Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 21 april 2015 tot 22 april 2015

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

“De bouten. Daarmee was het allemaal begonnen. Elke dag, als hij op het werk kwam, naar buiten liep om te lunchen of weer naar huis ging, bleef Doni even staan om ze te bekijken.
Van een afstand leken het gewoon slijtplekken, of vlekjes die altijd al in de tegels hadden gezeten, maar het waren bouten, grote metalen bouten, die het marmer op zijn plaats moesten houden. Het oorspronkelijk aangebrachte cement was namelijk aan het loslaten, waardoor het hele gebouw gevaar liep.
Die dingen hadden natuurlijk iets van een morele boodschap. Het huis van het Recht dat zich moet voegen naar de hogere wetten van de materie. Maar Doni zag er niets anders in dan de idiotie van de mensen, en misschien een vage waarschuwing: nooit bouwen op zand.
Op de dag dat zij hem schreef, bedacht Doni dat het Paleis van Justitie dat lot had moeten ondergaan omdat het de omringende ruimte van zich af stootte. Het was ermee in gevecht, het was niet in staat er deel van uit te maken, zoals het dat trouwens ook niet zou kunnen in een willekeurige andere wijk van de stad. En het kon niet alleen maar een kwestie zijn van bouten en scheuren en lelijkheid. Net zo min als de architectuur uit de tijd van het fascisme of de overwinning van de breedte op de hoogte voldoende waren om het Paleis te vonnissen. Nee, het Paleis had één bepaalde, unieke eigenschap.
Het was iets wat te maken had met ballingschap, een moeilijk te vatten gevoel.
Als hij daar binnen was, voelde Doni zich verbannen uit de rest van de stad, uit het land, uit de wereld. De kracht van honderden bouten moest hem overeind houden, zand gebouwd op zand.
Op de dag dat zij hem schreef, bestond Doni’s lunch niet uit de gebruikelijke mueslireep, maar at hij samen met Salvatori, een officier van justitie, in een restaurant. Dat was niet de gewoonte. Als magistraten hadden ze altijd haast, hoogstens kwamen ze wel eens in een of andere vreselijke selfservice in de buurt.”

 

 1754435-41b27d2ba84c4886ed46e3e77abd3fe0.jpg
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Zie ook alle tags voor Jan de Hartog op dit blog.

Uit: Hollands Glorie

“Hij streelt haar muts, maar durft haar niet meer te kussen; zij wandelen samen naar de sluis en staan daar weer in een omhelzing, tot een rattenplons in de diepte hen opschrikt. Dan nemen zij haastig afscheid en hij vloekt op de maat van zijn driftige stappen tot hij bij zijn kosthuis is; de wereld is vol schoften en ratten en er is ook een juffrouw Dijkmans, die laatdunkende oogjes heeft en een mond als een litteken en een gevaarte van een boezem vol onverzettelijke heerszucht, - de duivel hale hen met z'n allen!
In Juli krijgt hij vacantie, vaart tot September weer als matroos, alsof er niets gebeurd was, tracht in het vooronder bij een slingerende lantaren zijn taak te leren, maar de maats laten duidelijk blijken dat hij zich niet moet verbeelden nou meneer de Piet te zijn; is dat gemummel nou potdome uit of hoe zit dat, er moet geslapen worden! Hij vloekt en tracht minuten te stelen met een boek op het privaat, maar ze hebben hem in de gaten en nu moeten ze ineens allemaal, of er wordt geschreeuwd: Wandelaar! Wandelaar! en als hij haastig komt, wijzen ze overboord en zeggen: een zeemeermin, je ben nèt te laat. Hij wil den stuurman er niet in kennen, want dat zou mis zijn; hij slaat er een op zijn bakkes en dat is helemaal mis, want nu is het vooronder met één slag vol armen en benen, die stompen en trappen en hij wordt met een vork in zijn billen gestoken, dat hij 's nachts aan het roer staat te krimpen. Hij heeft de spaken van het stuurwiel beet of het de strotten van dat rapalje zijn en de kompasroos wordt een nevelig maantje door de tranen.
Eindelijk is die bezoeking voorbij; hij heeft niet veel geleerd voor de school, maar heel wat voor het leven. Zijn eerste rapport dat seizoen is niet zo best, maar nu laat hij zich niet meer kennen; nu wordt de nacht ook een dag en zelfs moeder Dijkmans zegt dat hij weinig meer komt, op een toon of ze het verdacht vindt.”

 

 1754435-053e7200be0c76546618d05980c4fb99.jpg
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)
Scene uit de televisieserie "Hollands Glorie”, 1977-1978

 

 

De Rüssisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Vladimirovic Nabokov werd geboren in St. Petersbürg, op 22 april 1899. Zie ook alle tags voor Vladimir Nabokov op dit blog.

Uit: Lolita

“Among some treasures I lost during the wanderings of my adult years, there was a snapshot taken by my aunt which showed Annabel, her parents and the staid, elderly, lame gentleman, a Dr. Cooper, who that same summer courted my aunt, grouped around a table in a sidewalk café. Annabel did not come out well, caught as she was in the act of bending over her chocolat glac?, and her thin bare shoulders and the parting in her hair were about all that could be identified (as I remember that picture) amid the sunny blur into which her lost loveliness graded; but I, sitting somewhat apart from the rest, came out with a kind of dramatic conspicuousness: a moody, beetle-browed boy in a dark sport shirt and well-tailored white shorts, his legs crossed, sitting in profile, looking away. That photograph was taken on the last day of our fatal summer and just a few minutes before we made our second and final attempt to thwart fate. Under the flimsiest of pretexts (this was our very last chance, and nothing really mattered) we escaped from the caf? to the beach, and found a desolate stretch of sand, and there, in the violet shadow of some red rocks forming a kind of cave, had a brief session of avid caresses, with somebody's lost pair of sunglasses for only witness. I was on my knees, and on the point of possessing my darling, when two bearded bathers, the old man of the sea and his brother, came out of the sea with exclamations of ribald encouragement, and four months later she died of typhus in Corfu.
I leaf again and again through these miserable memories, and keep asking myself, was it then, in the glitter of that remote summer, that the rift in my life began; or was my excessive desire for that child only the first evidence of an inherent singularity? When I try to analyze my own cravings, motives, actions and so forth, I surrender to a sort of retrospective imagination which feeds the analytic faculty with boundless alternatives and which causes each visualized route to fork and re-fork without end in the maddeningly complex prospect of my past. I am convinced, however, that in a certain magic and fateful way Lolita began with Annabel.”

 

 1754435-0b7cf7ac17748148885058e87848c77c.jpg
Vladimir Nabokov (22 april 1899 - 2 jüli 1977)
Scene uit de film `Lolita` met Jeremy Irons en Dominique Swain, 1997

 

 

De Duitse schrijver Björn Kern werd geboren op 22 april 1978 in Lörrach (Baden). Zie ook alle tags voor Björn Kern op dit blog.

Uit:Einmal noch Marseille

"Meine Mutter bettelte nicht, wenn ich nein gesagt hatte, sie sagte nicht: Überleg es dir noch mal, sondern machte eine kleine Pause und erzählte dann von meinem Vater. Mein Vater hörte entweder nicht zu, wenn sie mit ihm sprach, oder er lag mit nervösem Magen im Bett und war für niemanden da. Am Telefon erzählte sie mir, wie sehr sie darunter litt.
Manchmal auch, daß sie ihn verstand.
Es regnete seit dem Morgen, und irgendwann rief sie: Dann gehen wir eben mit Schirm. Sie verschwand in der Garderobe, suchte und fluchte eine Weile und kam dann mit einem zerrissenen schwarzen Regenschirm zurück.
Auf dem Feldweg staute sich das Wasser, ich machte einen Bogen um die Pfützen, aber meine Mutter sah immer nur geradeaus. Als ihre Schuhe in einer Lache verschwanden, sagte sie: Auch egal, naß bin ich sowieso.
Dann klappte sie den Schirm zusammen und schaute mit offenem Mund in den Himmel. Sie schnappte nach den Regentropfen und sagte: Ich fühl mich wie ein kleines Kind.
Unter meinen Sohlen klumpte der Schlamm, ich war naß bis auf die Unterhose, und neben mir schnappte meine Mutter nach Tropfen."

 

 1754435-70942f1bb4a76834f484e92eedb012a2.jpg
Björn Kern (Lörrach 22 april 1978)

 

 

De Indiase schrijver Chetan Bhagat werd geboren op 22 april 1974 in New Dehli. Zie ook alle tags voor Chetan Bhagat op dit blog.

Uit: Two States

“Dr. Iyer…” “Neeta is fine,” she said. “OK, Neeta, I don’t think my problem warrants this. I don’t know why Dr.Ramachandran sent me here.” She picked my file from her desk. “Let’s see. This is Dr. Ram’s brief to me –patient has sleep deprivation, has cut off human contact for a week, refuses toeat, has Google-searched on best ways to commit suicide.” She paused andlooked at me with raised eyebrows. “I Google for all sorts of stuff,” I mumbled, “don’t you?” “The report says the mere mention of her name, her neighbourhood or anyassociation, like her favourite dish, brings out unpredictable emotions rangingfrom tears to rage to frustration.” “I had a break-up. What do you expect?” I was irritated. “Sure, with Ananya who stays in Mylapore. What’s her favourite dish? Curdrice?” I sat up straight. “Don’t,” I said weakly and felt a lump in my throat. I foughtback tears. “Don’t,” I said again. “Don’t what?” Neeta egged me on, “Minor problem, isn’t it?” “Fuck minor. It’s killing me.” I stood agitatedly. “Do you South Indians evenknow what emotions are all about?” “I’ll ignore the racist comment. You can stand and talk, but if it is a long story,take the couch. I want it all,” she said. I broke into tears. “Why did this happen to me?” I sobbed.
She passed me a tissue. “Where do I begin?” I said and sat gingerly on the couch. “Where all love stories begin. From when you met her the first time,” she said. She drew the curtains and switched on the air-conditioner. I began to talk andget my money’s worth."

 

 1754435-7973eb8db3a6b1bb893d9321df093d35.jpeg
Chetan Bhagat (New Dehli, 22 april 1974)

 

 

De Zwitstserse schrijver en müsicüs Peter Weber werd geboren op 22 april 1968 in Wattwil / Toggenbürg. Zie ook alle tags voor Peter Weber op dit blog.

Uit: Die melodielosen Jahre

"Der Wecker spuckt diese kleinen Ausrufezeichen ins schläfrige Nachmittagsblau, zwischen die keifenden Möwen, unter die Hornstösse der mächtigen Schiffe, fern der Schlafhintergrund, auf der europäischen Seite die Silhouetten der Moscheen, vorne am Wasser die Kutter und kleinen Boote, auf denen Fisch gegrillt und an Land gereicht wird, Makrelen und Sardinen, Schwarmfische also. Wenn eine Fähre anlegt, schlagen die Wellen an die Ufermauer, die Fischboote mit ihren farbigen Sonnenverdecken beginnen zu wanken, die Männer üben uraltes Gleichgewicht, es entsteht für Momente ein Bild gesamthaften Wankens, selbst der asiatische Bahnhof, ganz ans Wasser gebaut, scheint schwimmend, ein Wasserbahnhof, Bahnhof mit Meeranstoss, die Gleise nach Asien haben Deutsche verlegt: die Bagdadbahn, dahinter die Krananlagen des Frachthafens.
Bosporus, weltschönste Umwälzanlage der Elemente, die nachmittägliche Sonne streut üblich Münzen übers Wasser, mehrt das Glück zu einem schimmernden Vielfachen, erfindet die Mehrzahl von Glück, indem sie Schwebeteilchen kleinsten Lichts zeugt, blinkende Blättchen, die dann von den Schrauben der Fähren unters Wasser gebracht werden, Vapur im Singular, Vapuren wohl im Plural, was nach einem der Völker klingt, die hier das Meer überquert haben mögen. Die alten weissen Fähren sind Geschwisterschiffe der Raddampfer auf Schweizer Seen, wenn sie ablegen, wühlen sie Grund auf, die Möwen stürzen sich auf die zerkraulten Wasser, folgen ihren Ernährern über den Bosporus verwegenen Flugs, setzen ihnen lebendige Flug- oder Gedankenhauben auf."

 

 1754435-61ee2d436a6606cdd59e0dc8c3fafee0.jpg
Peter Weber (Wattwil, 22 april 1968)

 

 

De Vlaamse dichter en essayist Jos de Haes werd geboren in Leüven op 22 april 1920. Zie ook alle tags voor Jos de Haes op dit blog.

 

Anekdote
voor P.V.

De mensen doen hun warme luiken dicht.
De nacht heest smaak van mout en wilgehout.
Het leven gevend ingewand is dood gewicht
in 't mispelvlees dat aan de beenderen houdt.
Ik heb mijn laatste vriend naar huis gebracht.
Het houten kleppen van mijn bekkeneel
wordt door de rinse kliersappen verzacht,
en herfstwind schuift, als handen, rond mijn keel
de koelte van een vrouwelijk geweld.
Twee dode vrienden lachen veel te luid,
verdwijnen in hun nachthemd over veld
van bietebladeren uit kikkerhuid.
Dan dansen duivels met de bladeren rond.
De wegen vluchten in een wolk van kaf.
Een bonte piekenier spietst op de grond
het dronken dier en steekt zijn lenden af.

 

 

Avond en morgen

II
Steeds meer denk ik aan hem die, vóór
een Ariër keizer of paus
werd in een wereld van vijf delen,
potaarde stak en blij was met zijn ziel

- een berm zijn horizon, een dier
zijn vriend, een plant zijn stijl -
en als een brand beweging blies
in 't eerste pottenbakkerswiel.

 

 1754435-c60123dcfada640affb330fcc99b6906.jpg
Jos de Haes (22 april 1920 – 1 maart 1974)
Rond 1950

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2014 en ook mijn blog van 22 april 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Charlotte Brontë, Michael Mann, Patrick Rambaud, John Mortimer, Peter Schneider, Gerrit Wustmann

Britse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren in Thornton op 21 april 1816. Zie ook alle tags voor Charlotte Brontë op dit blog.

Uit: The Correspondence of Charlotte Brontë

“Charlotte's reply to Robert Southey
16 March 1837
“SIR, I cannot rest till I have answered your letter, even though by addressing you a second' time I should appear a little intrusive ; but I must thank you for the kind and wise advice you have condescended to give me. I had not ventured to hope for such a reply ; so considerate in its tone, so noble in its spirit. I must suppress what I feel, or you will think me foolishly enthusiastic-
At the first perusal of your letter I felt only shame and regret that I had ever ventured to trouble you with my crude rhapsody ; I felt a painful heat rise to my face when I thought of the quires of paper I had covered with what once gave me so much delight, but which now was only a source of confusion ; but after I had thought a little, and read it again and again, the prospect seemed to clear. You do not forbid me to write ; you do not say that what I write is utterly destitute of merit. You only warn me against the folly of neglecting real duties for the sake of imaginative pleasures ; of writing for the love of fame ; for the selfish excitement of emulation. You kindly allow me to write poetry for its own sake, provided I leave undone nothing which I ought to do, in order to fureue that single, absorbing, exquisite gratification, I am afraid, sir, you think me very foolish. I know the first letter I wrote to you was all senseless trash from beginning to end ; but I am not altogether the idle dreaming being it would seem to denote. My father is a clergyman of limited though competent income, and I am the eldest of his children. He expended quite as much in my education as he could afford in justice to the rest. I thought it therefore my duty, when I left school, to become a governess. In that capacity I find enough to occupy my thoughts all day long, and my head and hands too, without  having a moment's time for one dream of the imagination. In the evenings, I confess, I do think, but I never trouble any one else with my thoughts. I carefully avoid any appearance of pre- occupation and eccentricity, which might lead those I live amongst to suspect the nature of my pursuits. Following my father's advice who from my childhood has counselled me, just in the wise and friendly tone of your letter I have endeavoured not only attentively to observe all the duties a woman ought to fulfil, but to feel deeply interested in them. I don't always succeed, for sometimes when I'm teaching or sewing I would rather be reading or writing ; but I try to deny myself ; and my father's approbation amply rewarded me for the privation.
Once more allow me to thank you with sincere gratitude. I trust I shall never more feel ambitious to see my name in print ; if the wish should rise, I'll look at Southey's letter, and suppress it. It is honour enough for me that I have written to him, and received an answer. That letter is consecrated ; no one shall ever see it but papa and my brother and sisters. Again I thank you. This incident, I suppose, will be renewed no more ; if I live to be an old woman, I shall remember it thirty years hence as a bright dream. The signature which you suspected of being fictitious is my real name.

Again, therefore, I must sign myself C. BRONTE.”

 

 1753968-e312ea9481b95aeb83135c553f27779b.jpg
Charlotte Brontë (21 april 1816 – 31 maart 1855)
Op een Engelse poster

 

 

De Duitse literatuurwetenschapper en musicus Michael Mann werd als jongste kind van Thomas en Katia Mann geboren op 21 april 1919 in München. Zie ook alle tags voor Michael Mann op dit blog.

Uit: Achterbahn (door Frido Mann)

„So unberechenbar sich mein Vater als nervös überspannter Wüterich aufführen kann, so überraschend zugewandt, liebevoll und lebendig humorvoll kann er sein. Als einen der schönsten Augenblicke erinnere ich es, einmal auf seinen Schultern zu sitzen, während er von der Küche ins Esszimmer und wieder zurück geht und ich dabei aus dieser riesigen Höhe den abgründig tiefen Boden betrachten kann. Auch zu einem Kinderkonzert der San Francisco Symphony nimmt er mich manchmal mit, und ich darf von meinem Fauteuilsitz aus stolz seinem Bratschenspiel an einem der Pulte zuschauen, bis er mich wieder abholt. Eines Nachmittags darf ich mich in einem Fotostudio ablichten lassen (ein Foto, das noch bis vor Kurzem lose in meiner Fotosammlung herumlag) und mir anschließend ein wenig Marzipan aussuchen. Unvergesslich geblieben ist mir auch eine Nachtwanderung mit meinem Vater und Toni bei Vollmond durch den unheimlich dunklen Wald am Fuß des Mount Tamalpais über Mill Valley. Auf dem Heimweg verirren wir uns hoffnungslos. Mein Vater versteht uns jedoch zu beruhigen. Mit dem kleinen Toni auf seinen Schultern leitet er uns wohlbehalten zurück nach Hause. Gelegentlich nimmt er uns zum Krebsefangen am Waldbach neben der alten Mühle mit, die unserem Wohnort seinen Namen gegeben hat. Ein recht gruseliger Anblick ist es dann nur, wenn der Vater zu Hause vor unseren Augen die Tiere lebend in das kochende Wasser im Topf auf dem Herd wirft und dann begeistert den raschen Wechsel ihrer dunkelbraunen Farbe ins Rote kommentiert. Als er beim Krebsefangen einmal in den Bach stürzt, gibt er sein Missgeschick geistesgegenwärtig als eine Clown-Einlage für uns Kinder aus.“

 

 1753968-8c2d74af6d03c6a7d4ba72f58c6a6dce.jpg
Michael Mann (21 april 1919 - 1 januari 1977)
V.l.n.r. Michael, Monika en Gret Mann, met de kleine Frido op de arm 

 

 

De Franse schrijver Patrick Rambaud werd geboren op 21 april 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Patrick Rambaud op dit blog.

Uit: The Battle (Vertaald door Will Hobson)

“In the morning of Tuesday 16 May 1809, a Berline flanked by horsemen pulled out of Schönbrunn and drove at a leisurely pace along the right bank of the Danube. It was an unremarkable carriage, olive coloured, without coats of arms on its panels. As it passed, the Austrian peasants raised their black, broad-brimmed hats, out of caution, rather than respect, because they recognized the officers riding their long-maned Arabs at a trot, a panther skin under their seats, uniforms in the Hungarian style — white, scarlet, heavy with gold — a heron's feather in their shakos: these young gentlemen were the permanent escort of Berthier, Major-General of the occupying army.
A man's arm appeared through the Berline's lowered window. The Grand Equerry Caulaincourt, who had been keeping his horse abreast of the carriage door, instantly squeezed his mount with his knees, removed his cocked hat and gloves with the dexterity of a circus rider, and unbuttoned his jacket to produce a folded map of Vienna's surroundings, which he held out with a salute. A moment later, the carriage came to a halt in front of the yellow, fast-flowing river.
A Mameluke in a turban jumped off the footman's box, unfolded the step, opened the door and prostrated himself in a flurry of exaggerated bows. The Emperor emerged, putting on his beaver-skin hat, its fur scorched by years of ironing. He had slung his frock coat of grey Louviers cloth like a cape over his grenadier's uniform. His breeches were ink-stained, since it was his habit to wipe quillpens on them and there had been an armful of decrees for him to sign before the day's parade. As ever, the Emperor wanted to decide everything himself, to settle in person every one of a thousand matters — from the distribution of new boots to the Guard to the supplying of Paris's fountains with water — matters which, more often than not, bore no relevance to the war he was now waging in Austria.
Napoleon was beginning to put on weight. His kerseymere waistcoat was stretched tight across a rounded stomach, he no longer had a neck and his shoulders sagged. His blank, indifferent expression only became passionate when he was angry. Today he was sullen, his mouth pinched. When he had heard for certain that Austria was arming herself against him, he returned from Valladolid to Saint-Cloud in five days, riding one horse after another into the ground. Having recently been sleeping ten hours a night and another two in his bath, thanks to the setbacks in Spain and now this further imbroglio, he had recovered all his strength in an instant.”

 

 1753968-a7ebd548b0511ef50c3baf2f0901b7e7.jpeg
Patrick Rambaud (Parijs, 21 april 1946)

 

 

De Engelse schrijver John Mortimer werd geboren op 21 april 1923 in Londen. Zie ook alle tags voor John Mortimer op dit blog.

Uit: Rumpole and the Brave New World

"Their horizons seem to have become wide enough to include a quick dive for my wallet," I reminded her.
"It's a slow business Mr Rumpole, but we've got to keep trying."
I looked at her with admiration. No doubt it was an impossible task to persuade a bunch of adolescents that a choral work in a strange language was more interesting than picking the odd pocket. I felt a sudden affinity with Harriet. Both of us spent our lives trying to win impossible cases. My thoughts on this subject were interrupted by a twangy voiced, prematurely balding, eager man who had arrived in front of our table.
"Henry Dyson" - he announced his name as though confident I would know all about him - "of Dyson Furbelow, local solicitors. I'll be sending you a brief. I hope you may be able to fit us into your busy practice."
Flattery will get you anywhere, and I couldn't help warming to the strange solicitor.
"A murder perhaps?" I shouldn't have expected anything so sensational.
"I'm afraid not. I've got some important clients. You'll have heard of Lord Winsome, big house and estate up on the way to Kidlington? His boy, young Charlie, is being done for 'dangerous'. I told him you were the only man for the job. You are the only brief I have ever seen getting a client off a dangerous driving. You came down to the magistrates court here in Oxford. I was waiting to come on in the next case and I was astonished at the way you did it."

 

 1753968-80c66b52824d4834b87e0b321a415876.jpg
John Mortimer (21 april 1923 – 16 januari 2009)

 

 

De Duitse schrijver Peter Schneider werd geboren in Lübeck op 21 april 1940. Zie ook alle tags voor Peter Schneider op dit blog.

Uit: Die Lieben meiner Mutter

“Hin und wieder vermisste ich den Karton, weil ich ihn jahrelang nicht mehr gesehen hatte. Dann suchte ich ihn in einem Anfall undeutlicher Verlustangst und konnte ihn nicht finden. Wenn er beim nächsten Umzug wieder auftauchte, überkam mich eine Erleichterung, als hätte ich etwas für mich unendlich Wichtiges wieder entdeckt, und ich machte mich daran, den einen oder anderen Brief zu lesen. Aber es gelang mir nie, mehr als ein paar Halbsätze zu entziffern. Wie bei früheren Versuchen gab ich wieder auf – schwer zu sagen, ob es die Scheu vor den Mühen des Lesens war, die den Reflex des Aufschiebens hervorrief, oder die Furcht vor Entdeckungen, von denen ich lieber nichts wissen wollte. Mir gefiel das Motto, dem Bob Dylan gefolgt war: »Don’t look back!« Erfinde dich selbst, entferne dich von allen Bindungen, die du nicht selbst gewählt hast, besonders aber von dem Teil der Vergangenheit, den du nicht bestimmen konntest – von deiner Kindheit!
Eine alte Freundin, die von den Briefen wusste, hatte mir einen Rat gegeben, der mich beschäftigte: Am besten verfahre man mit den Briefen der Eltern, soweit sie nicht an einen selbst gerichtet seien, wenn man sie ungelesen in eine volle Badewanne werfe. Der Satz passte zu dem Misstrauen, das die »Generation der Nachgeborenen« gegen ihre Eltern entwickelt hatte, und er passte zu meinem Projekt der Selbsterfindung.
Gleichzeitig schien mir eine derartige Aktion zu dramatisch und nicht recht effizient zu sein. Wie verfährt man mit Briefen, deren Schrift sich nicht in Wasser auflöst, weil sie mit Bleistift geschrieben sind? Bleistift ist haltbarer als Tinte.“

 

 1753968-4a0b093ea9706c7a4c69cc18de65eb90.jpg
Peter Schneider (Lübeck, 21 april 1940)

 

 

Onafhankelijk van geboortedagen:

De Duitse dichter Gerrit Wustmann werd in 1982 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Wustmann op dit blog.

 

galata kulesi unten

nacht die akkorde der sitar
und die klage der saz des mannes
der immer hier sitzt die klage
der bäume und die violinen
die aus fenstern klingen
morgens um zwei stimmt
der gitarrenbauer ein letztes
instrument bevor er die letzten
katzen füttert ein letzter çay
ein letzter noch zuletzt dieser
blick dieses lachen und
die nachtlichter der schiffe
auf dem bosporus

 

 

sis

im nebel verschwindet die stadt
schläft im regen unter der brücke
ragen die türme aus dem nichts

vor haydarpasa tauchen geister
möwen auf und ziehen kreise
um kadiköy und das knirschen
am anleger das knirschen einer
leisen berührung die delphine

tauchen heute
nicht auf

 

 1753968-99c69af1d00ab3ee01f0947892bf01fd.jpg
Gerrit Wustmann (Keulen, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn blog van 21 april 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Charles den Tex

De Nederlandse schrijver Charles den Tex werd geboren in Box Hill, Australië, op 21 april 1952. Den Tex kwam op vijfjarige leeftijd met zijn ouders terug naar Nederland. Hij studeerde fotografie en film in Londen, werkte in Parijs en vestigde zich in 1979 als reclametekstschrijver en later als communicatie- en managementadviseur in Nederland. Hij schreef dertien thrillers waarvan er zes werden genomineerd voor de Gouden Strop. In 2002 won hij de prijs met “Schijn van kans”, in 2006 met “De macht van meneer Miller” en in 2008 met “Cel”. Hij heeft een eigen subgenre ontwikkeld, de corporate thriller dicht op de huid van de tijd. Zijn boeken worden in de pers vergeleken met die van John Grisham, Michael Crichton en Michael Ridpath. Zijn boek”De macht van meneer Miller” werd in 2010 voor de VPRO bewerkt tot de vierdelige televisieserie Bellicher; de Macht van meneer Miller. Later is zijn boek “Cel” ook tot een televisieserie bewerkt Bellicher; Cel. Met De Vriend won hij de Crimezone Thriller Award 2012. In 2013 is Charles den Tex door het Letterenfonds voorgedragen voor de Ripper Award, de eerste Europese thrillerprijs. Van 1999 tot 2004 was Den Tex voorzitter van het in 1986 opgerichte Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs.

Uit: Cel

“Van Bilt pakte een paar papieren uit de map, schikte ze voor zich op de tafel, zette een leesbril op en begon voor te lezen. ‘Om tien voor twee op 2 juli werd in Monster, Zuid-Holland, een man aangereden.’ Hij stopte en keek me aan over de rand van zijn leesbril.
Ik zei niets.
(…)


‘De man heeft zijn beide benen verloren, zijn rug gebroken en zware inwendige bloedingen gehad’, zei Van Bilt zonder nog in het verslag te kijken. ‘Hij ligt in het ziekenhuis en zijn vooruitzichten zijn slecht.’
‘Dat geloof ik onmiddellijk.’
‘Nee toch.’ Van Bilt kon zijn sarcasme niet meer onderdrukken.

 

 1884776-00654829cf0a7bf7a89cb8e83affb251.jpg
Scene uit de verfilming uit 2012 met o.a. Tim Murck en Daan Schuurmans


Ik zweeg. Dat dit allemaal aan mij werd verteld en dat ik het op een politiebureau in Monster moest horen, stelde me niet gerust. De overeenkomsten met de gebeurtenissen van die ochtend waren overduidelijk. Hit and run.
‘Van de auto hebben we alle gegevens’, zei Van Bilt. ‘Niet alleen door de getuigenverklaring, maar ook door de foto die automatisch werd gemaakt toen hij door het rode licht reed.’
‘Mooi’, zei ik.
Van Bilt antwoordde niet. Hij pakte een envelop en haalde er een foto uit die hij naar me toe schoof. ‘Het betreft een bronskleurige BMW 5-serie’, zei hij.
Ik keek naar de foto van een BMW die door een rood stoplicht reed op een kruispunt dat ik nog nooit had gezien. De fietser stond ook op de foto. Het was het moment vlak voor de aanrijding, vastgelegd zoals het nooit meer worden zou.”

 

 1884776-6ad5c35c80ca8bf0f5ef2451b7a3fd80.jpg
Charles den Tex (Box Hill, Australië, 21 april 1952)


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten