Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 januari 2015 tot 1 februari 2015

Hugo von Hofmannsthal, José Luis Sampredo, Günter Eich, F. B. Hotz, Toine Heijmans, Dieter Kühn

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Der Prophet

In einer Halle hat er mich empfangen,
Die rätselhaft mich ängstet mit Gewalt,
Von süßen Düften widerlich durchwallt:
Da hängen fremde Vögel, bunte Schlangen.

Das Tor fällt zu, des Lebens Laut verhallt,
Der Seele Atmen hemmt ein dumpfes Bangen,
Ein Zaubertrunk hält jeden Sinn befangen
Und alles flüchtet hilflos, ohne Halt.

Er aber ist nicht wie er immer war,
Sein Auge bannt und fremd ist Stirn und Haar.
Von seinen Worten, den unscheinbar leisen,
Geht eine Herrschaft aus und ein Verführen,

Er macht die leere Luft beengend kreisen
Und er kann töten, ohne zu berühren.

 


Den Pessimisten
Ghasel

Solang uns Liebe lockt mit Lust und Plagen,
Solang Begeistrung wechselt und Verzagen,
Solange wird auf Erden nicht die Zeit,
Die schreckliche, die dichterlose tagen:
Solang in tausend Formen Schönheit blüht,
Schlägt auch ein Herz, zu singen und zu sagen,
Solang das Leid, das ewge, uns umflicht,
Solange werden wirs in Tönen klagen,
Und es erlischt erst dann der letzte Traum,
Wenn er das letzte Herz zu Gott getragen.

 

 

Sturmnacht

Die Sturmnacht hat uns vermählt
In Brausen und Toben und Bangen:
Was unsre Seelen sich lange verhehlt,
Da ists uns aufgegangen.

Ich las so tief in deinem Blick
Beim Strahl vom Wetterleuchten:
Ich las darin mein flammend‘ Glück,
In seinem Glanz, dem feuchten.

Es warf der Wind dein duftges Haar
Mir spielend um Stirn und Wangen,
Es flüsterte lockend die Wellenschar
Von heißem tiefem Verlangen.

Die Lippen waren sich so nah,
Ich hielt dich fest umschlungen;
Mein Werben und dein stammelnd Ja,
Die hat der Wind verschlungen ...

 

 1716460-48e71595d96830ec6cf9aee0e075d019.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 

 

 

De Spaanse schrijver, humanist en econoom Jose Luis Sampedro Sáez werd geboren op 1 februari 1917 in Barcelona. Zie ook alle tags voor José Luis Sampredo op dit blog.

Uit: The Old Mermaid (Vertaald door Brendan Riley)

“During the warm morning of the Egyptian spring, the summer already close at hand, the market of the third days in Canopus is a continuous vibration of light, color, and voices. The air is riddled with a heady mix of intensely pungent smells and the cries of the merchants who hawk their wares while seated on mats of woven papyrus. Make way! Make way! come the constant shouts of those trying to move through the throng, more densely crowded today because many farmers have harvested their crops and are enjoying the free time imposed by the annual flood which will soon be announced from the great southern Nilometer on Elephantine Island. Some seek care at the hands of the barber surgeon, some pass the time playing the serpent game, while others stop and visit the quack doctor with his magical herbs for cases of love or sickness. Because they are happy, they also permit themselves the luxury of buying barley water from the water vendor who advertises the drink with the jingling of his bells. At last, the plague of the tax assessors has left their fields, the scribes who monitored their reaping like eager crows, estimating first hand the taxes payable on demand for the ripe grain.
Towards midday, farmers and merchants go about packing up their stalls and stands. The smells –sweet or pungent, fermented or aromatic– intensify as the goods and produce are moved about: fava beans, lentils, smoked delta fish, meats and viscera, small sycamore figs alongside the very juiciest figs from true fig trees, dates, pistachios, snails, wild honey gathered in the Nubian oases, sesame, garlic, and so many more, inedible, objects: goatskins, flax, hides, tools, firewood, coal, farming implements, sandals and sun hats woven from papyrus. The plaza empties out, but on the adjacent streets and alleys small shops with more select merchandise remain open: silks and transparent linens suitable for pleating, goldsmiths and other artisans of fine metals, silver and lapis lazuli from the Sinai, imported amber and cosmetics, amulets, perfumes, wigs for men or women, and belts in the latest style."

 

 1716460-e6faeb5be4830c299bfe508f5cf771c8.jpg
José Luis Sampredo (1 februari 1917 – 8 april 2013)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

D-Zug München-Frankfurt

Die Donaubrücke von Ingolstadt,
Das Altmühltal, Schiefer bei Solnhofen,
in Treuchtlingen Anschlußzüge –

Dazwischen
Wälder, worin der Herbst verbrannt wird,
Landstraßen in den Schmerz,
Gewölk, das an Gespräche erinnert,
flüchtige Dörfer, von meinem Wunsch erbaut,
in der Nähe deiner Stimme zu altern.

Zwischen den Ziffern der Abfahrtszeiten
breiten sich die Besitztümer unserer Liebe aus.
Ungetrennt
bleiben darin die Orte der Welt,
nicht vermessen und unauffindbar.

Der Zug aber
treibt an Gunzenhausen und Ansbach
und an Mondlandschaften der Erinnerung
- der sommerlich gewesene Gesang
der Frösche von Ornbau -
vorbei.

 

 

Kurz vor dem Regen

Gleich wird es regnen, nimm die Wäsche herein!
Auf der Leine die Klammern schwanken.
Ein Wolkenschatten verdunkelt den Stein.
Die Dächer sind voller Gedanken.

Sie sind gedacht in Ziegel und Schiefer,
gekalkten Kaminen und beizendem Rauch.
Mein Auge horcht den bestürzenden Worten, -
o lautloser Spruch aus dem feurigen Strauch!

Ein Schluchzen beginnt in mir aufzusteigen.
Die wandernden Schatten ändern den Stein.
Ein Windstoß zerrt an den flatternden Hemden.
Gleich regnet es. Hol die Wäsche herein!

 


Himbeerranken

Der Wald hinter den Gedanken,
die Regentropfen an ihnen
und der Herbst, der sie vergilben läßt –

ach, Himbeerranken aussprechen,
dir Beeren ins Ohr flüstern,
die roten, die ins Moos fielen.

Dein Ohr versteht sie nicht,
mein Mund spricht sie nicht aus,
Worte halten ihren Verfall nicht auf.

Hand in Hand zwischen undenkbaren Gedanken.
Im Dickicht verliert sich die Spur.
Der Mond schlägt sein Auge auf,
gelb und für immer.

 

 1716460-8e2c5c8dc4df5b8c3aa6c1b257824811.jpg
Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)

 

 

De Nederlandse schrijver Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor F. B. Hotz op dit blog.

Uit:Geluk kun je alleen schilderen (Biografie doorAleid Truijens)

“Hotz hoedde zich tijdens zijn leven al voor toekomstige biografen. In de 24 jaar tussen zijn debuut in 1976 en zijn dood in december 2000 deed hij zijn uiterste best om zich als persoon buiten zijn werk niet te laten kennen. Hij gaf nauwelijks interviews, en als het dan toch moest het liefst schriftelijk, en op strikte voorwaarde dat de vragen over zijn werk zouden gaan. Voorlezen, of signeren in boekhandels, daar deed hij niet aan. De enkele keren dat hij optrad in het openbaar – bij de uitreiking van de Bordewijkprijs in 1978 en de Sjoerd Leikerprijs in 1992 – maakte hij een ongemakkelijke, verzenuwde indruk. De uitreiking van de P.C. Hooftprijs, in 1998, de hoogste erkenning die een schrijver in Nederland kan krijgen, vond thuis op zijn kamer plaats.
Of er over zijn leven een boeiend verhaal te vertellen zou zijn? Was hij een intrigerend character, had hij een eigenzinnig wereldbeeld? Ik vermoedde van wel, ik wist het op grond van zijn werk – zes verhalenbundels, een roman en een novelle – eigenlijk zeker, maar had daar geen schijn van bewijs voor. Zijn vriendelijk-afwerende houding tegenover interviewers versterkte dat gevoel alleen maar. Zijn uitgever Theo Sontrop, tot 1993 directeur van De Arbeiderspers, merkte dat het uitgangspunt ‘make yourself scarce’ gunstig uitpakte voor Hotz, al was het in dit geval beslist geen uitgekiende strategie. Hotz’ debuut, de verhalenbundel Dood weermiddel en andere verhalen werd in 1976 bejubeld in de literaire kritiek, en de ene na de andere interviewer droop teleurgesteld af. Een bestsellerauteur werd hij nooit, maar een vaste schare bewonderaars – onder wie veel schrijvers – volgde zijn werk trouw.”

 

 1716460-e340fc989271ae51a56e2980ee2e6554.jpg
F. B. Hotz (1 februari 1922 – 5 december 2000)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Toine Heijmans werd geboren in Nijmegen op 1 februari 1969. Zie ook alle tags voor Toine Heijmans op dit blog.

Uit: Pristina

“Op het eerste van het stapeltje papieren was een roze memobriefje geplakt: ‘Anton, spreekt voor zich. Kan ik op je vertrouwen? G.’
Natuurlijk kon hij op hem vertrouwen.
De man trok het briefje van de papieren en borg het op.
Wat hij niet in het dossier kon vinden was een foto. Daar moet hij straks over bellen, in elk dossier hoort een foto, dat maakt het werk gemakkelijker, al zijn er genoeg vervalsingen in omloop: oude, geretoucheerde zwart-witafdrukken die voor nieuwe moeten doorgaan, portretten van zonen die hun vaders zijn, neven die andere neven worden – dat maakt het werk weer moeilijker, al is hij met de jaren gewend geraakt aan het lezen van gezichten en het herkennen van bedrog. Hij heeft er niet eens meer een loep voor nodig om de fraude in de foto’s te ontdekken. Een bollende wenkbrauw, een dwarsziend oog, zelfs tweelingen kan de man op het eerste gezicht onderscheiden.
In het laatste personeelsverslag dat over hem is gemaakt, op basis van een uitgebreid beoordelingsgesprek door een consultant die het ministerie had ingehuurd, een ervaren arbeidspsycholoog, stond iets waar hij trots op was. Een paar zinnen, genoeg voor een lichte tinteling in zijn lijf. ‘De heer A.D. scoort buitenmatig hoog op de waarden die door het ministerie in de matrix “kerncompetenties” als belangrijk zijn gekwalificeerd: loyaliteit, betrokkenheid, compromisloosheid, humaan inzicht en rust. Daarnaast moet de hoge mate van kennisabsorptie genoemd worden, die duidelijk sterker is ontwikkeld dan op basis van leeftijd en beroepservaring mag worden verwacht. Dat de heer A.D. zijn targets haalt en zelfs overtreft, moet voor een groot deel aan deze persoonlijkheidskenmerken worden toegeschreven.’

 

 1716460-fb88f49516046eef7885880da105654f.jpg
Toine Heijmans (Nijmegen, 1 februari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook alle tags voor Dieter Kühn op dit blog.

Uit: Da gab mir Beethoven einen Kuss

„Was ebenso für mich als Musiker zutrifft. Weder durch meine Kompositionen noch durch Besprechungen von Konzerten noch mit Konzertauftritten (Bassetthorn, speziell geeignet für Mozarts Klarinettenkonzert) kann ich das lebensnotwendige Minimum erwirtschaften, wobei sich allerdings spezielle Gegebenheiten abträglich auswirken – doch davon später. Denn hier muss erst einmal konstatiert und akzentuiert werden, worauf Sie gewiss schon warten: In der Hauptsache bin ich Schriftsteller, Autor, Dichter.
Dies allein berechtigt dazu, mich an Sie, werte Herren der Schillerstiftung, zu wenden.
Ich schreibe, unter anderem, Gedichte und plattdeutsche Erzählungen. Gelegentlich kann ich ein Gedicht oder eine Erzählung an eine hiesige Zeitung verkaufen, dazu muss ich mir aber, mit Verlaub, die Hacken ablaufen. Das verschwindend geringe Honorar reicht zuweilen nicht mal aus, um Tinte zu kaufen, von Brot ganz zu schweigen. Die unzureichende Ernährung hat mich zum Fliegengewicht gemacht – mein Körperfleisch hat sich gleichsam verflüchtigt. Die erzwungene Beschränkung auf (das notorisch feuchte) Roggenbrot zwingt mich in erniedrigender Wiederholung, vom Dachjuchhe hinunterzulaufen, nein: hinunterzustolpern zum unbeschreiblichen Klosett im Anbau des Erdgeschosses. Nach der sogenannten Erleichterung bin ich, im Zustand ohnehin anhaltender Entkräftung, oft derart geschwächt, dass ich die Treppe streckenweise auf allen vieren überwinden muss.“

 

 1716460-a2cfe057d00e85201d340aedb5f00502.jpg
Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Muriel Spark, Langston Hughes, Michel Zevaco, Jevgeni Zamjatin, Georg Rendl, Abraham E. Fröhlich

De Schotse schrijfster Muriel Spark werd op 1 februari 1918 geboren als Muriel Sarah Camberg in Edinburgh. Zie ook alle tags voor Muriel Spark op dit blog.

Uit: The Driver's Seat

“They are demanding equal rights with us,’ says Mrs. Fiedke. ‘That’s why I never vote with the Liberals. Perfume, jewellery, hair down to their shoulders, and I’m not talking about the ones who were born like that. I mean, the ones that can’t help it should be put on an island. It’s the others I’m talking about. There was a time they would stand up and open the door for you. They would take their hat off. But they want their equality today. All I say is that if God had intended them to be as good as us he wouldn’t have made them different from us to the naked eye. They don’t want to be all dressed alike any more. Which is only a move against us. You couldn’t run an army like that, let alone the male sex. With all due respects to Mr. Fiedke, may he rest in peace, the male sex is getting out of hand. Of course, Mr. Fiedke knew his place as a man, give him his due.’
…..
‘If we don’t look lively,’ she says, ‘they will be taking over the homes and the children, and sitting about having chats while we go and fight to defend them and work to keep them. They won’t be content with equal rights only. Next thing they’ll want the upper hand, mark my words. Diamond earrings, I’ve read in the paper.”

 

 1716449-ade972a4377e09c0db9c9b7caed66acc.jpg
Muriel Spark (1 februari 1918 – 13 april 2006)

 

 

De Amerikaanse schrijver Langston Hughes werd geboren op 1 februari 1902 in Joplin, Missouri. Zie ook alle tags voor Langston Hughes op dit blog.

 

In Time Of Silver Rain

In time of silver rain
The earth puts forth new life again,
Green grasses grow
And flowers lift their heads,
And over all the plain
The wonder spreads

Of Life,
Of Life,
Of life!

In time of silver rain
The butterflies lift silken wings
To catch a rainbow cry,
And trees put forth new leaves to sing
In joy beneath the sky
As down the roadway
Passing boys and girls
Go singing, too,

In time of silver rain When spring
And life
Are new.

 

 

Trumpet Player

The Negro
With the trumpet at his lips
Has dark moons of weariness
Beneath his eyes
where the smoldering memory
of slave ships
Blazed to the crack of whips
about thighs

The negro
with the trumpet at his lips
has a head of vibrant hair
tamed down,
patent-leathered now
until it gleams
like jet-
were jet a crown

the music
from the trumpet at his lips
is honey
mixed with liquid fire
the rhythm
from the trumpet at his lips
is ecstasy
distilled from old desire-

Desire
that is longing for the moon
where the moonlight's but a spotlight
in his eyes,
desire
that is longing for the sea
where the sea's a bar-glass
sucker size

The Negro
with the trumpet at his lips
whose jacket
Has a fine one-button roll,
does not know
upon what riff the music slips

It's hypodermic needle
to his soul
but softly
as the tune comes from his throat
trouble
mellows to a golden note.

 

 1716449-ca46272c085f4c20f94dcd804e1d0724.jpg
Langston Hughes (1 februari 1902 – 22 mei 1967)

 

 

De Franse schrijver, journalist en anarchistisch activist Michel Zevaco werd geboren op 1 februari 1860 in AjaccioZie ook alle tags voor Michel Zevaco op dit blog.

Uit: Borgia!

« Ces cavaliers, couverts de velours et de soie, par-dessus les fines cuirasses, parfois entrevues dans un mouvement des manteaux chatoyants, brodés d’or, montés sur de beaux chevaux, sont groupés près de la porte du château... Soudain, cette porte s’ouvre toute grande.
Le silence se fait. Les têtes se découvrent. Un homme à figure basanée, vêtu de velours noir,paraît sur un magnifique étalon noir et s’avance vers les jeunes seigneurs qui, sur une seule ligne, se rangent pour le saluer. Il laisse errer ses yeux sur la ville qui, à son aspect, semble plus silencieuse encore, comme prise d’une angoisse. Puis, sa tête tombe sur sa poitrine. Et il murmure quelques paroles que nul n’entend :
– Cet amour me brûle... Primevère!...
Primevère !... Pourquoi t’ai-je rencontrée ?...
Alors, il fait de la main un signe aux cavaliers et la petite troupe, riant et caracolant, se met en marche vers l’une des portes de Rome tandis que, parmi les gens du peuple courbés, passe comme un frisson ce mot sourdement répété par des bouches haineuses et craintives :
– Le fils du pape!... Monseigneur César Borgia !... »

 

 1716449-30a17484eb982da08397d0e9e00c6c6e.jpg
Michel Zevaco (1 februari 1860 – 8 augustus 1918)
Cover

 

 

De Russische revolutionair en schrijver Jevgeni Zamjatin werd geboren op 1 februari 1884 in Lebedyan. Zie ook alle tags voor Jevgeni Zamjatin op dit blog.

Uit: Teken van leven (Vertaald door C.J. Pouw en Wilfred Smit)

“Misschien zullen hier eens onafzienbare velden beploegd worden, zal hier een koren rijpen als nog nooit, en zullen cleanshaven boeren uit Arkansas de graankorrels, zwaar als goud, op de hand wegen. Misschien zal er een stad verrijzen – gonzend, jachtig, van steen, van kristal, van ijzer – en uit alle windstreken, zoevend over zeeën en bergen, zullen gevleugelde mensen hierheen gevlogen komen. Maar het naaldwoud is voorgoed heen, en de blauwe winterse stilte en gouden stilte van de zomer. En alleen de sprookjesvertellers zullen, voortbordurend aan het bonte patroon, verhalen doen over wat eens was, de wolven, de beren, de statige honderdjarige grootvaders in hun groene pelsen, het oude Rusland – aan ons, die tien, die honderd jaar geleden dat alles nog met eigen ogen gezien hebben, en aan die anderen, de gevleugelden, die er over honderd jaar naar zullen komen luisteren, met grote ogen, alsof het een sprookje was.”

 

 1716449-dcb711bfda8b23405ba1d952ed48b594.jpg
Jevgeni Zamjatin (1 februari 1884 – 10 maart 1937)
Cover

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Georg Rendl werd geboren op 1 februari 1903 in Zell am See. Zie ook alle tags voor Georg Rendl op dit blog.

Uit: Haus in Gottes Hand

"Meinen Sie?" Ich wußte nichts anderes zu antworten.
"Wenn ich´s Ihnen sage, dann wird es schon so sein", entgegnete er gereizt.
Ich stand vor einem Rätsel. Was ging es ihn an, wie groß oder klein ich meine Wohnräume haben wollte! Ich wollte ihn schon fragen, was er eigentlich wolle, als er auf sein Ziel losschoß:
"Meine Gaststube ist weit als die Hälfte kleiner, und ich bring´ sie nie voll. Wie wollen Sie den diesen Saal da füllen? Wie wollen Sie denn existieren, wenn ich kaum durchkomme! Und ich habe Kühe und Äcker."
"Wer sagt Ihnen denn, daß ich meinen Saal füllen möchte? Wozu soll ich ihn denn füllen?" fragte ich, da ich noch immer nicht sicher war, was er meinte?
"Warum verstellen Sie sich denn? Sie wollen doch ein Gasthaus aufmachen!" rief er.
"Ich, ein Gasthaus? Aber wer sagt Ihnen denn das?"
"Die Leute sagen es!"
"Ja, die werden es besser wissen als ich!"
Er seufzte:
"Die Leute! Die Leute!" Er war aber noch nicht ganz sicher, ob ich ihm etwa bloß ausgewichen war und ob die Leute vielleicht doch recht hatten. Er versuchte noch herauszubekommen, ob wir reich oder arm seien, aber ich hatte keinen Grund, ihm darüber Auskunft zu geben.“

 

 1716449-c69448d280ec73b45ec243e3390a2ebd.jpg
Georg Rendl (1 februari 1903 – 10 januari 1972) 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Abraham Emanuel Fröhlich werd geboren op 1 februari 1796 in Brugg. Zie ook alle tags voor Abraham E. Fröhlich op dit blog.

 

Auch ein Institut

Hund und Aff' und Papagei,
wohldressirt im Allerlei
fremder Wörter, Tänz' und Sitten,
schlossen einen Lehrerbund.
Und es ward von ihnen kund:
"Daß sie bei so vielen Bitten
für die unerzogne Jugend
endlich sich entschlossen haben:
sowohl Töchter als auch Knaben
in Religion und Tugend
und im Tanz zu unterweisen
nach den angesetzten Preisen."

Eltern, aller Sorg entladen
eilten nun zum Ort der Gnaden.

Ausstaffirt mit Pfaugefieder
schnattert dort das Gänschen zierlich;
und das Bärchen tanzt manierlich
nach dem Takt verliebter Lieder.

O wie schnell lernt nun die Jugend
die Religion und Tugend!

 

 1716449-3f06e9261bd790f77b0d333d00572e8a.jpg
Abraham E. Fröhlich (1 februari 1796 – 1 december 1865)
Illustratie door Martin Disteli bij bovenstaande fabel, 1945

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Stijn Vranken

De Vlaamse dichter en performer Stijn Vranken werd geboren in Leuven op 1 februari 1974. In 2008 verscheen zijn eerste dichtbundel “Vlees mij!” bij Meulenhoff/Manteau. Samen met illustratrice Sabien Clement bracht hij in 2010 het boek “Aaron Holsters: Restauratie van een droom”, uit. “Wees gerust, maar niet hier”, zijn tweede bundel, werd in 2011 gepubliceerd bij De Bezige Bij Antwerpen Vranken was al vaak de gast op verschillende culturele podia, waaronder Zuiderzinnen, Hotel Ideal, Literaal, Nacht van de Poëzie en Koningsblauw. In 2014 volgde Stijn Vranken Bernard Dewulf op als stadsdichter van Antwerpen. Behalve dichter is Vranken tekstschrijver voor het theater, schreef hij twee radioboeken voor De Buren en stond hij op de planken met zijn eigen voorstellingen. Hij is medeoprichter van De Sprekende Ezels, een maandelijks terugkerende poëzieavond in Antwerpen, Brussel, Leuven, Turnhout en Gent.

 

Deze herfst

Deze herfst heb ik al eens eerder gezien.
Het eerste rillen van die tak daarginds
komt me bekend voor, die plotse wind
stond hier niet zo lang geleden ook al en zie:
hoe volmaakt valt de regen weer in herhaling.
Naar beneden en altijd raak.

Wat bedoelt u, andere bladeren? Waarom
zijn het dan dezelfde? Hoe springen ze dan
zo geroutineerd uit hun bomen? Waarom
haperen ze niet in hun val?
Ze hebben dit duidelijk al eerder gedaan,
ze kennen hun weg.

Maak mij niets wijs. Niets is ooit nieuw,
en zeker het einde niet.

 

 

Ik voel de tijd

Ik voel de tijd niet groot genoeg,
ik geloof hem niet.

Je krijgt een kus, een dag, een nacht,
en misschien nog wat morgen.
Maar méér kan je uit mijn mond niet kopen,
méér mij
heb ik nooit in voorraad.
Toekomst wordt tegenwoordig
snel slecht.

Wie weet wie ik morgen ben?
Of wat? Of hoe ik heet? Wie weet
waarheen mijn bed zal drijven,
hoeveel armen ik zal hebben?
Of hoe weinig.

 

 

 1834620-cc45f57652dcda05d838d3a37a2a695a.JPG
Stijn Vranken (Leuven, 1 februari 1974)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse, Benoîte Groult

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Reiger

Die, sloot verlaten, in de hemel
uit vissen meende te moeten gaan,

ving vuur, hing, maanden nog, aan
een hoogspanningskabel te waaien,
steeds rafeliger en valer.

Was eindelijk zo mooi versleten,
als was hij nooit reiger geweest.

Toen kon ik me weer vergeten.

 

 

Herrlich Weit

Reeds werd ik voor de Rotary gevraagd, waar ik
het zelf wel naar gemaakt heb, want
ik heb het herrlich weit gebracht en ondanks dat
nog iets jongensachtigs behouden.

Mijn vrouw werd in die jaren nauwelijks
wat ouder, eigenlijk kleedt ze zich nog steeds
eenvoudig maar met smaak en maakt
's avonds textielschilderijen.

Onze kinderen noemen wij grut, het zijn
precies één jongen en één meisje, zij
zijn steeds het zonnetje in huis en wekken
bij vrienden afgunst of vertedering.

Als dit zo doorgaat houd ik het niet tegen
dat 'k eens met vochtig oog 'n stuk triplex afzaag
en daarin met een gloeiende breinaald brand:
'Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen.'

 

 

Tunnels

Gebruik de tunnel, staat er, en, die raad gevolgd,
Astrid, I love you. Mooi. So far, so good.
Daal je de Straatweg af het Haagse Bos in:
Astrid. Skelethoer. Negative Erection.

Zo kom je 's morgens om halfnegen in Wassenaar
in tien minuten maar van de banaalste uiting
van liefde tot het grofst vertoon van walging.
In 't echt duurt dat zo'n vijf tot zeven jaar.

 

 1715908-7f6b7b9e76482a4c03c83b4e246c4fc3.jpg
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor Alfred Kossmann op dit blog.

Uit: Geur der droefenis

“De jongen, veel kleiner dan de anderen, zag er clownesk uit, gekleed in een plusfour waarvan de rechterpijp hoger was dichtgemaakt dan de linker, een rafelig overhemd - een slip hing over de broekriem -, een te nauw jasje met grote bruine ruiten. Zijn gezicht was een verzameling van haastig bijeengebrachte delen, een laag voorhoofd, een stompe neus, een zeer brede mond, een ronde kin met een kuiltje en lang, stijf zwart haar. Op zijn wangen van dikke geplooide huid schemerde een baard alsof het een stoppelbaard was. Hij heette Bert Spaanks.
De baby lag op haar rug in de witte, wee en zindelijk geurende wieg, met wijd open blauwe ogen en op de linkermondhoek een ragfijn belletje speeksel waar een regenboog in glansde.
‘Jullie zijn rotjongens’ zei Henriët, de moeder, lachend, ‘ik zal thee gaan zetten.’
Ze was jong, blond, fris, zo trots dat zij niet gedeerd kon worden.
‘Wees maar blij dat Hans jullie niet heeft gehoord. Die zou jullie meteen de straat op schoppen’ zei ze en liep op platte sportieve schoenen de deur uit.
De jongens gingen om de blankhouten tafel zitten met een geborduurd kleedje in het midden.
Peter zei: ‘Ze is zo aardig eigenlijk, al houd ik niet van het type.’
Bert Spaanks vertrok zijn gezicht komisch. ‘Ze is met een nationaal-socialist getrouwd. Zullen we haar dat vergeven?’
‘Ze is de ideale vrouw voor een nsb'er’ zei Thomas Rozendal. ‘En hij kan niet eens nsb'er worden als ambtenaar. Vannacht heb ik bedacht wat ik eigenlijk wou zeggen, maar ik vond het te grof bij nader inzien.’
‘Je wilt het nu zeggen’ zei Peter.
‘Laten we juichen om de pas ontstane ploerten en hypocrieten. Ze krijgen net als de hun voorgegane het imbeciele smoel van de Germanen.’
Bert zei: ‘Dat lijkt me een goed versje voor mijn vader.’
Henriët kwam binnen met het theeblad. In de keuken had ze pas nagedacht over het gedrag van de jongens, en nu, geergerd, zette ze het blad fronsend neer en zei: ‘Waarom maken jullie toch altijd van die ellendige opmerkingen? Het is toch een lief meisje om te zien?’

 

 1715908-5bc34aeae8024eadfba9d101beb3ce3f.jpg
Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

 

Ik droomde...

Ik droomde dat ik met haar in een duinpan lag
en eerst haar handen begroef en toen haar voeten
En toen ik haar geboeid en weerloos zag
begroef ik ook mezelf om haar weer te ontmoeten

De duinpan werd dieper dan de schoot der zee
en het zand liep op tot hoge golven
Ik dacht dat ze verdronk en ik dook mee
en stervend hervond ik me diep ingedolven

en leunend aan haar als het verdronken wier,
als tooi om haar borsten, zeedierwelpen,
en in haar oksels, wiergrotten, en dan ook hier --
haar dijen zijn uiteengeweken zeeschelpen.

 

 1715908-ef1a2d250fd783f9c0ab121adc41f6f1.jpg
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marcus Roloff werd geboren op 31 januari 1973 in Neubrandenburg. Zie ook alle tags voor Marcus Roloff op dit blog.

 

faustsequenz

den film zurückspulen
bis die aufblende zeigt
wie ich den pudel fütt're
mit sonderzeichen mit wort-
karst (mich drängt's den grund-
text aufzuschlagen …) auf-
heulend läuft er (im anfang war
der projektor …) durchs bild

wie die spule rattert & sprung-
haftes licht wirft bis ich
mich drehe & in die 8-mm-
kamera sage ich hab'
den teufel im haus ver-
passt & die produzenten
im abspann.

 

 

waten im verdachtsgelände

breitscheid- ecke twachtmannstraße altes rosa
(genossennelke) mitgliedschaften (der andern)
übersprungene klassen (der andern) seemanns
garn im abgestandenen schlosspark (blablabla) nach
schulschluss (sport) lagen die bäume auf bänken
parataktische fehlleistung & hyperaktive schübe
suspektes schweigen am vorabend & abgefummelte
briefmarken (sammlung) oder samstags am glambecker
see (ufer) gab es auch kein erwecken (aufstehen).

 

 1715908-9294817af7215f546d8df0d79113d926.jpg
Marcus Roloff (Neubrandenburg, 31 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog

Uit: An American Dream

“Years later I read Zen and the Art of Archery and understood the book. Because I did not throw the grenades on that night on the hill under the moon, it threw them, and it did a near-perfect job. The grenades went off somewhere between five and ten yards over each machine-gun, blast, blast, like a boxer's tattoo, one-two, and I was exploded in the butt from a piece of my own shrapnel, whacked with a delicious pain clean as a mistress's sharp teeth going “Yummy” in your rump, and then the barrel of my carbine swung around like a long fine antenna and pointed itself at the machine-gun hole on my right where a great bloody sweet German face, a healthy spoiled over-spoiled young beauty of a face, mother-love all over its making, possessor of that overcurved mouth which only great fat sweet young faggots can have when their rectum is tuned and entertained from adolescence on, came crying, sliding, smiling up over the edge of the hole, “Hello death!” blood and mud like the herald of sodomy upon his chest, and I pulled the trigger as if I were squeezing the softest breast of the softest pigeon which ever flew, still a woman's breast takes me now and then to the pigeon on that trigger, and the shot cracked like a birth twig across my palm, whop! and the round went in at the base of his nose and spread and I saw his face sucked in backward upon the gouge of the bullet, he looked suddenly like an old man, toothless, sly, reminiscent of lechery. Then he whimpered “Mutter,” one yelp from the first memory of the womb, and down he went into his own blood just in time, timed like the interval in a shooting gallery, for the next was up, his hole-mate, a hard avenging specter with a pistol in his hand and one arm off, blown off, rectitude like a stringer of saliva across the straight edge of his lip, the straightest lip I ever saw, German-Protestant rectitude.”

 

 1715908-77574f8dcec02cdcd174815094e7e8f6.jpg
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)
In 1998 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook alle tags voor Stefan Beuse op dit blog.

Uit: Die Nacht der Könige

„Vor der Agentur überfuhr er fast eine Taube. Den ganzen Tag saßen sie in der Einfahrt und pickten in halb verfaulten Kadavern. Winter fiel auf, daß er noch nie einen blutenden Vogel gesehen hatte, er fragte sich, ob es überhaupt Blut gab in so einem Vogel, während er den Wagen zwischen Torbens Citroën und Tatjanas Alfa parkte, in die Reihe der Marketingexperten und Kreativen: heißes Blech in allen Farben der DULUX-Palette. Die Verwesung flirrte über dem Asphalt, sechs oder sieben Tauben hatten sich vor dem Eingang versammelt, und gleichmäßig rollten seine Sohlen ab, drei, vier, sie saßen da, als warteten sie auf ihn, und er zählte weiter, in seinem Inneren, wie immer, wenn er in Situationen geriet, die ihn bedrängten: eine Angewohnheit, die er seit jener Nacht nicht hatte ablegen können.
Plötzlich stob der Schwarm auseinander. Winter hielt die Luft an. Nah an seinen Ohren klangen ihre Flügelschläge wie die Rotorblätter eines startenden Hubschraubers; er duckte sich und spürte, daß sein Haaransatz zu jucken begann. Wie Autoscooter prallten sie gegeneinander, stumpf und plump, und er hielt weiter die Luft an, bis ihm die Lunge brannte. Das Blut rauschte in seinen Ohren, und die Tauben wirbelten in Zeitlupe Dreck auf und Federn; er trat nach ihnen, schlug blind mit den Armen, als kämpfte er gegen eine unsichtbare Armee, dann lehnte er sich gegen die Eingangstür, drückte die Klingel und wartete auf das Summen, mit dem die Verriegelung aufgehoben wurde.
»Guten Morgen, Herr Winter«, sagte Alina vom Empfang aus, während sie sich auf ihrem Sessel hin und her drehte, Winter atmete aus und wieder ein, »sind Sie etwa gerannt?« fragte sie mit gespielter Überraschung, und er vermutete, daß sie sich dabei wahnsinnig geistreich vorkam, weil sie sich ja eigentlich duzten. Aber vielleicht war das nur eine gespielte Ermahnung, weil er noch nie zu spät gekommen war, vor allem nicht zu so wichtigen Terminen, also nichts weiter als eine kokette Art auszuprobieren, wie weit sie bei ihm gehen konnte. Er lächelte und erwiderte ihren Gruß freundlich, aber unverbindlich, professionell also, als hätte es diesen Unterton nie gegeben, und war seltsam stolz auf die Souveränität seiner Reaktion.“

 

 1715908-e3cd58225a31a76bfabec09f488f9318.jpg
Stefan Beuse (Münster, 31 januari 1967)

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook alle tags voor Benoîte Groult op dit blog.

Uit: Ainsi soit-elle

“Alors qu'on nous fasse grâce de la galanterie, brandie comme le privilège exquis de notre condition féminine : il ne s'agit que d'une manifestation de l'instinct sexuel. La vraie chaleur humaine naît d'un sentiment plus franc et plus rare et qui n'a rien à voir avec le sexe.
Nous continuons pourtant à nous laisser attendrir par les hommages, comme s'ils signifiaient autre chose que le désir (qui est d'ailleurs une chose fort plaisante, la question n'est pas là), et à nous laisser entortiller par le dernier en date des arguments masculins : "Vous êtes très bien en avocate, en P.D.G., en exploitante agricole, en déléguée syndicale, en informaticienne, en tout ce que vous voudrez. Très très bien même. Mais vous oubliez le principal : vos enfants ne peuvent se passer de vous et nous non plus."
Et scroutch ! Le tour est joué, nous quittons tout émues nos études, notre métier, notre liberté et nous nous laissons enfoncer la sublime auréole sur la tête. Elle nous serre les tempes ; elle nous gêne pour étudier, pour voyager, pour réfléchir et même pour aimer tranquillement. Et s'il nous prend l'envie de mettre l'auréole au vestiaire parce que ce n'est pas une coiffure commode, alors la société se dresse, furibonde et prête à tout. Dans notre pays soi-disant moderne et libre, Gabrielle Russier est morte des préjugés antisexuels et antiféminins, tout comme les héroïnes du XIXème, "déshonorées" par une faute, qui n'est jamais mortelle pour l'autre sexe. »

 

 1715908-899b9ba9cc9719312dae3414400541a6.jpg
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:26 Reageer op dit bericht

Marie Luise Kaschnitz, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara, Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Marie Luise Kaschnitz op dit blog.

 

Der Leuchtturm

Wer weiß, ob diese Alten auf der Insel
Wirklich die richtigen waren, das Kind zu erziehen.
Ein Trinker, eine Schlampe. Sie gaben es her unter Tränen.
Da kam es aufs Festland, weit fort, hinter Zäune und Mauern
Zu anderen Kindern. Die nahmen es auf die hörner,
Das junge Freiwild. Höhnten sein Gebrechen,
Das Heimweh hieß, verschrieen seine Träume.

Wer weiß, ob aus diesen Kindern überkurz überlang
Nicht Freunde geworden wären. Aber nicht jeder
Nimmt sich zusammen, hält den Atem an.
Nicht jeder übersteht seine finsteren Weihen.
Der Knabe, unserer, hielt den Atem nicht an.
Er trank die Feindschaft der Welt, eine bittere Salzflut,
erbrach sie und floh. Schlief einmal draußen im Stadtwald
Unter klirrenden Zapfen, wurde zurückgebracht.
Kam ein zweites Mal weiter, erreichte die Straße meerwärts.
Fiel dort auf, weil er lief mit eingezogenen Fäusten
Und wehenden Haaren, wurde zurückgebracht.
Beim drittten Mal fand ihn kein lebendes Wesen mehr.
Nur der Finger des Leuchtturms, der strich über Düne und Hafen,
Ertastete zwei aufgerissene Augen,
So lange, bis das feste Knabenfleisch
Geschmolzen war. Da liegt es unser Heimweh,
Von Vögeln ausgeweidet. Ein Skelett
Im schwarzen Hafer. Flugsand deckt es zu.

 

 1715902-0f1aa55f2c80fe30bb32095b598fc5a0.jpg
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

 

 

De Japanse schrijver Kenzaburo Oe werd op 31 januari 1935 geboren in het dorp Oso op het eiland Shikoku. Zie ook alle tags voor Kenzaburo Oe op dit blog.

Uit:A Personal Matter (Vertaald door John Nathan)

“One day Bird had approached his father with this question; he was six years old: Father, where was I a hundred years before I was born? Where will I be a hundred years after I die? Father, what will happen to me when I die? Without a word, his young father had punched him in the mouth, broke two of his teeth and bloodied his face, and Bird forgot the fear of death.”
(…)

„You’re right about this being limited to me, it’s entirely a personal matter. But with some personal experiences that lead you way into a cave all by yourself, you must eventually come to a side tunnel or something opens on a truth that concerns not just yourself but everyone. And with that kind of experience at least the individual is rewarded for his suffering. Like Tom Sawyer! He had to suffer in a pitch-black cave, but at the same time he found his way out into the light he also found a bag of gold! But what I’m experiencing personally now is like digging a vertical mine shaft in isolation; it goes straight down to a hopeless depth and never opens on anybody else’s world. So I can sweat and suffer in that same dark cave and my personal experience won’t result in so much as a fragment of significance for anybody else. Hole-digging is all I’m doing, futile, shameful hole-digging; my Tom Sawyer is at the bottom of a desperately deep mine shaft and I wouldn’t be surprised if he went mad!”

 

 1715902-8e6951b1ad498091d822637af5dc52c7.jpg
Kenzaburo Oe (Oso, 31 januari 1935)

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Kurt Marti werd geboren op 31 januari 1921 in Bern. Zie ook alle tags voor Kurt Marti op dit blog.

 

de heer onze god

de heer onze god
heeft het helemaal niet behaagd dat gustav e. lips
in een verkeersongeval omkwam

ten eerste was hij te jong
ten tweede voor zijn vrouw een tedere man
ten derde voor twee kinderen een vrolijke vader
ten vierde voor vrienden een goeie vriend
ten vijfde vele ideeën rijk

hoe moet het nu zonder hem?
wat is zijn vrouw zonder hem?
wie speelt met de kinderen?
wie vervangt een vriend?
wie heeft de nieuwe ideeën?

het heeft de heer onze god
helemaal niet behaagd
dat enkelen van jullie dachten
zoiets heeft hem behaagd

in de naam van wie doden opwekte i
n de naam van de dode die opstond:
wij protesteren tegen de dood van gustav e.lips

 

Vertaald door Piet Thomas

 

 1715902-056104bf9be6981b25939e7f673030df.jpg
Kurt Marti (Bern, 31 januari 1921)

 

 

De Amerikaanse schrijver John 'O Hara werd geboren op 31 januari 1905 in Pottsville, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor John 'O Hara op dit blog

Uit:Appointment in Samarra

“Anyone in Gibbsville who had any important money made it in coal; anthracite. Gibbsville people, when they went away, always had trouble explaining where they lived. They would say: “I lived in the coal regions,” and people would so, “
Oh, yes, near Pittsburgh.” Then Gibbsvillians would have to go into detail. People outside of Pennsylvania do not know that there is all the difference in the world between the two kinds of coal, and in conditions under which anthracite and bituminous are mined. The anthracite region lies roughly between Scranton on the north and Gibbsville on the south. In fact Point Mountain, upon which Gibbsville’s earliest settlement was made, is the delight of geologists who come from as far away as Germany to examine Gibbsville Conglomerate, a stone formation found nowhere else in the world. When that geological squeeze, or whatever it was that produced veins of coal, occurred, it did not go south of Point Mountain, and coal is found on the north slope of Point Mountain, but not on the sought side, and at the eastern face of Point Mountain is found Gibbsville Conglomerate. The richest veins of anthracite in the world are within a thirty-mile sector from Gibbsville, and when those veins are being worked, Gibbsville prospers. When the mines are idle, Gibbsville puts on a long face and begins to think in terms of soup kitchens.
The anthracite region, unlike the bituminous, is a stronghold of union labor. The United Mine Workers of America is the strongest single force in the anthracite region, and under it the anthracite miner lives a civilized life compared with that of the miner in the soft coals regions about Pittsburgh, West Virginia, and the western states.”

 

 1715902-8ecfb12624f5274c434092a84f764b74.jpg
John 'O Hara (31 januari 1905 - 11 april 1970)

 

 

De Amerikaanse schrijver Zane Grey werd geboren op 31 januari 1872 in Zanesville, Ohio. Zie ook alle tags voor Zane Grey op dit blog.

Uit: Riders of the Purple Sage

“While she waited there she forgot the prospect of untoward change. The bray of a lazy burro broke the afternoon quiet, and it was comfortingly suggestive of the drowsy farmyard, and the open corrals, and the green alfalfa fields. Her clear sight intensified the purple sage-slope as it rolled before her. Low swells of prairie-like ground sloped up to the west. Dark, lonely cedar-trees, few and far between, stood out strikingly, and at long distances ruins of red rocks. Farther on, up the gradual slope, rose a broken wall, a huge monument, looming dark purple and stretching its solitary, mystic way, a wavering line that faded in the north. Here to the westward was the light and color and beauty. Northward the slope descended to a dim line of cañons from which rose an up-flinging of the earth, not mountainous, but a vast heave of purple uplands, with ribbed and fan-shaped walls, castle-crowned cliffs, and gray escarpments. Over it all crept the lengthening, waning afternoon shadows.
The rapid beat of hoofs recalled Jane Withersteen to the question at hand. A group of riders cantered up the lane, dismounted, and threw their bridles. They were seven in number, and Tull, the leader, a tall, dark man, was an elder2 of Jane's church.
"Did you get my message?" he asked, curtly.
"Yes," replied Jane.
"I sent word I'd give that rider Venters half an hour to come down to the village. He didn't come."
"He knows nothing of it," said Jane. "I didn't tell him. I've been waiting here for you."
"Where is Venters?"
"I left him in the courtyard."
"Here, Jerry," called Tull, turning to his men, "take the gang and fetch Venters out here if you have to rope him."

 

 1715902-2f07f29d6b3ee43943bc84e43bd60c42.jpg
Zane Grey (31 januari 1872 – 23 oktober 1939)
Als student in 1895 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en dominee Anthony Winkler Prins werd geboren te Voorst op 31 januari 1817. Zie ook alle tags voor Anthony Winkler Prins op dit blog.

 

Bui

Grimmig snellen rondgerolde wolken,
Eindeloos grote kluwens, aan door 't blauw.
Doodse stilte! Toch, ze naadren gauw,
Scherp weerspiegeld in de molenkolken.

Schelle fonkling van miljoenen dolken;
Dan de donder; en, van regen lauw,
Schudt de wind de hechte molenbouw,
Loeit het rund, dat wegvlucht, ongemolken.

Zuiver, als geslepen edelstenen
In een rand van donker goud gevat,
Spiedt de klaproos door de halmen henen,

Glanst de koornbloem helder na het bad;
En het paard, met glimmend stijve benen,
Scheert de klaver, koel en druipend nat.

 

 

Gedachte

De bloem, door gure najaarsvlagen
Verschrompeld en verdord en van de steel geslagen,
Verrukt het oog niet meer;
Maar als de lente naakt, de winterboei verbrekend,
En langs het grazig veld de schoonste kleuren tekent
Dan rijst zij schoner weer.

Zo wisselt alles hier beneden:
’t Verachtelijk slijk, waarin wij vaak met huivring treden,
Is dikwijls ras een bloem, die pracht van kleuren biedt;
En vaak hecht zich de bloem, wier luister wij begroeten,
Wier geur het hart verrukte, als slijk aan onze voeten,
En wij bemerken ’t niet!

Maar wat in ’t voorjaar rijz’, verjeugdigd en herboren,
Het kan de doodse rust van ’t akelig graf niet storen,
Waar ’t statig gewormt zich nestelt in het slijk:
’t Is dor en levenloos, als de uitgedroogde splinter;
Ja, drie voet onder de aard is ’t zomer, herfst en winter
En lente te gelijk!

 

 1715902-a33368380890bb152317a0d6108afbf0.jpg
Anthony Winkler Prins (31 januari 1817 – 4 januari 1908)
Monument in Voorburg (detail)

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maria Elisa Belpaire werd geboren te Antwerpen op 31 januari 1853. Zie ook alle tags voor Maria Elisa Belpaire op dit blog.

Uit: Engeltjes

'T was avond en het lof scheidde uit, toen ik in den tempel trad. Reeds begon de duisternis, als een floers, de statige zuilen om te zweven; een nageblevene wierookgeur vervulde de beuken; de keerskens werden een na een uitgedoofd en 't laatste akkoord stierf onder de hooge gewelven. Geheim schuilde in iederen hoek van den tempel; stilte en duisternis vervulde het wijde kerkschip.
‘Wat moet de tempel schoon zijn bij nachte!’ dacht ik in mijn eigen, en plotseling schoot mij deze gril te binnen. ‘Dat ik mij hier liet opsluiten!’
Zoo gedacht, zoo gedaan. Ik kroop achter eenen biechtstoel, en wanneer de sleutel in de poort ophield met krassen, sloop ik uit mijne schuilplaats. - Ik was alleen in den tempel.
Met poppelend hart, zag ik in den ronde om; mijne eigene stappen deden mij beven en op de teenen ging ik naar het hooge koor.
Dikwijls in den dag, had ik het autaar bewonderd, dat zijne luchtige bogen in de hoogte verheft. Op alle kanten en hoeken, in alle nissen, staan engeltjes verscholen, gelijk vogelen in hooge takken. Sommige zijn grooter, andere weer kleiner, maar alle hebben de lange vlerken geplooid, gereed om ze uit te breiden en heen te vliegen op 't eerste teeken. Voor het gesloten tabernakel brandde met rooden gloed, het lichtje dat de tegenwoordigheid van 't Allerheiligste aanduidt. Ik zat in het gestoelte neer, omringd door de vriendelijke houten beeldekens, die ik zoo dikwijls onder het gebed had aanschouwd. Hier de gansche geschiedenis der Moeder-Maagd; daar eene rei hoekige, uitgemergelde monniken; verder de Pater noster, in zeven beeldekens uitgelegd, waarvan het schoonste, Stephanus, met uitgestrekte handen, de vraag verbeeldt: - ‘En vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren.’ - Rond deze hoofdtooneelen, wemelt het van bloemen, bladeren, dieren, zwaluwen in hun nest, heiligen-figuurkens van allerfijnste teekening en zuiverste schoonheid. ‘Thans,’ dacht ik, ‘zal ik die allen eens gerust mogen bezien, gerust in hun midden mogen droomen!’

 

 1715902-bfde17748aa1f4e03996a18076d9d26c.jpg
Maria Elisa Belpaire (31 januari 1853 – 9 juni 1948)

 

 

De Amerikaanse schrijver (van Franse afkomst) Michel-Guillaume Jean de Crèvecoeur werd geboren op 31 januari 1735 in Caen. Zie ook alle tags voor Jean de Crèvecœur op dit blog.

Uit: Letters from an American Farmer

“Where is it that these English folks won't go? One who hath seen the factory of brimstone at Suvius, and town of Pompey under ground! wouldst thou pretend to letter it with a person who hath been to Paris, to the Alps, to Petersburg, and who hath seen so many fine things up and down the old countries; who hath come over the great sea unto us, and hath journeyed from our New Hampshire in the East to our Charles Town in the South; who hath visited all our great cities, knows most of our famous lawyers and cunning folks; who hath conversed with very many king's men, governors, and counsellors, and yet pitches upon thee for his correspondent, as thee calls it? surely he means to jeer thee! I am sure he does, he cannot be in a real fair earnest. James, thee must read this letter over again, paragraph by paragraph, and warily observe whether thee can'st perceive some words of jesting; something that hath more than one meaning: and now I think on it, husband, I wish thee wouldst let me see his letter; though I am but a woman, as thee mayest say, yet I understand the purport of words in good measure, for when I was a girl, father sent us to the very best master in the precinct. She then read it herself very attentively: our minister was present, we listened to, and weighed every syllable: we all unanimously concluded that you must have been in a sober earnest intention, as my wife calls it; and your request appeared to be candid and sincere. Then again, on recollecting the difference between your sphere of life and mine, a new fit of astonishment seized us all!"

 

 1715902-b1edd934bdcca5ef4e8e2f729557cb8d.jpg
Jean de Crèvecœur ( 31 januari 1735 – 2 november 1813)

Geschreven door Romenu om 15:26 Reageer op dit bericht

Henk van Straten

De Nederlands schrijver, journalist en columnist Henk van Straten werd geboren in Rotterdam op 31 januari 1980. Hij verhuisde op zesjarige leeftijd naar Eindhoven, waar hij tot op heden woonachtig is. In zijn middelbareschooltijd richtte hij samen met anderen de hardcore-punkband Maypole op, waarin hij als vocalist en tekstschrijver fungeerde. In diens tienjarige bestaan bracht de band twee albums uit en werd er geregeld getoerd door Europa. Tussentijds begon hij driemaal aan een hbo-opleiding (onder meer Muziekmanagement en de pabo) maar brak deze allen voortijdig af.Na het uit elkaar gaan van Maypole in 2004 werkte Van Straten als floormanager en avondcoördinator bij poppodium Effenaar in Eindhoven. In diezelfde periode ging hij zich richten op het schrijverschap. Van Straten debuteerde in september 2007 met het fantasy-jeugdboek “Zwarth, het donker ontwaakt”. Zijn romandebuut “Ik ben de regen” kwam uit in oktober 2008 en werd een jaar later heruitgegeven onder de titel “Kleine stinkerd”. In oktober 2009 werd Van Stratens tweede roman “Smet” gepubliceerd. Het kreeg verschillende positieve recensies en werd genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Ook in 2009 verscheen het non-fictieve “Mijn nieuwe beste vriend”, waarin Van Straten verhaald over zijn belevenissen in het jaar dat hij optrok met de Eindhovense straatartiest Heintje Bondo. In2010 schreef Van Straten een kinderboek: “Alle vissen vonden olifant”. In 2011 bracht Van Straten de romans “Salvador” en “Superlul” gelijktijdig uit. “Salvador” werd genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs en stond op de longlist voor de Libris Literatuur Prijs. “Superlul” is een satire over de wereld van BN'ers. Na uitgave van het boek klaagden enkele bekende Nederlanders in roddelblad Story over de manier waarop ze in het boek zijn neergezet. Als journalist/columnist heeft Van Straten geschreven voor onder meer Hollands Maandblad, Nieuwe Revu, Vrij Nederland, Eindhovens Dagblad, Das Magazin, FRITS Magazine, Volkskrant Magazine, Happinez en LINDA. Verder is hij mede-oprichter van digitaal cultureel magazine De Optimist en schreef en co-regisseerde hij twee korte films: “Bakkie doen!” en “Uitgeklokt”, beiden uit 2011. In 2014 toerde hij samen met Karin Bruers en Björn van der Doelen door het land met de 'literaire cabaretvoorstelling “Geniet er maar van.”.

Uit:Ik ben de regen

“Neus sloot zich op in een hokje en ik hoorde hem vier keer krachtig zijn neus ophalen. Terwijl
ik stond te pissen en mezelf voorhield dat ik evenzo goed wel kon snuiven als niet, dat het leuk
zou zijn als ik het wel deed, maar och, anders was er ook geen man overboord, galmde de stem van Neus als een idiote god achter een van de gesloten deurtjes.
‘Jij ook?’
Een verticale streep kippenvel liep over mijn ruggengraat. Ik voelde het slijm uit mijn keel verdwijnen.
Wat kon het eigenlijk schelen? Gijs kwam pas overmorgen logeren. Tegen die tijd was ik zo fris en fruitig als een uitgeslapen turner naeen bak muesli. Ik nam het kleine envelopje van Neus aan en tikte wat poeder op het stukje huid tussen mijn duim en wijsvinger.
Even later stonden we naast elkaar voor de spiegel  en bestudeerden nauwkeurig onze neusgaten. Niets te zien, we waren schoon. Neus, één en al rode huid, stoppels en haargel, grijnsde breed en keek samenzweerderig mijn kant op.
‘Hier.’ Met zijn dikke vingers stopte hij nog iets kleins in mijn mond. ‘Mooi spul dit.’
Het smaakte synthetisch. Ik vond het prima: we hadden samen gesnoven en waren daarmee een verbintenis aangegaan. We waren bankovervallers, spionnen, verzetshelden, gedreven door broederschap en moed.
De onzekerheid en twijfel waarmee ik binnen was gekomen, waren nu verdwenen.
Neus en ik namen plaats op onze krukken. Met een achteloos handgebaar sommeerde ik Theo
onze bestelling op te komen nemen. Ik was een man van de wereld en ik was schrijver. Je moest blind zijn om dat niet aan me te zien.
Terwijl ik zwijmelde bij de gedachte hoe buitensporig goed het volgende hoofdstuk ging worden, en nog maar eens een keer op een rijtje zette welke filmfragmenten ik nu precies bij Zomergasten ging laten zien, gleed er ineens een krankzinnig lekker aroma van bloemenzeep mijn neus binnen en kietelde me ergens onder aan mijn hersenstam.
Ik was verkocht.
Al zag ze eruit als een bord soep met een schapenoog in het midden.
Ik was de hare.
Neus draaide zich naar me toe. Als in slow motion zag ik hem zijn mond openen om tegen me te praten. Ik keek die diepe holte in. Voelde zijn monotone gezever als warme gelei van mijn gezicht druipen. Ik moest iets doen.”

 

 1842461-456c295e1a6af0fcd8ef6c50f462987b.jpg
Henk van Straten (Rotterdam, 31 januari 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jozef Eijckmans

De Nederlandse dichter Josephus Egidius Eijckmans werd geboren in Gorinchem op 31 januari 1907. Hij bezocht van 1924 tot 1928 het Haagse conservatorium, gaf enige tijd pianoles, maar begon in 1937 gedichten te schrijven als ambteloos burger. Van zijn vroege poëzie is niets gepubliceerd. Pas toen hij in de jaren vijftig contact kreeg met Paul Rodenko, stelde hij met hem een bundel samen onder de titel “Bij mijn leven nog” (1955). Eijckmans publiceerde toen regelmatig in het tijdschrift Kentering. Zijn poëzie sluit tot op zekere hoogte aan bij de poëzie van de Vijftigers. In “Achtendertig componisten” (1980) verzamelde hij een aantal gedichten die verwijzen naar componisten of hun werk waarbij Maarten 't Hart een verhelderend nawoord schreef. In 1988 maakte Eijckmans een keuze uit zijn volledige oeuvre tot dan toe en publiceerde die als “Verzamelde gedichten”. Daarna publiceerde hij nog vier bundels poëzie. De laatste daarvan was “Overdood” (1997).

 

echo

geen gewone schrijfregel uit een taal
die zich heeft ontdaan van sentiment
 
zie het dan kleiner worden op de weg in
het zicht tot stip tot niets dan waaien
nauwelijks geweest zich te openbaren aan
gezichts een dag een vorige: echo van een
stem
 
deze woorden zelfs want hoe nu voortgang
waarmee bezig na wat zo doodsgericht is
 
en dichterbij reeds lang

 


beethoven (laatste bagatellen)

ziel
noem gerust
enkele namen

de velden hebben het
altijd wel geweten

op hoge en lage grond
daar eindigt het niet

zoals het ook nooit is
begonnen aan de bronnen
van water en vuur

slechts levende tekens
bewegen op papier

heilige rook van het offer
maar voor wie

hij die voorbij gaat
aan het gebenedijde huis

ziet lamplicht
hoort het geluid van een
bloedrode morgen

troostrijke
kleine muziek

alleen

 

 1817590-d8761fccb3e91717a2cfbae1289fbfb6.jpg
Jozef Eijckmans (31 januari 1907 – 12 november 1996)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten