Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 februari 2015 tot 13 februari 2015

M. Vasalis, Jan Arend, Georges Simenon, Nynke van Hichtum, Friedrich Christian Delius, Urs Faes

De Nederlandse dichteres en psychiater M. Vasalis werd geboren in Den Haag op 13 februari 1909. Zie ook alle tags voor M. Vasalis op dit blog.

 

De winter en mijn lief zijn heen

De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak.

Hij luistert: uit een verre boom
klinkt als het ketsen van twee stenen
een vonkenregen van verlangen
zo luid, zo helder en zo bang.

De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.

 

 

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar 't meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.

 

 

Afterthought

Maar toch, ik weet niet of het veel verschilt
met vroeger - of alleen verschoven wordt:
die liefdesbrieven, liefdesverzen gingen meestal over
het lief, dat nog geen minnares geworden was.
Maar hoeveel vrouwen bleven ooit beminden èn de kameraad
en medeplichtige in goed en kwaad.
Hoevelen?
Het zal wel niet veel schelen.

 

 1722281-0da4668cb37bc3b236a885f11630c33a.jpg
M. Vasalis (13 februari 1909 - 6 oktober 1998)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jan Arends werd geboren op 13 februari 1925 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jan Arends op dit blog.

 

Ik ben niet bang

Ik
ben niet bang
voor wat er
zal gebeuren.

Er zullen
witte dieren
door het veld
gaan lopen
en dat
zal alles zijn.

 

 

Ik wil alleen maar weten

Ik
wil alleen
maar weten
wie
ik ben.

Een
andere reden
om te schrijven
heb
ik niet.

Maar
wie ik ben
gaat niemand
wat aan.

 

 1722281-7c5e8567bdcc55f666842141fee6d243.jpg
Jan Arends (13 februari 1925 – 21 januari 1974)

 

 

De Belgische (Franstalig) schrijver Georges Simenon werd geboren in Luik op 13 februari 1903. Zie ook alle tags voor Georges Simenon op dit blog.

Uit: De blauwe kamer (Vertaald door Rokus Hofstede)

‘Heb ik je pijn gedaan?’
‘Nee.’
‘Ben je boos op me?’
‘Nee.’
Het was waar. Op dat moment was alles waar, want hij beleefde de scène in het rauwe hier en nu, zonder zich iets af te vragen, zonder te proberen iets te begrijpen, zonder te vermoeden dat er ooit iets te begrijpen zou zijn. Niet alleen was alles waar, alles was ook echt: hij, de kamer, Andrée die languit bleef liggen op het overhoopgehaalde bed, naakt, haar benen wijd, met de donkere vlek van het geslacht waaruit een sliertje sperma liep.
Was hij gelukkig? Had iemand het hem gevraagd, dan zou hij zonder aarzelen ja hebben gezegd.
Het kwam niet bij hem op het Andrée kwalijk te nemen dat ze hem in zijn lip had gebeten. Dat hoorde erbij, net als de rest, en staand voor de wastafelspiegel, ook hij naakt, depte hij zijn lip met een in koud water gedrenkte handdoek.
‘Gaat je vrouw vragen stellen?’
‘Ik denk het niet.’
 

 1722281-6b3041bc8f2456af003360a6c1bf7f73.jpg
Georges Simenon (13 februari 1903 - 4 september 1989)
In 1931

 

 

De Nederlandse schrijfster Nynke van Hichtum (pseudoniem van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) werd geboren in Nes op 13 februari 1860. Zie ook alle tags voor Nynke van Hichtum op dit blog.

Uit: Een Kaffersche heldin, of Oehoehoe en Oezinto

“Oezinto’s vader, Mafoeta, was vroeger zelf een rijk opperhoofd geweest, maar in een oorlog tegen de Matabelen had hij bijna al zijn vee verloren, zoodat hij nu met zijn familie bescherming moest zoeken bij een ander machtig opperhoofd.
Met zijn twee vrouwen, zijn zes dochters en de vier koeien, die hem nog waren overgebleven, zocht hij een toevlucht bij zijn ouden vriend Matakitakit en deze was blij, zoo'n dapperen strijder als onderhoorige te krijgen. En dan daarbij nog de twee gezonde, krachtige vrouwen en de zes meisjes, die allen meê konden helpen op het veld!
Maar Mafoeta bleef toch nog altijd de hoop koesteren, zelf nog eens weêr tot zijn ouden rang te kunnen opklimmen. Hij had al zijn hoop gevestigd op zijn flinke, krachtige dochters, die hij stellig alle zes tegen hoogen prijs zou kunnen verkoopen, als ze volwassen waren. De oudste trouwde dan ook na een paar jaar met den zoon van een naburig opperhoofd, die haar van den gelukkigen vader kocht voor acht koeien. Het volgende jaar trouwde de tweede dochter, toen de derde en eindelijk de vierde, en met elk huwelijk vermeerderde de rijkdom van Mafoeta. Hij bouwde zich nu ook een eigen kleine kraal, maar bleef toch nog altijd een onderhoorige van Matakitakit.
‘Als nu mijn andere twee dochters ook goed verkocht worden’, dacht hij, ‘dan zal ik mijn kraal vergrooten en zelf weêr een klein opperhoofd worden!’

 

 1722281-4bb7fb2e10a8ab51e87055fc10a6e4f8.jpg
Nynke van Hichtum (13 februari 1860 - 9 januari 1939)
Beeld door Hans Jouta in Nes, 1997

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Christian Delius werd geboren in Rome op 13 februari 1943. Zie ook alle tags voor Friedrich Christian Delius op dit blog.

Uit: Die Frau, für die ich den Computer erfand

„Und das Schlimmste, nein, das Komischste ist eigentlich, dass ich meine eigenen Reden nicht mehr hören kann oder nicht mehr hören will. Ich kann nichts Neues mehr sagen, in dem Rahmen nicht, wo alles so künstlich und feierlich und weihevoll ist, bei einem Festakt kann ich nichts Neues mehr sagen, obwohl ich noch einiges zu sagen habe oder zu sagen hätte, was ich noch nie gesagt habe ... Nein, aber darum hab ich Ihrer Drängelei nachgegeben, deshalb hab ich Sie erhört, sozusagen, Ihre Anfrage wegen eines ausführlichen Interviews, eines langen Gesprächs. Erhört, das klingt anzüglich, oder? ... Sei's drum, redigieren Sie das weg, meinetwegen. Streichen Sie, was Sie wollen ... Hauptsache, Sie kapieren, dass ich endlich mal, wie soll ich sagen, anders reden will. Keine Frackrede, keine Krawattenrede, sondern eher im Arbeitskittel, verstehen Sie? Ich will wenigstens den Versuch machen ... Nein! Bloß nicht schreiben! Nie wieder! Einmal Memoiren, das ist Strafarbeit genug. Was das an Kraft kostet, sag ich Ihnen, nie wieder. Da nimmt man Rücksicht, da lässt man so viel weg, da mogelt man sich durch, da stellt man sich, ob man will oder nicht, aufs Podest, wo man vielleicht objektiv hingehrt, aber das ist einem trotzdem peinlich, und dann untertreibt man wieder, was auch falsch ist, es ist eine höllische Arbeit. Nein, ich traue den Autobiografien nicht, nicht mal meiner eigenen. Da nehm ich mir doch lieber vor, eine ganze Nacht vor einem Recorder zu sitzen, sieben, acht, zehn, zwölf Stunden reden und sich ausfragen lassen. Was ist das schon gegen wochenlanges, monatelanges, jahrelanges Schreiben und Verwerfen und Verbessern und Verschlechtern, nie wieder freiwillig so eine Tortur. Einen ganzen Abend und eine ganze Nacht, das ist doch menschlich, finden Sie nicht?“

 

 1722281-dd4451819104495df13685ef4c479571.jpg
Friedrich Christian Delius (Rome, 13 februari 1943)

 

 

De Zwitserse schrijver Urs Faes werd geboren op 13 februari 1947 in Aarau. Zie ook alle tags voor Urs Faes op dit blog.

Uit: Liebesarchiv

„Es war wenige Tage nach Allerheiligen, ein typischer Novembernebeltag, feucht und grau; wenigstens hatten die wochenlangen Regenfälle, die zu Erdrutschen und Schlammströmen geführt hatten, aufgehört.
Allerheiligen hatte mich veranlaßt, auf dem Weg zur Lesung einen Abstecher ins Dorf meiner Kindheit zu machen und das Grab meines Vaters zu besuchen.
Das fernab gelegene Tal im schweizerischen Mittelland zwischen Jura und Alpen ist bis heute ländlich geblieben, kleine Dörfer, Weiler, einsame Gehöfte. In diesem Tal, das an Föhntagen den Blick freigibt auf die Schneeberge und dessen Flüsse bei Regen das Hochwasser in Aare und Rhein nordwärts tragen, hatte mein Vater sein ganzes Leben verbracht, hier war er auch gestorben, in diesem Dorf unterhalb der Moräne: Thalheim. Er war vor zehn Jahren als hartnäckiger Protestant ausgerechnet am katholischen Totensonntag beigesetzt worden und hatte das zweifellos als weitere Demütigung empfunden. Auch dieses Jahr war das Grab wieder reichlich mit Blumen geschmückt, Mutter, meine Geschwister, Tanten und Onkel trugen noch immer, Jahr für Jahr, ihre Gebinde ans Grab.
Und jedes Jahr lag dieser Blumenstrauß da, auf dessen Schleife in altertümlicher Wendung eine »Verehrerin« dem Toten »ewige Ruhe und stilles Eingedenken entbot. Schon bei der Beerdigung war diese Schleife aufgefallen. Mutters tränenaufgelöstes Gesicht verwandelte sich für Sekunden, wurde starr und hart; ihre Stimme kehrte sich aus dem Schluchzen in ein Stammeln und mundete mit ärgerlichem Unterton in die Frage, von wem denn dieser Strauß sei.“

 

 1722281-dcca78e0f320c2c48127c527097fe9fd.jpg
Urs Faes (Aarau,13 februari 1947)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Barbara Honigmann, Detlev Meyer, Lou Andreas-Salomé, Sabahattin Ali, Friedrich de la Motte-Fouqué, John Hennessy

De Duitse schrijfster Barbara Honigmann werd geboren op 12 februari 1949 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Barbara Honigmann op dit blog.

Uit: Roman von einem Kinde

„Einmal möchte ich eine Feder in der Hand halten oder eine goldene Kugel, mit der ich mich und Dich berühren muß, und dann würden wir erlöst sein. Oder ein Losungswort, aber keiner weiß das Wort. Einer vielleicht, aber man muß ihn erst finden, und muß den Weg erst finden und nein, keiner weiß es.
Nur manchmal, wenn ich mit Leuten ins Gespräch komme, mit Leuten, die ich eigentlich gar nicht kenne, auf der Straße oder im Gemüseladen, und wir sprechen erst über das Einkaufen und dann kommen wir auf das und jenes und sie erzählen etwas von ihrer Familie, da ist manchmal so ein Moment, plötzlich, ich weiß nicnt woher, fühle ich mich so leicht, so erleichtert, und ich hoffe, ich könnte ihnen etwas ablauschen. Denn dann scheint es mir nicht mehr, als ob keiner was weiß, sondern nur, als ob ich allein nichts weiß. Sie wissen vielleicht alles, und alles ist ganz einfach, nur ich weiß es nicht, aber von ihnen kann ich es vielleicht erfahren. Es ist ja auch manchmal so ein Gefühl, wenn man abends in die hellen Fenster vom gegenüberliegenden Haus sieht oder in den Straßen zwischen Gärten und Häusern in einer fremden Gegend spaziert. Da ist alles so friedlich und glücklich in sich abgeschlossen, und ich werde dann ganz sehnsüchtig und denke, da, dort, hinter diesem Fenster, in diesem Haus, da wissen sie, wie alles gehen muß. Und ich möchte hingehen und anklopfen und fragen, ob ich reinkommen und ob ich auch dort wohnen darf, und dann möchte ich immer mit diesen Menschen zusammenbleiben.“

 

 1721798-f2291fc37593f215a966150b02e6a6f1.jpg
Barbara Honigmann (Oost-Berlijn, 12 februari 1949)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Detlev Meyer werd geboren op 12 februari 1950 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Detlev Meyer op dit blog.

 

Gemeinsam ein Liebesgedicht aufsagen

Ich bin du
   Du bist ich

Ich bist du
   Du bin ich

Ich bist ich
   Du bin du

Ich bin ich
   Du bist du

So
und nun
laß es uns
noch einmal
versuchen

 

 

Kollekte

Einige lebende Künstler,
deren Namen mir entfallen sind,
haben eine tödliche Krankheit,
die ich mir nicht merken kann.

Tag für Tag springen sie dem Tod von
der Schippe, entreißen dem Sensenmann
die Hippe und vertreiben Bruder Hein.

Hut ab!

Tag für Tag lassen sie sich dabei
fotografieren, filmen und befragen.

Hut ab! Und rumgehen lassen.

 

 1721798-bea3972b28af337281bc7ccc2d2f0b1c.jpg
Detlev Meyer (12 februari 1950 – 30 oktober 1999)

 

 

De Russisch-Duitse dichteres en schrijfster Lou Andreas-Salomé werd geboren op 12 februari 1861 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Lou Andreas-Salomé op dit blog.

Uit: Aus fremder Seele

„Der junge Mensch unterdrückte ein Gähnen.
»Wer ist denn der Täufling?« fragte er leise seine hübsche Nachbarin, aus Interesse für sie, nicht für das Kind.
»Ein gar armer Wurm«, entgegnete sie flüsternd, »ein Urenkelchen von der steinalten, gebückten Frau, die gleich vorn sitzt. Das ist die Rieke, – eine der Aeltesten bei uns.
Alle ihre Kinder hat sie verloren, und ihre Enkelin, was die Mutter vom Kinde ist, liegt auch schwer krank.«
»Daher wohl die vielen Menschen bei dieser Taufe«, bemerkte ihr Nachbar.
Sie schüttelte den Kopf.
»Nicht daher. Sondern weil ihre Enkelin, die Kathrine mit Schimpf und Schande aus ihrem Stadtdienst gejagt worden ist, – weil sie das Kind bekam. Sie diente bei einem Geistlichen. Und nun will jeder hören, wie gut dagegen unser Himmelspastor der alten Rieke zuspricht.«
»Wer –?«
Sie sah ihn erstaunt an.
»Unser Himmelspastor. Anders heißt er hier nicht.«
Der junge Mensch blickte nach der schmächtigen, in den Schultern ein wenig gebückten Gestalt des Predigers. Der obere Teil des Kopfes, schon seit langem kahl, wurde von der blassen Oktobersonne beleuchtet, die durch die Bogenfenster schien. Ungewöhnlich schön war die Stirn, und eine kräftig ansetzende, leicht gebogene Nase gab dem Profil etwas Energisches.
Er kannte den Pastor Theodor Arnsfeldt nur ganz flüchtig, obschon dessen Adoptivsohn Kurt sein Freund war. Aber dieser hatte ihn meistens in der Stadt aufgesucht, und war dann ein ganzes Jahr fort gewesen, in einer Genfer Erziehungsanstalt. Erst heute morgen war Kurt von dort zurückgekommen, – unerwartet, ein paar Tage zu früh, und soeben erst hatte er den Heimgekehrten von der Stadt zu Fuß hierher begleitet.“

 

 1721798-2f32e11469d93b2fe153f82cad60d75f.jpg
Lou Andreas-Salomé (12 februari 1861 – 5 februari 1937)
Hier met Rainer Maria Rilke (links)

 

 

De Turkse dichter en schrijver Sabahattin Ali werd geboren op 12 februari 1906 in Gümülcine, tegenwoordig, Komotini, Griekenland. Zie ook alle tags voor Sabahattin Ali op dit blog.

Uit: The Madonna in the Fur Coat

“Other visitors were pushing past me but I couldn't move. What was it about the portrait? It's hard to describe. The woman's expression was a bizarre mix of wild savagery but at the same time it was aloof and emanated extraordinary strength, a blend of elements I had never seen in a woman's face before. However, it was simultaneously familiar, as if we had once known each other. That pale complexion with those dark eyes beneath black eyebrows and ringed with chestnut hair; even more importantly that expression combining innocence and determination, infinite melancholy and charismatic personality, such a face could never be foreign to me. I knew her from the books I'd first read when I was seven and from the dream worlds I'd imagined when I was five. There was an element of Halid Ziya's Nihal, Vecihi Bey's Mehcure, Chavalier Büridan's lover, it was even reminiscent of the Cleopatra I'd gleaned from history books and a mental image of Mohammad's mother Amine Hatun conjured up by the ethereal chant of the mevlit.
She was a mix of all my fantasy women. Framed in a coat of wild cat skins, buried in shadows, arose a pale thin neck topped by an elliptical human face. Her black eyes were cast downwards as if deep in enigmatic thought, searching for something but aware that it was all in vain. Although there was disappointment, it was tinged with a resigned acceptance as if saying,“Yes, I shall not find what I'm looking for. But, who cares?”

 

 1721798-ef7039a35c5f6bdb62ce64b0b2a05a6a.jpg
Sabahattin Ali (12 februari 1906 – 2 april 1948)

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Heinrich Karl Freiherr de la Motte-Fouqué werd geboren in Brandenburg an der Havel op 12 februari 1777. Zie ook alle tags voor Friedrich de la Motte-Fouqué op dit blog.

Uit:Die wunderbaren Begebenheiten des Grafen Alethes von Lindenstein

“In der trüben Zeit, wo durch Gottes damals unerforschlichen, jetzt aber wohl Allen, die Augen haben, klargewordnen Rathschluß ein dumpfzerdrückendes Band über unserm deutschen Vaterlande lag, und es mir beinahe vorkam, als seye für Männer von gesetzlichem Sinn die Bahn zu ächten Thaten durch ehrne Riegel verschlossen, – in der Zeit, wo ich die Lust und das Vertrauen für das Erdenleben nur durch die Aussicht auf beglücktere Nachkommen zu erhalten wußte, – in Mitten all dieses ängstigenden Leidens geschah es, daß ich die vorliegende Geschichte zu schreiben begann. Ich that es nicht eben für ein Publikum, ich müßte denn allenfalls das ganz kleine darunter verstehen, dem ich alle Abende etwas vorzulesen pflegte, bald von mir gedichtet, bald von Andern. Diese befreundeten Menschen sollten denn allenfalls auch den Alethes hören, und sich daran ergötzen, aber eigentlich strömte ich ihn hin, um dem Andrange des wildverstörten, bald klagenden, bald sehnenden, bald zürnenden Herzens irgend ein Genüge zu thun.
Da begannen denn nach und nach solche Zeichen der Zeit innerlich und äußerlich merkbar zu werden, daß auch ich auf ganz andre Gedanken und Bestrebungen gerieth. Die ersten drei Bücher des Alethes waren geschrieben. Ich ließ ihn liegen, und schenkte die Handschrift einem Freunde, und verordnete in meinem letzten Willen, dies Fragment solle nie gedruckt werden dürfen.
Jetzt, im Jahr 1816, kam auf einer heitern Reise mir die Kunde zu, Alethes habe in all seiner Verlassenheit sich Freunde und Freundinnen gewonnen, und zwar Freunde und Freundinnen, wie man sie sich nicht eben alle Tage zu gewinnen pflegt. Da ging er mir wieder in aller frühern Vertraulichkeit und Liebe auf; das zweite Buch des zweiten Theiles stand als Beendung des Ganzen noch immer klar und hell, obwohl kein Wort davon aufgeschrieben war, vor meinem Innern, ja wohl noch klarer und heller, als vordem, denn da der Mensch immer nur vorwärts oder rückwärts geht, und ich durch Gottes Gnade in der ganzen Zwischenzeit nicht rückwärts gekommen war, sah ich Vieles aus unendlich besseren Standpunkten, als sonst.“

 

 1721798-a08df61cd917503154946c6de8cf0ca2.jpg
Friedrich de la Motte-Fouqué (12 februari 1777 – 23 januari 1843)
Brandenburg an der Havel, Steintorturm

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Amerikaanse dichter John Hennessy werd geboren in 1965 in New Jersey. Zie ook alle tags voor John Hennessy op dit blog.Zie ook alle tags voor John Hennessy op dit blog.

 

In the Drink
He would have gone to Hell ageine, and earnest sute did make: But Charon would not suffer him to passe the Stygian lake. —Ovid, Metamorphoses (Tr. by Arthur Golding)

Never mind phantom forms, the Keaton-crash
that dumped us in that sea-fed swamp,
the Dutch kill, Latin nihil, thing without
opposite—attend instead the transcendent,

the flying, for god’s sake, what we saw
the moment before we thwocked overboard:  
a heron stutter-flapped and lifted off,
clumsy as a wind-mauled tarp at first,

but couth beyond sublime once clear
of cattail punks and saltgrass tips,  
the overturned rowboat’s rusted hull.  
Or the cormorant that plunked and dipped,  

rose flipping fish from beak to tongue  
and down its neck, water beading on its head.
But the crown that really pleased the crowd
my maiden voyage was iridescent green,  

brilliantined, a merganser’s spiky coxcomb.
He swam right by, chasing red herrings
and cackling so happily I had to pull
a feather from his cap. And so I surfaced

solo. I tell myself, I only launch the bark,  
I never book the seats. I didn’t stop
to spin the prop or wipe the rail, just tipped  
the motor up and paddle-poled, bottom-

stirred. Rousted horseshoe crabs, sleeping  
ducks, cranky grebes, slapped along
the little waves, the seeping tide, lonelier, sure,
indignant, too—what better lover

has plucked and boasted, over what better lyre?
An open boat: it’s company, not coin, I want.  
I’ll tune the wake to silence, court grace, make change—
still trading on the laughs I’ve jerry-rigged.

 

 1721798-2c94154460ee10562fec75a3c5b48019.jpg
John Hennessy (New Jersey, 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e februari ook mijn blog van 12 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

Joachim Meyerhoff

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver, acteur en regisseur Joachim Philipp Maria Meyerhoff werd geboren in 1967 in Hamburg. Zijn vader was arts en directeur van een psychiatrische kliniek. Hij volgde van 1989 tot 1992 een opleiding aan de Otto Falckenberg School in München en werd na aanstellingen bij het Staatstheater Kassel, in Bielefeld, Dortmund en de Stadsschouwburg van Keulen in 2001 lid van het ensemble van het Maxim Gorki Theater in Berlijn, waar hij ook vaak als regisseur werkte. In 2002 vertrok hij naar het Duitse Schauspielhaus in Hamburg, waar hij bleef tot 2005 en in producties van Volker Hesse, Thomas Langhoff, Stefan Otteni, Karin Beier, Sebastian Hartmann en Günter Krämer speelde. Sinds september 2005 is Joachim Meyerhoff lid van het ensemble van het Weense Burgtheater. Met de start van het seizoen 2013, keerde hij naar het Duitse Schauspielhaus terug in het ensemble van directeur Karin Beier. Toch bleef hij ook deel uitmaken van het ensemble van het Wiener Burgtheater. Meyerhoff kwam ook telkens weer met zijn eigen programma zoals met het project “Alle Toten fliegen hoch” in het Burgtheater in Wenen. In dit autobiografische programma in zes delen vertelt hij zijn eigen geschiedenis en die van zijn familie. In 2011 verscheen het eerste deel, Amerika, in boekvorm. Meyerhoff ontving voor zijn roman “Alle Toten fliegen hoch, Amerika” in 2011 de Franz-Tumler Literatuurprijs en in 2012 de aanmoedigingsprijs van de Bremer Literatuurprijs.

Uit: Roman. Alle Toten fliegen hoch

“Es war schon immer ganz gleich, wann ich meine Großeltern besuchte. Ob ich vier, zehn oder fünfzehn Jahre alt war, spielte keine Rolle, sie blieben immer dieselben.
Die vielen Urlaube, die ich vor meiner Schauspielausbildung bei ihnen verbrachte, verschwimmen in meiner Erinnerung zu einer einzigen, die Jahre vernebelnden Zeitwolke.
Was auch daran liegen mag, das nur selten einzelne hervorstechende Ereignisse den Alltag meiner Großeltern unterbrachen. Ihr Leben selbst war das Ereignis. Jeder einzelne Tag stand fiir alle Tage und jeder dieser Tage war ein kleines Wunderwerk. Ein von ihnen zelebrierter Parcours, abgesteckt aus Ritual, Disziplin und Skurrilität.
Bis auf den Sonntag, an dem sie in die Kirche gingen oder zu Wanderungen aufbrachen, sahen alle ihre Tage ex-akt gleich aus. Ich habe mich oft gefragt, ob sie ihre Tage überhaupt jemals anders verbrachten, denn ich habe in all den jahren nie etwas Unvorhergesehenes mit ihnen erlebt.
Vielleicht war es sogar so, dass der zentrale Kern ihres Daseins darin bestand, Überraschungen zu vermeiden, und je älter sie wurden, desto penibler wurden sie in der Abfolge ihrer Handlungen. Ihr wunderschönes Haus in der Nähe des Nymphenburger Parks, das sie nur zwei Mal im Jahr länger
verließen - zwei Wochen Lanzarote im Februar, zwei Wochen Dürnberg, ein Luftkurort in den österreichischen Alpen, im Spätsommer -, war der ideale Ort fiir ihre Zeiteinteilungen und Wege.
Mir Fällt kein einziger Gegenstand im Hause meiner Großeltern ein, kein Möbel, keine Schale, kein Untersetzer, kein Teppich, der je den Platz gewechselt hätte. Ja selbst die Schlüssel am Schlüsselbrett hingen stets in derselben Reihenfolge sowie auch die Küchenmesser an der Magnetleiste jahrzehntelang ihre Formation wahrten. Sicher, es kamen im Laufe der Zeit ein paar Dinge dazu. Es wurde ein Platz für sie gesucht, und da blieben sie dann fiir immer. So als hätte die
Freie Stelle geduldig auf genau diesen Gegenstand gewartet.
Das Haus war immer blitzeblank-sauber. Da jedoch die Putzfrau, Frau Schuster, immer dieselbe blieb, die Bügelfrau alt und taub wurde, Herr Moser, der ebenfalls betagte Gärtner und Alleskönner, irgendwann nur noch im Schneckentempo den Rasenmäher kreuz und quer durch den Garten schob, schlichen sich Unebenheiten ein, die aber meine Großeltern durch ihr eigenes Noch-Älter-Sein nicht bemerkten.“

 

 1837654-1fe89d7dd57657a09262b826581603c7.jpg
Joachim Meyerhoff (Hamburg, 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten