Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 februari 2015 tot 24 februari 2015

Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: African Psycho (Vertaald door Christine Schwartz Hartley)

“Still, it's weird: Every time one of my deeds ends in fiasco, something—I don't know what exactly—compels me to think about Angoualima, my idol, and to make for his grave in the cemetery of the Dead-Who-Are-Not-Allowed-to-Sleep in the first hours of the day. There I talk to him, listen to him take me to task, call me an imbecile, an idiot, or a pitiful character. I agree, abandon myself to the fascination he exerts over me, and take these insults as a sign of the affection that only he shows me. Now if only I could convince myself that it is not in my interest to compare myself to him or desperately seek his approval as a master of crime, I might be able to start working with a free spirit. To each his own manner and personality. I certainly have tried to pursue this course. It's not as simple as it seems.
Why take Angoualima as a model and not another of our town's bandits? I finally found an explanation. Actually, when I was just a teenager with skeletal legs, drifting through the sticky streets of the He-Who-Drinks-Water-Is-an-Idiot neighborhood, playing scarfball with other kids my age, I would already hear people talk about Angoualima and would recognize myself in each of his gestures, which the whole country decried. I felt admiration for him. In a certain way he had preceded me in the type of existence I dreamed of for myself. So as not to despair, I persuaded myself that I resembled him, that his destiny and mine had the same arc, and that little by little I would eventually climb each step until my head, shaped like a rectangular brick, deserved a crown of laurels.
I did resemble him. Not in any physical way, but in that he cultivated a taste for solitude and that he hadn't been recognized by his parents either—they abandoned him at a great crossroads of life where the poor child had no idea what path to take.”
 

1727480-d9e591ee006728bec56166478c3fff06.jpg
Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Supertex

“Ik moest Jimmy Tsjin bellen en de elektrische wekker begon te zeuren. Ik lag tegen de billen van Maria en slaperig draaide zij zich om toen ze voelde dat ik wilde opstaan. Ze sloeg haar armen om me heen en hing met haar volle gewicht aan mijn nek. Ik kon dat hebben want mijn overgewicht had zich voor een deel in mijn nek genesteld. “Even wachten, schatje, ”zei ik “eerst bellen, dan kom ik weer tegen je liggen.”
(…)

“Ik besefte dat ik hen zou raken. Een halve chassidische familie, zaterdag ochtend vroeg op weg naar de sjoel om tot G’d te bidden en Hem ook voor mij vergiffenis te vragen, zou ik wegvagen omdat ik zo hoognodig een telefoontje naar Bankok moest plegen over een partij wintergoed. Straks zouden ze de chassieden van de vooruit krabben en ik zou in het cachot geworpen worden. Ik reed hier honderdtwintig en was net van plan naar de vier door te schakelen om op het einde van de Lairese in de vijf en boven de tweehonderd te zitten. Ik zag hun onschuldige gezichten dichterbij kom en en ik begon te bidden. Opnieuw had de Heer mij uitverkoren.
De abs-remmen van ingenieur Porsche vertraagden de wagen met velen kilometers per meter en begon erop te lijken dat ik net ter hoogte van de voorste chassidische jongen tot stilstand zou komen. Als door een reusachtige hand tegengehouden verloor de auto zijn laatste snelheid. Een klein schokje kondigde absolute rust aan en alsof mijn tastzin zich tot de voorbumper had uitgestrekt merkte ik dat ik de jongen net schampte, zoals je iemand een schouderklopje geeft.”

 

 1727480-c44080ffe30de8b31d8bfccbb85338a2.jpg
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

Uit: The Untilled Field (A Letter To Rome)

“One morning the priest's housekeeper mentioned as she gathered up the breakfast things, that Mike Mulhare had refused to let his daughter Catherine marry James Murdoch until he had earned the price of a pig.
"This is bad news," said the priest, and he laid down the newspaper.
"And he waited for her all the summer! Wasn't it in February last that he came out of the poor-house? And the fine cabin he has built for her! He'll be that lonesome, he'll be going to America."
"To America!" said the priest.
"Maybe it will be going back to the poor-house he'll be, for he'll never earn the price of his passage at the relief works."
The priest looked at her for a moment as if he did not catch her meaning, and then a knock came at the door, and he said:—
"The inspector is here, and there are people waiting for me."
And while he was distributing the clothes he had received from Manchester, he argued with the inspector as to the direction the new road should take; and when he came back from the relief works, there was his dinner. He was busy writing letters all the afternoon; it was not until he had handed them to the post-mistress that his mind was free to think of poor James Murdoch, who had built a cabin at the end of one of the famine roads in a hollow out of the way of the wind. From a long way off the priest could see him digging his patch of bog."

 

 1727480-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)
Ballyglass, vuurtoren


 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

Uit: Durch die Erde ein Riß

„Kimme und Korn, verklemmt und verkantet, und kehrt wurde immer auf dem linken Absatz gemacht.
Landsknechtstrommeln dröhnten, Fanfaren gellten, abends loderte auf dem Markt ein Feuer. Mit Flammen hatten's die Nazis auch in Mittweida, mit Sonnwendfeuern und Fackelzügen; es muß sie geschmerzt haben, als sie im Herbst 1939 feindlicher Flieger wegen auf dieses Rauschmittel verzichten mußten. Schon einige Wochen vorher, an seinem zehnten Geburtstag, hatte der künftige Pimpf dies auf dem Gabentisch gefunden: Braunhemd und schwarze Hose von den Großeltern, Koppel und Schulterriemen von Tante Lucie, Halstuch und Knoten und Jacke von Mutter und Vater. Er machte sich uniform damit, bevor er sich am Morgen des 20. April mit wimmelnden Scharen anderer Jungen auf dem »Platz der SA« einfand und unter überlaut wiederholten und nicht verstandenen Befehlen in Reih und Glied geschubst wurde. Da merkte er schon, daß er pinkeln mußte und wagte nicht, sich ein Stückchen davonzumachen und in einen Winkel zu stellen; der Druck der Blase verstärkte sich beim Marsch durch die halbe Stadt zum Schützenhaus hin- auf, im Saal traute er sich erst recht nicht, einen Schnurträger um Erlaubnis zum Austreten zu bitten. Fahnen wurden hereinzelebriert, Reden gehalten, und im Pimpfanwärter L. wuchs die Scham, im heiligsten Augenblick, der ihm bislang vergönnt gewesen war, entlaufen zu müssen zur teergestrichenen Wand neben der Bühne, und es wuchs die Angst, er pißte sich in die Hosen. Als die Not am höchsten war, quälte er sich doch aus der Reihe und auf einen Beschnurten zu, der sah ihm seine Bedrängnis an und wartete keine Frage ab und zeigte eilfertig den Weg, der Gequälte erreichte die Teerwand mit Müh und Not und schiffte in panischer Hast durchs Hosenbein; das Glück dabei war größer als jedes andere an diesem Tag.“

 

 1727480-588dbcc9965d3b018eca0ecbf125b2a5.jpg
Erich Loest (24 februari 1926 - 12 september 2013)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook alle tags voor Luc Verbeke op dit blog.

 

Wolken regenen verdriet

Wolken regenen verdriet
in het eeuwig-dorstige zand,
in poriën van de dood:
miljarden atomen
en cellen
van mens, dier en plant
in zon en vuur geschroeid,
versteend, verpulverd,
eeuwenlang
tot as gebrand.
Maar Geest waait de geest
los en vrij
waar hij wil
door licht, lucht en land,
levend nieuw als de wind.
Dood leeft van het brood
van het leven.
Leven leeft op de dood
en liefde wint.

 

 1727480-65926132574da43fbcd7a852608d8ccd.jpg
Luc Verbeke (24 februari 1924 – 30 september 2013)

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook alle tags voor Wilhelm Grimm op dit blog.

Uit: Die hagere Liese

„Ganz anders als der faule Heinz und die dicke Trine, die sich von nichts aus ihrer Ruhe bringen ließen, dachte die hagere Liese. Sie äscherte sich ab von Morgen bis Abend und lud ihrem Mann, dem langen Lenz, so viel Arbeit auf, daß er schwerer zu tragen hatte als ein Esel an drei Säcken. Es war aber alles umsonst, sie hatten nichts und kamen zu nichts. Eines Abends, als sie im Bette lag und vor Müdigkeit kaum ein Glied regen konnte, ließen sie die Gedanken doch nicht einschlafen. Sie stieß ihren Mann mit dem Ellenbogen in die Seite und sprach „hörst du, Lenz, was ich gedacht habe? wenn ich einen Gulden fände, und einer mir geschenkt würde, so wollte ich einen dazu borgen, und du solltest mir auch noch einen geben: so bald ich dann die vier Gulden beisammen hätte, so wollte ich eine junge Kuh kaufen.“ Dem Mann gefiel das recht gut, „ich weiß zwar nicht,“ sprach er, „woher ich den Gulden nehmen soll, den du von mir willst geschenkt haben, aber wenn du dennoch das Geld zusammenbringst, und du kannst dafür eine Kuh kaufen, so thust du wohl, wenn du dein Vorhaben ausführst. Ich freue mich,“ fügte er hinzu, „wenn die Kuh ein Kälbchen bringt, so werde ich doch manchmal zu meiner Erquickung einen Trunk Milch erhalten.“ „Die Milch ist nicht für dich,“ sagte die Frau, „wir lassen das Kalb saugen, damit es groß und fett wird, und wir es gut verkaufen können.“

 

 1727480-2b297b04b2906a04b365f6f2fd385eac.jpg
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)
Illustratie door Rudolf Schiestl

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Spielhagen werd geboren op 24 februari 1829 in Magdeburg. Zie ook alle tags voor Friedrich Spielhagen op dit blog.

Uit: Uhlenhans

“Hans hatte, da ihn der Heimweg gerade durch Prora geführt, in dem Stalle des Gasthofes »zum König von Preußen« die frisch milchende Kuh angesehen, die er gestern hereingeschickt; den herzlichen Dank der jungen Frau verlegen abgelehnt; in der Wirtsstube von dem neuen Doppelbier, das ihm Clas Wenhak aufgenötigt, nur eben genippt, und war nun mit demselben zur Thür hinaus getreten, wo der Hausknecht sein Pferd am Zügel hielt.
Clas Wenhak schob den Mann beiseite: er selbst wollte dem Herrn Baron beim Aufsteigen behilflich sein. Der hatte bereits den Fuß im Bügel, zog ihn aber wieder zurück. Ueber den kleinen offenen Platz kam sehr schnell ein Jagdwägelchen heran gerasselt, in dessen zweitem Sitz, in die Ecke gelehnt, Fürst Prora saß und sich jetzt, als er des Barons gewahr wurde, schnell aufrichtete, dem Kutscher ein Wort zurufend.
Der Wagen hielt.
Hans war an das Gefährt heran getreten. Der Fürst streckte ihm lebhaft die Hand entgegen.
Guten Abend, lieber Baron! Was führt Sie so spät hierher?
Geschäfte, Durchlaucht –
Ich frage nur, weil ich mich selbst verspätet habe. Sie sind doch auch heute auf dem Zauberfeste in Griebenitz?“

 

 1727480-4b356f5f1afb0b5b17eb9adbaf66e28c.jpg
Friedrich Spielhagen (24 februari 1829 – 25 februari 1911)
Magdeburg, Alter Markt (Fotochroomafdruk)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Herman Maas

De Nederlandse schrijver en journalist Herman Hubertus Joannes (Herman) Maas werd geboren in Venray op 24 februari 1877. Maas huwde in 1903 met Henriette Braem uit Arcen. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Maas begon zijn carrière als onderwijzer op lagere scholen in Oirlo en Ospel. Vervolgens werkte hij vier jaar als verzekeringsagent. In 1915 werd hij leraar aan de kweekschool te Venlo. Maas schreef zijn eerste stuk in 1896 in het Venrayse weekblad Peel en Maas en gebruikte daarbij de schuilnaam Peter van Venrode. Gedurende zijn hele leven bleef zijn geboortestreek De Peel een belangrijke bron van inspiratie In 1900 begon Maas met literaire bijdragen met een kritische boodschap. Wat later werden deze ook politiek van aard. Zijn eerste roman uit 1901 kan exemplarisch geacht worden voor het latere werk. Maas kaart daarin sociale wantoestanden, kleinburgerlijkheid en wanbestuur aan. Zijn roman “Verstooteling” uit 1907 levert Maas dermate veel problemen op dat hij op zoek moest naar een andere baan. Van 1915 tot 1923 was hij leraar aan de Rijksnormaalschool te Venlo. Hij combineerde deze baan met zijn werk als journalist voor het blad Limburgs Belang en zijn deelname aan de plaatselijke politiek in zijn woonplaats Roermond. Maas is zich altijd blijven verzetten tegen de vergaande invloed van de confessionele coalitie op de maatschappelijke ontwikkelingen. Vanaf 1933 had hij door langdurige werkloosheid met slechts een klein wachtgeld te kampen met miserabele levensomstandigheden. Zijn echtgenote werd in dat jaar met een chronische depressie blijvend opgenomen op de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting. Mede onder invloed van zijn oudste zoon raakte hij steeds meer betrokken bij de fascistische wereldbeschouwing. Hij werd ook lid van de Kultuurkamer. Maas bleef tot op zijn 80e levensjaar als schrijver actief, hij had als bijnaam de Limburgse Zola.

Uit: Landelijke eenvoud

“Op de ‘groes’, onder een breedkruinigen appelboom, stonden Nel en Driek bij elkaar. Hij leunde met den schouder tegen den stam, het eene been over 't andere geslagen, in loom-hangerige houding. Nel stond voor hem, plukte aan haar blauw schort, de oogen gericht naar den grond, waar zij toch niets zag.
Terwijl haar eene klomp al maar door grasspieren neertrapte onder haar onbewust beweeg van den voet, vertelde zij, hoe vader en moeder 's avonds van te voren weer opgespeeld hadden, omdat zij het met Driek niet uitmaken wilde. Ze hadden haar uitgescholden voor al wat leelijk was, totdat zij eindelijk van kwaadheid naar bed was geloopen. Maar zij had gezegd, dat ze het niet deed, nooit. Ze ‘ging’ met Driek, als ze zelf wilde, en niemand had zich daarmee te bemoeien. Wat dachten ze wel?....
Toen ze in haar bed lag, had ze zich niet meer kunnen inhouden. Ze had wel een uur lang liggen schreien....
Telkens na eenige oogenblikken vlug vertellen, daalde een zwijging tusschen hen neer, alleen onderbroken door haar zuchten: ‘'t Is toch wat te zegge....’
Driek wist weinig of niets te antwoorden. Hij hoorde haar aan zonder blijken te geven, dat hij getroffen werd door haar verhaal.
Toch was hem dat lang niet onverschillig. En al had hij datzelfde dikwijls al gehoord, het verveelde hem ook nu niet. Maar het kwam niet in zijn gedachten op, dat hij haar zou moeten troosten, of haar moest verzekeren, dat niemand in staat zou zijn tusschen hen tweeën iets te veranderen. Ook verlangde zij dat niet. 't Was haar genoeg hem weer eens gezegd te hebben, wat zij thuis moest uitstaan.
Vader en moeder hadden zoo als altijd gekeven, dat de ouders van Driek hèn al jaren lang geplaagd en gesard hadden. En Driek was óók niks, een vent, dien ze voor hun oogen niet zien konden.
En als zij vroeg, wàt ze dan tegen Dirk hadden, of hij niet goed oppaste, en zoo, dan werden ze nog véél kwader en riepen maar, dat 't er niets op aankwam, zij wilden met Driek niks uit te staan hebben, en daarmee uit!...."

 

1842551-98fb07da964c30bd19fb4e155e356e02.jpg
Herman Maas (24 februari 1877 - 27 januari 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ljoedmila Oelitskaja, Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms, Erich Kästner

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ljoedmila Oelitskaja op dit blog.

Uit: Een Russische geschiedenis (Vertaald door Arie van der Ent)

“Tamara zat voor een bord met een spiegelei en at terwijl ze haar droom nog afkeek.
Haar moeder Raïsa Iljinitsjna haalde zo teder ze kon de kam met de spaarzame tanden door haar haar en deed haar best het levende vilt zo veel mogelijk te ontzien.
De radio braakte plechtige muziek uit, maar niet te hard: oma lag te slapen achter het scherm. Toen zweeg de muziek. De pauze was te lang en niet zomaar, zo leek. Daarna weerklonk de stem die iedereen kende: ‘Attentie! Dit is Radio Moskou. Alle radiostations van de Sovjet-Unie zijn in de lucht. Dit is een mededeling van de overheid ...’
De kam verstarde in Tamara’s haar, zelf was ze mete en klaarwakker, schrokte haar gebakken ei op en zei met hese ochtendstem: ‘Mam, vast een of andere stomme verkoudheid en dan meteen het hele land ...’
Ze kreeg geen tijd haar zin af te maken, omdat Raïsa Iljinitsjna opeens met alle kracht een ruk aan de kam  gaf, Tamara’s hoofd abrupt achteroversloeg en haar tanden op elkaar klapten.
‘Hou je mond’, siste Raïsa met verstikte stem.
In de deuropening stond oma in haar kamerjas, zo oud als de Chinese Muur. Ze hoorde het radiobericht stralend aan en zei: ‘Rajetsjka, koop jij iets lekkers bij Jelesejev. Het is vandaag trouwens Poerim. Ik geloof echt dat Samech de pijp uit is.’
Tamara wist toen niet wat Poerim was, waarom er iets lekkers gekocht moest worden, laat staan wie Samech was, die de pijp uit was. Hoe had ze ook moeten weten dat Stalin en Lenin uit veiligheidsoverwegingen in hun familie sinds jaar en dag bij de eerste letter van hun partijnaam werden genoemd, de s en de l, en dan in een geheimzinnige oeroude taal: ‘samech’ en ‘labed’.”

 

 1726785-29294a08abc31e3812eaf1744d53aa3e.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

In Departing Light (Fragment)

My mother all of ninety has to be tied up
in her wheelchair, but still she leans far out of it sideways;
she juts there brokenly,
able to cut
with the sight of her someone who is close. She is hung
like her hanging mouth
in the dignity
of her bleariness, and says that she is
perfectly all right. It is impossible
to get her to complain
or to register anything
for longer than a moment. She has made Stephen Hawking look healthy.
It’s as though
she is being sucked out of existence sideways through a porthole
and we’ve got hold of her feet.
She’s very calm.
If you live long enough it isn’t death you fear
but what life can still do. And she appears to know this
somewhere,
even if there’s no hope she could formulate it.
Yet she is so calm you think of an immortal – a Tithonus withering
forever on the edge
of life,
though never a moment’s grievance. Taken out to air
my mother seems in a motorcycle race, she
the sidecar passenger
who keeps the machine on the road, trying to lie far over
beyond the wheel.

 

 1726785-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: De schimmen (Vertaald door Adri Boon)

“De verdieping daaronder was be- stemd voor opslag, met boxen of berghokken. Boven de zesde verdieping waren het verwarmde zwembad en de speelzaal, met een weids uitzicht over daken en straten. En de conciërgewoning, waar, ofschoon net zo onaf als de rest van het gebouw, sinds een paar maanden, met zijn gezin, de nachtwaker woonde, Raúl Viñas, een Chileense bouwvakker, die, hoewel een enorme drinkebroer, zeer betrouwbaar bleek. Het was buitengewoon warm. En van daar naar bene- den kijken gevaarlijk. De glazen panelen die het ter- ras zouden omgeven waren nog niet geplaatst. De be- zoekers hielden de kinderen ver weg van de rand. Het is waar dat ruimtes in een huis in aanbouw kleiner lijken zolang de ramen, deuren en vloeren niet zijn aangebracht. Dat weet iedereen. En toch was het om- gekeerde ook waar. Domingo Fresno, de architect die het interieur van de tweede verdieping zou verzor- gen, liep onrustig door dat uitgestrekte labyrint, alsof hij in een zandwoestijn ronddwaalde. Tello had rede- lijk goed werk geleverd. Het gebouw stond in elk ge- val stevig op de fundering; het had ook kunnen inzak- ken als een ijsje in de zon. Van de eerste verdieping was niemand gekomen. Op vierhoog waren meneer en mevrouw Kahn, een ouder echtpaar met twee jon- ge dochters, in gezelschap van een binnenhuisarchi- tecte, de buitengewone Elida Gramajo, die hardop be- rekeningen maakte voor de gordijnen. Er moest rekening gehouden worden met de kleinste dingen. En elk detail vereiste dat niet alleen de plek zelf werd opgemeten, maar ook de ruimte eromheen. Dus werd die grote betonnen kooi in al zijn drie dimensies tot op de millimeter nauwkeurig gemeten.Een in het paars geklede dame beklom hijgend de trap tussen de vijfde en de zesde verdieping. Anderen hoefden niet zoveel moeite te doen: ze zweefden naar boven en naar beneden, zelfs dwars door de vloertegels heen. De eigenaars vonden het niet erg dat de bouw vertra- ging had opgelopen, deels omdat pas bij oplevering het restbedrag moest worden voldaan, maar ook om- dat ze het wel prettig vonden extra tijd te hebben voor het kiezen van meubilair en de inrichting.”

 

 1726785-ca3698b5786727b1e11d0fecc70e623b.jpg
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Of A Boy

“It was a warm day and they had behaved, as they had promised they could, so there must be ice-cream. Veronica took her sister's hand. That afternoon, so near to winter, the sky was very blue; the sun felt soft as a cat. The children, on the footpath, paused to wave to their mother. For them, at their age, a trip to the milkbar could take on the dimensions of a voyage.
The mother straightened from the soil, hair falling into her eyes. Her children's voices were thin and high, the piping of chicks in a nest. 'Goodbye, my loves,' she said, the words no more than her habit. The mother would remember, later, the white glint of silver coins held tight in the palm of her son.
Christopher was five, with a child's ponderous gait; his older sisters, leggy as fillies, must match their pace to his. Zoe's thoughts would drift as she ambled, lingering on insects and flowers. Bending again to her garden, the mother knew without calculation that her children would be gone for half an hour: fifteen minutes to the shop, fifteen minutes home.
The route they'd take to the milkbar would bend around four corners of the suburban neighbourhood: two right turns, two left. The neighbourhood was a modest one, and the distances between corners were not great. The result of all the twisting was that no one who saw the Metford children walking through that clear afternoon would see them for very long.
The first witness was changing a tyre, on his knees uncomfortably on a stone driveway. He noticed the children because the little boy, passing the gate, made an infant's noise for a car, brmm. The sound made the man smile, the only thing to have done so all day. The witness recognised the Metfords as local, although he did not know their names. He would tell the police that, when he saw them, the children were alone.”

 

 1726785-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

 

Naar Manet

De suppoost veronderstelt een jongedame,
ze loopt de zaal door naar de verste hoek.
Daar eten op het gras drie mensen samen,
olie op doek.

Ze denkt ik zit heraldisch rechts
(gezien vanaf de bank in het park
of stilhoudend naast Titiaan)
en ik ben slechts een vrouw. Ik heb niets aan.

Ze denkt ik ben de linker god (met hoed),
geleund in het gras
beheers ik het geverfd helaal. En ik poseer
een handgebaar, mijn arm als as
doorkruist haar beeld voorgoed.

Ze denkt of zit ik altijd weer
met achter mij de muze (in het meer)
daar zwijgend tussen in.

De intercom roept om, ze loopt wat sneller
langs Titiaan de zaal uit naar het park.
(De bankjes zijn bezet. Men eet zijn maal.)

De suppoost na nazien van
de zaal en de bezoekers-teller
gaat opgewekt de deuren sluiten:
ieder die binnenkwam ging ook weer buiten.

Men hoort hem hymnen fluiten.

 

 1726785-139f97e6bee883e664871961ebe28bc6.JPG
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Help! De dokter verzuipt...

“Wij staan in deze machteloos. Wij noteren slechts. Het is niet onze taal, doch de zijne. Voor degenen die ons verhaal te borstelig achten, is het lezen van het spoorboekje heilzamer. Het is warempel niet onze schuld dat Angelino voor geen goud ter wereld ooit sprak van een bips. Hij had een koud genoegen in het onbewimpeld benoemen van doorgaans bedekte lichaamsdelen. Bij hem bleef een bips wat het uiteindelijk toch ook is: een kont. Een veel voorkomend ongemak aan het achterste, aambeien, duidde hij aan met reetketelsteen. Doch het siert zijn aard dat hij, zodra er vrouwen aanwezig waren, na elke onparlementaire uitlating zijn verontschuldigingen aanbood met de woorden: neem mij niet kwalijk!
Tegelijkertijd hield hij ervan deftigklinkende woorden en termen te bezigen. Want er is geen wonderlijker en tegenstrijdiger wezen dan de mens. Tegen onze pastoor zei hij dienaar Gods, priester of herder of iets van die aard; een boer noemde hij bij voorkeur landbouwer en een dokter of arts was naar zijn opvattingen uitsluitend een geneesheer.
Groot was Edmund Angelino in zijn liefde voor zijn mensen. Hij luisterde naar hun hebben en houden. Alles wat zij hem vertelden, interesseerde hem hevig. Zieken en eenzamen vereerden hem, want hij schuwde geen moeite indien hij hen kon bijstaan in hun pijnen en hun alleen-zijn. Mogelijk omdat hij zelf in zijn stormachtig verleden zo eenzaam was geweest. Hij had in Borneo geen vrouw bemind. De tijd en de gelegenheid ontbraken hem daartoe. Of hij moest de vrouw van zijn formaat nog ontmoeten.”

 

 1726785-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)
Scene uit de film uit 1974 met Jules Croisset als dokter Angelino 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Fantasie von Übermorgen

Und als der nächste Krieg begann,
da sagten die Frauen: Nein!
und schlossen Bruder, Sohn und Mann
fest in der Wohnung ein.
Dann zogen sie in jedem Land,
wohl vor des Hauptmanns Haus
und hielten Stöcke in der Hand
und holten die Kerle heraus.
Sie legten jeden übers Knie,
der diesen Krieg befahl:
die Herren der Bank und Industrie,
den Minister und General.
Da brach so mancher Stock entzwei.
Und manches Großmaul schwieg.
In allen Ländern gab's Geschrei,
und nirgends gab es Krieg.
Die Frauen gingen dann wieder nach Haus,
zum Bruder und Sohn und Mann,
und sagten ihnen, der Krieg sei aus!
Die Männer starrten zum Fenster hinaus
und sahen die Frauen nicht an...

 

 1726785-71938954ace993475be58bd51e6251e3.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:19 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten