Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 15 mei 2015 tot 16 mei 2015

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Uit: Bronnen

IV
Met wie geloof je dat je lot is verbonden?
Waar komt je kracht vandaan?

Ik denk dat hoe dan ook, waar dan ook
Elk gedicht van mij die vragen moet herhalen

die niet hetzelfde zijn. Er is een wie, een waar
die niet gekozen zijn – die zijn gegeven – en soms onwaar gegeven

in het begin pak je wat je pakken kunt
om te overleven.

 

 

Uit: Een en twintig liefdesgedichten

XI
Slapen, draaien in een baan zoals planeten
wentelend in hun nachtelijke weide:
aanraken is genoeg om te weten
dat wij zelfs slapend niet alleen zijn in het universum:
bijna spreken de droombeelden van twee werelden
dwalend door hun schimmensteden elkaar toe.
Ik ben wakker geworden van jouw zacht gepraat
lichtjaren of donkerjaren hiervandaan
alsof mijn eigen stem gesproken had.
Maar onze stem verschilt, zelfs in de slaap
en ons lichaam, zo hetzelfde, is zo toch anders
en het verleden dat echoot door ons bloed
is geladen met een andere taal en andere betekenissen -
Toch kan geschreven worden in elke kroniek
van de wereld die wij delen, als voor de eerste keer:
wij waren twee minnaressen
wij waren twee vrouwen van een generatie.

 

 

Wat voor tijden zijn dit

Er is een plek tussen twee boompartijen in waar gras groeit bergopwaarts
en waar de oude revolutionaire weg afbreekt in de schaduw
dicht bij een kerk, in de steek gelaten door de achtervolgden
die verdwenen in die schaduw.

Daar wandelde ik, plukte paddenstoelen aan de rand van de angst,
maar laat je niet bedotten,
dit is geen Russisch gedicht, dit gebeurt niet ergens anders maar hier,
ons land dat nadert tot zijn eigen waarheid en angst,
zijn eigen wegen om mensen te laten verdwijnen.

Ik zal je niet vertellen waar de plek is, het donkere netwerk van wouden
ontmoet er het niet- aangegeven streepje licht-
dwarswegen door geesten bezeten, humus paradijs:
Ik weet al wie het wil kopen, verkopen, het doen verdwijnen

En ik zal je niet vertellen waar het is, waarom vertel ik je dan
wat dan ook? Omdat je nog steeds luistert, want in tijden als deze
is het, om je aandacht hoe dan ook gaande te houden, noodzakelijk
om over bomen te praten.

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 1765043-3f7ed7e043cbb0697680e544da7e7f34.jpg
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

Egel

Een egel rust op de weg en kijkt.
Wat hij was ligt als een vrucht
vertrapt op de stenen.

Koud is de wind, de weg is nog lang,
even een huivering, maar wie zal ooit treuren
omdat hij de ziel van een egel zag?

Koud is de wind, ik moet nog zo ver,
maar ineengerold in mijn warmte
ben ik thuis als ik slaap.

De wind en de reis gaan verder.
Een egel ligt op de weg en kijkt
met een leeg oog naar niets.

 

 

Hek

Waarom deze ijzeren spijlen met verlies van
roest over hun drempel van steen? Kringen
op korstmos, bijna met gloed van de dag
dat gesmeed werd, gehamerd, gebogen.

Verfschubben sinds lang van zich afgeschud;
vergeten de kwast, door tijd uit elkaar.
Wie weet bungelt daar nog ergens een nest
met een rest van zorgvuldige haren.

– Toch zeker niet om de doden te zeggen
dat het verboden is vanuit je tombe aan
de wandel te gaan. Of om luidruchtige buren

bezoek te onthouden. Nee, het staat er om
voor altijd te waken over grotere vrede
tussen de wereld en dat andere, wrede.

 

 1765043-b6f981cff1f55c940e81d6860785d16d.jpg
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook alle tags voor Friedrich Rückert op dit blog.

 

Zwischen Welt und Einsamkeit

Een egel rust op de weg en kijkt.
Wat hij was ligt als een vrucht
vertrapt op de stenen.

Koud is de wind, de weg is nog lang,
even een huivering, maar wie zal ooit treuren
omdat hij de ziel van een egel zag?

Koud is de wind, ik moet nog zo ver,
maar ineengerold in mijn warmte
ben ik thuis als ik slaap.

De wind en de reis gaan verder.
Een egel ligt op de weg en kijkt
met een leeg oog naar niets.

 

 

Als ich sah die Wolken weinen

Waarom deze ijzeren spijlen met verlies van
roest over hun drempel van steen? Kringen
op korstmos, bijna met gloed van de dag
dat gesmeed werd, gehamerd, gebogen.

Verfschubben sinds lang van zich afgeschud;
vergeten de kwast, door tijd uit elkaar.
Wie weet bungelt daar nog ergens een nest
met een rest van zorgvuldige haren.

– Toch zeker niet om de doden te zeggen
dat het verboden is vanuit je tombe aan
de wandel te gaan. Of om luidruchtige buren

bezoek te onthouden. Nee, het staat er om
voor altijd te waken over grotere vrede
tussen de wereld en dat andere, wrede.

 

 

Uit: Geharnischte Sonnette

X
Du kalte Jungfrau mit der Brust von Schnee,
Auf, Russia, schüttle deine starren Röcke,
Daß Frost davon stieb’ auf die Bienenstöcke
Dort und ertränke sie in kaltem See!

Und du, Hispania, Schäfrin Galatee,
Treib’ aus zur Trift den kühnsten deiner Böcke
Durchs Tor der Pyrenäen, daß er blöke
Und sich ersätt’ge dort im fetten Klee!

Fruchtgarten Gallien, blühendstes Hesperiden,
Wähl’, willst du unter ungeheuren Flocken
Sein eingeschneit? die sendet dir Siberien.

Wähl’, willst du von versengenden Chirokken
Sein ausgedorrt? Die sendet dir Iberien.
Frost oder Glut, was wählst du? Beids macht trocken.

 

 1765043-59fa4dd87fb19ce0c5ce6836704e19e9.jpg
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)
Portret door Bertha Froriep, 1864

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook alle tags voor Jakob von Hoddis op dit blog.

 

Der Visionarr

Lampe blöck nicht.
Aus der Wand fuhr ein dünner Frauenarm.
Er war bleich und blau geädert.
Die Finger waren mit kostbaren Ringen bepatzt.
Als ich die Hand küßte, erschrak ich:
Sie war lebendig und warm.
Das Gesicht wurde mir zerkratzt.
Ich nahm ein Küchenmesser und zerschnitt ein paar Adern.
Eine große Katze leckte zierlich das Blut vom Boden auf.
Ein Mann indes kroch mit gesträubten Haaren
einen schräg an die Wand gelegten Besenstiel hinauf.

 

 

Der Oberlehrer

Gewaltig hockt er auf dem Tisch und spricht
Von Theben und Athen, heut nachmittag.
Ein grauer Schurrbart starrt durch sein Gesicht
Er riecht nach saurem Brot und nach Tobak.

Sein kahles Haupt umwettert der Gedanke
Von Theben heiliger Schaar, von Pindar spricht er
Der Primus reibt sich an der alten Banke
Die meisten machen willige Gesichter.

Er spricht von Theben heute nachmittag
Einige heben ihre kleinen Hände,
Einige kitzeln leise sich am Sack
Und gucken schläfrig auf die leeren Wände.

»Wer hat soeben auf den Tisch gehauen?«
Durch die betrübten Fenster schimmern Wolken.
Die Jungen sitzen staunend und verdauen. -
Der Lehrer wird jetzt in der Nase polken.

 

 1765043-39988f174f762e5f968f8f8d6bc213e8.jpg
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)
 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook alle tags voor Juan Rulfo op dit blog.

Uit: No Dogs Bark (Vertaald door George D. Schade)

"I don't see anything."
"Too bad for you, Ignacio."
"I'm thirsty."
"You'll have to stand it. We must be near now. Because it's now very late at night they must've turned out the lights in the town. But at least you should hear dogs barking. Try to bear."
"Give me some water."
"There's no water here. Just stones. You'll have to stand it. Even if there was water, I wouldn't let you down to drink. There's nobody to help me lift you up again, and I can't do it alone."
"I'm awfully thirsty and sleepy."
"I remember when you were born. You were that way then. You woke up hungry and ate and went back to sleep. Your mother had to give you water, because you'd finished all her milk. You couldn't be filled up. And you were always mad and yelling. I never thought that in time this madness would go to your head. But it did. Your mother, may she rest in peace, wanted you to grow up strong. She thought when you grew up you'd look after her. She only had you. The other child she tried to give birth to killed her. And you would've killed her again, if she'd lived till now."
The man on his back stopped gouging with his knees. His feet began to swing loosely from side to side. And it seemed to the father that Ignacio's head, up there, was shaking as if he were sobbing.
On his hair he felt thick drops fall."

 

 1765043-785a7256d7e955de3ae57fef71d3a757.jpg
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:08 Reageer op dit bericht

Olga Berggolts, Lothar Baier, Olaf J. de Landell, Rens van der Knoop, Naomi Rebekka Boekwijt

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Olga Berggolts op dit blog.

 

In The Name Of The Word

In the name of the word that, my dear,
Is best one and single for us,
Again fall in love with me here,
And tell me all this and - at once.

Beware! You could loose the right moment!
So, call for, not looking at past,
The proud and happiest load
Of my love's unusual thrust.

You'll never find fate more delicious,
Nor heights, deeper sunk in the blue,
Because it contains our last wishes -
The last air to breathe for us two.

 

 

Promise

My foes will be not by my perish consoled -
They won't have a reason to pour the false tears.
The hook, I'm to hang on, still isn't in a board,
It's not even forged, its ore lies in the earth.
I'll stand up above my life's bottomless crater,
Above all its fears and iron-made pines…
I know and remember so much… I'm a fighter.
I'm too of some kind of the horrible price...

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1765041-6bbfc0af4a5170feebf16c653538a045.jpg
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook alle tags voor Lothar Baier op dit blog.

Uit: Keine Zeit. 18 Versuche über die Beschleunigung

„Mit dieser Lesart könnten sich auch die demonstrierenden Arbeitslosen einverstanden erklären, die darauf verweisen, dass es ihnen an dieser Luxusware, der Zeit, nicht fehlt. Der Penner in Arcands Film ist damit allerdings nicht einverstanden, wahrscheinlich deshalb nicht, weil er mit der Freiheit der Verfügung über die Zeit allerhand Erfahrung hat. Den Trost, wenn er auch sonst nichts hat, wenigstens Zeit zu haben, hat der Penner sich längst ausgeredet. Es ist ihm aufgegangen, dass er, bei aller Freiheit vom Zwang zur Zeit einteilung, dennoch nicht selbst über die Zeit verfügt. Auch in Zeiten der Arbeitslosigkeit dominiert das Paradigma der Erwerbsarbeit und damit auch die von den Rhythmen der Erwerbsarbeit bestimmte Zeit. Diese Zeit hat auch den Stadtstreicher im Griff, deshalb macht er keinen Witz, sondern beschreibt seine Lage ganz richtig, wenn er sagt, dass er keine Zeit hat.
Die Stadt, die der Penner durchstreift, ist in sein Zeiterleben eingesickert, mag er ihren approbierten Geschäften auch den Rücken kehren. Er ist vom Bewusstsein der Ohnmacht durchdrungen, wie ein Gefolterter, der mit zerschlagener Nase und aufgeplatzten Lippen vor dem Verhörspezialisten kauert. »Ich habe Zeit«, sagt der Verhörspezialist zu seinem Opfer, »ob heute, morgen oder übermorgen, reden wirst du so oder so.
Besser wäre es allerdings für dich, wenn du gleich den Mund aufmachst, denn wenn du damit noch wartest, wirst du dich hinterher nicht wiedererkennen, wenn du dann überhaupt noch etwas erkennst. Früher oder später wirst du sowieso alles sagen. Je früher, desto besser - für dich, nicht für mich. Ich kann warten. Ich habe Zeit, du aber tust besser daran, dich zu beeilen.« Der Folterer hat Zeit, weil er die Macht über den Körper des Gefolterten hat und die vergehende Zeit dieser Macht über den der Zeit unterworfenen Körper zuarbeitet.“

 

1765041-ed0f5debd4da222450fd416dea3ebb8a.jpg
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook alle tags voor Olaf J. de Landell op dit blog.

 

Het was een blijde dag

Het was een blijde dag, toen men mij vroeg
of ik de sleutel van de hemelpoort soms droeg.
Maar wat begreep men van mijn stralende humeur?
Het was de sleutel van de achterdeur.

 

 1765041-4cc0538853795426d4e0b8bbb9128df4.jpg
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse dichter Rens van der Knoop werd geboren in Engeland in 1987. Hij studeerde Beeld & Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Hij stond regelmatig op podia van literaire festivals en publiceerde in Tirade, Mister Motley en Tubelight. Hij werkt aan een muziek-encyclopedie. Binnenkort verschijnt bij De Bezige Bij zijn debuut: Twee mannen spreken elkaar onopgemerkt aan. Op Revisor.nl twee gedichten: 'Stadshart' en 'Een bescheiden man veegt zijn voorhoofd'.

 

Stadshart

In het nieuwe stadhart
zag ik een zwerm mensen
en andere vogels

die eerst een punt
toen levendige rook en een punt
en vervolgens naamloze vormen werd

de zwerm was vergeten dat niet elk moment
alle andere in zich draagt
zoals ik dat in mijn afstand ook vergeten was

er zaten lichamen bij die ik kende
en ook die ik gekend heb
maar me niet meer kan herinneren

hun oplichtende contouren
in een ver raam

 

 1765041-c9882b35c019ec69aaef7486b42d699c.jpg
Rens van der Knoop (Engeland, 1987)

 

 

De Nederlandse schrijfster Naomi Rebekka Boekwijt werd eboren in 1990. Zij studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Leiden. Zij won met haar verhalen diverse prijzen waaronder de Write now! Literatuurprijs. Momenteel woont en werkt ze op een boerderij in Zwitserland.

Uit:Hoogvlakte

“Moser had mij naar de overkant gestuurd. De veldweg was nat. Op de akkers aan weerszijden lag water dat niet wegzakken wilde. Een kansloze dag voor de oogstmachines. Aan de linkerkant de suikerbieten, de kruinen al boven de grond uit. De mais ernaast stond geel en recht. Mijn schoenen waren zwaar van het grind en de modder die onder de zolen kleefden. De hoeve van Wyss was zo’n vijfhonderd meter lopen. Ik had de motor al gestart, wilde snel heen en weer. Maar Moser had de sleutel uit het contact gehaald en gezegd: ‘Beter te voet.’ Het was vast een oldtimer die ik moest halen, of een verroeste machine. Moser had een hardnekkige verzamelwoede.
Bij Wyss was niemand te zien. Toch heerste er een sfeer van bedrijvigheid. Vanuit de silo’s klonk een hoog gezoem. Het was een modern bedrijf, met een loopstal voor het melkvee apart van het huis. Alles was aan kant. Nergens stond een bezem of riek tegen de muur. Aan de tractor van Wyss, een Fendt 800, hing de nieuwste voermengwagen.
Ik wachtte. Ik wilde niet zomaar naar binnen gaan. Op het omheinde betonstuk stond een koe mij verwachtingsvol aan te kijken. Ze liep naar me toe, maar kwam onderweg de automatische borstel tegen. Ik hoorde iemand in de stal lopen. Het moest Agnes zijn, dochter van Wyss. Wyss zelf liep zwaarder, met kortere passen. Agnes kwam tevoorschijn door de zijdeur.
‘Hoi,’ zei ze. ‘Hij komt er zo aan. Wacht je al lang?’
‘Ik sta er net.’
‘Dann isch guet.’

 

 1765041-8126b5fd1ca2a53371756760dd4c55f6.jpg
Naomi Rebekka Boekwijt (Nederland, 1990)

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom, Michael Lentz, Max Frisch

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

De warme zon is boven mij

De warme zon is boven mij,
Ik wandel in de warme lucht,
Mijn voeten op de warme wei
Maken, alleen, haast geen gerucht.

Ik ben een deel van al wat is,
Een warm jong groeisel in de zon;
Maar ik, van al wat om mij is,
Voel dat ik leef en zie de zon.

Dat land, dat weet niet dat het leeft,
Die lucht voelt niet hoe zoel zij is,
Die zon ziet nooit hoe 'n licht zij geeft:
Zij leven 't licht in duisternis.

Zij zijn een glorie, en zoo na
Aan mij, die zeg dat 't glorie heet:
Ik enkel, daar 'k in glorie ga,
Spreek uit mijn glorie wat ik weet.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

6
O gij, mijn lief, die nu door ’t lieven lijdt,
Klaag niet in stilte alleen, – maak poëzie
Van leed, – ach laat geween en melodie
Tussen ons zijn een zoete somberheid.

En ik, die u nu liefheb, begeleid
Uw zang met wederzang, ter harmonie
Van klare koren, kalme profetie
Van vreugde en liefde en innige eindloosheid.

Gelijk wanneer een nachtegaal alleen
Wel tracht te zingen, maar niet kunnend, treurt, –

Tot ze, als een andere ’t lied begint, meteen
Uitklaagt in lange liefde, beurt aan beurt, –

En beî de bosjes vullen met geween
Van tonen, tot de zon de kimmen kleurt.

 

 

Topzieke rups

Topzieke rups, in 't stijgen
Van blad op blad, van steel op stam,
Denkt ge eindlijk te verkrijgen
Het veld van blauw, de witte vlam?

Te hoog! Ge kunt niet keren!
Hangende aan hoogste top,
Geeft ge, in verdwaasd begeren,
Nogeens u op.

 

 1764745-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Portret door Jan Veth, 1885

 

 

De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei 1862. Zie ook alle tags voor Arthur Schnitzler op dit blog.

Uit: Reigen

„Dirne wacht auf Na... wer ist denn in aller Früh –? Erkennt ihn Servus, Bubi!
Graf Guten Morgen. Hast gut g'schlafen?
Dirne reckt sich Ah, komm her. Pussi geben.
Graf beugt sich zu ihr herab, besinnt sich, wieder fort Ich hab' grad fortgehen wollen...
Dirne Fortgehn?
Graf Es ist wirklich die höchste Zeit.
Dirne So willst du fortgehn?
Graf fast verlegen So...
Dirne Na, Servus; kommst halt ein anderes Mal.
Graf Ja, grüß' dich Gott. Na, willst nicht das Handerl geben?
Dirne gibt die Hand aus der Decke hervor.
Graf nimmt die Hand und küßt sie mechanisch, bemerkt es, lacht Wie einer Prinzessin. Übrigens, wenn man nur...
Dirne Was schaust mich denn so an?
Graf Wenn man nur das Kopferl sieht, wie jetzt... beim Aufwachen sieht doch eine jede unschuldig aus... meiner Seel', alles mögliche könnt' man sich einbilden, wenn's nicht so nach Petroleum stinken möcht'...
Dirne Ja, mit der Lampen ist immer ein G'frett.
Graf Wie alt bist denn eigentlich?
Dirne Na, was glaubst?
Graf Vierundzwanzig.
Dirne Ja freilich.”

 

 1764745-72e724e93fe4a6a06320f77efc24af16.jpg
Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)
Scene uit een opvoering in 2008 in Halle

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Pem Sluijter werd geboren in Middelburg op 15 mei 1939. Zie ook alle tags voor Pem Sluijter op dit blog.

 

Foto

In zwart driedelig pak
zit de oude man -hoed op-
heel gekleed naast
een naakt stenen beeld
getooid met lauwerkrans.

Op schoot een open boek.

Zijn blik heeft zich
van woorden losgemaakt;
ontbindt zich in nadenkend staren
en smalle bijna opgeborgen lach.

De bladeren weven zomerzon.
Een netwerk dat zich kantig aan hem hecht.
Scherp is dit ogenblik en teken
vastgelegd.

Daarin
is hij zijn eigen beeld geworden:
werkelijkheid en schaduw tegelijk – geroepen
tot een eindeloos bestaan zonder bewegen;
versteende tussentijd.

 

 1764745-45cfac37fec51ec5a1ccb2c006d1855a.jpg
Pem Sluijter (15 mei 1939 - 18 december 2007)

 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerlen. Zie ook alle tags voor W. J. M. Bronzwaer op dit blog

Uit: Lessen in Lyriek

“De aldus ontdekte structuur is gemakkelijk te herkennen in de primitieve, de klassieke en de middeleeuwse literatuur. We treffen haar voortdurend aan in de bijbel. Het Boek der Psalmen is een voorbeeld van poëtische teksten die zonder expliciete inkadering worden gepresenteerd. Maar als we ons herinneren dat we sommige psalmen klaagpsalmen en andere lofpsalmen noemen, realiseren we ons dat die termen geen ander doel hebben dan het pragmatische kader van de betrokken teksten te benoemen. De heldendichten uit de klassieke oudheid en de middeleeuwse epiek kenmerken zich eveneens door duidelijke inkadering. Traditioneel is het aanroepen van de Muze, die de dichter moet helpen bij het volvoeren van de instructie, die in het geval van de Odyssee bestaat uit het vertellen van de lotgevallen van de sluwe held Odysseus. Ook in de traditie geworteld is het vragen van aandacht voor de poëtische tekst door het gehoor tot stilte te manen met een uitdrukking als ‘Luister!’ Naarmate de poëzie verder komt af te staan van een doelmatige handelingssituatie waarin zij functioneel is, zoals bij een arbeidslied of bij de lofzang op David van de Israëlitische vrouwen, verdwijnt de pragmatische inkadering, althans voor zover zij expliciet is. Vergilius begint zijn Aeneïs met de eenvoudige mededeling dat hij over de held Aeneas en de stichting van
Rome zal zingen en Vondel begint zijn Altaergeheimenissen met de regel:

Ik zing van Godts Altaergeheimenissen.

In deze gevallen wordt het gedicht al als een min of meer autonome tekst gepresenteerd. Zeker bij Vondel is de instructie er een die de dichter zichzelf heeft opgelegd: hij zingt omdat hij heeft besloten te zingen, niet omdat het door uiterlijke omstandigheden noodzakelijk of nuttig is dat hij zingt. Niettemin kunnen we ook de zelf-opgelegde taak van de autonome dichter nog steeds beschouwen als een instructie. Belangrijk is, dat alle poëzie steeds als het gevolg geven aan een instructie kan worden beschouwd en daardoor is verankerd in de levenswerkelijkheid van een gemeenschap, een groep of desnoods een individu.”

 

1764745-c497443bbfd35c4cf65f0061247ac895.jpg
W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

 

 

De Nederlandse historisch letterkundige Frits van Oostrom werd geboren in Utrecht op 15 mei 1953. Zie ook alle tags voor Frits van Oostrom op dit blog.

Uit: Maerlant tussen Noord en Zuid

“Voor velen staat het Vlamingschap van Maerlant vast. Als kroongetuige kan de proloog van Sinte Franciscus leven gelden, waarin de auteur zich bij de Utrechtse minderbroeders verontschuldigt voor het mogelijk wat vreemde taaleigen van dit dichtwerk, en daarvoor als reden opgeeft omdat ic Vlaminc bem. Deze op het oog vrij ondubbelzinnige verklaring vindt steun in Maerlants dikwijls geciteerde lof der vaderlandsliefde in zijn Alexanders geesten. Hij mijmert daar over het zijns inziens opmerkelijke feit Dat elken minsce int herte sijn, / So soete dunct sijns selves lant. De Brabander prijst Brabant, de Fransman Frankrijk, enzovoort:

Dus prijset elkerlijc sijn lant.
Maer seide dat hi noit en vant
Also goet lant alse Bruxambacht.
Ic waens hem daerbi heeft gedacht
Omdat hiere in was gheboren,
Bedi prijst hijt te voren.

Maar zoals wel vaker, is ook deze sleutelpassage van Maerlants biografie allesbehalve onproblematisch; vaak zijn juist zulke specifica, snel onbegrepen als ze later worden, stofnesten van tekstbederf. Het Bruxambacht in het derde vers is als citaat zo overbekend dat men gemakkelijk vergeet dat de lezing nuchter bezien niet meer is dan een uiterst invloedrijke emendatie van Snellaert, die in 1860 voorstelde om (na eerdere suggesties als Broer-ambacht, Broeder-ambacht en Broecambacht) op deze wijze te verstaan wat ons in het (enige) handschrift als Brurambacht is overgeleverd. Bijna in één moeite door pleegt men in hetzelfde vers voor de feitelijke lezing groet het meer toepasselijke goet te prefereren. Voor nog grotere problemen stelt ons het tweede vers. Er is voorgesteld om Maer door Maerlant te vervangen, wat echter het nadeel heeft dat de dichter zich nergens in zijn werk ooit kortweg als Maerlant aanduidt. Wat dat betreft zou het meer in de rede liggen - om aan de conjecturen nog een toe te voegen - om in de lijn van andere plaatsen in Alexanders geesten [..] ook hier Jacob te willen lezen, en aan te nemen dat deze lezing nadien associatief/corrigerend in de richting van de inmiddels meer bekende toenaam zou zijn verbasterd.”

 

 1764745-a19418181af1e15066a8c0c13997b816.JPG
Frits van Oostrom (Utrecht, 15 mei 1953)
Standbeeld van Jacob van Maerlant in Damme

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Das ist der Stand der Dinge

Das Ding ist der Erde Stand.
Der Rede Stand ist das Ding.
Dringend redet das: Das ist
der Stand der Dinge. Das ist
des Dinges Tand. Da irrt des
Redens Test, da das Ding dir
das Ding, das dient. Der Rest:
Dir stand das Ding. Es redet:

DAS ist der Stand der Dinge.

 

 

gelsenkirchen

eine alte frau ein gehgestell
straßenrand und blanke taube
da rollt das gehgestell mal hin die alte frau
und mit dem schuh der schlecht zu fuß
wird da mal drangegangen
mal so nach links gewälzt
und angetippt mal so nach rechts
der hohle vogel und schon
fliegen drin
ach so!
kaputt
na wirklich nicht
über die brücke da rast dieser zug
und dann?

 

 1764745-5dadf3a7668da8c9195d5511acc31ece.JPG
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)
In 2010 

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook alle tags voor Max Frisch op dit blog.

Uit: Andorra

„LEHRER Woher wißt ihr alle, wie der Jud ist?
WIRT Can –
LEHRER Woher eigentlich?
WIRT – ich habe nichts gegen deinen Andri. Wofür hältst du mich? Sonst hätt ich ihn wohl kaum als Küchenjunge genommen. Warum siehst du mich so schief an? Ich habe Zeugen. Hab ich nicht bei jeder Gelegenheit gesagt, Andri ist eine Ausnahme?
LEHRER Reden wir nicht davon!
WIRT Eine regelrechte Ausnahme – Glockenbimmeln
LEHRER Wer hat diesen Pfahl hier aufgestellt?
WIRT Wo?
LEHRER Ich bin nicht immer betrunken, wie Hochwürden meinen. Ein Pfahl ist ein Pfahl.
Jemand hat ihn hier aufgestellt. Von gestern auf heut. Das wächst nicht aus dem Boden.
WIRT Ich weiß es nicht.
LEHRER Zu welchem Zweck?
WIRT Vielleicht das Bauamt, ich weiß nicht, das Straßenamt, irgendwo müssen die Steuern ja hin, vielleicht wird gebaut, eine Umleitung vielleicht, das weiß man nie, vielleicht die Kanalisation –
LEHRER Vielleicht.
WIRT Oder das Telefon –
LEHRER Vielleicht auch nicht.
WIRT Ich weiß nicht, was du hast.
LEHRER Und wozu der Strick dabei? „

 

 1764745-605f3dc434bd8a1fb07900a64183b2df.jpg
Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991)
Scene uit een opvoering van Andorra, Staatstheater Mainz, 2010

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten