Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 februari 2015 tot 23 februari 2015

Ljoedmila Oelitskaja, Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms, Erich Kästner

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ljoedmila Oelitskaja op dit blog.

Uit: Een Russische geschiedenis (Vertaald door Arie van der Ent)

“Tamara zat voor een bord met een spiegelei en at terwijl ze haar droom nog afkeek.
Haar moeder Raïsa Iljinitsjna haalde zo teder ze kon de kam met de spaarzame tanden door haar haar en deed haar best het levende vilt zo veel mogelijk te ontzien.
De radio braakte plechtige muziek uit, maar niet te hard: oma lag te slapen achter het scherm. Toen zweeg de muziek. De pauze was te lang en niet zomaar, zo leek. Daarna weerklonk de stem die iedereen kende: ‘Attentie! Dit is Radio Moskou. Alle radiostations van de Sovjet-Unie zijn in de lucht. Dit is een mededeling van de overheid ...’
De kam verstarde in Tamara’s haar, zelf was ze mete en klaarwakker, schrokte haar gebakken ei op en zei met hese ochtendstem: ‘Mam, vast een of andere stomme verkoudheid en dan meteen het hele land ...’
Ze kreeg geen tijd haar zin af te maken, omdat Raïsa Iljinitsjna opeens met alle kracht een ruk aan de kam  gaf, Tamara’s hoofd abrupt achteroversloeg en haar tanden op elkaar klapten.
‘Hou je mond’, siste Raïsa met verstikte stem.
In de deuropening stond oma in haar kamerjas, zo oud als de Chinese Muur. Ze hoorde het radiobericht stralend aan en zei: ‘Rajetsjka, koop jij iets lekkers bij Jelesejev. Het is vandaag trouwens Poerim. Ik geloof echt dat Samech de pijp uit is.’
Tamara wist toen niet wat Poerim was, waarom er iets lekkers gekocht moest worden, laat staan wie Samech was, die de pijp uit was. Hoe had ze ook moeten weten dat Stalin en Lenin uit veiligheidsoverwegingen in hun familie sinds jaar en dag bij de eerste letter van hun partijnaam werden genoemd, de s en de l, en dan in een geheimzinnige oeroude taal: ‘samech’ en ‘labed’.”

 

 1726785-29294a08abc31e3812eaf1744d53aa3e.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

In Departing Light (Fragment)

My mother all of ninety has to be tied up
in her wheelchair, but still she leans far out of it sideways;
she juts there brokenly,
able to cut
with the sight of her someone who is close. She is hung
like her hanging mouth
in the dignity
of her bleariness, and says that she is
perfectly all right. It is impossible
to get her to complain
or to register anything
for longer than a moment. She has made Stephen Hawking look healthy.
It’s as though
she is being sucked out of existence sideways through a porthole
and we’ve got hold of her feet.
She’s very calm.
If you live long enough it isn’t death you fear
but what life can still do. And she appears to know this
somewhere,
even if there’s no hope she could formulate it.
Yet she is so calm you think of an immortal – a Tithonus withering
forever on the edge
of life,
though never a moment’s grievance. Taken out to air
my mother seems in a motorcycle race, she
the sidecar passenger
who keeps the machine on the road, trying to lie far over
beyond the wheel.

 

 1726785-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: De schimmen (Vertaald door Adri Boon)

“De verdieping daaronder was be- stemd voor opslag, met boxen of berghokken. Boven de zesde verdieping waren het verwarmde zwembad en de speelzaal, met een weids uitzicht over daken en straten. En de conciërgewoning, waar, ofschoon net zo onaf als de rest van het gebouw, sinds een paar maanden, met zijn gezin, de nachtwaker woonde, Raúl Viñas, een Chileense bouwvakker, die, hoewel een enorme drinkebroer, zeer betrouwbaar bleek. Het was buitengewoon warm. En van daar naar bene- den kijken gevaarlijk. De glazen panelen die het ter- ras zouden omgeven waren nog niet geplaatst. De be- zoekers hielden de kinderen ver weg van de rand. Het is waar dat ruimtes in een huis in aanbouw kleiner lijken zolang de ramen, deuren en vloeren niet zijn aangebracht. Dat weet iedereen. En toch was het om- gekeerde ook waar. Domingo Fresno, de architect die het interieur van de tweede verdieping zou verzor- gen, liep onrustig door dat uitgestrekte labyrint, alsof hij in een zandwoestijn ronddwaalde. Tello had rede- lijk goed werk geleverd. Het gebouw stond in elk ge- val stevig op de fundering; het had ook kunnen inzak- ken als een ijsje in de zon. Van de eerste verdieping was niemand gekomen. Op vierhoog waren meneer en mevrouw Kahn, een ouder echtpaar met twee jon- ge dochters, in gezelschap van een binnenhuisarchi- tecte, de buitengewone Elida Gramajo, die hardop be- rekeningen maakte voor de gordijnen. Er moest rekening gehouden worden met de kleinste dingen. En elk detail vereiste dat niet alleen de plek zelf werd opgemeten, maar ook de ruimte eromheen. Dus werd die grote betonnen kooi in al zijn drie dimensies tot op de millimeter nauwkeurig gemeten.Een in het paars geklede dame beklom hijgend de trap tussen de vijfde en de zesde verdieping. Anderen hoefden niet zoveel moeite te doen: ze zweefden naar boven en naar beneden, zelfs dwars door de vloertegels heen. De eigenaars vonden het niet erg dat de bouw vertra- ging had opgelopen, deels omdat pas bij oplevering het restbedrag moest worden voldaan, maar ook om- dat ze het wel prettig vonden extra tijd te hebben voor het kiezen van meubilair en de inrichting.”

 

 1726785-ca3698b5786727b1e11d0fecc70e623b.jpg
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Of A Boy

“It was a warm day and they had behaved, as they had promised they could, so there must be ice-cream. Veronica took her sister's hand. That afternoon, so near to winter, the sky was very blue; the sun felt soft as a cat. The children, on the footpath, paused to wave to their mother. For them, at their age, a trip to the milkbar could take on the dimensions of a voyage.
The mother straightened from the soil, hair falling into her eyes. Her children's voices were thin and high, the piping of chicks in a nest. 'Goodbye, my loves,' she said, the words no more than her habit. The mother would remember, later, the white glint of silver coins held tight in the palm of her son.
Christopher was five, with a child's ponderous gait; his older sisters, leggy as fillies, must match their pace to his. Zoe's thoughts would drift as she ambled, lingering on insects and flowers. Bending again to her garden, the mother knew without calculation that her children would be gone for half an hour: fifteen minutes to the shop, fifteen minutes home.
The route they'd take to the milkbar would bend around four corners of the suburban neighbourhood: two right turns, two left. The neighbourhood was a modest one, and the distances between corners were not great. The result of all the twisting was that no one who saw the Metford children walking through that clear afternoon would see them for very long.
The first witness was changing a tyre, on his knees uncomfortably on a stone driveway. He noticed the children because the little boy, passing the gate, made an infant's noise for a car, brmm. The sound made the man smile, the only thing to have done so all day. The witness recognised the Metfords as local, although he did not know their names. He would tell the police that, when he saw them, the children were alone.”

 

 1726785-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

 

Naar Manet

De suppoost veronderstelt een jongedame,
ze loopt de zaal door naar de verste hoek.
Daar eten op het gras drie mensen samen,
olie op doek.

Ze denkt ik zit heraldisch rechts
(gezien vanaf de bank in het park
of stilhoudend naast Titiaan)
en ik ben slechts een vrouw. Ik heb niets aan.

Ze denkt ik ben de linker god (met hoed),
geleund in het gras
beheers ik het geverfd helaal. En ik poseer
een handgebaar, mijn arm als as
doorkruist haar beeld voorgoed.

Ze denkt of zit ik altijd weer
met achter mij de muze (in het meer)
daar zwijgend tussen in.

De intercom roept om, ze loopt wat sneller
langs Titiaan de zaal uit naar het park.
(De bankjes zijn bezet. Men eet zijn maal.)

De suppoost na nazien van
de zaal en de bezoekers-teller
gaat opgewekt de deuren sluiten:
ieder die binnenkwam ging ook weer buiten.

Men hoort hem hymnen fluiten.

 

 1726785-139f97e6bee883e664871961ebe28bc6.JPG
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Help! De dokter verzuipt...

“Wij staan in deze machteloos. Wij noteren slechts. Het is niet onze taal, doch de zijne. Voor degenen die ons verhaal te borstelig achten, is het lezen van het spoorboekje heilzamer. Het is warempel niet onze schuld dat Angelino voor geen goud ter wereld ooit sprak van een bips. Hij had een koud genoegen in het onbewimpeld benoemen van doorgaans bedekte lichaamsdelen. Bij hem bleef een bips wat het uiteindelijk toch ook is: een kont. Een veel voorkomend ongemak aan het achterste, aambeien, duidde hij aan met reetketelsteen. Doch het siert zijn aard dat hij, zodra er vrouwen aanwezig waren, na elke onparlementaire uitlating zijn verontschuldigingen aanbood met de woorden: neem mij niet kwalijk!
Tegelijkertijd hield hij ervan deftigklinkende woorden en termen te bezigen. Want er is geen wonderlijker en tegenstrijdiger wezen dan de mens. Tegen onze pastoor zei hij dienaar Gods, priester of herder of iets van die aard; een boer noemde hij bij voorkeur landbouwer en een dokter of arts was naar zijn opvattingen uitsluitend een geneesheer.
Groot was Edmund Angelino in zijn liefde voor zijn mensen. Hij luisterde naar hun hebben en houden. Alles wat zij hem vertelden, interesseerde hem hevig. Zieken en eenzamen vereerden hem, want hij schuwde geen moeite indien hij hen kon bijstaan in hun pijnen en hun alleen-zijn. Mogelijk omdat hij zelf in zijn stormachtig verleden zo eenzaam was geweest. Hij had in Borneo geen vrouw bemind. De tijd en de gelegenheid ontbraken hem daartoe. Of hij moest de vrouw van zijn formaat nog ontmoeten.”

 

 1726785-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)
Scene uit de film uit 1974 met Jules Croisset als dokter Angelino 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Fantasie von Übermorgen

Und als der nächste Krieg begann,
da sagten die Frauen: Nein!
und schlossen Bruder, Sohn und Mann
fest in der Wohnung ein.
Dann zogen sie in jedem Land,
wohl vor des Hauptmanns Haus
und hielten Stöcke in der Hand
und holten die Kerle heraus.
Sie legten jeden übers Knie,
der diesen Krieg befahl:
die Herren der Bank und Industrie,
den Minister und General.
Da brach so mancher Stock entzwei.
Und manches Großmaul schwieg.
In allen Ländern gab's Geschrei,
und nirgends gab es Krieg.
Die Frauen gingen dann wieder nach Haus,
zum Bruder und Sohn und Mann,
und sagten ihnen, der Krieg sei aus!
Die Männer starrten zum Fenster hinaus
und sahen die Frauen nicht an...

 

 1726785-71938954ace993475be58bd51e6251e3.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:19 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Ki¨, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Apocalyps

“Als kind heb ik veel in de zon gezeten. Mijn vader runde een vakantiepark (met bungalows, zwembad, restaurant en disco) aan het Gardameer. De zomers bracht ik door bij het zwembad. Toen ik oud genoeg was werkte ik in de keuken of ik hielp mee ijs te verkopen aan de bar naast het zwembad, waar we ook cocktails verkochten en snacks, maar ijs scheppen vond ik het leukst. Ik ontdekte al vroeg mijn commerciële talenten, de verkoop lag mij. Mijn ouders stimuleerden mijn commerciële talenten, zij het op speelse wijze. Er lag geen grote druk op mij. Als ik veel ijs had verkocht kreeg ik een cadeautje, een autootje, een voetbal, of ik mocht extra lang opblijven. Ik heb veel geknikkerd.
Vooral mijn vader was gelovig, hij was een fanatieke kerkganger, maar toen ik hem vertelde dat ik echt geen misdienaar meer wilde zijn knikte hij, verder zei hij niets. Ik heb een jongere broer. Met hem had ik weinig contact, hij hield niet van de zon, hij zat veel binnen. We gingen elkaar uit de weg.
Ik werd naar een internationale school gestuurd. In feite ben ik drietalig opgevoed: Nederlands, de taal van mijn ouders, Engels, de taal die op de internationale school werd gesproken, en Italiaans, de taal van het land waar ik mijn jeugd doorbracht en waar ik mijn commerciële talenten heb kunnen ontwikkelen.
Voor zover een jeugd zorgeloos kan zijn was de mijne zorgeloos. Mijn moeder overleed vrij jong, op mijn zestiende, toen was mijn jeugd feitelijk al voorbij.
Het lag voor de hand dat ik mijn commerciële talenten zou uitbuiten en in de verkoop zou gaan, maar ik besloot fysiotherapeut te worden. Het werken met lichamen trok me uiteindelijk meer dan de verkoop. Mijn halve jeugd heb ik halfnaakte mensen gezien, ik heb de mens leren kennen in zwemkleding. De scheiding tussen lichaam en ziel ervaar ik als iets onnatuurlijks, het lichaam ís de ziel. De fysiotherapie leek mij een natuurlijk vervolg op mijn jeugd aan het Gardameer. Stiekem was ik altijd al fysiotherapeut geweest.
In de winter ging het vakantiepark dicht, mijn vader richtte zich dan op het exporteren van Italiaanse olijfolie en wijnen naar Nederland. Ook hij had commerciële aanleg. Om van je naaste te kunnen houden als van jezelf moest je volgens mijn vader voldoende geld op je bankrekening hebben staan. Voor mij waren de winters een wachtkamer. Het leven begon pas weer als ik in mijn zwembroek langs de badgasten kon paraderen en als ik ze hoorde fluisteren: ‘Dat is de zoon van de eigenaar,’ dan was ik gelukkig.”

 

 1726385-5f894a39c74f6ab120beb34512d2ec00.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook alle tags voor Paul van Ostaijen op dit blog.

 

Herfstlandschap

In de mist is trage een os met een ossenwagen
stappend naast de mist nooit mist zijn maat
de os van de ossenwagen
Uit de mist in de mist met de hortende wagen
dut de wagenvoerder zich niet vast
in een spoorloze slaap

Achter aan de wagen drijft lantaarnlicht
een geringe wig van klaarte in de donkerdiepstraat

 

Ik sta nu eenmaal voorbij de grens...

Ik sta nu eenmaal voorbij de grens,
Aan dewelke ieder normaal mens
Moet stilstand houden.
Een vriend heeft me onlangs verweten,
Dat ik buiten het normale, - volgens hem het goede - ben getreden.
Maar het lot, - of wie? - heeft het zo gewild,
Want het heeft mij het ongewone voorbehouden.
Niet ik ben ongewoon, maar wel mijn levenslot.
Bij mijn vrienden heb ik steeds het grootste verlangen gekend
Om een schone liefde, in de nieuwe Lente.

Maar mijn liefde ontstond
Op een Herfstavond,
Mijn grote liefde, even buiten de stad,
In het wijde park, toen het door de mensen, - de gewone dan? -
gans verlaten was.
Mijn liefde groeide sterk in de koude Winter, -
Enkel zeer mooie bloemen groeien dan. -
Daarom is mijn liefde ook oneindig schoon,
Al is zij, - 't spijt mijn vriend misschien, - ook ongewoon.

 

 

Wiegeliedje voor de geliefde

Dat trage zich toevouwen je oogleden,
te dragen het loom fluweel van onze nacht.

Onze dag is geweest als bange blanke vazen, die waren blij
de bloemen van ons liefdespel te scharen rei aan rei.

Nu zal je slapem, mijn teergeliefde kind,
want morgen moet je de ogen openen: 'n zeer fris blad dat beeft in morgenwind.

Nu zal je slapen, mijn zachte kind, in de kuil van je haren;
straks is het dag, dan moeten wij weer tuilen lezen gaan

Morgen zal er uit het Oosten 'n koning komen, met nieuwe bruidskleren voor ons beiden;
hem zullen wij, arm in arm, als kinderen in het woud, verbeiden.

Knijp nu je ogen dicht, mijn luie luipaard
en strek je heupen naar je lust. Ach du... du.

 

 1726385-abe9992335d803478c5a63ceead1bdb1.jpg
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)
Portret door Floris Jespers, 1928

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook alle tags voor Hugo Ball op dit blog.

 

Noch mischt sich das Gold unsrer Augen

Noch mischt sich das Gold unsrer Augen
Noch fällt ein scheuer Strahl
Auf die lächelnde Madonna
Im sanften Saal.

Noch öffnen sich unsere Arme
Beim Kommen und Gehen weit
Und unsere leuchtenden Herzen
Tragen wir über dem Kleid.

Und alle Liebesglocken
Hängen uns noch im Ohr.
Es fallen und steigen die Locken
Im Engelchor.

Und im tiefgrünen Raume,
Da tanzet unser Kind.
Es wiegt sich auf den Zehen
Und hebet sein Röcklein lind.

Und über unserem Garten
Glänzet der Lilienschnee
Es spiegeln die weißen Flammen
Sich zart im blauen See ...

Noch sind unsere Hände verschlungen
Noch schluchzen die Vögel leis
Und mit den seligsten Tränen
Füllt sich der Zauberkreis ...

 

 

Karawane

jolifanto bambla o falli bambla
großgiga m'pfa habla horem
egiga goramen
higo bloiko russula huju
hollaka hollala
anlogo bung
blago bung blago bung
bosso fataka
ü üü ü
schampa wulla wussa olobo
hej tatta gorem
eschige zunbada
wulubu ssubudu uluwu ssubudu
tumba ba-umf
kusa gauma
ba – umf

 

 1726385-67d9f29c32b12bb8a5319df8758ba8fc.jpeg
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)
Hugo Ball bij de voordracht van klankgedichten

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

Uit: The Attic (Vertaald door John K. Cox)

“Back at the time I think I first met her, I was feverishly demanding answers from life, and so I was completely caught up in myself—that is, caught up in the vital issues of existence.
Here are some of the questions to which I was seeking answers:
—the issue of the organic exchange of matter and
—the issue of nourishment
—metempsychosis
—life on other planets and
—out in space
—the age of the earth
—the difference between culture and civilization
—the race issue
—apoliticism or engagement
—kindness or heedlessness
—Superman or Everyman
—idealism or materialism
—Don Quixote or Sancho Panza
—Hamlet or Don Juan
—pessimism or optimism
—death or suicide
and so on and so forth.
These problems and a dozen more like them stood before me like an army of moody and taciturn sphinxes. And so, right when I had reached issue number nine—the issue of nourishment—after having solved the first eight problems in one fashion or another, the last addition to the list turned up: the question of love . . .”

 

 1726385-3c575ea23ad6acc16bb11ab2170ef5e6.jpg
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989) 
Portret door Ratko Soc, z.j.

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook alle tags voor Sean O'Faolain op dit blog.

Uit: The Faithless Wife

"Adding it all up (he was a persistent adder-upper" only one problem had so far defeated him: that he was a foreigner and did not know what sort of woman Irish women are. It was not as if he had not done his systematic best to find out, beginning with a course of reading through the novels of her country. A vain exercise. With the exception of the Molly Bloom of James Joyce the Irish Novel had not only failed to present him with any fascinating woman but it had presented him with, in his sense of the word, no woman at all.
(…)

"…half savage Brueghelesque peasants, or urban petite functionnaires drunk on religion, patriotism, or undiluted whiskey or taking flight to England..pastoral humbuggery or at its best pastoral lyricism.  As for Molly Bloom!  He enjoyed the smell of every kissable pore of her voluptuous body without for one moment believing she ever existed. James Joyce in drag."

 

 1726385-ab4c5c7fe839b70a33ed6a4ba7762627.jpg
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zie ook alle tags voor Jane Bowles op dit blog.

Uit: Two Serious Ladies

“Like most people, you are not able to face more than one fear during your lifetime. You also spend your life fleeing from your first fear towards your first hope. Be careful that you do not, through your own wiliness, end up always in the same position in which you began. I do not advise you to spend your life surrounding yourself with those things which you term necessary to your existence, regardless of whether or not they are objectively interesting in themselves or even to your own particular intellect. I believe sincerely that only those men who reach the stage where it is possible for them to combat a second tragedy within themselves, and not the first over and over again, are worthy of being called mature. When you think someone is going ahead, make sure that he is not really standing still. In order to go ahead, you must leave things behind which most people are unwilling to do. Your first pain, you carry it with you like a lodestone in your breast because all tenderness will come from there. You must carry it with you through your whole life but you must not circle around it. You must give up the search for those symbols which only serve to hide its face from you. You will have the illusion that they are disparate and manifold but they are always the same. if you are only interested in a bearable life, perhaps this letter does not concern you. For god's sake, a ship leaving port is still a wonderful thing to see.”

 

 1726385-8a5fbddd772e1927900abb5415d08234.jpg
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)
Cover

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

A Secretery Of Spirits

The following minutes were
logged by this Secretary to
the Spirits during the last five
years which have occasionally been
like a devil woman on a heart

Sometimes I felt
only a beetle could inch up
from this situation
Y'awl know what I mean

I am no bettle
not even a bishop
got 90% wrong on the priest's
exam
Scared of snakes

Just a red baboon with the
hurricane's eye
got up sometimes in a Businessman's
three-piece
Mostly an errand boy for the spirits
It's honest Work
You can even come by promotions
I'll rise or
maybe grow up even

I hail from a long line of
risers
like Grand ma ma, old oak
off on a new path
she sculpts from the clay

 

 1726385-0bd40c114be35239d36677435d299384.jpg
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Edna St. Vincent Millay, Morley Callaghan, Wayne C. Booth, Jules Renard, James Russell Lowell, Ottilie Wildermuth

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

Well, I Have Lost You

Well, I have lost you; and I lost you fairly;
In my own way, and with my full consent.
Say what you will, kings in a tumbrel rarely
Went to their deaths more proud than this one went.
Some nights of apprehension and hot weeping
I will confess; but that's permitted me;
Day dried my eyes; I was not one for keeping
Rubbed in a cage a wing that would be free.

If I had loved you less or played you slyly
I might have held you for a summer more,
But at the cost of words I value highly,
And no such summer as the one before.
Should I outlive this anguish—and men do—
I shall have only good to say of you.

 

 

I Know I Am But Summer To Your Heart

I know I am but summer to your heart,
And not the full four seasons of the year;
And you must welcome from another part
Such noble moods as are not mine, my dear.
No gracious weight of golden fruits to sell
Have I, nor any wise and wintry thing;
And I have loved you all too long and well
To carry still the high sweet breast of Spring.

Wherefore I say: O love, as summer goes,
I must be gone, steal forth with silent drums,
That you may hail anew the bird and rose
When I come back to you, as summer comes.
Else will you seek, at some not distant time,

Even your summer in another clime.

 

 

To The Not Impossible Him

How shall I know, unless I go
To Cairo and Cathay,
Whether or not this blessed spot
Is blest in every way?

Now it may be, the flower for me
Is this beneath my nose:
How shall I tell, unless I smell
The Carthaginian rose?

The fabric of my faithful love
No power shall dim or ravel
Whilst I stay here,—but oh, my dear,
If I should ever travel!

 

 

 1726375-564e7fb68fc1209512f5d09310ab1e42.jpg
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)
Standbeeld in Camden, Maine

 

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Zie ook alle tags voor Morley Callaghan op dit blog. 

Uit:All the Years of Her Life

''Who is at home?''Mr. Carr asked.
''My mother, I think.''
Mr. Carr started to go to the phone. Alfred's fears made him raise his voice. He wanted to show he was afraid of nobody. He acted this way every time he got into trouble. This had happened many times since he left school. At such times, he always spoke in a loud voice as he did tonight.
"Just a minute!" He said to Mr. Carr. "You don't have to get anybody else into this, you don't have to tell her." Alfred tried to sound big, but deep down he was like a child. He hoped that someone at home would come quickly to save him. But Mr. Carr was already talking to his mother, he told her to come to the store in a hurry.
Alfred thought his mother would come rushing in, eyes burning with anger. Maybe she would be crying and would push him away when he tried to explain to her. She would made him feel so small. Yet he wanted her to come quickly before Mr. Carr called in a policeman.
Alfred and Mr. Carr waited but said nothing, at last they heard someone at the closed door. Mr. Carr opened it and said, "Come in, Mrs. Higgins." His face was hard and serious. Alfred's mother came in with a friendly smile on her face and put out her hand to Mr. Carr and said politely, "I am Mrs. Higgins, Alfred's mother."

 

 1726375-885e110f87c5f2700cf208ebc55564f1.jpg
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

 

 

De Amerikaanse letterkundige en literatuurwetenschapper Wayne Clayton Booth werd geboren op 22 februari 1921 in American Fork, Utah. Zie ook alle tags voor Wayne C. Booth op dit blog.

Uit: Confessions of an Aging, Hypocritical Ex-Missionary

“Where am I now? Well, I'm still a "Mormon," but one who puts quotation marks around most of my religious commitments the marks always translated not as "disbelief" but as "Allow me my own definitions." The pious young believer and I have engaged in a variety of dialogues for going on seven decades. As my beliefs and unbeliefs have shifted about, the debates have, of course, changed ground. At times I've treated the boy as a stupid oaf, and he's treated me as a lost soul. Sometimes he has been so shocked by my ideas, and even more by how low I rank coffee or wine drinking on the scale of sins, that he has simply and angrily cast me off, even as I have lamented his naive commitment to silly superstitions and destructive prejudices.
Now, though, as he and I face the many conflicting religious and anti-religious conflicts flooding our world, the distance between us seems to me far less, and the need to get together, in spite of his remaining conviction that that is impossible, seems ever greater. After all, I tell him, many of my admired religious friends now talk about an apocalyptical ending fully as confidently as he does. And some of them even have in mind, as he does, a second coming: if we can just probe space far enough and vigorously enough, we'll find some planet to escape to when this one collapses. Isn't it time, I now ask my young self, to probe beneath the superficial "verbal" differences to the true grounds of our strongest convictions? Isn't our real assignment, as we approach the new millennium, to discover what we share and then decide, probing our differences, just what can be cast aside?”

 

 1726375-754bb9210c6016aab4d2fc5dbc494400.jpg
Wayne C. Booth (22 februari 1921 – 9 oktober 2005)
Mount Timpanogos Temple, American Fork

 

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Zie ook alle tags voor Jules Renard op dit blog.

Uit: Journal de Jules Renard 1905-1910

« 1905.
Il veut se faire enterrer civilement.
— Faudra-t-il parler sur la tombe ?
— Parlez si vous voulez ! Je ne vous répondrai pas.
Causerie à Marigny sur Victor Hugo. Je demande s'il faut continuer. J'entends : « Oui ! oui ! Toute la nuit ! Toute la nuit ! »
Le froid. Les cartes de l'école dans l'ombre. L'unique lampe. Tous debout autour du poêle.
Le poète Ponge me présente et lit un papier. M. Roy ne me fait pas de compliments, mais il a entendu un tel « qui parle bien aussi ».
— J'ai froid.
— C'est la saison qui veut ça, dit le riche.
Hiver. Des vitres dessinées par Vallotton.
Le vent lui-même a gelé.
La glace répandue sur le pré comme des glaces brisées.
— Oh ! vous, me dit-il, vous avez vite fait de venir !
Comme si j'allais plus vite que le train.
Ils veulent voir l'âme du feu. »

 

 1726375-985d62eda6c9cdf413e0d7b88ed592c1.jpg
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook alle tags voor James Russell Lowell op dit blog.

 

Sonnet

The Maple puts her corals on in May,
While loitering frosts about the lowlands cling,
To be in tune with what the robins sing,
Plastering new log-huts 'mid her branches gray;
But when the Autumn southward turns away,
Then in her veins burns most the blood of Spring,
And every leaf, intensely blossoming,
Makes the year's sunset pale the set of day.
O Youth unprescient, were it only so
With trees you plant, and in whose shade reclined,
Thinking their drifting blooms Fate's coldest snow,
You carve dear names upon the faithful rind,
Nor in that vernal stem the cross foreknow
That Age may bear, silent, yet unresigned!

 

 

Sonnet II

What were I, Love, if I were stripped of thee,
If thine eyes shut me out whereby I live.
Thou, who unto my calmer soul dost give
Knowledge, and Truth, and holy Mystery,
Wherein Truth mainly lies for those who see
Beyond the earthly and the fugitive,
Who in the grandeur of the soul believe,
And only in the Infinite are free?
Without thee I were naked, bleak, and bare
As yon dead cedar on the sea-cliff's brow;
And Nature's teachings, which come to me now,
Common and beautiful as light and air,
Would be as fruitless as a stream which still
Slips through the wheel of some old ruined mill.

 

 1726375-e6bb079aaee1815b77a240993023558a.jpg
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891) 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ottilie Wildermuth werd geboren op 22 februari 1817 in Rottenburg am Neckar. Zie ook alle tags voor Ottilie Wildermuth op dit blog.

 

Der Hausfrau Frühlingsfeier - II

Sieh, wie sie ordnet, wie sie sucht
In ihren Sachen allen,
Da ist ein alt vergessen Blatt
Ihr in die Hand gefallen.

„Was können es für Blätter sein?
Sie mögen mit den andern,
— Zum Lesen hab ich jetzt nicht Zeit -
Wohl in das Feuer wandern."

Doch aber sieht sie sorgsam nach,
Ob es nichts Zu bedeuten.
Das ist nicht Rechnung, ist nicht Brief,
Das stammt aus jungen Zeiten!

Das ist ein scherzhaft‘ Protokoll
Von einem frohen Spiele;
Was regen sich in ihrer Brust
Für kindische Gefühle?

Sie lässt den Kasten offen stehn,
Sie liest mit Hellem Lachen,
Sie fühlt die ganze junge Zeit
In ihrer Brust erwachen.

Ihr Frau'n, vergesst den Frühling nicht!
Er lässt nicht mit sich scherzen;
Er sendet seine Boten aus
Auch in die stillsten Herzen.

 

 1726375-64b611df34603515a023ea34271b5d39.jpg
Ottilie Wildermuth (22 februari 1817 – 12 juli 1877)

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Am ersten Sonntag in der Fasten (Annette von Droste-Hülshoff )

 

Bij de eerste zondag van de vasten

 

 1726372-9d1564cf742175f25597754d1b42eb2a.jpg
De verzoeking van Jezus op de berg door Duccio di Buoninsegna, 1308-1311

 

 

Am ersten Sonntag in der Fasten
Evang.: Von der Versuchung Christi

»Sprich, daß diese Steine Brode werden!
Laß dich deine Engel niedertragen!
Sieh die Reiche dieser ganzen Erden!
Willst du deinem Schöpfer nicht entsagen?«
Dunkler Geist, und warst du gleich befangen,
Da du deinen Gott und Herrn versucht:
Ach, in deinen Netzen zahllos hangen
Sie, verloren an die tück'sche Frucht.

Ehrgeiz, Hoffahrt, dieser Erde Freuden,
Götzen, denen teure Seelen sterben.
O mein Gott, laß mich nicht ewig scheiden!
Laß mich selber nicht den Tod erwerben!
Ganz verwirrt weiß ich mich nicht zu fassen,
Drohend schwankt um mich der falsche Grund;
Ach, der eignen schwachen Kraft gelassen,
Tret' ich sinnlos in den losen Schlund.

Jesu mein, zu dir steigt auf mein Flehen,
Auf der Kreuzesleiter meine Stimme!
Du berührst die Meere, sie vergehen,
Und die Berge rauchen deinem Grimme;
Doch mit tausend Himmelszweigen blühet
Dein unendlich Gnadenwort empor;
Du verlöschest nicht den Docht, der glühet,
Und zerbrichst nicht das geknickte Rohr.

Herr, ich bin ein arm und kaum noch glühend
Döchtlein am Altare deiner Gnade;
Sieh, mich löscht ein mattes Lüftchen fliehend,
Mich ein Tropfen von der Welt Gestade!
Ach, wenn nicht in meinem Herzen bliebe
Nur ein einzig leuchtend Pünktlein noch,
Jener heiße Funken deiner Liebe,
Wie so ganz erstorben wär' ich doch!

Herr, du hast vielleicht noch viel beschlossen
Für dies kurze ruhelose Leben,
Ob ich soll in Qualen hingegossen,
Ob ich soll in allen Freuden weben;
Darf ich wählen, und will Lust mich trennen,
Brenne mich in Leidensflammen rein!
O, die Not lehrt deinen Namen nennen!
Doch die Ehre steht so gern allein.

Lauscht vielleicht verborgen eine Spitze
In dem Lob, das mir die Menschen bringen,
Daß ich noch die letzte Kraft besitze
Dich zu rühmen, deinen Preis zu singen?
Sind auch hier die Netze aufgeschlagen,
Wo der Mund zu deiner Ehre schafft,
Und ich wär' zu schwach das Lob zu tragen,
Und es bräche meine letzte Kraft?

Herr! Du weißt, wie trüb in meiner Seele,
Wie verloren die Gebete stehen,
Daß ich möchte wie um große Fehle
Büßen, daß ich es gewagt zu flehen.
Mein Gebet ist wie von einem Toten,
Ist ein kalter Dunst vor deinem Thron;
Herr, du hast es selber mir geboten,
Und du hörtest den verlornen Sohn!

Laß mich, Herr, es immerdar empfinden,
Wie ich tief gesunken unter Allen,
Laß mich nicht zu allen meinen Sünden
Noch in frevelhafte Torheit fallen!
Meine Pflichten stehen über Vielen,
Unter Allen meiner Tugend Kraft.
Ach, ich mußte wohl die Kraft verspielen
In dem Spiel mit Sünd' und Leidenschaft!

Willst du mehr der Erdengüter schenken,
Soll ich die besessenen verlieren –
Laß in Lust und Jammer mich bedenken,
Was der fremden Armut mag gebühren!
Trag ich alles Erdenglück zu Grabe,
Es ersteht vielleicht unsterblich mir,
Wenn ich treulich meine arme Habe
In Entbehrung teile für und für.

Selber kann ich diesen Kampf nicht wagen.
Deine Gnaden hab' ich all verloren;
Wenn du mich verläßt, ich darf nicht klagen,
Hab' ich doch die Finsternis erkoren,
Hoffart, Ehrgeiz, dieser Erde Freuden.
O mein Jesu, ziehe mich zurück!
Ach, was hab' ich denn, um sie zu meiden,
Als zu dir den angsterfüllten Blick?

 

 

1726372-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hülshoff, Kapel. Linker koorraam met
Sint Franciscus en Sint Werner van Overwesel (detail)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e februari mijn volgende twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Ruben van Gogh

De Nederlandse dichter Ruben van Gogh werd geboren in Dokkum op 22 februari 1967. Hij debuteerde in 1996 met “De Man van Taal”. Daarop volgde in 1999 de bundel “De hemel in, de hemel uit”. Deze twee bundels werden in 2001 gezamenlijk herdrukt in “Aan het eind van het begin”. Vervolgens schreef hij de bundel “Zoekmachines” en in januari 2006 verscheen zijn vierde bundel: “Klein Oera Linda”, een bundel met afwijkende typografie, die een alternatieve wijze van poëzie lezen vereist. Van Gogh was in 1999 de samensteller van de bundel “Sprong naar de sterren”, de laatste generatie dichters van de twintigste eeuw, met werk van jonge aanstormende dichters waaronder: Bart FM Droog, Serge van Duijnhoven, Jo Govaerts, Ingmar Heytze, Peter Holvoet-Hanssen, Erik Menkveld, Ronald Ohlsen, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Alfred Schaffer, Ilse Starkenburg, Mustafa Stitou, Tommy Wieringa, Albertina Soepboer en Menno Wigman. De titel van de bundel was ontleend aan Arjan Witte's Kikkerbloed. De bundel deed nogal wat stof opwaaien onder meer vanwege de inleiding die Van Gogh bij de bundel schreef. Daarin ageerde hij onder meer tegen gevestigde dichters zoals Piet Gerbrandy die ‘openlijk toegeeft nooit televisie te kijken’. Onder de titel “We hebben elkaar lief” vertaalde Ruben van Gogh een aantal liefdesgedichten van Jacques Prévert. Van Gogh was onder meer te zien op het 2003 Taipei International Poetry Festival in Taiwan, bij Dichter aan Huis in Den Haag en op het Stockholms Poesifestival. In 2004 trad hij op in Milaan en stond hij op Lowlands. Tevens schreef hij voor Yo! Opera Festival twee libretto's voor busopera's. In 2006 presenteerde hij met collega-dichter Joost Zwagerman Poëzie in Carré.

 

Van dat soort dingen

Polen in het park, halsbandparkieten
in een boom erboven, en ik
met m'n Tibetaanse terriër, loop langs:
kwart Hongaars, kwart Frans, de rest
Fries, enkel wat Nederlands machtig
Een Engelsman springt van de brug,
liefdesverdriet om een Afrikaanse
van de overkant. Wat staan ze daar
te kijken, die Marokkanen, hij is al
geland, er wordt al gebeld, niets
aan de hand - de halsbandparkieten
krijsen, krijsen. Ik herinner me ineens
wat woordjes Frans: l'amour, la tristesse,
dat soort dingen, besluit dan in mijn
beste koeterwaals zacht voor me uit
te zingen. Van dat soort dingen dus,
van dat soort dingen.

 

 

Wateraubade

Zacht water, rietkraagbehager, vissenkomvuller,
voortdurende kabbelaar bij zwoel namiddagwandelen:

zonvanger in avondrood, luchtbellendrager.
Nooit iemand zo mooi dood gezien als zwevend

in jou. Begeleider van gewijd leven, wijdverbreide
aarde-omhuller, dorstlesser van de bovenste plank,

oceaanstomer-medium. Wolkenvormer, regenpak-
bestormer, lichtbreker, hitteverkoeler. Voeler

van inhoud: koud water, warm water, kokend heet water,
stoom en damp. Laat mij je aquanaut zijn, je H2O-heraut,

badbewoner, regendanser - geen vijver voor vissen
maar enkel voor jou. Lief rimpeloppervlakje op elk

maatbekerbakje, zodat ik altijd weet hoeveel je wel
niet bent. O noodgedwongen longen van het buitengaatse,

naar binnen gedrongen kieuwen, nooit zal ik je kunnen
ademen: ok, ik kan me in je onderdompelen,

maar ik kom altijd boven. Kranen - blijf altijd stromen,
woestijnen - blijf altijd dromen met je fata morgana's

vol levenselixer. Genoeg nu, ik mis je, mis je, mis je

 

 1756445-873c4f76d0b35ca5366c8a6596898398.jpg
Ruben van Gogh (Dokkum, 22 februari 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten