Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 mei 2015 tot 17 mei 2015

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Priemgetallen

De eersten zijn
donkere vestingen

opgetrokken door vorsten
in een lang vervlogen tijd.

Ze liggen dicht opeen
en werpen lange schaduwen,

het land rondom een vlak
en zwaar verdedigd moerasgebied.

Ze zijn gebouwd van een steensoort
door geen tijd aan te tasten

en alle andere zijn dorpen
hurkend daar omheen.

Daarna worden zij steeds zeldzamer:

je moet lang over weidse vlaktes rijden
om er nog een aan de horizon te ontwaren.

De waarheid is dat zij steeds zeldzamer worden
op hun weg naar de onvoorstelbare diepten.

En dokter Riemanns schaduw tekent zich
onnatuurlijk hoog en dreigend af
tegen een oneindige zonsondergang.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 

Hamlet Prince Of Denmark

Prince Hamlet of Denmark
but now without his fatal wound
and dressed in a good suit from Savile Row
but the tie most certainly
from the rowing club at the University of Wittenberg
came out of the night’s shadows and said
You see, Professor. It is not quite so easy
to come back home
and see that everything is changed
and no one, not even Mama
understands a single word.
About what one says.

But in the event that
a little ugly dwarf
with cheeks painted red
appears just around the corner
then we are dreaming the same dream.

 

 

Paradise

The swamp, forbidden to enter
Dangerous depths with purple loosestrife and bitter clover.
The salamanders that we caught
and called ‘water lizards’.

They were supposed to cause warts on fingers
Because they themselves had warts.

Surely extinct now. Who needs them?
Suddenly the boy was twenty years old.

Ahead of him, life,
extending endlessly like the plains of Kurland.

The creeks. The salamanders.
We took it all away.

No one else.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 

 1765504-55253282ac76d9ed4cd5134ba880e970.jpg
Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957. Zie ook alle tags voor Peter Høeg op dit blog.

Uit: The Elephant Keepers’ Children (Vertaald door Martin Aitken)

“It’s not like we have never seen my father cry before. When you’re married to someone like my mother, who very often forgets everything around her, including her husband and her children and her dog, because she has become obsessed by the idea of making her own mechanical wristwatch and works twenty-four hours in one stretch to center the axles of the wheels while we children and our father go hungry—when you’re married to a woman like that you will have need to weep on the shoulders of close friends at least once a fortnight, which Father almost certainly has done in the company of Bent Piglet or John the Savior.
   But he has never done it at home. On such occasions as we have seen Father weep, it has always been in church and on account of him saying something especially beautiful that makes him cry because he is moved and grateful for the Lord having provided Finø with such a magnificent pastor as himself. Or else he cries at a funeral in sympathy with the bereaved, and one must reluctantly admit that Father’s sympathy is almost as great as his satisfaction at putting it on display.
   Though his complacency and sympathy both may be great, they have never been so great as what we now witness in the kitchen of our rectory home. What we see is something that has always been contained inside our father, but which only now is released, and to begin with we have no words for it.
But Father leaves the kitchen and Mother goes after him, and Tilte and Hans and Basker and I remain behind and look at each other. We sit for a moment in silence, and then Tilte suddenly says: “They’re elephant keepers. That’s Mother’s and Father’s problem. They’re elephant keepers without knowing.”

 

 1765504-159f0bb6d749ca388204239830f8df19.jpg
Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook alle tags voor Gary Paulsen op dit blog.

Uit: Hatchet

“What had he read or seen that told him about food in the wilderness? Hadn't there been something? A show, yes, a show on television about air force pilots and some kind of course they took. A survival course. All right, he had the show coming into his thoughts now. The pilots had to live in the desert. They put them in the desert down in Arizona or someplace and they had to live for a week. They had to find food and water for a week.
For water they had made a sheet of plastic into a dew gathering device and for food they ate lizards. That was it. Of course Brian had lots of water and there weren't too many lizards in the Canadian woods, that he knew. One of the pilots had used a watch crystal as a magnifying glass to focus the sun and start a fire so they didn't have to eat the lizards raw. But Brian had a digital watch, without a crystal, broken at that. So the show didn't help him much.
Wait, there was one thing. One of the pilots, a woman, had found some kind of beans on a bush and she had used them with her lizard meat to make a little stew in a tin can she had found. Bean lizard stew. There weren't any beans here, but there must be berries. There had to be berry bushes around. Sure, the woods were full of berry bushes. That's what everybody always said. Well, he'd actually never heard anybody say it. But he felt that it should be true.
There must be berry bushes.“

 

 1765504-d292541243388f950ae30273d68903e2.jpg
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)

 

 

De Franse dichter en schrijver Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Henri Barbusse op dit blog.

Uit: Le Feu

« Ayant suivi le boulevard de la République puis l’avenue Gambetta, nous débouchons sur la place du Commerce. Les clous de nos souliers cirés sonnent sur les pavés de la ville. Il fait beau. Le ciel ensoleillé miroite et brille comme à travers les verrières d’une serre, et fait étinceler les devantures de la place. Nos capotes bien brossées ont leurs pans abaissés et, comme ils sont relevés d’habitude, on voit se dessiner, sur ces pans flottants, deux carrés, où le drap est plus bleu.
Notre bande flâneuse s’arrête un instant, et hésite, devant le café de la Sous-Préfecture, appelé aussi le Grand-Café.
-On a le droit d’entrer! dit Volpatte.
-Il y a trop d’officiers là-dedans, repartit Blaire qui, haussant sa figure pardessus le rideau de guipure qui habille l’établissement, a risqué un coup d’oeil dans la glace, entre les lettres d’or.
-Et pis, dit Paradis, on n’a pas encore assez vu.
On se remet en marche et les simples soldats que nous sommes passent en revue les riches boutiques qui font cercle sur la place: les magasins de nouveautés, les papeteries, les pharmacies, et, tel un uniforme constellé de général, la vitrine du bijoutier. On a sorti ses sourires comme un ornement. On est exempts de tout travail jusqu’au soir, on est libres, on est propriétaires de son temps.
Les jambes font un pas doux et reposant; les mains, vides, ballantes, se promènent, elles aussi, de long en large."

 

 1765504-857f61cafd8347765caab55602ea8c62.jpg
Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)
Cover

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook alle tags voor Virginie Loveling op dit blog.

 

De zucht naar ’t eindeloze

Als 't maantje in mijn venster schijnt,
Dan kan ik niet meer slapen;
Dan komt de vraag: Waar is die God,
Die alles heeft geschapen?

De stille nacht, het eenzaam uur,
Het suizlen door de linden;
Dan denk ik aan de dood en 't graf
En aan verloren vrinden.

Dan wordt de geest zo onrustvol,
En haakt naar 't onbekende,
Als ik in 's hemels sterrenveld
De wakende ogen wende.

Dan schijnt de wereld mij zo klein :
Mij lokt die hemelverte.
0 kon ik vliegen! doch waarheen,
Waarheen, gij kloppend herte?

 

 

Haar laatste wandeling

Zij wandelde in de zonne -
Het loof ruiste over 't pad.
Ik ben het afgevallen,
Het vroeg verwelkte blad.

De zwaal'wen trekken henen,
Ik staar hen na en peis:
Ik ben een arme zwaluw,
Ik moet alleen op reis.

Zij trekken naar het zuiden,
Zij weten waar zij gaan,
Zij zullen wederkeren
Met loof en lenteblaân.

Het woud zal weer herleven
In warme zonneschijn,
De nachtegaal zal zingen -
En ik, waar zal ik zijn?...

 

 1765504-107c740b157d3a51d3793d172399727a.jpg
Virginie Loveling (17 mei 1836 – 1 december 1923)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter Mischa Andriessen werd geboren in Apeldoorn in 1970. Zie ook alle tags voor Mischa Andriessen op dit blog.

 

Wallenberg

Jullie stonden al klaar,
jassen aan, elkaar los
gelaten, twee dingen maar
mochten mee; je broer
een pot jam en een beer,
jij een beer en een boek.
Dadelijk zou het anders zijn,
het nieuwe huis een haven.
Ze zouden jullie komen halen,
niet schreeuwen; ze kwamen,
schreeuwden: ’opschieten,
opschieten nou.’ Hun gezichten
grauw als vuilgelopen sneeuw.
Je omklemde de laadklep
met beide handen, je broer de jam.
Jullie keken de verte van de straat in
waarin alles wat jullie kenden verdween.
Je broer huilde. ‘Niet bang zijn,’
huilde je, ‘Ik ben niet bang.’

 

 1765504-876dd29202235c701ddecfa4258c5bae.jpg
Mischa Andriessen (Apeldoorn, 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Dennis Potter, Cor Bruijn, Dorothy Richardson, Jacint Verdaguer, Eva Schmidt

De Britse schrijver Dennis Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Forest of Dean, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Dennis Potter op dit blog.

Uit: Stand up, Nigel Barton

““Nigel Barton: No, Miss!
Miss Tillings: Then what do you know about it?
Nigel Barton: I think - I think I might have had the daffodil, Miss—
Miss Tillings: You might have had it? What do you mean, boy? Speak up!
Nigel Barton: The stem was all broke and somebody gave it to me, Miss.
Miss Tillings: Who gave it to you?
Nigel Barton: Ooh, I don't like to say, Miss.
Miss Tillings: You better had, Barton, and quick about it.
Nigel Barton: Georgie Pringle, Miss.
Barton incriminates Pringle, who has bullied him, in the crime of destroying the class's daffodil; the daffodil was actually destroyed by Barton himself.
Nigel Barton (On TV): I feel I don't belong here, that's my trouble.
Interviewer (on TV): Well, where do you belong? At home?
Harry Barton: Of course!
Nigel Barton (on TV): No, I'm afraid I don't. Now it hurts to say this, of course, but it's the truth. Back at home, in the village, in the workingmen's club, with people I went to school with, I'm so much on the defensive, you see. They suspect me of making qualitative judgments about their environment, you understand, but it's not that I wish to do so. Yet I even find my own father looking at me oddly some times, waiting to pounce on some remark, some expression in my face, watching me like a hawk. I don't feel at home in either place. I don't belong. It's a tightrope between two different worlds, and I'm walking it.
Harry Barton: You're a bloody liar, Nigel!"

 

 1765501-b4cb375da337e6e2e16823a053870b6c.jpg
Dennis Potter (17 mei 1935 – 7 juni 1994)
Scene uit de tv-film “Stand up, Nigel Barton”, uit 1965

 

 

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook alle tags voor Cor Bruijn op dit blog.

Uit: Sil de strandjutter

“Lobke... is dat nu een famke, dat je 's nachts naar de buren moet laten vluchten? Nee nee, Sil, laat me nu eens even uitpraten. Ik dacht vannacht zo, Sil bedoelt het goed, maar hij is te bazig. Daar heb je nu dat met dominee vroeger, heb je daar wat mee gewonnen? Verloren heb je ermee, Sil, ja, ja, verloren! En je kinderen het meeste! Nee, stil nou, je gelooft toch zeker niet, dat ik voor mijn plezier die dingen ophaal? Lobke ging uit haar ... naar de lering, maar Wietse? Maar Jelle? Jaakje laat je al die jaren alleen naar de kerk gaan. Enkel omdat je je nu eenmaal schrap gezet hebt; enkel omdat dominee niet dadelijk naar jouw pijpen wou dansen! En dan heb je Wietse!... Een eigenwijze stijfkop? Ja, een eigenwijze stijfkop. De appel valt niet ver van de boom af, want de grootste stijfkop staat hier voor me. Als je Wietse anders aangepakt had, dan had je het misschien een eerste kracht aan hem, dan zwiert hij nu niet rond over de zeeën... Kan het je niet verdeien! Het kan je alles verdeien! Man, je stikt immers van de zorg om je kinderen! Je doet niet anders dan denken aan je kinderen. Maar het is alleen maar, dat je wilt, dat ze precies lopen zoals jij loopt, dat ze lachen, zoals jij lacht, dat ze doen zoals jij meent, dat ze doen moeten. En we zijn een vrij volk, Sil van Piet, wij van de eilanden. Kijk maar naar je zelf! Ze moeten je met bevelen van je lijf blijven. De man, die jou kan draaien, zoals hij wil, zal wel nooit geboren worden, denk ik.”

 

 1765501-e0ac9e39b44b0b6fd0fc53c97ed2ab4f.jpg
Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)
Scene uit de televisieserie “Sil de strandjutter” uit 1976

 

 

De Engelse schrijfster Dorothy Miller Richardson werd geboren op 17 mei 1873 in Abington, Oxfordshire. Zie ook alle tags voor Dorothy Richardson op dit

Uit: Pointed Roofs

“Miriam left the gaslit hall and went slowly upstairs. The March twilight lay upon the landings, but the staircase was almost dark. The top landing was quite dark and silent. There was no one about. It would be quiet in her room. She could sit by the fire and be quiet and think things over until Eve and Harriett came back with the parcels. She would have time to think about the journey and decide what she was going to say to the Fraulein.
Her new Saratoga trunk stood solid and gleaming in the firelight. To-morrow it would be taken away and she would be gone. The room would be altogether Harriett's. It would never have its old look again. She evaded the thought and moved clumsily to the nearest window. The outline of the round bed and the shapes of the may-trees on either side of the bend of the drive were just visible. There was no escape for her thoughts in this direction. The sense of all she was leaving stirred uncontrollably as she stood looking down into the well-known garden.
Out in the road beyond the invisible lime-trees came the rumble of wheels. The gate creaked and the wheels crunched up the drive, slurring and stopping under the dining-room window.
It was the Thursday afternoon piano-organ, the one that was always in tune. It was early to-day.
She drew back from the window as the bass chords began thumping gently in the darkness. It was better that it should come now than later on, at dinnertime. She could get over it alone up here.
She went down the length of the room and knelt by the fireside with one hand on the mantel-shelf so that she could get up noiselessly and be lighting the gas if anyone came in.
The organ was playing "The Wearin' o' the Green."
It had begun that tune during the last term at school, in the summer. It made her think of rounders in the hot school garden, singing-classes in the large green room, all the class shouting "Gather roses while ye may," hot afternoons in the shady north room, the sound of turning pages, the hum of the garden beyond the sun-blinds, meetings in the sixth form study.... Lilla, with her black hair and the specks of bright amber in the brown of her eyes, talking about free-will.”

 

 1765501-bb1757864b0234b9bea22a67d2e3592b.jpg
Dorothy Richardson (17 mei 1873 - 17 juni 1957) 
Cover 

 

 

De Catalaanse dichter en schrijver Jacint Verdaguer i Santaló werd geboren op 17 mei 1845 in Folgueroles. Zie ook alle tags voor Jacint Verdaguer op dit blog.

Uit:L’Atlàntida

Aquí estengué sos marges lo continent hesperí;
quins mars o terres foren ses fites, ningú no sap;
lo sol, però, que mida d’un colp d’ull l’hemisferi
era petit per veure’l a pler de cap a cap.

Era el jou d’or que unia les terres ponentines
i, cor de totes elles, com font del paradís,
los dava clares aigües a beure i argentines.
i en sos immensos braços dormia el món feliç.

*********

Here the Hesperian continent flung wide its shores;
what seas or countries bounded it no man can tell.
The sun, however, which measures hemispheres at a glance,
had too cramped a view to encompass it whole.

It was a golden yoke, drawing together all western lands
and, heart of them all, like a fountain of paradise,
it gave them clear waters and silvery to drink,
in its mighty arms the world slept in peace.

 

 1765501-2ced3a94f19562c0fbe0bf43d92e6c33.jpg
Jacint Verdaguer (17 mei 1845 – 10 juni 1902)
Portret door Ramon Casas, z.j.

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Eva Schmidt werd geboren op 17 mei 1952 in Lustenau / Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Eva Schmidt op dit blog.

Uit: Ein Vergleich mit dem Leben

„Da sitzen wir dann, und finden begütigend und beschwichtigend Gründe, die unser Nichtstun nicht nur verlockend, sondern auch plausibel erscheinen lassen. Ich spüre, wie ich mich ausbreite in diesen Stunden, es geschieht nichts Bedeutendes, nichts Wichtiges wird gesagt. Eine richtige Gier nach Belanglosigkeit, allem Übermaß, allen Ansprüchen zum Trotz, abgetrotzt dem plötzlich, von einer Sekunde zur anderen lächerlich anmutenden Wunsch nach einem sinnvollen Leben.“

 

 1765501-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Eva Schmidt (Lustenau, 17 mei 1952)
Lustenau

Geschreven door Romenu om 11:42 Reageer op dit bericht

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Uit: Bronnen

IV
Met wie geloof je dat je lot is verbonden?
Waar komt je kracht vandaan?

Ik denk dat hoe dan ook, waar dan ook
Elk gedicht van mij die vragen moet herhalen

die niet hetzelfde zijn. Er is een wie, een waar
die niet gekozen zijn – die zijn gegeven – en soms onwaar gegeven

in het begin pak je wat je pakken kunt
om te overleven.

 

 

Uit: Een en twintig liefdesgedichten

XI
Slapen, draaien in een baan zoals planeten
wentelend in hun nachtelijke weide:
aanraken is genoeg om te weten
dat wij zelfs slapend niet alleen zijn in het universum:
bijna spreken de droombeelden van twee werelden
dwalend door hun schimmensteden elkaar toe.
Ik ben wakker geworden van jouw zacht gepraat
lichtjaren of donkerjaren hiervandaan
alsof mijn eigen stem gesproken had.
Maar onze stem verschilt, zelfs in de slaap
en ons lichaam, zo hetzelfde, is zo toch anders
en het verleden dat echoot door ons bloed
is geladen met een andere taal en andere betekenissen -
Toch kan geschreven worden in elke kroniek
van de wereld die wij delen, als voor de eerste keer:
wij waren twee minnaressen
wij waren twee vrouwen van een generatie.

 

 

Wat voor tijden zijn dit

Er is een plek tussen twee boompartijen in waar gras groeit bergopwaarts
en waar de oude revolutionaire weg afbreekt in de schaduw
dicht bij een kerk, in de steek gelaten door de achtervolgden
die verdwenen in die schaduw.

Daar wandelde ik, plukte paddenstoelen aan de rand van de angst,
maar laat je niet bedotten,
dit is geen Russisch gedicht, dit gebeurt niet ergens anders maar hier,
ons land dat nadert tot zijn eigen waarheid en angst,
zijn eigen wegen om mensen te laten verdwijnen.

Ik zal je niet vertellen waar de plek is, het donkere netwerk van wouden
ontmoet er het niet- aangegeven streepje licht-
dwarswegen door geesten bezeten, humus paradijs:
Ik weet al wie het wil kopen, verkopen, het doen verdwijnen

En ik zal je niet vertellen waar het is, waarom vertel ik je dan
wat dan ook? Omdat je nog steeds luistert, want in tijden als deze
is het, om je aandacht hoe dan ook gaande te houden, noodzakelijk
om over bomen te praten.

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 1765043-3f7ed7e043cbb0697680e544da7e7f34.jpg
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

Egel

Een egel rust op de weg en kijkt.
Wat hij was ligt als een vrucht
vertrapt op de stenen.

Koud is de wind, de weg is nog lang,
even een huivering, maar wie zal ooit treuren
omdat hij de ziel van een egel zag?

Koud is de wind, ik moet nog zo ver,
maar ineengerold in mijn warmte
ben ik thuis als ik slaap.

De wind en de reis gaan verder.
Een egel ligt op de weg en kijkt
met een leeg oog naar niets.

 

 

Hek

Waarom deze ijzeren spijlen met verlies van
roest over hun drempel van steen? Kringen
op korstmos, bijna met gloed van de dag
dat gesmeed werd, gehamerd, gebogen.

Verfschubben sinds lang van zich afgeschud;
vergeten de kwast, door tijd uit elkaar.
Wie weet bungelt daar nog ergens een nest
met een rest van zorgvuldige haren.

– Toch zeker niet om de doden te zeggen
dat het verboden is vanuit je tombe aan
de wandel te gaan. Of om luidruchtige buren

bezoek te onthouden. Nee, het staat er om
voor altijd te waken over grotere vrede
tussen de wereld en dat andere, wrede.

 

 1765043-b6f981cff1f55c940e81d6860785d16d.jpg
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook alle tags voor Friedrich Rückert op dit blog.

 

Zwischen Welt und Einsamkeit

Een egel rust op de weg en kijkt.
Wat hij was ligt als een vrucht
vertrapt op de stenen.

Koud is de wind, de weg is nog lang,
even een huivering, maar wie zal ooit treuren
omdat hij de ziel van een egel zag?

Koud is de wind, ik moet nog zo ver,
maar ineengerold in mijn warmte
ben ik thuis als ik slaap.

De wind en de reis gaan verder.
Een egel ligt op de weg en kijkt
met een leeg oog naar niets.

 

 

Als ich sah die Wolken weinen

Waarom deze ijzeren spijlen met verlies van
roest over hun drempel van steen? Kringen
op korstmos, bijna met gloed van de dag
dat gesmeed werd, gehamerd, gebogen.

Verfschubben sinds lang van zich afgeschud;
vergeten de kwast, door tijd uit elkaar.
Wie weet bungelt daar nog ergens een nest
met een rest van zorgvuldige haren.

– Toch zeker niet om de doden te zeggen
dat het verboden is vanuit je tombe aan
de wandel te gaan. Of om luidruchtige buren

bezoek te onthouden. Nee, het staat er om
voor altijd te waken over grotere vrede
tussen de wereld en dat andere, wrede.

 

 

Uit: Geharnischte Sonnette

X
Du kalte Jungfrau mit der Brust von Schnee,
Auf, Russia, schüttle deine starren Röcke,
Daß Frost davon stieb’ auf die Bienenstöcke
Dort und ertränke sie in kaltem See!

Und du, Hispania, Schäfrin Galatee,
Treib’ aus zur Trift den kühnsten deiner Böcke
Durchs Tor der Pyrenäen, daß er blöke
Und sich ersätt’ge dort im fetten Klee!

Fruchtgarten Gallien, blühendstes Hesperiden,
Wähl’, willst du unter ungeheuren Flocken
Sein eingeschneit? die sendet dir Siberien.

Wähl’, willst du von versengenden Chirokken
Sein ausgedorrt? Die sendet dir Iberien.
Frost oder Glut, was wählst du? Beids macht trocken.

 

 1765043-59fa4dd87fb19ce0c5ce6836704e19e9.jpg
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)
Portret door Bertha Froriep, 1864

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook alle tags voor Jakob von Hoddis op dit blog.

 

Der Visionarr

Lampe blöck nicht.
Aus der Wand fuhr ein dünner Frauenarm.
Er war bleich und blau geädert.
Die Finger waren mit kostbaren Ringen bepatzt.
Als ich die Hand küßte, erschrak ich:
Sie war lebendig und warm.
Das Gesicht wurde mir zerkratzt.
Ich nahm ein Küchenmesser und zerschnitt ein paar Adern.
Eine große Katze leckte zierlich das Blut vom Boden auf.
Ein Mann indes kroch mit gesträubten Haaren
einen schräg an die Wand gelegten Besenstiel hinauf.

 

 

Der Oberlehrer

Gewaltig hockt er auf dem Tisch und spricht
Von Theben und Athen, heut nachmittag.
Ein grauer Schurrbart starrt durch sein Gesicht
Er riecht nach saurem Brot und nach Tobak.

Sein kahles Haupt umwettert der Gedanke
Von Theben heiliger Schaar, von Pindar spricht er
Der Primus reibt sich an der alten Banke
Die meisten machen willige Gesichter.

Er spricht von Theben heute nachmittag
Einige heben ihre kleinen Hände,
Einige kitzeln leise sich am Sack
Und gucken schläfrig auf die leeren Wände.

»Wer hat soeben auf den Tisch gehauen?«
Durch die betrübten Fenster schimmern Wolken.
Die Jungen sitzen staunend und verdauen. -
Der Lehrer wird jetzt in der Nase polken.

 

 1765043-39988f174f762e5f968f8f8d6bc213e8.jpg
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)
 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook alle tags voor Juan Rulfo op dit blog.

Uit: No Dogs Bark (Vertaald door George D. Schade)

"I don't see anything."
"Too bad for you, Ignacio."
"I'm thirsty."
"You'll have to stand it. We must be near now. Because it's now very late at night they must've turned out the lights in the town. But at least you should hear dogs barking. Try to bear."
"Give me some water."
"There's no water here. Just stones. You'll have to stand it. Even if there was water, I wouldn't let you down to drink. There's nobody to help me lift you up again, and I can't do it alone."
"I'm awfully thirsty and sleepy."
"I remember when you were born. You were that way then. You woke up hungry and ate and went back to sleep. Your mother had to give you water, because you'd finished all her milk. You couldn't be filled up. And you were always mad and yelling. I never thought that in time this madness would go to your head. But it did. Your mother, may she rest in peace, wanted you to grow up strong. She thought when you grew up you'd look after her. She only had you. The other child she tried to give birth to killed her. And you would've killed her again, if she'd lived till now."
The man on his back stopped gouging with his knees. His feet began to swing loosely from side to side. And it seemed to the father that Ignacio's head, up there, was shaking as if he were sobbing.
On his hair he felt thick drops fall."

 

 1765043-785a7256d7e955de3ae57fef71d3a757.jpg
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:08 Reageer op dit bericht

Olga Berggolts, Lothar Baier, Olaf J. de Landell, Rens van der Knoop, Naomi Rebekka Boekwijt

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Olga Berggolts op dit blog.

 

In The Name Of The Word

In the name of the word that, my dear,
Is best one and single for us,
Again fall in love with me here,
And tell me all this and - at once.

Beware! You could loose the right moment!
So, call for, not looking at past,
The proud and happiest load
Of my love's unusual thrust.

You'll never find fate more delicious,
Nor heights, deeper sunk in the blue,
Because it contains our last wishes -
The last air to breathe for us two.

 

 

Promise

My foes will be not by my perish consoled -
They won't have a reason to pour the false tears.
The hook, I'm to hang on, still isn't in a board,
It's not even forged, its ore lies in the earth.
I'll stand up above my life's bottomless crater,
Above all its fears and iron-made pines…
I know and remember so much… I'm a fighter.
I'm too of some kind of the horrible price...

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1765041-6bbfc0af4a5170feebf16c653538a045.jpg
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook alle tags voor Lothar Baier op dit blog.

Uit: Keine Zeit. 18 Versuche über die Beschleunigung

„Mit dieser Lesart könnten sich auch die demonstrierenden Arbeitslosen einverstanden erklären, die darauf verweisen, dass es ihnen an dieser Luxusware, der Zeit, nicht fehlt. Der Penner in Arcands Film ist damit allerdings nicht einverstanden, wahrscheinlich deshalb nicht, weil er mit der Freiheit der Verfügung über die Zeit allerhand Erfahrung hat. Den Trost, wenn er auch sonst nichts hat, wenigstens Zeit zu haben, hat der Penner sich längst ausgeredet. Es ist ihm aufgegangen, dass er, bei aller Freiheit vom Zwang zur Zeit einteilung, dennoch nicht selbst über die Zeit verfügt. Auch in Zeiten der Arbeitslosigkeit dominiert das Paradigma der Erwerbsarbeit und damit auch die von den Rhythmen der Erwerbsarbeit bestimmte Zeit. Diese Zeit hat auch den Stadtstreicher im Griff, deshalb macht er keinen Witz, sondern beschreibt seine Lage ganz richtig, wenn er sagt, dass er keine Zeit hat.
Die Stadt, die der Penner durchstreift, ist in sein Zeiterleben eingesickert, mag er ihren approbierten Geschäften auch den Rücken kehren. Er ist vom Bewusstsein der Ohnmacht durchdrungen, wie ein Gefolterter, der mit zerschlagener Nase und aufgeplatzten Lippen vor dem Verhörspezialisten kauert. »Ich habe Zeit«, sagt der Verhörspezialist zu seinem Opfer, »ob heute, morgen oder übermorgen, reden wirst du so oder so.
Besser wäre es allerdings für dich, wenn du gleich den Mund aufmachst, denn wenn du damit noch wartest, wirst du dich hinterher nicht wiedererkennen, wenn du dann überhaupt noch etwas erkennst. Früher oder später wirst du sowieso alles sagen. Je früher, desto besser - für dich, nicht für mich. Ich kann warten. Ich habe Zeit, du aber tust besser daran, dich zu beeilen.« Der Folterer hat Zeit, weil er die Macht über den Körper des Gefolterten hat und die vergehende Zeit dieser Macht über den der Zeit unterworfenen Körper zuarbeitet.“

 

1765041-ed0f5debd4da222450fd416dea3ebb8a.jpg
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook alle tags voor Olaf J. de Landell op dit blog.

 

Het was een blijde dag

Het was een blijde dag, toen men mij vroeg
of ik de sleutel van de hemelpoort soms droeg.
Maar wat begreep men van mijn stralende humeur?
Het was de sleutel van de achterdeur.

 

 1765041-4cc0538853795426d4e0b8bbb9128df4.jpg
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse dichter Rens van der Knoop werd geboren in Engeland in 1987. Hij studeerde Beeld & Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Hij stond regelmatig op podia van literaire festivals en publiceerde in Tirade, Mister Motley en Tubelight. Hij werkt aan een muziek-encyclopedie. Binnenkort verschijnt bij De Bezige Bij zijn debuut: Twee mannen spreken elkaar onopgemerkt aan. Op Revisor.nl twee gedichten: 'Stadshart' en 'Een bescheiden man veegt zijn voorhoofd'.

 

Stadshart

In het nieuwe stadhart
zag ik een zwerm mensen
en andere vogels

die eerst een punt
toen levendige rook en een punt
en vervolgens naamloze vormen werd

de zwerm was vergeten dat niet elk moment
alle andere in zich draagt
zoals ik dat in mijn afstand ook vergeten was

er zaten lichamen bij die ik kende
en ook die ik gekend heb
maar me niet meer kan herinneren

hun oplichtende contouren
in een ver raam

 

 1765041-c9882b35c019ec69aaef7486b42d699c.jpg
Rens van der Knoop (Engeland, 1987)

 

 

De Nederlandse schrijfster Naomi Rebekka Boekwijt werd eboren in 1990. Zij studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Leiden. Zij won met haar verhalen diverse prijzen waaronder de Write now! Literatuurprijs. Momenteel woont en werkt ze op een boerderij in Zwitserland.

Uit:Hoogvlakte

“Moser had mij naar de overkant gestuurd. De veldweg was nat. Op de akkers aan weerszijden lag water dat niet wegzakken wilde. Een kansloze dag voor de oogstmachines. Aan de linkerkant de suikerbieten, de kruinen al boven de grond uit. De mais ernaast stond geel en recht. Mijn schoenen waren zwaar van het grind en de modder die onder de zolen kleefden. De hoeve van Wyss was zo’n vijfhonderd meter lopen. Ik had de motor al gestart, wilde snel heen en weer. Maar Moser had de sleutel uit het contact gehaald en gezegd: ‘Beter te voet.’ Het was vast een oldtimer die ik moest halen, of een verroeste machine. Moser had een hardnekkige verzamelwoede.
Bij Wyss was niemand te zien. Toch heerste er een sfeer van bedrijvigheid. Vanuit de silo’s klonk een hoog gezoem. Het was een modern bedrijf, met een loopstal voor het melkvee apart van het huis. Alles was aan kant. Nergens stond een bezem of riek tegen de muur. Aan de tractor van Wyss, een Fendt 800, hing de nieuwste voermengwagen.
Ik wachtte. Ik wilde niet zomaar naar binnen gaan. Op het omheinde betonstuk stond een koe mij verwachtingsvol aan te kijken. Ze liep naar me toe, maar kwam onderweg de automatische borstel tegen. Ik hoorde iemand in de stal lopen. Het moest Agnes zijn, dochter van Wyss. Wyss zelf liep zwaarder, met kortere passen. Agnes kwam tevoorschijn door de zijdeur.
‘Hoi,’ zei ze. ‘Hij komt er zo aan. Wacht je al lang?’
‘Ik sta er net.’
‘Dann isch guet.’

 

 1765041-8126b5fd1ca2a53371756760dd4c55f6.jpg
Naomi Rebekka Boekwijt (Nederland, 1990)

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten