Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 april 2015 tot 13 april 2015

Nachoem Wijnberg, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett, Seamus Heaney, Tim Krabbé

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

Te dom voor de handel

Als ik zou hebben wat nodig was
om een ander graag van mij over te laten nemen
wat zo afgesloten werd,

ik zou weer terug willen kopen
en verkopen, met wie zo is met wat afgesloten is,
want het is voor de handel, niet om te eten.

Wie van mij afgenomen heeft,
en niet wil kopen en verkopen ,
kan hij iets daarvan (ik kan het niet vervangen)
laten liggen waar ik het zal vinden.

Niemand hoeft te weten wie hij is
en het overige mag hij vrij houden.

 

 

Bergen rondom het meer, en zelfs golven in het water

Als je in je eentje
nog niet ver weg kunt gaan
kun je voor iemand gaan staan
en bewegen zonder van
je plaats te komen.

Ziet het eruit
als wie seks heeft? Niet echt,
maar misschien als wie nog net
niet wordt bekeken, en dan is
het nog niet altijd seks.

 

 1750459-0a1c71b7115d2c6163086d8393ab92d8.jpg
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

De Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio werd geboren op 13 april 1940 in Nice. Zie ook alle tags voor Jean-Marie Gustave Le Clézio op dit blog.

Uit: Onitsha

« Le Surabaya, un navire de trois cents tonneaux, déjà vieux, de la Holland Africa Line, venait de quitter les eaux sales de l'estuaire de la Gironde et faisait route vers la côte ouest de l'Afrique, et Fintan regardait sa mère comme si c'était pour la première fois. Peut-être qu'il n'avait jamais senti aupara­vant à quel point elle était jeune, proche de lui, comme la sœur qu'il n'avait jamais eue. Non pas vraiment belle, mais si vivante, si forte. C'était la fin de l'après-midi, la lumière du soleil éclairait les cheveux foncés aux reflets dorés, la ligne du profil, le front haut et bombé formant un angle abrupt avec le nez, le contour des lèvres, le menton. Il y avait un duvet transparent sur sa peau, comme sur un fruit. Il la regardait, il aimait son visage.
Quand il avait eu dix ans, Fintan avait décidé qu'il n'appellerait plus sa mère autrement que par son petit nom. Elle s'appelait Maria Luisa, mais on disait : Maou. C'était Fintan, quand il était bébé, il ne savait pas prononcer son nom, et ça lui était resté. Il avait pris sa mère par la main, il l'avait regardée bien droit, il avait décidé : « A partir d'aujourd'hui, je t'appellerai Maou. » Il avait l'air si sérieux qu'elle était restée un moment sans répondre, puis elle avait éclaté de rire, un de ces fous rires qui la prenaient quelque­fois, auxquels elle ne pouvait pas résister. Fintan avait ri lui aussi, et c'est comme cela que l'accord avait été scellé.
Le buste appuyé sur le bois de la lisse, Maou regardait le sillage du navire, et Fintan la regardait. C'était la fin du dimanche 14 mars 1948, Fintan n'oublierait jamais cette date. Le ciel et la mer étaient d'un bleu intense, presque violet."

 

 1750459-e235eabaec0d5ba8ada9120b55157a78.jpg
Jean-Marie Gustave Le Clézio (Nice, 13 april 1940)
 

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter Samuel Barclay Beckett werd geboren in Foxrock, Dublin op 13 april 1906. Zie ook alle tags voor Samuel Beckett op dit blog.

Uit: Molloy

"And what I saw was more like a crumbling, a frenzied collapsing of all that had always protected me from all I was always condemned to be. Or it was like a kind of clawing towards a light and countenance I could not name, that I had once known and long denied. But what words can describe this sensation at first all darkness and bulk, with a noise like the grinding of stones, then suddenly as soft as water flowing. And then I saw a little globe swaying up slowly from the depths, through the quiet water, smooth at first, and scarcely paler than its escorting ripples, then little by little a face, with holes for the eyes and mouth and other wounds, and nothing to show if it was a man's face or a woman's face, a young face or an old face, or if its calm too was not an effect of the water trembling be-tween it and the light. But I confess I attended but absently to these poor figures, in which I suppose my sense of disaster sought to contain itself. And that I did not labour at them more diligently was a further index of the great changes I had suffered and of my growing resignation to being dispossessed of self. And doubtless I should have gone from discovery to discovery, concerning myself, if I had persisted. But at the first faint light, I mean in these wild shadows gathering about me, dispensed by a vision or by an effort of thought, at the first light I fled to other cares. And all had been for nothing. And he who acted thus was a stranger to me too. For it was not my nature, I mean it was not my custom, to conduct my calculations simultaneously, but sepa-rately and turn about, pushing each one as far as it would go before turning in desperation to another. ... But one incident remains to be noted ..."

 

 1750459-0dcd161a82b5c6f3eba920685d23e95c.jpg
Samuel Beckett (13 april 1906 - 22 december 1989)
In 1985

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

Act of Union

I
To-night, a first movement, a pulse,
As if the rain in bogland gathered head
To slip and flood: a bog-burst,
A gash breaking open the ferny bed.
Your back is a firm line of eastern coast
And arms and legs are thrown
Beyond your gradual hills. I caress
The heaving province where our past has grown.
I am the tall kingdom over your shoulder
That you would neither cajole nor ignore.
Conquest is a lie. I grow older
Conceding your half-independant shore
Within whose borders now my legacy
Culminates inexorably.

 

II
And I am still imperially
Male, leaving you with pain,
The rending process in the colony,
The battering ram, the boom burst from within.
The act sprouted an obsinate fifth column
Whose stance is growing unilateral.
His heart beneath your heart is a wardrum
Mustering force. His parasitical
And ignorant little fists already
Beat at your borders and I know they're cocked
At me across the water. No treaty
I foresee will salve completely your tracked
And stretchmarked body, the big pain
That leaves you raw, like opened ground, again.

 

 1750459-e630383e4a0284fa3170e5a9c4dc67f3.jpg
Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

 

De Nederlands schrijver en schaker Tim Krabbé werd geboren in Amsterdam op 13 april 1943. Zie ook alle tags voor Tim Krabbé op dit blog.

Uit:Das Rennen (Vertaald door Susanne George)

„Die Straße ist verlassen, schmal. Hier hat alles mit Stein zu tun. Steinchen auf dem Weg, überhängende Felsen. Überall das verblichene Elefantengrau von Stein. Entlang der Straße Klatschmohn und Hundertmeterpfosten. Viel Klatschmohn und wenig Hundertmeterpfosten. Eine Haarnadelkurve, hin und wieder ein Blick nach unten. Alles ist da: Höhe, klares Wasser, bizarre Felsen. "Die Fahrer hatten keine Zeit, die herrliche Landschaft zu betrachten." Ein Hundertmeterpfosten.
Ich fahre dreiundvierzig mal achtzehn. Zu hoch. Ich werde aufs Neunzehner müssen, aber wenn ich damit bis zu diesem Pfosten warte, steht fest, dass ich das Rennen doch noch gewinnen werde. Interview mit dem Mechaniker von Lucien van Impe nach einer großen Bergetappe: "Sein Zweiundzwanziger war noch völlig sauber." Bedeutet: Er fuhr mühelos heute, dieses Schmerzmittel hat er nicht gebraucht.
Ich schalte. Dreiundvierzig neunzehn: die Übersetzung für den unerschütterlichen Kletterer. Wie in Himmels Namen ist es nur möglich, dass ich jedes Mal wieder Rennen fahren will.“

 

 1750459-5aa52f909663413c4dc958a1558c6470.jpg
Tim Krabbé (Amsterdam, 13 april 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van vandaag ook mijn blog van 13 mei 2014 en ook mijn blog van 13 mei 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Alexander Münninghoff

De Nederlands schrijver en journalist Alexander Münninghoff werd geboren in Posen op13 april 1944. Van 1974 tot 2007 werkte hij voor de Haagsche Courant. Münninghoff heeft veel artikelen en boeken over de schaaksport geschreven. In 1983 won hij de Prijs voor de Dagbladjournalistiek. Zijn vader vocht voor de Waffen SS aan het Oostfront, zijn grootmoeder was een Russische gravin.[Münninghoff doorliep het Gymnasium Haganum. Hij studeerde Slavische taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden en aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte indertijd voor de MID als instructeur Russisch. Als journalist was hij onder andere correspondent in Moskou voor de Haagsche Courant. en in die hoedanigheid oorlogscorrespondent in Cambodja, El Salvador en tijdens de Eerste Golfoorlog tussen Iran en Irak. In 2014 publiceerde hij de bewogen geschiedenis van zijn familie onder de titel “De stamhouder”, een familiekroniek.

Uit: De stamhouder

“Terwijl Mimousse steeds meer aandacht aan mijn opvoeding ging besteden, wendde mijn vader zich juist steeds meer van me af. In het begin was hij nog wel bereid om mee te doen. Hij leerde me veters strikken op Russische wijze, zeer onhandig met twee lussen die je met elkaar moet verstrengelen, maar als je je zoiets eenmaal hebt aangeleerd kom je er de rest van je leven niet meer van af. Hij knipte mijn nagels, leerde me schoenen poetsen, nam me geregeld mee naar de kapper en deed me op paardrijles.
Daar, in de stokoude manege in de Kazernestraat, midden in Den Haag, leefde hij helemaal op als hij me op zaterdagmiddag begeleidde en toekeek hoe ik, op aanwijzingen van rijschoolhoudster Noortje Tak, in de piste mijn kunstjes deed. De eerste keer dat ik werd afgeworpen en huilend naar hem toe liep, kreeg ik prompt een draai om mijn oren. ‘Hou op met janken, oud wijf. Een paard merkt alles. Als de sodemieter weer dat zadel in, laat zien dat jij de baas bent, anders kun je het wel schudden,’ beet hij me toe. Noortje Tak, een vrouw met haar op de tanden van wie mijn vader zei dat zij zo iemand was die je voor haar verjaardag een Ronson-aansteker cadeau kon doen, stond er goedkeurend bij te knikken. Die opmerking over de Ronson was typisch zo’n bizarre uitspraak waar mijn vader patent op had en die, hoewel volstrekt betekenisloos, toch op een geheimzinnige manier een essentie wist te raken.
Wijze levenslessen hoefde ik van mijn vader niet te verwachten. Zijn drie favoriete  slogans luidden: de domste boeren hebben de dikste lullen, met geweld gaat alles, denken moet je aan paarden overlaten want die hebben een veel groter hoofd dan jij.”

 

 1789223-3c445c5d083aeb6ea0d7ce9703ebbdab.jpg
Alexander Münninghoff (Posen, 13 april 1944)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Eudora Welty

De Amerikaanse schrijfster Eudora Alice Welty werd geboren in Jackson, Mississippi, op 13 april 1909. Zij genoot haar opleiding aan de universiteit van Wisconsin en studeerde vervolgens in New York aan de reclameopleiding van de Columbia-universiteit. In de jaren dertig werkte zij als fotograaf en schreef zij voor de plaatselijke radio en kranten in Jackson. Haar debuutbundel, “A Curtain of Green, and Other Stories”, verscheen in 1941 en luidde meteen het begin van haar faam in. De schrijfster Katherine Anne Porter schreef een lovend voorwoord en trad ook op als mentor van Welty. Haar publiek nam allengs toe in omvang. In 1943 volgde de bundel “The Wide Net, and Other Stories”, in 1949 “The Golden Apples” en in 1955 “The Bride of Innisfallen, and Other Stories”. In haar romans staat de intimiteit van gezins- en familieleven centraal. De bekendste is “Delta Wedding” (1946): familieleden komen bijeen voor een bruiloft in de rivierdelta van de Mississippi. Het kenmerkende is dat de meesten hunner niet veel van de wereld weten, zoals die is buiten hun beperkte horizon. Onderling kibbelen zij, maar als de familie lijkt te worden bedreigd of aangevallen, sluiten zich de gelederen. Voor het verstilde “The Optimist’s Daughter” (1972) ontving Welty een Pulitzerprijs. Welty schreef ook essays onder de titel “The Eye of the Story” (1978). Haar “One Writer’s Beginnings” (1984) is autobiografisch. Welty ontving een groot aantal bekroningen, prijzen en andere vormen van erkenning. Daarbij hoorden zowel in 1942 als in 1943 de O. Henry Memorial Prize voor het beste korte verhaal van het jaar, in 1944 een prijs van de American Academy of Arts and Letters en in 1955 de Howells Medal for Fiction voor haar roman The Ponder Heart. De Brandeis-universiteit verleende haar in 1966 de Creative Arts Medal for Fiction. De Pulitzerprijs van 1973 werd al genoemd bij de bespreking van The Optimists Daughter.Tweemaal viel haar een Guggenheim Fellowship ten deel, in 1942 en in 1968. Haar woonhuis in Jackson is nu een museum, het Eudora Welty House.

Uit: A Curtain of Green (Petrified Man)

"Reach in my purse and git me a cigarette without no powder in it if you kin, Mrs. Fletcher, honey," said Leota to her ten o'clock shampoo-and-set customer. "I don't like no perfumed cigarettes."
Mrs. Fletcher gladly reached over to the lavender shelf under the lavender-framed mirror, shook a hair net loose from the clasp of the patent-leather bag, and slapped her hand down quickly on a powder puff which burst out when the purse was opened.
"Why, look at the peanuts, Leota!" said Mrs. Fletcher in her marveling voice.
"Honey, them goobers has been in my purse a week if they's been in it a day. Mrs. Pike bought them peanuts."
"Who's Mrs. Pike?" asked Mrs. Fletcher, settling back. Hidden in this den of curling fluid and henna packs, separated by a lavender swing-door from the other customers, who were being gratified in other booths, she could give her curiosity its freedom. She looked expectantly at the black part in Leota's yellow curls as she bent to light the cigarette. ...
"Mrs. Pike is a lovely girl, you'd be crazy about her, Mrs. Fletcher. But she can't sit still a minute. We went to the travelin' freak show yestiddy after work. ... What, you ain't been?"
"No, I despise freaks," declared Mrs. Fletcher.
"Aw. Well, honey, talking about (you) bein pregnant an' all, you ought to see those twins in a bottle, you really owe it to yourself ..."
"Well, honey, what Mrs. Pike liked was the pygmies ... you know the teeniest men in the universe...
"But they got this man, this petrified man, that ever'thing ever since he was nine years old, when it goes through his digestion, see, somehow Mrs. Pike says it goes to his joints and has been turning to stone."
"How awful!" said Mrs. Fletcher."

 

 1782657-c16d4e0257268b4f022f32e050437411.jpg
Eudora Welty (13 april 1909 – 23 juli 2001)
Portret door Karl Wolfe, 1982

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Michel Faber

De Schotse, Engelstalige schrijver van Nederlandse herkomst, Michel Faber werd geboren in Den Haag op 13 april 1960. Faber emigreerde in 1967 naar Australië. Hij studeerde Nederlands, Engels, retorica en filosofie aan de Universiteit van Melbourne. Na zijn afstuderen had hij moeite om werk te vinden en ging hij een opleiding tot verpleegkundige volgen, welk beroep hij uitvoerde van 1983 tot 1993. In 1993 emigreerde hij met zijn tweede vrouw naar Schotland, waar hij nog altijd woont. Faber schreef al volop vanaf het begin van de jaren tachtig, maar publiceerde pas vanaf in 1998 zijn eerste verhalen onder de titel “Some Rain Must Fall” (Gods speelgoed) en in 2000 zijn eerste roman “Under the Skin” (Onder de huid). Met werken als “The Hundred and Ninety-Nine Steps” (2001, Honderdnegenennegentig treden) en “The Courage Consort” (2002, Het courage-ensemble) bereikte hij een breed publiek. Hoogtepunt in Fabers oeuvre is ongetwijfeld zijn monumentale roman van bijna duizend bladzijden “The Crimson Petal and the White” (2002, Lelieblank, scharlakenrood). Het is het verhaal van de negentienjarige intelligente prostituee Sugar in het Victoriaanse Londen van 1875. ”The Crimson Petal and the White werd een internationale bestseller en geroemd door de literaire kritiek. Zijn volgende boeken, twee verhalenbundels en de roman “The Fire Gospel” wisten het succes van hun voorganger ook niet te evenaren. Fabers boeken werden meermaals onderscheiden, onder andere met de O. Henry Award en de Costa Book Award.

Uit: Under the Skin

“Isserley always drove straight past a hitch-hiker when she first saw him, to give herself time to size him up. She was looking for big muscles: a hunk on legs. Puny, scrawny specimens were no use to her.
At first glance, though, it could be surprisingly difficult to tell the difference. You'd think a lone hitcher on a country road would stand out a mile, like a distant monument or a grain silo; you'd think you would be able to appraise him calmly as you drove, undress him and turn him over in your mind well in advance. But Isserley had found it didn't happen that way.
Driving through the Highlands of Scotland was an absorbing task in itself; there was always more going on than picture postcards allowed. Even in the nacreous hush of a winter dawn, when the mists were still dossed down in the fields on either side, the A9 could not be trusted to stay empty for long. Furry carcasses of unidentifiable forest creatures littered the asphalt, fresh every morning, each of them a frozen moment in time when some living thing had mistaken the road for its natural habitat.
Isserley, too, often ventured out at hours of such prehistoric stillness that her vehicle might have been the first ever. It was as if she had been set down on a world so newly finished that the mountains might still have some shifting to do and the wooded valleys might yet be recast as seas.
Nevertheless, once she'd launched her little car onto the deserted, faintly steaming road, it was often only a matter of minutes before there was southbound traffic coming up behind her. Nor was this traffic content to let her set the pace, like one sheep following another on a narrow path; she must drive faster, or be hooted off the single carriageway.
Also, this being an arterial road, she must be alert to all the little capillary paths joining it. Only a few of the junctions were clearly signposted, as if singled out for this distinction by natural selection; the rest were camouflaged by trees. Ignoring junctions was not a good idea, even though Isserley had the right of way: any one of them could be spring-loaded with an impatiently shuddering tractor which, if it leapt into her path, would hardly suffer for its mistake, while she would be strewn across the bitumen.“

 

 1767255-1a43f14c86faa6b8abf527386b3d5d1c.jpg
Michel Faber (Den Haag, 13 april 1960)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Günter Grass

In Memoriam Günter Grass

De Duitse schrijver Günter Grass is vandaag overleden in de stad Lübeck. Dat heeft zijn uitgever Steidl Verlag bekendgemaakt. Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. In 1999 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Grass is 87 jaar oud geworden. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Die Blechtrommel

„Jetzt habe ich keine Worte mehr, muß aber dennoch überlegen, was Oskar nach seiner unvermeidlichen Entlassung aus der Heil- und Pflegeanstalt zu tun gedenkt. Heiraten? Ledigbleiben Auswandern? Modellstehen? Steinbruch kaufen? Jünger sammeln? Sekte gründen? All die Möglichkeiten, die sich heutzutage einem Dreißigjährigen bieten, müssen überprüft werden, wo mit überprüft, wenn nicht mit meiner Trommel. So werde ich also jenes Liedchen, das mir immer lebendiger und fürchterlicher wird, auf mein Blech legen, werde die Schwarze Köchin anrufen, befragen, damit ich morgen früh meinem Pfleger Bruno verkünden kann, welche Existenz der dreißigjährige Oskar fortan im Schatten eines immer schwärzer werdenden Kinderschreckens zu führen gedenkt; denn was mich früher auf Treppen erschreckte, was im Keller, beim Kohlenholen buhhh machte, daß ich lachen mußte, was aber dennoch immer schon da war, mit Fingern sprach, durchs Schlüsselloch hustete, im Ofen seufzte, schrie mit der Tür, wölkte auf aus Kaminen, wenn Schiffe im Nebel ins Horn atmeten, oder wenn zwischen den Doppelfenstern stundenlang eine Fliege starb, auch als die Aale nach Mama verlangten, und meine arme Mama nach den Aalen, wenn die Sonne hinter dem Turmberg verschwand und für sich lebte,starb, auch als die Aale nach Mama verlangten, und meine arme Mama nach den Aalen, wenn die Sonne hinter dem Turmberg verschwand und für sich lebte, Bernstein! Wen meinte Herbert, als er das Holz berannte? Auch hinterm Hochaltar — was wäre der Katholizismus ohne die Köchin, die alle Beichtstühle schwärzt? Sie warf den Schatten, als des Sigismund Markus Spielzeug zusammenbrach, und die Gören auf dem Hof des Mietshauses, Axel Mischke und Nuchy Eyke, Susi Kater und Hänschen Kollin, sie sprachen es aus, sangen, wenn sie die Ziegelmehlsuppe kochten: »Ist die Schwarze Köchin da? Jajaja! Du bist schuld und du bist schuld und du am allermeisten. Ist die Schwarze Köchin da...« Immer war sie schon da, selbst im Waldmeisterbrausepulver, so unschuldig grün es auch schäumte; in allen Kleiderschränken, in denen ich jemals hockte, hockte auch sie und lieh sich später das dreieckige Fuchsgesicht der Luzie Rennwand aus, fraß Wurstbrote mitsamt den Pellen und führte die Stäuber auf einen Sprungturm — nur Oskar blieb übrig, sah Ameisen zu und wußte: das ist ihr Schatten, der sich vervielfältigt hat und der Süße nachgeht, und alle die Worte: Gebenedeite, Schmerzensreiche, Seliggepriesene, Jungfrau der Jungfrauen ... und alle die Gesteine: Basalt, Tuff, Diabas, Nester im Muschelkalk, Alabaster so weich... und all das zersungene Glas, durchsichtige Glas, hauchdünn geatmete Glas... und Kolonialwaren: Mehl und Zucker in blauen Pfund- und Halbpfundtüten. Später vier Kater, deren einer Bismarck hieß, die Mauer, die frisch gekalkt werden muß te, ins Sterben verstie gene Pole n, auch So ndermeldu nge n, wenn wer was versenkte, Karto ffeln, die von der Waage polterten, was sich zum Fußende hin verjüngt, Friedhöfe, auf denen ich stand, Fliesen, auf denen ich kniete, Kokosfasern, auf denen ich lag ... alles im Beton Eingestampfte, der Saft der Zwiebeln, der die Tränen zieht, der Ring am Finger und die Kuh, die mich leckte... Fragt Oskar nicht, wer sie ist! Er hat keine Worte mehr. Denn was mir früher im Rücken saß, dann meinen Buckel küßte, kommt mir nun und fortan entgegen:

Schwarz war die Köchin hinter mir immer schon.
Daß sie mir nun auch entgegenkommt, schwarz.
Wort, Mantel wenden ließ , schwarz.
Mit schwarzer Währung zahlt, schwarz.
Während die Kinder, wenn singen, nicht mehr singen:
Ist die Schwarze Köchin da? Ja — Ja — Ja!"

 

 1750681-24cab81ffa7f376a2e796697c9d746fb.jpg
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Am ersten Sonntage nach Ostern (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Beloken Pasen

 

 1750055-897399f198cebe2f3f1d43da30310cf1.jpg
Het Ongeloof van Sint Thomas door Guercino, 1621

 

 

Am ersten Sonntage nach Ostern

Evang.: Jesus geht durch verschlossene Türen
und spricht: "Der Friede sei mit Euch!"

Und hast du deinen Frieden denn gegeben
An Alle, die dich sehnen um dein Heil,
So will ich meine Stimme auch erheben:
Hier bin ich, Vater, gib mir auch mein Teil!
Warum sollt' ich, ein ausgeschloßnes Kind,
Allein verschmachtend um mein Erbe weinen?
Warum nicht sollte deine Sonne scheinen,
Wo doch im Boden gute Keime sind?

Oft mein' ich zwar, zum Beten sei genommen
Mir alles Recht, da es so trüb und lau;
Mir könne nur geduldig Harren frommen
Und starrer Aufblick zu des Himmels Blau:
Doch Herr, der du dem Zöllner dich gesellt,
O laß nicht zu, daß ich in Nacht verschwimme;
Dem irren Lamme ruft ja deine Stimme,
Und um den Sünder kamst du in die Welt.

Wohl weiß ich, wie es steht in meiner Seelen,
Wie glaubensarm, wie trotzig und verwirrt,
Wohl weiß ich, daß sich manches mochte hehlen;
Ich fühle, wie es durch die Nerven schwirrt,
Und kraftlos folg' ich seiner trüben Spur.
Mein Helfer, was ich nimmer mag ergründen,
Du kennst es wohl, du weißt es wohl zu finden,
Du bist der Arzt, ich bin der Kranke nur.

Und hast du tief geschaut in meine Sünden,
Wie nicht ein Menschenauge schauen kann;
Hast du gesehn, wie in den tiefsten Gründen
Noch schlummert mancher wüste, dunkle Wahn:
Doch weiß ich auch, daß keine Trän' entschleicht,
Die Deine treue Hand nicht hat gewogen,
Und daß kein Seufzer dieser Brust entflogen,
Der dein barmherzig Ohr nicht hat erreicht.

Du, der verschloßne Türen kann durchdringen,
Sieh,
meine Brust ist ein verschloßnes Tor.
Zu matt bin ich, die Riegel zu bezwingen;
Doch siehst du, wie ich angstvoll steh' davor.
Brich ein, brich ein! O komm mit deiner Macht,
Laß Liebe gelten, da gering der Glaube,
O laß mich schauen deine Friedenstaube,
Laß fallen deinen Strahl in meine Nacht!

Nicht weich' ich, eh' ich einen Schein gesehen,
Und wär' er schwach wie Wurmes Flimmer auch;
Und nicht von dieser Schwelle will ich gehen,
Bis ich vernommen deiner Stimme Hauch.
So sprich, mein Vater, sprich denn auch zu mir
Mit jener Stimme, die Maria nannte,
Als sie verkennend, weinend ab sich wandte,
O sprich: "Mein Kind, der Friede sei mit dir!"

 

 

 1750055-bd068310bc2c1eee1ff8267b52ea4724.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Slot Hülshoff met de kapel

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:44 Reageer op dit bericht

Antje Rávic Strubel, Alan Ayckbourn, Scott Turow, Tom Clancy, Agnes Sapper

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

Uit: Sturz der Tage in die Nacht

„Es ist dieser Herbst gewesen, in dem alles begonnen hat, dieser nördliche Herbst mit seiner schneelosen Kälte, mit seiner erstickend frühen Dunkelheit, dieser Herbst mit seinem grau aufschäumenden Meer und den windgepeitschten Felsen. Es begann in der Nacht, in der es mich hinaus auf die Klippe trieb, die fünfzig, sechzig Meter über der Ostsee aufragt, in der ich dort oben stand und daran dachte, es zu tun, es mit derselben Leichtigkeit, mit demselben instinktiven Vertrauen zu tun wie die Vögel, die sich im Juni von den Felsen stürzen, denn ich war reich, und dieses Gefühl war grenzenlos, und ich wusste, dass es nicht über den Moment hinaus dauern würde, nicht länger andauerte als diese Minuten, in denen ich hier oben stand und der Wind so eisig war, dass mein Gesicht taub wurde und es mir den Atem zurück in die Lunge drückte. Ich wusste, dass es das war, was mich bis an die Kante der Felsen trieb, nicht Verzweiflung, nicht der Gedanke, entdeckt zu werden, oder die Angst vor dem, was dieser Entdeckung folgte. Wenn ich mich da oben nicht umgedreht hätte zum rotierenden Leuchtfeuer, wenn ich nicht zurückgeschaut und mir vorgestellt hätte, wie sie da lag mit den über die Schultern gerutschten Trägern ihres dünnen Nachthemdes, sondern wenn ich weitergegangen wäre, noch einen Schritt über den Rand der Klippe hinaus, dann wäre dieser Reichtum in mir für immer in der eisigen Kälte aufgehoben gewesen.
»Inez. Betonung auf dem e.«
»Das gefällt mir. Klingt spanisch.«
Der Herbst, nicht der Sommer war es, der mich so ausgeglüht hat, dass ich das Gefühl haben werde, richtungslos über den Asphalt zu treiben, wenn die Fähre mich in einer Stunde in dem verödeten Hafen von Klintehamn absetzen wird, von dem aus ich im Juni aufgebrochen war.
Ich hatte eine Woche auf Gotland verbracht. Ich hatte mir die Stadtmauer von Visby angesehen und das Klostertheater in Roma, ich war nach Fårö, Gotlands nördlicher Spitze, gefahren, die bis vor wenigen Jahren noch militärisches Sperrgebiet gewesen war. An Fårös Stränden ragen Kalksteinsäulen auf. Sie sind schlank und porös und wirken im Nebel wie steif aufgerichtete Leichname. Abends saß ich vor meinem Zelt und sah die Mücken tanzen. Es wurde nicht dunkel. Die Sonne verschwand nur für zwei Stunden hinter dem Horizont, der bis zum Morgen nachglühte. Ich schlief schlecht.”

 

 1750051-380ea603ec5e6fcb92c593c42ad21add.jpg
Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

 

 

De Britse blijspelauteur Alan Ayckbourn werd geboren op 12 april 1939 in Londen. Zie ook alle tags voor Alan Ayckbourn op dit blog.

Uit: Confusions

« Lucy: Would you care for a drink or something?
Rosemary: A drink? Oh – well – what’s the time? Well – I don’t know if I should. Half past – oh yes, well \– why not? Yes, please. Why not? A little one.
Lucy: Orange or lemon?
Rosemary: I beg your pardon?
Lucy: Orange juice or lemon juice? Or you can have milk.
Rosemary: Oh, I see. I thought you meant...
Lucy: Come on. Orange or lemon? I’m waiting.
Rosemary: Is there a possibility for some coffee?
Lucy: No.
Rosemary  Oh.
Lucy: It’ll keep you awake. I’ll get you an orange, it’s better for you.
Rosemary: Oh...”

 

 1750051-1fa9abb2559b5c4c2c351d16b288e5d0.jpg
Alan Ayckbourn (Londen, 12 april 1939)
Scene uit “Confusions”, Union Theatre, Londen, 2009

 

 

De Amerikaanse schrijver en jurist Scott Turow werd geboren op 12 april 1949 in Chicago. Zie ook alle tags voor Scott Turow op dit blog.

Uit: Personal Injuries

“Feaver had heard out the agents in his living room. He was perched on a camelback sofa smartly upholstered in bleached silk, trying to contain himself. To smile. Stay slick. He opened his mouth to speak but was interrupted by the unexpected sensation of a single cold rill of his own sweat tracking the length of his side until it was absorbed in the elastic waistband of his boxers.
And the good news? he asked on second effort.
They were getting to that, the agent said. The good news was that Robbie had an opportunity. Maybe there was something he could do for himself. Something that a person with his family situation ought to consider.
The agent then walked across the marble foyer and opened the front door. The United States Attorney, Stan Sennett, was standing on Robbie's doorstep. Feaver recognized him from TV, a short man, slender, kempt with a compulsive orderliness. A few gnats zagged madly under the light above the careful part in Sennett's head. He greeted Feaver with his in-court expression, humorless as a hatchet blade.
Robbie had never practiced a day of criminal law, but he knew what it meant that the United States Attorney was standing in person on his front stoop late at night. It meant the biggest gun was pointed straight at him. It meant they wanted to make him an example. It meant he'd never get away.
In his terror, Robbie Feaver found a single useful thought.
I want a lawyer, he said.
He was entitled, Sennett finally responded. But perhaps Robbie should listen to him first. As soon as Sennett set a polished brogan across the threshold, Robbie repeated himself.“

 

 1750051-52a18a1c31fd4f3b1062a33d92fcd068.jpg
Scott Turow (Chicago, 12 april 1949)

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ook alle tags voor Tom Clancy op dit blog.

Uit: The Teeth of The Tiger

"Lessons learned?" Broughton asked.
"There is no such thing as too much training, sir, or being in too good a shape. The real thing is a lot messier than exercises. Like I said, the Afghans are brave enough, but they are not trained. And you can never know which ones are going to slug it out, and which ones are going to cave. They taught us at Quantico that you have to trust your instincts, but they don't issue instincts to you, and you can't always be sure if you're listening to the right voice or not." Caruso shrugged, but he just went ahead and spoke his mind. "I guess it worked out okay for me and my Marines, but I can't really say I know why."
"Don't think too much, Captain. When the shit hits the fan, you don't have time to think it all the way through. You think beforehand. It's in how you train your people, and assign responsibilities to them. You prepare your mind for action, but you never think you know what form the action is going to take. In any case, you did everything pretty well. You impressed this Hardesty guy—and by the way, he is a fairly serious customer. That's how this happened," Broughton concluded.
"Excuse me, sir?"
"The Agency wants to talk to you," the M-2 announced. "They're doing a talent hunt, and your name came up."
"To do what, sir?"
"Didn't tell me that. They're looking for people who can work in the field. I don't think it's espionage. Probably the paramilitary side of the house. I'd guess that's the new counter-terror shop. I can't say I'm pleased to lose a promising young Marine. However, I have no say in the matter. You are free to decline the offer, but you do have to go up and talk to them beforehand."
"I see." He didn't, really.
"Maybe somebody reminded them of another ex-Marine who worked out fairly well up there..." Broughton half observed."

 

 1750051-849b77b3630697bf21489afcfdd183d6.jpg
Tom Clancy (12 april 1947- 1 oktober 2013)

 

 

De Duitse schrijfster Agnes Sapper werd geboren op 12 april 1852 in München. Zie ook alle tags voor Agnes Sapper op dit blog.

Uit: Die Familie Pfäffling. Eine deutsche Wintergeschichte

„Ihr wollt die Familie Pfäffling kennen lernen? Da muß ich euch weit hinausführen bis ans Ende einer größeren süddeutschen Stadt, hinaus in die äußere Frühlingsstraße. Wir kommen ganz nahe an die Infanteriekaserne, sehen den umzäunten Kasernenhof und Exerzierplatz. Aber vor diesem, etwas zurück von der Straße, steht noch ein letztes Haus und dieses geht uns an. Es gehört dem Schreiner Hartwig, bei dem der Musiklehrer Pfäffling mit seiner großen Familie in Miete wohnt.
Um das Haus herum, bis an den Kasernenhof, erstreckt sich ein Lagerplatz für Balken und Bretter, auf denen Knaben und Mädchen fröhlich herumklettern, turnen und schaukeln. Meistens sind es junge Pfäfflinge, die da ihr Wesen treiben, manchmal sind es auch ihre Kameraden, aber der eine Kleine, den man täglich auf den obersten Brettern sitzen und dabei die Ziehharmonika spielen sieht, das ist sicher kein anderer als Frieder Pfäffling.
Um die Zeit, da unsere Geschichte beginnt, ist übrigens der Hof verlassen und niemand auf dem weiten Platz zu sehen. Heute ist, nach den langen Sommerferien, wieder der erste Schultag. Der Musiklehrer Pfäffling, der schlanke Mann, der noch immer ganz jugendlich aussieht, war schon frühzeitig mit langen Schritten den gewohnten Weg nach der Musikschule gegangen, um dort Unterricht zu geben. Sechs von seinen sieben Kindern hatten zum erstenmal wieder ihre Bücher und Hefte zusammengesucht und sich auf den Schulweg gemacht. Die lange Frühlingsstraße mußten sie alle hinunterwandern, aber dann trennten sich die Wege; die drei ältesten suchten weit drinnen in der Stadt das alte Gymnasiumsgebäude auf, die zwei Schwestern hatten schon etwas näher in die Töchterschule und Frieder, der noch in die Volksschule ging, hätte sein Ziel am schnellsten erreichen können, aber das kleine runde Kerlchen pflegte in Gedanken verloren dahinzugehen und sich mehr Zeit zu lassen als die andern.“

 

 1750051-898b0e92eb8d501601d30745633c8494.jpg
Agnes Sapper (12 april 1852 – 19 maart 1929)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:40 Reageer op dit bericht

Edward de Vere, José Gautier Benítez, Alexander Ostrovski, Guillaume-Thomas Raynal

De Engelse hoveling, dichter en toneelschrijver Edward de Vere, 17e graaf van Oxford, werd geboren op 12 april 1550 in Castle Hedingham. Zie ook alle tags voor Edward de Vere op dit blog.

 

Even as the wax doth melt, or dew consume away

Even as the wax doth melt, or dew consume away
Before the sun, so I, behold, through careful thoughts decay;
For my best luck leads me to such sinister state,
That I do waste with others' love, that hath myself in hate.
And he that beats the bush the wished bird not gets,
But such, I see, as sitteth still and holds the fowling nets.

The drone more honey sucks, that laboureth not at all,
Than doth the bee, to whose most pain least pleasure doth befall:
The gard'ner sows the seeds, whereof the flowers do grow,
And others yet do gather them, that took less pain I trow.
So I the pleasant grape have pulled from the vine,
And yet I languish in great thirst, while others drink the wine.

Thus like a woeful wight I wove the web of woe,
The more I would weed out my cares, the more they seemed to grow:
The which betokeneth, forsaken is of me,
That with the careful culver climbs the worn and withered tree,
To entertain my thoughts, and there my hap to moan,
That never am less idle, lo! than when I am alone.

 

 1750044-fe9ce8d7877cd2815da415cc947f50fc.jpg
Edward de Vere (12 april 1550 – 24 juni 1604)
Rhys Ifans als Edward De Vere in de film Anonymous uit 2011.

 

 

De Puertoricaanse dichter José Gautier Benítez werd geboren op 12 april 1848 in Caguas. Zie ook alle tags voorJosé Gautier Benítez op dit blog.

 

To My Friends

Oh, my friends, when I die, plant a willow on my grave
When in the glass of my brief day
The sand runs out, and to my rest,
Where sleep the dead, I'm borne away,
Remember this my last behest.

Thrust my remains in none of those
Grim vaults that line the sullen walls,
In whose dread chambers, dark and close,
Our glorious sunlight never falls.

Seek me an open space below:
There, neath the sward make ye my bed,
Where sunbeams play, and breezes blow;
And flowers and shrubs there fragrance spread.

That I may feel - while time rolls on -
Around, above me, ever near,
The warm rays of my country's sun,
The sod of my Borinquen dear!

 
Vertaald door Francis J. Amy

 

 1750044-39cdd064e9c9c493d1deb84d3d2d38ca.jpg
José Gautier Benítez (12 april 1848 – 24 januari 1880)

 

 

De Russische toneelschrijver Alexander Nikolajewitsj Ostrovski werd geboren op 12 april 1823 in Moskou. Zie ook alle tags voorAlexander Ostrovski op dit blog.

Uit:The Storm (Vertaald door Constance Garnett)

“KULIGIN. Then there's no doubt, sir, you'll never see your fortune.
BORIS. No, but that's not all, Kuligin! First he finds fault with us to his heart's content, and ends none the less with giving us nothing, or some tiny dole. And then he'll go making out that it's a great favour, and that he ought not to have done even that.
KUDRIASH. That's just the way the merchants go on among us. Besides, if you were ever so respectful to him, who's to hinder him from saying you're disrespectful?
BORIS. To be sure. And indeed he sometimes will say: I've children of my own, why should I give money away to outsiders? Am I to wrong my own like that?
KULIGIN. It's plain, sir, you're not in luck's way.
BORIS. If it were only me, I wouldn't care! I'd throw it all up and go away. But I'm sorry for my sister. He did write for her to come too, but mother's relations wouldn't let her, they wrote she wasn't well. It frightens me to think what the life here would be for her.
KUDRIASH. Of course. The master's no decent manners at all.
KULIGIN. In what capacity do you live with him, sir; what arrangement has he made with you?
BORIS. Why, none whatever; "you live with me," he says, "and do what you're told, and your pay shall be what I give you," that's to say, in a year's time he'll settle up with me as he thinks fit.
KUDRIASH. That's just his way. Not one of us dare as much as hint at a salary, or he storms till he's black in the face. "How do you know," he'll say, "what I have in my mind to do? Do you suppose you can see into my heart? Maybe, I shall be so disposed as to give you five thousand." It's no use talking to him! Only you may be pretty sure he's never been disposed that way in his life.
KULIGIN. It's a hard case, sir! You must try and get the right side of him somehow. “
BORIS. But the point is, Kuligin, that it's impossible. Why, even his own children can never do anything to please him; so it's hardly likely I could! »

 

 1750044-84da2086fd3505ebce1fa9e0f876987e.jpg
Alexander Ostrovski (12 april 1823 – 14 juni 1886)
Scene uit een opvoering in New York, 2009

 

 

De Franse schrijver Guillaume-Thomas Raynal (Abbé Raynal ) werd geboren op 12 april 1713 in Lapanouse de Séverac. Zie ook alle tags voor Guillaume-Thomas Raynal op dit blog.

Uit: On Oppression & the Rise of Black Leadership (Vertaald door Lynn Hunt)

“In all parts the name of the hero, who shall have restored the rights of the human species will be blest; in all parts trophies will be erected to his glory. Then will the black code [each country had its own code of laws regarding slaves or blacks] be no more; and the white code will be a dreadful one, if the conqueror only regards the right of reprisals.
Till this revolution shall take place, the Negroes groan under the oppression of labor, the description of which cannot but interest us more and more in their destiny.
*The author has in mind the fugitive slaves in Jamaica and Dutch Surinam, but almost every colony in the Americas with slaves had its runaway slave societies. The largest ones could be found in the Caribbean and in the interior of the western South American coast.”

 

 1750044-2ddd869217a2671bf0a535930e25b9de.jpg
Guillaume-Thomas Raynal (12 april 1713 – 6 maart 1796)

Geschreven door Romenu om 12:32 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten