Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 31 maart 2015 tot 1 april 2015

Milan Kundera, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann, Rolf Hochhuth, John Wilmot

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

Uit: Ignorance

“The Greek word for "return" is nostos. Algos means "suffering." So nostalgia is the suffering caused by an unappeased yearning to return. To express that fundamental notion most Europeans can utilize a word derived from the Greek (nostalgia, nostalgie) as well as other words with roots in their national languages: añoranza, say the Spaniards; saudade, say the Portuguese. In each language these words have a different semantic nuance. Often they mean only the sadness caused by the impossibility of returning to one's country: a longing for country, for home. What in English is called "homesickness." Or in German: Heimweh. In Dutch: heimwee. But this reduces that great notion to just its spatial element. One of the oldest European languages, Icelandic (like English) makes a distinction between two terms: söknuour: nostalgia in its general sense; and heimprá: longing for the homeland. Czechs have the Greek-derived nostalgie as well as their own noun, stesk, and their own verb; the most moving, Czech expression of love: styska se mi po tobe ("I yearn for you," "I'm nostalgic for you"; "I cannot bear the pain of your absence"). In Spanish añoranza comes from the verb añorar (to feel nostalgia), which comes from the Catalan enyorar, itself derived from the Latin word ignorare (to be unaware of, not know, not experience; to lack or miss), In that etymological light nostalgia seems something like the pain of ignorance, of not knowing. You are far away, and I don't know what has become of you. My country is far away, and I don't know what is happening there. Certain languages have problems with nostalgia: the French can only express it by the noun from the Greek root, and have no verb for it; they can say Je m'ennuie de toi (I miss you), but the word s'ennuyer is weak, cold -- anyhow too light for so grave a feeling. The Germans rarely use the Greek-derived term Nostalgie, and tend to say Sehnsucht in speaking of the desire for an absent thing. But Sehnsucht can refer both to something that has existed and to something that has never existed (a new adventure), and therefore it does not necessarily imply the nostos idea; to include in Sehnsucht the obsession with returning would require adding a complementary phrase: Sehnsucht nach der Vergangenheit, nach der verlorenen Kindheit, nach der ersten Liebe (longing for the past, for lost childhood, for a first love).

 

 1745114-232213e9603d8608d05dff45389ae07b.jpg
Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook alle tags voor Nikolaj Gogol op dit blog.

Uit: Dead Souls (Vertaald door D. J. Hogarth)

“To the door of an inn in the provincial town of N. there drew up a smart britchka--a light spring-carriage of the sort affected by bachelors, retired lieutenant-colonels, staff-captains, land-owners possessed of about a hundred souls, and, in short, all persons who rank as gentlemen of the intermediate category. In the britchka was seated such a gentleman--a man who, though not handsome, was not ill-favoured, not over-fat, and not over-thin. Also, though not over-elderly, he was not over-young. His arrival produced no stir in the town, and was accompanied by no particular incident, beyond that a couple of peasants who happened to be standing at the door of a dramshop exchanged a few comments with reference to the equipage rather than to the individual who was seated in it. "Look at that carriage," one of them said to the other. "Think you it will be going as far as Moscow?" "I think it will," replied his companion. "But not as far as Kazan, eh?" "No, not as far as Kazan." With that the conversation ended. Presently, as the britchka was approaching the inn, it was met by a young man in a pair of very short, very tight breeches of white dimity, a quasi-fashionable frockcoat, and a dickey fastened with a pistol-shaped bronze tie-pin. The young man turned his head as he passed the britchka and eyed it attentively; after which he clapped his hand to his cap (which was in danger of being removed by the wind) and resumed his way. On the vehicle reaching the inn door, its occupant found standing there to welcome him the polevoi, or waiter, of the establishment--an individual of such nimble and brisk movement that even to distinguish the character of his face was impossible. Running out with a napkin in one hand and his lanky form clad in a tailcoat, reaching almost to the nape of his neck, he tossed back his locks, and escorted the gentleman upstairs, along a wooden gallery, and so to the bedchamber which God had prepared for the gentleman's reception. The said bedchamber was of quite ordinary appearance, since the inn belonged to the species to be found in all provincial towns--the species wherein, for two roubles a day, travellers may obtain a room swarming with black-beetles, and communicating by a doorway with the apartment adjoining.”

 

 1745114-146b7670be62b1d9deb78736f18d96da.jpg
Nikolaj Gogol (1 april 1809 – 4 maart 1852)
Standbeeld in St. Petersburg

 

 

De Nederlandse schrijver Arnold Aletrino werd geboren in Amsterdam op 1 april 1858. Zie ook alle tags voor Arnold Aletrino op dit blog.

Uit: Zuster Bertha

“Haar witte mutsje maakte een heldere, levende plek in het stille licht. Zij schikte eenige dingen terecht, dof tikkend met de fleschjes op het zinken tafelblad, een valsch, gebarsten, kort geluid makend bij het tegen elkaâr raken van twee flesschen. En een tijdlang stond ze gebogen, aandachtig kijkend op haar hooggeheven handen, terwijl zij draden door de naalden reeg, nu en dan kloppend met haar voet op den grond. Toen zij gedaan had, keerde zij zich om, draaide de gasvlam onder den ketel lager en ging naar het raam, waarvan zij de twee schuinhangende gordijnen van elkaâr trok.
Buiten 't raam dichtte een dikke nevel, groot door eentonige witheid, in zware tastbaarheid neêrdrijvend, naar boven. Soms bewoog de wollige mist, log heen- en weêr bollend wanneer de wind er door heen blies, in groote, hoekige scheuren vaneen wijkend. En door de wijde scheuren plekte de roode veeg van een dak aan de overzij of vaagde het bruin van een boom met zijn herfstbladen onduidelijk, woelig op en schoof weêr weg achter de mist, die zich geluidloos met loome schommelingen ineenvoegde. Dan hing de damp weêr onbewegelijk, zwaar deinend voor het venster, als van verre het ratelend geluid van een rijtuig over de steenen oprommelend of de roep van een koopman op straat met een matten klank opdoffend naar boven. En diep naar onder was de mist een vaste, grijze massa, dicht in een, alles bedekkend met een gelijke, eentonige grijsheid.
Gedachteloos in de stilte stond zuster Bertha naar buiten te staren, naar boven kijkend, waar 't leek of de nevel ijler werd en een bijna onmerkbare rose schijn neêrwemelde in den dunneren damp, met haar oogen soezend in de stille, droomerige witheid òm haar. Het helle, kleurlooze licht suisde door het hooge venster scherp over haar heen in de kamer, de operatietafel wit slaande met groote plekken, de instrumenten in de kast glanzend optrekkend uit den donzigen schemer, de korte glimpjes op de flesschen breed uitvegend in omtreklooze schijnsels, glijdend op den bruinen vloer met glimmende plassen. In de bocht der koperen bekkens tikten helle lichtjes, plotseling onbewegelijk blijvend.”

 

 1745114-623d669b1fb0c298f4d40f30c892b1a7.jpg
Arnold Aletrino (1 april 1858 - 17 januari 1916)
 

 

 

De Nederlandse dichter en journalist Max Nord werd geboren in Gorinchem op 1 april 1916. Zie ook alle tags voor Max Nord op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

“De roman Le Grand Meaulnes, die hier de Nederlandse lezer onder de titel Het Grote Avontuur wordt voorgelegd, is één van die, te weinige, unieke boeken, waarin het de schrijver is gelukt de sfeer van de jeugdromantiek volledig vast te houden en uit te beelden. De schrijver Henri Alain-Fournier werd 3 October 1886 geboren in la Chapelle d'Angillon, klein plaatsje bij de Cher, een 30 km ten Noorden van Bourges; de streek dus waar zijn beroemd geworden boek speelt. Een groot deel van zijn jeugd bracht hij door in Epineuil-le-Fleuriel, tussen Saint-Armand en Montluçon, waar zijn ouders lange tijd onderwijzer waren. Zijn roman verscheen in 1913, na eerst in de ‘Nouvelle Revue Française’ gepubliceerd te zijn geweest. De bekende Franse literatuur-historicus Albert Thibaudet, die vermeldt dat in dit jaar ook Les Caves du Vatican van André Gide uitkwam (evenals Du Côté de chez Swann, Barnabooth en Jean Barois!), schrijft dat beide boeken eerst met terughouding werden ontvangen. Jacques Rivière, de Franse essayist, die Fourniers schoolkameraad op het lyceum van Lakanal was van October 1903 tot Juli 1905, en die later door zijn huwelijk met Henri's zuster Isabelle zijn zwager werd, vertelt daarentegen in zijn inleiding tot Miracles - waaruit ik vrijwel alle biografische gegevens put - dat Le Grand Meaulnes tot hun teleurstelling wel niet de Prix Goncourt verwierf, maar bij het publiek en in de pers gunstig werd ontvangen; dat Fournier zelfs onmiddellijk hartstochtelijke bewonderaars had, dat hij talrijke enthousiaste brieven ontving en dat het boek, toen de oorlog uitbrak, reeds verscheidene herdrukken had beleefd. Succes heeft Fournier, mag men wel aannemen, in zijn korte leven, en met zijn ene roman, dus gekend. Korte leven, want de schrijver die, evenals zijn vriend Rivière, toen reeds zijn zwager, 4 Augustus 1914 als luitenant van de 23ste compagnie, 288ste regiment infanterie, 17de legercorps in dienst ging, en die in zijn laatste briefkaart aan zijn zuster, 11 September van dat jaar, meldde bij de generale staf der cavalerie te zijn ingedeeld, werd reeds 22 September 1914 opgegeven als vermist, tussen Baux-les-Palameix en Saint-Rémy. Hij liet geen ander werk na dan een onafgemaakte roman, die Colombe Blanchet zou heten.”

 

 1745114-88247415e94a2d68148b1b750008dd58.jpg
Max Nord (1 april 1916 - 28 februari 2008)
Cover van  Le Grand Meaulnes

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook alle tags voor Urs Allemann op dit blog.

 

Traurige Trochäenbrösl
für Wolfram Groddeck

Sinn sei wieder keiner aber
böser roter Mond am Boden
liebes kleines Loch im Himmel  
und in dem Gesicht zwei Nasen

sei die eine in das Loch die
andre in den Mond zu bohren
das Gesicht zerreisse oder
ob aus dem Gedicht zwei Hasen

sei der eine um den Mond der
andre durch das Loch gesprungen
das Gedicht sei Scheisse schade
dass bei dem Gewicht zwei Vasen

sei das Loch in o der einen
da der Mond auf ach die andre
was Gewicht denn heisse bitte
wenn vor dem Gericht zwei Phasen:

grosses weisses Loch im Boden
böser kleiner Sinn am Himmel
Mond sei wieder keiner aber
danke eh es icht zwei Asen

 

 

Uit: im kinde schwirren die ahnen

 

XXXY

es ist xanthippes sohn und heisst
lamprokl
des sokrates tochter.

dem sokrat er ihr tocht. sie ist
der xant und hippe sein söhnin. es
krankt an dem lamproklsie.

lamprokler ist sie dem gsandt – hipp!
ihr gesöhn heisst der so grad
sie seine tochterin.

aaaaageproklt lamm du
aaaaarossbock blonz
aaaaahimmlich hammelin.

 

 1745114-c37adfbfe482ce2f324358fceabb8cfe.jpg
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie ook alle tags voor Rolf Hochhuth op dit blog en ook mijn blog van 1 april 2011.

Uit: Essayistische Prosa und Gedichte (Der Fliehende Holländer)

„Drei Fünf- bis Sechsjährige, ein Mädchen, zwei Jungen in einer Sandkiste.
Mädchen : Ich könnt euch eine Burg bauen!
Ich kann mir nie ein Babybettchen bauen – wie denn aus Sand? Geht nicht.
Junge I : Abhauen – sollst hier abhauen:
Spiel mit deinem Puppenwagen. Sie steht da, mit einer großen Puppe.
Junge II,schreit, stößt sie weg, so heftig, daß sie auf den Rükken fällt in die Sandkiste:
Blöde Gans, jetzt hast du die halbe Burg zertrampelt!
Hau ab, verstehst nichts von Soldatenspielen.
Mädchen : Will gar nicht mehr mit euch spielen, doch die Anneliese ist heute nicht da.
Mutter :RAUFKOMMEN!
Der sehr laute Ruf einer Frau, die man noch nicht sieht. Sie wiederholt:
Mutter : Raufkommen!
Junge I : Wollen nicht, Mama, du störst uns.
Mutter, eine Vierzigjährige, betritt aufgeregt die Bühne, sagt energisch zu ihren Söhnen – ergreift das Mädchen, zieht es mit:
Mutter : Wir essen – los, und du kommst heute auch mit zu uns.
Junge II: Essen – noch keinen Hunger, Mama, laß uns . . .
Ein Fußball wurde über die Bühne geschossen; man sieht noch nicht, von wem.
Mutter : Ihr kommt mit und du kommst auch mit – heute, los. Weg hier jetzt!“

 

 1745114-59477349ae1889682e4a4a9a2855623c.jpg
Rolf Hochhuth (Eschwege, 1 april 1931) 

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Wilmot 2e graaf van Rochester werd geboren in Ditchley, Oxfordshire, op 1 april 1647. Zie ook alle tags voor John Wilmot op dit blog.

 

Return

Absent from thee, I languish still;
Then ask me not, When I return?
The straying fool 'twill plainly kill
To wish all day, all night to mourn.

Dear, from thine arms then let me fly,
That my fantastic mind may prove
The torments it deserves to try,
That tear my fix'd heart from my love.

When, wearied with a world of woe,
To they safe bosom I retire,
Where love, and peace, and truth does flow,
May I contented there expire!

Lest, once more wandering from that heaven,
I fall on some base heart unblest;
Faithless to thee, false, unforgiven -
And lose my everlasting rest.

 

 1745114-86a5a7dcf6d63242094f993ff0e403ad.jpg
John Wilmot (1 april 1647 – 26 juli 1680)
Portret door Jacob Huysmans (1633–1696)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2012 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Sandro Veronesi

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence op 1 april 1959. Zie ook alle tags voor Sandro Veronesi op dit blog.

Uit: XY (Vertaald door Michael von Killisch-Horn)

„Borgo San Giuda war nicht einmal mehr ein Dorf, es war ein Weiler. Vierundsiebzig Häuser, davon mehr als die Hälfte verlassen, eine Bar, ein Lebensmittelgeschäft und die Kirche mit ihrem Pfarrhaus – unverhältnismäßig groß im Vergleich zum Rest. Ende. Kein Zeitungskiosk, kein Friseur, keine Ambulanz, keine Grundschule; dafür und für alle anderen Errungenschaften der Zivilisation musste man nach Serpentina durch den Wald fahren oder nach Doloroso, nach Massanera, nach Gobba Barzagli, nach Fondo, nach Dogana Nuova oder geradewegs hinunter nach Cles. Doch es gab einen Schmied, Wilfred, der Riesenkräfte hatte und wie Mangiafuoco, der Puppenspieler aus Pinocchio, aussah, und einen Friedhof mit mehr als dreihundert Gräbern. Dort zu leben ergab keinen Sinn, doch wir lebten dort, wir waren dreiundvierzig, eigentlich zweiundvierzig, seit der alte Rezè gestorben war. Es war ein Ort, der so gut wie nicht existierte, und niemand wird jemals begreifen, warum das, was geschehen ist, gerade dort geschehen ist, wo nie etwas geschah.
Das Einzige, was im Winter in San Giuda geschah, war die Ankunft des Schlittens von Beppe Formento. Die Formentos waren eine der vier Familien von San Giuda – die mächtigste, könnte man sagen, wenn es nicht so lächerlich klänge. Sein Bruder und seine Schwester besaßen die Bar und das Lebensmittelgeschäft, und ihre Kinder waren die einzigen jungen Leute, die dort lebten. Die eine, Perla, Tochter von Rina, hatte der Biathlon-Nationalmannschaft angehört und auch eine Medaille im Staffellauf gewonnen; der andere, Zeno, Sohn von Sauro, war ein vielversprechendes Talent im Skispringen gewesen, doch dann hatte er damit aufgehört. Beppe Formento liebte Pferde und besaß ein Reitzentrum in der Nähe von Serpentina; im Sommer kamen Urlauber, um Pferde für Ausritte zu mieten, und im Winter gelang es Beppe im Rahmen der weißen Wochen, ein Dutzend Touristen pro Tag für eine Fahrt mit dem Pferdeschlitten zu begeistern: Alte, Mütter und kleine Kinder, die den Prospekt in den Hotels der Region fanden und beschlossen, sich einen Ausflug wie im 19. Jahrhundert zu gönnen."

 

 1779682-2a5ad4493aab8efa3c64fa34957d4b66.JPG
Sandro Veronesi (Florence, 1 april 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

Zijn troost

Men maakt een dier dood
in de nacht; iets kleins en
wilds wordt in de struiken
omgebracht.

Omdat hij stemmen hoorde,
dacht hij dat het volstond
als men geloofde;

maar even later huilt verschrikking
in een gracht.

Men heeft je niets beloofd bij
de geboorte;
maar overlast, het roken en het
drinken tot in de ochtend,
de volle maan die van de lucht afglijdt

en scherven in je armen -

je hebt die dingen zelf bedacht,
verwacht dus ook maar
geen erbarmen.

 

 

Zoals je thuis tikt

Dat het niet aanklinkt
maar er is, als regen,
waaiend over de toetsen
die tegen je spreken.

Lichte hagel, scherp
als nagels, klinkt er nu
en dan in mee.

Geduld, als je op snelheid
komt, een hoger ritme
dat het hart kalmeert

en alles - bomen groeien
door het raam, de glasgordijnen
ademen als een dier -
wordt daarin opgenomen:

je handen, snel als wolken
in september, tikkend
op een zwart klavier.

 

 

Verwensing van geluk

Je hebt het hart niet
om de stenen te begeren;
maar stenen dauwen
als je loopt.

Het huis heeft licht gedronken.
Wankelend komen stemmen
in de oren, de messen
zwellen scherp op snee.

Plots helt je lichaam iets te ver.
Ik ben dit niet gewend,
dit snikken van je harde
armen, dit warme klauwen

in mijn hals
De bloemen gillen roze.
We slapen ons voorbij.

 1744671-44201ba50eb39912453bb5e0e8150096.jpg
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

As One Listens To The Rain

Listen to me as one listens to the rain,
not attentive, not distracted,
light footsteps, thin drizzle,
water that is air, air that is time,
the day is still leaving,
the night has yet to arrive,
figurations of mist
at the turn of the corner,
figurations of time
at the bend in this pause,
listen to me as one listens to the rain,
without listening, hear what I say
with eyes open inward, asleep
with all five senses awake,
it's raining, light footsteps, a murmur of syllables,
air and water, words with no weight:
what we are and are,
the days and years, this moment,
weightless time and heavy sorrow,
listen to me as one listens to the rain,
wet asphalt is shining,
steam rises and walks away,
night unfolds and looks at me,
you are you and your body of steam,
you and your face of night,
you and your hair, unhurried lightning,
you cross the street and enter my forehead,
footsteps of water across my eyes,
listen to me as one listens to the rain,
the asphalt's shining, you cross the street,
it is the mist, wandering in the night,
it is the night, asleep in your bed,
it is the surge of waves in your breath,
your fingers of water dampen my forehead,
your fingers of flame burn my eyes,
your fingers of air open eyelids of time,
a spring of visions and resurrections,
listen to me as one listens to the rain,
the years go by, the moments return,
do you hear the footsteps in the next room?
not here, not there: you hear them
in another time that is now,
listen to the footsteps of time,
inventor of places with no weight, nowhere,
listen to the rain running over the terrace,
the night is now more night in the grove,
lightning has nestled among the leaves,
a restless garden adrift-go in,
your shadow covers this page.

 

 1744671-f3a31e64c2e75fd8df53417dde743ed6.jpg
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

 

De Nederlandse schrijver Asis Aynan werd geboren in Haarlem op 31 maart 1980. Zie ook alle tags voor Asis Aynan op dit blog.

Uit: Gebed zonder eind

“Ik stopte met zwemmen. Ik had mijn ademhaling door de krachtsinspanning niet meer onder controle. Het koude water van het IJ voelde als een ijsdeken. Mijn spieren verkrampten. Ik voelde mijn lichaam niet meer. Ik wachtte op de paniek, maar die kwam niet. Ik kon niets meer doen. Voor het eerst in mijn leven was ik de controle kwijt, maar in plaats van angst en schrik werd ik vervuld door een gevoel van tevredenheid. Het is goed zoals het is hoorde ik me zeggen. Daar, op het midden van het IJ accepteerde ik dat het toeval de vader en de moeder is van het lot. Er verscheen een lach op mijn mond. Ik was op het punt beland waar ik wilde zijn. Ik was weer klaar voor de liefde. Ik was klaar voor de samenloop van omstandigheden die geen reden kent.”

 

 1744671-c3e3c858fb1ffb231933dba474519521.jpg
Asis Aynan (Haarlem, 31 maart 1980)

 

 

De Vlaamse dichter en muzikant MartijnTeerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

Mijn

ik had een luchtfamilie
met haar van graan en sikkels van handen
ze woonden in een land van wind
het land waar men mij uittrok
door de grond van mijn gezicht te kloppen

ik werd een mijn
de steengang van mijn hemelbloed
en mijn ogen werden niet witter mijn gezicht alleen
steeds minder een gezicht

ik werd vader van een neergedaald geslacht
met haar van gruis en handen van houwelen
ze wonen in een land van as

zij lopen op mij af met achterhoofd vooruit
terwijl zij zeggen:
er zijn dikke wolken in ons opgestegen
die ons langzaam aan het vullen zijn
de as zal straks langs ons gezicht en onze ribben lopen dus

zet ons toch weer rechtop
en was toch onze ruggen schoon

maar daarvoor heeft mijn stem te weinig licht gezien
en als ik ‘s ochtends opstijg uit mijzelf
klop ik het stof nog altijd van mijn schouders

 1744671-744b53c953449cd8935c0dc17a082c0a.jpg
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 – 10 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren

“Hij vond dat hij iets nuttigs moest doen in de maatschappij, maar zijn ware ambitie lag op ander terrein. Al lange tijd was meneer Frits vervuld van een groot projekt, dat achter in zijn tuin werd uitgevoerd. Daar groeven twee tuinlieden voor hem een gat, dat een geweldige diepte gekregen zou hebben als ze er niet met de pet naar hadden gegooid. Maar hun gelanterfant ontging meneer Frits. Het was hem altijd weer een intens genoegen over de rand van de kuil omlaag te kijken. Hij kreeg dan een gevoel van macht. Niet alleen deze tuin is van mij, dacht hij, maar ook alle grond daaronder, tot aan Australië toe.
‘Het is allemaal van mij,’ kon hij bewogen mompelen. ‘Hoe dieper het gat wordt, hoe meer diepte ik in eigendom heb. En als we eenmaal de andere kant van de aarde bereikt hebben zeg ik tegen zo'n australische schapenfokker: Goedendag. Hier ben ik. Dit gat is van mij.’
Nu hij telefoon had openden zich weer nieuwe mogelijkheden. Hij stelde zich voor mettertijd ook een telefoonkabel in het gat te laten aanleggen en een toestel mee naar de andere kant te nemen, zodat hij geregeld met juffrouw Plogge in verbinding kon blijven. Ze moest eindelijk eens leren met het apparaat om te gaan.
‘Bel iedereen maar op,’ zei hij gul tegen haar. ‘Vooruit, ga je gang.’ Ze wist niet wie ze bellen moest. ‘Ik heb geen familie, ik heb geen kennissen. En dan nog, wat zou ik moeten zeggen?’
‘Bel de bakker en bestel een brood,’ opperde meneer Frits.
‘Hij is toch al geweest vanmorgen,’ zei ze. ‘We hebben brood genoeg.’
‘De kruidenier! Bel de kruidenier.’
‘Waarom zou ik?’ vroeg ze. ‘De provisiekast zit nog vol.’

 

 1744671-d810035430d5801a0910bfda3a48d1e0.jpg
Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

Uit: Bartleby & Co. (Vertaald door Jonathan Dunne)

“Of the writers of the No, what we might call the scriveners' section is one of the strangest and the one that perhaps affects me the most. This is because, twenty-five years ago, I personally experienced the sensation of knowing what it is to be a copyist. And I suffered terribly. I was very young at the time and felt very proud to have published a book on the impossibility of love. I gave my father a copy without foreseeing the troublesome consequences that this would have for me. A few days later, my father, annoyed at what he perceived in my book to be a record of offences against his first wife, obliged me to write a dedication to her in the copy that I had given him, which he himself dictated. I resisted such an idea as best I could. Literature was precisely - the same was true for Kafka - the only means I had to try to become independent of my father. I fought like a madman not to have to copy what he wanted to dictate to me. But finally I gave in, it was dreadful to feel that I was a copyist under the orders of a dictator of dedications.
This incident had such a negative impact on me that I did not write anything for twenty-five years. Not long ago, a few days before hearing that Mr Bartleby was in a meeting, I read a book that helped reconcile me to my condition as a copyist. I believe that the laughter and enjoyment I derived from reading Institute Pierre Menard helped pave the way for my decision to be rid of the old trauma and go back to writing.
Institute Pierre Menard, a novel by Roberto Moretti, is set in a secondary school whose pupils are taught to say "no" to over a thousand proposals, ranging from the most ludicrous to the most attractive and difficult to turn down. The novel is written in a jocular vein and is a very clever parody of Robert Walser's Jakob von Gunten. In fact Walser himself and the scrivener Bartleby are among the school's pupils. Nothing much happens in the novel, except that, by the time they have completed their studies, all the pupils have been transformed into consummate and cheerful copyists.”

 

 1744671-e684b1c3f302cee80a8d6a502de2901a.jpg
Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

 

Quattro stagioni: Lente

Door almaar korten van de nachten,
getjielp, getjiftjaf en gefluit
– altijd te vroeg, te schel, te luid –
ontstaan er voorjaarsmoeheidsklachten.

Ook bloemgevoos is desastreus.
De lentekriebels? Aan me neus!
Door hooikoorts raak ik bar van slag.

Toch zie ik naar de lente uit,
want ergens in april besluit
het vrouwvolk: heden rokjesdag!

 

 1744671-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)
Den Haag, Grote Markt 

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

Public clock with statues

The stones open an eye of stone,
the bones open an eye of bone.
Each dog has a snout in place of its eyes, and barks
from three snouts, generously.
It's a constant transforming of eyes in the air.
The eye of the cat turns into leaves.
The leaves murmur a sweet lament
in the sockets of the mother cats.
My eyes remain open and misted.
My eye blinks in the town council tower,
and suddenly I sense in my sockets,
with infant in arms, the statues of Mary. 

 

Vertaald door Thomas Carlson en Vasile Poenaru

 1744671-b71462374b35b7874bcf8bc92868235a.jpg
Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:50 Reageer op dit bericht

Kornej Tsjoekovski

De Russische essayist, criticus en schrijver Kornej Ivanovitsj Tsjoekovski werd geboren in Sint-Petersburg op 31 maart 1882. Tsjoekovski werd geboren als buitenechtelijke zoon van de joodse koopman Emmanuel Lewenson en zijn huishoudster. Hij trok met zijn moeder nar Odessa, bezocht daar het gymnasium, maar kon zijn studie niet voortzetten vanwege zijn lage afkomst. Hij leerde zichzelf Engels en werd van 1903 tot 1905 correspondent te Londen voor de krant in Odessa. Terug in Rusland begon hij literatuur vanuit het Engels te vertalen, onder andere Walt Whitman. Hij kwam in zo contact met literaire kringen, onder andere met Aleksandr Blok. Tijdens een verblijf in Finland leerde hij Ilja Repin en Vladimir Korolenko kennen. Vanaf 1905 begon hij ook literaire kritieken, essays en satirische verzen te schrijven, onder meer voor de toonaangevende tijdschriften ‘Signaal’ en 'Weegschaal'. Vanwege enkele van deze publicaties werd hij in 1909 gearresteerd vanwege belediging van de Tsaar, maar uiteindelijk vrijgesproken. Tsjoekovski wierp zich een groot deel van zijn leven op als belangrijkste herontdekker en pleitbezorger van het werk van Nikolaj Nekrasov (waarvoor hij een doctorstitel kreeg toegekend), en was ook diens biograaf In de Sovjettijd verwierf Tsjoekovski vooral populariteit met zijn kinderboeken en kinderverzen, waarvan “Dokter Ajbolit”, “De gigantische voorn”, “De krokodil” en “Was ze schoon” generaties lang tot de favorieten van Russische kinderen behoorden. Ook zijn observaties over de kindertaal trokken de aandacht (Van twee tot vijf, 1933). Tsjoekovski verkreeg daarnaast veel bekendheid door zijn voortdurende steun aan schrijvers die vervolgd weren door het Sovjetregime, eerst heimelijk (hij schreef sympathieke portretten over verguisde schrijvers als Anna Achmatova en Michail Zosjtsjenko), na de ‘dooi’ ook openlijk. Hij was bijvoorbeeld de enige schrijver in de schrijversbond die Boris Pasternak in 1958 feliciteerde met de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur. Tsjoekovski is de vader van Lidija Tsjoekovskaja. Hij overleed in 1969 op 87-jarige leeftijd in Peredelkino, bij Moskou.

 

Crocodile (Fragment)
(an old tale)

There was
The crocodile.
He went through the streets,
Cigarettes smoked,
Turkish said, -
Crocodile, Crocodile Crocodilefish!

Followed by the people
And sings and shouts:
"That's a freak so ugly!
That nose, that mouth!
And where is the monster?"

The students behind him,
Chimney sweeps over him,
And push it
Offend him;
And some kid
Showed him shish,
And some watchdog
Bit him in the nose, -
Bad dog, bad-mannered.

Looked Crocodile
And watchdog swallowed
Swallowed it along with the collar.

Angry people
And calls and shouts:
"Hey, hold it,
Yes knit it,
Yes lead rather to the police!"

He rushes into the tram,
All shout: "Ah-Ah-Ah!"
And running,
Head over heels,
Home
In the corners:
"Help!
Help! Mercy!"

Ran the policeman:
"What noise? What a howl?
How dare here to go
Turkish to speak?
The crocodiles here to walk"sign.

Grinned Crocodile
And the poor man swallowed,
Swallowed with boots and sword.

 

 

 1865661-22aa46bccf5ba3cb0a31a3bcef0214e9.jpg
Kornej Tsjoekovski (31 maart 1882 – 28 oktober 1969)
Portret door Ilya Repin, 1910

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten