriuskliniek, en nu alleen met mijn moeder. Mijn vader, om wie het allemaal te doen was, zat thuis voor het raam waar hij zich, voortgestuwd door de op volle toeren draaiende motor van zijn sombere boosheid, wijdde aan de enige activiteit waarmee hij nu zijn dagen vulde: het in zo hoog mogelijk tempo draaien en oproken van zware sjekkies. Hij wist niets van deze missie van mijn moeder en mij.
Ook toen hij enige maanden geleden in de Valerius moest verschijnen voor een van zijn onderzoeken, had ik een keer, net zo vervuld van weerzin en gêne als nu, aan een plastic lus in de tram gehangen. Toen maakten we de tocht vanaf het Centraal Station met z’n drieën. En ook al waren er vrije zitplaatsen genoeg, en wees mijn moeder me die even nadrukkelijk als onnodig aan, ik bleef staan. Tijdens het rijden was ik, veinzend mijn evenwicht te verliezen bij het afremmen of optrekken, steeds van de ene lus naar de andere verschoven, om zo de afstand tussen mijn zittende ouders en mij onopgemerkt te vergroten. Terwijl ik uit het raam bleef kijken lukte het me zo ver van ze vandaan te komen dat ze me niet meer konden aanspreken. Met mijn rug naar ze toe had ik het zo tot in Oud-Zuid volgehouden.
Deze middag in de lente was het veel drukker in de tram, en zou mijn moeder het feit dat ik niet tegenover haar ging zitten maar bleef staan, zeker interpreteren als een bewijs van de hoffelijkheid van haar puberzoon, die met zijn jonge lijf geen van de schaarse zitplaatsen wenste in te nemen. Dat zouden ook die mensen eens moeten opmerken die altijd met gefronste blik keken naar zijn wild uitgegroeide lokken en zijn eigenhandig gebleekte en van rafels voorziene spijkerkleding, wist ik dat mijn moeder dacht. Over haar getoupeerde kapsel heen keek ik naar de voorbijschuivende gevels. Ik slaagde er uiteindelijk in haar buiten mijn gezichtsveld te krijgen, al bleef ze door de sterke geur van haarlak, lippenstift en poeder die van haar hoofd opsteeg, hardnekkig onder me aanwezig.
‘... even rustig praten met de dokter...’ En: ‘... beter nog niet tegen uw man zeggen...’ Zo luidde de samenvatting van het telefoongesprek met de assistente van de neuroloog, mij door mijn moeder een dag eerder fluisterend voorgelegd.

 

 1711494-588a8b1a92e2a5e18361dcd7ea8e09e8.jpg
Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten