Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 april 2015 tot 10 april 2015

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Marcel van Maele

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Ik zal wel zien

Ik zal wel zien
in dat rotgebied
van duisternis
of daar nog iets is
of opzettelijk niet;
ja ik zal misschien
nog even pogen
daarheen te kijken
met glazige ogen
net als andere lijken
of als een groeiende kreeft
uit mijn strak huidskelet
naar buiten breken
om wat mij omgeeft
te verlaten, met
wat ik beteken.

 

 

Huis en tuin

Hoe dromerig denk ik de wei
zo'n eerste zomer zonder mij.

Het huis is leeg, de tuin is vol.
De paardenbloemen pluizen bol.

De vogels maken geen geluid.
Het gras groeit boven de rozen uit.

Heel voorzichtig gaan de bomen
liggen om in slaap te komen.

Uit hun rompen rijst een woud.
En het huis wordt niet herbouwd.

MORAAL

Ach wat groeit het leven goed
als het niet van mensen moet.

 

 

Lieve Critici

Lieve critici, ik vrees
dat ik geen doel of doelgerichte
lijn in de loop der jaren lees
van mijn duizenden gedichten.

Ik blijf een ventje dat maar schrijft
en nauwelijks wil weten
of zijn bekladdering beklijft
of gretig wordt vergeten.

Eergisteren zei mijn dermatoloog:
Ik zie een kleine zwarte plek en die
vereist even een biopsie.
Melanoma, vroeg ik droog.

Zo ja, dan leef ik nu nog maar
hoogstens een paar jaar.
Zo nee, dan ook een paar.
Van zijnd naar bijna niet meer zijnde
kijk ik met voldoening naar
het einde van mijn einde.

Hoewel, een enkele keer
denk ik toch
Dit nog. Dat nog.
Dit misschien nooit meer.

 

 1749324-6b0aa6680a92bf30ad6c2fdc560eeb48.jpg
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan van Mersbergen werd geboren in Gorinchem 10 april 1971. Zie ook alle tags voor Jan van Mersbergen op dit blog.

Uit:Naar de overkant van de nacht

“Ik hoor hem zeggen: Afscheid nemen kan alleen van iets dat bij je is geweest.
Mijn mond is dood. Koud. Bevroren. Ik probeer te slikken, weet niets te zeggen, kan ook niets zeggen. Ik kan alleen proberen een gezicht op te zetten dat huh of wat of hoezo uitdrukt. Hij zegt het nog een keer.
Afscheid nemen kan alleen van iets dat bij je is geweest.
Ik laat hem praten.
Jij zegt dat je naar huis moet, maar je kunt altijd nog weg. Je hebt thuis afscheid genomen. We hebben allemaal afscheid van ons normale leven genomen. Van wat bij je was. Wat in je hart zit. Dat is moeilijk.
In mijn hoofd tikt het. De Pater gaat door.
Alles wat geweest is is geweest. Alles wat komen gaat gaat komen. Alles wat daar tussenin ligt is nu.
Het is onzeker en leeg, maar dat is afscheid. Dat is de Vastelaovend. Voel de Vastelaovend, een paar dagen lang. Tijdens die dagen bestaat alleen het nu, onder één voorwaarde.
Hij is even stil, weer die glimlach. Hij tikt tegen de scheurkalender onder zijn patersjas. Zijn stem is helder.
Je kunt geen afscheid nemen van iets wat je niet in je handen hebt gehad.
Ik probeer weer iets te zeggen, maar prazel-hazel-wazel wat beejein. Ik begrijp dat hij wil zeggen: Dans, drink en geniet, en laat het daarna gaan.
Pak het vast, straks is het er niet meer.
De Joekskapel blaast dae mekkelikke losse dans. Ook die herken ik, die schalde uit de draagbare cd-speler van mijn oom. De kou trekt naar mijn tenen. Achter mijn rug langs lopen een Beer en een Cowboy en een man in harnas met vier bekers bier onder zijn arm.
Dan wijs ik de Pater mijn veermanspet en mijn veermansjasje. Op de letters op de klep.”

 

 1749324-3aa51c0942cd165b840cb8fa7c77b745.jpeg
Jan van Mersbergen (Gorinchem, 10 april 1971)

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul Edward Theroux werd geboren op 10 april 1941 in Medford, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Paul Theroux op dit blog.

Uit: Riding the Iron Rooster

“The terra-cotta warriors (which cannot be photographed) were not a disappointment to me. They are too bizarre for that. They are stiff, upright, life-sized men and horses, marching forward in their armor through an area as big as a football field — hundreds of them, and each one has his own face and his own hairstyle. It is said that each clay figure had a counterpoint in the emperor’s real army, which was scattered throughout the Qin empire. Another theory is that the individual portraiture was meant to emphasize the unity of China by exhibiting “all the physical features of the inhabitants of mainland east Asia”. Whatever the reason, each head is unique, and a name is stamped on the back of every neck — perhaps the name of the solider, perhaps that of the potter-sculptor.
It is this lifelike quality of the figures — and the enormous number of them — that makes the place wonderful, and even a little disturbing. As you watch, the figures seem to move forward. It is very hard to suggest the human form in armor, and yet even with these padded leggings and boots and heavy sleeves, the figures look agile and lithe, and the kneeling archers and crossbowmen look alert and fully human.
This buried army was very much a private thrill for the tyrant who decreed that it be created to guard his tomb. But the first emperor, Qin Shi Huangdi, was given to grand gestures. Until his time, China was fragmented into the Warring States, and bits of the Wall had been put up. As Prince Cheng, he took over from his father in 246 B.C. He was thirteen years old. Before he was forty he had subdued the whole of China. He called himself emperor. He introduced an entirely new set of standards, put one of his generals — and many of his convicts and peasants — to work building the Great Wall, abolished serfs (meaning that, for the first time, the Chinese could give themselves surnames), and burned every book that did not directly praise his achievements — it was his way of making sure that history began with him. His grandiose schemes alienated his subjects and emptied his treasury. Three attempts were made to kill him. Eventually he died on a journey to east China, and to disguist his death, his ministers covered his stinking corpse with rotten fish and carted him back to be buried here. The second emperor was murdered, and so was his successor, in what the Chinese call “the first peasant insurrection in Chinese history”.

 

 1749324-44981ceb50f49ef865c361bdf2508a4c.jpg
Paul Theroux (Medford, 10 april 1941)

 

 

De Italiaanse schrijver en vertaler Claudio Magris werd geboren op 10 april 1939 in Triëst. Zie ook alle tags voor Claudio Magris op dit blog.

Uit:Blindly (Vertaald door Anne Milano Appel)

“But at least there, in that cell, as I wrote those bogus questions inside those grimy walls, it was I who formulated them, even though it was the Reverend who later trumpeted them from the pulpit, whereas elsewhere, everywhere, before and after, for years and years in saecula saeculorum, it was others who shouted them in my ears instead: "So then, that mayhem in Iceland was caused by you and you alone, just like that, for the sake of those godforsaken devils with their rickets and ringworm, no one helped you turn His Majesty's seas into a shambles, did they, so you fessed up without thinking that you were lined up there with others to listen to the speech of the new prison commander," down comes the cat-o'nine-tails, "so you don't recognize the face of that Communist, you never saw him before, and those flyers appeared in your pocket by some miracle," here come the kicks and blows, "so then you're not a spy, not a traitor intent on sabotage, pretending to be a comrade, the free socialist Yugoslavia of the workers, maybe you're an Italian Fascist pig who wants to recover Istria and Fiume," down goes your head in the shithole or scurry as fast as you can between the rows of convicts, forced to beat you as hard as they can, shouting "Tito Partija! Tito and the Party!" as you run by—but where are those shouts coming from, what an uproar, I can't hear a thing anymore, whose ear is this, deafened, stunned, out of order, it must have been a wallop and if someone packed it, someone certainly caught it, me or somebody else.
There, it's over, the roaring is subsiding. That too was a rhetorical question; it's my ear, this one here, seeing that you, Dr. Ulcigrai, are bending over the other one, the left one, when you ask me "So then, your real name is supposedly Jorgen and you say you wrote this," showing me that old tattered book that I found in that bookshop on Salamanca Place in Hobart Town. At least you don't raise your hand to me, on the contrary, you're very kind, you don't take offence even when I call you Cogoi, and you don't keep on asking me the same questions over and over again. If I don't answer, you let it go, but the fact remains that you asked me and it's pointless because you already know the truth, or think you know it, which is one and the same, and in any case you already know my answer, when I answer you—otherwise you suggest it to me, you put the words in my mouth.”

 

 1749324-c10654dfbf1b1cb527d52e1e33b77e40.jpg
Claudio Magris (Triëst, 10 april 1939)

 

 

De Russische dichteres Bella Akhmadulina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Akhmadulina op dit blog.

 

I'm Clinging To the Old Style

I’m clinging to the noble style,
I’m charmed by speech of our ancestors,
It can be sharper then we try,
And newer than our newest lectures.

To cry: “My kingdom for a horse!” –
Oh, what a largesse and hot-temper!
Then condescend to me, the lost
Futility of final fervour.

I’ll wake up in the darkness ones,
After I’d lost, for good, my battle,
And my reminiscence will thrust
Into resolve, that madman settled.

But I don’t care of kingdoms’ costs!
A child, bred by the ages’ lessons,
I’ll take a horse and give a horse
Just for a moment with a person,

I am in love with. Let you flee,
My horse, so ardent and attractive,
I will untie your rein for free
And you will overtake your native

Herd, which in distance now rustles, –
Midst prairies, empty, wide and reddish.
But I am bored by the bustles
Of many won or lost a skirmish.

I’m sorry for my horse and love!
And in the style of Middle Ages,
My lone steps are lead above.

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1749324-a43b5c7cfdb5ba10d768833ddbc036ec.jpg
Bella Akhmadulina (Moskou, 10 April 1937)
Hier met president Boris Jeltsin in 1997

 

 

De Duitse schrijver Stefan Heym (eig. Hellmuth Flieg) werd geboren op 10 april 1913 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Stefan Heym op dit blog.

Uit: Gesammelte Erzählungen (Zwei Diktatoren)

„Bei Puteoli ist die Sonne mild. Die Pinien verbreiten Schatten und die Quellen Kühle. In einem Garten sitzt ein Mann, dessen Alter schwer zu erraten ist. Er kann dreißig sein oder auch fünfzig oder fünfundfünfzig. Er hat kalte graue Augen, und sein Körper ist von beinahe zierlichem Ebenmaß. Auf seinem Knie liegt ein Wachstäfelchen, die rechte Hand spielt mit dem Schreibgriffel.
Das ist Sulla, der Diktator in Pension, der einzige Herrscher der Weltgeschichte, der es fertigbrachte aufzuhören, als es am schönsten war.
Sulla starrt irgendwo ein Loch in die Luft. Am schönsten, ja. Kein Gegner war mehr da - die Parteien hatte er geknebelt, die Legionen gehörten ihm, Marius war gestorben am vierzehnten Tag seines siebenten Consulats, das sich der Bauer - wie Sulla ihn insgeheim nennt - erobert hat gleich einem Dieb, als er, Sulla, in Asien ein paar Königen Vernunft beibrachte, Vernunft und römische Polizei.
Puteoli ist schöner, Puteoli und das Schreiben. Was ist ein Soldat, was ist ein Politiker für die Ewigkeit? Aber ein Schriftsteller - das ist etwas Besseres. Bücher wird man lesen in hundert Jahren und, vielleicht, auch in tausend - Schlachten sind so schnell vergessen, nutzlos sind sie im Grunde...
Der Bauer mochte an den Ruhm der Schlachten glauben, der war primitiv, der kostete alles bis zu Ende, was er tat. Aber er, Sulla? Er ist zu intellektuell, zu sehr Gehirn - Marius war vielleicht glücklicher. Obwohl sich Sulla nichts mehr gewünscht hätte als einen Augenblick reinen Glücks. Sulla hatte als »Felix« triumphiert, als Glücklicher, nie war ihm eine Schlacht verloren gegangen, alles fiel ihm nur so zu, wenn er es vorher mit seinem scharfen Geist zerlegt hatte - aber er war deshalb noch nicht glücklich. Er sah die kriechenden Larven seiner Anhänger, er roch den unsagbar ekelhaften Geruch des Pöbels, der seinen Wagen schreiend umlagerte - war das Glück?
Je mehr er über sich nachdenkt, desto unklarer wird er sich. In seinen Memoirenbänden, an deren zweiundzwanzigstem er arbeitet, denkt er nur über sich nach und ist am Ende doch so klug wie am Anfang. War das alles Lüge, das ganze Leben, Lüge und zwecklos? Die Suche nach dem Glück, das sich dauernd ihm schenkte? Hatte er sich darum möglicherweise zu betäuben gesucht in dauerndem Kampfe? Im Kampfe mit Marius?”

 

 1749324-717e3b2cd980df46ac78c5755fb92a78.jpg
Stefan Heym (10 april 1913 – 16 december 2001)
In 1935

 

 

De Vlaamse dichter en beeldhouwer Marcel van Maele werd geboren in Brugge op 10 april 1931. Zie ook alle tags voor Marcel van Maele op dit blog.

 

Bevlogen en bevangen
Voor Guido Gezelle

Het woord aanroepen en de zinnen belagen,
het woord dat bindt, het woord dat breekt,
dat tiert en giert en verder viert,
dat kruipt en sluipt en zich verderstrekt
of dichtgeklapt wat bekken trekt.

Ik luister naar uw gedicht
dat mij soms wankelen doet en schrijf
het mijne met mijn ogen dicht.
Ik huiver als ik op uw schaduw trap
als gij mij met uw god belast en
in al wat zoet is zijn gebaar herkent.
Gij schrijft me neer en meer en smeert me
keer op keer dat godsbestaan weer aan.

De stem die zich verheft en stilte gebiedt
als het woord de taal verlaat en zwerven gaat.
Aanhoor nu dat zwijgen langs alle kanten,
de wind die liggen gaat,
gekust de bloem en uitgelezen
de lamme die de trommel slaat.

 

 1749324-f8d300c78b5fe9ca41312cc7df3c27c2.jpg
Marcel van Maele (10 april 1931 - 24 juli 2009)
In 1972 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2014 en ook mijn blog van 10 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Charles Baudelaire, Karel Jonckheere, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski, Bernard-Marie Koltès

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog

 

De albatros

Soms tracht de scheepsbemanning, uit verveling,
een albatros te grijpen als zo'n dier,
het schip omzwenkend, neerstrijkt op de railing
en dan tot prooi wordt van hun bot plezier.
 
Want heeft de vogel eens zich laten vangen
en moet hij zich bewegen over 't dek,
dan ziet men machteloos zijn vlerken hangen
en loopt hij, letterlijk gezegd, voor gek.
 
Zijn vlucht is vorst'lijk, maar zijn dronken stappen
verwekken bij het scheepsvolk hoongelach:
ze doen hem na, ze maken flauwe grappen,
ze brullen zich een breuk om zijn gedrag.
 
Zo is de dichter ook: hij kan ontzweven
aan wat er rond hem wriemelt en krioelt,
maar zie hoe hij, geprest om mee te leven,
juist door die vleugels zich belemmerd voelt!

 

Vertaald door A. Marja

 

 

Spleen

Wanneer de hemel laag en zwaar drukt als een deksel
Op de kreunende geest, ten prooi aan lange verveling,
En hij vanaf de horizon die de hele cirkel omhelst
Over ons een dag giet die nog triester is dan de nachten ;

Wanneer de aarde veranderd is in een vochtig cachot,
Waar de Hoop, als een vleermuis,
Wegvliegt met zijn verlegen vleugel fladderend tegen muren,      
En zijn hoofd stotend tegen verrotte plafonds ;

Wanneer de regen zijn immense sluiers uitspreidt,
Tralies van een immense gevangenis imiterend
En een zwijgend volk van infame spinnen
Zijn netten spant in het diepst van onze hersenen,

Springen ineens klokken op in razernij
En lanceren een afschuwelijk gehuil naar de hemel,
Net als zwervende geesten zonder vaderland
Die halsstarrig beginnen te kermen.

- En lange lijkwagens, zonder tamboer noch muziek,
Passeren langzaam in mijn ziel ; de Hoop,
Overwonnen, huilt, en de vreselijke despotische Angst,
Plant zijn zwarte vlag op mijn voorovergebogen schedel.


Vertaald door Vivienne Stringa

 

 

De dood der geliefden

Ons wachten bedden vol van lichte geuren.
Er liggen divans, diep als graven, klaar.
De lucht is mooier boven hoven, waar
zich vreemde bloemen in ontluiken kleuren.

We zullen lang ons laatste uur betreuren.
Als fakkels branden onze harten zwaar.
Ze schijnen, dubbel in het spiegelpaar
van onze geest, naar eigen vlam te speuren.

Een avond valt tot rose-blauwe mystiek.
We vloeien samen in een licht, uniek
als grote tranen die van afscheid beven.

En later zal men ons een engel sturen
die, trouw en vrolijk, voor ons nieuw laat leven,
beroete spiegels en gedoofde vuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 1748934-65f697572c73cab77bfa3a7206c78e7c.jpg
Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Karel Jonckheere werd geboren in Oostende op 9 april 1906. Zie ook alle tags voor Karel Jonckheere op dit blog.

 

Avondbrief naar mijn moeder

Zeg mij nu, moeder, waarom alle dagen
die God verleent ik naar mijn vrienden ga,
en waarom niets mij naar uw dorp komt jagen,
ofschoon ik steeds naar u te hunkren sta?
 
Gij woont terug in 't huisje langs de Leie,
waar ik als kind de zoetste uren sleet,
bij geur van bukshout en geronk van bijen,
en waar uw broer tabak en wisschen sneed.
 
Mijn vrienden sieren hier mijn geest met spreuken
en 'k leer van hen wat schoon en manlijk heet,
maar als ik eenzaam ben zie ik een keuken,
een kleine, grijze vrouw, die 'k moeder weet.
 
Terwijl de ketel ruischt, gaat gij zacht spreken
en denkt aan mij, gerust en klaar verblijd.
Weet mij sereen, niets kan ons eenzijn breken,
want tusschen ons is alles reeds gezeid.

 

 

Hangmat

De diepste weelde is niet dood-te-zijn,
of 't volle leven sidderend te bestreelen,
maar, moe genoeg van doorgedragen zinnepijn,
een tragen verren glimlach met den dood te deelen.
 
Dan ruischen alle vreugden door ons vloeiend bloed,
van de eerste naakte vrouwenborst, die zwol in jonge handen,
de lauwe rust, een nanoen, onder zonnehoed,
tot het grootste heimwee, 's avonds, naar de verre landen.
 
Wij weten 't al: voorbije of naaste oneindigheid,
en drijven op een vrede van klare vizioenen,
er is niets uit, geen aanvang ook van nieuwen tijd,
wij zijn juist mensch genoeg om 't ijle reeds te zoene

 

 1748934-4a0a41ff68ae49e0c6a8c16a124a6fde.jpg
Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en “spoken-word artist” Joolz Denby werd geboren op 9 april 1955 in Colchester. Zie ook alle tags voor Joolz Denby op dit blog.

 

Born Dead

We come into the world trailing clouds of glory,
red as daybreak and covered in the muck of ages;
lungs inflating, eyes streaming, creation dreams harrowed
from us by the cut cord and the Babel rush of voices;
we live, we breathe, we find our mother's breast.

But I came silently, dead as dirt, dead as a mummy,
swathed in bandages of slime and embalmed in jaundice,
the pandemonium and scurrying mess of panic
attending me as the doctor braced and heaved,
forceps round my unliving head, tugging, tugging.

Born dead, I was born dead, I wasn't born, I was disinterred,
eyes sealed shut, tracery of spindly ribcage unmoving,
I was refused entry, disbarred from joining this mortal coil
so I lay in my mother's flesh, the ghost long given up,
the doctor pulled and the rickety bed collapsed; bang.

That was my arrival - in a crash of rending metal and the
nurse's scream, the virus-yellow neonate grasped by
brutal instruments, the pointy-headed kid, the corpse
unwilling to do as I was told until they flushed my
flattened veins with two transfusions of my father's blood.

Then I screamed: Oh, horrorshow, oh, fury, oh, grief;
yanked from heaven unto the place beneath
not even my blood, thick with whiskey, was my own;
I entered with velocity and the undead's disregard
for the pitiful machinations of the dumb living.

Born dead, yes, I was born dead, the Memento Mori,
the skull tips her top hat and drags on the black cigarette,
the one-eyed norn cries, 'viva la vida!' Sugar bones and
candy guts, death's dance-partner the reluctant maiden,
I am the bang-up undisputed uncanny Queen of the Underworld.

Born dead - what a bonus; born dead - every breath I
pull a gift, every word written a thanksgiving, every line
drawn a silent carbon prayer, every tattoo inked a bloody
valentine, every kiss a quickening, every tear a salty joy;
born dead, I shouldn't be here, born dead,
I shouldn't, shouldn't be here.

But I am.

 

 1748934-0f7628b885e66724352fb8f0864110a1.jpg
Joolz Denby (Colchester, 9 april 1955)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en criticus Albert von Schirnding werd geboren op 9 april 1935 in Regensburg. Zie ookZie ook alle tags voor Albert von Schirnding op dit blog.

Uit: Jugend, gestern

„Auf überwachsenen Pfaden nähere ich mich dem Sommer des Jahres 1947. Ich weiß, noch manch anderer Sommer des vergangenen Jahrhunderts erhebt Anspruch auf den säkularen Namen.
Aber er gebührt, da bin ich mir sicher, nur einem einzigen: jenem. Den ganzen August hindurch fiel kein Regentropfen.
Ohne Unterlaß, unangefochten von Wolken und Wind, brannte die Sonne und hinterließ, wenn sie spät abends ihre Fahrt von den Hesperiden zu den Aithiopern durch den halbausgetrockneten Ozean antrat, einen so großen Überschuß an Hitze, daß die Luft in den Nächten um keinen Grad abkühlte. Auf den Wiesen wuchsen die braunen Flächen, die Erde der im Wachstum behinderten Weizen- und Roggenfelder zeigte tiefe Risse, der Wald, in dem kein Vogel mehr sang, stand in rostigem Rot,
Borken- und Kartoffelkäfer wüteten ungestört. Das Tag für Tag von Tante Adele triumphierend prophezeite Strafgericht, das in Gestalt eines apokalyptischen Gewitters über uns hereinbrechen werde, herausgefordert von uns Kindern, weil wir die Hitze begrüßten, den Regen, der uns ins Haus gebannt hätte, im Abendgebet zu erflehen uns weigerten, blieb aus. Helios hatte Zeus mattgesetzt, schlaff hing der in seinem Thron auf dem Olymp und fand nicht mehr die Kraft, seine Blitze zu schledern. Wenn der Lateinlehrer Dr.Stichling, der mitten im Schuljahr gestorben war, diesen August noch erlebt hätte, würde er seinen Glauben an die griechischen Götter, mit denen er uns quälte, über Bord geworfen haben. Der Lebenskahn drohte auf Grund zu laufen; er mußte um alles Überflüssige, die Götter voran, erleichtert werden.“

 

 1748934-bfe04c6f0ba6f1a3673c60352155cc92.JPG
Albert von Schirnding (Regensburg, 9 april 1935)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Anruf

Hoch überm See die schweigende Nowgorod.
Noch sinne ich das wohl, und es zieht das Herz
sich mir zusammen, - und doch ist ein
Frieden bereitet in der Zerstörung.

Den aber nennen! In das zerstörte Haus
gehn nur im Traum Gedanken noch ein vom Einst -
wie Möwen überm müden Flusse,
und auch ihr Schreien zerbricht im Winde.

Noch stehen Türme, die ihrer Kuppeln Last,
zerbrochnen Kronen gleich, aus der Trümmer Leid
aufheben, doch es fügt der Himmel
nur das zertretene Bild zusammen.

 

 

Dorfmusik

Letztes Boot darin ich fahr
keinen Hut mehr auf dem Haar
in vier Eichenbrettern weiß
mit der Handvoll Rautenreis
meine Freunde gehn umher
einer bläst auf der Trompete
einer bläst auf der Posaune
Boot werd mir nicht überschwer
hör die andern reden laut:
dieser hat auf Sand gebaut

Ruft vom Brunnenbaum die Krähe
von dem ästelosen: wehe
von dem kahlen ohne Rinde:
nehmt ihm ab das Angebinde
nehmt ihm fort den Rautenast
doch es schallet die Trompete
doch es schallet die Posaune
keiner hat mich angefaßt
alle sagen: aus der Zeit
Fährt er und er hat's nicht weit

Also weiß ichs und ich fahr
keinen Hut mehr auf dem Haar
Mondenlicht um Brau und Bart
abgelebt zuendgenarrt
lausch auch einmal in die Höhe
denn es tönet die Trompete
denn es tönet die Posaune
und von weitem ruft die Krähe
ich bin wo ich bin: im Sand
mit der Raute in der Hand.

 

 1748934-33a75a8d9be53e6653cafd9501864ee3.jpg
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 

De Franse toneelschrijver Bernard-Marie Koltès werd geboren in Metz op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Bernard-Marie Koltès op dit blog.

Uit: Dans la solitude des champs de coton

« Mais plus un vendeur est correct, plus l’acheteur est pervers ; tout vendeur cherche à satisfaire un désir qu’il ne connaît pas encore, tandis que l’acheteur soumet toujours son désir à la satisfaction première de pouvoir refuser ce qu’on lui propose ; ainsi son désir inavoué est exalté par le refus, et il oublie son désir dans le plaisir qu’il a d’humilier le vendeur.
(…)

 

 1748934-ceaedd0303e0ddbf73c0d49844f2c76b.jpg
Scene uit een opvoering in Avignon, 2009

 

Si un chien rencontre un chat – par hasard, ou tout simplement par probabilité, parce qu'il y a tant de chiens et de chats sur un même territoire qu'ils ne peuvent pas, à la fin, ne pas se croiser ; si deux hommes, deux espèces contraires, sans histoire commune, sans langage familier, se trouvent par fatalité face à face – non pas dans la foule ni en pleine lumière, car la foule et la lumière dissimulent les visages et les natures, mais sur un terrain neutre et désert, plat, silencieux, où l'on se voit de loin, où l'on s'entend marcher, un lieu qui interdit l'indifférence, ou le détour, ou la fuite ; lorsqu'ils s'arrêtent l'un en face de l'autre, il n'existe rien d'autre entre eux que de l'hostilité – qui n'est pas un sentiment, mais un acte, un acte d'ennemis, un acte de guerre sans motif. »

 

 1748934-1acb4ef947b204fde2a4d1452cc378aa.jpg
Bernard-Marie Koltès (9 april 1948 – 15 april 1989)

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Jelle Brandt Corstius

De Nederlandfse schrijver correspondent en programmamaker Jelle Brandt Corstius werd geboren in Bloemendaal op 9 april 1978 als zoon van schrijver Hugo Brandt Corstius. Jelle Brandt Corstius volgde van 1990 tot 1996 het VWO aan het Amsterdams Lyceum en ging daarna voor een jaar naar het Elizabethtown College in Pennsylvania. Van 1997 tot 2003 studeerde hij geschiedenis en journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. In Groningen was hij lid van A.S.V. Dizkartes. Brandt Corstius was van 2002 tot 2005 redacteur voor Barend & Van Dorp. Hij woonde van 2005 tot 2010 in Moskou, waar hij correspondent was voor Trouw, De Standaard en mensenrechtenmagazine “Wordt Vervolgd”. In 2009 maakte Brandt Corstius voor de VPRO de televisieserie Van Moskou tot Magadan, waarin hij in Rusland op zoek ging naar thema's die het leven van de gewone Rus vandaag de dag domineren. In 2010 vervolgde hij zijn reportages in de serie “Van Moskou tot Moermansk”. Nadat hij in 2012 en 2013 de reportageserie “Van Bihar tot Bangalore” over India had gemaakt, trok hij in 2014 met een UAZ-busje door de Kaukasus voor de serie De bergen achter Sotsji. In 2015 volgde, naar aanleiding van de Krimcrisis, de serie Grensland over Rusland en zijn buren. Brandt Corstius presenteerde in 2010 en 2011 het programma Zomergasten. In 2008 publiceerde hij “Rusland voor gevorderden”, in 2010 “Van Moskou tot Medan”. Andere boeken zijn o.a. “Van Bakoe tot Batoemi - Een gids voor de Kaukasus” (2014) en “Arctisch dagboek” (2014).

Uit: Arctisch Dagboek

“Later op de dag, na mijn tweede lezing – opnieuw een moeizame sessie – was er een borrel, georganiseerd door de Nederlandse groep. Mijn aanwezigheid was niet verplicht, maar werd van mij als hoerdier eigenlijk wel verwacht. Hoe dan ook, er was gratis alcohol, en daar was ik wel aan toe. Ik zorgde dat ik vijf minuten voor aanvang bij de borrel aanwezig was. Een geamuseerde Filippijn gaf mij twee glazen wijn, die ik in één keer opdronk. Ik was klaar voor de strijd.
De man met de vermiste muts kwam naar mij toe. Hij zei: ‘Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws: mijn muts is terecht. Ik apprecieer dat je geholpen hebt met zoeken, werkelijk waar. Het slechte nieuws, als ik helemaal eerlijk ben...’ Hier liet de man een veelbetekenende stilte vallen. Zijn ogen priemden in mijn hoofd zoals alleen mannen die jarenlang keiharde besluiten hebben moeten nemen in boardrooms dat kunnen. ‘Als ik helemaal eerlijk ben,’ herhaalde de man om het dramatisch effect te vergroten, ‘uw eerste lezing was niet goed. Het verhaal was te anekdotisch, niet
verdiepend genoeg. En de foto’s die u erbij liet zien: dat kan beter. Echt waar. Ik heb nog wel wat tips.’ Ik beloofde de tips door te geven aan de fotograaf, die kort daarvoor een Zilveren Camera had gewonnen voor zijn nomadenproject, zoals ik er subtiel bij vermeldde. Maar deze mutsenman was niet van de subtiliteiten, of hij had nog nooit van de Zilveren Camera gehoord.

‘Moet je horen,’ vervolgde de man, terwijl hij een grote, zware hand op mijn schouder legde, ‘ik heb een vrindje die foto’s maakt. Het is een hobbyist, maar het zijn verdomd goede foto’s. Als je nou je reis opnieuw maakt, maar dan met mijn vrindje, die fatsoenlijke foto’s kan maken. Maakt je verhaal echt een stuk beter, dat kwam nu ook niet helemaal uit de verf. Kan hij je ook mee helpen.’
Terwijl de man zijn hand op mijn schouder hield, en verder vertelde over zijn vrindje, zette ik mijn oren uit. Dit is een handige eigenschap als je veel reist; soms is het beter om iemand helemaal leeg te laten lopen, dan hardhandig het gesprek van koers te laten veranderen. Soms kan je moeilijk weg uit een situatie, bijvoorbeeld als een zeer zelfverzekerde man zijn dikke worstenarm op je schouder legt.”

 

 1900032-c4e1795f737e059b36b690bff9a2b56f.jpg
Jelle Brandt Corstius (Bloemendaal, 9 april 1978)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten